Gemeenteblad van Zeewolde
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeewolde | Gemeenteblad 2026, 59980 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeewolde | Gemeenteblad 2026, 59980 | beleidsregel |
Beleid Op weg naar een circulair Zeewolde
De Rijksoverheid heeft in het Nationaal Programma Circulaire Economie als doel gesteld om in 2050 volledig circulair te zijn en in 2030 50% minder primaire abiotische grondstoffen te gebruiken. In het, door de gemeenteraad van Zeewolde in 2023 vastgestelde, Duurzaamheidskompas is richting gegeven aan doelen tot 2030, waaronder voor de circulaire economie. In dit beleid wordt uiteen gezet wat we, als gemeente Zeewolde, gaan doen om de circulaire transitie verder te brengen in onze gemeente. We bespreken onze ambities en vervolgens de beleidsinspanningen die we tot 2030 doen.
1.2. Transitie naar een circulaire samenleving
Van een lineaire naar een circulaire economie
Een lineaire economie houdt in dat grondstoffen worden gewonnen om producten te maken. Deze worden vervolgens gebruikt en aan het ‘einde’ van de levenscyclus als afval weggegooid. Hierbij wordt hoogstens een klein deel van de grondstoffen teruggewonnen en hergebruikt. Het gevolg hiervan is dat grondstoffen worden uitgeput, schaarser worden of op den duur helemaal niet meer verkrijgbaar zijn.
In een circulaire economie hebben producten en grondstoffen niet langer een levenseinde. De R-ladder (refuse, reduce, reuse, recycle, etc.) is een veelgebruikte weergave van hoe we zorgvuldiger en efficiënter kunnen omgaan met onze producten en materialen. In Figuur 1 staat een weergave hiervan gebaseerd op de circulariteitsstrategieën van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Deze gaat van hoogwaardig materiaal- en grondstofgebruik naar laagwaardig in negen stappen. Doormiddel van stap 1 en 2 wordt zorgvuldiger omgegaan met wat er is door keuzes af te wegen en producten aan te passen zodat ze langer meegaan. Wanneer een product in gebruik is wil je het zo lang mogelijk hergebruiken en repareren (stap 3 t/m 7). Wanneer dit niet meer mogelijk is kan het vaak nog gerecycled worden tot een nieuw product (stap 8). Als laatste stap in de R-ladder, waarbij de minste waarde van het materiaal wordt behouden, kan het verbrand worden om energie terug te winnen.
Figuur 1. De R-ladder, verschillende strategieën voor een circulaire economie.
De transitie van een lineaire naar een circulaire economie bevordert het efficiënt gebruik van grondstoffen, minimaliseert de hoeveelheid afval en vermindert druk op het milieu. Daarnaast kan het bijdragen aan verschillende maatschappelijke opgaven, zoals het tegengaan van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, en milieuvervuiling. Ook kan het bijdragen aan sociaaleconomische aspecten, zoals leveringszekerheid en het creëren van werkgelegenheid. Door grondstofstromen lokaal te behouden worden transportafstanden, en daarbij emissies, verminderd. Daarnaast wordt, door producten vaker te repareren, niet alleen de levensduur van producten verlengd, maar ook werkgelegenheid gecreëerd.
Dit beleid richt zich specifiek op de grondstoffen en materialen binnen de gemeente. Het beslaat de gehele gemeentelijke context. Hiermee bedoelen we de gemeentelijke organisatie zelf, maar ook inwoners en ondernemers binnen de gemeentegrenzen. Dit beleid heeft een looptijd van 2026 tot en met 2030.
Met het Recycleplan 2024 is al een belangrijke stap gezet richting afvalvermindering bij huishoudens. Omdat het recyclebeleid al in uitvoering is en de afvaldoelstellingen daarmee grotendeels zijn geborgd, wordt het onderwerp “afval” in dit beleid slechts beperkt behandeld.
Voor de totstandkoming van dit beleid zijn verschillende fasen doorlopen:
Onderzoeksfase: het huidige beleid en afspraken zijn bestudeerd op basis van bestaande documenten. Daarnaast zijn door verkennende gesprekken met de ambtelijke organisatie en wethouders en een verkennende gemeenteraadsessie eerste inzichten voor het op te stellen beleid opgesteld. Vervolgens zijn de beelden van belanghebbenden opgehaald, waaronder gesprekken met maatschappelijke organisaties en een enquête met het inwonerspanel. De gesprekspartners staan in Bijlage I en de resultaten van de enquête in Bijlage II.
Concretiseren en opstellen beleid: door middel van verdiepende werksessies met de ambtelijke organisatie en sessies met de gemeenteraad zijn het hoofddoel en de ambitie concreet gemaakt. Daarnaast zijn de kansrijke beleidsinspanningen opgehaald en getoetst met de ambtelijke organisatie en een dialoogsessie in de raad. Deze inzichten zijn vervolgens uitgewerkt tot een conceptbeleid dat getoetst is door de ambtelijke organisatie om tot het definitieve beleid te komen.
Hoofdstuk 2 beschrijft de Europese, nationale, provinciale en gemeentelijke context waarbinnen dit beleid valt. Hoofdstuk 3 beschrijft de overkoepelende beleidsstructuur en gaat in op de doelstelling, ambities, thema’s en doelgroepen. Hoofdstuk 4 geeft de beleidsinspanningen weer. Dit hoofdstuk start met de beleidsinspanningen per thema en licht daarna de overkoepelende beleidsinspanningen toe. Hoofdstuk 5 geeft de meerjarenplanning en begroting weer van de te nemen acties voor komende jaren. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de monitoring van dit beleid en de transitie naar een circulaire gemeente.
De circulaire transitie is een opgave die de gemeente niet zelfstandig kan realiseren. Het vindt plaats binnen een bredere beleidscontext op Europees, nationaal en provinciaal niveau. Daarnaast beschikt de gemeente over eigen beleid waarin circulariteit een plaats inneemt. In deze paragraaf wordt de relevante beleidscontext uiteengezet.
2.1. Europees, nationaal en provinciaal beleid
Europese (geplande) wetgeving en het effect op gemeentelijk niveau
Op Europees niveau heeft het EU Circular Economy Action Plan als doel om producten duurzamer te maken, minder grondstoffen te verbruiken en afval te verminderen. De Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen vormt daarnaast de basis voor het afvalbeleid van lokale overheden. Hierin wordt de R-ladder toegepast waarbij het voorkomen van afval de meest wenselijke strategie is.
Met de Circular Economy Act (CEA), gepland voor 2026, wil de EU de circulariteitsgraad verdubbelen tot 24% in 2030. Deze graad betekent het aandeel van het materiaalgebruik dat hergebruikt of gerecycled worden i.p.v. weggegooid. De wet creëert een interne markt voor secundaire grondstoffen, harmoniseert “end-of-waste”-criteria en digitaliseert producentenverantwoordelijkheid (EPR). Er komen verplichte circulaire inkoopcriteria, bindende doelen voor gerecycled materiaal en strengere kwaliteits- en traceerbaarheidseisen. Twee pijlers staan centraal: (1) betere inzameling en hergebruik van e-waste en kritieke grondstoffen en (2) een goed functionerende markt voor gerecyclede materialen. Daarnaast worden bioafvalscheiding, verplichte sortering en uitbreiding van gerecycled-inhoud-doelen naar meerdere productgroepen verplicht. De wet sluit aan bij de Clean Industrial Deal en de Critical Raw Materials Act en legt nadruk op ecodesign en veilige materiaalstromen.
Daarnaast wordt naar verwachting de Verordening Duurzame Producten (ESPR) vanaf 2026 geleidelijk verplicht. Hierdoor moeten onder andere gemeenten sturen op duurzaam productgebruik, zoals in meubilair, ICT-apparatuur en bouwmaterialen.
Naar aanleiding van deze Europese wetgeving moeten gemeenten circulaire criteria opnemen in aanbestedingen. Daarnaast moet de lokale infrastructuur gescheiden inzameling en hergebruik versterken. Ook moeten circulaire bouwregels in omgevingsplannen verankerd zijn. Ook krijgen gemeenten een rol in toezicht op afvalscheiding, bioafvalbeheer en het stimuleren van circulaire businessmodellen.
Platforms zoals CircuLaw bieden juridische instrumenten en modelteksten om deze verplichtingen te implementeren. Gemeenten moeten bovendien anticiperen op EU-verplichtingen door samenwerking met regionale partners en bedrijven, en door circulaire doelen te koppelen aan ruimtelijke ordening en vergunningverlening.
Nederland heeft het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030 (NPCE). Hierin is de ambitie opgenomen om in 2050 volledig circulair te zijn. Dit is concreet gemaakt met doelstellingen voor vermindering van grondstofgebruik, levensduurverlenging en afvalscheiding en recycling. Onderdeel van het nationaal programma is het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) waar gemeenten worden geholpen deze doelen te halen.
Verder zijn de Europese beleidsrichtlijnen uitgewerkt in Nederland in het Circulair Materialenplan, de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Het circulair materialenplan is in werking sinds 2025 en stelt doelen en uitgangspunten voor het Nederlandse afvalstoffenbeleid.
In het coalitieakkoord van Flevoland 2019-2023 is afgesproken dat er wordt gestreefd naar een afvalvrije economie in Flevoland. Daarbinnen moet afvalvrij ondernemen de norm worden. In het coalitieakkoord 2023-2027 wordt beschreven dat de provincie meewerkt aan een circulair landbouwplan waarin hergebruik centraal staat. De provincie heeft daarnaast het Platform Circulair Flevoland opgericht.
Gemeente Zeewolde heeft in de Omgevingsvisie eind 2023 de hoofdlijnen voor de ontwikkeling van een toekomstige fysieke leefomgeving in de gemeente vastgesteld. Eén van de kernwaarden in deze visie is een duurzame gemeente waarbij onder andere wordt ingezet op duurzame inrichting en duurzame bouw (vormgeving en materiaalgebruik). De gemeente wil daarbij toewerken naar ruimte voor duurzame innovatie, bedrijvigheid en ondernemen. Daarnaast wordt er gestreefd naar energieneutraliteit en een lokaal geproduceerd, gezond en duurzaam voedselaanbod.
Het Duurzaamheidskompas 2023-2030 geeft de integrale visie voor duurzaamheid in de gemeente weer en geeft richting aan de doelen tot 2030. Eén van de hoofdthema’s binnen dit kompas is de circulaire economie. Hierbij wordt het volgende doel benoemd:
“Een circulaire economie in 2050. In 2030 gebruikt Zeewolde 50% minder primaire abiotische materialen (mineralen, metalen, en fossiel). Inwoners bewuster maken van hun ecologische voetafdruk en hen stimuleren deze te verkleinen. Voorbeeldgedrag willen we zichtbaar maken en belonen.”
Daarnaast wordt circulaire economie onderverdeeld in vier categorieën. In dit beleid worden deze categorieën verder aangescherpt:
Verkleinen voetafdruk: de gemeente start kleine initiatieven, zoals stimuleren van het kopen van tweedehands kleding, waarbij inwoners hun ecologische voetdruk kunnen verkleinen en zetten in op bewustwording en educatie. Naast het stimuleren van inwoners wil de gemeente kijken naar hoe duurzaam de eigen bedrijfsvoering is.
Bouw: bij de ontwikkeling van nieuwe wijken werkt de gemeente met een duurzaamheidskader nieuwbouw gebaseerd op het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Daarnaast wil de gemeente hergebruik van bouwmaterialen bij bedrijven stimuleren of faciliteren. Voor beheer en onderhoud van wegen (GWW-sector) wordt gebruik gemaakt van het Nationaal Pakket Duurzaam bouwen van het CROW of het programma Duurzaam Inkopen van Agentschap NL. Hier wordt duurzaam materiaal gebruikt, zoals het hergebruik van oud asfalt in nieuw asfalt of er wordt gekozen voor betonstraatstenen met betongranulaat i.p.v. grind. Met verschillende technieken wordt de levensduur van wegen verbeterd.
Het Recycleplan Gemeente Zeewolde heeft als doel de hoeveelheid restafval te verminderen en de herbruikbare grondstoffen te optimaliseren. Tussen 2025 en 2030 wordt ingezet op een recycle-tarief, verbeterde inzameling van GFT en etensresten, en optimalisatie van verzamelcontainers. Inwoners worden actief betrokken bij de implementatie van afvalscheiding.
3. RICHTING CIRCULAIR ZEEWOLDE
In figuur 2 is een schematische weergave van de structuur van het beleid opgenomen. De elementen die daarin voorkomen worden hieronder toegelicht.
De gemeente sluit aan op de landelijke doelstelling uit het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE):
Een volledig circulaire economie in 2050 en 50% vermindering van gebruik van primaire abiotische materialen in 2030 ten opzichte van 2016.
Hierin zijn primaire materialen grondstoffen die direct uit de natuur worden gewonnen, zoals zand, grind, metalen, etc. Abiotisch betekent van niet-levende oorsprong, dus geen organische materialen zoals hout. De gemeente gebruikt zelf geen primaire abiotische grondstoffen, maar komt er wel mee in aanraking door aanbestedingen en uitvoering van GWW-werken of bijvoorbeeld bij uitbesteden van het strooien van wegen.
De gemeente wil het goede voorbeeld geven. Daarom is er op het vlak waar we de meeste impact kunnen maken een subdoelstelling opgenomen, namelijk:
In 2030 zijn de inkoopopdrachten van gemeente Zeewolde circulair. Dat wil zeggen dat de gemeente bij alle inkoopopdrachten aan de opdrachtnemer vraagt of de dienst of het product ook circulair kan worden geleverd. De gemeente weegt circulariteit vervolgens mee als kwaliteitseis.
Om richting de doelstelling voor een volledig circulaire economie in 2050 te gaan, stellen we drie ambities op:
De nadruk binnen dit beleid ligt op de circulaire potentie binnen gemeentelijke inkoop en opdrachtgeverschap. Deze terreinen bieden directe handelingsperspectieven en sturingsmogelijkheden. Hoewel dit de focus vormt, worden overige relevante thema’s meegenomen om de integraliteit van het beleid te waarborgen. Zo kunnen we gericht sturen op de domeinen waar we, als gemeente, de komende vijf jaar de meeste impact kan realiseren.
De circulaire economie kan op verschillende manieren worden opgesplitst in thema’s. Dit helpt bij het begrijpen van de opgaven en het inzetten van de juiste beleidsinspanningen op de juiste plek. De thema’s zijn: grondstoffen (afval), producten en materialen, voedsel, vastgoed en infrastructuur. De thema’s zijn gekozen op basis van een logische indeling en de mate waarin het thema speelt binnen de gemeente.
We zetten met dit beleid in op drie doelgroepen. De beleidsinspanningen in hoofdstuk 4 worden aan de hand van deze doelgroepen ingedeeld
De doelen, ambities, doelgroepen en thema’s zijn samen te vatten in een overkoepelende beleidslogica die de basisstructuur vormt van dit beleid.
Figuur 2: Schematische weergave van het circulariteitsbeleid. De inspanningen worden in hoofdstuk 4 uitgewerkt.
In dit hoofdstuk beschrijven we de beleidsinspanningen per thema en doelgroep. We geven aan welke inspanningen er nu al worden uitgevoerd en waar we in de looptijd van dit beleid op willen inzetten.
In een circulaire economie bestaat geen afval meer: alles wordt gezien als grondstof. Zo vormt plastic afval de basis voor nieuw plastic, kunnen metalen opnieuw worden ingezet en keren materialen van biologische oorsprong terug naar het land. Het terugdringen van restafval en het beter scheiden en hergebruiken van grondstoffen zijn daarbij belangrijke pijlers. Door afvalstromen slimmer te organiseren en hergebruik te stimuleren, wordt verspilling voorkomen en blijven waardevolle grondstoffen beschikbaar voor de toekomst. Omdat de gemeente dit thema ook oppakt via het Recycleplan, richt dit beleid zich vooral op preventie en hoogwaardig (her)gebruik.
HVC, het publieke energie- en afvalbedrijf in onder andere de gemeente Zeewolde, verzorgt voor inwoners de inzameling van GFT, papier en karton, PMD, textiel en frituurvet via verzamelcontainers. Grof afval kan worden afgegeven bij het afvalbrengstation. Om inwoners te helpen bij afvalscheiding biedt HVC ook een Afvalwijzer-app met informatie over welk afval in welke bak thuishoort.
In februari 2025 stelde de gemeente het Recycleplan Zeewolde 2025–2030 vast. Dit plan stimuleert bewoners om afval beter te scheiden, onder andere door invoering van een recycle-tarief op restafval.
Daarnaast zet de gemeente zich in tegen zwerfafval. Zo geldt er een verbod op het oplaten van plastic ballonnen, is er een actieve Zwerfafvalbrigade en vindt jaarlijks een inzamelactie voor vuurwerkafval plaats.
Ook via de website Duurzaam Zeewolde worden inwoners gestimuleerd bij te dragen aan een schonere en duurzamere leefomgeving. Tips over afval verminderen, afval scheiden en het tegengaan van zwerfafval is hier als apart thema opgenomen, naast onderwerpen als biodiversiteit, energietransitie en klimaatadaptatie.
4.1.2. Bedrijven en organisaties
Het inzamelen van bedrijfsafval is geen taak van de gemeente. Daarom is er weinig inzicht in scheidingspercentages. Ook is er beperkte handelingsperspectief voor de gemeente. We kunnen wel verkennen hoe er gestuurd kan worden op de scheidingsplicht van bedrijven binnen de gemeente.
De gemeente heeft momenteel nog geen beleidsinspanningen voor deze doelgroep binnen dit thema.
We verkennen samen met de Bedrijven Investeringszone (BIZ) Centrum de mogelijkheid om de afvalinzameling gezamenlijk te organiseren. Hierbij is het voor de gemeente van belang dat er naast bedrijfsafval ook andere stromen zoals papier, verpakkingsmateriaal (plastic) en organisch bedrijfsafval wordt gescheiden.
4.1.3. Gemeentelijke organisatie
Sturen op afvalscheiding is voor de gemeentelijke organisatie ook een kans om meer circulair te opereren. Onderstaande beleidsinspanningen gaan in op het gemeentehuis maar kunnen worden uitgebreid naar al het gemeentelijk vastgoed.
De gemeentelijke organisatie zelf kan het goede voorbeeld geven door afvalscheiding en -reductie op het gemeentehuis verder te stimuleren. Dit kan op verschillende manier gecommuniceerd worden met medewerkers.
Dit thema gaat over (de omgang met) producten en de materialen waar deze uit bestaan. In onze huidige economie wordt over het algemeen veel geconsumeerd. Regelmatig wordt nog niet bewust nagedacht over hoe een product is gemaakt, of het te repareren is en wat je er het beste mee kunt doen als het echt niet meer te gebruiken is. Door zorgvuldig om te gaan met producten, langer gebruik te stimuleren en hergebruik of reparatie mogelijk te maken, kan worden bijgedragen aan de circulaire economie.
Inwoners vervullen een belangrijke rol in de circulaire gemeente. Zij kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om producten te delen of te lenen in plaats van zelf aan te schaffen, zoals bij gereedschap vaak het geval is. Ook kunnen zij de levensduur van hun bezittingen verlengen door deze te laten repareren bij de kledingmaker, schoenmaker of in een repaircafé.
We hebben de subsidie voor duurzame activiteiten en projecten voor inwoners, verenigingen en stichtingen (non-profit).
We betrekken op één of meerdere momenten de jongerenraad (middelbare scholieren) om op te halen wat er volgens hen nodig is om een circulaire gemeente te worden. Uitkomsten worden indien mogelijk meegenomen in dit beleid óf in het hierop volgende beleid.
4.2.2. Bedrijven en organisaties
Voor een circulaire economie is bedrijvigheid nodig. Circulaire bedrijven en organisaties kunnen nog niet altijd op eigen benen staan omdat het voor de consument vaak nog niet financieel aantrekkelijk is om een product te laten repareren t.o.v. het kopen van een nieuw product.
We onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een circulair ambachtscentrum of circulaire hub met buurgemeenten of binnen eigen gemeentegrenzen.
4.2.3. Gemeentelijke organisatie
Gemeente Zeewolde is onderdeel van het samenwerkingsverband Meerinzicht. Daarnaast is de gemeente onderdeel van de Inkoopsamenwerking Noord-Veluwe (ISNV). Op het gebied van producten en materialen gaat het in de gemeente met name over de inkoop van producten en diensten. In het Inkoopbeleid van de gemeente wordt gesteld dat inkoop op een verantwoorde en milieubewuste wijze plaatsvindt. Bij het inkoopproces wordt al rekening gehouden met circulair inkopen waarbij de productie en (her)gebruik van producten en diensten wordt gestimuleerd. Deelnemende gemeenten van ISNV kunnen bij inkopen en aanbestedingen bijvoorbeeld het hergebruik van materialen en afvalreductie eisen. Daarnaast worden in aanbestedingsstukken de duurzaamheidscriteria van PIANOo Expertisecentrum Aanbesteden als minimumeis opgenomen. Daarnaast kan het Stappenplan inkoopproces van het Versnellingsnetwerk Circulair Inkopen (VCI) inspiratie bieden.
We gaan het Manifest MVOI (Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeverschap en Inkoop) ondertekenen en hiervoor een actieplan aanleveren.
We zetten ons in om de interne kennis over de circulaire economie en circulair inkopen voor alle betrokkenen binnen de organisatie te vergroten, bijvoorbeeld met behulp van trainingen via een intern digitaal leerplatform of kennisomgeving voor medewerkers. Dit zijn in ieder geval de inkoopadviseurs en medewerkers die veel met inkopen te maken hebben, maar daarnaast mogelijk ook medewerkers die veel met bedrijven te maken hebben zoals de accounthouder bedrijven.
Een circulair voedselsysteem richt zich op het sluiten van kringlopen in de voedselproductie en consumptie. Hiervoor zijn korte ketens essentieel. Door lokaal voedsel te produceren, verwerken en consumeren, worden transportemissies beperkt. Slimmer produceren en reststromen benutten vraagt om samenwerking en bewustwording in de hele keten. De gemeente kan daar een rol in spelen.
Een belangrijk onderdeel van een circulair voedselsysteem is het verkorten van de keten en het voorkomen van verspilling. Door inwoners en bedrijven te stimuleren om lokaal voedsel te kopen, wordt de regionale economie versterkt en worden transportstromen beperkt.
4.3.2. Bedrijven en organisaties
De transitie naar een circulair voedselsysteem gaat onder andere over andere productiemethoden. Kringlooplandbouw is een vorm van landbouw waarbij lokale reststromen zoals mest en voedselresten opnieuw worden benut. Dit kan zorgen voor een gezondere bodem, minder toevoegingen van (kunst)mest en een lagere milieudruk door het verminderen van transportafstanden. In de gemeente zijn al verschillende initiatieven actief.
4.4. Vastgoed en infrastructuur
Circulariteit bij vastgoed en infrastructuur richt zich op het optimaal benutten en hergebruiken van materialen bij bouw, assetmanagement (beheer) en demontage (sloop). Door toepassing van circulaire principes zoals het materialenpaspoort, het gebruik van biobased en secundaire materialen, en het voorkomen van overdimensionering, wordt de milieubelasting van gebouwen en infrastructuur sterk verminderd. Ook het stimuleren van modulaire en demontabele ontwerpen zorgt ervoor dat materialen eenvoudig opnieuw kunnen worden ingezet, wat bijdraagt aan een langere levensduur en minder afval.
Inwoners kunnen bij het (ver)bouwen rekening houden met circulaire bouwmaterialen. Daarnaast kunnen zij het materiaal wat vrijkomt doorgeven of verkopen zodat iemand anders er weer gebruik van kan maken. Dit kan bijvoorbeeld via tweedehandsplatforms.
4.4.2. Bedrijven en organisaties
Vastgoed en infrastructuur wordt gebouwd, beheerd en gedemonteerd door bedrijven. Nederlandse aannemers en ontwikkelaars zijn al behoorlijk bedreven met circulaire bouw in zowel de infrastructuur als woning- of utiliteitsbouw. De gemeente heeft vanuit het duurzaamheidsbeleid al een aantal beleidsinspanningen in uitvoering, die ook betrekking hebben op circulariteit.
We zijn aangesloten bij het Convenant toekomstbestendig bouwen. Het convenant gaat over toekomstbestendig bouwen en niet alleen over circulair bouwen. De indicatoren die in het convenant zijn opgenomen zijn gebaseerd op het Nieuw Normaal van Cirkelstad. Deze zijn al deels verwerkt in het Beoordelingskader duurzaam bouwen woningen en bedrijventerreinen.
We hanteren een beoordelingskader duurzaam bouwen voor woningen en voor bedrijfspanden met circulaire toetsingscriteria. Deze eisen zijn bijvoorbeeld: Milieu-impact € /m2 (MPG-score), % massa hernieuwbaar, hergebruikt en gerecyclede materialen, % aanpasbaar adaptief gebouw, % gecertificeerd en % lokaal hout
We hanteren een methode waarbij bedrijven bij het bouwen van een nieuwe bedrijfsgebouwen een meerprijs betalen. Deze meerprijs wordt door de gemeente terugbetaald wanneer er kan worden aangetoond dat er duurzaamheidsmaatregelen getroffen zijn. Hieronder vallen ook maatregelen met betrekking tot circulariteit.1
Met de invoering van de omgevingswet is het indienen van een melding wanneer een object gesloopt gaat worden en er meer dan 10m3 sloopafval vrijkomt verplicht (sloopmelding). De gemeente kan deze gegevens gebruiken om inzicht te krijgen in de materiaalstromen binnen de gemeentegrenzen. We verkennen of het wenselijk is om een maatwerkvoorschrift toe te voegen waarbij wordt gevraagd naar een uitsplitsing van de materialen die vrijkomen bij de sloop.
Voor bedrijven en organisaties bestaan al veel eisen op het gebied van de circulaire economie. Deze maatregelen worden gecontinueerd.
4.4.3. Gemeentelijke organisatie
In de gemeentelijke context gaat circulair vastgoed en infrastructuur met name over het aanbesteden van het aanleggen, onderhouden of demonteren ervan. Op dit moment ligt bij de infraprojecten van de gemeente de nadruk op een hoge kwaliteit en een lange levensduur. Dit wordt onder meer bereikt door zorgvuldig materiaalgebruik; de juiste materialen worden op de juiste manier toegepast. Zo wordt bij het ontwerpen van kunstwerken bewust gekozen om combinaties van hout, grond en water te vermijden. Deze combinaties leiden namelijk vaak tot snellere degradatie van het materiaal.
Op het gebied van circulaire bouw levert dit een uitdaging op: stalen bruggen zijn robuust, vergen weinig onderhoud en hebben een lange levensduur. Het maken ervan kost veel energie. Bruggen van hout of biobased materialen vergen meer onderhoud, hebben een kortere levensduur, maar het maken ervan kost minder energie. Beide opties kunnen als circulair worden gezien. Om hier de juiste keuze te maken kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van milieukostenindicatoren (MKI’s). Dit zijn methoden om inzichtelijk te maken welke keuze het meest circulair is. De gemeente kan dit uitvragen bij een aanbesteding of op voorhand zelf een keuze maken.
De MKI is een rekenmethode die de totale milieubelasting van een product of bouwwerk uitdrukt in één getal, uitgedrukt in euro’s. Het omvat de impact op onder andere klimaatverandering en uitputting van grondstoffen. Gemeenten gebruiken MKI-scores om materialen en ontwerp opties te vergelijken en zo onderbouwde, duurzamere keuzes te maken binnen aanbestedingen en ontwerp- en beheerprocessen.
Ook in het openbaar groen worden circulaire principes toegepast, bijvoorbeeld door hergebruik van boompalen en gietranden. Door maaisel in te zetten als veevoer, of door grond op te waarderen in plaats van te vervangen.
We hebben een circulaire voorkeuren op in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) opgenomen zoals: Toepassing van circulaire materialen (biobased of secundaire materialen), zoals: asfalt met gerecycled bitumen of beton met gerecycled puin. Het vermijden van overdimensionering (minder materiaalgebruik, langere levensduur). Stimuleren van modulaire of demontabele ontwerpen, zoals fietspaden van herbruikbare prefab-elementen. (Her)gebruik van gebakken materialen zoals straatklinkers i.p.v. asfalt of beton.
We nemen een aantal circulaire voorkeuren op in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR): Toepassing van circulaire materialen (biobased of secundaire materialen), zoals: asfalt met gerecycled bitumen of beton met gerecycled puin. Het vermijden van overdimensionering (minder materiaalgebruik, langere levensduur). Stimuleren van modulaire of demontabele ontwerpen, zoals fietspaden van herbruikbare prefab-elementen. (Her)gebruik van gebakken materialen zoals straatklinkers i.p.v. asfalt of beton.
Naast thematische beleidsinspanningen zijn er ook maatregelen die een bredere reikwijdte hebben. Deze dragen bij aan het geheel van de circulaire transitie, maar passen niet binnen één bepaald thema of doelgroep. Ze scheppen randvoorwaarden, leggen verbindingen of stimuleren een integrale aanpak.
Gemeente Zeewolde heeft baat bij een overkoepelend platform voor circulaire bedrijven, bijvoorbeeld het platform circulair Flevoland. Kennis en informatie over circulair ondernemen is niet enkel voor de gemeente relevant, maar voor alle bedrijven in de regio. We ondersteunen dit provinciale initiatief.
We bieden ondersteuning bij het opzetten van samenwerkingsverbanden op bedrijventerreinen. De gemeente vindt het belangrijk dat bedrijven georganiseerd zijn op een bedrijventerrein omdat dit het eenvoudiger maakt om bijvoorbeeld via een gezamenlijke regeling afval te scheiden. Of in de toekomst mogelijk zelfs elkaars afvalstromen te gebruiken.
Veel van de opgenomen beleidsinspanningen zijn verkennend van aard en kunnen een startpunt zijn voor de uitvoering van een groter project. Het monitoren van de mate van circulariteit is complex en er is nog veel onduidelijk over wat een circulaire economie in 2050 precies betekent op het gebied van monitoring. Dit is het eerste beleid van de gemeente op dit thema en we kiezen daarom voor monitoring op het gebied van uitvoering en om met een aantal acties een monitoring op te zetten. Het monitoren van dit beleid werkt als volgt:
Maatregelen 19, 28 en 53 gaan expliciet in op het in beeld brengen of monitoren van de voortgang op een (bepaald aspect) van een circulaire gemeente. Deze inspanningen zijn van belang om beter in beeld te krijgen waar de gemeente daadwerkelijk staat en op welke vlakken meer- of minder inzet nodig is om het hoofddoel te bereiken.
De beleidsinspanningen kunnen veelal binnen de formatie door medewerkers van de gemeente en/of Meerinzicht worden uitgevoerd. Voor de werkzaamheden die niet binnen formatie kunnen worden uitgevoerd is budget opgenomen. De financiële onderbouwing is in het raadsvoorstel opgenomen.
De samenwerking met Meerinzicht vereist een apart traject om afspraken op het gebied van circulaire inkoop te borgen. De gemeenten hebben met Meerinzicht een producten en diensten overeenkomst (PDO). Hierin staat opgenomen welke diensten de gemeente kan verwachten van de medewerkers van Meerinzicht. Deze teams zullen o.b.v. het nieuwe beleid aan moeten geven of zij de diensten binnen de bestaande capaciteit uit kunnen voeren of dat er een verandering in deze capaciteit zal plaatsvinden. De kosten worden vervolgens verdeeld, afhankelijk van de gemeenten die deelnemen in de aanpassing van de PDO. Dit vereist een apart afstemmingstraject zowel intern als met de gemeenten Ermelo en Harderwijk.
Daarnaast zal de aanpassing van het inkoopbeleid naar circulair inkopen mogelijk meerkosten met zich meebrengen. Dit hangt af van de inkoopopdracht en de wijze waarop circulariteit wordt meegewogen in het inkoopproces. Dit is niet op voorhand te bepalen en dient op basis van experimenteren en ervaren te worden ondervonden. De gemeente bepaalt altijd zelf de prijs-kwaliteit verhouding en eventuele maximale prijs en houdt hiermee controle over de uiteindelijke uitgaven.
Bijlage II. Resultaten enquête
Van half juni tot half juli stond vier weken lang een enquête over de circulaire economie open via het burgerpanel en een openbare link. Bewoners zijn geïnformeerd via de lokale omroep en krant en gemeentelijke website en sociale media kanalen. Dit leverde 517 reacties op.
Driekwart van de respondenten heeft via het panel en een kwart via de open link gereageerd. In de genderverdeling zien we dat vrijwel evenveel mannen als vrouwen op de enquête gereageerd hebben. De leeftijd is minder goed verdeeld; de helft van de respondenten was tussen de 45 en 64 jaar, een derde was 65 jaar en ouder en 12,5% was tussen de 18 en 44 jaar. De herkomst (wijk) van de respondenten was relatief goed verdeeld.
Voor het vervolg van dit rapport gebruiken we gewogen gemiddelden op basis van leeftijd en gender, zodat de resultaten representatiever zijn voor de inwoners van Zeewolde.
Hoe bekend ben je met het begrip Circulaire Economie?
We zien dat een grote groep inwoners een beetje bekend (60%) is met het onderwerp en 26% heel erg bekend. We kunnen hieruit concluderen dat het begrip circulaire economie bekend is onder de inwoners.
Hoe belangrijk vind je dat de gemeente inzet op een circulaire economie?
We zien dat een ruime meerderheid het belangrijk (44%) of zeer belangrijk (25%) vindt dat de gemeente inzet op een circulaire economie. Hieruit blijkt dat er draagvlak is onder de inwoners om beleid te voeren over dit thema.
Hoe zet jij je in voor een circulaire economie?
In onderstaand figuur wordt inzichtelijk waar bewoners zelf op inzetten. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er op het gebied van bewustwording en het activeren van bewoners stappen zijn gezet. Er zijn ook nog kansen zoals het aantrekkelijk en beschikbaar maken van lokale (voedsel) producten en het stimuleren van het kopen van tweedehands en refurbished producten. Met name het faciliteren van lenen / huren van producten en het mogelijk maken van reparatie kunnen interessant zijn voor de gemeente, omdat dit nog weinig gebeurt.
Wat verwacht je van de gemeente op het gebied van de circulaire economie?
In de onderstaande grafiek is een overzicht gegeven van de verschillende rollen die de gemeente kan aannemen binnen de circulaire economie. Meer dan de helft (62%) van de inwoners vindt een voorbeeldfunctie passend. Daarnaast vinden inwoners (47%) dat de gemeente een behulpzame en informerende rol zou moeten aannemen. Van de respondenten vindt 42% dat de gemeente subsidies op het gebied van de circulaire economie zou moeten verstrekken. 28% vindt dat de gemeente een sturende en regelgevende rol op zich moet nemen.
17% heeft ook aanvullende antwoorden gegeven: deze antwoorden gaven echter geen antwoord op de vraag welke andere rol de gemeente aan kon nemen, maar benadrukten het antwoord wat al gegeven was. Hieruit blijkt dat veel inwoners al actief bezig zijn met circulaire keuzes, zoals reparatie, hergebruik en bewuste consumptie. Zij voelen zich daardoor niet altijd aangesproken door de antwoordopties en geven aan dat er eigenlijk niets is wat hen tegenhoudt om in te zetten op circulariteit. Daarnaast komt naar voren dat inwoners obstakels ervaren, zoals het ontbreken van goed aanbod of toegankelijkheid van kringloopwinkels, repaircafés en lokale producten. Meerdere respondenten benoemen dat zij afhaken als circulaire keuzes te veel tijd, geld of moeite kosten.
Tot slot worden producten vaak ontworpen op een manier die reparatie of recycling bemoeilijkt of duurder maakt dan nieuwkoop. Dit geeft aan dat economische prikkels en ontwerpkeuzes van producenten cruciaal zijn voor circulair gedrag, en dat inwoners hierin vaak beperkte mogelijkheden ervaren. Dit ligt niet binnen het handelsperspectief van de gemeente, maar is wel een van de barrières voor een circulaire economie.
Wat maakt het voor jou lastig om (meer) circulair te handelen?
Het grootste deel (33%) van de inwoners geeft aan dat er een gebrek aan tijd is. De gemeente kan hier niet echt op inspelen. Op het gebrek aan mogelijkheden (30%), en gebrek aan geld (12%) kan de gemeente wel beleidsinspanningen opstellen.
Uit de open antwoorden op de optie "Anders, namelijk" wordt benoemd dat gemak, gewoonte of gebrek aan zichtbaarheid van lokale initiatieven ervoor zorgen dat circulaire keuzes minder vanzelfsprekend zijn. Dit wijst op een kloof tussen intentie en uitvoering, waarbij gedrag vaak afhankelijk is van praktische haalbaarheid. Daarnaast zijn veel van de “anders namelijk” antwoorden toevoegingen op het antwoord:
Wat zou helpen om duurzamer om te gaan met grondstoffen?
Bijna de helft van de respondenten ziet kansen voor subsidies of kortingen voor duurzame lokale producten of diensten. Daarnaast wordt, in lijn met de vorige resultaten, ook aangegeven dat meer mogelijkheden en plekken waar lokaal of tweedehands kan worden ingekocht, ingeleverd of gerepareerd ook wenselijk is.
In de “anders namelijk” antwoorden bevestigen veel respondenten het belang van lokale inleverplekken en tweedehands winkels. Er wordt gepleit voor meer reparatieplekken, bijvoorbeeld een uitleenplek voor gereedschap of een doe-het-zelf-garage. Ook is er de wens voor meer duidelijkheid en betere communicatie over afvalscheiding. Inwoners vragen zich af wat gebeurt met hun afval nadat het is weggegooid. Daarnaast wordt er gepleit voor subsidie op regentonnen, weckcursussen (oppotten van voedsel) en betaalbare reparaties. Ook waren er antwoorden die ingaan op landelijke of internationale regelgeving, zoals minder verpakkingsmateriaal, betere productkwaliteit en minder wegwerpproducten. Tot slot werden zorgen geuit over toegankelijkheid, bijvoorbeeld voor ouderen zonder vervoer of met verminderde mobiliteit en huurders met minder mogelijkheden voor scheiden of wegbrengen van afval.
Hoe zou je zelf betrokken willen worden bij dit onderwerp?
Hier blijkt dat inwoners vooral betrokken willen worden via digitale kanalen. Zo heeft 49% voorkeur voor online informatie van de gemeente, 42% voor nieuwsbrieven en 35% voor sociale media. Een kleiner deel van de respondenten noemt de lokale krant of Zeewolde Actueel (10%), bijeenkomsten (8%) of andere vormen van communicatie (7%) als voorkeur. Opvallend is dat 17% aangeeft niet betrokken te willen worden bij dit onderwerp. Deze resultaten geven richting aan hoe de gemeente haar communicatie en betrokkenheid rondom circulaire economie het beste kan vormgeven. In de “anders namelijk” categorie zaten veel reacties over Zeewolde Actueel of de lokale krant. Deze zijn opgeteld en toegevoegd aan de resultaten.
Deze methode is een invulling van de methode die in de motie groene leges wordt benoemd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-59980.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.