Gemeenteblad van Kaag en Braassem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kaag en Braassem | Gemeenteblad 2026, 64410 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kaag en Braassem | Gemeenteblad 2026, 64410 | beleidsregel |
GEDRAGSCODE INTEGRITEIT BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
Het vaststellen van een gedragscode is naast een wettelijke verplichting ook wenselijk, zowel voor de bestuurders zelf als voor de buitenwereld. In deze gedragscode is opgenomen hoe de leden van het college ‘integer handelen’ invullen in de praktijk. Het is geen uitputtende lijst van bepalingen voor alle gevallen, maar vormt het vertrekpunt van de integriteit van het college als geheel en van de individuele leden van het college. Door zich aan de bepalingen te houden beschermen de collegeleden zichzelf tegen mogelijke misstappen of de schijn daarvan.
Deze gedragscode is een interne regeling, dat maakt de gedragscode echter niet vrijblijvend. Bestuurders kunnen daarop worden aangesproken en dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden bij zowel collegabestuurders, gemeenteraad als inwoners. Daarom is het belangrijk om niet alleen na te denken over het eigen handelen, maar ook bewust te zijn hoe anderen dat handelen ervaren.
Het gemeentebestuur van Kaag en Braassem zet zich dagelijks in om het beste te bereiken voor de gemeente en voor de inwoners van Kaag en Braassem. Dat is het doel van al het handelen van de burgemeester en de wethouders. De kwaliteit van het openbaar bestuur en dienstbaarheid aan de samenleving staat centraal. Goed functionerende en integer handelende bestuurders zijn belangrijk voor het vertrouwen van inwoners in de gemeente en de lokale politiek.
Integriteit ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Het is belangrijk om respectvol om te gaan met inwoners, organisaties, medewerkers en andere politieke ambtsdragers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl. Van een politieke ambtsdrager wordt correct, fatsoenlijk en respectvol gedrag verwacht. Respect betekent ook iedereen gelijkwaardig behandelen, ruimte geven aan andere meningen en zorgvuldig omgaan met elkaar rollen, verantwoordelijkheden en belangen.
Het college van burgemeester en wethouders is er voor iedereen en voor iedereen in gelijke mate. Dat betekent dat het handelen van het gemeentebestuur transparant en daarmee controleerbaar moet zijn. De bestuurders houden zich aan gemaakte afspraken.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook tussen de collegeleden onderling. Na aantreden ontvangt de burgemeester of de wethouder een exemplaar van deze gedragscode. Het agendapunt Integriteit krijgt een vaste plaats op de agenda van de collegevergadering, zodat de collegeleden doorlopend en laagdrempelig het gesprek met elkaar hierover kunnen aangaan en casussen of dilemma’s kunnen bespreken.
Artikel 2 Belangenverstrengeling
b. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn. c. De nevenfuncties van de burgemeester en de wethouders zijn te vinden op de website van de gemeente.
De burgemeester of de wethouder behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen ten goede aan de kas van de gemeente. Voor een voltijds bestuurder vindt verrekening plaats met inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties .
Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van de burgemeester of de wethouder over een onderwerp in het geding kan zijn (bijvoorbeeld bij een financieel belang, bij familie- of vriendschaps-betrekkingen of een anderszins persoonlijke betrekking met een aanbieder van diensten of zaken), geeft hij/zij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Hij/zij draagt, indien dit wenselijk is, dit dossier over en onthoudt zich van deelname aan besluitvorming.
Artikel 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen
b. De burgemeester of de wethouder maakt de excursies en evenementen die hij/zij heeft aanvaard openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor zijn/haar/hun rekening heeft/hebben genomen. De informatie is via de gemeentelijke website beschikbaar.
Artikel 5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente
a. Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
a. De burgemeester of de wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij/zij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
Artikel 6 Uitvoering gedragscode
Een ieder kan een melding doen bij de burgemeester van het (redelijk vermoeden van) niet naleven van de gedragscode. In het geval een melding wordt gedaan, treedt het “Protocol naleving gedragscode burgemeester en wethouders Kaag en Braassem” in werking. Dit protocol is de werkwijze van de procesgang en is opgenomen onder bijlage 1 en maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Kaag en Braassem gehouden op 2 februari 2026.
de griffier,
T.P. Scherpenzeel
de voorzitter,
A. Heijstee-Bolt
Wettelijk kader en toelichting behorende bij de Gedragscode burgemeester en wethouders gemeente Kaag en Braassem
De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet).
Artikel 2 Voorkomen van belangenverstrengeling
Afleggen eed of belofte (artikelen 41a en 65 Gemeentewet)
Alvorens zijn/haar functie te kunnen uitoefenen legt de burgemeester en de wethouder de volgende eed (verklaring en belofte) af: Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.
Stemonthouding (artikel 28 Gemeentewet) en belangenverstrengeling
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over
Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Incompatibiliteiten en nevenfuncties
Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.
Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de gemeenteraad. Voor de burgemeester geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).
Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66 Gemeentewet).
Lid 1 De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt openbaar gemaakt via de website van de gemeente. De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.
Het bepaalde in lid 4 (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige gemeente.
Lid 5 In deze bepalingen is de zogenaamde draaideurconstructie geregeld. De draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap.
Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige gemeente is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren.
In het eerste jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders niet worden aangetrokken om tegen beloning activiteiten voor de eigen gemeente te verrichten.
Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn/haar taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 169 en 180 Gemeentewet).
Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
Artikel 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen
De eed of belofte die op grond van de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder artikel 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
Lid 1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Ontvangen van geschenken uit hoofde van het ambt op het huisadres valt nooit volledig te voorkomen (denk aan bloemen of een beterschapswens bij ziekte). Om transparant te zijn, wordt hiervan melding gemaakt in het college.
Lid 7 Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als burgemeester, dan wel als wethouder aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder. Hier dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.
Artikel 5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente
Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van provincie/de gemeente/het waterschap dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikelen 44 en 66 Gemeentewet).
Procedure van declaratie (modelverordeningen rechtspositie VNG)
Er zijn voor wethouders voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij gemeente. Ook zijn in de gemeentelijke verordening voor wethouders voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een gemeentelijke creditcard.
Buitenlandse dienstreis voor wethouders (modelverordeningen VNG)
Aan bestuurders worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken:
In beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;
Het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt;
Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk.
De bestuurder zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.
Lid 2 en 3 Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt bij het college van burgemeester en wethouders.
Ingevolge lid 4 gelden de bepalingen van lid 2 en 3 niet voor de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland. Voor dergelijke (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijke richtsnoer.
Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder lid 2 en 3 en komen niet ten laste van de gemeente.
Artikel 6 Uitvoering gedragscode
De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.
De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Het protocol in de bijlage wordt gevolgd in geval van melding van een vermoeden van integriteitsschending.
Bijlage 1. Protocol naleving gedragscode burgemeester en wethouders Kaag en Braassem
Artikel 2 Het bespreken van integriteitskwesties
Bij twijfel over het handelen van een ander is het uitgangspunt dat men eerst betrokkene daarop aanspreekt. Daar wordt alleen van afgeweken als het om een vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als de betrokken wethouder of de burgemeester op de hoogte gesteld wordt. Wanneer de ander na het aanspreken zijn handelen niet feitelijk corrigeert of het vermoeden blijft bestaan dat de gedragscode wordt overtreden, is melding van het vermoeden van schending de vervolgstap.
Artikel 3 Melding en vooronderzoek bij vermoedens van schendingen door de burgemeester of de wethouder
Indien er een redelijk vermoeden is van niet naleving van de gedragscode (hierna: een overtreding van gedragscode) door de wethouder, kan hiervan melding worden gedaan bij de burgemeester. Een redelijk vermoeden van een overtreding van de gedragscode door de burgemeester, kan worden gemeld bij de gemeentesecretaris. Een ieder kan een melding doen. De naam van de melder kan op verzoek geheim blijven, dit wordt opgenomen in het dossier;
Als de burgemeester vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een wethouder, dan verricht de burgemeester hiernaar vooronderzoek. De burgemeester kan hierbij te rade gaan bij de gemeentesecretaris en/of een externe adviseur. Als de gemeentesecretaris vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door de burgemeester, dan verricht de gemeentesecretaris hiernaar vooronderzoek. Hij/zij kan hierbij te rade gaan bij de loco-burgemeester en/of een externe adviseur.
Ook de betrokken wethouder of de burgemeester wordt op de hoogte gesteld van het vooronderzoek naar een vermeende schending. Daar wordt alleen van afgeweken als het om een vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als betrokkene op de hoogte wordt gesteld;
Artikel 4 Beoordeling van een (lichte) overtreding
De burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op de burgemeester) beoordeelt aan de hand van het vooronderzoek of er sprake is van (een redelijk vermoeden van) een (lichte) overtreding. De beoordeling kan leiden tot de volgende uitkomsten:
a. Er is sprake van een lichte overtreding, waarbij verder onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op de burgemeester) bespreekt in dat geval de lichte overtreding met de overtreder. De melder en het college worden op hoofdlijnen geïnformeerd over de uitkomsten van het vooronderzoek;
i. Onder een lichte overtreding wordt verstaan: een eenmalige gedraging die niet structureel van aard is en geen direct nadeel heeft veroorzaakt voor personen en het functioneren van het college of de raad.
b. Er is sprake van (een redelijk vermoeden van) een overtreding, waarbij verder onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op de burgemeester) geeft opdracht om een feitenonderzoek te verrichten.
Artikel 5 Feitenonderzoek bij vermoedelijke schendingen door een raadslid.
Een interne onderzoekscommissie bestaat minimaal uit de burgemeester en de gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op een wethouder. Wanneer de melding ziet op de burgemeester, bestaat een interne onderzoekscommissie minimaal uit de gemeentesecretaris en de loco-burgemeester. Ter ondersteuning kunnen zij ambtenaren en/of wethouders aanwijzen. Aan de commissie kunnen externe deskundigen worden toegevoegd;
Artikel 6 Kennisgeving aan betrokkene
Artikel 7 Horen van betrokkene en getuigen
Artikel 8 Overtreding van de gedragscode
a. Indien de onderzoekscommissie na onderzoek van oordeel is dat er sprake is van een overtreding van de gedragscode door de wethouder, dan stelt zij aan de burgemeester een passende maatregel voor tegen de overtreder. De burgemeester stelt, in overleg met het college, de passende maatregel vervolgens aan de overtreder voor. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om op het voorstel te reageren.
b. Indien de onderzoekscommissie na onderzoek van oordeel is dat er sprake is van een overtreding van de gedragscode door de wethouder, dan stelt zij aan het college een passende maatregel voor tegen de overtreder. Het college stelt de passende maatregel vervolgens aan de overtreder voor. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om op het voorstel te reageren.
3. Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie eventueel na overleg met de officier van justitie.
Artikel 9 Onderzoeksrapportage bij schendingen door een wethouder of de burgemeester
De onderzoeksrapportage wordt door de burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer het onderzoek ziet op de burgemeester) aangeboden aan het college, zodat zij als eerste kennis kunnen nemen van de rapportage. Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid;
Artikel 10 Communicatie en openbaarheid
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-64410.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.