Gemeenteblad van Veere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2026, 67616 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2026, 67616 | beleidsregel |
Integraal armoedebeleid gemeente Veere 2026-2030
De gemeente Veere is een rijke gemeente. Rijk in de breedste zin van het woord: het is fijn wonen, inwoners kijken naar elkaar om en inwoners zijn blij met de vrijheid die ze hebben. Ook financieel heeft de gemiddelde inwoner van de gemeente Veere het best goed. Maar de gemiddelde inwoner bestaat niet. Ook in Veere wonen huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum.
Armoede is bepalend voor je dagelijks leven. Armoede is meer dan het gebrek aan inkomen. Het heeft ook gevolgen voor kunnen meedoen in de samenleving en armoede heeft een negatief effect op de gezondheid.
Een plan tegen armoede moet daarom breder zijn dan alleen inkomensondersteuning. Met armoede als invalshoek werkten we het Preventiebeleid, de aanpak Positieve Gezondheid, verder uit in een plan tegen armoede.
De gemeente Veere doet al veel dingen goed. Dit blijkt niet alleen uit de cijfers , maar ook uit de reacties van partners en inwoners. Het bereik van de bestaande minimaregelingen is vergelijkbaar met andere gemeenten in Nederland (CBS). Jammer genoeg zijn er nog veel inwoners die geen gebruikmaken van de minimaregelingen, maar daar mogelijk wel recht op hebben. We gaan daarom door met het bereiken van zoveel mogelijk inwoners die ondersteuning nodig hebben en ook met het verbeteren van het aanbod van minimaregelingen, met de samenwerking tussen gemeenten en ketenpartners, ondersteunende partijen en met kerken.
In dit plan staat wat we de komende jaren willen bereiken en hoe we dit willen doen.
Hierbij houden we zoveel mogelijk rekening met maatschappelijke ontwikkelingen en met het regeringsbeleid. We werken nauw samen met verschillende partijen waaronder de gemeenschappelijk regeling Orionis Walcheren (Orionis). Bovendien sluit dit plan aan op de aanpak in het Preventiebeleid en het Integrale beleidsplan Welzijn, Wmo en jeugdhulp.
Het vorige Armoedebeleidsplan is van te lang geleden. In de voorgaande jaren was het nog steeds een goede basis, maar steeds vaker moest worden ingespeeld op actualiteiten als Corona en energiecrisis. We namen eerder al adviezen van de Sociale Cliëntenraad Walcheren en initiatieven van de gemeenteraad over, bijvoorbeeld het gratis DalVrij-busabonnement.
Het is de hoogste tijd om de goede initiatieven van de afgelopen jaren op te nemen in actueel beleid en keuzes in de toekomst te maken vanuit een heldere visie
In Veere sta je niet alleen, we zijn er Samen tegen armoede.
Om te kunnen beoordelen of de bestaande regelingen en voorzieningen goed functioneren hebben we onderzoek gedaan. De uitkomsten en aanbevelingen hebben we op een rijtje gezet en we hebben gekeken welke adviezen voor onze inwoners passend en helpend zijn. We maakten een plan en stelden een aantal doelen op. We bedachten wat ervoor nodig is om die doelen te halen. Met de cijfers uit de onderzoeken weten we hoe het nu gaat en kunnen we over een paar jaar vergelijken of de plannen hebben gewerkt.
In 2024 heeft het onderzoeksbureau KWIZ, in opdracht van de Walcherse gemeenten, per gemeente onderzoek gedaan naar de omvang en samenstelling van de inwoners die binnen de doelgroep voor armoedebeleid en inkomensondersteunende regelingen vallen. Dit onderzoek is (deels) een herhaling van het onderzoek dat is gedaan in 2016.
De uitkomsten van het onderzoek heeft KWIZ samengevat in de ‘Evaluatie minimabeleid gemeente Veere’ (verder: KWIZ-rapport). Bij het formuleren van verbeteringen maakten we gebruik van de cijfers uit het KWIZ-rapport en de belangrijkste feedback die we ontvingen uit gesprekken met partners en inwoners.
In september 2025 ontvingen we een rapport van de Kinderombudsman over armoede . We vergeleken deze aanbevelingen met de uitkomsten van KWIZ en namen de voor Veere passende aanbevelingen over.
Ook keken we naar de armoedebeleidsplannen van andere gemeenten, met name van onze Walcherse buurgemeenten. Waar mogelijk, trekken we samen op. Dat doen we omdat we samen één uitvoeringsorganisatie voor de armoederegelingen hebben (Orionis Walcheren), maar ook omdat we elkaar kunnen versterken, ondersteunen en zaken efficiënter kunnen inrichten.
We toetsten aan wettelijke ontwikkelingen en niet in de laatste plaats zorgden we voor een sluitende aanpak en samenhang met andere beleidsthema’s.
Aanvullend op het KWIZ-rapport en de ervaring met het vorige armoedebeleidsplan zijn we uitgegaan van de bestaande beleidskaders en ontwikkelingen zoals:
• Kadernota 2023 - 2026 Orionis Walcheren.
• Preventievisie gezondheid en het Preventiebeleid.
• Integraal Beleidsplan Welzijn, Wmo en jeugdzorg.
• De ontwikkeling van het Sterk Lokale Team (SLT) en de ideale vraagroute.
• Ontwikkeling Lokale Inclusie Agenda.
Of je ‘formeel’ arm bent, hangt af van de definitie die je kiest. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) hanteert de volgende definitie:
‘Mensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben
voor de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden.’
In de gemeente Veere gaan we uit van de inkomensnorm van 130% van het sociaal minimum. Inwoners met een inkomen tot aan deze norm komen in aanmerking voor de minimaregelingen die onze gemeente biedt.
Tegelijkertijd beseffen we dat er inwoners zijn met een inkomen onder de 130%-norm die zich niet arm voelen en ervan rond kunnen komen. Terwijl er inwoners zijn met een hoger inkomen die het financieel zwaar hebben. Ook voor deze laatste groep – al vallen ze niet onder het Veers armoedebeleid - zijn er binnen onze gemeente voorzieningen waar ze op terug kunnen vallen.
Armoede heeft verstrekkende gevolgen. Een laag inkomen kan ertoe leiden dat je niet of nauwelijks kunt voorzien in je eerste levensbehoeften. Het kan ook een drempel zijn om te kunnen meedoen in de samenleving: niet kunnen sporten, onvoldoende schoolspullen hebben, geen gebruik kunnen maken van culturele activiteiten, niet naar een verjaardag kunnen omdat de vervoerskosten te hoog zijn of omdat je geen cadeau kunt kopen. En we schreven het al in de inleiding: armoede Heeft ook een nadelig effect op iemands gezondheid.
Als je de 6 ‘domeinen’ van Positieve gezondheid - hieronder - langs loopt, bedenk dan bij elke omschrijving hoe dit zal zijn als je arm bent, dus bijvoorbeeld niet genoeg geld hebt voor eten.
1) Je kunt je niet ontwikkelen zoals je dit wilt. Dat geldt voor volwassenen en zeker voor kinderen.
2) Je maakt je voortdurend zorgen, over geld, over de kinderen, over de toekomst.
3) Je kunt niet meedoen aan de samenleving zoals je dat zou willen. Simpele dingen die voor anderen gewoon zijn, zijn onbereikbaar. Kinderen kunnen op school en in hun vrije tijd niet meedoen met andere kinderen.
4) Omdat je je voortdurend zorgen maakt (stress), neemt je veerkracht af.
5) Kinderen merken de stress van de ouders en maken zich ook zorgen.
6) Omdat je veerkracht afneemt, wordt het steeds moeilijker om regie te houden.
7) Je voelt je niet veilig, je bent niet in balans.
In Veere vinden we daarom dat de aanpak van armoede meer is dan alleen het oplossen van geldproblemen.
Niet alleen is onze aanpak breder dan alleen geld, we zien ook een bredere groep inwoners die ondersteuning nodig heeft. We gaan uit van de inkomensnorm 130% van het sociaal minimum. Inwoners met een inkomen tot aan deze norm komen in aanmerking voor de minimaregelingen die de gemeente biedt.
Inwoners met een hoger inkomen vallen niet onder de regelingen van het armoedebeleid. Zij kunnen wel gebruik maken van algemene voorzieningen die zich richten op budgetbeheer of preventieve schuldhulpverlening. Om te voorkomen dat zij (verder) in de schulden raken.
Sommige groepen hebben vaker een minimuminkomen dan andere . Voorbeelden zijn eenoudergezinnen en alleenstaanden. Ook moeten jongeren tot 27 jaar in verhouding vaker rondkomen van een minimuminkomen dan andere leeftijdscategorieën.
In Veere vallen (relatief) weinig inwoners binnen de groep inkomens tot 130% van het sociaal minimum. Omdat de groep relatief klein is, is het niet handig om subgroepen te maken. Een subgroep zou maar uit een paar huishoudens bestaan. De subgroep is dan niet groot genoeg om er doelgroepenbeleid voor te formuleren. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat er subgroepen zijn die extra aandacht verdienen. Bijvoorbeeld jongeren, alleenstaanden (met kinderen) en gezinnen met problematische schulden.
Rondom kinderen herkennen we veel aanbevelingen uit het rapport over armoede van de Kinderombudsman. Je leest meer hierover in hoofdstuk 3.
Kortom, we hebben oog voor de brede groep inwoners en kiezen voor maatwerk waar dat nodig en mogelijk is.
Inwoners die in de (financiële) problemen zijn geraakt, kunnen bij de gemeente om hulp vragen. We noemen de vraag om hulp een ondersteuningsvraag. Een ondersteuningsvraag kan uit meerdere problemen bestaan.
Er zijn veel verschillende organisaties, partijen die inwoners met geldproblemen helpen (ondersteunen).
In dit plan delen we de partijen die ondersteunen in drie groepen in. Met de bedoeling dat dit plan beter te begrijpen is.
Groep: Ondersteunende partijen armoedeveld (vrije voorzieningen)
Hiermee bedoelen we professionele en vrijwilligersorganisaties, kerken, iedereen die op de een of andere manier inwoners helpt met of bij geldproblemen.
Sommige vrijwilligersorganisaties ontvangen subsidie van de gemeente.
Groep: Professionele algemene voorzieningen
Hiermee bedoelen we professionele organisaties die subsidie ontvangen van de gemeente. Zij voeren een deel van het gemeentebeleid uit. Inwoners kunnen zonder indicatie terecht bij deze voorzieningen.
Groep: Professionele geïndiceerde voorziening (Orionis)
Orionis is de uitvoeringsorganisatie die namens de Walcherse gemeenten zorgt onder meer voor de professionele uitvoering van de minimaregelingen, maar ook voor vroegsignalering, schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen en begeleiding naar werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Inkomenspolitiek betekent dat de overheid besluiten kan nemen die het inkomen van inwoners zowel hoger als lager kan laten uitvallen. De gemeente mag geen inkomenspolitiek bedrijven, dat mag alleen de Rijksoverheid.
Dat betekent dat de gemeente zich moet houden aan de wet en bijvoorbeeld bij armoedebeleid niet zelf regelingen mag uitvoeren die extra geld of voordeel opleveren.
Met het omschrijven van armoede en de doelgroep in het vorige hoofdstuk, beschrijven we de Veerse visie;
• Armoede is groter dan alleen te weinig geld hebben om van rond te kunnen komen. In Veere hebben inwoners voldoende geld om in hun eerste levensbehoeften te kunnen voorzien. En zij kunnen meedoen in de samenleving.
• Alle inwoners die moeite hebben met rondkomen, kunnen gebruik maken van algemene voorzieningen gericht op schuldenpreventie en schuldhulpverlening.
• Inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum vallen onder het armoedebeleid en kunnen gebruik maken van de minimaregelingen.
Net als in het preventiebeleid is dit plan tegen armoede erop gericht dat inwoners ondersteund worden met als doel dat zij weer zelfstandig kunnen meedoen in de samenleving. Waarbij we ons realiseren dat er een groep inwoners is die altijd ondersteuning nodig heeft. We ondersteunen op drie manieren:
Preventie: Inwoners ondersteunen zodat zij niet (verder) in de schulden komen of in armoede moeten leven.
Eigen kracht: Inwoners met schulden of in armoede ondersteunen om uit de schulden of armoede te raken, zodat ze op eigen kracht verder kunnen.
Ondersteunen: Inwoners met een laag inkomen ondersteunen zodat zij kunnen rondkomen en meedoen in de samenleving.
Hoe we dat precies kunnen bereiken is vaak maatwerk. We onderzochten of wat er is voldoende is, of dat we regelingen of maatregelen moeten verbeteren of misschien zelfs nieuwe dingen moeten toevoegen.
Hoe we omgaan met het ondersteunen van onze inwoners werd al eerder in andere beleidsplannen beschreven. We herhalen het hieronder.
Vanuit de brede visie is het logisch dat behalve de centrale plek voor armoedeondersteuning, er ook een netwerk is dat bredere ondersteuning kan geven dan alleen armoedeondersteuning. In het Preventiebeleid heet dit de ideale vraagroute.
Onderstaand model komt uit de Preventievisie gezondheid en het Preventiebeleid van de gemeente Veere. Het is een verbeelding van de ideale vraagroute. Waar kunnen inwoners terecht met hun ondersteuningsvraag en wie kunnen er helpen.
Afb. 1 Ideale vraagroute uit het Preventieplan Veere
Links van de stippellijn algemene voorzieningen , waar je laagdrempelig en zonder gemeentelijk besluit (of indicatie) gebruik van kunt maken. De organisaties bepalen met hun eigen regels of iemand gebruik kan maken van de ondersteuning die zij aanbieden.
Rechts van de stippellijn professionele ondersteuning, waarvan je alleen gebruik kunt maken als de gemeente positief beslist.
We voegden de drie groepen (hoofdstuk 1) die ondersteunen bij financiële problemen toe aan het plaatje uit het Preventieplan.
We houden de lijntjes kort tussen de zorg en ondersteuning in de directe omgeving van de inwoner en de minimaregelingen. Orionis en het (toekomstig) Sterk Lokale Team (SLT) zorgen ervoor dat ze elkaar goed kunnen vinden zodat we tijdig passende hulp kunnen bieden. Met het vormgeven van de SLT (als onderdeel van de ideale vraagroute) werken we dit komende tijd verder uit.
Hoe de Groep ‘Ondersteunende partijen’ en de Groep ‘Professionele algemene voorzieningen’ in het plan van de Ideale vraagroute precies een plaats krijgen weten we nog niet en willen we de komende jaren samen met hen uitdenken.
Voor inwoners met een laag inkomen is maatschappelijke participatie (meedoen) vaak lastig. Naast ondersteuning om te kunnen rondkomen, vinden we het ook belangrijk dat iedereen kan meedoen in de samenleving. Mee kunnen doen heet ook inclusie en komt ook terug in de Lokale Inclusie Agenda (LIA) van Veere.
We vullen onze ‘witte vlekken’ op en zorgen ervoor dat het aanbod goed aansluiten op de behoeften van de inwoners. We komen hierop terug bij de aanbevelingen van KWIZ in hoofdstuk 3.
In Veere verstaan we onder preventie:
• Voorkómen van een ondersteuningsvraag.
• Uitbreiding of vergroting van een ondersteuningsvraag voorkómen.
We verwachten van inwoners dat zij er alles aan doen wat binnen hun vermogen ligt om een ondersteuningsvraag te voorkomen, of om het probleem niet groter te laten worden.
- Tijdig oplossingen zoeken voor een (toekomstig) probleem.
- Advies vragen binnen hun eigen omgeving of aan een OCO .
- Tijdig om advies vragen aan een professional als de eigen omgeving geen oplossing weet.
Vroegsignalering en herkenning
Een laag inkomen en moeite met rondkomen speelt een grote factor in het ontwikkelen van problematische schulden. Met een laag inkomen is er vaak niet de ruimte om hier zelf uit te komen. Daardoor ontstaat (snel) een neerwaartse spiraal met vaak multi-problematiek .
Juist omdat het voor de doelgroep zelf moeilijk is om tijdig aan de bel te trekken, verwachten we van professionals dat zij er alles aan doen om ondersteuningsvragen over geldproblemen op tijd en op de juiste plaats te laten ondersteunen. Naast de rol die Orionis al heeft, verwachten we met een integrale aanpak dat ook andere professionals geldproblemen kunnen herkennen.
De gemeente zorgt voor informatie over schuldhulpverlening en het voorkomen van schulden. Uit de informatie blijkt welke voorzieningen algemeen zijn en welke niet.
De gemeente zorgt voor laagdrempelige voorzieningen waarvan inwoners gebruik kunnen maken bijvoorbeeld om een probleem te voorkomen, of een probleem zelf op te lossen.
Laagdrempelige vrij toegankelijke en algemene voorzieningen
De Veerse voorzieningen zijn begrijpelijk, gemakkelijk te vinden en toegankelijk. Veerse inwoners weten de weg naar een voorziening te vinden en maken er zonder schaamte en met vertrouwen gebruik van.
Onze inwoners worden ondersteund door vrijwilligers en professionals die breder kijken dan alleen armoede.
Kennis is macht. En regie over het eigen leven (eigen kracht) is een grondrecht. We staan klaar om inwoners te ondersteunen waar nodig, met als doel hen zoveel en snel mogelijk weer onafhankelijk van de gemeente laten zijn. Daarbij hoort dat inwoners herkennen dat zij een probleem hebben en dat zij daarbij ondersteunt kunnen worden. Het liefst in een zo vroeg mogelijk stadium.
We zorgen voor een goed bereik van de bestaande regelingen, onder andere door inwoners beter of doelgerichter te informeren over mogelijke regelingen. Maar ook door hen bewust te maken en mogelijke problemen te leren herkennen. Bijvoorbeeld bij grote veranderingen in het leven die gemakkelijk kunnen leiden tot problemen. Ondersteunende partijen kunnen helpen door inwoners bewust te maken.
De weg naar werk, is een weg naar zelfstandigheid, naar eigen kracht.
Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. Deze wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking.
De weg naar werk is wettelijk geregeld en deze taak wordt naar tevredenheid uitgevoerd door Orionis. We maakten daarom geen aanvullende plannen om cliënten eerder of sneller te re-integreren.
Vanaf 2026 wordt de Participatiewet bovendien beter ingericht om meer maatwerk te kunnen leveren.
Voor de doelgroep is er een vangnet met minimaregelingen. Die regelingen duren zolang als iemand het nodig heeft om weer op eigen benen te kunnen staan, want dat is in principe het doel. Of als dat niet lukt, om zoveel als mogelijk op eigen benen te staan.
Met deze uitgangspunten en kaders hebben we bepaald wat we willen bereiken en hoe we dit willen doen. In het volgende hoofdstuk vatten we de onderzoeken samen en zetten we de aanbevelingen op een rij. Om daarna in hoofdstuk 5 de aanbevelingen om te zetten in acties voor de komende jaren.
Daarnaast blijven we de maatschappelijke ontwikkelingen volgen en beoordelen nieuwe ideeën waarmee we dit plan kunnen aanvullen.
In dit hoofdstuk vatten we het onderzoek en de aanbevelingen uit het KWIZ-rapport samen. We beschrijven de belangrijkste aanbevelingen van de Kinderombudsman en we eindigen dit hoofdstuk met onze conclusies naar aanleiding van alle informatie.
Het onderzoek bestaat uit drie onderdelen. Allereerst is er een Armoedemonitor opgesteld waarin de omvang en de kenmerken van de doelgroep met cijfers in kaart zijn gebracht. Daarnaast is een er enquête uitgezet onder de doelgroep om de ervaringen van de inwoners rondom het gemeentelijke beleid te inventariseren.
Als derde onderdeel zijn er groepsinterviews geweest met organisaties die de doelgroep ondersteunen om zo hun ervaringen met het gemeentelijke beleid inzichtelijk te maken.
De armoedemonitor bestaat uit een analyse van bestandsregistraties. Hierin wordt de doelgroep en het gebruik van de regelingen uitgedrukt in cijfers. In de infographic hieronder een samenvatting van de belangrijkste cijfers.
Afb. 2 Infographic Armoedemonitor Gemeente Veere
In Veere valt ongeveer 5% van de huishoudens (ongeveer 500 huishoudens) in de groep met inkomens tot 130% van het sociaal minimum. Dit is lager dan het landelijk gemiddelde. Van deze ruim 500 huishoudens maken ongeveer 300 huishoudens gebruik van minimaregelingen of ontvangen een uitkering uit de Participatiewet. Ongeveer 225 inwoners maken geen gebruik van de minimaregelingen. Hieronder komen we terug op de vraag waardoor zij geen gebruik maken van de regelingen.
Volgens de cijfers woont een groot deel van de groep met inkomens tot 130% in Koudekerke. Koudekerke is ook een van de grotere dorpen. Van de kleine kernen is het aandeel samengevoegd tot ‘Overig’. We concluderen dat verhoudingsgewijs overal ongeveer evenveel huishoudens wonen met een inkomen tot 130% sociaal minimum .
Van de huishoudens uit de groep die we kennen heeft 45% een uitkering uit de Participatiewet, 17% heeft een AOW-uitkering en 38% ontvangt loon uit werk of een WW-uitkering. In het rapport lezen we dat huishoudens die langdurig (3 jaar of langer) moeten rondkomen met een inkomen op of onder de minimumgrens, het vaakst voorkomen bij inwoners met een uitkering uit de Participatiewet. En we zien dat 64% van deze huishoudens met een minimum inkomen alleenstaanden zijn en 13% zijn eenoudergezinnen.
Rechts boven in de infographic op bladzijde 11 zien we dat, met uitzondering van de inkomenstoeslagen, minimaregelingen niet goed worden gebruikt.
In het KWIZ-rapport lezen we dat de meeste gezinnen die geen gebruik maken van regelingen niet in beeld zijn bij de gemeente. Daarnaast zijn er ook 32 huishoudens die wel een uitkering ontvangen maar geen gebruik maken van inkomensondersteunende regelingen via Orionis.
We lezen in het deelrapport Behoeftepeiling minima dat 46% van de inwoners aangeeft dat de belangrijkste reden om geen gebruik te maken van een regeling is dat de regeling niet bekend is. KIWZ vergelijkt het bereik met andere gemeenten in de tabel hieronder.
Bron: KWIZ rapport blz. 4 en 5
In totaal zijn er 197 kinderen wel in beeld en naar schatting 53 kinderen niet in beeld die dagelijks te maken hebben met financiële armoede. Van de jongeren (18 tot 27 jaar) heeft 7% een minima-inkomen. In het KWIZ-rapport lezen we bovendien dat 72% van de ouders aangeeft dat kinderen niet altijd mee kunnen doen aan activiteiten van school.
Rechts beneden op de afbeelding zien we effecten van langdurige armoede. Zich zorgen maken (85%), geen geld voor leuke dingen (72%), niet kunnen meedoen (91%), zorg mislopen door kosten (63%). In het KWIZ-rapport vinden we nog een verdieping:
• 85% Van de doelgroep maakt zich zorgen om geld. 54% kan (soms) niet rondkomen.
• 72% Heeft soms te weinig geld om leuke dingen te doen en 74% heeft te weinig geld om hun vervoer te betalen.
• Regelingen worden voornamelijk gebruikt om maandelijks rond te kunnenkomen.
KWIZ interviewden zowel ketenpartners als de Sociale Cliëntenraad Walcheren en stuurde een enquête naar de doelgroep. Helaas werden er onvoldoende vragenlijsten ingevuld en werden vragenlijsten onvolledig ingevuld waardoor de uitkomst niet betrouwbaar is als mening of als beeld van hele doelgroep. We beschouwen onderdelen van de uitkomst van de enquête als een aanwijzing om verder uit te zoeken.
KWIZ vatte de uitkomsten samen in conclusies en zestien aanbevelingen . Niet alle aanbevelingen zijn nog van toepassing. In hoofdstuk 4 leggen we dit uit.
1. Maak subgroepen: een groep die kansrijk is om (weer) uit de financiële situatie te raken en een groep met langdurige minima. Zorg voor gerichte ondersteuning.
2. Biedt kerngericht en vraaggericht ondersteuning aan.
3. Zorg voor een integrale aanpak, samen met ketenpartners.
4. Onderzoek of de aanvragers van de energietoeslag (andere) ondersteuning nodig hebben.
5. Onderzoek of de pakketten van de collectieve zorgverzekering voldoende aansluiten op de vraag van de doelgroep.
6. Probeer de Walcherse regelingen meer op elkaar af te stemmen.
7. Overweeg om een OV-pas in te voeren.
8. Onderzoek dubbelingen in het aanbod voor kinderen, stem dit beter op elkaar af en voorkom versnippering (en onduidelijkheid).
9. Onderzoek of het Fonds Cultuur, Sport en Onderwijs nog voldoende effectief is. Promoot de regeling.
Over informatie en communicatie
10. Maak een duidelijk en begrijpelijk overzicht van beschikbare regelingen. Zorg ervoor dat de doelgroep de informatie gemakkelijk kan vinden.
11. Betrek communicatieadviseurs voor een goed plan van aanpak.
12. Zorg ervoor dat alle ketenpartners ook over deze informatie beschikken.
13. Onderzoek hoe de doelgroep beter kan meedoen; is het aanbod regelingen effectief? Kijk ook naar preventieve, laagdrempelige voorzieningen.
14. Onderzoek andere belemmeringen om mee te kunnen doen, bijvoorbeeld de bereikbaarheid.
15. Zorg voor een actueel overzicht van alle ketenpartners en zorg ervoor dat dit gemakkelijk te vinden is.
16. Breng het sociale veld beter met elkaar in verbinding.
Eén op de 28 kinderen in Nederland leeft in armoede. Dat betekent dat in bijna elke klas een kind zit dat het thuis niet breed heeft. Dat heeft invloed op het leven van kinderen. Op hoe het thuis gaat, op school en in hun vrije tijd.
Maar ook op hun ontwikkeling en hun toekomst. Kinderen die opgroeien in armoede hebben meer kans om als volwassene zelf ook in armoede te leven.
De ombudsman voerde een kwalitatief onderzoek uit: hoe ervaren kinderen, jongeren hun leven. Enkele uitkomsten uit dit onderzoek zijn:
• Kinderen die in armoede leven geven hun leven een lager cijfer dan kinderen die niet in armoede leven.
• In de meeste gezinnen met armoede is sprake van multi-problematiek .
• Kinderen die in armoede leven hebben vaker te maken met onzekerheid; er zijn vaker plotselinge veranderingen zoals verhuizen of van school veranderen.
• Er is vaker sprake van ruzie of huiselijk geweld in gezinnen met armoede. De kinderen hebben zelf vaker van stress en krijgen vaker hulp van de jeugd GGZ.
In Veere is Positieve gezondheid de kapstok om integraal beleid te maken en uit te voeren. In het Integraal Beleidsplan Welzijn, Wmo en jeugdhulp staat duidelijk wat we belangrijk vinden voor alle kinderen in Veere:
In dit hoofdstuk bekijken we per aanbeveling wat de actuele situatie is in Veere. Een aantal aanbevelingen is inmiddels achterhaald of vonden we niet passend in onze gemeente of de manier waarop wij inwoners willen ondersteunen.
We vergelijken de aanbevelingen van KWIZ en de Kinderombudsman en toetsen ook andere (nieuwe) beleidsplannen, om zo tot een samenhangende aanpak te komen.
Eerst over het rapport van de Kinderombudsman.
Conclusie rapport Kinderombudsman
Het rapport van de Kinderombudsman is op gebaseerd op een landelijk beeld.
Een groot deel van de aanbevelingen van de Kinderombudsman passen we in Veere toe: we werken integraal, we ondersteunen ouders (financieel, maar ook breder) en we geven kinderen zoveel als mogelijk een eigen stem.
We wachten eventuele verdere instructies van de rijksoverheid af. Ondertussen blijven we, samen met onze partners in het veld, invulling geven aan ons beleid dat past bij onze inwoners. Jong en oud, ouders én kinderen.
Over de doelgroep (aanbevelingen 1,2,3,4)
1,2,3) In Veere is de Preventievisie Gezondheid de visie op een integrale aanpak. Het preventiebeleid is de kapstok waarlangs we werken.
In onze visie over armoedebeleid maken we onderscheid in drie richtingen:
We werken ook in dit plan de ideale vraagroute verder uit. Hierbij hoort een samenhangende aanpak en samenwerken met ketenpartners (zie ook bij sociaal veld verderop).
4) De energietoeslag is inmiddels verlopen. We hebben niet alle inwoners die hierop aanspraak hebben gemaakt nog in beeld – mensen zijn bijvoorbeeld verhuisd, hebben meer inkomen gekregen, zijn gaan samenwonen. Hierdoor, en ook met het oog op de privacy, kunnen we niet terugvallen op deze regeling om een breder bereik te creëren voor andere regelingen. In de beschikkingsbrief van de energietoeslag werd overigens gewezen op minimaregelingen van de gemeente.
Over beleid (aanbevelingen 5,6,7)
5) Deze aanbevelingen vinden we overbodig: De Walcherse gemeenten en Orionis bekijken elk jaar of de collectieve ziektekostenverzekering voldoende passend is.
6) In onze Walcherse samenwerking is afstemming en éénduidigheid belangrijk. We begrijpen dat het voor ketenpartners gemakkelijker wordt om voor alle gemeenten dezelfde regelingen uit te voeren. Ook geeft het duidelijkheid naar de inwoners. En we stellen de inwoner centraal, daarbij werken zoveel als mogelijk vraag- en kerngericht. Waar moet, wijken we dan af van het eenduidigheidsprincipe. Uit een inventarisatie van begin 2025 bleek overigens dat het aanbod nagenoeg hetzelfde is in heel Walcheren.
7) Inmiddels heeft Veere sinds begin 2025 een OV-regeling (zie hoofdstuk 5).
Over kinderen (aanbevelingen 8,9)
Beide aanbevelingen laten we terugkomen in hoofdstuk 5.
Over informatie en communicatie (aanbevelingen 10,11,12)
In Veere is dit een onderdeel van de ‘ideale vraagroute’ en het inrichten van de diverse voorwaarden. We maken een plan om dit goed uit te werken.
Over Meedoen (aanbevelingen 13,14)
We vinden dat meedoen ook hoort bij het beleidsthema Welzijn en ook hoort bij het plan Lokale inclusie agenda. In dit armoedebeleidsplan gaat het over problemen met geld. In andere beleidsplannen gaat het bijvoorbeeld over aanpak van eenzaamheid of hulp bij stress. De uitkomsten van dit armoedeonderzoek worden ook in (de uitvoering van) andere beleidsplannen meegenomen. Zo zorgen we voor een samenhangende aanpak.
Over het Sociaal Veld (aanbevelingen 15,16)
Het ‘sociaal veld’ is in Veere een onderdeel is van de ideale vraagroute. De uitwerking van de ideale vraagroute is een gezamenlijk inspanning van ‘alle’ ketenpartners, organisaties, instellingen, kerken, verenigingen etc. in Veere.
De samenwerking met de ketenpartners ‘armoede’ wordt een integraal onderdeel van de uitwerking van de ideale vraagroute en de verschillende netwerken die we daarbinnen zien . In bijlage 2 maakten we een eerste inventarisatie van meewerkende partijen, met de bedoeling om dit overzicht samen verder te verbeteren.
Uitvoering: Orionis, ketenpartners en andere betrokkenen
We lezen in het KWIZ-rapport ook dat er veel goed gaat. Bijvoorbeeld over wat de verschillende organisaties in het armoedeveld en Orionis al doen en hoe zij samenwerken. Als we terugkijken naar de verbeelding van de ideale vraagroute (bladzijde 8) dan concluderen we dat we vooral ervoor willen zorgen dat inwoners nog gemakkelijker, ook zonder indicatie hulp kunnen krijgen.
In de gemeente Veere spelen kerken een belangrijke rol in het sociale leven van inwoners. De kerken weten via kerkgangers vaak wie het financieel niet breed heeft en bieden op verschillende manieren hulp. Soms doen zij dit ook in samenwerking met Orionis en andere betrokken partijen. Tegelijkertijd, zijn de kerken, net als de gemeente en andere ondersteunende organisaties op zoek naar mensen die nog onder de radar zitten. We vinden het belangrijk dat de gemeente goed samenwerkt met alle ondersteunende partijen in het armoedeveld.
Vanaf 2026 wordt de Participatiewet in 3 fases gewijzigd . Een paar kernbegrippen uit deze aangepaste wet zijn vereenvoudiging, vertrouwen en menselijke maat.
We concluderen dat de veranderingen in de Participatiewet goed aansluiten bij de Veerse manier en dat de nieuwe Participatiewet onze integrale aanpak zal versterken.
Voor meer informatie verwijzen we naar de website van de VNG.
Om de doelen te kunnen halen zijn deze voorwaarden onmisbaar:
• Er zijn doelgerichte laagdrempelige vrij toegankelijke en algemene voorzieningen die aansluiten op de behoefte van groepen Veerse inwoners.
• Er is informatie over algemene voorzieningen.
o Inwoners kunnen de informatie gemakkelijk vinden. De doelgroep kent deze informatie.
o (professionele) Ondersteuners kennen deze informatie.
• Er is informatie over financiële problemen.
o Inwoners kunnen deze informatie gemakkelijk vinden. De doelgroep kent deze informatie
o (professionele) Ondersteuners kennen deze informatie.
Zoals we schreven in het voorwoord hebben we afgelopen jaren samen geïnvesteerd in goede regelingen en in een nauwe samenwerking met alle betrokken partijen. Niet alles hoeft beter en nieuw.
Sterker nog, het meeste gaat goed. We willen een paar punten beter onderzoeken of verbeteren. En we benoemen een paar zaken die afgelopen periode gestart zijn.
We maakten drie groepen; acties die bijdragen bij Preventie, acties die bijdragen bij Eigen kracht en acties die bijdragen bij Ondersteuning.
|
Plan van aanpak maken met duidelijke doelen. Zie hieronder: OPWA en Voorzieningenwijzer (verder) inpassen in het Veerse netwerk. |
|
|
Informatie over alle manieren van ondersteuning en voorzieningen in de gemeente Veere, op Walcheren. |
|
|
Aandacht voor laaggeletterden, en ouderen. |
|
Dit plan is geen statisch plan. We blijven in contact met onze inwoners en andere betrokken partijen. Samen kijken we hoe we de doelgroep het beste kunnen blijven ondersteunen. Dit doen we door te praten, te luisteren en door actie te ondernemen. Dit beleidsplan is papier. Het is aan ons allen om er echt wat mee toe doen. Want daar staan we voor: Samen tegen armoede!
Binnen de gemeentebegroting is een structureel budget opgenomen voor de bestedingen binnen het armoedebeleid. In totaal gaat het om € 550.000. Van dit budget wordt meer betaald dan alleen de bekende gemeentelijke regelingen, waaronder de bijzondere bijstand.
We hebben uitgerekend dat het budget voorlopig voldoende is om de plannen uit hoofdstuk 5 uit te voeren.
Omdat het de bedoeling is om meer mensen uit de doelgroep te bereiken, kan het zijn dat we meer budget nodig hebben. Ook als er meer mensen binnen de doelgroep vallen , kan het zijn dat er meer mensen gebruik maken van de regelingen.
We monitoren de uitgaven meerdere keren per jaar. Wanneer nodig wordt de gemeenteraad geïnformeerd en wordt een budgetwijziging voorgesteld.
Om onze beleidsdoelen te halen werken we samen met verschillende organisaties die hiervoor subsidie ontvangen. Dat kan zowel een jaarlijkse subsidie zijn als een éénmalige subsidie (voor een activiteit of een project).
De voorwaarden om een subsidie aan te kunnen vragen staan in ons Subsidiebeleid, in de Algemene subsidieverordening en in de Nadere regels Armoedebeleid subsidies .
In 2026 actualiseren we de nadere regels, zodat duidelijker wordt voor welk beleidsdoel en effect men een subsidie kan aanvragen.
Over een aantal jaren willen we de effecten zoals beschreven bij ‘Wat willen we bereiken’ hebben gehaald. We kunnen dit meten door opnieuw onderzoek te (laten) doen.
Monitoren betekent nagaan of we op de goede weg zijn. Levert de actie of het plan het gewenste resultaat op?
We spreken met alle partners duidelijk af wat de bedoeling is. Wat willen zij met hun acties bereiken, hoe draagt dat bij aan de doelen in dit plan.
We monitoren door in elk geval eenmaal per jaar te overleggen met de professionele partners en door aan het eind van het jaar een verslag of verantwoording over de activiteiten te verlangen.
Een aantal van onze partners houdt op eigen initiatief interessante tellingen bij die we ook kunnen gebruiken om te monitoren.
Aldus vastgesteld tijdens de openbare raadsvergadering van de gemeente Veere,
d.d. 5 februari 2026,
de griffier, de voorzitter
Er zijn ook opties onderzocht die we niet meenemen in dit plan. We vermelden deze opties met een uitleg waarom we (nu) niet kiezen voor deze opties.
SUNN is een noodhulp organisatie die noodhulp aanbiedt wanneer mensen snel en incidenteel geld nodig hebben. Er zijn in 2025 100 gemeenten aangesloten bij 33 noodhulp-bureaus.
In Veere zijn er mogelijkheden om ook in acute situaties financieel bij te springen. Inwoners weten hiervoor Orionis en de gemeente voldoende goed te vinden.
Bovendien is aansluiten bij SUNN niet gratis. We besteden dit geld liever rechtstreeks aan de inwoners.
We zien geen reden om deze werkwijze aan te passen en sluiten daarom niet aan bij SUNN.
Het Jongeren Perspectief Fonds (JPF) biedt een aanpak voor jongeren tot 27 jaar met problematische schulden. De aanpak is gericht op het wegnemen van financiële zorgen en begeleiding naar werk. Hun insteek is om met de jongeren te werken aan een toekomstperspectief.
Juist omdat deze groep uit het onderzoek van KWIZ opviel, onderzochten we deze optie.
Hoewel wij de groep significant groot vinden, is de groep voor deze optie te klein.
Het JPF is in ontwikkeling en kijkt ook naar mogelijkheden voor kleine gemeenten voor wie de investering niet opweegt tegen de omvang van de doelgroep. Als er toch behoefte blijkt aan een dergelijke oplossing, zoeken we weer contact met het JPF om te zien of het past bij de behoeften van de inwoners.
Tot die tijd kunnen de gemeente en Orionis genoeg ondersteuning bieden aan de jongeren.
BIJLAGE 2: Partijen met armoedebeleidssubsidie (2025)
BIJLAGE 3: Bijzondere bijstand en armoederegelingen in Veere
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-67616.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.