Gemeenteblad van Kaag en Braassem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kaag en Braassem | Gemeenteblad 2026, 67068 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kaag en Braassem | Gemeenteblad 2026, 67068 | beleidsregel |
Centrumregeling strategische besturing Informatievoorziening (IV)/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;
gelet op artikel 8, lid 4, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Aanbestedingswet 2012, en de afdelingen 10.1.1 en 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
Centrumregeling strategische besturing Informatievoorziening IV/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
De regeling behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten met het oog op een goede, doelmatige uitvoering van de strategische besturing van de informatievoorziening, waaronder het vormgeven en vaststellen van beleid in de zin van artikel 4:81 van de Awb.
Ter behartiging van de in artikel 2 genoemde belangen is de centrumgemeente belast met uitvoering van de volgende taken:
Het samenstellen, coördineren en bewaken van het optimale concern brede projectportfolio om de (strategische) doelen van de gemeenten zo doelmatig mogelijk te bereiken met inachtneming van de I-strategie (a), I- governance (b) en referentie architectuur (c) en externe factoren (project-portfoliomanagement);
Hoofdstuk 2 Centrumconstructie
Artikel 7 Dienstverleningsovereenkomst
In deze dienstverleningsovereenkomst worden in ieder geval vastgelegd:
de verdeelsleutel, waarop de financiële bijdrage genoemd in lid c van dit artikel van toepassing is, is op 1 januari 2026, 80% (gemeente Alphen aan den Rijn) en 20% (gemeente Kaag en Braassem). Deze verdeelsleutel is gebaseerd op de daadwerkelijk door de centrumgemeente gemaakte kosten en zal vanaf 1 januari 2026 elke twee jaar worden herzien en wordt vastgelegd in een addendum bij de dienstverleningsovereenkomst;
de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de informatieverplichtingen, zoals bedoeld in de artikelen 10,11 en 12 van deze regeling en de wijze waarop de colleges van de deelnemende gemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun informatieverplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden.
Artikel 10 Informatievoorziening colleges
Het college van de regiogemeente geeft het college van de centrumgemeente alle inlichtingen die het college of een medewerker van de centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taken- en bevoegdheden, zoals bedoeld in artikel 4, nodig heeft tenzij het verstrekken ervan in strijd is met de wet of het openbaar belang.
Artikel 11 Ambtelijke informatievoorziening
De medewerkers van de centrumgemeente geven het college en de medewerkers van de regiogemeente alle door hen gevraagde inlichtingen omtrent de uitoefening van de hen opgedragen taken en bevoegdheden, voor zover deze de regiogemeente betreffen en onverminderd de verantwoordelijkheden van het college van de centrumgemeente krachtens de wet of deze regeling.
Indien het overleg, bedoeld in het tweede lid, niet tot een oplossing leidt, benoemen de colleges van de deelnemende gemeenten elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. De colleges van de deelnemende gemeenten treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie.
Na ontvangst van het advies, bedoeld in het vijfde lid, treden de afvaardigingen, bedoeld in het tweede lid, nogmaals in overleg om te trachten, gelet op het advies van de adviescommissie, bedoeld in het vijfde lid, tot een oplossing van het geschil te komen. Indien dat overleg niet tot een oplossing leidt, kan het college van elk van de deelnemende gemeenten het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de Wgr, voorleggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland.
Hoofdstuk 4 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing
Artikel 16 Opheffing en uittreding
Een besluit tot uittreding door het college van één van de twee deelnemende gemeenten leidt eveneens tot opheffing van de regeling. Een besluit tot uittreding door het college van één van de deelnemende gemeenten wordt niet genomen dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van de raad, overeenkomstig artikel 1, tweede- en vierde lid, van de Wgr.
Hoofdstuk 5 Overige bepalingen
De regeling wordt jaarlijks geëvalueerd in opdracht van de colleges van de deelnemende gemeenten. De colleges van de deelnemende gemeenten bepalen daarbij in onderling overleg de onderwerpen, werkwijze en planning van de evaluatie. De colleges van de deelnemende gemeenten kunnen daarbij beslissen een onafhankelijke externe de evaluatie te laten uitvoeren.
Artikel 22 Inwerkingtreding en citeertitel
Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag waarop het college van de centrumgemeente deze regeling op de gebruikelijke wijze bekend heeft gemaakt, onder gelijktijdige intrekking van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringorganisatie (BVO) Rijn en Braassem.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem in de vergadering van 27 januari 2026.
de secretaris, de burgemeester,
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn in de vergadering van ………….
de secretaris, de burgemeester,
Toelichting Centrumregeling strategische besturing Informatievoorziening IV/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn
Sinds 2017 werken de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem samen op het gebied van de IV/ICT en sinds 1 januari 2018 hebben de deelnemende gemeenten hiervoor de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringorganisatie (hierna: BVO) Rijn en Braassem getroffen. De laatste tijd is Alphen aan den Rijn echter een aantal strategische- en beleidsmatige IV/ICT taken voor Kaag en Braassem gaan uitvoeren.
De Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) verzet zich er echter tegen, dat strategische- en beleid gerelateerde IV/ICT zaken worden ondergebracht in de BVO.
Artikel 8, lid 3, van de Wgr bepaalt, dat een g.r. in de vorm van een BVO uitsluitend wordt getroffen ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemers en daaronder vallen niet strategische- of beleidsmatige keuzes op het IV/ICT gebied.
Gelet op de strategie- en beleid gerelateerde taken op het IV/ICT gebied en de verwachtte schaalvoordelen bij regionale samenwerking op dit gebied en het bepaalde in de Aanbestedingswet 2012, is besloten om de IV/ICT samenwerking uit te breiden met deze taken en deze neer te leggen in een aparte centrumregeling op grond van artikel 8, lid 4, van de Wgr.
De vorm voor samenwerking voor de in de regeling genoemde deelgebieden op ICT-gebied is een centrumregeling op grond van artikel 8, lid 4 Wgr. Dit is een lichte, maar geformaliseerde publieke samenwerkingsvorm, die mogelijk is voor overheden.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld een BVO, wordt bij een centrumregeling geen nieuwe organisatie met rechtspersoonlijkheid in het leven geroepen. Ook kent een centrumregeling geen formeel besluitvormend orgaan zoals een algemeen of dagelijks bestuur of bestuurscommissie.
Bij een centrumregeling kan worden bepaald dat daarin omschreven bevoegdheden van bestuursorganen of van ambtenaren van een aan de regeling deelnemende regiogemeente, voortaan in mandaat kunnen worden uitgeoefend door bestuursorganen of ambtenaren van de centrumgemeente.
De basis voor deze vorm van samenwerking wordt gelegd in de tekst van de centrumregeling. In een dienstverleningsovereenkomst (DVO) worden nadere afspraken gemaakt.
Voor het aangaan van een centrumregeling op basis van de Wgr door colleges, dienen de deelnemende colleges toestemming te vragen aan hun gemeenteraden (art. 1, lid 4 Wgr).
Deze toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Voor de wijziging van deze regeling is ook toestemming vereist van de gemeenteraden van de deelnemers.
Aan de centrumregeling nemen deel de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem.
De gemeente Alphen aan den Rijn wordt aangewezen als centrumgemeente. Hiermee is sprake van een enkelvoudige centrumregeling. Wanneer er meer gemeenten zijn die taken uitoefenen voor andere deelnemers is er sprake van een meervoudige centrumregeling.
Het ligt voor de hand om Alphen aan den Rijn voor de strategische- en beleidsmatige ICT taakuitbreiding aan te wijzen als centrumgemeente, aangezien de uitvoering van de andere ICT taken op grond van de BVO Rijn en Braassem bijna geheel wordt uitgevoerd door de gemeente Alphen aan den Rijn bij de BVO Rijn en Braassem gedetacheerde ambtenaren.
In artikel 17 lid 7 van deze centrumregeling is de termijn opgenomen die geldt in geval van uitreding van één van de deelnemende gemeenten. Het besluit tot uittreding treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Dat wil zeggen dat de opzegtermijn twee jaar bedraagt en het besluit tot uittreding in werking treedt op de eerste 1 januari na deze twee jaar. Als voorbeeld: één van de deelnemende gemeenten dient een verzoek tot uittreding in op 15 november 2026, dan treedt het besluit tot uitreding in werking op 1 januari 2029.
Een onderdeel van de in artikel 7 bedoelde DVO is de wijze waarop de regiogemeente een financiële bijdrage levert in de kosten, die de centrumgemeente maakt voor de uitvoering van de bij- of krachtens deze regeling opgedragen taken en bevoegdheden.
Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen
Sinds 1 juli 2022 is de wet “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen” van kracht. Hierdoor treedt een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking. Met de wetswijziging wordt een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten van de raad. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, een ander deel moet binnen twee jaar geïmplementeerd zijn in alle bestaande gemeenschappelijke regelingen.
De mogelijkheid voor de raad om gedurende 8 weken een zienswijze in te dienen over een voorgenomen nieuwe g.r. tussen colleges of een wijziging van een dergelijke regeling is één van de wijzigingen die per 1 juli 2022 direct in werking getreden is. Deze wijziging versterkt de positie bij besluitvorming en de controlerende rol van gemeenteraden. De raad heeft hiermee de mogelijkheid om vooraf te sturen op een g.r. door aan te geven het ergens niet mee eens te zijn, zorgen te uiten of juist steun uit te spreken bij het treffen of wijzigen van een g.r. waaraan alleen de colleges deelnemen.
Het al voor de wetswijziging bestaande goedkeuringsvereiste voor de gemeenteraad voor het (definitief) aangaan of wijzigen van een g.r. tussen alleen colleges is ongewijzigd gebleven. Deze goedkeuring komt nu in tweede instantie pas aan de orde, maar kan alleen worden onthouden door de raad wegens strijd met de wet of het algemeen belang.
Onder andere de in artikel 20 van de g.r. opgenomen evaluatie verplichting van de regeling is nieuw en vloeit ook voort uit de voornoemde wijziging van de Wgr per 1 juli 2022.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-67068.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.