Gemeenteblad van Venlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2026, 67169 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2026, 67169 | beleidsregel |
Beleidsregels terug- en invordering PW, IOAW en IOAZ en Bbz 2004 gemeente Venlo 2026
Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo;
Gezien het voorstel van 27 januari 2026;
Gelet op artikel 18a, 54, 58 tot en met 60c van de Participatiewet, artikel 17, 25 en 26 van de IOAW/IOAZ, artikel 12, 39, 41 en 43 van het Bbz 2004 en afdeling 4.4.4 van de Algemene wet bestuursrecht,
Besluit vast te stellen de: Beleidsregels terug- en invordering PW, IOAW en IOAZ en Bbz 2004 gemeente Venlo 2026
Artikel 2. Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2 GEHEEL OF GEDEELTELIJK AFZIEN VAN (VERDERE) TERUGVORDERING / KWIJTSCHELDING
Artikel 3. Kwijtschelding als geen sprake is van schending inlichtingenplicht
Het college kan soms besluiten om geen geld terug te vragen. Dit kan als de belanghebbende alle benodigde informatie heeft verstrekt. Dit staat in artikel 58, tweede lid van de Participatiewet (PW). Het college gebruikt deze regels in de volgende situaties:
Het college ziet ambtshalve geheel of gedeeltelijk af van verdere terugvordering als de belanghebbende gedurende 60 maandtermijnen zoals afgesproken naar vermogen op de vordering heeft afgelost zoals bedoeld in artikel 10 en 11. Dat wil zeggen dat de belanghebbende heeft betaald volgens de aflossingscapaciteit.
Artikel 4. Kwijtschelding vordering bij schending inlichtingenplicht
Soms geeft iemand niet alle informatie door aan de gemeente. Dat noemen we schending van de inlichtingenplicht. Toch kan het college besluiten om de schuld (gedeeltelijk) kwijt te schelden. Dit mag volgens artikel 58, lid 7 van de PW. Het college doet dit uit zichzelf in de volgende situaties:
HOOFDSTUK 3 INVORDERING / BETALINGSREGELING
Paragraaf 3.1 De betalingsverplichting
Artikel 8. Invordering door verrekening
Het college probeert de schuld zoveel mogelijk af te trekken van de uitkering. Dit gebeurt volgens de regels in:
Artikel 11. Hoogte aflossing bij belanghebbenden die geen recht hebben op een uitkering volgens de PW, IOAW of IOAZ
Soms moet een belanghebbende geld terugbetalen aan de gemeente. Het college kijkt hoeveel de belanghebbende kan aflossen. In de volgende situaties gelden andere regels dan die van de beslagvrije voet (het deel van het inkomen van belanghebbende om van te leven).
Paragraaf 3.2 Tussentijdse beoordeling van een lopende betalingsverplichting
Artikel 12. Aanpassing aflossing
Soms kan het bedrag dat de belanghebbende maandelijks terugbetaalt tussendoor worden aangepast. Het bedrag kan worden aangepast als de belanghebbende daar om vraagt, of er één van de volgende situaties is:
Overlijden; een vordering maakt deel uit van de nalatenschap (alles wat iemand achterlaat als die overlijdt). Was er één uitkering aan een echtpaar en overlijdt één partner? Dan moet de andere partner de hele restschuld terugbetalen. Overlijden beide partners? Dan gaat de schuld naar de erfgenamen. Deze zijn gezamenlijk voor het geheel aansprakelijk. De hoofdelijkheid vererft echter niet, zodat iedere erfgenaam slechts voor zijn of haar deel kan worden aangesproken. Het meest voor de hand liggend is het om de vordering in te brengen in de nalatenschap, zodat er direct rekening mee kan worden gehouden bij de verdeling.
HOOFDSTUK 5 Terugvordering ingevolge het Bbz 2004
Artikel 14. Terugvordering van verstrekt bedrijfskapitaal
Het college vordert het bedrijfskapitaal dat is toegekend op grond van artikel 20, 22, 24 en 26 van het Bbz 2004 of de achterstanden in betaling, aflossing en rente terug als:
Als blijkt dat de zelfstandige financieel in staat was om aan zijn of haar betalingsverplichtingen te voldoen. Alle achterstallige bedragen (rente en aflossingen) vanaf de vervaldatum mogen direct worden teruggevorderd. Als de zelfstandige de afspraken bewust of verwijtbaar niet is nagekomen, dan moet hij/zij ook de wettelijke rente betalen over die achterstallige bedragen.
belanghebbende ook na een tweede aanmaning niet aan zijn betalingsverplichting voldoet. Dit geldt ook voor bedrijfskapitaal verstrekt op grond van de artikelen 22 en 26 van het Bbz 2004 indien het vermogen meer bedraagt dan gesteld in artikel 3 van het Bbz 2004 en er geen bijstand “om niet” mogelijk is.
Het college kan in bijzondere situaties een uitzondering maken op deze regels. Het college doet dit alleen als:
De gemeente kan dan geheel of gedeeltelijk afzien van:
Deze beleidsregels kunnen worden genoemd als “Beleidsregels terug- en invordering PW, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 gemeente Venlo 2026”.
Venlo, 27 januari 2026
Burgemeester en wethouders van Venlo
de secretaris, de burgemeester
Twan Beurskens, Antoin Scholten
Op grond van de Participatiewet (PW) kan het college de kosten van bijstand terugvorderen als deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn uitbetaald.
Daarnaast heeft het college nog drie bijbehorende bevoegdheden:
• het intrekken of herzien van besluiten,
• het innen van bedragen (invordering), en
• het bruto maken van een vordering (brutering).
Dezelfde bevoegdheden gelden ook voor de IOAW en de IOAZ sinds de invoering van de Wet BUIG (Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten). Vanaf 1 januari 2020 vallen ook de terugvorderingsgronden van het Bbz 2004 (voor uitkeringen en bedrijfskredieten) onder de Participatiewet. In deze beleidsregels legt het college uit hoe het met deze bevoegdheden omgaat.
Het uitgangspunt is dat bijstand die ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, zoveel mogelijk wordt teruggevorderd. Tegelijk wil de gemeente voorkomen dat mensen onnodig hoge schulden krijgen. Het is belangrijk dat inwoners:
• duidelijk inzicht hebben in hun schulden;
• de gemeente gemakkelijk kunnen bereiken voor vragen; en
• heldere informatie krijgen over:
o welk bedrag zij moeten terugbetalen,
o binnen welke termijn dit moet gebeuren, en
o welke mogelijkheden voor betaling of hulp er zijn als terugbetaling moeilijk is.
De gemeente streeft naar een effectief invorderingsproces, maar ook naar een mensgerichte en preventieve aanpak. Daarom is er ruimte om in bijzondere situaties af te wijken van de regels.
Dat gebeurt alleen als er sprake is van dringende redenen of als de toepassing van de regels zou leiden tot onevenredige of sociaal ongewenste gevolgen voor de belanghebbende.
Dit artikel bevat de begrippen en geeft de afkortingen weer van de wetten waarop de bevoegdheid van het college is gebaseerd.
Artikel 2. Algemene bepalingen met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering en brutering
In dit artikel staat wat de gemeente mag doen als iemand te veel geld aan bijstand of uitkering heeft gekregen. Het gaat dan om situaties waarin geld is betaald dat niet terecht was of te hoog was berekend.
Daarvoor gebruikt de gemeente de regels uit verschillende wetten:
• de IOAW en IOAZ (voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen en zelfstandigen);
• en de Bbz 2004 (voor zelfstandigen met financiële problemen).
De gemeente gebruikt deze wetten om duidelijk te maken wanneer en hoe geld kan worden teruggevraagd.
Artikel 58 van de Participatiewet geeft de grondslag voor het terugvragen van te veel betaalde bijstand. Dit artikel is belangrijk, omdat het zorgt voor eerlijkheid en zorgvuldigheid.
De gemeente moet er namelijk voor zorgen dat het geld goed wordt besteed, maar ook dat inwoners niet onnodig in de problemen komen. Daarom moet de gemeente bij elk besluit alle omstandigheden meenemen. Denk bijvoorbeeld aan:
• de persoonlijke situatie van de inwoner;
• of iemand wel of niet iets verkeerd heeft gedaan;
• Bij beperkte verwijtbaarheid heeft iemand een fout gemaakt, maar kon dat deels niet goed overzien of voorkomen.
Artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht de gemeente om een belangenafweging te maken. Dat betekent dat het college moet kijken naar het doel van het besluit én naar de gevolgen voor de inwoner. De gemeente mag dus geen besluit nemen dat te streng of oneerlijk is in verhouding tot het doel. Bijvoorbeeld: als terugvorderen van geld ervoor zorgt dat iemand in grote financiële problemen komt, terwijl het doel ook op een mildere manier kan worden bereikt, dan moet de gemeente dat meewegen
Artikel 3. Kwijtschelding van vorderingen niet zijnde schending inlichtingenplicht
Dit artikel gaat over situaties waarin de gemeente besluit om geen geld terug te vragen. Dat kan alleen als de belanghebbende volledige informatie heeft gegeven aan de gemeente. De inlichtingenplicht betekent dat iemand verplicht is om alle informatie die van invloed kan zijn op de uitkering door te geven. Als iemand dat goed heeft gedaan, maar er toch een schuld is ontstaan, dan kan het college besluiten om (een deel van) het bedrag niet terug te vorderen.
De gemeente gebruikt hiervoor artikel 58, tweede lid van de Participatiewet (PW).
Het is een balans tussen het belang van de gemeente (rechtmatig terugvorderen waar kan) en het belang van de inwoner (niet blijven leven onder onzekerheid of blijvende schuldlast). Het is dus redelijk dat het college na 5 jaar kan kwijtschelden bij vorderingen zonder schending van de inlichtingenplicht omdat het college:
- wil voorkomen dat mensen langdurig belast worden met schulden;
- het de inwoner perspectief biedt op schuldvrije toekomst;
- het de gemeente in staat stelt haar terugvorderingsbevoegdheid uit te oefenen, maar binnen redelijke en humane grenzen;
- het zorgt voor duidelijkheid en voorspelbaarheid in de procesgang.
Er is een regel uit de rechtspraak die zegt dat de gemeente binnen zes maanden over moet gaan tot aanpassing van het recht op uitkering. Een signaal is belangrijke informatie van de uitkeringsgerechtigde. Uit dit signaal moet duidelijk blijken dat er een fout is gemaakt bij de uitkering. De gemeente moet dan binnen zes maanden het recht op uitkering aanpassen. Als de gemeente binnen zes maanden geen aanpassing doet, dan moet het college afzien van het geld terugvragen voor het deel dat na zes maanden teveel is uitbetaald. Het geld dat voor de eerste zes maanden te veel is betaald, kan wel worden teruggevorderd. Deze regel geldt niet als iemand niet alle informatie heeft gegeven aan de gemeente (schending van de inlichtingenplicht). Zie CRvB 12 juni 2006, LJN:BA7221 en CRvB 17 juli 2007, LJN:BB1640.
Soms geeft iemand niet alle informatie door aan de gemeente. Dat noemen we een schending van de inlichtingenplicht. De gemeente moet op basis van de Participatiewet de teveel betaalde uitkering terugvragen. Ook staat in de wet opgenomen wanneer (een deel van) de schuld wordt kwijtgescholden. Dit is toegestaan volgens artikel 58, lid 7 van de Participatiewet (PW).
Artikel 5. Meewerken aan een schuldregeling
Een schuldregeling is een afspraak tussen een inwoner en de schuldeisers om een schuld in termijnen te betalen. In de praktijk werkt de gemeente met de Gedragscode Schuldregeling van de Nederlandse Vereniging voor Schuldhulpverlening en Sociaal Bankieren (NVVK).
• De schuldregeling kijkt naar de aflossingscapaciteit van de inwoner, dus wat iemand redelijkerwijs per maand kan betalen.
• Op basis daarvan stelt de schuldhulpverlener een voorstel op voor de schuldeisers.
• Als alle schuldeisers akkoord gaan, komt de schuldregeling tot stand.
• Zodra de inwoner zich aan de afspraken houdt, geven de schuldeisers finale kwijting, wat betekent dat de schuld definitief als geregeld wordt gezien.
Voor de schulden bij het college betekent dit dat het college dan formeel kan afzien van verdere invordering. Ook wordt de opschorting van betaling (het tijdelijk stopzetten van incasso) beëindigd, omdat de schuldregeling als afgerond geldt.
Het college verleent geen medewerking bij:
o Op grond van artikel 60c van de PW en artikel 29a van de IOAW/IOAZ mag de gemeente normaal gesproken niet meewerken aan een schuldregeling bij fraudeschulden.
o De rechter kan bij onregelmatigheidsschulden via een dwangakkoord een regeling kan treffen (ECLI:NL:RBROT:2019:4362).
o Als de schuld is gedekt door een zakelijk recht zoals een pand of hypotheek, werkt het college niet mee aan een schuldregeling.
In de gevallen dat de vordering niet meegaat met de schuldregeling, kan wel de incasso gedurende de looptijd van de schuldregeling bevroren worden.
Artikel 6. Kosten van terugvordering
College kan gebruikmaken van de bevoegdheid om kosten in rekening te brengen wanneer een belanghebbende niet betaald, om toch een betaling te stimuleren. Het is redelijk dat deze kosten in rekening worden gebracht, maar het is ook belangrijk dat het effectief en verantwoord gebeurt.
Daarom maken we onderscheid tussen twee groepen:
• inwoners die niet kunnen betalen, en
• inwoners die niet willen betalen.
Het onderstaande kwadrantenmodel helpt de gemeente om beter te begrijpen met wie we te maken hebben als iemand geld moet terugbetalen aan de gemeente. Het model maakt onderscheid tussen verschillende soorten mensen met schulden. Door dit verschil te zien, kan de gemeente beter bepalen welke aanpak past. Het biedt handvatten om te komen tot effectieve en maatschappelijk verantwoorde inning.
Als een inwoner wel kan maar niet wil betalen, kan het college bij een dwangbevel of beslag de vordering ophogen met extra kosten. De hoogte van de kosten zijn proportioneel ten opzichte van de hoogte van de schuld. Het recht om na aanmaning een dwangbevel op te leggen is vastgelegd in artikel 60, tweede en vijfde lid van de PW en artikel 4.4.4.2 van de Awb.
Artikel 7. De betalingsverplichting algemeen
In dit artikel staat dat de invordering start na afloop van de betalingstermijn. Dit is volgens artikel 4:87 van de Awb. Het tweede lid geeft de onderdelen van het invorderingsbesluit.
Artikel 8. Invordering door verrekening
Als een belanghebbende op grond van de PW, Wet IOAW, de Wet IOAZ of het Bbz 2004 een uitkering ontvangt, is het college volgens artikel 60 lid 3 PW bevoegd tot verrekening van die kosten met die algemene bijstand of uitkering. Belanghebbende moet in kennis gesteld worden van de verrekening.
Indien een vordering verrekend wordt met de bijstand of andere uitkering dient rekening gehouden te worden met het feit dat een eventueel eerder op de bijstand gelegd beslag opgeschort wordt voor de duur van de verrekening. De beslaglegger dient hiervan bericht te worden.
Artikel 9. Uitstel van betaling
De belanghebbende is in principe verplicht om het volledige bedrag terug te betalen binnen de aangegeven betalingstermijn. Het college kan uitstel van betaling geven. Dit betekent dat de belanghebbende meer tijd krijgt om te betalen.
Uitstel wordt meestal niet automatisch verleend, tenzij er speciale omstandigheden zijn, bijvoorbeeld:
• Start met een bewindvoeringstraject;
• Achterstand bij huur of zorgverzekering.
Als de belanghebbende uitstel wil, moet diegene documenten en bewijsstukken meesturen. Daaruit moet blijken dat er niet genoeg financiële ruimte is of dat er andere redenen zijn waardoor belanghebbende niet kan terugbetalen. Factoren die het college meeweegt zijn bijvoorbeeld:
• De hoogte van de restschuld;
• De oorzaak van de vordering.
Artikel 10. Hoogte aflossing bij uitkering volgens de PW, IOAW of IOAZ
Als de gemeente een vordering verrekent met een lopende bijstandsuitkering van belanghebbende, houdt zij rekening met het minimum inkomen om van te leven. De gemeente gaat er minimaal van uit dat de belanghebbende 95% van de bijstandsnorm houdt. Dit geldt voor alleenstaanden (ouder) en voor gehuwden. Hiermee zorgt de gemeente dat de belanghebbende genoeg geld overhoudt om van te leven.
Voorbeeld berekening bij een uitkering van een alleenstaande, tot 1 jaar na beëindiging van de uitkering.
Aflossing 5% bijstandsnorm per maand: € 68,45
Artikel 11. Hoogte aflossing bij belanghebbenden die geen recht hebben op een uitkering volgens de PW, IOAW of IOAZ
Wanneer belanghebbende de uitkering verlaat, omdat hij bijvoorbeeld werk heeft aanvaard, wordt het aflossingsbedrag dat tijdens de uitkering gold gedurende 12 maanden voortgezet. Na deze periode volgt er een onderzoek naar de draagkracht.
Voorbeeld berekening op basis van 35% van het meerdere inkomen.
Netto loon (inclusief vakantiegeld) €2.000
Bijstandsnorm (inclusief vakantiegeld) € 1369,06
Aflossing 5% bijstandsnorm per maand: € 68,45
35% van het meerdere (2000 – 1369,06): €220,83
Artikel 12. Aanpassing aflossing
In dit artikel staat wanneer en hoe het college een onderzoek start en hoe wijzigingen in de betalingsverplichting worden doorgegeven. Het college start een onderzoek om te bekijken of betalingsverplichting van belanghebbende moet worden aangepast. Dit kan bijvoorbeeld als financiële situatie van belanghebbende verandert of als er andere bijzondere omstandigheden zijn. Scheiding of overlijden zijn in ieder geval bijzondere omstandigheden.
Niet alleen het college kan de voorwaarden van uitstel van betaling aanpassen. De belanghebbende mag als schuldenaar ook een verzoek indienen om de afspraken te veranderen. Het college legt in dit artikel de procedurele eisen vast die hiervoor gelden.
In artikel 48 van de PW en de beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Venlo staat voor welke kosten de belanghebbende leenbijstand kan krijgen. In dit artikel staan welke regels met betrekking tot leenbijstand gelden.
Belanghebbende start met terugbetalen in de maand nadat de leenbijstand is verstrekt. Voor statushouders die leenbijstand krijgen voor woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen geldt dat zes maanden na huisvesting met terugbetalen moet worden gestart. Reden hiervoor is dat het huishoudboekje in de eerste maanden meestal nog niet op orde is omdat de toeslagen door de Belastingdienst nog niet worden uitbetaald.
Artikel 14. Terugvordering van verstrekt bedrijfskapitaal
Als de belanghebbende bedrijfskapitaal heeft ontvangen, kan het college dit terugvragen in bepaalde situaties. Dit staat in artikel 39 van het Bbz 2004.
Indien bijstand “om niet” niet mogelijk is vanwege het vermogen moet direct na beëindiging van de periodieke bijstandsverlening een betalingsregeling getroffen worden voor terugbetaling bedrijfskapitaal. Wordt niet aan deze betalingsregeling voldaan kan worden overgegaan tot terugvordering.
Tevens regelt dit artikel dat het college het bedrijfskapitaal terugvordert als ook na een tweede aanmaning niet aan de rente- en aflossingsverplichting wordt voldaan.
Artikel 15. Verwijtbare bedrijfsbeëindiging
In dit artikel is vastgelegd wanneer sprake is van een verwijtbare bedrijfsbeëindiging en wat de gevolgen zijn.
Bij het aannemen van dringende redenen kunnen zowel financiële als niet financiële factoren een rol spelen. Toepassing van dringende redenen kan het college uit zichzelf doen of op verzoek van belanghebbende.
Dit artikel bepaalt de citeertitel van de beleidsregels.
Dit artikel geeft aan wanneer de beleidsregels in werking treden.
Als een terugvordering of invordering al was begonnen volgens de regels van 2020, dan gebruikt de gemeente vanaf 2026 de nieuwe regels. Behalve als dit nadeliger uitpakt voor de belanghebbende, dan blijven de regels van 2020 van toepassing.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-67169.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.