Gemeenteblad van Kerkrade
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kerkrade | Gemeenteblad 2026, 57610 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kerkrade | Gemeenteblad 2026, 57610 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN HET COLLEGE 2026
De secretaris draagt zorg voor een agenda die openbaar gemaakt kan worden, met daarin een omschrijving van de te bespreken stukken. Deze wordt uiterlijk bij aanvang van de vergadering openbaar gemaakt. Indien nodig wordt daarbij verwezen naar een toegepaste uitzonderingsgrond uit artikelen 5.1 en 5.2 Wet open overheid.
Als de stemming gaat over meer dan één persoon en niemand bij een eerste stemming de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt een tweede stemming plaats tussen de twee personen met de meeste stemmen. Als de stemmen zijn verdeeld over meer dan twee personen, vindt een tussenstemming plaats om te bepalen tussen welke twee personen de tweede stemming plaats zal vinden. Als de stemmen bij de tweede stemming of tussenstemming staken, beslist het lot.
Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de openbare besluitenlijst zo spoedig mogelijk, uiterlijk twee weken na de vergadering voor een ieder openbaar gemaakt en via de griffie toegezonden aan de leden van de raad. Geheime besluitenlijsten worden conform het geheimhoudingsprotocol analoog ter inzage gelegd bij de griffier.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 3 februari 2026.
De burgemeester, De gemeentesecretaris,
dr. T.P. Dassen-Housen R.M.J.S. Stijns
Artikelsgewijze toelichting op het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college
Artikel 1 Verdeling werkzaamheden en onderlinge vervanging
Tijdens het zogenaamde constituerend beraad, de eerste vergadering van het college direct na de raadsvergadering waarin de wethouders zijn benoemd, bepaalt het college welke portefeuilles elk lid van het college heeft en waar elk lid van het college dus voor verantwoordelijk is. Deze verdeling van de portefeuilles kan het college daarna vanzelfsprekend wijzigen als dat nodig is. Daarbij wordt er wel op gewezen dat het college op grond van de wet als geheel de verantwoordelijkheid voor het door het college gevoerde bestuur draagt. Afspraken over de portefeuilleverdeling en eventuele mandaten die aan de individuele leden van het college zijn verleend doen aan die gezamenlijke verantwoordelijkheid niet af. Verder is van belang dat, naast de verdeling van de werkzaamheden, dit artikel er ook in voorziet dat het college afspraken maakt over de onderlinge vervanging. Ook als het op de waarneming van de burgemeester op grond van artikel 77 van de Gemeentewet aankomt.
Artikel 2 Coördinerend portefeuillehouder
Dit artikel biedt het college de mogelijkheid één portefeuillehouder aan te wijzen voor een onderwerp dat meerdere portefeuilles raakt. De coördinerend portefeuillehouder zorgt voor afstemming en neemt het voortouw bij de integrale voorbereiding van besluiten. De aanwijzing van een coördinerend portefeuillehouder leidt niet tot verschuiving van primaire verantwoordelijkheden van de betrokken portefeuillehouders. Daarbij blijft het college als geheel verantwoordelijk voor het gevoerde bestuur (art. 169 lid 1 Gemw).
Artikel 3 Dag en plaats van de vergaderingen
Lid 1 is een uitwerking van het bepaalde in artikel 53 Gemw. Dat artikel schrijft voor dat de burgemeester als voorzitter van het college met inachtneming van hetgeen het college heeft bepaald, de dag, de plaats en het tijdstip van de vergadering vaststelt.
Leden 2 en 3 zien toe op een extra vergadering. Geregeld is wel dat bij het verzoek om een extra vergadering aangegeven moet worden wat het bespreekpunt is. Dit zodat de voorzitter de andere leden van het college daarover kan informeren als de voorzitter de leden bij elkaar roept.
Lid 4 verwijst naar de mogelijkheid tot besluitvorming buiten de vergadering om. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 10.
Leden 1 en 2 zijn taken die voortvloeien uit het zorg dragen van een goede voorbereiding van de vergadering van het college zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de instructie van de secretaris en artikel 7 van dit reglement. Van ontstentenis is sprake als iemand voor langere tijd niet in staat zijn is om werkzaamheden uit te voeren.
Bij verhindering van de burgemeester/voorzitter zoals bedoeld onder a, wijst het college een vervanger aan zoals bedoeld in artikel 77 Gemeentewet.
Bij verhindering van de secretaris, zoals bedoeld onder c, wordt hij vervangen door een door hem aan te wijzen persoon. Dat blijkt uit artikel 9 lid 3 instructie voor de secretaris gemeente Kerkrade.
Lid 3 geeft aan dat een persoon in geval van verhindering, digitaal kan deelnemen aan de collegevergadering. Er is voor gekozen om verhindering als voorwaarde te doen, omdat er waarde wordt gehecht aan fysieke aanwezigheid. De Afdeling advisering van de Raad van State stelt daarbij dat fysiek en digitaal vergaderen (juridisch) niet gelijkwaardig zijn aan elkaar. *1 Dat advies ging echter over volksvertegenwoordigende organen. Gezien het feit dat het college B&W een bestuursorgaan is, kan worden geconcludeerd dat digitale deelname mogelijk is als het reglement dat toestaat.
(Lid 4) Het college kan op grond van artikel 56, eerste lid, van de Gemeentewet alleen vergaderen en besluiten nemen als ten minste de helft van het aantal leden van het college bij de vergadering aanwezig is. Als dit niet het geval is, maar er wel een noodzaak is om bepaalde onderwerpen te bespreken of bepaalde besluiten te nemen, dan kan de burgemeester op grond van artikel 56, tweede lid, van de Gemeentewet een nieuwe vergadering beleggen. Tijdens die vergadering kan het college ook met minder dan de helft van het aantal leden vergaderen en besluiten nemen. Van belang is dat er geen misbruik wordt gemaakt van deze procedure.
Verder staat er in dit artikel hoe de procedure voor het beleggen van de nieuwe vergadering eruit ziet. Uit artikel 56, derde lid, van de Gemeentewet volgt nog dat het college tijdens de nieuwe vergadering alleen kan vergaderen en besluiten over onderwerpen die al voor de oorspronkelijke vergadering geagendeerd waren. Voor andere onderwerpen geldt dat alsnog is vereist dat minimaal de helft van het aantal leden van het college aanwezig is.
*1 Raad van State, Afdeling advisering, adviesnummer W04.22.00218/I
(Lid 1) Het voortraject biedt de mogelijkheid voor concretisering en kwaliteitsverbetering van voorstellen. Indien er sprak is van een coördinerend portefeuillehouder, wordt dat met hem besproken. De coördinerend portefeuillehouder bespreekt dit dan met de andere inhoudelijk verantwoordelijke portefeuillehouder.
De secretaris is meegenomen in lid 2, omdat hij belast is met de openbaarmaking van de agenda en besluitenlijst.
In dit artikel is de procedure rond het versturen van de agenda voor het aanleveren van voorstellen en andere stukken opgenomen.
Lid 3 waarborgt de naleving van art. 3.3 lid 2 sub d Woo. Dat artikel regelt een verplichting tot openbaarmaking van een omschrijving van de te bespreken onderwerpen en de genomen beslissingen. Het gaat niet om een verplichting tot openbaarmaking van de geagendeerde of vastgestelde stukken.*2 Art. 3.3 lid 5 sub d stelt dat de openbaarmaking uiterlijk bij aanvang van de vergadering plaatsvindt. Probeer een omschrijving te formuleren die het gemeentelijk belang niet schaadt vóór een beroep op uitzonderingsgronden uit artikelen 5.1 en 5.2 Woo.
(lid 4) De Woo schrijft voor dat de agenda uiterlijk bij aanvang van de vergadering openbaar moet worden gemaakt. In de praktijk komt het echter voor dat gedurende de vergadering nog agendapunten worden toegevoegd of verwijderd. Omdat de gepubliceerde agenda dan niet meer klopt, moet daarvan mededeling worden gedaan in de besluitenlijst. *3
*2 Geconsolideerde artikelsgewijze toelichting Woo 2021, p. 18.
*3 Wet open overheid (Woo): juridische vragen en antwoorden | VNG, (actief) openbaarmaken.
Artikel 7 Ambtelijke ondersteuning
(Lid 1) De secretaris is in zijn instructie op grond van een adviserende rol toegekend. Doordat hij de mogelijkheid heeft om zich bij te laten staan door een ambtenaar, kan hij beter invulling geven aan die adviserende rol. Artikel 57 van de Gemeentewet geeft indirect aan dat het mogelijk is dat naast de leden van het college en de gemeentesecretaris ook anderen aanwezig zijn.
Lid 2 komt voort uit artikel 104 Gemeentewet. Daarin staat vermeld dat de gemeentesecretaris aanwezig is in de collegevergaderingen. Dat geldt ook voor de vervanger (artikel 106 lid 2 Gemeentewet).
Artikel 8 Deelname derden aan de vergadering
Artikel 57 van de Gemeentewet geeft indirect aan dat het mogelijk is dat naast de leden van het college en de gemeentesecretaris ook anderen aanwezig zijn. In het reglement is dit expliciet gemaakt.
In de praktijk wordt er in de vergaderingen van het college slechts zelden gestemd. Om die reden is hoofdregel in dit artikel dat geen stemming plaatsvindt, tenzij een lid van het college daarom vraagt. Als een lid van het college om een stemming vraagt, dan is in het tweede lid geregeld dat de stemming in beginsel mondeling is. Dit is ook bij een stemming over benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen aan de orde, tenzij een lid van het college bij een dergelijke stemming op grond van het derde lid om een stemming via gesloten en ongetekende stembriefjes vraagt. In het vierde en vijfde lid is geregeld hoe het college handelt als de stemmen bij een mondelinge stemming of een stemming via gesloten en ongetekende stembriefjes staken. Bij een mondelinge stemming vindt in de eerstvolgende vergadering een nieuwe stemming plaats. Bij een stemming via gesloten en ongetekende stembriefjes gebeurt dit in dezelfde vergadering.
Lid 7 besteedt aandacht aan het bepaalde in art. 28 Gemw. Dat artikel is volgens art. 58 Gemw van toepassing op collegevergaderingen. Daarin staat bepaald dat een lid niet deelneemt aan beraadslaging en stemming over kwesties die het betreffende lid persoonlijk aangaan. Wanneer een lid om die reden niet meestemt, is dat van belang voor het bepalen van de volstrekte meerderheid. Aangezien de burgemeester op grond van art. 170 lid 2 Gemw de bestuurlijke integriteit moet bevorderen, is de burgemeester een bewakende rol toegekend. De keuze van onthouding aan de beraadslaging is echter aan het betreffende lid zelf. Het niet toepassen van de regel leidt tot een vernietigbaar besluit.*4
*4 MvT, Kamerstukken II 2019/20, 35546, nr. 3, p. 19
Artikel 10 Parafenbesluit (besluitvorming buiten vergadering)
Het parafenbesluit biedt de mogelijkheid om in spoedgevallen, buiten de vergadering om, besluitvorming te bewerkstelligen. Omdat de Gemeentewet uitgaat van besluitvorming tijdens de vergaderingen, is dit alleen in spoedeisende gevallen aan de orde. Dus alleen bij uitzondering en als het gaat om een besluit waarvoor geldt dat de besluitvorming in een vergadering niet kan worden afgewacht. Het parafenbesluit wordt door de rechter aanvaard vanwege het belang van doelmatig bestuur.*5 Er dient te worden voldaan aan de volgende eisen:
• Er dient sprake te zijn van een regeling in het reglement van orde of van een bekendgemaakte vaste praktijk;
• Elk lid van het college moet de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan de besluitvorming en een vergadering te verzoeken;
• Duidelijk dient te zijn wanneer het besluit is genomen.
Het toevoegen van deze bepaling aan het reglement biedt de juridische grondslag en de mogelijkheid tot het nemen van een parafenbesluit.
*5 Gemeenterecht (HSB) 2021/ par. 5.4. en ABRvS 16 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AH9850
Op grond van artikel 60 Gemeentewet dient het college de besluitenlijst van zijn vergaderingen openbaar te maken. art. 3.3 lid 2 sub d Woo vult daarop aan dat het gaat om een verplichting tot openbaarmaking van een omschrijving van de genomen beslissingen. Hierin is de formulering van art. 13 RvO ministerraad gevolgd. Ga bij het opstellen van openbare besluitenlijst verstandig om met het formuleren van vertrouwelijkheden. Bijvoorbeeld:
“Benoeming functie X” in plaats van “keuze tussen kandidaat 1 of kandidaat 2.”*6 Probeer zaken zodanig te formuleren dat gemeentelijke belangen niet worden geschaad, voordat er een beroep wordt gedaan op een uitzonderingsgrond uit artikelen 5.1 en 5.2 Woo.
Lid 2 ziet toe op verschillende soorten besluitenlijsten. Artikel 60 lid 3, tweede volzin bepaalt dat de verplichting tot openbaarmaking van de besluitenlijst vervalt indien een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang. Dan vervalt ook de verplichting vanuit de Woo (artikel 8.8 Woo).
‘In strijd met het openbaar belang’ is een politiek-bestuurlijk oordeel.*7
Lid 3 bepaalt de formuleringen waarvan gebruik wordt gemaakt bij besluitvorming op stukken. Deze worden als volgt toegelicht:
‘Conform het voorstel wordt besloten’
Er hoeven geen inhoudelijke wijzigingen op het stuk te worden doorgevoerd.
‘Conform het voorstel wordt besloten, met dien verstande dat er een tekstuele
aanpassing plaatsvindt in overleg met de secretaris’
Het stuk wordt aangepast door de verantwoordelijk portefeuillehouder overeenkomstig gemaakte afspraken in de vergadering. Nadere bespreking in het college vindt niet plaats. De secretaris ziet toe op een correcte naleving van deze nadere afspraken.
Er dient nadere bespreking plaats te vinden, al dan niet op basis van gemaakte afspraken. De portefeuillehouder is verantwoordelijk voor het opnieuw agenderen van het stuk, al dan niet in aangepaste vorm.
Het college besluit expliciet om niet akkoord te gaan met het voorstel en dit besluit te communiceren. Het voorstel wordt niet aangepast en komt niet terug in een volgende vergadering.
Het stuk wordt niet besproken en komt te vervallen van de agenda.
*6 Geconsolideerde artikelsgewijze toelichting Woo 2021, p. 19.
*7 Rb. Arnhem 29-04-1998, ECLI:NL:RBARN:1998:AN5682
Lid 2 ziet toe op de verplichte belangenafweging die plaats moet vinden bij het opleggen van geheimhouding als de grondslag voor de geheimhouding uit art. 5.1 lid 2 Woo komt. Indien geheime informatie wordt opgevraagd op grond van art. 4.1 Woo moet er dus motivatie zijn tegen de verstrekking en openbaarmaking. Volgens vaste jurisprudentie weegt het belang van openbaarheid daarbij zwaar.
Lid 3 is een verplichting die voortvloeit uit het geheimhoudingsprotocol van gemeente Kerkrade. In beginsel is alleen de raad bevoegd om geheime informatie aan derden te verstrekken (art. 88 lid 6). In beginsel hoort het college dus een voorstel aan de raad te doen om aan derden te kunnen verstrekken. Met het protocol is de bevoegdheid om aan derden te verstrekken aan de raad verleend, op voorwaarde dat de geheime informatie aan de raad is verstrekt en er verantwoording wordt afgelegd over de reden van verstrekking. Dat kan door middel van een geheime raadsinformatiebrief.
Lid 4 komt voort uit de rechtsregel ‘detournement de procedure’ (verbod op misbruik van procedures). Het college zal de procedure moeten kiezen die het meeste rechtsbescherming biedt. Geheimhouding op grond van art. 87 Gemw is strenger gewaarborgd dan vertrouwelijkheid zoals bedoeld in art. 2:5 Awb.
Gedurende de recesperiode wordt er in beginsel niet vergaderd. Het kan dus zijn dat collegeleden, in het geval dat er een collegebesluit genomen dient te worden, niet in staat zijn om (binnen een redelijke termijn) een collegevergadering kunnen bijwonen. De situatie kan zich dan voordoen dat het quorum niet kan worden behaald.
In eerste instantie is het de bedoeling dat de afwezige leden volgens artikel 3 lid 3 van dit reglement digitaal deelnemen. Slechts in bijzondere en spoedeisende omstandigheden kan er gebruik worden gemaakt van het parafenbesluit.
(Lid 3) Op grond van artikel 59a Gemeentewet, worden de stukken die namens het college uitgaan ondertekend door de burgemeester, en door de gemeentesecretaris medeondertekend. Het tweede lid van dat artikel stelt dat het college de burgemeester kan machtigen de ondertekening op te dragen aan een ander lid van het college, aan de secretaris of aan een of meer andere gemeenteambtenaren.
Met die machtiging kan de burgemeester het ondertekeningsmandaat verlenen als eenhoofdig bestuursorgaan. Wanneer de burgemeester ondertekeningsmandaat verleent, hoeft de gemeentesecretaris niet meer mede te ondertekenen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-57610.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.