Verordening op de Auditcommissie gemeente Wijchen

De raad van de gemeente Wijchen;

 

Gelezen het voorstel van de Auditcommissie van 9 december 2025,

 

Gelet op artikel 84 van de Gemeentewet;

 

Besluit de volgende verordening vast te stellen.

 

 

Verordening op de Auditcommissie gemeente Wijchen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de accountant: de accountant als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet die belast is met de controle op de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening;

  • b.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen;

  • c.

    de commissie: de Auditcommissie van de gemeente Wijchen;

  • d.

    controle verordening: de geldende Controle verordening gemeente Wijchen;

  • e.

    leden: de leden van de Auditcommissie Wijchen

  • f.

    het programma van eisen: het programma van eisen van de accountantscontrole op de jaarrekening;

  • g.

    de raad: de gemeenteraad van de gemeente Wijchen;

  • h.

    controleplan: het controleplan van de accountant is een gedetailleerd plan dat de accountant opstelt om de jaarrekening (inclusief de daarin opgenomen rechtmatigheidsverantwoording) te controleren en te bepalen of deze een getrouw beeld geeft van de financiële situatie van de gemeente. Het plan beschrijft de te controleren processen, de benodigde controlewerkzaamheden, de risico's en de te behalen controle-informatie, om zo een oordeel te kunnen vormen in de af te geven controleverklaring;

  • i.

    rekenkamer: de Rekenkamer Wijchen;

  • j.

    secretaris: de secretaris van de Auditcommissie.

  • k.

    de voorzitter: de voorzitter van de Auditcommissie Wijchen;

Artikel 2. Auditcommissie

  • 1.

    Er is een commissie van advies aan de raad, genaamd Auditcommissie. De Auditcommissie bestaat uit een voorzitter en leden.

  • 2.

    De Auditcommissie is zodanig samengesteld dat zo veel als mogelijk van de in de raad aanwezige partijen met een lid vertegenwoordigd zijn.

Artikel 3. Doel

De commissie heeft als doel afstemmingsoverleg te voeren met de accountant als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Controle verordening gemeente Wijchen en uitvoering te geven aan de taken als omschreven in artikel 4.

De commissie treedt niet in de onderscheiden bevoegdheden van raad en college.

Artikel 4. Taken Auditcommissie

  • 1.

    De Auditcommissie is belast met advisering aan de raad over de taken die van belang zijn voor een goede beheersing op het gebied van rechtmatigheid en doelmatigheid en het kunnen vervullen van zijn controlerende taken.

  • 2.

    Onder de in het eerste lid bedoelde taken worden in ieder geval begrepen:

    • a.

      het voorbereiden van procedures tot selectie en voordracht van een accountant als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet. De Auditcommissie brengt aan de raad een advies uit over de aanwijzing.

    • b.

      de aanwijzing, opdrachtverlening dan wel beëindiging van de aan een externe accountant opgedragen accountantscontrole;

    • c.

      het adviseren over het jaarlijkse controleplan;

    • d.

      het aandragen van onderzoeksonderwerpen ten behoeve van de controle door de externe accountant;

    • e.

      bespreken van tussentijdse rapportages en andere verslagen van de onder b. bedoelde accountant;

    • f.

      advisering aan de raad voorafgaand aan de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag;

    • g.

      het adviseren van de raad over de rapportages die het college aan de raad stuurt;

    • h.

      beoordelen van de opbouw en kwaliteit van de documenten behorend bij de planning en control cyclus;

    • i.

      het monitoren van de door het college aangekondigde en uitgevoerde onderzoeken in het kader van artikel 213a Gemeentewet;

    • j.

      controle van de uitwerking en naleving door het college van de geldende Financiële Verordening (artikel 212 Gemeentewet);

    • k.

      het bespreken van de jaarlijkse ICT-rapportage van de gemeente met de betrokken portefeuillehouder;

    • l.

      het overleggen over andere onderwerpen die zijn gerelateerd aan hetgeen in dit artikel wordt genoemd.

Artikel 5. Bevoegdheden Auditcommissie

  • 1.

    De Auditcommissie is bevoegd over de in artikel 4 genoemde taken voorstellen inclusief een advies over door de raad te nemen besluiten uit te brengen.

  • 2.

    In het kader van de uitoefening van haar in artikel 4 bedoelde taken is de Auditcommissie bevoegd informatie in te winnen bij en te overleggen met het college, de Rekenkamer en de accountant als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b.

  • 3.

    De Auditcommissie kan advies inwinnen bij een extern deskundige.

  • 4.

    De Auditcommissie is bevoegd de handelingen te verrichten die nodig zijn voor de werving en de selectie van of het beëindigen van de relatie met dan wel het intrekken van de aanwijzing van de accountant als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b.

  • 5.

    De Auditcommissie is bevoegd om leden van het college, leden van de Rekenkamer, de accountant als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b, ambtenaren, belanghebbende en deskundigen uit te nodigen voor het verschaffen van inlichtingen of het deelnemen aan beraadslagingen.

  • 6.

    Indien de Auditcommissie ambtenaren uitnodigt informeert zij het college hierover.

  • 7.

    De Auditcommissie is bevoegd specifieke aandachtspunten te benoemen als advies op het controleplan.

  • 8.

    De Auditcommissie is bevoegd de portefeuillehouder financiën te adviseren over de kwaliteit van bestuurlijke financiële voorstellen alvorens deze aan de raad worden aangeboden.

  • 9.

    De Auditcommissie is bevoegd voor haar ondersteuning een beroep te doen op de Verordening ambtelijke bijstand.

Artikel 6. Samenstelling Auditcommissie

  • 1.

    De Auditcommissie bestaat uit één lid per fractie.

    • a.

      Voor fracties bestaande uit een of twee raadsleden geldt dat zij een commissielid zijnde niet-raadslid mogen voordragen.

    • b.

      Fracties bestaande uit drie of meer raadsleden mogen alleen raadsleden voordragen.

  • 2.

    De leden van de Auditcommissie worden door de raad benoemd op voordracht van de fractie waar zij toe behoren.

  • 3.

    Bij afwezigheid kunnen leden vervangen worden door plaatsvervangers. Per fractie kan één plaatsvervangend lid benoemd worden in de auditcommissie. De plaatsvervanger is altijd een raadslid.

  • 4.

    De commissie heeft als adviseurs de accountant, de wethouder van financiën, de senior beleidsadviseur financiën, de voorzitter van de rekenkamer en de griffier.

  • 5.

    De commissie kan andere interne en externe adviseurs verzoeken de vergadering bij te wonen en advies uit te brengen aan de commissie.

  • 6.

    De raad bevordert bij de samenstelling van de Auditcommissie een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde fracties.

  • 7.

    De (tussentijdse) benoeming geschiedt voor de zittingsperiode, gelijk aan die van de leden van de zittende raad.

  • 8.

    Het lidmaatschap van de Auditcommissie vervalt door het verlies van het raadslidmaatschap, door ontslagname als lid van de Auditcommissie of door een met redenen omkleed besluit van de raad.

  • 9.

    Als het achtste lid zich voordoet, wordt in de tussentijd in de Auditcommissie opengevallen plaats(en), zo spoedig mogelijk voorzien.

  • 10.

    Leden van de Auditcommissie beschikken bij voorkeur over de nodige deskundigheid op het gebied van de taken als omschreven in artikel 4.

Artikel 7. Voorzitter

  • 1.

    De Auditcommissie wijst uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan.

  • 2.

    De voorzitter draagt, met ondersteuning van de secretaris, zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de taken en bevoegdheden van de commissie, het opstellen van adviezen en raadsvoorstellen.

Artikel 8. Vergaderingen

  • 1.

    De Auditcommissie vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht of als ten minste twee leden onder opgave van redenen dit aan de voorzitter vragen.

  • 2.

    De agenda wordt – spoedeisende gevallen uitgezonderd – ten minste vier dagen voor de aanvang van de vergadering verstuurd. De voor de behandeling van die onderwerpen relevante stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden toegezonden.

  • 3.

    Een vergadering vindt alleen plaats als in de vergadering meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 4.

    De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar, tenzij de commissie anders bepaalt.

  • 5.

    De secretaris draagt zorg voor een beknopt verslag van het besprokene in de vergadering.

  • 6.

    Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering van de Auditcommissie vastgesteld.

  • 7.

    De verslagen van de Auditcommissie zijn opvraagbaar.

  • 8.

    Indien ten aanzien van stukken die zijn gericht aan de Auditcommissie geheimhouding is opgelegd blijven deze onder berusting van de secretaris van de Auditcommissie. De secretaris verleent inzage aan de leden van de Auditcommissie alsmede aan andere personen voor zover aan hen kennisneming onder geheimhouding is toegestaan.

Artikel 9. Advisering raad

  • 1.

    In haar adviezen en voorstellen aan de raad streeft de Auditcommissie naar consensus. Indien er een minderheidsstandpunt is, wordt daarvan (met redenen omkleed) melding gemaakt;

  • 2.

    Op verzoek van de raad geeft de voorzitter of een lid van de Auditcommissie een toelichting in de vergadering van de raadscommissie of van de gemeenteraad.

Artikel 10. Secretariaat

  • 1.

    Het secretariaat van de Auditcommissie wordt verzorgd door de griffier of een daartoe aangewezen medewerker van de raadsgriffie.

  • 2.

    Indien nodig kan een notulist worden ingezet voor het maken van notulen.

Artikel 11. Intrekken verordening, citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Verordening op de Auditcommissie 2013, vastgesteld op 7 maart 2013, wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze Verordening wordt aangehaald als “Verordening op de Auditcommissie gemeente Wijchen” en treedt daags na bekendmaking in werking.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026 te gemeente Wijchen.

Voorzitter,

Mw. R.D. Helmer-Englebert

Griffier,

Mw. R.B. Waumans

Artikelsgewijze toelichting  

 

Artikel 1 en 2 Begripsbepalingen en de commissie

Er is gekozen voor artikel 84 Gemeentewet als grondslag.

 

Artikel 3, 4 en 5 Doel, taken en bevoegdheden Auditcommissie

De werkzaamheden van de commissie zijn erop gericht de raad beter in positie te brengen om zijn kaderstellende en controlerende taak te vervullen. De commissie is bevoegd aan de raad over alle op grond van deze verordening relevant te achten onderwerpen te rapporteren en/of adviezen uit te brengen en eventueel te voorzien van een voorstel van de door de raad te nemen besluiten. De commissie is belast met de advisering aan en overleg namens de raad over alle activiteiten die van belang zijn voor een goede beheersing van de gemeentefinanciën op het gebied van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Heel specifiek, maar niet uitputtend, worden een aantal van de taken in de verordening benoemd en hier onder toegelicht.

 

Artikel 212 van de Gemeentewet schrijft voor dat de raad uitgangspunten vaststelt voor het financiële beleid, de financiële organisatie en het financiële beheer. In Wijchen zijn deze thans vastgelegd in de Financiële verordening. De commissie krijgt als opdracht om te volgen hoe het college deze uitgangspunten toepast en hierover desgewenst met de adviseurs in gesprek te gaan en de raad te rapporteren dan wel adviseren over zijn bevindingen. Ook kan de commissie de raad adviseren over de vaststelling van deze verordening op het moment dat deze opnieuw moet worden vastgesteld.

 

Daarnaast voert de commissie overleg over de opzet en werking van interne beheersmaatregelen inzake control en (fraude)risicomanagement, inrichting van de financiële organisatie, kwaliteit van financieel beleid en beheer. Ook nieuwe ontwikkelingen kunnen een plek krijgen op de agenda.

 

De commissie bereidt de procedure tot selectie en aanwijzing van een accountant voor en doet een voordracht voor de keuze, dan wel adviseert de raad in geval van contractverlenging en de beëindiging van de samenwerking met de accountant. De raad benoemt de accountant, maar de commissie onderhoudt voornamelijk de contacten met de accountant.

 

Verder bespreekt de commissie jaarlijks de opdrachtformulering voor de controle van de jaarrekening, het rapport van bevindingen van de interim-controle en het accountantsverslag inzake de jaarrekeningcontrole, de jaarrekening en de strekking van de accountantsverklaring. De werkzaamheden van de accountant worden jaarlijks met hem of haar geëvalueerd en de commissie beoordeelt dan onder meer of deze werkzaamheden overeenkomstig de opdracht en het programma van eisen hebben plaatsgevonden.

 

Periodiek wordt er door de commissie aandacht besteed aan de aanbevelingen van de accountant voortvloeiend uit de jaarrekening- en interim-controle. De commissie gaat dan met de accountant en de interne adviseurs in gesprek over de stappen die zijn gezet of maatregelen die zijn getroffen en waar deze toe leiden. Ook wordt de voortgang van de opvolging van deze aanbevelingen gemonitord. Tenslotte kan de commissie de Managementletter ter bespreking agenderen.

 

Op verzoek van de raad of op eigen initiatief kan de commissie overleggen en adviseren over de financiële positie van bepaalde verbonden partijen. Dit zal niet standaard voor alle verbonden partijen het geval zijn, maar is afhankelijk van bijvoorbeeld het vermoeden dat de bedrijfsvoering van een verbonden partij substantieel invloed heeft of gaat hebben op de financiële positie van de gemeente of risico’s met zich meebrengt.

 

Artikel 6 en 7 Samenstelling en voorzitter

Omwille van een goede afspiegeling van de gemeenteraad is gekozen voor een figuur, waarbij alle fracties de mogelijkheid moeten hebben om zich te laten afvaardigen in de commissie. Dit is echter niet verplicht. Dit betekent dat de commissie niet meer leden kan bevatten dan dat er fracties zijn in de raad; wel minder. Dat is een keus van de fracties zelf. Plaatsvervangers zijn altijd raadsleden. De norm is dat een fractie een raadslid voordraagt als lid van de commissie.

 

Voor fracties met maximaal twee raadsleden geldt een uitzondering op de normale voordrachtsregel: deze fracties mogen een commissielid voordragen voor een benoeming. Deze uitzondering waarborgt dat kleine fracties een reële kans hebben om vertegenwoordigd te zijn in de commissie.

 

Als een fractie raadsleden heeft waarvan de beroepscode zich verzet tegen een voordracht als lid van de Auditcommissie, dan mag die fractie gebruik maken van de uitzonderingsregel: als een fractie dan nog maximaal twee raadsleden over heeft, dan mag die fractie ook een commissielid voordragen voor een benoeming.

 

Omdat het gaat om een deskundigencommissie wordt er geen politiek bedreven in de commissie. De commissie adviseert de raad op neutrale wijze, zonder partijpolitieke standpunten in te nemen.

 

Het verdient de voorkeur dat leden affiniteit hebben met de onderwerpen van de commissie en mogelijk ervaring dan wel (vak)kennis hebben opgedaan. Voor deze commissie is het opbouwen van de juiste expertise en continuïteit van groot belang. Daarom is de duur van de zittingsperiode expliciet opgenomen.

 

Artikel 8 Vergaderingen

De commissie komt zo vaak bijeen als zij wenselijk acht.

Gelet op de aard van de te bespreken onderwerpen en de gewenste openheid waarmee hierover kan worden gesproken met de accountant en de adviseurs, zijn de vergaderingen van de Auditcommissie niet openbaar.

 

Artikel 9 Advisering raad

De commissie treedt niet in de onderscheiden bevoegdheden van de raad en het college en heeft dus geen besluitvormende bevoegdheden. De commissie formuleert adviezen en voorstellen en streeft naar consensus. In het geval van een minderheidsstandpunt is het, gelet op de complexiteit van de materie, van belang dat de raad hiervan kennis kan nemen. Van een minderheidsstandpunt wordt daarom met redenen omkleed melding gemaakt in het advies van de commissie. Hiermee wordt nog maar eens benadrukt dat de commissie geen politieke functie heeft, maar bedoeld is als deskundigencommissie.

 

Artikel 10 en 11 Secretariaat, Intrekken verordening, citeertitel en inwerkingtreding

De inhoud van deze artikelen spreekt voor zich.

Naar boven