Gemeenteblad van Weert
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Weert | Gemeenteblad 2026, 66845 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Weert | Gemeenteblad 2026, 66845 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening gemeente Weert 2026
De raad van de gemeente Weert,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16-12-2025, gezien het advies van de commissie Samenleving en Bestuur van d.d. 20-1-2026,
gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV);
Vast te stellen de financiële verordening gemeente Weert 2026.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
In deze verordening wordt verstaan onder
rechtmatigheid: ontvangsten en bestedingen vinden plaats in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten. In dit kader is er sprake van een afwijking wanneer iets niet volgens de regels is gegaan (fouten) of wanneer het college niet zeker weet of iets wel volgens de regels is gegaan (onduidelijkheden);
HOOFDSTUK 2 BEGROTING EN VERANTWOORDING
De raad stelt op voorstel van het college per programma, de maatschappelijke effecten, de doelstellingen die hier een bijdrage aan leveren en de daarbij relevante beleidsindicatoren vast. Hiermee kan gemeentelijk beleid gemeten en verantwoord worden. Het voorstel bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming
Lid 1 is niet van toepassing indien, in een verkiezingsjaar of in het jaar dat er tussentijds een nieuw college gevormd moet worden, vanwege coalitievorming het opstellen van een kadernota voor het zomerreces praktisch niet haalbaar is. In dat geval zal de begroting als uitwerking dienen van het nieuwe coalitie- of bestuursakkoord. Er wordt dan een verkorte kadernota (kaderbrief) in het tweede kwartaal door het college aan de raad aangeboden voor het vaststellen van de te gebruiken indexcijfers en het toelichten van de autonome ontwikkelingen.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten
Bij de begrotingsbehandeling doet het college een voorstel aan de raad welke prioriteiten en vervangingsinvesteringen op een later tijdstip moeten worden aangeboden, via een apart voorstel voor beschikbaarstelling en autorisatie van het budget. Dit gebeurt door middel van het vetgedrukt maken van een prioriteit of vervangingsinvestering.
Voor investeringen en/of exploitatielasten in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf een (investerings-)voorstel aan de raad voor, tenzij het voorstel voldoet aan de onder lid 4 en 5 aan het college gemandateerde besluiten of de onder lid 6 benoemde administratieve wijzigingen.
De raad verleent het college mandaat om te besluiten tot collegewijzigingen waarbij rekening wordt gehouden met lid 4 voor investeringsbudgetten. Hiervoor is een beslisboom opgenomen in bijlage A. Dit zijn wijzigingen waarbij:
of het gaat om een budgetneutrale wijziging van de ontvangen subsidies, waarbij de baten het toegekende subsidiebedrag betreffen en de lasten de besteding van de subsidie conform de voorwaarden. De Raad wordt geïnformeerd via de TILS (ter inzage liggende stukken) lijst indien de subsidie € 100.000 of meer bedraagt;
Artikel 7. Jaarstukken en budgetoverheveling
Het college kan de raad voorstellen om budgetten, die in een jaar nog niet volledig gebruikt zijn, over te hevelen naar het volgende jaar, indien voldaan wordt aan de criteria zoals opgenomen in bijlage B. Het college biedt het voorstel met de over te hevelen bedragen uiterlijk in december van het betreffende jaar aan de raad aan.
In het nieuwe jaar worden de overgehevelde bedragen bijgesteld op basis van de werkelijke restant budgetten bij de jaarrekening. Bijstelling kan plaatsvinden naar zowel een hoger als een lager bedrag dan opgenomen in het voorstel van het college. Deze wijziging wordt verwerkt in het nieuwe jaar als administratieve wijziging. De bijstelling wordt ter informatie opgenomen in de jaarrekening.
Artikel 8. Beheersing investeringsbudgetten
Door de raad is eenmalig een raamkrediet beschikbaar gesteld van € 100.000 om voorbereidingskosten ten behoeve van in de loop van het jaar opgekomen initiatieven te kunnen verantwoorden. Het college is gemandateerd om ten laste van het raamkrediet maximaal € 25.000 per project beschikbaar te stellen. De regels die ten aanzien van het raamkrediet in acht worden genomen, zijn opgenomen in bijlage D.
Door de raad is een revolverend voorbereidingsbudget voor toekomstige grondexploitaties beschikbaar gesteld van € 500.000. Het college is gemandateerd om ten laste van het revolverend voorbereidingsbudget grex maximaal € 50.000 per locatie te verstrekken. De regels die ten aanzien van dit revolverend voorbereidingsbudget in acht worden genomen, zijn opgenomen in bijlage E.
Door de raad is een budget grondverwerving beschikbaar gesteld van € 5.000.000. Het college is gemandateerd om ten laste van het budget grondverwerving gronden en eventuele opstallen aan te kopen of tot ruiling over te gaan voor percelen die buiten vastgestelde grondexploitaties vallen. De regels die ten aanzien van het budget grondverwerving in acht worden genomen, zijn opgenomen in bijlage F.
De wijze waarop en waarover het college verplicht is informatie te verstrekken aan de raad, zodat deze zijn taken goed kan uitvoeren, is vastgelegd in de “Notitie informatieplicht en richtlijn actieve en passieve informatieplicht gemeente Weert”, zoals deze laatstelijk is vastgesteld.
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
HOOFDSTUK 3 RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING
Artikel 12. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Het college biedt de raad jaarlijks in november ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het college operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.
Artikel 13 Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringsbudgetten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde investeringsbudget. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het investeringsbudget, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. Een onderschrijding wordt alleen beoordeeld bij gereedkomen van het investeringsproject.
Artikel 15 Waardering en afschrijving vaste activa.
De kosten van sloop van een gebouw worden geactiveerd als onderdeel van het nieuwe materiële actief indien op dezelfde locatie een nieuw gebouw wordt gerealiseerd. De afschrijvingstermijn is gelijk aan het activum “gebouw”. In alle andere gevallen worden de kosten van sloop ten laste van de exploitatie gebracht.
Artikel 17. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde integrale kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening zijn naast de directe kosten ook de indirecte kosten verwerkt, die samenhangen met de door de gemeente geleverde goederen of verrichte werken/diensten.
Voor de toerekening van de overheadkosten wordt uitgegaan van een percentage dat berekend wordt door de salariskosten op taakveld overhead te delen door de salariskosten die kunnen worden toegerekend aan taakvelden. Deze berekening wordt uitgevoerd voor T-1, T, T+1 en T+2 en hier wordt een gemiddelde van genomen. Dit percentage wordt om de vier jaar herzien.
De toerekening van overheadkosten aan grondexploitaties, investeringen en groot onderhoudsprojecten die ten laste van een voorziening worden gebracht, vindt plaats door middel van een opslag (zijnde de in lid 2 berekende overheadpercentage) op de salariskosten die zijn toegerekend aan de grondexploitatie, investeringen en groot onderhoudsprojecten die ten laste van een voorziening worden gebracht.
Artikel 18. Prijzen economische activiteiten
Het college past bij economische activiteiten de gedragsregels van de Wet Markt en Overheid en de Europese regelingen aangaande staatssteun toe. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
HOOFDSTUK 5 FINANCIËLE ORGANISATIE EN FINANCIEEL BEHEER
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Artikel 22. Financiële organisatie
Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:
Het college zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Bij geconstateerde gebreken neemt het college maatregelen tot herstel.
Bijlage A Beslisboom wijzigingen budgetten
In deze bijlage is de beslisboom voor het wijzigen van budgetten opgenomen die gebaseerd is op artikel 5 autorisatie begroting en investeringsbudgetten. Er is een beslisboom voor wijziging / opvoering van investeringsbudgetten gemaakt en een beslisboom voor wijziging / opvoering van exploitatiebudgetten.
De beslisboom is een hulpmiddel om te bepalen welk type besluit nodig is voor wijzigingen van de begroting. De beslisboom wordt van boven naar beneden doorlopen. Het is niet mogelijk om laag in de boom uit te komen als één van de eerste vragen al met ja moet worden beantwoord. Indien sprake is van nieuw beleid is dus altijd een wijziging op basis van een raadsbesluit nodig.
De beslisboom voor wijziging / opvoering van investeringsbudgetten
De beslisboom voor wijziging / opvoering van exploitatiebudgetten
Bijlage B Criteria budgetoverhevelingen
In artikel 7 van de verordening wordt gerefereerd aan de criteria om budgetten over te hevelen naar het nieuwe begrotingsjaar.
Deze criteria luiden als volgt:
Is de voorgenomen aanwending van middelen in jaar t+1 gelijk aan de oorspronkelijk geplande besteding in jaar t (zijn doel en aard identiek)?
Is er in jaar t+1 een regulier (structureel) budget beschikbaar?
Ja: niet overhevelen (tenzij criterium 5 van toepassing is). Ontstaan er onoverkomelijke problemen indien de voorgenomen besteding ten laste komt van regulier budget jaar t+1? Dan aangeven waaruit die problemen bestaan. In dat geval kan overheveling alsnog noodzakelijk zijn. Ga naar criterium 3 voor verdere toetsing.
Zijn er problemen te verwachten indien de uitgave in het geheel niet meer plaatsvindt?
Is het betreffend budget in jaar t-1 al overgeheveld naar jaar t?
Is er sprake van een projectopzet waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden waardoor het budget beschikbaar moet blijven tot het einde van het project?
Bijlage C Uitgangspunten rapportage afwijkingen investeringsbudgetten
De gemeente Weert heeft ervoor gekozen om informatie te geven over de investeringsbudgetten bij de tussentijdse rapportage.
De hierboven toegelichte werkwijze betekent dat periodiek gerapporteerd wordt over de stand van zaken met betrekking tot investeringsbudgetten. Om geen afbreuk te doen aan het budgetrecht van de raad dienen daarom tussentijds afwijkingen en/of ontwikkelingen tot afwijkingen gesignaleerd en gerapporteerd te worden aan de raad.
Dit heeft geleid tot het formuleren van onderstaande financiële uitgangspunten over hoe om te gaan met afwijkingen ten aanzien van deze budgetten.
Voor de tussentijdse rapportage worden ten aanzien van de investeringsbudgetten de volgende uitgangspunten voor de verantwoording gehanteerd:
Beschikbaar gestelde investeringsbudgetten ouder dan het lopende en de voorgaande twee jaren, die nog niet in uitvoering zijn genomen of waarop minder dan 20% van het beschikbaar gestelde investeringsbudget is uitgegeven of verplichtingen zijn aangegaan, zullen worden afgesloten en afgevoerd tenzij gemotiveerd aangegeven kan worden waarom ze gehandhaafd moeten blijven. Via de tussentijdse rapportage worden het college en de raad hierover geïnformeerd.
Ten aanzien van alle investeringsbudgetten geldt een maximum doorlooptijd van het lopende en voorgaande vier jaren. Na deze periode zullen ze afgesloten en afgevoerd worden, tenzij gemotiveerd aangegeven kan worden waarom ze gehandhaafd moeten blijven. Via de tussentijdse rapportage worden het college en de raad hierover geïnformeerd.
Bijlage D Regels t.a.v. raamkrediet
In de praktijk kan het voorkomen dat ambtelijke of bestuurlijke initiatieven met betrekking tot nieuwe beleidsplannen formeel niet nader kunnen worden uitgewerkt, omdat de benodigde financiële middelen ontbreken om eigen uren te kunnen verantwoorden en/of eventuele noodzakelijke kosten van in te huren derden te kunnen verantwoorden.
Door de raad is een raamkrediet beschikbaar gesteld van € 100.000 om voorbereidingskosten ten behoeve van in de loop van het jaar opgekomen initiatieven (plannen, projecten en investeringen) te kunnen verantwoorden. Op het raamkrediet wordt niet afgeschreven.
Ten aanzien van het raamkrediet worden de volgende regels in acht genomen:
Alleen het college kan besluiten om ten laste van het raamkrediet een specifiek voorbereidingsbudget tot een maximum van € 25.000 per project beschikbaar te stellen. De toewijzing (aframen raamkrediet, ramen voorbereidingskosten) wordt verwerkt met een begrotingswijziging op basis van het collegebesluit.
Als door de raad een besluit wordt genomen tot verdere uitvoering / uitwerking van het project incl. goedkeuring investeringsbudget, dan worden de voorbereidingskosten in de aanvraag van het investeringsbudget meegenomen. De betreffende raming van het voorbereidingsbudget vloeit weer terug naar het raamkrediet en de daadwerkelijke uitgaven worden overgeboekt naar het beschikbaar gestelde investeringsbudget. Indien de goedkeuring van het investeringsbudget achterwege blijft, komen de werkelijke uitgaven ten laste van de exploitatie.
Bijlage E Regels t.a.v. revolverend voorbereidingsbudget toekomstige grondexploitaties
Voor nieuwe ontwikkelplannen zijn werkzaamheden, zoals onderzoeken en planvorming, nodig om deze uiteindelijk ter besluitvorming aan de raad aan te kunnen bieden. Deze werkzaamheden brengen kosten met zich mee.
Door de raad is een investeringsbudget beschikbaar gesteld voor de voorbereidingskosten van toekomstige grondexploitaties van € 500.000.
Ten aanzien van het revolverend voorbereidingsbudget toekomstige grondexploitaties worden de volgende regels in acht genomen:
Alleen het college kan besluiten om ten laste van het revolverend voorbereidingsbudget toekomstige grondexploitaties een voorbereidingsbudget tot een maximum van € 50.000 per locatie beschikbaar te stellen. De toewijzing (aframen raamkrediet, ramen voorbereidingskosten) wordt verwerkt met een begrotingswijziging op basis van het collegebesluit en wordt maximaal 5 jaar geactiveerd als immateriële vaste activa.
Als door de raad een besluit wordt genomen om een nieuwe grondexploitatie te openen worden de voorbereidingskosten in deze grondexploitatie opgenomen. De betreffende raming van het voorbereidingsbudget vloeit weer terug naar het revolverend voorbereidingsbudget toekomstige grondexploitaties en de daadwerkelijke uitgaven worden overgeboekt naar de nieuwe grondexploitatie. De voorbereidingskosten kunnen maximaal 5 jaar als immateriële vaste activa worden geactiveerd en worden binnen 5 jaar ten laste gebracht van een nieuw vast te stellen grondexploitatie.
Bijlage F Regels t.a.v. budget strategische verwerving gronden
Voor het aankopen of ruilen van gronden en eventuele opstallen voor percelen die buiten vastgestelde grondexploitaties vallen is een budget strategische verwerving gronden door de raad beschikbaar gesteld van € 5.000.000.
Ten aanzien van budget strategische verwerving gronden worden de volgende regels in acht genomen:
Alleen het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om ten laste van het investeringsbudget een verwerving van percelen uit te voeren met uitsluiting van de verwervingen waarvoor op basis van art. 169 lid 4 Gemeentewet de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen;
Bijlage G Notitie “waardering en afschrijving vaste activa”
Vaste activa worden in het dagelijks leven veelal geduid als investeringen. Investeringen betreffen posten die een langere tijd (langer dan 1 jaar) mee gaan en een bepaalde waarde hebben. In het BBV zijn regels ten aanzien van de vaste activa opgenomen. Daarnaast is bepaald dat de verordening ex artikel 212 gemeentewet in elk geval de regels voor waardering en afschrijving activa moet bevatten.
Overzicht “Waardering en afschrijving vaste activa”
De immateriële vaste activa, materiële vaste activa met economisch nut en de vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden lineair afgeschreven conform onderstaande tabel, tenzij bij raadsbesluit anders besloten is.
Gestart wordt met afschrijven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt / verworven wordt.
In de tweede kolom van het overzicht is aangegeven of het actief een investering met een economisch nut (EN), een investering met een economische nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (HE), of een investering in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut (MN) is.
In het Gemeentelijk Rioleringsplan zijn de landelijk gehanteerde technische levensduur van rioleringsonderdelen genoemd. Onderstaand volgt een opsomming van deze activa met de bijbehorende afschrijvingstermijnen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-66845.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.