Uitvoeringsbesluit voor het beheer en gebruik van grafbedekkingen, graven en asbezorging op de gemeentelijke begraafplaatsen Huizen

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Huizen, gelet op de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Huizen 2026’;

 

besluit vast te stellen het uitvoeringsbesluit voor het beheer en gebruik van grafbedekkingen, graven en asbezorging op de gemeentelijke begraafplaatsen Huizen.

Artikel 1. Beheer

  • 1.

    Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college.

  • 2.

    Onder toezicht van het college worden één of meer daartoe aangewezen personen belast met:

    • a.

      de administratie van de begraafplaatsen;

    • b.

      de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen;

    • c.

      het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen;

    • d.

      het laten delven of openen en sluiten van graven, urnengraven en urnennissen;

    • e.

      het verstrooien van as;

    • f.

      het naleven van de wettelijke voorschriften ten aanzien van het begraven van overledenen en het plaatsen van asbussen.

Artikel 2. Register en plaats registratie

  • 1.

    Het college houdt een register bij van de begraven overledenen en de bezorgde as en kan hiervoor nadere regels vaststellen.

  • 2.

    Het register bevat van alle graven de rechthebbenden en belanghebbenden met hun namen en adressen. In dit register worden tevens de naam, geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen van degene die is begraven of waarvan de as is bezorgd. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting.

Artikel 3. Openstelling en begraaftijden

  • 1.

    De begraafplaatsen zijn dagelijks geopend van zonsopgang tot zonsondergang.

  • 2.

    De tijd van het begraven van overledenen en het bezorgen van as is:

    • a.

      op werkdagen van 9.00 uur tot 15.00 uur

    • b.

      op zaterdag van 09.00 uur tot 14.00 uur.

  • 3.

    Zowel de begin- als eindtijd van de plechtigheid op de begraafplaatsen dient tussen de in het tweede lid aangegeven tijden te liggen.

  • 4.

    Voor werkzaamheden aan graven zijn de begraafplaatsen geopend op werkdagen van 8.00 uur tot 16.00 uur.

  • 5.

    Voor werkzaamheden op de begraafplaats kan de beheerder de begraafplaats of een deel van de begraafplaats tijdelijk sluiten.

  • 6.

    Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken waarbij een toeslag in rekening wordt gebracht bij de rechthebbende of belanghebbende van het graf.

Artikel 4. Aantal overledenen en asbussen

  • 1.

    Per graf mogen maximaal worden geplaatst:

    • a.

      particulier graf 3 personen en 2 asbussen of urnen

    • b.

      particulier kindergraf 2 personen en 2 asbussen of urnen

    • c.

      particuliere urnennis   2 asbussen of urnen

    • d.

      particulier urnengraf 2 asbussen of urnen

    • e.

      algemeen graf 3 personen

  • 2.

    De graven bestaan uit drie lagen. De derde laag betreft de eerst begravene, de tweede laag de tweede begravene en de eerste laag de laatst begravene.

  • 3.

    Het is toegestaan een graf twee keer samen te voegen (schudden), waarbij maximaal drie stoffelijke resten worden samengevoegd in de derde begraaflaag en maximaal twee stoffelijke resten in de tweede begraaflaag.

  • 4.

    Het college bepaalt of het samenvoegen technisch mogelijk is. Het college compenseert rechthebbenden niet indien er geen mogelijkheid is tot een nieuwe begraving of samenvoeging.

  • 5.

    Wanneer er, voor het ingaan van dit uitvoeringsbesluit, al eerder is samengevoegd onder de derde begraaflaag, is het bepaalde in lid 3 van toepassing.

  • 6.

    Wanneer er, voor het ingaan van dit uitvoeringsbesluit, al eerder is samengevoegd in de derde begraaflaag, kan er nog slechts één keer worden samengevoegd in de tweede begraaflaag.

  • 7.

    Wanneer er, voor het ingaan van dit uitvoeringsbesluit, al eerder is samengevoegd in de tweede begraaflaag, mag er geen nieuwe samenvoeging meer plaats vinden.

  • 8.

    In een begraaflaag waar reeds is samengevoegd, kan geen nieuwe samenvoeging, begraving of bijplaatsing van een urn plaatsvinden.

  • 9.

    Asbussen of urnen mogen in de particuliere graven geplaatst worden na schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Het plaatsen van een asbus of urn in een algemeen graf is niet toegestaan.

Artikel 5. Het verstrooien van as

  • 1.

    De as van een overledene mag op de graven of op de daarvoor bestemde plekken op beide begraafplaatsen worden verstrooid in samenspraak met de beheerder.

  • 2.

    Het is niet toegestaan de as uit te strooien op openbare voorzieningen op de begraafplaatsen zoals paden, groenstroken, inrichtingselementen en gebouwen.

  • 3.

    Het is verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de beheerder as op de begraafplaatsen te (laten) verstrooien.

Artikel 6. Graftermijnen

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, de volgende uitsluitende rechten:

    • a.

      het recht op een particulier (kinder)graf voor een termijn van 10 of 20 jaar;

    • b.

      het recht op een particuliere urnennis of particulier urnengraf voor een termijn van 10 of 20 jaar;

    • c.

      het recht voor een reservering op een particulier graf voor een termijn van 5 jaar.

  • 2.

    Het grafrecht op een particulier (kinder) graf, particuliere urnennis of particulier urnengraf bedoeld in lid 1a en 1b kan op aanvraag van de rechthebbende worden verlengd met een termijn van 5 jaar of 10 jaar.

  • 3.

    Het grafrecht op een reservering op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden verlengd met een termijn van 5 jaar.

  • 4.

    Algemene graven worden ter beschikking gesteld voor een termijn van 10 jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd.

  • 5.

    Voor het algemeen onderhoud aan de begraafplaatsen wordt een onderhoudsrecht geheven. De looptijd van dit onderhoudsrecht is gelijk aan de termijn van het grafrecht.

Artikel 7. Afmetingen graf

  • 1.

    De afmetingen (lengte x breedte) van het grafoppervlak bedragen:

    • a.

      particulier graf 200 x 100 cm

    • b.

      algemeen graf 200 x 100 cm

    • c.

      particulier kindergraf 150 x 100 cm

    • d.

      particulier urnengraf 60 x 60 cm

Artikel 8. Afmetingen gedenktekens

  • 1.

    Alle gedenktekens op graven dienen op een deugdelijke fundering te worden geplaatst. De fundering dient onder het maaiveld te worden aangebracht. De fundering van een gedenkteken dient te bestaan uit een gewapend betonraam van 200 x 100 cm, waarbij de banden van het raam 5 cm dik en 15 cm breed zijn;

  • 2.

    De maximale afmetingen van een gedenkteken op een particulier graf moet voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      situatie liggend lengte 200 cm x breedte 100 cm x dikte 12 cm

    • b.

      situatie staand hoogte 100 cm x breedte 90 cm x dikte minimaal 6 cm

    • c.

      indien sprake is van banden rondom, bedraagt de maximale hoogte van de banden 15 cm boven het maaiveld. De omranding dient te worden aangebracht op een gewapende betonfundering van lengte 200 cm x breedte 100 cm x dikte 5 cm.

  • 3.

    De maximale afmetingen van een gedenkteken op een particulier kindergraf moet voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      situatie liggend lengte 120 cm x breedte 100 cm

    • b.

      situatie staand hoogte 100 cm x breedte 80 cm

    • c.

      indien sprake is van banden rondom, bedraagt de maximale hoogte van de banden 15 cm. De omranding dient te worden aangebracht op een gewapende betonfundering van lengte 120 cm x breedte 100 cm.

  • 4.

    Op één algemeen graf mag per overledene een gedenkteken geplaatst worden onder een hoek van 30 graden, tot een maximum van drie per graf. De maximale afmetingen van een gedenkteken op een algemeen graf moet voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      Situatie liggend lengte 50 cm x breedte 60 cm

  • 5.

    Het gedenkteken aanwezig op het algemeen graf wordt op volgorde van hoofdeinde naar voeteneinde geplaatst. De belanghebbende heeft geen vrije keuze hierin.

  • 6.

    De afmetingen van een gedenkteken op een particuliere urnennis zijn afhankelijk van het type nis. De nis dient te allen tijde ingemeten worden door een vakkundige partij in opdracht van de rechthebbende. Richtlijnen voor de afmetingen van een particuliere urnennis zijn:

    • a.

      hoogte circa 36 cm x breedte circa 32 cm

  • 7.

    De maximale afmetingen van een gedenkteken op een particulier urnengraf moet voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      situatie liggend lengte 50 cm x breedte 50 cm

Artikel 9. Voorwaarden gedenktekens

  • 1.

    Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, veiligheidsglas, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde hout soort.

  • 2.

    De lengte en de breedte van het gedenkteken mogen die van het graf, genoemd in artikel 7, niet overschrijden.

  • 3.

    De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden .

  • 4.

    Sierurnen moeten stevig verankerd worden op een bijpassende grondplaat of sokkel, zodanig dat verwijdering door onbevoegden wordt voorkomen.

  • 5.

    Gedenktekens moeten zodanig worden gefundeerd, dat verzakking niet mogelijk is. De constructie moet zodanig zijn, dat zij uit en in elkaar gezet kan worden zonder de cementvoegen te verbreken. Eventuele verbindingen moeten vakkundig worden aangebracht.

  • 6.

    Het is verplicht een gedenkteken te voorzien van het grafnummer van het betreffende graf. Het grafnummer dient zichtbaar aan de linkerzijde van het staande monument of, in het geval van een liggend monument, daarop te worden gegraveerd.

  • 7.

    Het is niet toegestaan om op een gereserveerd graf een gedenkteken of grafbeplanting te plaatsen.

Artikel 10. Voorwaarden gedenktekens cultuurhistorische deel oude begraafplaats

  • 1.

    Om het cultuurhistorische karakter en de sobere uitstraling van de oude begraafplaats te waarborgen, zijn grafbedekkingen slechts toegestaan indien deze passen binnen het historische beeld van de begraafplaats en geen afbreuk doen aan de monumentale waarde.

  • 2.

    Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuurstenen in sobere tinten (zoals grijs, wit of antraciet).

  • 3.

    Gebruik van glanzend graniet, kunststof, glas of andere moderne materialen is niet toegestaan.

  • 4.

    De afmetingen van een gedenkteken op een particulier graf moet voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      situatie liggend lengte 150 cm x breedte 90 cm

    • b.

      situatie staand hoogte 100 cm x breedte 90 cm

  • 5.

    Alleen rechtopstaande of liggende gedenktekens in eenvoudige, rechthoekige of traditionele vorm zijn toegestaan. Grafbedekkingen met uitbundige vormen, decoratieve sculpturen of moderne abstracte ontwerpen worden niet toegestaan.

  • 6.

    Het bestaande gietijzeren nummerpaaltje dat bij een graf aanwezig is, maakt onderdeel uit van het historische karakter van de begraafplaats en mag niet worden verwijderd of aangepast.

  • 7.

    Het niet toegestaan om op de graven grafbeplanting te plaatsen.

  • 8.

    Nieuwe gedenktekens en aanpassingen aan bestaande graven dienen vooraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college.

  • 9.

    In bijzondere gevallen kan het college ontheffing verlenen, mits dit de beeldkwaliteit en monumentale waarde van de begraafplaats niet aantast.

Artikel 11. Vergunning gedenkteken

  • 1.

    Het is verboden om zonder vergunning van het college een gedenkteken, een plaat ter afsluiting van een urnennis te plaatsen of een urn op een graf te plaatsen. De rechthebbende van een particulier graf en de belanghebbende van een algemeen graf vragen de vergunning voor het hebben van een gedenkteken aan.

  • 2.

    Een vergunning voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd. Bij de aanvraag behoort een werktekening te worden ingediend. Op deze werktekening dienen tenminste voor te komen:

    • a.

      een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte- , breedte-, dikte- en lengtematen;

    • b.

      de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;

    • c.

      de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;

    • d.

      de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);

    • e.

      het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop;

    • f.

      een foto of afbeelding indien deze uitmaakt van het gedenkteken;

    • g.

      het betreffende grafnummer.

  • 3.

    Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels in dit uitvoeringsbesluit;

    • b.

      de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is;

    • e.

      het ontwerp of tekst kwetsend en of aanstootgevend is;

    • f.

      op enige wijze reclame is gemaakt voor handel of bedrijf.

  • 4.

    Het besluit op de aanvraag wordt door het college schriftelijk medegedeeld.

  • 5.

    De kosten voor het verlenen van een vergunning worden voldaan door of in naam van de rechthebbende of belanghebbende.

Artikel 12. Plaatsing gedenkteken

  • 1.

    Voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken is toestemming nodig van de beheerder.

  • 2.

    Het tijdstip van plaatsing, herstel of vervanging van het gedenkteken dient ten minste twee werkdagen van tevoren kenbaar gemaakt te worden aan de beheerder. In overleg met de beheerder wordt bepaald wanneer en onder welke voorwaarden de werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.

  • 3.

    Het plaatsen van gedenktekens dient plaats te vinden op maandag t/m vrijdag onder de in artikel 1, derde lid gestelde tijden.

  • 4.

    De zich op een particulier graf bevindende grafbedekking of voorwerpen moeten door een steenhouwer uiterlijk twee werkdagen voorafgaand het openen van het graf worden verwijderd in opdracht van de rechthebbende.

  • 5.

    De rechthebbende of belanghebbende is verantwoordelijk voor het opruimen van alle sporen van afval ontstaan door of ten gevolge van plaatsingswerkzaamheden.

  • 6.

    Indien er beschadigingen ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan het gedenkteken, moet de veroorzaker hiervan zich melden bij de beheerder van de begraafplaatsen. In overleg met de beheerder wordt bepaald of de schade door of op kosten van de veroorzaker worden hersteld.

  • 7.

    Voor het bijzetten van een overledene of een asbus in een particulier graf of het bijzetten van een asbus in een particulier urnennis of urnengraf worden grafbedekkingen of afdekplaten door of namens de rechthebbende verwijderd en/of herplaatst.

Artikel 13. Grafbeplanting

  • 1.

    Het oppervlak van het particulier graf kan door de rechthebbende van het graf worden beplant met gewassen die de voor het graf beschikbare oppervlakte, als bedoeld in artikel 7, niet overschrijden of die door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. De hoogte van deze gewassen mag de voor het gedenkteken toegestane hoogte op het graf niet overschrijden, als bedoeld in artikel 8.

  • 2.

    Op een particulier graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen éénjarige gewassen of vaste beplanting worden geplant. Deze mogen de hoogte van het grafmonument niet overschrijden. Het planten van bomen, heesters, bamboe, haagplanten en coniferen is niet toegestaan.

  • 3.

    Beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat er aanspraak kan worden gemaakt op een schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.

  • 4.

    Grafbeplanting die buiten het graf, zonder toestemming of anders dan aangewezen is aangebracht of onvoldoende wordt onderhouden kan op last van het college door de beheerder worden verwijderd, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Dit vindt niet plaats dan nadat rechthebbende of belanghebbende per brief, via het mededelingenbord op de begraafplaats of via een aanwijzing bij het graf is opgeroepen en gelegenheid is geboden voor aanpassing.

Artikel 14. Losse bloemen, planten en ornamenten

  • 1.

    Het plaatsen van losse bloemen op graven in op de ondergrond bevestigde vazen, eenjarige planten en planten in potten is toegestaan, mits geplaatst binnen de maximale afmetingen van de grafbedekking. Glazen vazen zijn vanuit veiligheidsoogpunt niet toegestaan.

  • 2.

    Het is op, achter en in de nabijheid van grafbedekkingen verboden losse voorwerpen te plaatsen.

  • 3.

    Ornamenten, linten en dergelijke die na een teraardebestelling op het graf worden achtergelaten moeten binnen één maand na de dag van de teraardebestelling door de rechthebbende of de belanghebbende worden verwijderd. Indien niet aan de genoemde termijn voldaan wordt heeft de beheerder het recht om deze zonder ddddddvoorafgaande kennisgeving te verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

Artikel 15. Grindbedekking

  • 1.

    Gebruik van los grind als grafbedekking is niet toegestaan. Grind is alleen toegestaan op een particulier graf onder die voorwaarde dat het grind wordt geplaatst in een dichte bak en mag de in artikel 8, lid 2 en 3, benoemde afmetingen van het gedenkteken niet overschrijden.

  • 2.

    Indien het grind de afmetingen uit artikel 8 overschrijdt, is de beheerder van de begraafplaats bevoegd dit grind te verwijderen zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een schadevergoeding.

  • 3.

    De gemeente is niet verantwoordelijk voor het aanvullen van grind; de rechthebbende is verantwoordelijk voor het onderhoud en de aanvulling van het grind op het betreffende particuliere graf.

  • 4.

    De rechthebbende is verantwoordelijk voor het (laten) verwijderen van het grind bij een begraving in het betreffende particuliere graf.

Artikel 16. Onderhoud door de rechthebbende of de belanghebbende

  • 1.

    Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de belanghebbende.

  • 2.

    De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te (laten) herstellen. Voor het schoonmaken van de grafbedekking zijn alleen biologisch afbreekbare middelen toegestaan. Het afval dat vrij komt bij het onderhoud dient door eenieder in de daarvoor aanwezige afvalbakken te worden gedeponeerd.

  • 3.

    Indien de rechthebbende of de belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4.

    De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de belanghebbende per brief op de hoogte is gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 5.

    Het college kan de rechthebbende of de belanghebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

  • 6.

    Indien door een ondeugdelijke (geworden) constructie naar het oordeel van het college een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan het college direct maatregelen treffen.

Artikel 17. Onderhoud door gemeente

  • 1.

    Het college voorziet in het algemene onderhoud en het schoonhouden van de begraafplaatsen. Dit betekent dat het college voorziet in:

    • a.

      periodiek onderhoud aan beplanting en bomen;

    • b.

      periodiek onderhoud aan de paden;

    • c.

      periodiek bladvrij houden van de gedenktekens;

    • d.

      onderhoud aan de urnenmuur.

  • 2.

    De daarvoor verschuldigde onderhoudsrechten worden in de "Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten" vastgesteld. Deze rechten zijn een verplichte bijdrage voor rechthebbenden en belanghebbenden.

  • 3.

    Het onderhoud op de begraafplaatsen geschiedt uitsluitend wanneer dit door de beheerder noodzakelijk wordt geacht.

  • 4.

    De rechthebbende is verantwoordelijk voor het aanvullen van grond of het (laten) rechtzetten van het gedenkteken na verzakking. De kosten die gemoeid zijn met deze werkzaamheden zijn voor rekening van de rechthebbende of belanghebbende van het betreffende graf.

Artikel 18. Grafkelders

  • 1.

    Voor het plaatsen of vervangen van een particuliere grafkelder is een door het college verleende vergunning vereist. Het stichten van een grafkelder geschiedt door de zorg, voor risico en op kosten van de rechthebbende na verkregen vergunning van het college. Het zelf bouwen of metselen van een grafkelder is niet toegestaan.

  • 2.

    De voorwaarden waaraan een grafkelder moet voldoen zijn:

    • a.

      de gebruikte materialen zijn duurzaam;

    • b.

      de fundering en constructie zijn veilig;

    • c.

      de grafkelder is beheer-technisch en esthetisch aanvaardbaar;

    • d.

      de grafkelder is waterdicht;

    • e.

      er is een ontluchtingssysteem aangebracht;

    • f.

      De bovenkant van een grafkelder is op gelijke hoogte met het maaiveld.

  • 3.

    De afmetingen van de ruimte waarbinnen een grafkelder mag worden aangebracht, zijn lengte 225 cm x breedte 100 cm x hoogte 250 cm beneden maaiveld.

  • 4.

    Het openen van een grafkelder voor het daarin doen begraven van overledenen en het direct na de begrafenis sluiten daarvan, komt voor rekening en risico van de rechthebbende.

  • 5.

    Het openen van een grafkelder, anders dan tot het daarin opnemen van overledenen is verboden, tenzij de beheerder van de begraafplaatsen hiervoor toestemming heeft verleend.

  • 6.

    Een vergunning voor een reeds bestaande grafkelder kan worden gewijzigd of ingetrokken worden, indien:

    • a.

      niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels in het uitvoeringsbesluit;

    • b.

      de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is;

    • e.

      onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstreken;

    • f.

      het college om redenen van beheer technische aard dit wenselijk of noodzakelijk acht.

  • 7.

    De kosten voor het verlenen van een vergunning voor een grafkelder worden voldaan door of in naam van de rechthebbende.

Artikel 19. Slotbepalingen

  • 1.

    Dit uitvoeringsbesluit kan worden aangehaald als: ‘Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen Huizen 2026’.

  • 2.

    Het uitvoeringsbesluit treedt in de plaats van alle voorafgaande voorschriften van de begraafplaatsen met betrekking tot de grafbedekkingen.

  • 3.

    In gevallen waarin het uitvoeringsbesluit niet voorziet, beslist het college.

  • 4.

    Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking één dag na bekendmaking hiervan.

Aldus besloten in de collegevergadering van 29 december 2025,

de secretaris,

de voorzitter,

Naar boven