Water- en rioleringsprogramma gemeente Asten

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;

gelet op artikel 3.14 van de Omgevingswet;

overwegende dat wenselijk is om het beleidsmatig en financieel kader voor het uitvoeren van de drie wettelijke gemeentelijke zorgtaken voor afval-, hemel- en grondwater vast te leggen; 

besluit:

Artikel I

Het “Water- en rioleringsprogramma gemeente Asten” in ontwerp vast te stellen en gedurende zes weken ter inzage te leggen.

Artikel II

Het water- en rioleringsprogramma gemeente Asten is opgenomen in 'bijlage A'.



Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten van 4 november 2025.

College van burgemeester en wethouders van Asten, 

M. Derks 

secretaris

A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk 

burgemeester 

Bijlage A

Water- en rioleringsprogramma gemeente Asten

1 Inleiding

Aanleiding

Het voorliggend Water- en rioleringsprogramma (Wrp) is het beleidsmatig en financieel kader voor het uitvoeren van de drie wettelijke gemeentelijke zorgtaken voor afval-, hemel- en grondwater. De basis van het programma zijn de zorgtaken, de water gerelateerde opgaven voor klimaatadaptatie, een goede waterkwaliteit en water en bodem als (mede) ordenend principe bij ontwikkelingen. 

Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) Asten 2021-2025 vervalt per 1 januari 2026. Het Wrp vervangt vanaf 2026 het GRP Asten 2021-2025. Met het onderliggende Wrp werken we aan de zorgtaken. Het financieel kader wordt om de 4 jaar geactualiseerd in overeenstemming met de ‘Financiële verordening gemeente Asten 2024’. Volgens deze financiële verordening wordt geadviseerd om gelijktijdig het Wrp te evalueren en eventueel te actualiseren. Om de vier jaar beoordelen we dus of een actualisatie van het Wrp noodzakelijk is.

Het Wrp hangt onder de omgevingsvisie van de gemeente Asten. In dit Wrp is het beleid uit de omgevingsvisie concreter uitgewerkt en zijn er maatregelen opgenomen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Visie op de beleidscyclus | VNG

Figuur 2 Beleidscyclus Omgevingswet.

Leeswijzer

Bij het opstellen van dit programma is de beleidscyclus van de Omgevingswet gevolgd (zie Figuur 1). We starten met in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en op hoofdlijnen het resultaat van de evaluatie van het beleid, de regels en maatregelen uit het GRP 2021-2025. In hoofdstuk 3 zijn op basis van de omgevingsvisie Asten, de evaluatie en de geactualiseerde beleidskeuzes de koers voor water en riool en de bijhorende strategische doelen uitgewerkt. Het verschil tussen de huidige situatie en de gewenste situatie is hiermee vastgelegd. In hoofdstuk 4 staan de planregels voor water en riool voor het behalen van de doelen. We hebben regels voor inwoners en ondernemers, die ook voor onszelf gelden. In hoofdstuk 5 staan de maatregelen die we zelf nemen, de uitgangspunten hoe we willen werken om de doelen te behalen en wat hiervoor nodig is (personele en financiële middelen).

2 Terugkoppeling

In de periode 2021-2025 is het Gemeentelijk Rioleringsplan ‘Onweerstaanbaar Asten’ uitgevoerd. In dit hoofdstuk beschrijven we de huidige situatie en evalueren we de planperiode. De bevindingen gebruiken we om de koers voor water en riool, de doelstellingen (Hoofdstuk 3 Strategische uitwerking), de regels (Hoofdstuk 4 Planregels) en de maatregelen (Hoofdstuk 5 Uitvoeringsprogramma) waar nodig bij te stellen.

Huidige situatie

Asten is een landelijke gemeente, uniek gelegen tussen Aa, Astense Aa en de Groote Peel. De fysieke bodemopbouw wordt gekenmerkt door een typische opbouw voor de regio Zuidoost-Brabant, die deel uitmaakt van de Hoge zandgronden van Nederland. Asten kent hooggelegen delen en lagergelegen beekdalen. Het grondwater is in de hooggelegen delen van Asten voldoende diep voor infiltratie. In de lagergelegen gebieden is (ondergrondse) waterberging en infiltratie lastiger. 

Verwerking van afval- en hemelwater wordt gedaan met 112 km vrijvervalriolering en 13 gemalen voor de vrijvervalriolering. Hiervan is een deel gemengd (afval- en hemelwater in dezelfde buis) en een deel gescheiden riolering. Afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering en hemelwater wordt o.a. met 7 km infiltratieriolering en wadi’s, zoveel mogelijk lokaal verwerkt. In het gemengd stelsel liggen 7 bergbezinkbassins voor extra berging bij hevige neerslag. Grove bestandsdelen in het (afval)water kunnen hier bezinken en worden na afloop van de bui teruggepompt naar het gemengd stelsel. In het buitengebied hebben we 453 drukrioolunits, 11 tussengemalen en 99 km drukriolering voor de verwerking van afvalwater. Er zijn geen systemen voor individuele behandeling van afvalwater (IBA). Verder zijn er 8 km drainageleidingen en 2 bijbehorende gemalen aangelegd om grondwateroverlast te voorkomen. Een overzicht van alle voorzieningen is opgenomen in bijlage A5.

Evaluatie GRP 2021-2025

Voor de GRP-planperiode 2021-2025 zijn doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden (DoFeMaMe) in de rioleringszorg voor afval-, hemel- en grondwater uitgewerkt. We hebben de DoFeMaMe gebruikt en de speerpunten, beleidskeuzes en maatregelen uit het GRP 2021-2025 geëvalueerd. Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen de evaluatie. Het volledig resultaat van de evaluatie is opgenomen in bijlage A1. 

In gemeente Asten hebben we de basis op orde. Afvalwater wordt ingezameld en slechts incidenteel zijn er verstopte aansluitingen. Hemelwater proberen we zoveel als mogelijk af te koppelen en lokaal met de juiste voorzieningen te verwerken. Hierdoor leiden hevige buien minder tot water op straat en overstortend (afval)water op het oppervlaktewater. Door lokaal te infiltreren zorgen we ook dat de grondwaterstand beter in balans blijft. Wateroverlast knelpunten zijn in beeld en projecten om deze aan te pakken zijn in uitvoering, in voorbereiding of zijn geprogrammeerd. De maatregelen (investeringsprojecten) zijn op basis van de planning uitgevoerd en met het bestaand beleid en regels lukte het om te sturen op het behalen van doelen. Een aandachtspunt is het onderwerp waterkwaliteit. De komende planperiode moeten er extra stappen worden gezet om samen met partners aan een verbetering van de waterkwaliteit te werken. Verder is er behoefte om het beleid duidelijker en compacter te formuleren. Hierdoor wordt het beleid gebruiksvriendelijker voor inwoners, projectleiders en ontwikkelaars. 

Uit de evaluatie kwam naar voren dat de volgende speerpunten succesvol onderdeel zijn geworden van de manier van werken: ‘beleefbaar water’, ‘verder professionaliseren watertaken’ en ‘samen werken aan water’. We zijn hier trots op en kiezen ervoor om deze speerpunten niet nogmaals expliciet op te nemen.

3 Strategische uitwerking

Koers voor water en riool

We hebben als gemeente de wettelijke zorgtaken voor afval-, hemel- en grondwater. Hier werken we aan door het water- en rioolareaal op orde te houden. Daarbij komt dat het klimaat verandert en zorgt voor meer extremen in het weer. Klimaatbestendigheid is een aanvullende taak (naast de zorgtaken) die we oppakken vanuit het Wrp en gaat over de vraag in welke mate extreem weer, zoals zeer zware buien, extreme droogte, hitte en overstromingen vanuit watergangen de leefomgeving zal ontwrichten. In lijn met de Omgevingsvisie Asten en de Toekomstagenda Asten 2030 streven we naar een gemeente die in staat is de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. We zijn dan een gemeente met minder verstening en meer groen, een betere wateropvang, minder hittestress en een grote biodiversiteit in flora en fauna. De gemeente werkt hieraan met verschillende programma’s, waaronder het Programma Groen gemeente Asten 2024-2033. Vanuit het Wrp werken we aan dit doel door ervoor te zorgen dat we in 2030 grote wateroverlast knelpunten hebben aangepakt. Bij rioolvervangingen, herbouw en nieuwe ontwikkelingen scheiden we afval- en hemelwater en wordt hemelwaterberging gerealiseerd zodat we in 2050 klimaatbestendig zijn. Waar mogelijk combineren we waterberging met groen en dragen hiermee bij aan minder hittestress en een grotere biodiversiteit in flora en fauna. We pakken ook onze verantwoordelijkheid voor een watersysteem met water van een goede kwaliteit waarbij we samen met het waterschap, de provincie en het Rijk werken aan het behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen. Vanuit het Wrp dragen we op een duurzame en doelmatige manier bij aan het behoud van een toekomstbestendig Asten met dynamische dorpen en een aantrekkelijk buitengebied met de koers:  

VEILIG, SCHOON EN ROBUUST WATERSYSTEEM VOOR EEN TOEKOMSTBESTENDIG ASTEN 

De energieopgave en circulair bouwen zijn andere belangrijke uitdagingen. Vanuit het Wrp leveren we een bijdragen door het maken van innovatieve verstandige en doelmatige keuzes voor het beheer en onderhoud van het riool en in de grondstoffen die daarvoor worden gebruikt. Daarmee dragen we ook bij aan het CO2 reductieplan. 

Gebiedsgerichte beleidsuitwerking voor water en riool (voor de gebieden op kaart zie bijlage A3):

Strategische doelen

Navolgend staan voor de zorgtaken en voor de aanvullende taken de strategische doelen met verdere toelichting. Zie Figuur 1 voor de Doelenboom horende bij de koers voor water en riool en de strategische doelen. Voor de aanvullende taken is een verandering nodig. Daarom is er per aanvullende taak een operationeel doel uitgewerkt. Een operationeel doel is SMART[1] opgesteld zodat voortgang is te monitoren. We werken aan de doelen met regels (Hoofdstuk 4 Planregels) en een uitvoeringsprogramma (Hoofdstuk 5 Uitvoeringsprogramma). In bijlage A7 is dit met een Doelen Inspanningen Netwerk (DIN) schematisch uiteengezet.  

Afvalwater: We zorgen voor doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater 

Als gemeente hebben we de zorgtaak voor de inzameling van stedelijk afvalwater. Dit is een belangrijke opgave voor de volksgezondheid en leefbaarheid van onze gemeente. We blijven stedelijk afvalwater in bebouwd gebied onder vrij verval inzamelen en afvoeren en in het buitengebied door middel van drukriolering. We streven hierbij naar een duurzame en doelmatige waterketen. Dat wil zeggen dat we open staan voor hergebruik van afvalwater en grondstoffen én we staan open voor nieuwe sanitatie concepten, waarbij we kritisch zijn op de gevolgen voor de bodem en het oppervlaktewater. 

Hemelwater: We zorgen voor een doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater 

Als gemeente hebben we de zorgtaak voor de inzameling en verwerking van hemelwater. De zorg heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater wat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. We hanteren de wettelijke voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater: vasthouden, bergen en afvoeren. Hierbij streven we naar zoveel mogelijk lokaal verwerken van hemelwater. De ruimte in het bestaand bebouwd gebied is vaak beperkt en daarom zetten we ook in op hemelwaterberging in de kernrandzones. We gebruiken hemelwatervoorzieningen voor verbetering van onze leefomgeving. Dat doen we door deze ruimte multifunctioneel in te richten door bijvoorbeeld een waterberging divers te beplanten of in te richten met een speeltuin voor recreatie. Ook hebben we aandacht voor de waterkwaliteit van afstromend hemelwater. In het buitengebied doen we dit samen met het waterschap als oppervlaktewaterbeheerder. 

Grondwater: We zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert 

Het voorkomen van grondwaterproblemen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel particulieren, gemeente, waterschap en provincie. De gemeente heeft de wettelijke plicht voor het treffen van maatregelen in openbaar gemeentelijk gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of te beperken, voor zover dat doelmatig is en niet tot de taak van een andere overheid behoort. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem. 

De grondwaterhuishouding in Asten varieert van hogergelegen delen waar verdroging een probleem kan vormen tot lagergelegen delen waar vernatting uitdagingen kan geven. Vanwege deze verschillen is lokaal maatwerk nodig. Probleemsituaties onderzoeken we en we streven naar oplossingen waarbij de natuurlijke situatie intact wordt gelaten of wordt teruggebracht.  

Klimaatadaptatie: We anticiperen op klimaatontwikkelingen door onze leefomgeving duurzaam en waterrobuust in te richten 

Door klimaatverandering hebben we te maken met heftigere buien, een toename van warme dagen en langdurig droge perioden. Samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en ook met andere overheden zoals waterschap Aa en Maas, provincie Noord-Brabant en de Brabantse Peelgemeenten bereiden we ons voor op deze extreme situaties. Hiervoor hebben we regels opgesteld, zodat iedere nieuwe ontwikkeling klimaatbestendig is. Ook stimuleren we inwoners en ondernemers door ze te informeren over de gevolgen van klimaatverandering en het verstrekken van een subsidie voor klimaatadaptieve maatregelen.  

We zorgen voor een duurzame en waterrobuuste (her)inrichting van de openbare ruimte, zowel in het buitengebied als in het bebouwd gebied. We streven hierbij naar een groene inrichting waar we afstromend hemelwater lokaal vasthouden en infiltreren. Deze ruimte benutten we multifunctioneel voor bijvoorbeeld recreatie of als koele plek. Binnen het bebouwd gebied is de ruimte vaak beperkt en daarom is voldoende afvoer naar de kernrandzone om daar te bergen en infiltreren ook van groot belang. We sluiten ons aan bij het landelijk doel om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn.  

Operationeel doel voor klimaatadaptatie: In 2050 is gemeente Asten klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. 

Waterkwaliteit: We dragen bij aan een watersysteem met water van een goede kwaliteit  

We willen gezond en schoon oppervlakte- en grondwater in onze gemeente. Op dit moment voldoet de waterkwaliteit van het oppervlaktewater niet aan de eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het is een gezamenlijke opgave van o.a. inwoners, bedrijven, landbouw, waterschap, gemeente, provincie en het Rijk om hieraan te werken. De verantwoordelijkheid van de gemeente als waterbeheerder binnen de KRW valt onder te verdelen in drie onderwerpen: (1) Indirecte lozingen, (2) overstorten en hemelwaterafvoeren, (3) emissies landelijk - én stedelijk gebied en beheer en onderhoud.  

We hebben een wettelijke (Drinkwaterwet art. 2, de Kaderrichtlijn Water art. 7 en 11 en de Omgevingswet art 2.1) plicht voor het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. Dit is een gezamenlijke opgave met andere overheden en het drinkwaterbedrijf. Om dit veilig te stellen hebben we regels opgesteld die gelden binnen de boringsvrije zone.  

Operationeel doel voor waterkwaliteit: In 2027 hebben we grip op onze verantwoordelijkheden als waterbeheerder binnen de KRW. 

Water en bodem: We gebruiken water en bodem als mede ordenend principe bij de inrichting van de leefomgeving 

We streven ernaar om het water- en bodemsysteem en de openbare ruimte in samenhang duurzaam in te richten. Ruimte voor waterberging en groen is belangrijk zodat ontwikkelingen geen nadelige gevolgen hebben voor het watersysteem en andere (aangrenzende) gebieden. We maken verstandige locatiekeuzes die passen bij het (beoogd) landgebruik. Niet overal kan alles. Hierdoor zorgen we ervoor dat er geen nieuwe (water) problemen ontstaan voor de toekomst.  

Operationeel doel voor water en bodem: Voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in gemeente Asten is het water- en bodemsysteem gebruikt als mede ordenend principe bij de inrichting van de leefomgeving.

4 Planregels

Met het bestemmingsplan “Asten Verzamelplan 2019-2” zijn in aanvulling op de bestemmingsregels ook de planregels uit het geldende Gemeentelijk rioleringslan (GRP) van toepassing. De planregels uit het GRP 2021-2025 zijn geactualiseerd en opgenomen in dit Wrp zodat deze passen binnen de huidige beleidskeuzes, ambitie en focus van de gemeente. En zodat de planregels gewaarborgd blijven binnen het omgevingsplan. Met de navolgende planregels binden we derden aan onze doelen.  

Regels afvalwater  

  • Elk (bestaand én nieuw) bedrijf/particulier mag maximaal 0,5 m3 per uur afvalwater op de drukriolering lozen, mits dit de doelmatige werking van de riolering niet belemmert. 

  • Bij een aanbod groter dan 0,5 m3 per uur (op de drukriolering) dient het afvalwater op eigen terrein te worden gebufferd voor een gespreide lozing. 

  • Glastuinbouwbedrijven gebouwd voor 2006 mogen 8,33 liter per minuut per ha glas lozen, waarbij in totaal per pompput niet meer dan 40 liter per minuut geloosd mag worden. Dit maximum geldt voor ieder moment van de dag. We streven ernaar om dit terug te brengen naar maximaal 0,5 m3 per uur per bedrijf, zodat de drukriolering niet continu maximaal belast is en er ruimte blijft voor ontwikkeling in het buitengebied. 

  • Lozing van hemelwater op drukriolering of vuilwaterriool is niet toegestaan, aangezien dit de doelmatige werking van de riolering verstoord. Dat geldt ook voor kleine hoeveelheden hemelwater.

Regels hemelwater 

We anticiperen op klimaatontwikkelingen door onze leefomgeving duurzaam en waterrobuust in te richten. Wij hanteren normen ten aanzien van hemelwaterberging. Hierbij maken we onderscheid in 2 categorieën.     

  • a.

    Bestaande situaties, verbouw, aanbouw tot 90 m² en tijdelijke bouwwerken

    • Bij bestaande situaties waar niets verandert, wordt geen (extra) hemelwaterberging vereist. Ook bij verbouw, aanbouw tot 90 m² en tijdelijke bouwwerken (tot 5 jaar), wordt geen (extra) hemelwaterberging vereist. Afvalwater en hemelwater mag via de bestaande gemengde of gescheiden riolering afgevoerd worden. 

  • b.

    Nieuwbouw (uitbreiding, inbreiding), herbouw en aanbouw vanaf 90 m²

    • Bij nieuwbouw (uitbreiding, inbreiding), herbouw en aanbouw vanaf 90 m² wordt een hemelwaterbergingsvoorziening vereist van 60 liter per m2 verhard oppervlak (verharding en dak) oftewel 60 mm per m2 verhard oppervlak. Hierbij geldt:

      • Vegetatiedaken worden niet gezien als verhard oppervlak, 

      • Half verharding wordt wel gezien als verhard oppervlak, tenzij aangetoond wordt (incl. aanleg- en onderhoudsvereisten) dat de half verharding ook op de lange termijn gedeeltelijk als onverhard functioneert. 

      • Bij aanbouw kijken naar het te realiseren verhard oppervlak na sloop. 

      • Onder herbouw verstaan we het opnieuw opbouwen van bestaand verhard oppervlak na volledige sloop.

    • Afwijken van de hemelwaterbergingseis is uitsluitend mogelijk bij herbouw. Het is aan de ontwikkelende partij om aantoonbaar te maken dat de hemelwaterbergingseis niet mogelijk of niet doelmatig is. Bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van hoge grondwaterstanden, kabels, leidingen of boomwortels. Hierbij is het uitgangspunt: 

      • Een hemelwaterberging van 15 liter per m2 verhard oppervlak wordt gezien als absoluut te realiseren minimum; 

      • De te realiseren platte daken worden voorzien van een groen dak, tenzij het dak noodzakelijk is om te voldoen aan de BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouwd) normen; 

      • Platte daken die voor de BENG noodzakelijk zijn, worden uitgevoerd als waterbergende daken met vertraagde afvoer; 

      • Parkeerplaatsen worden uitgevoerd als groene verharding, zoals grastegels; 

      • Compenserende maatregelen in de directe omgeving worden gerealiseerd.

    • Een hemelwaterbergingsvoorziening moet aan de volgende eisen voldoen: 

      • Controleerbaar op werking (dus zichtbaar of toegankelijk); 

      • Mogelijkheid tot reinigen, inspectie en onderhoud; 

      • De afvoer uit de voorziening naar oppervlaktewater of riolering mag maximaal 2 liter per seconde per hectare zijn; 

      • De voorziening moet binnen 5 dagen leeggelopen zijn (bij 2 mm neerslag per etmaal) door afvoer en/of infiltratie in de bodem; 

      • De bodem van de voorziening ligt tenminste boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), maar bij voorkeur minimaal 0,2 m boven de GHG; 

      • De hemelwateroverloop is in principe bovengronds en zorgt voor de afvoer van hemelwater als de voorziening vol is; 

      • De verwerking van het hemelwater moet altijd zodanig ontworpen worden dat het bijdraagt aan het verminderen van piekafvoeren en niet leidt tot waterschade voor de ontwikkeling en ook niet leidt tot (extra) waterschade in de omgeving bij extreme neerslag; 

      • Bij ontwikkelingen, waarbij openbare ruimte ontwikkeld wordt, dient de hemelwaterbergingsvoorziening als een collectieve voorziening in de openbare ruimte gerealiseerd te worden. Als deze ontwikkeling een uitbreiding betreft, dan dient de hemelwaterbergingsvoorziening een bovengrondse voorziening te zijn; 

      • Kleinschalige verharding, zoals inritten, terrassen en tuinpaden, mogen afwateren naar naastgelegen groen zonder hemelwaterberging, waarbij de verharding niet meer dan 30% van het oppervlak bedraagt. Het groen dat het hemelwater opvangt bedraagt dus minimaal 70% van het oppervlak.

    • Hemelwater wordt ook afgevoerd via het oppervlaktewatersysteem. Om onderhoudskosten te beperken en de kans op wateroverlast te voorkomen hebben we aanvullend op de Waterschapsverordening van het waterschap de volgende regels voor de aanleg van duikers, waarbij de gemeente (mede)aangelande is: 

      • de afstand tussen de duiker en een volgend object (duiker, kunstwerk) is minimaal 5,0 meter. 

      • de inwendige diameter van een duiker in een B-watergang is minimaal 500 mm. Indien dit niet mogelijk is, dan minimaal 300mm 

      • de inwendige diameter van een duiker in een C-watergang is minimaal 300 mm. Indien dit niet mogelijk is, dan minimaal 160mm 

      • de duiker wordt indien mogelijk aangelegd zonder knikpunten of bochten.

    • een duiker wordt aangelegd en onderhouden door de belanghebbende van de duiker

Regels grondwater 

  • In het noorden van de gemeente is een boringsvrije zone. Voor het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening geldt voor het verrichten van activiteiten binnen boringsvrije zones het volgende: 

    • roering in de grond wordt zoveel mogelijk beperkt; 

    • er wordt voldaan aan de provinciale regels; 

    • nabij een bekende bodemverontreiniging wordt verhard oppervlak niet afgekoppeld en geïnfiltreerd; 

    • verder vraagt het college van burgemeester en wethouders het drinkwaterbedrijf om advies voor de omgevingsvergunning voor het verrichten van de activiteit.

5 Uitvoeringsprogramma

Beleidsuitwerking

Deze paragraaf geeft een verdere uitwerking van de koers voor water en riool en strategische doelen. Met deze uitwerking geven we aan hoe de gemeente met bepaalde situaties omgaat. De beleidsuitwerking is onderdeel van het DIN (bijlage A7). De geactualiseerde DoFeMaMe is opgenomen in bijlage A4. De DoFeMaMe maakt degemeentelijke zorgtaken voor afval-, hemel- en grondwater toetsbaar. 

Beleidsuitwerking afvalwater  

  • We accepteren bestaande legale afvalwaterlozingen op de vrijvervalriolering. 

  • Bij nieuwe (bedrijfs-)afvalwaterlozingen toetsen we of de voorziene nieuwe situatie de doelmatige werking van zuivering en transportsysteem belemmert (in hoeveelheid en in samenstelling). 

  • Nieuwe of bestaande aansluitingen in het stedelijke en landelijke gebied die de waterketen onevenredig zwaar belasten (kwalitatief of kwantitatief) kunnen worden geweigerd of worden alleen onder voorwaarden van de gemeente toegestaan. 

  • Wanneer de capaciteit van de (druk)riolering niet toereikend is voor nieuwe lozingen, wordt onderzocht of de capaciteit kan worden vergroot. De voortkomende uitvoeringskosten hiervan zijn voor de initiatiefnemer.

Beleidsuitwerking hemelwater 

De onderstaande uitgangspunten dragen ook bij aan een watersysteem met water van een goede kwaliteit. Uitgangspunten voor de verwerking van hemelwater:  

  • We scheiden hemelwater zo veel mogelijk (mits doelmatig) van het vuilwater. 

  • We werken met de landelijke driestap strategie vasthouden-bergen-afvoeren. 

  • We sturen bewust aan op ondergronds afvoeren van hemelwater van percelen via de riolering en sturen hemelwater bovengronds bij extremen naar waar het geen overlast geeft. 

  • Het vasthouden, bergen en infiltreren van hemelwater is bij voorkeur met een bovengrondse voorziening met bodempassage zodat hemelwater wordt gefilterd. Hierdoor wordt de waterkwaliteit niet beïnvloed door mee stromend straatvuil. We gaan de bodemkwaliteit van deze voorzieningen monitoren. 

  • Maatwerk is vereist voor het infiltreren van hemelwater in gebieden met een hoge grondwaterstand. Ingrepen van de gemeente kunnen namelijk leiden tot een verhoogde kans van grondwateroverlast. 

Trits voor hinder-wateroverlast-waterschade. Bij een regenbui hanteren we het volgende:

Gevolg

Kenmerken

Handelen gemeente

Hinder

 - kortdurende periode van water op straat (15-30 minuten) 

 - verkeer is nog mogelijk

We treffen geen maatregelen en vragen inwoners om hinder te accepteren en het (rij)gedrag aan te passen.

Wateroverlast

- langer durende periodes van water op straat (30-120 minuten);

 - verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, hoge waterstand op straat)

We treffen tijdelijke veiligheidsmaatregelen (zoals verkeersafzettingen). Bij reconstructiewerkzaamheden treffen we structurele verbetermaatregelen om overlast te beperken.

 Waterschade

- (grote) economische schade

- gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat)

   - water in panden met schade tot gevolg

- binnen twee jaar (tijdelijke) kostenefficiënte maatregelen te nemen

We onderzoeken de mogelijke oorzaak van waterschade. Bij een structureel probleem streven we ernaar om:  - binnen tien jaar structurele verbetermaatregelen te nemen

Uitgangspunten voor de modelmatige toetsing en ontwerp van het watersysteem:

Doel

Maatstaaf

Toepassing

Bestaande situatie toetsen

Bui 8, T=2 (Bron: Kennisbank stichting RIONED)

Streven is geen water op straat. Bij rioolvervangingsprojecten nemen we maatregelen

Bestaande situatie toetsen

Bui 10, T=10 (Bron: Kennisbank stichting RIONED)

Voor inzicht waar water op straat staat, knelpunten (waterschade bij panden) ontstaan en risicoanalyse. Met eventueel verbetermaatregelen.

Extreme pieksituatie toetsen

Bui 70 mm in 1 uur, T=250 in 2050 (Bron: STOWA)

Voor inzicht waar water op straat staat, knelpunten (waterschade bij panden) ontstaan en risicoanalyse. Met eventueel verbetermaatregelen.

Ontwerp nieuw rioolsysteem

bui C_2_2050_H Composietbui T=2 in 2050 Wh scenario (Bron: Kennisbank stichting RIONED)

Geen water op straat, streven is 20 cm waking. 

Ontwerp nieuw rioolsysteem

Blokbui 160 mm in 2 uur, T=1000 in 2050 

(Bron: STOWA)

Geen waterschade

Beleidsuitwerking grondwater

Voor het beperken of voorkomen van structurele en nadelige gevolgen van de grondwaterstand hanteert de gemeente de volgende definities: 

  • Structurele - regelmatig terugkerende of blijvende gebeurtenissen (geen incident) en een grondwaterstand ter plaatse van bebouwing/infrastructuur die minimaal vier aaneengesloten weken hoger is dan 70 cm onder maaiveld of hoger is dan in een lokaal waterhuishoudingsplan vastgelegd. 

  • Nadelige - significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan of chronische gezondheidsklachten of schade aan gebouwen of infrastructuur.

Beleidsuitwerking klimaatadaptatie

  • Vanuit het Wrp werken we aan klimaatbestendig en waterrobuust systeem door de grote knelpunten in het watersysteem uiterlijk in 2030 met maatregelen te verbeteren. 

  • Bij rioolvervangingsprojecten zorgen we dat het hemelwater wordt afgekoppeld en realiseren we 60 mm berging per mverharding mits doelmatig en volgens de planregels. Hiermee werken we aan ons doel om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn.

Beleidsuitwerking van water en bodem als mede ordenend principe

  • Met het Wrp worden de regenwaterstructuurplannen in bijlage A8 voor de kernen Asten, Heusden en Ommel vastgesteld. Deze structuren zijn belangrijk voor een klimaatbestendig en waterrobuuste inrichting van gemeente Asten en geeft richting voor de nodige (toekomstige) ruimte voor afvoer en berging van hemelwater. 

  • Bij een nieuwe ontwikkeling is het nodig dat de ontwikkelaar voor de analyse van het gebied de lagenbenadering gebruikt. De lagenbenadering legt de ruimte uiteen in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond met geomorfologische kenmerken, het watersysteem en het biotisch systeem. De volgende laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen, waterwegen en (ondergrondse) leidingen. De occupatielaag bevat de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. 

  • We streven ernaar dat oppervlaktewater bijdraagt aan de leefbaarheid van de omgeving. Dat houdt in dat we ruimte voor water beschikbaar houden en dat deze ruimte ook wordt benut voor natuur en recreatie. 

Maatregelen

Deze paragraaf geeft de investeringen voor riool en water en geeft een omschrijving van de geplande onderzoeken en activiteiten (exploitatie). In bijlage A9 staat het totale overzicht van de exploitatie en investeringsuitgaven. De investeringen en exploitatie is onderdeel van het DIN (bijlage A7). 

De investeringsprojecten voor riolering zijn voor de korte termijn vooral gericht op het verbeteren van systeem voor stedelijk water (zie Tabel 1). Voor de lange termijn worden de lasten bepaald op basis van de theoretische vervangingsopgave. In deze paragraaf worden de geplande exploitatieprojecten toegelicht en in Tabel 2 staan de maatregelen in het regionaal watersysteem. 

Tabel 1 Investeringen riool en water.

Investeringen

Jaar uitvoering

€ 85.000

Elfenbank aanleg hemelwaterriool 

2026

€ 85.000

Penningkruid aanleg hemelwaterriool

2026

€ 57.000

Waterberging Molenstraat

2026

€ 35.000

Loverveld watervoorzieningen

2026

€ 245.000

Wilhelminastraat vervangen gemengd riool en afkoppelen

2026

€ 3.956.500

Plutostraat (Kosmosplein-Floralaan)

2027

€ 732.000

Bedrijventerrein Nobis aanleg extra hemelwater uitlaten

2028

€ 100.000

Julianastraat e.o

2029

€ 3.780.000

Aanpassen overstort Voorste Heusden

2030

€ 200.000

Kluisstraat/Marialaan/Dionysiusstraat

2032

€ 2.400.000

Neptunusstraat/Meteoorstraat/ Saturnusstraat/Marsstraat

2035

€ 2.200.000

Antoniusstraat/’t Hoekske/Heistraat

2038

€ 1.500.000

Bovist

2040

€ 250.000

Draineren van grondwater

In gemeente Asten ligt 8 km drainageleidingen en zijn 2 bijbehorende gemalen aangelegd om grondwater te draineren. Vanwege de hoge kosten voor de gemalen willen we vanaf 2026 alleen nog onder vrijverval draineren. We gaan de situatie monitoren om te beoordelen of het uitschakelen van de gemalen doelmatig is.

Opsporen foutieve aansluitingen

Vanaf 2026 gaan we de inzet verhogen op het opsporen van foutieve aansluitingen. Voorheen was de reden om foutieve aansluitingen op te sporen voornamelijk vanuit capaciteitsoogpunt van het afvalwaterriool. We willen de inzet om de foutieve aansluitingen waarbij afvalwater op het hemelwaterriool is aangesloten verhogen. Hiermee werken we aan ons doel voor een goede waterkwaliteit van het watersysteem.

Kennissessies water en bodem

Het thema water en met name bodem is nieuw voor onze gemeente. We willen voor 2030 met een aantal kennissessies de eigen collega’s leren werken met water en bodem als mede ordenend principe: Hoe kunnen we het natuurlijk water en bodem systeem benutten voor het behalen van onze doelen? Wat kan waar wel en niet en waarom?

Blauwalg onderzoek

Er loopt een traject met waterschap Aa en Maas om het waterkwaliteitsprobleem (blauwalg) bij visvijver de Witte Bergen nader te onderzoeken. Verder hebben we structureel aandacht voor blauwalg in de andere oppervlaktewateren van gemeente Asten.Dit zijn het oppervlaktewater ter plaatse van vakantiepark Prinsenmeer (particulier eigendom), de vijver in het Burgemeester Ploegmakerspark en de waterberging in Florapark.

Toezicht en handhaving

Voor het behalen van de strategische doelen is het nodig dat derden de planregels en vergunningen naleven. Toezicht en handhaving bij nieuwe ontwikkelingen, bij foutaansluitingen en bij lozingen van bedrijfsmatig afvalwater is daarom belangrijk. We reserveren hier dan ook structureel budget voor het inzetten van medewerkers van gemeente en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB).

Kaderrichtlijn Water 

Vanuit de provinciale KRW Impuls Brabant werken we samen met het waterschap en de provincie aan de KRW-doelen. De verantwoordelijkheid van de gemeente als waterbeheerder binnen de KRW valt onder te verdelen in drie onderwerpen: (1) Indirecte lozingen, (2) overstorten en hemelwaterafvoeren (3) emissies landelijk - én stedelijk gebied en beheer en onderhoud. 

We werken hieraan door overstorten te beperken door minder te verharden en hemelwater af te koppelen. Bij gescheiden stelsels zorgen we dat hemelwater zo schoon mogelijk blijft door foutaansluitingen te voorkomen en waar nodig op te sporen en te verhelpen, hemelwater waar mogelijk te infiltreren en/of een filterende voorziening toe te voegen zoals bijvoorbeeld een bodempassage. We dragen bij aan projecten van het waterschap, zoals beekherstel, ecologische verbindingszones, natuurvriendelijke oevers, maar ook een datagedreven (afval)waterketen om de aanwezige potentie in het systeem beter te kunnen benutten. Verder gaan we de komende periode inzetten op meer grip op indirecte lozingen. Hiervoor is een goede samenwerking tussen het waterschap, de omgevingsdienst en gemeente nodig. 

Regionale watersamenwerking: De Brabantse Peel

We werken regionaal samen met de Brabantse peelgemeenten, waterschap Aa en Maas en drinkwaterbedrijf Brabant Water aan de waterketen en aan klimaatadaptatie. Gezamenlijke projecten zijn de Datagedreven Waterketen, Subsidieloket voor afkoppelen en groene daken, Gezamenlijke aanbestedingen voor beheer en onderhoudswerkzaamheden voor riolering en de Implementatie van de omgevingswet op watertaken/regels. Vanuit dit Wrp hebben we de wens om de volgende zaken regionaal op te pakken. Vanaf 2026 gaan we hierover in gesprek met de regio.

  • Vanaf 2026 willen we via de regionale samenwerking in gesprek met woningcorporaties voor bewustwording en voor het maken van afspraken over het vasthouden, bergen en infiltreren van hemelwater op het eigen perceel. 

  • Voor controle op de waterkwantiteit en -kwaliteit bij overstortingen en hemelwateruitlaten is de wens om met de regio een meetplan op te stellen. We sturen op voorbereiding van het project in 2026 en vanaf 2027 structureel monitoren. 

  • Afhankelijk van de monitoringsresultaten willen we zuiveringsmogelijkheden voor afstromend hemelwater onderzoeken.

Maatregelen in het regionaal watersysteem

Waterschap Aa en Maas werkt samen met de provincie en gemeente Asten aan verschillende maatregelen in het regionaal watersysteem. Dit zijn maatregelen zoals de aanleg van ecologische verbindingszones en natuurvriendelijke oevers. Het overzicht van maatregelen in gemeente Asten is weergeven in Tabel 2. De gemeentelijk financiële bijdragen aan deze maatregelen vallen buiten het kostendekkingsplan water en riolering.

Tabel 2 Investeringsprojecten in het regionaal watersysteem. Waterschap Aa en Maas is trekker van deze projecten. 

Maatregelen regionaal watersysteem

Status

Toelichting

Aanleg ecologische verbindingszone Astense Aa

In voorbereiding

- Zuidelijk deel (bovenstrooms A67) wordt meegenomen in de GGA. Uitvoering in 2027 of later. 

- Noordelijk deel wordt meegenomen in beekontwikkeling Diesdonk.

Beekherstel en aanleg ecologische verbindingszones Aa-dal Zuid

In voorbereiding

- Diesdonk (benedenstrooms A67) inschatting uitvoering eind 2028. 

- Dal van de Aa (bovenstrooms Starkriet) uitvoering gepland eind 2027.

Beekerloop aanleg natuurvriendelijke oevers en het waterrobuust inrichten

In voorbereiding

Streven is uitvoering gereed eind 2027.

Voordeldonkse Broekloop aanleg natuurvriendelijke oever (NVO)

In voorbereiding

Deel van de opgave wordt verlegd naar de Kleine Heitrakse Loop. Uitvoering is nog niet ingepland.

Vernatting van enclaves De Bleeken en omvorming naar natuur

In voorbereiding

Uitvoering vanaf 2027 tot en met 2030.

Baggeren van waterlopen door waterschap Aa en Maas

In uitvoering

Uitvoering gereed voorjaar 2026. Volgende ronde over 7 jaar.

Personele middelen

Om indicatief inzicht te krijgen in de benodigde personele middelen heeft stichting RIONED een rekentool ontwikkeld. Met behulp van deze rekentool is een analyse gemaakt van de benodigde personele inzet voor de gemeente Asten. De rekentool en analyse tonen aan dat de gemeente over voldoende personele middelen beschikt voor uitvoer van de water- en rioleringstaken, waarbij er ook taken uitbesteed worden. Zie bijlage A6 voor het volledig resultaat van de formatiescan.

Kostendekkingsplan

Om te bepalen hoeveel kosten de gemeente voor de watertaken maakt en welke inkomsten daar vanuit de rioolheffing tegenover moeten staan is er een kostendekkingsplan water en riolering opgesteld (zie bijlage A9). Het kostendekkingsplan laat zien dat er in de periode van 2026 t/m 2029 geen stijging van de rioolheffing nodig is (exclusief inflatie). Vanaf 2030 t/m 2033 is er een jaarlijkse stijging van 1,52% nodig zodat de voorziening vervanging riolering voor de lange termijn toereikend is voor bekostiging van de investeringen.

Bijlage 10
Objectinformatie

Overzicht informatieobjecten

N.t.b.

Analyse personele middelen

/join/id/regdata/gm0743/2025/B6/nld@2026‑02‑09;1

Doelen Inspanningen Netwerk

/join/id/regdata/gm0743/2025/B7/nld@2026‑02‑09;1

Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden

/join/id/regdata/gm0743/2025/B4/nld@2026‑02‑09;1

Evaluatie GRP 2021-2025

/join/id/regdata/gm0743/2025/B1/nld@2026‑02‑09;1

Kostendekkingsplan water en riolering

/join/id/regdata/gm0743/2025/B9/nld@2026‑02‑09;1

Omgevingsvisie gebieden gemeente Asten

/join/id/regdata/gm0743/2025/B3/nld@2026‑02‑09;1

Overzicht van voorzieningen en (andere) systemen

/join/id/regdata/gm0743/2025/B5/nld@2026‑02‑09;1

Regenwaterstructuurkaart

/join/id/regdata/gm0743/2025/B8/nld@2026‑02‑09;1

Wettelijk en beleidskader water en riool

/join/id/regdata/gm0743/2025/B2/nld@2026‑02‑09;1

Naar boven