Gemeenteblad van Purmerend
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Purmerend | Gemeenteblad 2026, 63540 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Purmerend | Gemeenteblad 2026, 63540 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieverordening Regio Deal Waterland 2026-2030
De raad van de gemeente Purmerend,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 december 2025
gelet op artikel 149 en 156 van de Gemeentewet;
gelet op titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
overwegende dat artikel 4:23, eerste lid van de Awb vereist dat voor het verstrekken van subsidie een wettelijk voorschrift is vastgesteld dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;
dat op 7 november 2025 het Rijk en de vier gemeenten, te weten Purmerend, Waterland, Edam-Volendam en Landsmeer en de Vereniging Ondernemend Waterland, het Talland college en de Purmerendse Scholengroep het convenant Regio Deal Waterland hebben ondertekend;
dat het Rijk bij besluit van 27 november 2025 op basis van artikel 13 van het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche in dit verband 13 miljoen euro inclusief eventueel verschuldigde BTW heeft verleend aan de Regiokassier van de Regio Deal Waterland, zijnde de gemeente Purmerend;
dat de Regiokassier ook degene is die formeel voor het organiseren van een doelmatige en doeltreffende besteding van deze rijksmiddelen zorg moet dragen;
dat de partijen bij het Convenant Regio Deal Waterland hebben besloten dat subsidie een geschikt instrument is voor de realisatie van de drie Programmalijnen Beter Wonen, Beter Leren en Beter Werken, zoals beschreven in artikel 3 Convenant Regio Deal Waterland;
dat de Regiokassier daarom met de colleges van de vier gemeenten en de andere partijen afspraken over de verdeling van de rijksmiddelen in een samenwerkingsovereenkomst heeft gemaakt ter bekostiging van de uitvoering van deze subsidieverordening ten behoeve van de Regio Deal Waterland;
dat deze verordening helderheid geeft over de wijze hoe de gemeenteraad van de gemeente Purmerend de Regio Deal Waterland wil inzetten op de versterking van de brede welvaart in het Regiodeal gebied door subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen te verstrekken.
de navolgende verordening vast te stellen:
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Penvoerder: een aangewezen deelnemer van het samenwerkingsverband die namens de andere deelnemers wordt beschouwd als de aanvrager en daarom de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijkheid draagt voor de naleving van de eisen in deze subsidieverordening alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten en projecten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling en waarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan de van het samenwerkingsverband deel uitmakende subsidieontvangers, zijnde de deelnemers;
Vooraanmelding: Een verplichte stap vóór het indienen van de definitieve subsidieaanvraag. Een vooraanmelding betekent dat de aanvrager voor dat zij een subsidieaanvraag indient, (basis)informatie over het project waarvoor zij subsidie aanvraagt, deelt met het Programmateam. Het Programmateam beoordeelt de informatie en geeft feedback voordat de aanvrager de definitieve uitgewerkte aanvraag indient.
Artikel 2 Reikwijdte, doel en doelgroep
Het college is bevoegd tot het uitvoeren van deze verordening, waaronder het beslissen op subsidieaanvragen en het nemen van daarmee verband houdende beslissingen op grond van titel 4.2 van de Awb en deze verordening, het vaststellen van nadere regels, het benoemen van een adviescommissie, het vaststellen van een digitaal aanvraagformulier, het vaststellen van een accountantsprotocol en het vaststellen van subsidie(deel)plafonds.
Artikel 4 Subsidiabele projecten
Indien een aanvrager, vanwege omstandigheden die niet aan hem zijn toe te rekenen, de projectduur zoals gesteld in het eerste lid niet haalt en wil verlengen, kan de subsidieontvanger het college verzoeken om de duur van de projectperiode te verlengen, mits hierdoor de looptijd van deze subsidieverordening, zijnde 31 december 2030, niet wordt overschreden. Het college is niet verplicht dit verzoek te honoreren. Wanneer het college het verzoek niet honoreert, doet hij dit schriftelijk en gemotiveerd.
Artikel 6 Documentatie in verband met geoorloofde staatssteun
In het geval bij subsidieverlening op grond van deze verordening sprake is van staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffend de werking van de Europese Unie maar het college van oordeel is dat het is toegestaan de staatssteun in lijn met Europese wetgeving te verlenen, bijvoorbeeld door deze onder te brengen bij een vrijstellingsverordening, dan legt het college in een document vast waarom er sprake is van staatssteun en op welke gronden het verlenen van staatssteun is toegestaan. Dit document wordt 10 jaar, vanaf de datum van het besluit van vaststelling van de betreffende steun, voor inzage bewaard conform kader van de Wet terugvordering van de steun.
Een aanvraag om subsidieverlening bevat ten minste:
een projectplan met daarin minimaal de volgende elementen:
projectbeschrijving: doel van het project, beoogde resultaten, voorgestelde interventies, doelgroepen, concrete beschrijving van de processtappen, inclusief de beoogde uitvoering en fases en wordt ingegaan op de beoordelingscriteria als bedoeld in Bijlage 1 beoordelingscriteria, de uitvoeringsperiode van het project en de eventuele samenwerkingspartners.
Indien het project in samenwerkingsverband wordt aangevraagd en uitgevoerd, wordt aanvullend op het eerste lid de volgende gegevens gevraagd:
een ingevulde en rechtsgeldige de-minimisverklaring van alle samenwerkingspartijen ten behoeve van het voorgestelde project per programmalijn, evenals verleningsbrieven van deze partijen, wanneer zij in drie voorgaande jaren de-minimissteun op grond van een van de de-minimisverordeningen hebben ontvangen;
Hoofdstuk 3 Beoordeling subsidieaanvraag
Artikel 9 Subsidieplafond en verdeling
Als aan het einde van het tijdvak blijkt dat het subsidieplafond niet is overschreden, dan kan het college besluiten het resterende bedrag aan één of meerder andere subsidie(deel)plafonds in het volgende tijdvak toe te voegen. Het college maakt dit subsidie(deel)plafond bekend op de voorgeschreven wijze.
Als toepassing van de rangschikking ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen en het vastgestelde plafond te boven gaan, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald op het criterium ‘Het project past tenminste bij een van de actielijnen uit de programmalijn Beter Wonen, Werken of Leren’, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in rangschikking.
Als toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium ‘Multi helix samenwerking (convenant 2.1 en 2.2), waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in rangschikking.
Als toepassing van het achtste lid ertoe leidt dat aanvragen op gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder criterium Regionale impact op de brede welvaart (convenant 1)’, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in rangschikking.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb weigert het college een subsidieaanvraag indien:
als uit een integriteitsonderzoek blijkt dat er ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of om strafbare feiten te plegen, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).
Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 13 Intellectueel eigendom
Met het oog op de verspreiding of toepassing van de resultaten van het project dient de aanvrager voorafgaand aan de uitvoering van het project zorg te dragen, dat, in geval het project (mede) wordt uitgevoerd door personen die geen dienstverband hebben met de aanvrager deze personen schriftelijk afzien van eventuele (intellectuele) eigendomsrechten op de resultaten die met de activiteit of het project zijn bereikt.
Met de indiening van de aanvraag geeft de auteursrechthebbende het college toestemming om ter bevordering van de kennisoverdracht en evaluatie van resultaten van het project verplichtingen ten aanzien van de auteursrechten die in het kader van het project of de activiteit worden gecreëerd vast te stellen.
Artikel 14 Termijn voor het beslissen op de aanvraag
Het college beslist binnen acht weken na het verstrijken van het tijdvak waarin de aanvraag tot subsidieverlening kon worden ingediend op een volledige, rechtsgeldig ondertekende en tijdig ingediende aanvraag. Het college kan deze termijn eenmaal met acht weken verlengen.
Hoofdstuk 4 Financiële bepalingen
Artikel 15 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten, dat wil zeggen marktconforme kosten, in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project als bedoeld in artikel 4, waaronder:
de reële economische waarde van een bijdrage in natura van de subsidieaanvrager of de samenwerkingspartijen, zijnde de gebruikelijke waarde van de bijdrage in het economisch verkeer, verminderd met de waarde van een eventuele financiële vergoeding daarvoor. Voor de inzet van studentenuren is een uurtarief van maximaal € 25 toegestaan.
Artikel 16 Niet subsidiabele kosten
Met betrekking tot de projecten als bedoeld in artikel 4, komen niet voor subsidie in aanmerking:
kosten voor de reguliere bedrijfsvoering en overhead gerelateerde exploitatiekosten, zijnde alle niet directe kosten waaronder onder andere begrepen huisvestingskosten, kosten voor een werkplek, reiskosten, afschrijvingskosten en de kosten voor administratie en beheer, waaronder accountantskosten, met uitzondering van de kosten van de controleverklaring zoals bedoeld in artikel 18, derde lid, sub c;
Hoofdstuk 5 Verantwoording subsidie
Artikel 17 Rapportageverplichting en tussentijdse verantwoording
Indien het project waarvoor subsidie is verleend een periode van meer dan twaalf maanden omvat, dient de aanvrager jaarlijks voor of op 15 januari bij het college een tussentijds voortgangsverslag in, waarin in ieder geval wordt beschreven:
de tussentijdse inhoudelijke project- of activiteitenverantwoording met informatie over de verrichte werkzaamheden en de bijbehorende resultaten en daarvoor ingezette middelen, overeenkomstig de in de beschikking tot subsidieverlening door het college bepaalde verantwoordingsindicatoren en te behalen resultaten.
Hoofdstuk 6 Hardheidsclausule, inwerkingtreding, vervaldatum, citeertitel
Het college kan, in bijzondere gevallen, van deze verordening afwijken, indien onverkorte toepassing ervan gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De reden voor het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in de subsidiebeschikking.
Deze verordening blijft van toepassing op aanvragen ingediend voor 1 januari 2031 die betrekking hebben op deze verordening alsmede op besluiten (tot wijziging) op die aanvragen, de uitvoering, verantwoording en vaststelling van aanvragen die gebaseerd zijn op deze verordening en bezwaarprocedures en beroepsprocedures over besluiten gebaseerd op deze verordening.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Purmerend, gehouden op 29 januari 2026.
De raad voornoemd,
Griffier
M. Veeger
voorzitter
E. van Selm
Bijlage 1 Beoordelingscriteria
Behorende bij artikel 9 lid 5 van deze subsidieverordening
Bijlage 2 Convenant Regio Deal Waterland
Jong voor oud en oud voor jong
Partijen genoemd onder 1 tot en met 4 ieder handelend in hun hoedanigheid van bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, hierna samen te noemen: het Rijk;
Partijen genoemd onder 5 tot en met 8 ieder handelend in hun hoedanigheid van bestuursorgaan, en hierna samen te noemen: de Gemeenten;
Partijen 5 tot en met 11 samen ook te noemen: de Regio; Alle Partijen hierna allen tezamen te noemen: Partijen.
Deze lijst met partners is niet uitputtend en kan worden aangevuld gedurende de looptijd van de Regio Deal.
In dit convenant wordt verstaan onder:
Regiokassier: publieke regiopartner, zijnde een provincie, gemeente of openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen of een van de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius of Saba, die ten behoeve van de uitvoering van de Regio Deal de taak van kassier vervult of zal vervullen;
Regionaal investeringsfonds MBO 1: subsidieregeling die publiek-private samenwerkingsverbanden tussen mbo-scholen, bedrijfsleven en overheden ondersteunt om mbo-studenten beter te laten aansluiten op de regionale arbeidsmarkt.
Brede welvaart, leefbaarheid en leefklimaat onder druk
New Towns. In de jaren '70 en '80 stimuleerde het Rijk inwoners van grote steden zoals Amsterdam om naar omliggende groeikernen, waaronder Purmerend, te verhuizen2. De toenmalige groei brengt nu problemen met zich mee. Doordat woonwijken in hoog temp zijn ontwikkeld en inmiddels kampen met verouderde woningen, staat de toekomstbestendigheid van deze wijken onder druk. De gemeenschapsvorming daalt doordat de inrichting van de wijken weinig ontmoeting stimuleert en daardoor bewoners vaker wisselen, waardoor duurzame sociale verbanden moeilijk ontstaan. In de voormalige groeikern Purmerend en omgeving zijn de vergrijzing en ontgroening hoger dan het landelijk gemiddelde3. De voorzieningen zijn verouderd en sluiten onvoldoende aan op de huidige behoefte, waardoor jongeren de regio verlaten en basisvoorzieningen steeds meer onder druk komen te staan.
Enerzijds blijft de sociale cohesie in de grotere New Towns achter, maar anderzijds is er in dorpen en kleine gemeenschappen juist sprake van een sterk sociaal netwerk. Er is een groeiend risico op sociaal isolement onder ouderen door de gewijzigde samenstelling van deze wijken en een stijgende lijn in criminaliteit onder jongeren. In een aantal dorpen en in een aantal wijken in de stad daalt het voorzieningenniveau vanwege de verouderde wijkopzet en hoge mutatiegraad en daarmee de maatschappelijke samenhang.
Door een beperkte zichtbaarheid en versnipperde communicatie van voorzieningen en ontwikkelmogelijkheden in de regio, is het aanbod voor bewoners vaak onvoldoende bekend. Dit verzwakt niet alleen de wervingskracht van de regio voor nieuwe inwoners en arbeidskrachten, maar bemoeilijkt ook het behoud van bestaande inwoners, met name jongeren en jonge gezinnen.
De sterke groei van de bevolking in de jaren 1970-1990 heeft zijn sporen nagelaten. Uit de gegevens blijkt dat het aantal 70-plussers tegen 2050 met 70% zal stijgen, waarbij 21,8% van de bevolking in Waterland ouder dan 70 jaar zal zijn (landelijk 19,4%)4. Deze trend is nu al zichtbaar en om te voorkomen dat dit in de toekomst uitgroeit tot een groter maatschappelijk vraagstuk, is gerichte actie nu nodig. De houdbaarheid van het zorgstelsel in regio Waterland staat onder druk. Door de vergrijzing neemt de vraag naar zorg sterk toe, waardoor toegang tot passende zorg steeds beperkter wordt. Dit leidt tot toenemende druk op thuiszorg en verpleeghuizen, terwijl het tekort aan zorgpersoneel verder oploopt. Tegelijkertijd stijgen de zorgkosten en komt er steeds meer druk te liggen op mantelzorgers, wat de draagkracht van het zorgsysteem als geheel onder druk zet.
De woningmarkt is te eenzijdig (onder andere door voormalig groeikernbeleid) en staat daarom vooral voor jongeren en starters (lees: talenten en potentiële werknemers) onder druk. De betaalbaarheid van woningen neemt af, evenals de kwaliteit van de woningen, waardoor het leefmilieu ook onder druk staat. Er is bovendien een groot en groeiend tekort aan betaalbare woningen specifiek voor jongeren, starters en senioren. Vooral in de oude stadswijken komt de gezonde leefomgeving door onder andere klimaatverandering onder druk te staan.
Onvoldoende aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt
Veel jongeren trekken voor het volgen van onderwijs en voor recreatie naar locaties buiten de regio. Van de in totaal 9.300 in de regio Zaanstreek/Waterland woonachtige mbo-studenten zijn maar rond de helft (4.700) ingeschreven bij een -instelling in die regio5. De regio Waterland heeft een relatief laag opleidingsniveau vergeleken met grote steden. Mbo-onderwijs is in de regio dan ook goed vertegenwoordigd6. Doordat jongeren buiten de regio trekken voor bijvoorbeeld opleiding, stage en/of werk ontstaat het risico dat deze jongeren de regio op ten duur helemaal verlaten. Dit draagt bij aan een stagnerende instroom van jonge arbeidskrachten, juist in sectoren als infra, bouw, techniek, ICT en zorg waar de vraag naar technisch en technologisch geschoolde medewerkers groot is. Er is een mismatch tussen wat het bedrijfsleven vraagt en wat de opleidingen bieden (vanwege technische en technologische skills7). De ontwikkelingen gaan zo snel, dat samenwerking met bedrijfsleven noodzakelijk is. Onderwijs kan het vanuit de theorie alleen niet bijbenen.
Door een stagnatie van jonge arbeidskrachten en een mismatch tussen wat het bedrijfsleven vraagt en wat de opleidingen bieden staat de regio Waterland voor de uitdaging om jong talent te behouden en weer aan te trekken na hun studie elders. Het aantal openstaande vacatures is de afgelopen jaren sterk gestegen. Er waren niet genoeg mensen om deze in te vullen. Aan het eind van het tweede kwartaal van 2024 stonden er in Zaanstreek/Waterland 6.070 vacatures open8.
Een goede begeleiding en opleidingsstructuur voor stagiaires en zij-instromers is een uitdaging. Regio Waterland kent een sterke mkb-structuur die de economische wendbaarheid vergroot, maar tegelijk leidt tot beperkte capaciteit voor het bieden van goede begeleiding en opleidingsstructuren voor stagiaires en zij-instromers. Zowel tijdens opleidingstrajecten als in de praktijk bestaat onvoldoende ruimte en expertise beschikbaar binnen bedrijven, mede door een tekort aan praktijkbegeleiders en docenten in de regio.
Versnipperd bedrijfsleven met onvoldoende innovatiekracht
De regio Waterland kent veel mkb-bedrijven, vaak familiebedrijven en enkele grotere bedrijven. Het mkb in Waterland kenmerkt zich door relatief veel kleine bedrijven en veel zelfstandigen zonder personeel. Het MKB in de regio staat voor verschillende uitdagingen: de krapte op de arbeidsmarkt, de vergrijzing, de energietransitie, verduurzaming van de bedrijfsvoering, en de digitalisering en robotisering van processen9.
Vooral voor de kleinere bedrijven is dat een veelkoppige uitdaging. De mismatch tussen vraag en aanbod versterkt dit, aangezien niet al het beschikbare personeelsaanbod kan worden ingezet om aan de personeelsvraag te voldoen. Ook de beperkte bereidheid om meer uren te werken in kraptesectoren met veel deeltijdwerkers, zoals onderwijs en zorg, de beperkte groei van de arbeidsproductiviteit en het verschuiven van werkgelegenheid van hoog- naar laagproductieve sectoren dragen bij aan de aanhoudend krappe arbeidsmarkt.
De industrie, met name agri/bouw en techniek, heeft een groot aandeel in de werkgelegenheid van Zaanstreek/Waterland10. Dergelijke energie-intensieve bedrijven worden geremd in hun productie door het groeiende energievraagstuk, waaronder stijgende energieprijzen en netcongestie. Door beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet kunnen nieuwe bedrijven zich vaak niet vestigen op bedrijventerreinen, en vormt dit ook een belemmering voor bestaande bedrijven die willen uitbreiden of verplaatsen.
Bedrijven trekken onvoldoende gezamenlijk op en zijn niet optimaal georganiseerd om bovengenoemde opgaven gezamenlijk en effectief aan te pakken. Juist de samenwerking tussen ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden (de triple helix) is essentieel om in te kunnen spelen op de veranderingen in de arbeidsmarkt en de snelle technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze samenwerking staat onder druk vanwege het feit dat kleinere bedrijven vaak onvoldoende capaciteit hebben om zelfstandig grote transities en innovaties vorm te geven. Samenwerking met grotere bedrijven is essentieel om deze structurele uitdagingen aan te kunnen en om ontwikkeling in de regio slagkracht te geven.
De Regio Deal is gericht op een versterking van structuren van regionale samenwerking die impact heeft op de brede welvaart in de hele regio. De Regio Deal Waterland streeft naar het duurzaam keren van de dalende trend in de brede welvaart in de regio Waterland.
Met deze Regio Deal wordt ingezet op de volgende doelen:
Gemeenten sturen deze programmalijn aan en spannen zich in om de onderstaande aanpak samen met partners uit de regio te realiseren. Gemeenten hebben hierbij een sturende functie, voor de uitvoering van activiteiten worden passende partners gezocht door de inzet van een actief programmateam. Daarnaast wordt een subsidieloket opengesteld. De Regio sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande woningbouwplannen en kaders van de MRA.
Gemeenten stimuleren, samen met partners uit de zorg, het gebruik van domotica in de thuiszorg en verkennen mogelijkheden voor het zo lang mogelijk thuiswonen van ouderen, waarbij aandacht is voor uiteenlopende doelgroepen die dit proces kunnen versnellen zoals mantelzorgers, jongeren en professionals in het sociale domein. Waar mogelijk zoekt de Regio aansluiting bij landelijke initiatieven zoals het WOZO11 programma en het Integraal Zorg Akkoord (IZA).
PSG en Talland College, samen met onder andere VOWA en betrokken partners, dragen de verantwoordelijkheid voor het beter laten aansluiten van nieuwe en bestaande opleidingen op vo-, mbo-, hbo-niveau op de regionale arbeidsbehoeften door onder andere studenten meer kennis te laten maken met branche technologieën.
VOWA stimuleert het bedrijfsleven om zich beter en gestructureerder te organiseren, waardoor meer capaciteit kan ontstaan om belangrijke thema’s zoals innovatie, circulariteit en duurzaamheid aan te jagen. Hiermee zorgt het bedrijfsleven ook voor een goede vertegenwoordiging van het mkb binnen de verschillende actielijnen. Daarbij bestaat specifieke aandacht voor de aansluiting van speerpuntsectoren (bouw, techniek, ICT/technologie, zorg) bij het regionale werkcentrum en wordt aansluiting gezocht bij landelijke initiatieven zoals de Nationale Technologie Strategie12.
VOWA, samen met onder andere Gemeenten, draagt de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van een eigen regiomarketingstrategie gericht op het versterken van het regionale profiel en het uitdragen van de unieke kwaliteiten van regio Waterland. Daarbij bestaat specifieke aandacht voor het verbinden van bestaande initiatieven, het benadrukken van de kracht van de regio als aantrekkelijke plek om te wonen, werken en ondernemen en ondersteunt gerichte acquisitie van talent, bedrijven en investeringen.
2. Inzet middelen Regio Envelop voor uitvoering Regio Deal Waterland
Partijen beogen een gecoördineerde beleidsmatige inzet van hun gezamenlijke financiële middelen op basis van de afspraken in deze Regio Deal. De Regio geeft met die middelen uitvoering aan de Regio Deal Waterland zoals het initiëren en/of realiseren van programma’s en projecten en andere uitvoeringsactiviteiten in het kader van de doelen en interventies van de Regio Deal Waterland zoals bedoeld in artikel 1. Op deze wijze zetten Partijen zich samen met de Partners in om de regionale opgave van de regio Waterland te realiseren.
VRO reserveert maximaal € 13 mln. inclusief eventueel verschuldigde BTW vanuit de Regio Envelop als Rijksbijdrage voor uitvoeringsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid, volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling. Hierin zijn ook de uitvoeringskosten oftewel VAT-kosten (Voorbereiding, Administratie en Toezicht) opgenomen. Dit percentage is maximaal 3% van de Rijksbijdrage.
De Regio is verantwoordelijkheid voor het inbrengen van €13 mln. in totaal aan regionale financiering voor uitvoeringsactiviteiten13 als bedoeld in het eerste lid volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling:
De verdeling opgenomen in de tabel in het derde lid geldt als uitgangspunt. Partijen zijn zich ervan bewust dat gedurende de looptijd van de Regio Deal omstandigheden en/of prioriteiten kunnen wijzigen. Partijen kunnen, na bespreking in het Rijk-Regio-overleg, een gewijzigde verdeling over de actielijnen afspreken. Op deze wijziging van Regio Deal Waterland is artikel 10 van toepassing.
Partijen spreken af dat in het kader van de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal Waterland Gemeente Purmerend de rol zal vervullen van Regiokassier. De Regiokassier draagt zorg voor het nakomen van de voorwaarden en verplichtingen, zoals verwoord in artikel 14 en 15 van het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche.
Artikel 5 - Rijk–Regio-overleg
Artikel 6 – Evaluatie en voortgang
De Regio brengt de beginsituatie van de regionale opgave in kaart. Daarnaast bepaalt de Regio een (lerende) aanpak voor evaluatie, waarmee gedurende de looptijd en na afloop van de Regio Deal kan worden beoordeeld of de afspraken (artikel 2) bijdragen aan de doelen (artikel 1) van de Regio Deals. De beginsituatie en aanpak voor lerende evaluatie zijn beschreven in het voorjaar van 2026.
BZK verzamelt tijdens de opzet, uitvoering en evaluatie van de Regio Deals lessen, resultaten en kennis over de (door)ontwikkeling van regionale samenwerking binnen het stelsel van openbaar bestuur, waarmee mede uitvoering wordt gegeven aan de Actieagenda Goed Bestuur14.
Artikel 8 - Uitvoering in overeenstemming met Unierecht
De afspraken van deze Regio Deal en/of de daaruit voortvloeiende maatregelen worden in overeenstemming met het recht van de Europese Unie uitgevoerd en uitgewerkt in het bijzonder voor zover de afspraken vallen onder de werking van de Europese regels met betrekking tot aanbesteding, mededinging, staatssteun en technische normen en voorschriften.
Artikel 9 - Gegevensuitwisseling
De in het kader van (de uitvoering van) deze Regio Deal uitgewisselde dan wel uit te wisselen informatie is in beginsel openbaar. Indien een Partij verzoekt om geheimhouding zullen de overige Partijen deze informatie in beginsel geheimhouden en deze geheel noch gedeeltelijk aan enige derde bekendmaken, behoudens voor zover een verplichting tot openbaarmaking voortvloeit uit de wet, een rechterlijke uitspraak of deze Regio Deal.
Elke Partij kan de Regio Deal Waterland met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat deze Regio Deal billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. De opzegging moet de verandering in omstandigheden vermelden.
Artikel 12 - Toetreding nieuwe partijen
Indien een bepaling van dit convenant in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd, bijvoorbeeld wegens strijdigheid met het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche (zoals deze luidt op het moment dat de strijdigheid zich voordoet of alsdan in bestuursrechtelijke zin is vastgesteld), wordt die bepaling, voor zover nodig, uit de Regio Deal verwijderd en vervangen door een bepaling die wel bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert. De overige bepalingen van de Regio Deal blijven in een dergelijke situatie ongewijzigd en onverminderd geldig.
Artikel 14 - Publiekrechtelijke medewerking en toepasselijk recht
De Regio Deal is niet in rechte afdwingbaar. Partijen kunnen elkaar aanspreken op tekortkomingen in de nakoming van de Regio Deal in het Rijk-Regio overleg.
Artikel 16 - Ondertekening in verschillende exemplaren
Dit convenant kan worden ondertekend door Partijen in verschillende exemplaren, die samengevoegd hetzelfde rechtsgevolg hebben alsof deze Regio Deal is ondertekend door alle Partijen in één exemplaar.
Deze Regio Deal kan worden aangehaald als Regio Deal Waterland.
Artikel 18 – Inwerkingtreding en looptijd
Partijen kunnen, na bespreking in het Rijk-Regio-overleg, de looptijd van de Regio Deal wijzigen, conform de procedure van artikel 10. De Regiokassier zal rekening houden met de samenhang tussen de wijziging van de looptijd van de Regio Deal en de verleende specifieke uitkering ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten Regio Deals.
Met de Actieagenda Goed Bestuur (2025, zie overheid.nl) richt het ministerie van BZK zich op het versterken van de samenwerking binnen het Rijk en de (interbestuurlijke) samenwerking tussen Rijk, medeoverheden en niet-overheidspartners.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-63540.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.