Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Weert 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert;

 

gelet op:

  • -

    de artikelen 44 en 66 Gemeentewet;

  • -

    afdeling 3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

  • -

    hoofdstuk 3 Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;

  • -

    artikel 5.5. Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Weert 2023;

besluit vast te stellen de “Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Weert 2026”.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    burgemeester: voorzitter van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert;

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert;

  • c.

    wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert;

  • d.

    bestuurder: de burgemeester of één van de wethouders;

  • e.

    secretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 Gemeentewet;

  • f.

    gemeente: de gemeente Weert.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze regeling is van toepassing op het college.

Artikel 3. Doel

Het college stelt met dit besluit aanvullende rechtspositionele afspraken vast voor het college.

Artikel 4. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1.

    De burgemeester of wethouder sluit een overeenkomst met de gemeente betreffende de bruikleen van informatie- en communicatievoorzieningen voor de duur van de uitoefening van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.2. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    De secretaris draagt zorg voor een model van de bruikleenovereenkomst.

  • 3.

    De burgemeester en de wethouders leveren na beëindiging van hun functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 5. Buitenlandse dienstreis

  • 1.

    De burgemeester of een wethouder kan in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maken.

  • 2.

    Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De burgemeester of wethouder vraagt deze toestemming door een voornemen voor een buitenlandse dienstreis voor te leggen aan het college, waarbij in ieder geval wordt aangegeven de noodzaak tot een dienstreis, aard en doel van de reis, de duur en de (geraamde) kosten.

  • 3.

    Als een burgemeester of wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten door de gemeente vergoed.

  • 4.

    Na afloop van een dienstreis wordt binnen één maand een verslag aan het college voorgelegd en daarna ter kennisname aan de raad gezonden.

Artikel 6. Vergoeding zakelijk autogebruik

Naar analogie van de ter zake geldende regeling voor gemeentepersoneel worden aan de burgemeester of wethouder de kosten vergoed van een aan hem toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen die hij maakt ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt.

Artikel 7. Betaling en declaratie van (on)kosten

  • 1.

    De in Bijlage I genoemde (on)kosten komen ten laste van de gemeente. Overige (on)kosten voldoet de betrokken bestuurder uit eigen middelen zonder dat hij daartoe een aanvraag zoals bedoeld in lid 2 en 3 kan indienen. Bij twijfel beslist het college gemotiveerd of een post declarabel is.

  • 2.

    Tenzij anders bepaald, vindt de betaling van kosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks door de crediteur aan de gemeente toegezonden factuur;

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen van burgemeester of wethouder en terugbetaling aan de desbetreffende bestuurder nadat hij daartoe een aanvraag heeft ingediend.

  • 3.

    Een aanvraag om vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en voldoende verificatoire bewijsstukken.

  • 4.

    De secretaris draagt zorg voor een model van het declaratieformulier.

  • 5.

    Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen één maand na betaling door de bestuurder ingediend bij de secretaris.

  • 6.

    De gemeentesecretaris beoordeelt de aanvraag, keurt deze goed en draagt er zorg voor dat de betaling aan de bestuurder binnen één maand na het indienen van de aanvraag voldaan.

  • 7.

    Het college publiceert periodiek een register met een overzicht van de posten die in de voorafgaande periode aan of ten gunste van het college zijn vergoed. Publicatie vindt in beginsel halfjaarlijks plaats.

Artikel 8. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing

  • 1.

    De burgemeester of de wethouder die een vergoeding wil ontvangen in verband met de deelname aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie (zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers) dient vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de gemeentesecretaris.

  • 2.

    Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.

Artikel 9. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31 lid 1 sub f Wet op de Loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31 lid 1 sub f Wet op de Loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a lid 2 sub a tot en met h Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 10. Uitvoeringsinstructie

De secretaris stelt instructies, formulieren en andere relevante documenten vast voor de uitvoering van de artikelen 4 tot en met 7.

Artikel 11. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking daarvan.

  • 2.

    De ‘Verordening rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Weert 2019’ wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling ingetrokken.

    [Artikel 11 lid 2 bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: De ‘Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Weert 2025’ wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling ingetrokken.]

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Weert 2025.

[Artikel 12 bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Weert 2026.]

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert in zijn vergadering van 27 januari 2026.

De secretaris,

A.M.A. Vrijenhoek

De burgemeester,

mr. R.J.H. Vlecken

TOELICHTING  

De rechtspositie van de burgemeester en de wethouders is deels landelijk geregeld in het landelijk Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en in de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers, maar kan decentraal worden aangevuld.

 

In deze regeling zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van burgemeesters en wethouders zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018) betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd. De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke regeling.

 

In artikel 44 en 66 Gemeentewet is bepaald dat ‘buiten hetgeen bij of krachtens de wet is toegekend’, de burgemeester en wethouders als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen.

 

Deze regeling is een (nadere) uitwerking van de gestelde regels van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen voor de burgemeesters en wethouders. Het ministerie van BZK benadrukt dat de uitvoering van een rechtspositiebesluit de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur is1.

 

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 4. Informatie- en communicatievoorzieningen

Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking op basis van een bruikleenovereenkomst. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone, een IPad, een computer / laptop en de daarbij behorende (internet)abonnementen en accessoires. Er mag slechts één computer verstrekt worden op basis van een bruikleenovereenkomst. Een computer is een desktop of laptop. Een smartphone of IPad is niet te kwalificeren als computer.

 

Artikel 7. Betaling en declaratie van onkosten

Collegeleden maken kosten bij en in de uitoefening van hun ambt. Als leidraad bij de beoordeling van declarabele kosten wordt gebruik gemaakt van de aangescherpte kaders in de notitie ‘Uitgangspunten aanscherping kaders en proces ‘declaraties’’. Kosten die een bestuurder maakt, zijn onder te verdelen in bedrijfsvoeringskosten, bestuurskosten en kosten voor eigen rekening (die uit de vaste (on)kostenvergoeding kunnen worden voldaan).

 

Bedrijfsvoeringskosten betreffen voorzieningen die een bestuurder, net zoals overige werknemers van de gemeente, nodig heeft om zijn werk te kunnen doen.

 

Bestuurskosten zijn kosten die voortvloeien uit het ambt. Deze kostensoorten worden (meestal) rechtstreeks door de gemeente betaald, maar kunnen ook door de bestuurder worden gedeclareerd.

 

Bestuurders ontvangen maandelijks een vaste (on)kostenvergoeding. Deze vergoeding is bedoeld voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die niet voor rekening van de gemeente komen. Wanneer de uitgaven uitstijgen boven de vaste (on)kostenvergoeding per maand kunnen deze niet alsnog worden gedeclareerd.

 

De (on)kosten genoemd in Bijlage I van deze regeling kunnen door een bestuurder of het college worden gedeclareerd indien deze kosten functioneel – oftewel: in of ten behoeve van de uitoefening van het ambt – zijn gemaakt. Bij twijfel beslist het college en motiveert het zijn besluit.

 

In de uitvoeringsinstructie zijn afspraken opgenomen over de handelingswijze rondom het indienen van deze declaraties door de bestuurder en het openbaar maken van bestuurskosten die aan de bestuurder zijn vergoed.

 

Het openbare declaratieregister wordt twee keer per jaar door de gemeentesecretaris na afloop van een periode geactualiseerd en aan het college voorgelegd ter openbaarmaking. Gerapporteerd wordt over de in Bijlage I opgenomen categorieën, meer specifiek over het aantal posten per categorie en de totale omvang per categorie.

 

Artikel 8. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing

Voor burgemeesters en wethouders is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is.

 

Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij.

 

Artikel 9. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de bestuurder loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.

 

Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte – tot 1,2% fiscale loonsom – onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.

 

Artikel 10. Uitvoeringsinstructie

De gemeentesecretaris stelt modellen vast voor aanvraag- en declaratieformulieren en bruikleenovereenkomsten en stelt instructies vast voor de uitvoering van de artikelen 4 tot en met 7. De secretaris zorgt ervoor dat informatie op deze en andere rechtspositieregelingen voor burgemeester en wethouders gebundeld en makkelijk toegankelijk zijn.

 

Artikel 11. Inwerkingtreding

In beginsel wordt deze regeling aan het begin van iedere nieuwe coalitieperiode herzien.

BIJLAGE I  

 

Indien functioneel van aard, zijn de volgende categorieën (on)kosten declarabel voor een bestuurder:

 

CATEGORIE

VOORBEELD

EXTRA AANDACHT VOOR

Tijdelijke huisvesting / verhuiskosten / beveiliging

Overnachting burgemeester vóór verhuizing naar gemeente (incl. ontbijt) / verhuiskosten burgemeester / beveiliging woningen bestuurders

Veiligheidsmaatregelen declarabel indien met advies CCV

Reis- en verblijfskosten

Vervoerskosten van en naar bestuurlijke afspraken (bijv. openbaar vervoer congres) / functionele overnachtingen (bijv. overnachting Den Haag tijdens Prinsjesdag; incl. ontbijt)

Functionaliteit vervoer / verblijf

Ambtskosten

Tickets voor culturele evenementen voor (vervanger van) burgemeester en wethouder Cultuur (eventueel incl. partners) / tickets voor Bospop & Gala Boonte Aovendj voor bestuurders (eventueel incl. partners) / tickets voor evenementen passend bij portefeuille (bijv. Provada voor portefeuillehouder Vastgoed / Limburgse Bestuurdersdag)

Het college legt vooraf vast indien het van mening is dat de functionaliteit van de aanwezigheid in specifieke gevallen – bijvoorbeeld bij strategische evenementen – ook voor andere bestuurders en of partners geldt

Consumpties buitenshuis

Lunch of diner met zakelijke relatie, delegatie of werkgerelateerd (bijv. heidag of afscheid bestuurder)

Niet functioneel: diner college met partners, alcoholische consumpties zonder etenswaar (zoals snack, lunch of diner), ontvangsten thuis en fooien

Consumpties binnenshuis & ontvangsten delegaties

Lunch met zakelijke relatie, delegatie of werkgerelateerd (bijv. ontvangst ander college, vlaai bij werkbijeenkomst of nieuwjaarsontbijt)

Niet functioneel: alcoholische consumpties zonder etenswaar (zoals snack, lunch of diner)

Relatiegeschenken

Bloemen, vlaai, donatie, sponsoring of ander cadeau bij officiële gelegenheid (zoals bijvoorbeeld jubileum, ontvangst, opening, receptie of afscheid externen).

 

Voor kampioenschappen van sport- en andere verenigingen wordt een relatiegeschenk ter waarde van in totaal maximaal EUR 100,- beschikbaar gesteld

Niet functioneel: bloemen of cadeaus voor ambtenaren van de gemeente, collega-bestuurders, hun partners of gezinsleden en vertrekkende of terugkerende bestuurders

Cursussen, opleidingen & congressen

Masterclasses, congressen, trainingen, coaching, intervisie bestuurders

 

Overige declaraties

Verzekeringen van / voor het college, inrichtingskosten kantoor bestuurder in het stadhuis, lidmaatschappen van voor het ambt relevante instellingen of samenwerkingsverbanden

Niet functioneel: verkeersboetes, aanschaf, huur of reiniging van gelegenheidskleding (tenzij t.b.v. gemeentelijk evenement), uitgaven voor persoonlijke verzorging, partijgerelateerde activiteiten, abonnementen op media die thuis of digitaal worden ontvangen en representatieve aanpassingen aan de eigen woning

 

Niet-declarabel zijn:

 

Individuele consumpties

Eigen lunch of boodschappen bestuurder.

Niet van toepassing

 

De categorieën zijn voorzien van (niet limitatieve) voorbeelden. Bij twijfel beslist het college of een post declarabel is. Het college motiveert het besluit en volgt daarbij de lijn van ‘functionaliteit’. De mate van functionaliteit kan afnemen naar rato het werkgerelateerde aandeel van de setting afneemt.


1

Circulaire Wijzigingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 21 maart 2025, paragraaf 3.1.

Naar boven