Gemeenteblad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2026, 67663 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2026, 67663 | ander besluit van algemene strekking |
Protocol vermoeden integriteitsschending gemeente Utrecht
Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Integriteitsschending: een gedraging die in strijd is met het handelen als ‘goed bestuurder’, ‘goed volksvertegenwoordiger’ en/of ‘behoorlijk bestuur’, waaronder in elk geval begrepen wordt het handelen of nalaten in strijd met de wet of handelen of nalaten in strijd met de afspraken en waarden uit de toepasselijke gedragscodes.
Meldingen over de burgemeester worden schriftelijk gedaan bij loco-burgemeester. De loco-burgemeester treedt in de plaats van de burgemeester, zoals beschreven in dit protocol, als de melding de burgemeester zelf betreft, en kan zich desgewenst laten ondersteunen door de gemeentesecretaris. De loco-burgemeester kan indien de eerste screening hiertoe aanleiding geeft (het kabinet van) de Commissaris van de Koning informeren over de opdracht voor een onafhankelijk feitenonderzoek en zo nodig betrekken voor hulp of advies.
De burgemeester kan vanuit zijn wettelijke taak als bevorderaar van bestuurlijke integriteit ook door eigen waarneming of door berichtgeving van buitenaf kennisnemen van een vermeende integriteitsschending. In die gevallen maakt de burgemeester een schriftelijke vastlegging, waarin de burgemeester beschrijft wat de aanleiding is om een eerste screening uit te voeren. De uitvoering van de eerste screening vindt plaats conform de in dit protocol opgenomen stappen.
Artikel 2 Het inwinnen van advies
Als raadsleden, commissieleden, de burgemeester, wethouders, bestuurders van de Rekenkamer, (plaatsvervangend) bestuurders van het Utrechts Ombudsloket of leden van de Referendumcommissie twijfelen over een aangelegenheid die betrekking heeft op de integriteit van henzelf, kunnen zij advies vragen aan de burgemeester, de griffier (voor de raadsorganen) dan wel de gemeentesecretaris (voor het college) en de coördinator integriteit. Raadsleden, commissieleden, de burgemeester, wethouders, bestuurders van de Rekenkamer, (plaatsvervangend) bestuurders van het Utrechts Ombudsloket of leden van de Referendumcommissie worden aangemoedigd om integriteitsdilemma's en twijfels over het (voorgenomen) handelen van een andere hiervoor genoemde persoon te bespreken met de betreffende persoon zelf. Is dit redelijkerwijs geen optie of bestaat er verschil van inzicht, dan kan advies worden ingewonnen bij de burgemeester, de griffier, de gemeentesecretaris dan wel de coördinator integriteit.
Indien het inwinnen van extern advies gewenst is, dan geeft de burgemeester, de griffier, de gemeentesecretaris dan wel de coördinator integriteit hiertoe opdracht aan een ter zake deskundige, onafhankelijke externe adviseur. Het advies van deze adviseur is bestemd voor intern gebruik en wordt niet openbaar gepubliceerd. Indien openbaarheid van het advies is gewenst door de verzoeker, dient dit voorafgaand aan de opdrachtverlening te worden aangegeven. In dat geval zal de ingeschakelde adviseur gevraagd worden om een openbare versie van het advies op te stellen.
Artikel 3 Melden vermoeden integriteitsschending
Meldingen over een vermoeden van een integriteitschending kunnen door eenieder schriftelijk bij de burgemeester worden gedaan. De burgemeester bevestigt schriftelijk de ontvangst van de melding aan de melder. De griffier (voor de raadsorganen) of de gemeentesecretaris (voor het college) ondersteunen de burgemeester, kunnen desgewenst voor of namens de burgemeester communiceren.
De melding bevat een dagtekening, een omschrijving van de feiten en omstandigheden die aanleiding geven tot de melding alsmede de identiteit van de melder. Indien er legitieme redenen zijn om een melding anoniem te doen en de ernst van de melding daartoe aanleiding geeft, gaat de burgemeester na of noodzakelijk is dat de identiteit van de melder in de opvolging van belang is en of het desgewenst niet-prijsgeven van de identiteit een materiële beperking oplevert voor het onderzoek. Van een materiële beperking kan onder andere sprake zijn wanneer de melder de eigen identiteit niet bekend wil maken terwijl de melding over vermeende ongewenste omgangsvormen jegens melder gaat of wanneer het om eigen waarnemingen van de melder gaat, waardoor het kennen van de identiteit van de melder nodig is voor het adequaat kunnen toepassen van hoor en wederhoor. Een anoniem signaal en/of melding wordt niet automatisch in behandeling genomen, tenzij de ernst van de kwestie dit vereist en het voldoende aanknopingspunten biedt voor een feitenonderzoek.
De burgemeester kan besluiten geen vooronderzoek in te stellen, wanneer:
In redelijkheid de melding niet te onderzoeken is, bijvoorbeeld omdat het vermeende feit te lang geleden heeft plaatsgevonden, het vermeende feit niet te verifiëren is of de identiteit van betrokken personen niet bekend is of niet herleidbaar mag zijn, terwijl dit voor het onderzoek noodzakelijk is;
Voordat het vooronderzoek start, tenzij het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet, informeert de burgemeester de betrokkene tegen wie het vooronderzoek zich richt en het dagelijks bestuur (wanneer betrokkene onderdeel is van de raadsorganen) respectievelijk het college (indien betrokkene collegelid is). Daarbij benoemt de burgemeester ook de aard en het doel van het vooronderzoek.
Indien het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen oplevert voor mogelijk niet-integer handelen, of als er overeenkomstig met artikel 3 lid 4 gronden zijn om geen nader onderzoek in te stellen, dan kan de burgemeester het vooronderzoek sluiten. De burgemeester informeert de betrokkene over dit besluit en de conclusie van het vooronderzoek. De melder wordt eveneens van dit besluit door de burgemeester op een door de burgemeester te bepalen gepaste wijze in kennis gesteld.
Indien het vooronderzoek oplevert dat alle feiten en omstandigheden voldoende vaststaan en de betrokkene over wie de melding gaat is gehoord, dan zal de burgemeester een rapport van de bevindingen op laten maken en het vooronderzoek sluiten. De burgemeester informeert de betrokkene en het dagelijks bestuur c.q. het college en de melder over het besluit het vooronderzoek te sluiten. Artikel 8 lid 2, artikel 9 en artikel 10 zijn van overeenkomstige toepassing. Indien het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet, kan de kennisgeving aan de betrokkene en/of aan het dagelijks bestuur respectievelijk college en de melder worden opgeschort.
Artikel 5 Het integriteitsonderzoek
Voordat het integriteitsonderzoek start, informeert de burgemeester de betrokkene tegen wie het onderzoek zich richt en het dagelijks bestuur c.q. het college. Daarbij benoemt hij ook de aard en het doel van het integriteitsonderzoek. Indien het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet, kan de kennisgeving aan de betrokkene en/of aan het dagelijks bestuur respectievelijk het college worden opgeschort.
Artikel 6 Opdracht tot onderzoek
De burgemeester geeft opdracht aan daartoe gekwalificeerde onderzoekers om het onderzoek zoals bedoeld in artikel 5 uit te voeren. De burgemeester houdt hierbij daarnaast rekening met de benodigde expertise en onafhankelijkheid in relatie tot de inhoud van de melding en de bij de melding betrokken personen.
Het Protocol vermoeden integriteitsschending , vastgesteld door de raad op 18 januari 2024, wordt ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026,
De burgemeester,
Sharon A.M. Dijksma
De griffier,
Miguel Israel
Dit protocol geldt wanneer sprake is van een vermoeden van niet-integer handelen en dit vermoeden betrekking heeft op het handelen van een raadslid, een commissielid, de burgemeester, een wethouder, een bestuurder van de Rekenkamer, de (plaatsvervangend) Ombudsman van de gemeente Utrecht of een lid van de Referendumcommissie.
Het protocol geeft duidelijkheid over het proces wanneer melding wordt gedaan van een vermoeden van een integriteitsschending of een klacht over ervaren ongewenst gedrag . Daarnaast geeft het protocol duidelijkheid over de in dit proces betrokken personen . Ook worden met het protocol waarborgen gegeven voor de geldende principes van proportionaliteit en subsidiariteit en de toepassing van hoor en wederhoor.
Wanneer een vermoeden van een integriteitsschending wordt gemeld dat voldoende concreet is, kan daar een vooronderzoek naar worden ingesteld. Op grond van de uitkomsten hiervan vindt een afweging plaats of een integriteitsonderzoek gerechtvaardigd is. Een integriteitsonderzoek is bedoeld om de feiten over het vermeende niet-integer handelen te achterhalen en t e komen tot een onderbouwd oordeel over de gegrondheid van het vermoeden .
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-67663.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.