Gemeenteblad van Hollands Kroon
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hollands Kroon | Gemeenteblad 2026, 58110 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hollands Kroon | Gemeenteblad 2026, 58110 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Hollands Kroon 2026
Artikel 2 Toelage raadslid onderzoekscommissie (en bijzondere commissie)
Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maximale toelage van 25% van de maandelijkse vergoeding, zolang de commissie actief is. (De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.).
Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal 100% van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. Het presidium bepaalt voor welke bijzondere commissies dit lid van toepassing is en wat de hoogte van de toelage bedraagt.
Artikel 3a Presentiegeld fractieondersteuners
Fractieondersteuners ontvangen per deelname aan een vergadering als bedoeld in artikel 1, sub c een vergoeding conform de “circulaire van de (onkosten)vergoeding voor commissieleden” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Fractieondersteuners dienen hiertoe het declaratieformulier achteraf, per kwartaal, in bij de griffier.
Artikel 4 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raadsleden
Een raadslid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij de griffier.
Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitsverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.
Artikel 5 Informatie- en communicatievoorzieningen
Een raadslid of fractieondersteuner tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat híer om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
Artikel 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 9 Intrekking oude verordening
De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Hollands Kroon 2019, vastgesteld op 20 juni 2019, gewijzigd op 15 september 2022 en 21 maart 2024 wordt ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 29 januari 2026,
de griffier,
J.M.M. Vriend
de plv. voorzitter,
H.A. Bügel
Toelichting verordening rechtspositie raads- en commissieleden, gemeente Hollands Kroon 2026
In de wet en nadere regelgeving zijn alle belangrijke onderwerpen over de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers opgeschreven. In de Gemeentewet staat dat de precieze afspraken over de rechten en plichten en de financiële afspraken van raads- en commissieleden moet worden opgeschreven bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Die precieze uitwerking staat in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de regels over (onkosten)vergoedingen verder opgeschreven.
Hoofdlijnen gemeentelijke verordening
In deze verordening staan alleen regels over de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke commissies in het geval zij niet al hiertoe worden verplicht door hogere wet- en regelgeving. Dit volgt uit de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018), over de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er opnieuw een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd. De reden hiervoor is het voorkomen van politieke discussies over voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om door middel van een verordening af te wijken. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke verordening.
Als een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang.
In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat ’buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, ontvangen de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. Deze verordening vormt een (nadere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen.
De arbeidsverhoudingen en fiscale positie
Raadsleden zijn niet in dienst van de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raadsleden kiezen voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een opting-in verklaring bij de Belastingdienst.
Als de raadsleden en gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan moeten de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten worden gezien en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raadslid moeten opgeven in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden.
De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raadsleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst door te geven middels een formulier IB-47.
Omdat raadsleden persoonlijk worden gekozen, worden zij niet gezien als (fiscaal) ondernemer. Daarom hoeft er geen VAR-verklaring of Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan de gemeente.
De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) geldt niet voor raads- en commissieleden.
Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.
NB Het facultatieve artikel 1 van de modelverordening van de VNG is niet opgenomen. De gemeenteraad kan op basis van het zesde lid van artikel 3.1.1 bij verordening bepalen dat een deel van de vergoeding voor het raadslid wordt uitbetaald als presentiegeld. Dit kan maximaal 20% van de vergoeding zijn. I Deze bepaling kan bijvoorbeeld worden gebruikt bij spookleden. Spookleden zijn volksvertegenwoordigers die wel zijn gekozen, maar die niet of nauwelijks aanwezig zijn bij de vergaderingen of activiteiten van de desbetreffende gemeenteraad. In Hollands Kroon is (vooralsnog) geen behoefte aan een dergelijke bepaling.
Artikel 2 Toelage raadslid onderzoekscommissie (en bijzondere commissie)
Dit artikel gaat over de toelagen voor de raadsleden die lid zijn van zogenaamde ‘zware commissies’. Dit geldt voor de vertrouwenscommissie en de onderzoekscommissie, zoals deze in de Gemeentewet zijn genoemd. Let op: de rekenkamerfunctie kan op basis van de Gemeentewet niet meer worden gecombineerd met het raadslidmaatschap. Zo'n bijzondere commissie, met deze financiële gevolgen, moet bij verordening worden vastgesteld, Daarbij moet worden aangegeven dat het lidmaatschap van deze commissies duidelijk extra werk is naast het gewone lidmaatschap van de gemeenteraad. De hoogte van de toelage voor het werk in de eerdergenoemde zware commissies is anders voor de vertrouwenscommissie dan voor de onderzoekscommissie.
Voor de toelage van een lid van de vertrouwenscommissie geldt een vast bedrag per maand. Dit bedrag is belast en staat in artikel 3.1.2. van het Rechtspositiebesluit. Voor de toelage van een lid van een bijzondere commissie geldt het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, per maand voor de periode dat de commissie actief is. Het bedrag wordt berekend in verhouding tot die periode. Zolang een commissie “slapend”is, althans niet actief, ontvangen de leden geen toelage. Het gaat dus niet om hoe lang iemand lid is, maar om hoe lang de commissie echt aan het werk is.
Artikel 2 geldt alleen voor raadsleden. Voor fractieondersteuners geldt dat als zij aanwezig zijn bij een vergadering van een bijzondere commissie (en daar lid van zijn) zij recht hebben op presentiegeld op grond van artikel 3a.
NB De leden 3 en 4 van de modelverordening van de VNG zijn niet opgenomen. Die zien op de voorzitter van een artikel 82 commissie. De gemeente Hollands Kroon kent deze niet.
Artikel 3 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente
Op grond van artikel 96, in samenhang met artikel 97, van de Gemeentewet kunnen kosten voor (dienst)reizen buiten het grondgebied van de gemeente alleen op basis van een verordening van de gemeenteraad worden vergoed. In deze bepaling is bij verordening geregeld dat raads- en commissieleden een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente kunnen krijgen ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur. Onder reizen “buiten de gemeentegrenzen” kunnen ook de buitenlandse dienstreizen worden geschaard. De naar redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten voor dienstreizen in het buitenland, die door of vanwege de gemeente zijn georganiseerd komen ook voor vergoeding in aanmerking. De raadsleden in Hollands Kroon hebben tot op heden nog nooit een buitenlandse dienstreis gemaakt. De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is daarom niet nader ingevuld.
Voor de berekening van het aantal gereden kilometers met de eigen auto wordt uitgegaan van de Falk routeplanner. De gemeentelijke organisatie hanteert voor het personeel en bij de uitvoering van haar wettelijke taken ook deze routeplanner. Hoewel er vele routeplanners beschikbaar zijn, is het wenselijk om vast te leggen van welke routeplanner gebruikgemaakt wordt.
NB Artikel 3 van de modelverordening van de VNG is niet opgenomen. Die bepaling geeft de mogelijkheid een hogere vergoeding te geven dan op grond van het Rechtspositiebesluit als bijzondere deskundigheid nodig is voor een commissie. Voor Hollands Kroon volstaat de regeling, zoals opgenomen in artikel 2.
Artikel 4 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raadsleden
Voor raadsleden is duidelijk bepaald dat de kosten voor scholing die niet-partijpolitiek is, zoals deelname aan congressen en opleidingen, door de gemeente kunnen worden betaald. Scholing die wel partijpolitiek is, wordt niet door de gemeente vergoed.
Of scholing partijpolitiek is, hangt af van de inhoud van die scholing. Dat betekent dat wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij dit dus niet automatisch partijpolitieke scholing is.
Om scholingskosten vergoed te krijgen, moet duidelijk worden uitgelegd dat het gaat om scholing die nodig is voor het werk. Scholing is nodig voor het werk als het bedoeld is om vakkennis en vaardigheden te leren of bij te houden die je voor je functie nodig hebt. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als het helemaal of voor een deel het doel heeft om diegene op te leiden in de ideeën en standpunten van die partij.
De gemeente kan ook dit soort scholing zelf geven of regelen. De kosten daarvan worden ook door de gemeente betaald. Uit paragraaf 3.1 van de circulaire Wijzigingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten blijkt dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering aan de hand van de centrale kaders uit het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Er kan ook mandaat worden verleend aan een commissie van de gemeenteraad om te toetsen of scholingsverzoeken binnen het kader vallen. Die commissie moet dan wel een formele commissie zijn in de zin van de Gemeentewet. In het geval van een informele commissie, kan de gemeente het beste de modelbepaling volgen waarin die commissie enkel als adviesgevend orgaan is benoemd. Het College en de Raad zijn niet bevoegd om uitzonderingen of beperkingen op te leggen aan individuele verzoeken op de centraal gestelde kaders. Als de aanvraag binnen de kaders valt, wordt het uitgevoerd. Dit is de opdracht, die de griffier heeft bij het uitvoeren van dit artikel.
Op grond van artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, tweede lid kan de gemeenteraad regels maken over de scholing van raadsleden. Deze regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan staan. In dit plan kunnen procedureregels voor individuele aanvragen om scholing worden opgenomen en ook regels over de hoogte van de tegemoetkoming. Dit plan kan vervolgens als handvat of hulpmiddel worden gebruikt bij de beoordeling van deze individuele scholingsaanvragen.
Het Rechtspositiebesluit is op twee onderdelen aangevuld. Ten eerste moeten de prijs en kwaliteit van de scholing in verhouding tot elkaar staan. Zo blijven de kosten redelijk. Daarnaast mogen de kosten niet al op een andere manier worden vergoed. Verder is in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, derde lid een koppeling gemaakt met artikel 3.1.7 en 3.2.9. De gemeente betaalt, als daar een goede reden voor is, de reis- en verblijfskosten die nodig zijn voor de scholing.
NB Lid 3 van de modelverordening van de VNG is niet opgenomen. Deze facultatieve bepaling legt de maximale vergoeding voor scholing per jaar per raadslid vast. Daaraan is in Hollands Kroon geen behoefte.
Artikel 5 Informatie- en communicatievoorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, fractieondersteuner, wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone, een computer en de daarbij behorende (internet)abonnementen. Er mag slechts één computer verstrekt worden. Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer, echter gelet op het feit dat het raadslidmaatschap in Hollands Kroon een nevenfunctie is en de abonnementskosten uit de onkostenvergoeding kunnen worden betaald, wordt er geen smartphone in bruikleen gegeven.
In Hollands Kroon wordt aan raadsleden al langer een tablet in bruikleen verstrekt. De nieuwe verordening brengt hier geen verandering in. Na afloop van de bruikleenperiode moet deze ingeleverd worden bij de gemeente.
De gemeente draagt zorg voor het schonen van dit ICT-middel en het al dan niet beschikbaar stellen voor hergebruik. Als hergebruik niet aan de orde is, kan de gemeente ambtsdragers de mogelijkheid bieden het ICT-middel over te nemen. Dit overnemen is dus geen recht van de ambtsdrager, maar het gevolg van een keuze van de gemeente. In Hollands Kroon is er bereidheid het ICT-middel af te stoten. Een circulaire vereist in dat geval dat de gemeente ervoor zorgt dat het ICT-middel door of namens de gemeente is geschoond met speciale software (conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)). Verder dient de politieke ambtsdrager voor het overnemen van het ICT-middel op grond van de circulaire een vergoeding te betalen. Deze vergoeding dient gelijk te zijn aan de resterende waarde van het ICT-middel in het economisch verkeer.
Artikel 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.
Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Als de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.
Artikel 7 Betaling vaste vergoedingen
Dit artikel is niet opgenomen, omdat Hollands Kroon geen commissies kent in de zin van artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten
Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelt wanneer de onkosten betaald moeten worden aan raadsleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kan dit artikel uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd conform de afspraken die hierover binnen Hollands Kroon zijn gemaakt.
In lid 4 is vastgelegd dat de fractieondersteuners achteraf, per kwartaal, declareren. Dit geldt ook voor het presentiegeld (zie artikel 3a).
Lid 4 van de modelverordening van de VNG is niet opgenomen. Daarin is opgenomen dat de gemeente binnen een bepaalde termijn de onkosten overmaakt. Voor Hollands Kroon is een dergelijke bepaling overbodig.
Artikel 9 Intrekking oude verordening
Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-58110.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.