Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen in verband met een subsidie voor collectieve warmte (Wijzigingsbesluit subsidie collectieve warmte)

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op artikel 3, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023,

 

 

besluit:

Artikel I  

De Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen als volgt te wijzigen:

 

a. Hoofdstuk 2 komt te luiden:

 

Hoofdstuk 2 Collectieve warmte

 

Artikel 2.1 Definities

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • -

    binneninstallatie: de warmteleidingen met toebehoren die gelegen zijn in een appartement en die zijn bedoeld voor de levering van warmte aan het appartement leidingen, installaties en hulpmiddelen, niet zijnde de afleverset voor warmte of de meetinrichting, die zijn gelegen in een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a en c tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken van een verbruiker en bestemd voor toe- en afvoer van warmte ten behoeve van die onroerende zaak, met uitzondering van leidingen, installaties en hulpmiddelen die strekken tot doorlevering van warmte naar een andere onroerende zaak, waarbij de binneninstallatie aan de zijde van het warmtenet of het inpandig leidingstelsel is afgegrensd door de hoofdafsluiters waar de individuele afleverset gekoppeld is aan het warmtenet of het inpandig leidingstelsel of, indien er geen hoofdafsluiters aanwezig zijn, een in de warmteleveringsovereenkomst overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt;

  • -

    inpandig leidingstelsel: één of meer van een gebouw deel uitmakende leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van transport van warmte tussen een centrale aansluiting van een gebouw op een warmtenet of een productie-installatie en de individuele aansluiting van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel c, van de Wet waardering onroerende zaken;

  • -

    vve: een vereniging van eigenaren en andere rechtspersonen met leden waarbij het gebouw in eigendom van die rechtspersoon is en de leden een exclusief en verhandelbaar recht hebben tot bewoning van woningen in dat gebouw, zoals coöperatieve flatverenigingen;

  • -

    warmteleverancier: een rechtspersoon die zich bezighoudt met de levering van warmte;

  • -

    warmtenet: het geheel van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van warmte, behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel, een binneninstallatie of een gebouw of werk van een producent en strekken tot toe- of afvoer van warmte ten behoeve van dat inpandig leidingstelsel, die binneninstallatie of dat gebouw of werk van een producent;

Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten

Het college kan een eenmalige subsidie verlenen als bijdrage in de hierna te noemen kosten of voor het uitvoeren van de volgende fysieke gebouwgebonden activiteiten in een bestaand gebouw met meerdere woningen, welke daardoor aardgasvrij worden:

  • a.

    de kosten berekend door de warmteleverancier voor het aansluiten op het warmtenet van twee of meer woningen of het collectieve warmtesysteem van het gebouw waar de woningen onderdeel van uitmaken en;

  • b.

    het aanpassen of vervangen van het ruimteverwarmingssysteem en de voorzieningen voor koken en warmtapwater door middel van:

    • i.

      het verwijderen van de individuele of collectieve CV-ketel inclusief rookgasafvoer;

    • ii.

      het aanpassen van de warmteafgiftesystemen indien dat nodig is om het collectieve warmtesysteem te gebruiken;

    • iii.

      het verwijderen van het individuele gasgestookte warmtapwatertoestel;

    • iv.

      het verwijderen van het gasfornuis;

    • v.

      het aanschaffen van een volledig elektrische kookvoorziening;

    • vi.

      het installeren van een niet-gasgedreven warmtapwatervoorziening;

  • c.

    andere bouwkundige aanpassingen die nodig zijn voor het aardgasvrij maken van de woning of het aansluiten van de woning op een warmtenet, inhoudende:

    • i.

      het aankoppelen van de binneninstallatie aan het warmtenet;

    • ii.

      het aankoppelen van de binneninstallatie aan het inpandig leidingstelsel;

    • iii.

      het aanpassen van de meterkast en leidingen ten behoeve van elektrisch koken;

    • iv.

      het verwijderen van de stijgleidingen;

    • v.

      bouwkundige aanpassingen ten behoeve van het plaatsen van de afleverset;

    • vi.

      het verwijderen van gasleidingen; of

    • vii.

      het aanleggen van een inpandig leidingstelsel;

  • d.

    het instandhouden van het huidige warmtesysteem tot aan de realisatie van het nieuwe collectieve warmtesysteem;

Artikel 2.3 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 5.300,- per aardgasvrije woning.

  • 2.

    Per aanvraag geldt een maximum van €4.000.000,-.

Artikel 2.4 Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond voor woningcorporaties voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027 is vastgesteld op € 7.000.000,-

  • 2.

    Het subsidieplafond voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027 voor vve’s is vastgesteld op € 5.000.000,-

Artikel 2.5 Aanvrager

De subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door:

  • a.

    een woningcorporatie, uitsluitend voor gebouwen en woningen die geen onderdeel uitmaken van of eigendom zijn van een vve;

  • b.

    een vve;

  • c.

    een warmteleverancier ten behoeve van aanvragen van een of meerdere vve’s.

Artikel 2.6 Aanvraagtermijn

De subsidieaanvraag kan worden ingediend bij het college tussen de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027.

Artikel 2.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    In afwijking van artikel 1.7, eerste lid, onderdeel c, onder iii, geldt voor een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.2 een intentie om de gasaansluiting binnen drie jaar af te sluiten.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.9, onderdeel a, geldt voor een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.2 een termijn van drie jaar.

  • 3.

    Indien het een aanvraag van of ten behoeve van een vve betreft dient een kopie van de notulen van de ALV van de vve te worden overlegd waarin de benodigde meerderheid van de leden van de vve heeft ingestemd met de offerte voor de subsidiabele activiteiten, eventueel onder voorbehoud van het toekennen van deze subsidie.

b. Hoofdstuk 3 Warm Amsterdam van duurzame Amsterdamse gebouwen wordt geschrapt.

Artikel II Aanpassen toelichting

De toelichting bij de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt als volgt gewijzigd:

 

A. In de algemene toelichting van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt de paragraaf ‘Stadsbrede subsidie (hoofdstuk 2)’ vervangen door een paragraaf die luidt als volgt:

 

Collectieve warmte (hoofdstuk 2)

In de raadsbrief van 30 januari 2025 is een koerswijziging in de warmtetransitie aangekondigd. In de brief wordt benoemd dat de gemeente wil sturen op CO2-reductie op korte termijn, zonder de ambitie aardgasvrij uit het oog te verliezen. Uitgangspunten daarvoor zijn en blijven dat warmte duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar is. We sturen daarbij op rechtvaardigheid door ook in de warmtetransitie ongelijk te investeren voor gelijke kansen. In de raadsbrief van 3 juli 2025 wordt verdere invulling gegeven aan de koerswijziging en worden middelen uit het klimaatfonds aangekondigd. Deze subsidieregeling voor kansen voor corporatiewoningen warmtenetten en collectieve warmteoplossingen voor vve's is een uitwerking van die aankondiging.

Het college stelt € 12.000.000,- uit het gemeentelijke Klimaatfonds beschikbaar voor een nieuwe stadsbrede subsidie. De subsidie is beschikbaar voor corporaties en vve’s voor het aardgasvrij maken van appartementen(complexen) door ze aan te sluiten op een collectief warmtesysteem. In verband met het wegvallen van de landelijke SAH-subsidie is de gemeentelijke subsidie van belang voor de slaagkans voor het financieren van diverse succesrijke projecten bij zowel corporaties als vve’s die positief hebben besloten tot het aardgasvrij maken van de appartementen.

 

Met deze regeling kunnen ongeveer 2.500 woningen van een duurzame warmteoplossing worden voorzien. De regeling richt zich op collectieve warmteoplossingen, zoals stadsverwarming en kleinere collectieve warmtesystemen, met een maximum subsidiebedrag van €5.300 per appartement. Een gemiddeld Amsterdams appartement verbruikte in 2023 570 kuub gas. Met een minimale CO2-reductie van 59% voor een collectief warmtesysteem komt de totale CO2-reductie bij benutting van deze regeling en het huidige budget van 12 miljoen euro, op 1.900 kiloton per jaar.

 

 

B. In de artikelsgewijze toelichting van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt de paragraaf ‘hoofdstuk 2 Stadsbrede subsidie’ vervangen door een paragraaf die luidt als volgt:

 

Hoofdstuk 2 Collectieve warmte

 

Artikel 2.1 Definities

In dit artikel worden begrippen gedefinieerd die bij de subsidie in de regeling een rol spelen. Indien een begrip uit artikel 1 in een bepaling wordt gebruikt dient deze met inachtneming van de definitie in artikel 1 te worden toegepast. Voor de begrippen binneninstallatie, inpandig leidingstelsel, warmteleverancier en warmtenet wordt aangesloten bij de Warmtewet.

 

Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten

Dit artikel bepaalt voor welke activiteit het college subsidie kan verlenen. De subsidie is beschikbaar voor het aansluiten van appartementencomplexen op een collectief warmtesysteem en hiermee verbonden het aardgasvrij maken van de complexen. Kosten die gemaakt moeten worden om het gebouw aan te sluiten op het collectieve warmtesysteem, waaronder kosten voor bouwkundige aanpassingen, zijn subsidiabel. Wanneer appartementen(complexen) worden aangesloten op een collectief warmtesysteem komen kosten die te maken hebben met het aardgasvrij maken van appartementen, zoals kosten voor het anders koken en/of anders warm water maken dan met aardgas, voor subsidie in aanmerking. Ook zijn kosten subsidiabel die nodig kunnen zijn om de huidige aardgasgestookte warmtevoorziening kortstondig in stand te houden totdat het nieuwe collectieve warmtesysteem in werking is getreden. Dit kunnen kosten zijn voor monitoring en inspectie op de kwaliteit van de huidige installaties en rookgasafvoerkanalen, en kosten voor extra onderhoud en vervanging van onderdelen ten einde de huidige installatie in werking te houden tot aan het nieuwe systeem.

De subsidie is niet bedoeld voor het aardgasvrij maken van appartementen(complexen) zonder dat aangesloten wordt op een collectief warmtesysteem. Wanneer een appartementencomplex al is aangesloten op een collectief warmtesysteem en er nog wel op aardgas wordt gekookt of op aardgas water wordt verwarmd in appartementen, kan geen gebruik worden gemaakt van deze subsidieregeling.

 

Artikel 2.3 Hoogte van de subsidie

Dit artikel bepaalt hoe hoog de subsidie is. Er geldt een maximum subsidiebedrag van € 5.300, - per woning en een maximum subsidiebedrag van €4.000.000, - per aanvraag.

 

Artikel 2.4 Subsidieplafond

Dit artikel regelt een tweetal subsidieplafonds voor de activiteiten in dit hoofdstuk. De subsidieplafonds zijn gebaseerd op de ingeplande en thans voorziene activiteiten voor collectieve warmte van vve’s en woningcorporaties. Er kan geen subsidie meer worden verstrekt als het plafond is bereikt. Aanvragen zullen dan worden geweigerd op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Awb.

 

Artikel 2.5 De aanvrager

Dit artikel regelt dat de subsidie uitsluitend is aan te vragen door woningcorporaties en vve’s. Woningcorporaties kunnen uitsluitend subsidie aanvragen voor gebouwen en woningen die geen onderdeel uitmaken van of eigendom zijn van een vve. Voordat een vve een aanvraag kan doen moet hier binnen de vve wel voor worden ingestemd. Een derde optie is dat een vve de aanvraag laat verzorgen en indienen door een warmteleverancier, daartoe gemachtigd door de vve, die de ontvangen subsidie verrekent met de kosten.

 

Artikel 2.6 Aanvraagtermijn

Dit artikel geeft aan dat een aanvraag voor een eenmalige subsidie tussen de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en uiterlijk 31 december 2027 bij het college moet zijn ingediend.

 

Artikel 2.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

Dit artikel regelt enkele afwijkingen van de termijnen genoemd in artikel 1.7, eerste lid, onderdeel c, onder iii en artikel 1.9, onderdeel a. Het gaat om een verlenging van de termijn voor de intenties van eigenaren en huurders om de gasaansluiting af te sluiten en van de termijn waarbinnen de activiteiten volledig moeten zijn uitgevoerd. Het derde lid regelt dat bij een aanvraag van of voor een vve een kopie van de notulen van de ALV van de vve moet worden overlegd waarin de benodigde meerderheid van de leden van de vve heeft ingestemd met de offerte voor de subsidiabele activiteiten.

Artikel III Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Artikel IV Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit subsidie collectieve warmte.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 februari 2026.

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris (wnd.)

Thea de Vries

Algemene Toelichting  

Het college besluit met dit wijzigingsbesluit hoofdstuk 2 “Stadsbrede subsidie” van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen te vervangen door een nieuw hoofdstuk 2 “Collectieve Warmte”. Het hoofdstuk “Stadsbrede subsidie” is materieel uitgewerkt omdat de subsidieplafonds golden voor het tijdvak tot 31 december 2022. De opzet van de nieuwe subsidie “Collectieve Warmte” is voor de eenduidigheid zo veel mogelijk in lijn met de landelijk SAH-subsidie. De subsidie bedraagt € 5.300,- per woning en beoogt het aardgasverbruik en de daarmee samenhangende CO₂-uitstoot binnen de gemeente Amsterdam op korte termijn te verminderen. De subsidieregeling is beschikbaar voor woningen van woningcorporaties en vve’s.

 

Hoofdstuk 3 Warm Amsterdam wordt beëindigd, omdat hoofdstuk 2 een stadsbrede subsidie wordt voor collectieve warmte. Hierdoor vallen de wijken die in hoofdstuk 3 worden genoemd, nu ook onder hoofdstuk 2."

 

De benodigde wijzigingen worden gemaakt in artikel I en artikel II.

Naar boven