Gemeenteblad van Asten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Asten | Gemeenteblad 2026, 59412 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Asten | Gemeenteblad 2026, 59412 | ander besluit van algemene strekking |
Aanwijzingsbesluit elektronische kanalen publieke dienstverlening gemeente Asten 2026
de raad, het college van burgemeester en wethouders, de Heffings- en invorderingsambtenaar en de burgemeester van de gemeente Asten,
ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft,
gelet op artikel 2:13, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht,
besluiten vast te stellen het:
Aanwijzingsbesluit elektronische kanalen publieke dienstverlening gemeente Asten 2026:
Indien het eerste tot en met het derde lid niet tot een passend kanaal leidt, dan kan het algemene e-mailadres van de gemeente gebruikt worden. Dit is: gemeente@asten.nl.
Artikel 3. Kanaal omgevingswet
In afwijking van artikel 2 gebruiken we het Omgevingsloket als kanaal voor berichten van producten en diensten die vallen onder de Omgevingswet
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten van 2 december 2025
College van burgemeester en wethouders van Asten,
M. Derks
secretaris
A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk
burgemeester
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari 2026
De raad voornoemd,
griffier,
mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans
voorzitter,
A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk
Aldus vastgesteld op 3 februari 2026
De Heffings- en invorderingsambtenaar,
F.D.I.R. van Helmond
Aldus vastgesteld op 2 februari 2026
De burgemeester,
A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk
Bent u het niet eens met dit besluit?
Tegen dit besluit kunnen rechtstreeks belanghebbenden bezwaar maken. In dat geval adviseren wij u om eerst telefonisch contact met ons op te nemen. We nemen samen met u het besluit door.
Als we er niet uitkomen kunt u een bezwaarschrift indienen. Hoe u dat moet doen kunt u hieronder lezen.
Zorgt u er in ieder geval voor dat u het bezwaarschrift indient binnen zes weken na de dag waarop het besluit is bekend gemaakt (verzonden, uitgereikt of gepubliceerd). Daarmee voorkomt u dat wij uw bezwaarschrift niet meer kunnen behandelen.
U kunt uw bezwaarschrift schriftelijk indienen. U stuurt uw bezwaarschrift naar het college van burgemeester en wethouders, Postbus 290, 5720 AG Asten.
In uw bezwaarschrift moet het volgende staan:
Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit blijft gelden in de tijd dat uw bezwaarschrift in behandeling is. Als u dit niet wilt, bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft, dan kunt u een verzoek om een voorlopige voorziening indienen. U kunt in dat geval de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant vragen een voorlopige voorziening te treffen.
Dit kan alleen als u binnen de termijn een bezwaarschrift heeft ingediend. Het adres van de Rechtbank Oost-Brabant is Postbus 90125, 5200 MA ’s Hertogenbosch.
Op 1 januari 2026 treedt de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (hierna: WMEBV) in werking. Een uitzondering hierop vormt de zorgplicht voor het bieden van passende ondersteuning omdat die al op 1 januari 2024 in werking is getreden. Met deze wet wordt onder andere afdeling 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gewijzigd. Deze wet geeft eenieder het recht om zogenoemde officiële berichten – dat wil zeggen berichten die deel uitmaken van een procedure over een besluit, klachten, of andere krachtens wettelijk voorschrift voorgeschreven berichten - elektronisch naar een bestuursorgaan te sturen. Gemeentelijke bestuursorganen waarvoor dit in elk geval geldt, zijn de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de Heffings- en Invorderingsambtenaar en de burgemeester. Deze bestuursorganen dienen daarom ieder voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft, de elektronische kanalen aan te wijzen die burgers, bedrijven en anderen voor deze officiële berichten moeten gebruiken.
Alleen die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Bij de definitie van de begrippen ‘bericht’ en ‘kanaal’ is aangesloten bij de betekenis die deze begrippen in de Algemene wet bestuursrecht hebben. Ter nadere toelichting dient het volgende.
Het recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te sturen ziet op de volgende typen officiële berichten:
Een klacht. Hiertoe behoren in elk geval klachten van eenieder jegens een gemeentelijk bestuursorgaan in de zin van hoofdstuk 9 Awb, waaronder ook verzoekschriften aan de gemeentelijke ombudsman vallen. Daarnaast behoren klachtprocedures jegens gemeentelijke bestuursorganen in de bijzondere wet tot deze categorie.
De wet schrijft voor dat voor elk type bericht een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van verzenden wordt aangewezen (artikel 2:13, tweede lid Awb). Welke wijze dat in een concreet geval is, is afhankelijk van de aard en de inhoud van het type bericht en het doel waarvoor het bericht wordt gebruikt. Kanalen als een specifiek webformulier, een generiek e-formulier, ingevuld (geprint of gedownload) formulier dat geüpload kan worden, e-mail, en mijnomgevingen kunnen als ‘voldoende betrouwbaar en vertrouwelijk’ worden gezien. Daarbij is het voor sommige type berichten gezien hun aard en inhoud nodig om authenticatie op bepaalde betrouwbaarheidsniveaus mogelijk te maken. In dit besluit wordt voor de te bepalen betrouwbaarheidsniveaus aangesloten bij de Wet digitale overheid (Wdo) en de regels die op basis daarvan zijn gesteld.
Bij de huidige stand van de techniek zijn sociale media (SMS, What’s app, Twitter etc.) en chatbots niet voldoende betrouwbaar en vertrouwelijk, zodat deze niet als kanaal zijn aangewezen.
De Awb bevat ook regels voor niet-officiële berichten. Dit zijn alle andere berichten dan die bedoeld in artikel 2:13, eerste lid Awb. Eenieder kan een niet-officieel bericht elektronisch aan een bestuursorgaan sturen, voor zover het bestuursorgaan deze weg heeft opengesteld (artikel 2:14 Awb). Die openstelling kan, maar hoeft niet via een aanwijzingsbesluit te gebeuren. Daarom ziet dit aanwijzingsbesluit niet op niet-officiële berichten.
Artikel 2. Algemene bepalingen
Bij het voorschrijven van een elektronische wijze van verzenden is onderscheid gemaakt in twee type berichten: berichten die inwoners en bedrijven uit eigen beweging verzenden (eerste lid) en berichten die inwoners en bedrijven op verzoek van de gemeente sturen (tweede lid). Tot het eerste type berichten behoren onder meer aanvragen, ingebrekestellingen en meldingen. Tot het tweede type berichten behoren onder meer aanvullingen ex artikel 4:5 Awb, een zienswijze, en een reactie op de uitnodiging voor een hoorzitting.
Voor berichten die uit eigen beweging worden ingediend, wordt een specifiek kanaal aangewezen. Uitgangspunt is dat dat als kanaal wordt gebruikt. Bij berichten die op verzoek van de gemeente worden ingediend, is het contact al tot stand gebracht tussen de gemeente en de betreffende inwoner of het bedrijf. Daarom kan voor de kanaalaanwijzing ermee worden volstaan in de betreffende uitnodiging van de gemeente aan te geven hoe de verdere elektronische communicatie kan plaatsvinden.
In het derde lid is een vangnetbepaling opgenomen: voor zover er berichten zijn waarvoor in de voorgaande onderdelen geen kanaal is aangewezen, kunnen deze berichten via een contactformulier worden ingediend. Het contactformulier dient daarmee als vangnet. In het vierde lid is, indien geen gebruik gemaakt kan worden van lid 1 tot en met 3, het e-mailadres van de gemeente Asten opgenomen. Het vierde lid dient als aanvullende vangnetbepaling.
Artikel 3. Kanaal Omgevingswet
Voor sommige typen berichten geldt dat de wetgever het gebruik van een bepaald kanaal door burgers en bedrijven heeft voorgeschreven. Dat geldt voor bepaalde berichten in de op 1 januari 2024 inwerking getreden Omgevingswet. In artikel 16.1, eerste lid, van de Omgevingswet is geregeld dat een elektronische aanvraag om een besluit of een melding op grond van de Omgevingswet in bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) geregelde gevallen via de landelijke voorziening als bedoeld in artikel 20.21 van de wet wordt ingediend of gedaan. Die landelijke voorziening is het Omgevingsloket dat onderdeel is van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Tevens is in artikel 16.1, tweede lid van de Omgevingswet de mogelijkheid geboden om bij AMvB te regelen hoe het elektronisch voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding of het elektronisch verzenden van een ander bericht op grond van de Omgevingswet kan plaatsvinden. Daartoe is in artikel 14.1 en 14.2 van het Omgevingsbesluit aangegeven dat de indiening van de volgende berichten via het Omgevingsloket verloopt:
In de artikelen 14.1, derde lid en 14.2, tweede lid, van het Omgevingsbesluit is aangegeven voor welke type berichten en daarbij de te verstrekken gegevens en bescheiden uit de eerdere artikelleden de landelijke voorziening niet beschikbaar is.
Aangezien het Omgevingsloket op grond van de Omgevingswet al als verplicht te gebruiken kanaal is aangewezen, hoeft dat niet nog een keer te gebeuren in het aanwijzingsbesluit. In dit artikellid is daarom niet geregeld dat dit kanaal wordt ‘aangewezen’. Volledigheidshalve is echter wel geregeld dat het Omgevingsloket voor deze berichten als kanaal wordt ‘gebruikt’.
Met deze bepaling wordt het bestaande aanwijzingsbesluit ingetrokken, omdat ervoor is gekozen de aanwijzing van de kanalen in één besluit te regelen. De datum waarop het oude aanwijzingsbesluit vervalt, is de datum waarop het Aanwijzingsbesluit elektronische kanalen publieke dienstverlening 2026 in werking treedt
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-59412.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.