Gemeenteblad van De Wolden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Wolden | Gemeenteblad 2026, 62702 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Wolden | Gemeenteblad 2026, 62702 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente De Wolden 2025
De raad van de gemeente DE WOLDEN;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente De Wolden 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Primitieve begroting: De primitieve begroting is de begroting zoals die is vastgesteld door de gemeenteraad voorafgaand aan het begrotingsjaar. Dit is niet hetzelfde als het boekwerk waarover de gemeenteraad heeft besloten. In de primitieve begroting zijn ook verwerkt begrotingswijzigingen waarover de gemeenteraad separaat heeft besloten, tussen het moment van het opstellen van de begroting en 1januari van het begrotingsjaar en amendementen die de raad heeft aangenomen bij de besluitvorming over de begroting;
Overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast. De onderverdeling van de programma's in taakvelden staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot het wijzigen daarvan. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet gemeld.
Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
Het college biedt vóór 15 mei aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en een meerjarenraming.
Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6 doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingenvoorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Artikel 6 Tussentijdse rapportage
De rapportage gaat in op afwijkingen, zowel wat betreft de baten en de lasten, de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen en als daar aanleiding voor is, de maatschappelijke effecten als mede overige politiek relevante onderwerpen. Daarnaast wordt ingegaan op de raming en realisatie van de investeringskredieten.
Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Het college besluit niet over de aan- en verkoop van werken, diensten en goederen indien deze niet passen binnen het bestaande beleid en de daarbij behorende financiële kaders, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 11 Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Artikel 12 Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
Artikel 13 Omgang begrotingsonrechtmatigheden
Begrotingsafwijkingen als gevolg van een onttrekking aan een bestemmingsreserve op basis van realisatie voor zover deze onttrekking daarmee voor een gelijk bedrag overeenkomst met de realisatie van de last, en de activiteit of het project nog niet is beëindigd en de resterende lasten volgen in het jaar na het verantwoordingsjaar. Is de activiteit of het project wel beëindigd en zijn de lasten definitief lager dan begroot, dan vindt de onttrekking overeenkomstig het begrote bedrag plaats en wordt de raad een voorstel gedaan tot nadere aanwending van de restant-bestemmingsreserve;
2. Uitgangspunt is dat bij onderschrijdingen van lasten per programma of investeringskredieten en/of lagere of hogere baten dan begroot dit in beginsel niet als onrechtmatig wordt beschouwd, mits deze tijdig aan de raad worden gemeld. Onder ‘tijdig melden’ wordt verstaan het melden van de afwijking via een raadsvoorstel, raadsinformatiebrief, een tussentijdse rapportage of op andere wijze gedurende het jaar of in de jaarstukken.
3. Alle begrotingsafwijkingen (ook die ingevolge lid 13.1 niet in strijd zijn met het budgetrecht van de raad) worden definitief vastgesteld door de raad bij vaststelling van de jaarstukken.
Artikel 18 Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken alsmede de eventueel comptabele rente boven de omslagrente.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
Voor de toerekening van overhead aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht wordt de volgende methode van opslag gehanteerd. Omvang van het taakveld overhead gedeeld door de omvang van alle taakvelden exclusief het taakveld overhead maal de toegerekende omvang van de van toepassing zijnde taakvelden. Op de omvang van alle taakvelden zijnde bijdrage aan de veiligheidsregio en de budgetten in het sociaal domein waar de gemeente een sluisfunctie heeft op in mindering gebracht.
Artikel 19 Prijzen economische activiteiten
Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.
Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiekbelang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd.
Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waar in het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een nota Grondbeleid aan. De raad stelt deze nota vast.
In deze nota worden de verschillende instrumenten voor het grondbeleid met de kaders voor de uitvoering van het grondbeleid beschreven. Zoals:
Artikel 26 Leningen Garant- en Borgstellingen
Het college biedt de raad eens in de vier jaar een beleidsnotitie aan over het beleid over Leningen, Garant en borgstellingen. De raad stelt deze notitie vast. Deze notitie bevat spelregels hoe we omgaan met verzoeken van partijen om te helpen met leenvermogen.
Artikel 27 Financiële gedragsregels
In deze notitie leggen we de financiële uitgangspunten en gedragsregels vast die een basis leggen voor een sluitende meerjarenbegroting. Deze notitie wordt periodiek geëvalueerd.
Artikel 28 Investeringen en vervangingsinvesteringen
Deze nota maakt inzichtelijk hoeveel geld de gemeente de komende 10 jaar moet reserveren voor het tijdig vervangen van deze diverse voorzieningen zoals gebouwen, wegen, speelvoorzieningen, begraafplaatsen, sportvelden etc. Daarnaast geeft de nota ook een aantal financiële uitgangspunten en kaders mee.
Het college biedt de raad eens in de vier jaar een Treasurystatuut aan. In het Treasurystatuut staan regels over het sturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële positie. In dit document worden de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten voor het treasurybeleid opgenomen.
Het college biedt de raad eens in de vier jaar een Control statuut aan. In het Control statuut besteden we onder meer aandacht aan de positie, de bevoegdheden en de taken van de controllers alsmede een algehele visie op control en de daarbij behorende uitgangspunten. Ook besteden we aandacht aan de opzet en inrichting van het ‘Huis van Control’. Daarnaast worden ook de ontwikkelingen met betrekking tot het In Control Statement (ICS)meegenomen in het nieuw op te zetten Control-statuut.
Artikel 31 Notitie Misbruik en Oneigenlijk gebruik
Het college biedt de raad eens in de vier jaar een Notitie Misbruik en Oneigenlijk gebruik aan. In deze notitie wordt aandacht besteed aan belangrijkste risicogebieden en wordt beschreven in hoeverre ten aanzien van deze risicogebieden beleid is ontwikkeld om misbruik en/of oneigenlijk gebruik te voorkomen dan wel te bestrijden.
Hoofdstuk 6 Financiële organisatie en financieel beheer
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Artikel 34 Financiële organisatie
Het college draagt zorgt voor:
Opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 10 onder lid 3. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen en herstel van de tekortkomingen.
Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4/5 jaar. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-62702.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.