Gemeenteblad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2026, 67572 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2026, 67572 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Gedragscode voor burgemeester en wethouders gemeente Utrecht
Hoofdstuk 1 Het voorkomen van belangenverstrengeling
Collegeleden staan midden in de maatschappij en hebben oog voor wat er leeft en speelt. In hun werk houden zij altijd het algemeen belang voor ogen en gaan zij actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegen. Zij mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen van zichzelf, een ander, of een organisatie waarmee zij een persoonlijke betrokkenheid hebben.
Artikel 1.1 Onthouden deelname beraadslaging en stemming
Als collegeleden ingevolge het eerste lid niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming, melden zij dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt aan de voorzitter en vermelden zij op welke wijze de besluitvorming hun in het bijzonder aangaat. Collegeleden beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren. Het onthouden van deelname aan de beraadslaging en stemming wordt aangetekend in de besluitvorming.
Collegeleden die in de vergadering aanwezig zijn en voor wie artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet niet van toepassing zijn, kunnen zich in onderling overleg onthouden van beraadslaging en/of stemming, indien meedoen aan de beraadslaging of stemming nadelige effecten zou hebben of ongewenste beeldvorming zou oproepen.
Artikel 1.2 Melden van nevenfuncties en lidmaatschappen
Collegeleden leveren de gemeentesecretaris bij aanvang van hun ambt de informatie aan over nevenfuncties die zij bekleden en voor zover de wet daartoe verplicht, daaruit voortkomende inkomsten, die op grond van artikel 41b en artikel 67 Gemeentewet openbaar gemaakt moeten worden. Ook melden zij de lidmaatschappen die relevant zijn met het oog op hun ambt. Als zij gedurende hun ambt nieuwe functies of nieuwe relevante lidmaatschappen aanvaarden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies of lidmaatschappen wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft direct aangeleverd bij de gemeentesecretaris. Ook toekomstige functies en lidmaatschappen worden gemeld, op het moment dat het collegelid er kennis van heeft.
Artikel 1.3 Melden van financiële belangen
Collegeleden doen bij de gemeentesecretaris opgaaf van hun relevante en significante financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tijdens het ambt ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden.
Artikel 1.5 Afspraken over functies na aftreden
De bestuurder wordt de eerste twee jaar na de beëindiging van zijn betrekking uitgesloten van het tegen betaling verrichten van werkzaamheden voor de gemeente op het terrein van zijn voormalige portefeuille. Hieronder vallen ook werkzaamheden via een (andere) rechtspersoon, waarbij hij een overwegende feitelijke zeggenschap heeft. Van de werkzaamheden zijn het raads- en wijkraadslidmaatschap en een dienstbetrekking bij de gemeente uitgezonderd. De burgemeester kan in bijzondere gevallen uitzonderingen toestaan op deze bepaling als toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Het college draagt de (oud-) burgemeester of een (oud-) wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Hoofdstuk 2 Geschenken, uitnodigingen en buitenlandse dienstreizen
Collegeleden mogen hun invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door gekregen of in het vooruitzicht gesteld geld, goederen, diensten of uitnodigingen.
Artikel 2.3 Internationale reizen
Collegeleden die het voornemen hebben uit hoofde van hun ambt of uit hoofde van een ambtsgebonden nevenfunctie een internationale reis (daaronder valt ook een reis naar de landen van het Koninkrijk in de Caraïben en de BES eilanden) te maken of worden uitgenodigd voor een internationale reis of werkbezoek op kosten van derden, hebben vooraf toestemming nodig van het college. De betreffende collegeleden verschaffen voor de besluitvorming informatie over het doel van de reis, het gekozen vervoersmiddel, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.
Internationale werkbezoeken tot 750 kilometer vanaf Utrecht worden per (snelle) trein afgelegd, waarbij het college de bevoegdheid heeft (in incidentele gevallen) af te wijken van deze richtlijn, bijvoorbeeld vanwege reisduur. Bij afstanden groter dan 750 kilometer wordt de CO2-uitstoot van vluchten standaard gecompenseerd. Per vliegtuig mag in beginsel niet in de eerste klasse (of daarmee vergelijkbare klasse) worden gereisd. Slechts voor zover de omstandigheden daartoe noodzaken staat het college een collegelid toe om met een hogere klasse te reizen. De compensatie van de CO2-uitstoot, wanneer toch gevlogen wordt, wordt in de reiskosten voor de betreffende buitenlandse reis meegenomen.
Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een collegelid naar en in het buitenland is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken.
Hoofdstuk 3 Gemeentelijke voorzieningen
Collegeleden gaan op een behoedzame manier om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen die hun ter beschikking staan en gebruiken die alleen waar ze voor zijn bedoeld.
Artikel 3.1 Gebruik van voorzieningen
Collegeleden houden zich aan de regels voor het gebruik van algemene interne voorzieningen. Collegeleden gebruiken gemeentelijke voorzieningen en eigendommen alleen waarvoor zij zijn bedoeld.
Artikel 3.2 Onkostenvergoedingen en declaraties
De in redelijkheid door collegeleden gemaakte noodzakelijke onkosten worden vergoed. Collegeleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties. Zij declareren geen zaken die door de onkostenvergoedingen worden gedekt.
Artikel 3.3 Gebruik ICT-middelen
Collegeleden houden zich bij gebruik van de ICT-middelen van de gemeente aan het protocol automatiseringsmiddelen. Daarbij is van belang dat:
Artikel 3.4 Gebruik dienstauto
Collegeleden mogen de dienstauto met chauffeur gebruiken voor vervoer voor woon-werkverkeer, zakelijk gebruik en ambtsgebonden nevenfuncties. Kosten voor het gebruik van openbaar vervoer en de belastingvrije kilometervergoeding voor woon-werkverkeer, zakelijk gebruik en ambtsgebonden nevenfuncties worden vergoed. In geval van twijfel over de toepassing van dit artikel bespreken collegeleden dit in het college.
Hoofdstuk 4 Omgang met informatie
Collegeleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij beschikken. Daar hoort ook bij dat zij niet met opzet een feitelijk onjuiste voorstelling van zaken geven over gebeurtenissen in en rond de gemeente.
Collegeleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze om met elkaar, raadsleden, ambtenaren en inwoners. Zij onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van de gemeente.
Collegeleden bejegenen elkaar, de raadsleden, de griffier, de gemeentesecretaris, andere ambtenaren en inwoners op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij blijven ver weg van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van ambtenaren, collegeleden, raadsleden of inwoners zijn ongewenste omgangsvormen.
Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen collegeleden actief de sociale veiligheid in het college en in de organisatie. Dat doen collegeleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collegeleden kunnen elkaar hierbij ondersteunen.
Artikel 6.1 Gedragscode als leidraad
Als leidraad voor het handelen van collegeleden, kan de gedragscode steun bieden bij het maken van afwegingen. Maar elke situatie is weer anders en er zullen altijd weer leemtes of onduidelijkheden zijn. Daarom is het belangrijk om als collegeleden met elkaar in gesprek te blijven over de inhoud en toepassing van de gedragscode en de onderliggende waarden. Op voorstel van de burgemeester maakt het college in ieder geval afspraken over de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder.
De ‘Gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht 2018’ (zoals vastgesteld op 5 juli 2018) wordt ingetrokken.
Deze gedragscode is van toepassing op de individuele collegeleden en op de bestuursorganen college van B&W en burgemeester.
Minimaal een keer per bestuursperiode evalueert de raad de gedragscode op actualiteit, functioneren en of deze naar behoren wordt nageleefd. Het college wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven op de eigen gedragscode.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026.
De burgemeester,
Sharon A.M. Dijksma
De griffier,
Miguel Israel
Goed bestuur is integer bestuur. Zonder integer bestuur zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat ondermijnd raken en het draagvlak voor de naleving van wetten en regels verdwijnen.
Integriteit van burgemeester en wethouders (hierna ook: collegeleden) verwijst naar de zorgvuldigheid die zij moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Vertrekpunt daarbij is de eed of belofte die zij bij hun benoeming afleggen. Daarin verklaren collegeleden hun plichten “naar eer en geweten” te zullen vervullen. Deze gedragscode geldt niet alleen voor de burgemeester en de wethouders als individuele collegeleden maar ook voor de bestuursorganen: het college van B&W en de burgemeester.
Deze gedragscode helpt collegeleden invulling te geven aan deze woorden. Ze bevat een nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. Daarnaast bevat ze kernbegrippen en onderlinge afspraken die bedoeld zijn als houvast en toetssteen. Zo vormt de gedragscode een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussies.
De gedragscode bevat ook afspraken over gewenste onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang tussen collegeleden, raadsleden en ambtenaren, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is immers niet alleen gewenst op individueel niveau, maar ook een voorwaarde voor het optimaal functioneren van het college in het democratisch samenspel. Daarnaast is het van groot belang voor het vertrouwen van inwoners in de Utrechtse democratie.
De wettelijke grondslag voor deze gedragscode is artikel 41c lid 2 en artikel 69 lid 2 in combinatie met artikel 15 lid 3 Gemeentewet. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling. Dat wil niet zeggen dat de gedragscode vrijblijvend is. Collegeleden kunnen op correcte naleving worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden naar elkaar, naar de burgemeester, naar de raad en naar inwoners van de gemeente Utrecht.
Om die reden zijn in Utrecht ook handelingsprotocollen opgesteld, waarin staat hoe te handelen bij twijfel of vermoedens van integriteitsschendingen en wat je kan doen als je ongewenst gedrag ervaart. Uiteindelijk geldt: integriteit moet je doen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is een dode letter. Daarom is het goed als het handelen van collegeleden regelmatig onderwerp van gesprek is, juist ook onderling. Deze gedragscode biedt daar een kader voor en biedt handvatten voor kritische reflectie.
Met macht komt verantwoordelijkheid. Collegeleden tonen zich bewust dat hun positie in onze democratische rechtsstaat met zich meebrengt dat zij bereid zijn over hun handelen verantwoording af te leggen, naar elkaar, naar de raad en naar de inwoners toe. Bij hun handelen stellen zij de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal.
Op collegeleden moet men kunnen rekenen. Zij stellen het belang van Utrecht voorop. Collegeleden handelen zodanig dat organisaties en inwoners op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. In het samenspel met de ambtelijke organisatie en de raad handelen collegeleden met respect voor ieders rol en hanteren zij correcte omgangsvormen.
Collegeleden handelen transparant en leggen over hun handelen proactief verantwoording af. Bij twijfel over wat juist is om te doen, zijn zij open en bespreken zij dilemma’s.
Integriteit is meer dan het respecteren van de juridische kaders. Het is ook belangrijk dat collegeleden aan de buitenwereld kunnen uitleggen waarom zij tot keuzes komen. Collegeleden zijn zich bewust van het feit dat hun handelen binnen en buiten het Stadhuis en het Stadskantoor van invloed is op hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken en daarmee van invloed is op het vertrouwen in de gemeente. Schending van integriteitsnormen of publieke discussie daarover brengen niet alleen schade toe aan individuele politieke ambtsdragers, maar ook aan het collectief dat zij vertegenwoordigen: de gemeente Utrecht.
Bij veel besluiten die het college neemt, kan direct of indirect een persoonlijk belang van collegeleden in het geding zijn. Dat is inherent aan wonen, werken en recreëren in Utrecht. Een persoonlijk belang hebben bij besluiten is op zichzelf niet doorslaggevend bij de vraag of sprake is van belangenverstrengeling. Een collegelid dient zich volgens de wet alleen van beraadslaging en stemming te onthouden als hij naast een persoonlijk belang ook een onmiddellijk of actueel belang bij een aangelegenheid heeft.
Onder omstandigheden kan het handiger zijn om niet deel te nemen aan de besluitvorming, als dit nadelige effecten zou hebben of ongewenste beeldvorming zou kunnen oproepen. De ‘schijn tegen’ hebben kan – ondanks dat er juridisch geen belemmeringen zijn – toch problematisch zijn.
Ben je jarenlang in het onderwijs werkzaam geweest, dan ligt het misschien voor de hand om onderwijs in portefeuille te hebben. Maar als je als wethouder met het schoolbestuur om tafel moet waar je tot voor kort onderdeel van was of waarvoor je hebt gewerkt, dan kan het handig zijn om je afzijdig te houden van het dossier. Nadelige effecten of ongewenste beeldvorming kunnen zo worden vermeden. Dat is een vorm van bestuurlijke hygiëne. Hetzelfde geldt voor het wijkwethouderschap van je eigen wijk of ruimtelijke ontwikkelingen in de stad waar je zelf direct belanghebbende bent.
Let wel: het moet gaan om bijzondere gevallen, wanneer een duidelijk verband bestaat (of kan worden gelegd) tussen bestuurlijke besluitvorming en eigen belangen.
Overigens moet je je ook van beraadslagen en meestemmen onthouden als het persoonlijk belang van bloed- of aanverwanten of een andere intensieve persoonlijke relatie in het geding is.
Naast de juridische kaders, waarbinnen zoals hierboven beschreven, niet snel sprake is van belangenverstrengeling, speelt ook de buitenwereld een rol. Die kijkt vaak kritisch mee. Het is belangrijk dat collegeleden aan inwoners en media kunnen uitleggen dat hun persoonlijk belang geen invloed heeft op de besluitvorming. Publieke discussie hierover kan immers afbreuk doen aan het vertrouwen in een collegelid en de gemeente.
Het collegelid maakt in de eerste plaats zelf de afweging of het zich dient te onthouden van een stemming of beraadslaging. Twijfel je? Bespreek het dan in het college en vraag advies.
Om discussie te voorkomen hebben we in de Utrechtse politiek afgesproken steeds proactief transparant te maken in hoeverre bepaalde besluiten jou ook persoonlijk aangaan, welke financiële belangen mogelijk meespelen en wat jouw nevenfuncties zijn (artikel 41b en 67 Gemeentewet).
Ook toekomstige nevenfuncties die bij jou al bekend zijn (over zes maanden word je voorzitter van de Fietsersbond, of penning meester bij de tennisclub), meld je in het register. Zo zijn we open over toekomstige privébelangen die nu al een rol kunnen spelen bij publieke besluiten.
Belangenverstrengeling ligt ook op de loer als je financiële belangen hebt bij een organisatie of onderneming die een relatie met de gemeente heeft of kan krijgen, en waarover de gemeente besluiten neemt.
Voorbeelden zijn besluiten over bestemmingsplannen, aanbestedingen, subsidieverstrekking, verlenen van advies en onderzoeksopdrachten. In dat geval is het goed melding te maken van jouw financiële belangen - of die van je partner of een intensieve persoonlijke relatie.
Het begrip ‘financieel belang’ moet ruim worden opgevat. Een deelneming in een bedrijf of onderneming valt hieronder, maar ook het bezit van effecten, bouwgrond, onroerend goed. Zulke financiële belangen kunnen een rol gaan spelen bij afwegingen die je maakt over bijvoorbeeld bestemmingsplannen of grondverkopen. Ook negatieve financiële belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen relevant zijn.
Verboden handelingen en overeenkomsten
Tot slot bevat de gedragscode ook afspraken die betrekking hebben op artikel 15 Gemeentewet. Daarin staan handelingen en overeenkomsten die collegeleden niet mogen verrichten of aangaan. Het gaat dan met name om situaties waarin je wederpartij bent en dus tegenover de gemeente komt te staan. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin de stichting waarvan je voorzitter bent, een pand wil kopen of huren van de gemeente. In sommige gevallen is een ontheffing mogelijk. In andere gevallen werpt artikel 15 geen belemmeringen op: bijvoorbeeld als je als inwoner zelf bezwaar hebt tegen een besluit van de gemeente. Omdat er veel uitzonderingen en nuances zijn, willen we hier zorgvuldig mee omgaan. De afspraak is om bij twijfel advies in te winnen in het college.
Artikel 1.5 Dit artikel beoogt te voorkomen dat de oud-bestuurder kennis en contacten opgedaan uit hoofde van zijn functie als bestuurder van de gemeente, na beëindiging van zijn betrekking bij de gemeente gebruikt voor commercieel of persoonlijke doeleinden. De reikwijdte van dit artikel is niet beperkt tot de oud-bestuurder die een eenmanszaak heeft of als zzp’er werkzaamheden voor de gemeente verricht, maar strekt zich tevens uit tot die situaties waarin de oud-bestuurder overheersende feitelijke zeggenschap heeft over de werkzaamheden die ten behoeve van de gemeente worden verricht. Daarbij is de juridische (rechts)vorm waarin de werkzaamheden worden verricht geen relevante maatstaf. Zo geldt dit artikel ook voor de oud-bestuurder die werkzaam is bij een BV en hij overheersende feitelijke zeggenschap heeft over de werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. Van ‘overheersend’ zal geen sprake zijn, als de oud-bestuurder lid is van een meerkoppige directie en daarmee slechts enige invloed heeft. Uit het criterium ‘feitelijk’ vloeit voort, dat niet slechts een formele functie van de oud-bestuurder onder deze bepaling valt, maar alleen de omstandigheid dat de oud-bestuurder daadwerkelijk overheersende invloed uitoefent op de uitvoering van de werkzaamheden. Het bedrijf waar de oud-bestuurder werkzaam wenst te zijn, kan interne maatregelen treffen om de feitelijke en overheersende invloed van de oud-bestuurder op de werkzaamheden voor de gemeente te beperken.
Artikel 41b en 67 Gemeentewet (nevenfuncties)
Artikel 36b en 68 Gemeentewet (onverenigbare functies)
Artikel 41c, 69, 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten)
Artikel 58 en 28 Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming)
Geschenken en uitnodigingen kunnen een sluiproute naar beïnvloeding zijn. Uitgangspunt bij de regels over geschenken, faciliteiten, diensten en uitnodigingen is dat kleine attenties en attenties die een functioneel doel hebben mogen worden aangenomen. Voor de publieke verantwoording en het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling, meld je attenties met een (geschatte waarde) vanaf €50 aan de secretaris, voor opname in het register. Komt door het geschenk je onafhankelijke positie of oordeelsvermogen in het geding, dan weiger je het geschenk.
Gaat het om een bloemetje omdat je bijvoorbeeld een lezing hebt gegeven, dan is dat geen probleem. Krijg je korting in een restaurant, bij het onderhoud van je fiets of advertentieruimte in de lokale krant van een gulle gever, dan is de vraag gerechtvaardigd of daarmee verwachtingen voor een tegenprestatie, nu of in de toekomst, worden gewekt. De precieze grens is soms moeilijk te trekken: bij geschenken is de waarde meestal redelijk in te schatten, bij uitnodigingen geldt dat we vooral met elkaar nagaan of ingaan op de uitnodiging passend is voor het ambt.
Ben je als wethouder uitgenodigd om bij de feestelijke opening van een nieuw sportcomplex te zijn, maar ontvang je ook een gratis seizoenkaart, dan kan dit overmatig zijn en een reden om met de organisatie in gesprek te gaan over de uitnodiging.
Als collegelid kun je het beste zelf inschatten of een geschenk of uitnodiging een functioneel doel heeft. Je kunt dit eventueel toelichten in het register.
Artikel 41a en 65 Gemeentewet (eed of belofte)
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers
Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder
Geheime informatie is informatie waar formeel geheimhouding is opgelegd (op grond van de artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet). Collegeleden zijn dan wettelijk verplicht tot geheimhouding. Daarnaast zijn er situaties waarin je redelijkerwijs moet begrijpen dat informatie waarover je beschikt, (nog) niet bestemd is voor de openbaarheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie waarover het college van B&W nog tot geheimhouding kan besluiten. Of informatie die je onder embargo hebt ontvangen en die de volgende dag openbaar wordt gemaakt.
Een respectvolle omgang met elkaar en met informatie is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Verspreid daarom niet bewust onjuiste informatie en controleer bronnen.
Artikel 54 Gemeentewet (beslotenheid)
Artikel 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (geheimhouding)
Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht)
Iedereen heeft recht op een sociaal veilige werkomgeving, ook collegeleden. Los van de gevolgen van grensoverschrijdend gedrag op individueel niveau, zijn correcte omgangsvormen van collegeleden van fundamenteel belang voor het goed functioneren van de democratie.
Een respectvolle omgang met elkaar en met informatie is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat juist in een omgeving waar strijd is om ideeën, een veilige omgeving noodzakelijk is om heersende aannames te bevragen en minderheidsstandpunten te kunnen horen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming.
De manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.
Politiek is debatteren, en kan daarbij ook een arena van strijd en emotie zijn. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden de ogen op de bal, niet op de persoon.
Collegeleden hebben onderling en richting de organisatie een verantwoordelijkheid. Zij geven het voorbeeld en treden op als andere collegeleden andermans grens overschrijdt.
Hierbij geldt dat ingrijpen gewenst is als je ziet dat iemand zich onveilig voelt, ook als jij zelf het niet voelt. Ook wordt het gewaardeerd als je bij twijfel navraag doet of je iemands grens hebt gerespecteerd. Dat heeft de voorkeur boven het onbesproken laten en mogelijk ongewenst gedrag stilzwijgend goedkeuren.
Collegeleden hebben in toenemende mate te maken met agressie, belediging of persoonlijke bedreiging op sociale media. Dit kan van grote invloed zijn op de gevoelens van veiligheid, de ervaren werkdruk en daarmee het functioneren van het college als geheel. Daarom is het belangrijk dat je zelf ver van dit gedrag blijft, of dit corrigeert. Ook is het collegiaal en zeer ondersteunend om voor elkaar op te komen als je iets dergelijks ziet gebeuren, bijvoorbeeld onder jouw account.
Aandachtspunten bij het gebruik van sociale media zijn:
Je bent zelf verantwoordelijk. Bij twijfel, plaats dan geen bericht.
Blijf alert bij het mixen van je persoonlijke leven met je politieke werk. Maak duidelijk vanuit welke rol je spreekt.
Geef nooit geheime of vertrouwelijke informatie van de gemeente prijs. Verstuur geen vertrouwelijke stukken via sociale media.
Realiseer je dat internet blijvend is; gegevens blijven vaak voor altijd vindbaar.
Wees je bewust dat online verklaringen ook juridische gevolgen kunnen hebben, net als dat bij de traditionele media het geval is.
Besef dat ongepaste reacties de reputatie kunnen schaden van zowel de gemeente als van jezelf.
Beleefdheid en het respecteren van privacy is belangrijk. Zet geen foto’s van anderen online zonder hun toestemming. Plaats geen privégegevens online en wees terughoudend in het noemen van namen.
Gedragsregels zijn ook online van toepassing.
Artikel 52 Gemeentewet (reglement van orde)
Reglement van Orde college van B&W Utrecht
Op gezette tijden wordt de tekst van de gedragscode tegen het licht gehouden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document.
Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscode daadwerkelijk wordt nageleefd. Deze legt immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van collegeleden minimaal moet voldoen.
Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar ook een onderlinge verantwoordelijkheid van de collegeleden. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder andere de gemeentesecretaris (als adviseur) en de burgemeester (als hoeder van de bestuurlijke integriteit).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-67572.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.