Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 59598 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 59598 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen in verband met een subsidie voor collectieve warmte (Wijzigingsbesluit subsidie collectieve warmte)
De Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen als volgt te wijzigen:
a. Hoofdstuk 2 komt te luiden:
Hoofdstuk 2 Collectieve warmte
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
binneninstallatie: de warmteleidingen met toebehoren die gelegen zijn in een appartement en die zijn bedoeld voor de levering van warmte aan het appartement leidingen, installaties en hulpmiddelen, niet zijnde de afleverset voor warmte of de meetinrichting, die zijn gelegen in een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a en c tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken van een verbruiker en bestemd voor toe- en afvoer van warmte ten behoeve van die onroerende zaak, met uitzondering van leidingen, installaties en hulpmiddelen die strekken tot doorlevering van warmte naar een andere onroerende zaak, waarbij de binneninstallatie aan de zijde van het warmtenet of het inpandig leidingstelsel is afgegrensd door de hoofdafsluiters waar de individuele afleverset gekoppeld is aan het warmtenet of het inpandig leidingstelsel of, indien er geen hoofdafsluiters aanwezig zijn, een in de warmteleveringsovereenkomst overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt;
inpandig leidingstelsel: één of meer van een gebouw deel uitmakende leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van transport van warmte tussen een centrale aansluiting van een gebouw op een warmtenet of een productie-installatie en de individuele aansluiting van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel c, van de Wet waardering onroerende zaken;
warmtenet: het geheel van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van warmte, behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel, een binneninstallatie of een gebouw of werk van een producent en strekken tot toe- of afvoer van warmte ten behoeve van dat inpandig leidingstelsel, die binneninstallatie of dat gebouw of werk van een producent;
Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten
Het college kan een eenmalige subsidie verlenen als bijdrage in de hierna te noemen kosten of voor het uitvoeren van de volgende fysieke gebouwgebonden activiteiten in een bestaand gebouw met meerdere woningen, welke daardoor aardgasvrij worden:
Artikel 2.3 Hoogte van de subsidie
De subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door:
De subsidieaanvraag kan worden ingediend bij het college tussen de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027.
Artikel 2.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Indien het een aanvraag van of ten behoeve van een vve betreft dient een kopie van de notulen van de ALV van de vve te worden overlegd waarin de benodigde meerderheid van de leden van de vve heeft ingestemd met de offerte voor de subsidiabele activiteiten, eventueel onder voorbehoud van het toekennen van deze subsidie.
b. Hoofdstuk 3 Warm Amsterdam van duurzame Amsterdamse gebouwen wordt geschrapt.
Artikel II Aanpassen toelichting
De toelichting bij de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt als volgt gewijzigd:
A. In de algemene toelichting van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt de paragraaf ‘Stadsbrede subsidie (hoofdstuk 2)’ vervangen door een paragraaf die luidt als volgt:
Collectieve warmte (hoofdstuk 2)
In de raadsbrief van 30 januari 2025 is een koerswijziging in de warmtetransitie aangekondigd. In de brief wordt benoemd dat de gemeente wil sturen op CO2-reductie op korte termijn, zonder de ambitie aardgasvrij uit het oog te verliezen. Uitgangspunten daarvoor zijn en blijven dat warmte duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar is. We sturen daarbij op rechtvaardigheid door ook in de warmtetransitie ongelijk te investeren voor gelijke kansen. In de raadsbrief van 3 juli 2025 wordt verdere invulling gegeven aan de koerswijziging en worden middelen uit het klimaatfonds aangekondigd. Deze subsidieregeling voor kansen voor corporatiewoningen warmtenetten en collectieve warmteoplossingen voor vve's is een uitwerking van die aankondiging.
Het college stelt € 12.000.000,- uit het gemeentelijke Klimaatfonds beschikbaar voor een nieuwe stadsbrede subsidie. De subsidie is beschikbaar voor corporaties en vve’s voor het aardgasvrij maken van appartementen(complexen) door ze aan te sluiten op een collectief warmtesysteem. In verband met het wegvallen van de landelijke SAH-subsidie is de gemeentelijke subsidie van belang voor de slaagkans voor het financieren van diverse succesrijke projecten bij zowel corporaties als vve’s die positief hebben besloten tot het aardgasvrij maken van de appartementen.
Met deze regeling kunnen ongeveer 2.500 woningen van een duurzame warmteoplossing worden voorzien. De regeling richt zich op collectieve warmteoplossingen, zoals stadsverwarming en kleinere collectieve warmtesystemen, met een maximum subsidiebedrag van €5.300 per appartement. Een gemiddeld Amsterdams appartement verbruikte in 2023 570 kuub gas. Met een minimale CO2-reductie van 59% voor een collectief warmtesysteem komt de totale CO2-reductie bij benutting van deze regeling en het huidige budget van 12 miljoen euro, op 1.900 kiloton per jaar.
B. In de artikelsgewijze toelichting van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt de paragraaf ‘hoofdstuk 2 Stadsbrede subsidie’ vervangen door een paragraaf die luidt als volgt:
Hoofdstuk 2 Collectieve warmte
In dit artikel worden begrippen gedefinieerd die bij de subsidie in de regeling een rol spelen. Indien een begrip uit artikel 1 in een bepaling wordt gebruikt dient deze met inachtneming van de definitie in artikel 1 te worden toegepast. Voor de begrippen binneninstallatie, inpandig leidingstelsel, warmteleverancier en warmtenet wordt aangesloten bij de Warmtewet.
Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten
Dit artikel bepaalt voor welke activiteit het college subsidie kan verlenen. De subsidie is beschikbaar voor het aansluiten van appartementencomplexen op een collectief warmtesysteem en hiermee verbonden het aardgasvrij maken van de complexen. Kosten die gemaakt moeten worden om het gebouw aan te sluiten op het collectieve warmtesysteem, waaronder kosten voor bouwkundige aanpassingen, zijn subsidiabel. Wanneer appartementen(complexen) worden aangesloten op een collectief warmtesysteem komen kosten die te maken hebben met het aardgasvrij maken van appartementen, zoals kosten voor het anders koken en/of anders warm water maken dan met aardgas, voor subsidie in aanmerking. Ook zijn kosten subsidiabel die nodig kunnen zijn om de huidige aardgasgestookte warmtevoorziening kortstondig in stand te houden totdat het nieuwe collectieve warmtesysteem in werking is getreden. Dit kunnen kosten zijn voor monitoring en inspectie op de kwaliteit van de huidige installaties en rookgasafvoerkanalen, en kosten voor extra onderhoud en vervanging van onderdelen ten einde de huidige installatie in werking te houden tot aan het nieuwe systeem.
De subsidie is niet bedoeld voor het aardgasvrij maken van appartementen(complexen) zonder dat aangesloten wordt op een collectief warmtesysteem. Wanneer een appartementencomplex al is aangesloten op een collectief warmtesysteem en er nog wel op aardgas wordt gekookt of op aardgas water wordt verwarmd in appartementen, kan geen gebruik worden gemaakt van deze subsidieregeling.
Artikel 2.3 Hoogte van de subsidie
Dit artikel bepaalt hoe hoog de subsidie is. Er geldt een maximum subsidiebedrag van € 5.300, - per woning en een maximum subsidiebedrag van €4.000.000, - per aanvraag.
Dit artikel regelt een tweetal subsidieplafonds voor de activiteiten in dit hoofdstuk. De subsidieplafonds zijn gebaseerd op de ingeplande en thans voorziene activiteiten voor collectieve warmte van vve’s en woningcorporaties. Er kan geen subsidie meer worden verstrekt als het plafond is bereikt. Aanvragen zullen dan worden geweigerd op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Awb.
Dit artikel regelt dat de subsidie uitsluitend is aan te vragen door woningcorporaties en vve’s. Woningcorporaties kunnen uitsluitend subsidie aanvragen voor gebouwen en woningen die geen onderdeel uitmaken van of eigendom zijn van een vve. Voordat een vve een aanvraag kan doen moet hier binnen de vve wel voor worden ingestemd. Een derde optie is dat een vve de aanvraag laat verzorgen en indienen door een warmteleverancier, daartoe gemachtigd door de vve, die de ontvangen subsidie verrekent met de kosten.
Dit artikel geeft aan dat een aanvraag voor een eenmalige subsidie tussen de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en uiterlijk 31 december 2027 bij het college moet zijn ingediend.
Artikel 2.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Dit artikel regelt enkele afwijkingen van de termijnen genoemd in artikel 1.7, eerste lid, onderdeel c, onder iii en artikel 1.9, onderdeel a. Het gaat om een verlenging van de termijn voor de intenties van eigenaren en huurders om de gasaansluiting af te sluiten en van de termijn waarbinnen de activiteiten volledig moeten zijn uitgevoerd. Het derde lid regelt dat bij een aanvraag van of voor een vve een kopie van de notulen van de ALV van de vve moet worden overlegd waarin de benodigde meerderheid van de leden van de vve heeft ingestemd met de offerte voor de subsidiabele activiteiten.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 februari 2026.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris (wnd.)
Thea de Vries
Het college besluit met dit wijzigingsbesluit hoofdstuk 2 “Stadsbrede subsidie” van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen te vervangen door een nieuw hoofdstuk 2 “Collectieve Warmte”. Het hoofdstuk “Stadsbrede subsidie” is materieel uitgewerkt omdat de subsidieplafonds golden voor het tijdvak tot 31 december 2022. De opzet van de nieuwe subsidie “Collectieve Warmte” is voor de eenduidigheid zo veel mogelijk in lijn met de landelijk SAH-subsidie. De subsidie bedraagt € 5.300,- per woning en beoogt het aardgasverbruik en de daarmee samenhangende CO₂-uitstoot binnen de gemeente Amsterdam op korte termijn te verminderen. De subsidieregeling is beschikbaar voor woningen van woningcorporaties en vve’s.
Hoofdstuk 3 Warm Amsterdam wordt beëindigd, omdat hoofdstuk 2 een stadsbrede subsidie wordt voor collectieve warmte. Hierdoor vallen de wijken die in hoofdstuk 3 worden genoemd, nu ook onder hoofdstuk 2."
De benodigde wijzigingen worden gemaakt in artikel I en artikel II.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-59598.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.