Wijzigingsbesluit van de Beleidsregels bijzondere bijstand 2025 ‘s-Hertogenbosch

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch,

In zijn vergadering van 10 november 2025,

Gezien het voorstel met reg.nr. 17844157,

Gelet op: artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 7 lid 1 onder b, 11, 35 van de Participatiewet;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de volgende wijziging van de Beleidsregels bijzondere bijstand 2025 ’s-Hertogenbosch.

 

 

ARTIKEL I

De Beleidsregels bijzondere bijstand 2025 ’s-Hertogenbosch worden als volgt gewijzigd:

Artikel 3 komt als volgt te luiden:

Artikel 3 De aanvraag

  • 1.

    Bij de aanvraag moeten de gegevens worden verstrekt die het college nodig vindt om te beoordelen of je recht hebt op bijzondere bijstand.

  • 2.

    Een aanvraag om bijzondere bijstand moet worden ingediend voordat de kosten zijn gemaakt of in ieder geval binnen zes maanden na het opkomen van de kosten.

  • 3.

    Kosten genoemd in artikel 10 en artikel 11 die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend, komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand .

  • 4.

    Van het derde lid kan worden afgeweken als de aanvrager de aanvraag redelijkerwijs niet vooraf kon indienen of als er bijzondere omstandigheden zijn.

 

Artikel 16 (Maatschappelijke participatie) komt in zijn geheel te vervallen.

Artikel 17 wordt hernummerd tot artikel 16,

Artikel 18 wordt hernummerd tot artikel 17,

Na artikel 17 (nieuw) worden twee nieuwe artikelen toegevoegd:

Artikel 18: Tandartskosten

In afwijking van artikel 13 van deze beleidsregels kan het college bijzondere bijstand voor noodzakelijke tandartskosten verlenen onder de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De inwoner wordt tenminste verondersteld zich te hebben verzekerd via de pakketten VGZ compleet plus of CZ gemeente extra uitgebreid van de Collectieve Zorgverzekering Minima zoals vermeld in artikel 17 van deze beleidsregels. De hoogte van de kosten gaat tenminste de maximale vergoeding binnen deze pakketten, of een hogere vergoeding via een afgesloten alternatief pakket, te boven.

  • 2.

    In afwijking van artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels moet de aanvraag door de inwoner zijn ingediend voordat de kosten zijn gemaakt. Bij de aanvraag dient een gespecificeerde kostenopgave van een tandarts die staat ingeschreven in het kwaliteitsregister tandartsen te worden overlegd.

  • 3.

    Met betrekking tot de kostenopgave kan door het college een onafhankelijk medisch advies worden opgevraagd. Voor de bepaling van de hoogte, de duur en de frequentie van de bijstandsverlening wordt hierbij uitgegaan van de goedkoopst adequate medische voorziening.

  • 4.

    De maximale vergoeding voor kosten zoals bedoeld in dit artikel bedragen €2000,- per inwoner per kalenderjaar.

Artikel 19: Brillenkosten

In afwijking van artikel 13 van deze beleidsregels kan het college bijzondere bijstand voor brillenkosten verlenen onder de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De inwoner wordt tenminste verondersteld zich te hebben verzekerd via de pakketten VGZ compleet plus of CZ gemeente extra uitgebreid van de Collectieve Zorgverzekering Minima zoals vermeld in artikel 17 van deze beleidsregels.

  • 2.

    Om bijzondere redenen is vaker een nieuwe bril nodig dan de aanvullende verzekering toestaat, of de hoogte van de kosten gaat om bijzondere redenen tenminste de maximale vergoeding binnen deze pakketten, of een hogere vergoeding via een afgesloten alternatief pakket, te boven.

  • 3.

    In afwijking van artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels moet een aanvraag op indicatie van een oogarts door de inwoner zijn ingediend voordat de kosten zijn gemaakt. Bij de aanvraag dient de indicatie van de oogarts te worden toegevoegd.

  • 4.

    Voor de bepaling van de hoogte, de duur en de frequentie van de bijstandsverlening wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate medische voorziening.

  • 5.

    De maximale vergoeding voor kosten zoals bedoeld in dit artikel bedragen €2000,- per inwoner per kalenderjaar.

 

Huidig artikel 19 wordt hernummerd tot artikel 20, waarbij de daaropvolgende artikelen overeenkomstig worden aangepast in hun nummering.

Huidig artikel 21 komt als volgt te luiden:

  • 1.

    Als het nodig is om de noodzaak van kosten te bepalen, kan advies van derden worden gevraagd, waaronder medisch advies.

  • 2.

    De burgemeester en wethouders kunnen verdere invulling geven aan de in deze beleidsregels gegeven regels.

  • 3.

    Deze regels worden aangehaald als Beleidsregels bijzondere bijstand 2025 's-Hertogenbosch.

  • 4.

    Besluiten die genomen zijn voor de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit van de beleidsregels Bijzondere Bijstand 2025 ‘s-Hertogenbosch blijven van kracht totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.

ARTIKEL II

De Toelichting wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 3. komt als volgt te luiden:

Artikel 3. De aanvraag

Op grond van de Participatiewet moet een aanvraag voor bijzondere bijstand worden ingediend voor, of uiterlijk op de dag dat de kosten worden gemaakt. In de praktijk is gebleken dat dit regelmatig leidde tot afwijzende besluiten. Door de aanvrager worden bijvoorbeeld vaak kleine kostensoorten opgespaard waardoor die slechts eenmaal een aanvraag hoeft in te dienen. Al deze afwijzingen waren niet de bedoeling. Daarom is bepaald dat de klant de aanvraag voor bijzondere bijstand tot 6 maanden na het opkomen van de kosten kan doen voor alle kostensoorten behalve de kosten voor Levensonderhoud voor jongeren van 18 tot 21 jaar en woonkostentoeslag.

 

Artikel 16 duurzame gebruiksgoederen wordt veranderd in artikel 15 duurzame gebruiksgoederen

Artikel 16 Maatschappelijke participatie kom te vervallen

Artikel 17 wordt hernummerd tot artikel 16,

Artikel 18 wordt hernummerd tot artikel 17,

 

 

ARTIKEL III OVERGANGSRECHT
  • 1.

    Aanvragen voor bijzondere bijstand die vóór de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit van de beleidsregels bijzonder bijstand 2025 ’s-Hertogenbosch zijn ingediend, maar waarop na de inwerkingtreding wordt beslist, worden beoordeeld op basis van het gewijzigde artikel 3 in dit wijzigingsbesluit. Van voorgaande wordt afgezien wanneer het oude artikel drie gunstiger is voor de aanvrager.

ARTIKEL IV INWERKINGTREDING
  • 1.

    Artikel I, II en III treden in werking met ingang van 1 januari 2026.

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van B&W van de gemeente ’s-Hertogenbosch op 10 november 2025,

De secretaris,

Drs. B. van der Ploeg

De burgemeester,

Drs. J.M.L.N. Mikkers

Naar boven