Gemeenteblad van Weert
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Weert | Gemeenteblad 2026, 58094 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Weert | Gemeenteblad 2026, 58094 | ander besluit van algemene strekking |
Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Weert 2026
Artikel 5. Buitenlandse dienstreis
Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De burgemeester of wethouder vraagt deze toestemming door een voornemen voor een buitenlandse dienstreis voor te leggen aan het college, waarbij in ieder geval wordt aangegeven de noodzaak tot een dienstreis, aard en doel van de reis, de duur en de (geraamde) kosten.
Artikel 6. Vergoeding zakelijk autogebruik
Naar analogie van de ter zake geldende regeling voor gemeentepersoneel worden aan de burgemeester of wethouder de kosten vergoed van een aan hem toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen die hij maakt ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt.
Artikel 8. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing
De burgemeester of de wethouder die een vergoeding wil ontvangen in verband met de deelname aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie (zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers) dient vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de gemeentesecretaris.
Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.
Artikel 9. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31 lid 1 sub f Wet op de Loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a lid 2 sub a tot en met h Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 10. Uitvoeringsinstructie
De secretaris stelt instructies, formulieren en andere relevante documenten vast voor de uitvoering van de artikelen 4 tot en met 7.
De ‘Verordening rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Weert 2019’ wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling ingetrokken.
[Artikel 11 lid 2 bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: De ‘Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Weert 2025’ wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling ingetrokken.]
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert in zijn vergadering van 27 januari 2026.
De secretaris,
A.M.A. Vrijenhoek
De burgemeester,
mr. R.J.H. Vlecken
De rechtspositie van de burgemeester en de wethouders is deels landelijk geregeld in het landelijk Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en in de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers, maar kan decentraal worden aangevuld.
In deze regeling zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van burgemeesters en wethouders zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018) betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd. De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke regeling.
In artikel 44 en 66 Gemeentewet is bepaald dat ‘buiten hetgeen bij of krachtens de wet is toegekend’, de burgemeester en wethouders als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen.
Deze regeling is een (nadere) uitwerking van de gestelde regels van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen voor de burgemeesters en wethouders. Het ministerie van BZK benadrukt dat de uitvoering van een rechtspositiebesluit de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur is1.
Artikel 4. Informatie- en communicatievoorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking op basis van een bruikleenovereenkomst. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone, een IPad, een computer / laptop en de daarbij behorende (internet)abonnementen en accessoires. Er mag slechts één computer verstrekt worden op basis van een bruikleenovereenkomst. Een computer is een desktop of laptop. Een smartphone of IPad is niet te kwalificeren als computer.
Artikel 7. Betaling en declaratie van onkosten
Collegeleden maken kosten bij en in de uitoefening van hun ambt. Als leidraad bij de beoordeling van declarabele kosten wordt gebruik gemaakt van de aangescherpte kaders in de notitie ‘Uitgangspunten aanscherping kaders en proces ‘declaraties’’. Kosten die een bestuurder maakt, zijn onder te verdelen in bedrijfsvoeringskosten, bestuurskosten en kosten voor eigen rekening (die uit de vaste (on)kostenvergoeding kunnen worden voldaan).
Bedrijfsvoeringskosten betreffen voorzieningen die een bestuurder, net zoals overige werknemers van de gemeente, nodig heeft om zijn werk te kunnen doen.
Bestuurskosten zijn kosten die voortvloeien uit het ambt. Deze kostensoorten worden (meestal) rechtstreeks door de gemeente betaald, maar kunnen ook door de bestuurder worden gedeclareerd.
Bestuurders ontvangen maandelijks een vaste (on)kostenvergoeding. Deze vergoeding is bedoeld voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die niet voor rekening van de gemeente komen. Wanneer de uitgaven uitstijgen boven de vaste (on)kostenvergoeding per maand kunnen deze niet alsnog worden gedeclareerd.
De (on)kosten genoemd in Bijlage I van deze regeling kunnen door een bestuurder of het college worden gedeclareerd indien deze kosten functioneel – oftewel: in of ten behoeve van de uitoefening van het ambt – zijn gemaakt. Bij twijfel beslist het college en motiveert het zijn besluit.
In de uitvoeringsinstructie zijn afspraken opgenomen over de handelingswijze rondom het indienen van deze declaraties door de bestuurder en het openbaar maken van bestuurskosten die aan de bestuurder zijn vergoed.
Het openbare declaratieregister wordt twee keer per jaar door de gemeentesecretaris na afloop van een periode geactualiseerd en aan het college voorgelegd ter openbaarmaking. Gerapporteerd wordt over de in Bijlage I opgenomen categorieën, meer specifiek over het aantal posten per categorie en de totale omvang per categorie.
Artikel 8. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing
Voor burgemeesters en wethouders is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is.
Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij.
Artikel 9. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de bestuurder loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.
Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte – tot 1,2% fiscale loonsom – onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.
Artikel 10. Uitvoeringsinstructie
De gemeentesecretaris stelt modellen vast voor aanvraag- en declaratieformulieren en bruikleenovereenkomsten en stelt instructies vast voor de uitvoering van de artikelen 4 tot en met 7. De secretaris zorgt ervoor dat informatie op deze en andere rechtspositieregelingen voor burgemeester en wethouders gebundeld en makkelijk toegankelijk zijn.
In beginsel wordt deze regeling aan het begin van iedere nieuwe coalitieperiode herzien.
Indien functioneel van aard, zijn de volgende categorieën (on)kosten declarabel voor een bestuurder:
De categorieën zijn voorzien van (niet limitatieve) voorbeelden. Bij twijfel beslist het college of een post declarabel is. Het college motiveert het besluit en volgt daarbij de lijn van ‘functionaliteit’. De mate van functionaliteit kan afnemen naar rato het werkgerelateerde aandeel van de setting afneemt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-58094.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.