Gemeenteblad van Nijkerk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nijkerk | Gemeenteblad 2026, 58995 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nijkerk | Gemeenteblad 2026, 58995 | beleidsregel |
Nota verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Lijst verplichte participatieactiviteiten
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Nijkerk d.d. 29 januari 2026,
de voorzitter, mevrouw T.T.E. DE JONGE-RUITENBEEK
de griffier, mevrouw A.G. VERHOEF-FRANKEN
TOELICHTING OP LIJST VERPLICHTE PARTICIPATIEACTIVITEITEN
In deze nota heeft de gemeenteraad vastgelegd in welke gevallen participatie verplicht wordt gesteld bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit zijn activiteiten in de fysieke leefomgeving:
Bovendien geeft deze nota aan wanneer voldaan is aan de eisen van verplichte participatie.
Het is altijd goed als een initiatiefnemer omwonenden uitnodigt om mee te denken en mee te praten over activiteiten (het betreft vooral bouw- of verbouwplannen) voordat ze een aanvraag doen voor een omgevingsvergunning. De gemeente Nijkerk vindt dit belangrijk. In de participatievisie Gemeente Nijkerk staat dat de gemeente participatie beschouwt als een standaard manier van werken.
De participatievisie is uitgewerkt in gemeentelijk participatiebeleid. Het participatiebeleid beschrijft hoe de gemeente participatie organiseert. Het gaat om wettelijk verplichte vormen van inwonersparticipatie (zoals bij initiatieven onder de Omgevingswet), maar ook om overheidsparticipatie en netwerkparticipatie. Het beleid biedt spelregels, praktische handvatten en inspirerende voorbeelden.
Het participatiebeleid is op 27 november 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.
De Omgevingswet verplicht initiatiefnemers bij een aanvraag omgevingsvergunning wel aan te geven of en zo ja hoe er is geparticipeerd, maar legt participatie niet dwingend op. De aanvrager mag zelf weten op welke manier de omgeving bij de aanvraag wordt betrokken. De aanvraag mag niet worden geweigerd wanneer geen participatie plaats heeft gevonden.
Nu vindt de gemeente dat bij projecten of plannen met veel invloed op de omgeving altijd participatie moet plaatsvinden. Daarom heeft de gemeenteraad een lijst vastgesteld met activiteiten. In de lijst staat wanneer het verplicht is om anderen voor overleg te betrekken, bijvoorbeeld bij bouw- of verbouwplannen. Artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet bevat de bevoegdheid voor de gemeenteraad om deze lijst vast te stellen.
Eerst volgt een beschrijving hoe de lijst tot stand is gekomen. Vervolgens volgt een beschrijving van de criteria die gebruikt worden om te toetsen of voldaan is aan de participatie. Tot slot volgt de lijst met activiteiten waarover verplicht moet worden geparticipeerd.
Voor de lijst is de Nota ‘Adviesrecht gemeenteraad bij afwijkingen van het Omgevingsplan’ (bindend adviesrecht) als uitgangspunt gebruikt. Deze nota bevat al een lijst met categorieën van gevallen waarvoor het college verplicht is de gemeenteraad een (bindend) advies te vragen.
Vervolgens is de lijst met activiteiten waarover verplicht moet worden geparticipeerd samengesteld met behulp van de volgende criteria:
participatie is, getoetst aan de keuzehulp uit het gemeentelijke participatiebeleid, noodzakelijk. Dit beleid bevat een keuzehulp met zes criteria. Met deze criteria kan de gemeente initiatieven toetsen hoe intensief de participatie moet zijn. De keuzehulp is niet één op één toe te passen op initiatieven van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Uitgezonderd de laatste twee criteria geven inzicht in het belang dat de gemeenteraad aan participatie hecht bij activiteiten, namelijk:
de complexiteit van het plan: er is veel afstemming nodig om de activiteit in het plangebied uit te kunnen voeren. Denk hierbij aan de ontsluiting van het terrein waarop de activiteit betrekking heeft, de aanleg van andere werken, zoals een watergang, een weg, groenvoorzieningen en aan de gevolgen voor het milieu, de veiligheid en de gezondheid (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht, toename aantal verkeersbewegingen);
4. Wanneer is participatie voldoende?
Als de aanvrager bij verplichte participatie niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Er is in dat geval niet voldaan aan een wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Dit is vastgelegd in artikel 4:5, lid 1 onder a, in de Algemene wet bestuursrecht. Wel moet het college de aanvrager eerst de gelegenheid geven dit tekort te herstellen (artikel 4:5, lid 1 Algemene wet bestuursrecht).
In artikel 4:5, lid 1 heeft de wetgever het volgende geschreven: “Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag.
Het college dient dus bij de aanvraag om een omgevingsvergunning te toetsen in hoeverre er voldaan is aan de voorschriften. De wetgever heeft echter in de regels over de Omgevingswet gemeenten bewust geen voorschriften meegegeven om te toetsen of sprake is van voldoende participatie.
Dit betekent dat de gemeenteraad aan het college regels meegeeft om antwoord te kunnen geven op de vraag wanneer er voldoende geparticipeerd is en of het participatietraject goed is uitgevoerd. Met behulp van de volgende regels toetst het college of er sprake is van voldoende participatie:
Met behulp van deze criteria kan vastgesteld worden of de participatie passend is ingericht bij de aard en omvang van het initiatief.
Als na toetsing blijkt dat het participatietraject te mager is, dan heeft de aanvrager niet voldaan aan het aanvraagvereiste en kan het college beslissen de aanvraag buiten behandeling te laten totdat wel aan het aanvraagvereiste is voldaan.
De participatie-inspanning van de aanvrager moet dus in verhouding staan tot de aangevraagde activiteit. Dit betekent dat bij een klein initiatief met weinig impact op de omgeving een beperkte vorm van participatie kan volstaan. Bij een initiatief met grote impact op de omgeving zal uitgebreidere participatie passend zijn.
Gemeentewet en Wet versterking participatie op decentraal niveau
De gemeenteraad is bevoegd kaders stellen voor participatie en daarop te controleren. Met de wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet, heeft de wetgever geregeld dat de gemeenteraad in een verordening regels over participatie mag vaststellen. Door Wet versterking participatie op decentraal niveau moeten gemeenten een participatieverordening vaststellen. Dit is een lokale verordening waarin de regels over participatie staan. De verordening geeft structuur en duidelijkheid over hoe participatie in de gemeente wordt georganiseerd.
Zo wordt voor alle partijen inzichtelijk op welke wijze een participatieproces verloopt.
De genoemde criteria worden, zo nodig aangevuld of aangepast, in deze verordening geïntegreerd. Daarbij wordt ook rekening gehouden met uitspraken uit de rechtspraak. Deze uitspraken kunnen op den duur de gemeente een beter beeld geven van de manier waarop verplichte participatie moet worden voorgeschreven en getoetst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-58995.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.