Gemeenteblad van Hulst
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hulst | Gemeenteblad 2026, 66493 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hulst | Gemeenteblad 2026, 66493 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Rectificatie: Subsidieregeling energiebesparende maatregelen 2026
[Deze publicatie betreft een rectificatie omdat artikel 6, lid 4 en 5, artikel 7, lid 3 en bijlage 1 onjuist waren opgenomen. De oorspronkelijke publicatie is op 6 februari 2026 bekendgemaakt, beschikbaar via Gemeenteblad 2026, 54603.]
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst overweegt dat:
Artikel 2 Doel van de regeling
Deze regeling heeft tot doel het geven van advies over energiebesparing aan huurders of eigenaar-bewoners en het stimuleren van het treffen van energiebesparende maatregelen in woningen bij de doelgroep die te maken heeft met energiearmoede. De aanpak is gericht op de reductie van het energieverbruik bij huishoudens en daarmee het verlagen van de energiekosten.
Artikel 6 De aanvraag via Gemeente Hulst
De aanvrager vraagt bij gemeente Hulst subsidie aan voor:
indien de aanvrager een eigenaar-bewoner is waardoor er sprake is van een eigen woning kan het energiezuinig inregelen van de verwarmingsinstallatie, kleine maatregelen voor het verbeteren van de ventilatie, het laten installeren van een slimme thermostaat en/of het plaatsen van grote isolerende maatregelen, zoals omschreven in bijlage 6 worden aangevraagd.
Artikel 7 Toetsingscriteria coachingstraject
de aanvrager is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor welke adviezen van de energiecoach opgevolgd worden, welke kleine energiebesparende producten worden verstrekt en geïnstalleerd, of een waardebon voor witgoed wenselijk is en (in geval van een eigen woning) welke middelgrote besparende maatregelen uit bijlage 4 uitgevoerd mogen worden.
de energiecoach of loketmedewerker energiearmoede beoordeelt op basis van eigen inzicht of de aanvrager voldoet aan de doelgroep voor energiearmoede op basis van het coaching gesprek waarin onder andere de energetische woningkwaliteit, de energiekosten en achtergrondkenmerken energiearmoede conform bijlage 9 worden meegenomen. De Energiecoach en loketmedewerker energiearmoede kan en mag niet naar inkomens en vermogen navraag doen.
Het totale subsidieplafond voor deze subsidieregeling bedraagt € 1.000.000,-.
Het subsidieplafond voor bijlage 1 en 2 bedraagt € 45.000
Het subsidieplafond voor bijlage 3 bedraagt € 60.000
Het subsidieplafond voor bijlage 4 bedraagt € 40.000
Het subsidieplafond voor bijlage 5 en 6 bedraagt € 403.300
Het subsidieplafond voor bijlage 6 bedraagt € 403.300
Het subsidieplafond voor ondersteuning voor isolatieadvies, bouwkundig advies of financieel advies bedraagt € 48.400
Onverminderd artikel 11 van de Asv, wordt subsidie in ieder geval geweigerd indien:
Bijlage 4 Overzicht middelgrote besparende maatregelen
Kleine klussen die direct bijdragen aan besparing van het gasverbruik zoals
Kleine klussen die direct bijdragen aan besparing van het elektriciteitsverbruik zoals
Bijlage 5 Overzicht grote elektriciteitskosten-besparende maatregelen
Zonnepaneel installatie (zonnepanelen inclusief omvormer en aansluiting meterkast).
Bijlage 6 Overzicht grote gasbesparende maatregelen
Voor het toepassen van grote gasbesparende maatregelen zijn de voorwaarden van toepassing conform het Zeeuws isolatieprogramma (conform Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Hulst 2025). De voorwaarden zijn te vinden op www.zeeuwsisolatieprogramma.nl/
Bijlage 7 Achtergrondkenmerken energiearmoede
Bij het afbakenen van energiearmoede onder particuliere huishoudens zijn vier verschillende indicatoren gebruikt. Uit de vorige paragraaf kwam naar voren dat inkomen en energiekwaliteit van de woning kenmerken zijn die een belangrijke rol spelen bij energiearmoede. Voor elke indicator verschilt de groep energiearme huishoudens naar kenmerken van de woning en kenmerken van het huishouden.
Van alle indicatoren om energiearmoede af te bakenen zijn verreweg de meeste huishoudens energiearm doordat de woning een lage energiekwaliteit heeft en het huishouden weinig investeringsmogelijkheden heeft (LEKWI). Ruim een kwart van de mensen die in een hoekwoning woont is op basis van deze indicator energiearm. Voor bijna alle woningtypes geldt dat er in verhouding drie keer zo veel energiearme huishoudens zijn volgens LEKWI dan volgens een van de andere indicatoren. Een uitzondering hierop zijn de huishoudens in een vrijstaande woning. Daar had ruim 11 procent van de huishoudens energiearmoede volgens de indicator LEKWI en 8 procent volgens de hoge energiequote (HEQ).
Energiearmoede volgens de indicator laag inkomen en lage energetische kwaliteit van de woning (LILEK) komt het vaakst voor bij hoekwoningen en het minst bij vrijstaande woningen. Hieruit valt te concluderen dat huishoudens die in een hoekwoning wonen relatief vaker huis met lage energiekwaliteit hebben. Energiearmoede op basis van een laag inkomen en een hoge energierekening (LIHE) komt in verhouding het meest voor bij meergezinswoningen (flats) en hoekwoningen.
Bij alle vormen van energiearmoede blijkt dat energiearme huishoudens vooral onder huurders voorkomen. Uitgangspunt van de LEKWI (laag inkomen, weinig investeringsmogelijkheden) is dat huurders weinig investeringsmogelijkheden hebben en afhankelijk zijn van de verhuurder bij verduurzaming van de woning. Hierdoor worden huurders in een woning met een slechte energiekwaliteit ongeacht hun inkomen bestempeld als energiearm. Bij woningeigenaren wordt naast de kwaliteit van de woning ook gekeken naar het vermogen. Verreweg de meeste particuliere huurders hebben een laag inkomen en weinig investeringsmogelijkheden om te verduurzamen (LEKWI). Dit geldt voor ruim de helft van alle huishoudens met een particuliere huurwoning. Ook bij huurwoningen van woningcorporaties en koopwoningen is dit de meeste voorkomende vorm van energiearmoede. Echter, het verschil ten opzichte van de andere vormen van energiearmoede zijn aanzienlijk minder groot dan bij particuliere huurders. Er zijn nauwelijks huishoudens met een koopwoning die een laag inkomen hebben in combinatie met een lage energetische kwaliteit woning of een hoge energierekening (LEKWI/LIHE).
Net als bij de andere achtergrondkenmerken komt energiearmoede bij elk type huishouden vooral voor in de vorm van LEKWI. Wat verder opvalt is dat vooral eenouderhuishoudens en eenpersoonshuishoudens relatief vaker te maken hebben met energiearmoede. Onder paren met of zonder kinderen is het percentage huishoudens dat energiearm is voor elke indicator lager. Bij de indicatoren LILEK, LIHE en HEQ wordt rekening gehouden met de huishoudenssamenstelling. Paren hebben dus niet per definitie minder kans op energiearmoede vanwege het feit dat ze een gezamenlijk inkomen hebben.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-66493.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.