Gemeenteblad van Meierijstad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meierijstad | Gemeenteblad 2026, 57555 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meierijstad | Gemeenteblad 2026, 57555 | beleidsregel |
Beleidsregel ‘Woningsplitsing bebouwde kom Meierijstad 2026’
Het college van Meierijstad heeft,
gezien hoofdstuk 4, titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht,
gezien artikel 5.1 eerste lid onder a. van de Omgevingswet,
vanuit de Woonzorgvisie Meierijstad, vastgesteld door de raad d.d. 26 september 2024, het wenselijk is om een nieuwe beleidsregel vast te stellen voor een vergunning Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), waarmee wordt afgeweken van het omgevingsplan ten behoeve van woningsplitsing.
We stimuleren hiermee dat de bestaande woningvoorraad beter benut wordt en spelen onder andere in op de ontwikkeling waarbij er meer en kleinere huishoudens ontstaan. Daarnaast proberen we meekoppelkansen te benutten bij de verbouw, zoals het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad.
in de vergadering van 3 februari 2026 besloten:
de beleidsregel ‘Woningsplitsing bebouwde kom Meierijstad 2026’ vast te stellen;
De vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. In de gebruiksoppervlakte zijn alle wezenlijke voorzieningen aanwezig.
De gebruiksoppervlakte (GO) wordt als volgt bepaald:
stap 1: bepaal de oppervlakte van de vloer gemeten tussen de binnenzijde van de buitenmuren;
stap 2: trek daar de volgende oppervlakten van af:
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is.
een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Als het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn:
Bedrijfsmatige kamerverhuur valt niet onder het begrip 'huishouden'.
Onder deze beleidsregel wordt ook verstaan onder een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a Omgevingswet
Een douche- en/of badruimte, toilet, keuken, eigen toegang tot de woning. Op het woonkavel beschikken alle woningen ook over een berging en (gedeelde) buitenruimte.
Voorwaarden voor vergunning Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
We hanteren de volgende criteria voor aanvragen voor nieuwe initiatieven voor woningsplitsing, wordt niet aan deze criteria voldaan dan wordt geen vergunning verleend:
Burgemeester en wethouders sluiten een schadevergoedingsovereenkomst bij het toepassen van de bevoegdheid om af te wijken van een bestemmingsplan/ omgevingsplan omdat dit kan leiden tot een waardevermindering van omliggende bebouwing, die het normaal maatschappelijk risico kan overstijgen. De overeenkomst dient door partijen te zijn ondertekend, voordat het besluit tot het verlenen van de medewerking wordt genomen.
Burgemeester en wethouders blijven bevoegd om af te wijken van deze regeling wanneer deze voor één of meer belanghebbenden gevolgen hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. In een dergelijk geval zal een aparte gemotiveerde beoordeling gemaakt worden. Het verlenen van medewerking aan een omgevingsvergunning met artikel 5.1, lid 1 onder a, van de Omgevingswet is geen verplichting maar een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Dat wil zeggen dat burgemeester en wethouders, ook al is het bouwplan in overeenstemming met de beleidsregels, medewerking via deze afwijkingsmogelijkheid kunnen weigeren, mits deze weigering gemotiveerd is.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 3 februari 2026
De secretaris,
Drs. M.J.M. Meertens
De burgemeester,
Ir. C.H.C. van Rooij
Toelichting beleidsregel ‘Woningsplitsing bebouwde kom Meierijstad 2026
De woningmarkt staat in het hele land onder druk, zo ook in Meierijstad. In het Collegeprogramma 2023-2026 geeft het College van B&W aan om, naast het bouwen van voldoende en kwalitatieve woningen, ook het gebruik van de bestaande woningvoorraad te willen optimaliseren. Deze ambitie is overgenomen in de Woonzorgvisie Meierijstad die op 27 augustus 2024 is vastgesteld.
In de Woonzorgvisie Meierijstad sturen we op een goed thuis in vitale leefgemeenschappen. Hiervoor hebben we keuzes op hoofdlijnen gemaakt over de belangrijkste thema’s die met wonen te maken hebben. Zo zetten we, naast zorg, in op versnelling van de woningbouw met oog voor voldoende, geschikte en kwalitatief goede woningen voor de diverse doelgroepen. Naast inzetten op nieuwbouw willen we ook de bestaande woningvoorraad beter benutten. Deze ambities bereiken we onder andere door:
Naast de bijdrage aan een beter betaalbare en meer diverse woningvoorraad maken we ook mogelijk om nabij naasten te wonen. Dat kan in de hoofdwoning of in een, al dan niet vrijstaand, bijbehorend bouwwerk.
Met het beleid voor mantelwonen, dat op 29 oktober 2024 door het college is vastgesteld, verruimen we het gebruik van bestaande woningen vanuit de zorggedachte dan ook in brede zin. We maken hiermee een tijdelijke woonvorm mogelijk, vergelijkbaar met mantelzorg, waarbij geen medische verklaring meer nodig is. Echter waar bij mantelwonen sprake is van een tijdelijke woonvoorziening bij een hoofdwoning, is bij woningsplitsing sprake van een zelfstandige en permanente woonvoorziening.
We willen voldoende woningen realiseren om te voorzien in de woningbehoefte en te voldoen aan de afspraken uit de Regionale Woondeal. Dat doen we door aanpassing van de bestaande woningvoorraad en door een passend nieuwbouwprogramma. Hierbij kijken we zowel naar kwaliteit (doelgroep, duurzaamheid, levensloopbestendigheid, betaalbaarheid) als naar kwantiteit (aantallen).
Woningsplitsing is zo’n manier om de bestaande woningvoorraad in te zetten om onze kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen te behalen. Oplossingen voor het woningtekort worden immers vaak gezocht in de nieuwbouw, maar het efficiënter benutten van de bestaande woningvoorraad biedt ook kansen om een deel van het woningtekort in te lopen. Daarnaast zien we een maatschappelijke ontwikkeling waarbij er meer en kleinere huishoudens ontstaan en door vergrijzing wonen er veel senioren in een woning die vaak als te groot wordt ervaren.
Het splitsen van woningen is één van de mogelijkheden om de bestaande woningvoorraad beter aan te laten sluiten bij de vraag naar (passende) woningen.
Tabel met belangrijkste verschillen tussen mantelwonen en woningsplitsing
Woningsplitsing in meerdere zelfstandige woningen kennen we op dit moment vooral in de vorm splitsing van beeldbepalende en/of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, zoals bijvoorbeeld boerderijen. Hierbij is het uitgangspunt dat er sprake is van een woonbestemming en dat splitsing bijdraagt aan het behoud/versterken van de aanwezige waarden. Met deze beleidsregel maken we voor de bebouwde kom woningsplitsing mogelijk. Niet alleen met het doel om beeldbepalende en/of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te behouden, maar ook om de gehele woningvoorraad beter te benutten. Nadrukkelijk is het buitengebied geen onderdeel van dit beleidskader voor woningsplitsing. Voor het buitengebied sluiten we aan bij het provinciaal beleid zoals is opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Woningsplitsing kan bijdragen aan woonomgevingen waarin mensen veilig, fijn en gezond met elkaar kunnen samenleven en omzien naar elkaar. Woningsplitsing is ook een duurzame manier om woningen toe te voegen omdat er gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing, voorzieningen en infrastructuur.
Echter het zondermeer toestaan van het splitsen van woningen kan ook negatieve effecten hebben. Het vaststellen van heldere regels en voorwaarden is daarom nodig om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, en ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan.
Voor zowel het toevoegen als het onttrekken van een zelfstandige woning aan de woningvoorraad is een omgevingsvergunning nodig. Dit om als gemeente te kunnen sturen op de woningvoorraad.
Het splitsingsbeleid is van toepassing binnen de bebouwde kom op situaties waar in de bestaande woning één of meer nieuwe zelfstandige woningen worden toegevoegd. Deze nieuw ontstane woning wordt zelfstandig en permanent bewoond door één afzonderlijk huishouden. Dit splitsingsbeleid heeft betrekking op zowel bouwkundige splitsing als kadastrale splitsing van woningen.
Daarnaast kan splitsing zowel koop- als huurwoningen opleveren. De gesplitste woning mag niet voor recreatiedoeleinden gebruikt worden.
Vormen van woningdelen, zoals inwoning, kamerverhuur, hospitaverhuur en friendscontracten, vallen niet onder het splitsingsbeleid.
In Meierijstad geldt voor nieuwbouwwoningen in het goedkope en middeldure segment een zelfbewoningsplicht. Dit betekent dat u als eigenaar zulke woningen niet zomaar mag verkopen of verhuren, maar moet voldoen aan de voorwaarden die aan de zelfbewoningsplicht verbonden zijn.
Door de mogelijkheden voor woningsplitsing te verruimen stimuleren we dat we binnen de bestaande woningvoorraad meer (en kleinere) woonruimte mogelijk maken die aansluit bij de huidige woningbehoefte en betaalbaarheid.
Daarnaast spelen we met het beleid in op:
Naast de woonopgaven proberen we ook bijvangsten te generen, ofwel meekoppelkansen te benutten. Als een bestaande woning wordt verbouwd naar meerdere woningen, kunnen naast de noodzakelijke investeringen ook kansen benut worden om de woningen te verduurzamen, levensloopbestendig te maken of (achterstallig) onderhoud te plegen. Deze meekoppelkansen stellen we niet als eis, maar we gaan initiatiefnemers hierop wel attent maken in onze communicatie.
Als een bepaald gebruik ruimtelijk als gewenst wordt gezien, maar dit in strijd is met het omgevingsplan, kan in afwijking van het omgevingsplan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden verleend als de aanvraag in overeenstemming is met een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)’. Om deze aanvragen om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten te kunnen beoordelen en ongewenste effecten zoveel mogelijk te voorkomen, zijn beleidsregels opgesteld.
Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is er geen sprake meer van bestemmingsplannen. De bestemmingsplannen vormen het ‘’tijdelijk deel’ van het omgevingsplan van rechtswege’ dat tot 2030 stapsgewijs zal worden omgezet in een omgevingsplan ‘nieuwe stijl’. Een omgevingsvergunning om van het tijdelijk deel van het omgevingsplan af te wijken heet een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (BOPA). Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure in beginsel van toepassing op elke omgevingsvergunning; ook op de BOPA. Hiervoor geldt een beslistermijn van acht weken, die met zes weken kan worden verlengd. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag mag een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Het omgevingsplan maakt, met uitzondering van boerderijsplitsing bij behoud cultuurhistorie en enkele bestemmingsplannen, het op dit moment nog niet mogelijk met toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid om een pand met de bestemming ‘Wonen’ te splitsen in meerdere zelfstandige woningen.
In eerste instantie laten we het splitsingsbeleid als beleidskader vaststellen. Hierbij hebben we vooraf inzichtelijk gemaakt welke minimale voorwaarden we per onderwerp stellen aan een splitsing. Dit kan gehanteerd worden bij aanvragen ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (BOPA). Zo kun je een periode kijken:
Binnen 2 jaar evalueren we de beleidsregel.
Het doel van de evaluatie is om:
Op basis van de uitkomsten van de evaluatie wordt advies gegeven om het beleid te verbeteren of aan te scherpen. Dit om te komen tot het efficiënter benutten van de woningvoorraad zonder onevenredig negatieve effecten op de leefbaarheid en het woonklimaat.
De beleidsregel met eventuele verbeteringen vertalen we vervolgens naar vergunningsvoorwaarden in het omgevingsplan zodat daar OPA's op verleend kunnen worden (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit.
Het verlenen van binnenplanse afwijkbevoegdheden die straks onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege via een OPA of het verlenen van een BOPA blijft een bevoegdheid, het is geen verplichting. In bepaalde gevallen kan toepassing van de hier bedoelde OPA of BOPA in strijd zijn met een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)’ en een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken betekenen. In deze gevallen zal geen medewerking worden verleend.
Tijd technisch is er overigens geen voordeel voor de aanvrager want zowel OPA als BOPA kennen een reguliere proceduretijd van 8 weken met mogelijkheid om 6 weken te verdagen. Wel is de procedure voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) over het algemeen minder complex en gelden er lagere legeskosten ten opzichte van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Woningsplitsing buiten de bebouwde kom is geregeld in de beleidsregel ‘maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant’ en de Omgevingsverordening (OV). Mits passend binnen de ontwikkelrichting van het gebied en voldaan wordt aan de voorwaarden die aan het begrip ‘omgevingskwaliteit’ worden gesteld is het toevoegen van een woning (al dan niet door splitsing) toegestaan.
Voorliggende beleidsregel “Woningsplitsing Meierijstad 2026” richt zich op de bebouwde kom en nadrukkelijk niet op het buitengebied.
Woningsplitsing, in de vorm van boerderijsplitsing, is geregeld in het bestemmingsplan (technisch aangemerkt als tijdelijk deel omgevingsplan). Splitsing is onder voorwaarden toegestaan bij panden die aangetoond cultuurhistorische of monumentale waarde hebben.
Woningsplitsing binnen de bebouwde kom voor woningen die geen cultuurhistorische of monumentale waarde hebben is op dit moment enkel geregeld in bestemmingsplannen van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode. Met vaststelling van de nieuwe beleidsregel voor woningsplitsing geldt er voor de gehele gemeente een eenduidige regeling.
Met het nieuwe beleid willen we het volgende bereiken:
Dit beleidskader gaat over splitsing van woningen maar gelijktijdig bestaan er ook mogelijkheden voor kamerverhuur, bed&breakfast, bedrijf aan huis, mantelzorg en mantelwonen. Deze verschillende gebruiksmogelijkheden leiden tot intensiever gebruik van de woningen en de directe omgeving. Het is de uitdaging om het gemeentelijk beleid zodanig vorm te geven en te monitoren zodat het recht doet aan deze gebruiksmogelijkheden waarbij de woon- en leefkwaliteit gewaarborgd blijft.
Verduurzaming bestaande woningvoorraad
We zien als gemeente de noodzaak om bij woningsplitsing een leefbare woning te creëren en de wijk leefbaar te houden. De beschikbaarheid van energie in de woning, een gezond binnenklimaat en een leefbare wijk zijn noodzakelijk voor de gezondheid van de bewoners en omwonenden. Daarom is het belangrijk om onze inwoners te wijzen op kansen voor verduurzaming en daarmee lagere woonlasten. Denk bijvoorbeeld aan het beter isoleren en ventileren van de woning en het toepassen van duurzamere materialen.
De wens om met woningsplitsing de woningvraag te verlichten kan op gespannen voet staan met het streven om (uiteindelijk) klimaatbestendig te zijn. Daarom stimuleren we inwoners om een stap extra doen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit door bijvoorbeeld het vergroenen van de tuin of het toepassen van groendaken. We geven deze mee als advies aan de initiatiefnemer, omdat een splitsing en/of verbouwing het ideale moment is om een woning te verduurzamen en toekomstbestendig en comfortabel te maken.
4.4 Waar geldt het nieuwe beleid niet voor:
Het beleid voor woningsplitsing is bedoeld voor bestaande reguliere woningen met een bestaande woonbestemming.
mantelzorgwoningen en mantelwoningen. Bij een zorgindicatie of als wordt voldaan aan de voorwaarden voor een mantelwoning werken wij al mee aan deze extra tijdelijke woningen voor de mantelzorgverlener, mantelzorgvrager, ondersteuner(s) of ondersteunde(n). In het geval van mantelzorg kan dat vaak zelfs vergunningsvrij. In geen enkel geval is het de bedoeling om met een mantel(zorg)woning voorruit te lopen op een permanente afsplitsing en het toevoegen van zelfstandige woningen.
Ad a) - Agrarische bedrijfswoningen
Voor het buitengebied sluiten we aan bij het provinciaal beleid zoals is opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Extra woningen creëren in een bedrijfswoning (ook met woonbestemming) op een bedrijventerrein door middel van woningsplitsing is ongewenst omdat dit beperkingen kan veroorzaken voor bedrijven die zijn gevestigd op de bedrijventerreinen. Daarnaast zijn bedrijventerreingronden schaars en uitdrukkelijk bedoeld om bedrijvigheid te faciliteren die niet elders mogelijk is. De functie wonen is bij uitstek een functie die elders mogelijk is en in die zin niet passend is op een bedrijventerrein. Ook de noodzaak van een tweede bedrijfswoning ontbreekt.
Ad c) - Mantelzorgwoningen en mantelwoningen
Dit zijn tijdelijke en onzelfstandige woonvormen. Hierbij is altijd sprake van situering bij een hoofdwoning (reguliere woning) waarbij een mantelwoning altijd binnen de bestaande bouwmogelijkheden van de hoofdwoning moet passen.
Ad d) - Nieuwgebouwde voor een periode van 5 jaar na oplevering
Bij de bouw van nieuwe woningen wordt rekening gehouden met de woonbehoefte. De grootte van de woning wordt hierop afgestemd. Daarnaast geldt voor nieuwe woningen een zelfbewoningsplicht voor tien jaar. Omdat woningsplitsing bijdraagt aan meer betaalbare woningen en we niet meteen de opzet/structuur van de wijk willen aanpassen wordt een periode van 5 jaar aangehouden waarbinnen de woning niet mag worden gesplitst.
Ad e) - Woningen die al tweedelijns bebouwing zijn.
Tweedelijns bebouwing kent nadelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een gebrek aan sociale controle, een inbreuk op het straatbeeld, een moeilijke ontsluiting (bereikbaarheid) en soms een rommelige omgeving. Om geen verdere afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit sluiten we tweedelijns bebouwing uit van woningsplitsing.
5. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
Bij het toestaan van woningsplitsing dient te allen tijde sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Hiermee wordt bedoeld dat de ruimte binnen de fysieke leefomgeving zo goed mogelijk moet worden verdeeld en ingericht. Door splitsing vindt er veelal een intensiever gebruik van percelen en omgeving plaats. Denk hierbij bijvoorbeeld aan parkeren. Daarom dient de nieuwe woning te beschikken over voldoende parkeergelegenheid en mag er door de splitsing geen sprake zijn van onevenredige aantasting van het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende percelen.
Ook kan er sprake zijn van een milieutechnische toetsing. Zeker daar waar het gaat om bewoning nabij bedrijven of wegen. In sommige gevallen kan dat betekenen dat er een extra ruimtelijke onderbouwing of nader milieuonderzoek moet worden aangeleverd.
Totdat het toetsingskader een plek krijgt in het omgevingsplan verlenen we de omgevingsvergunning op basis van een buitenplanse omgevingsactiviteit, de zogenaamde BOPA. Hiermee wordt afgeweken van het omgevingsplan ten behoeve van woningsplitsing.
Met de aanvraag omgevingsvergunning onderbouw je, ondanks de strijdigheid met het omgevingsplan, dat er sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)’. Daarnaast toets je aan alle relevante en nieuwe wettelijke vereisten zoals de beleidsregel “Woningsplitsing Meierijstad 2026”.
Voordat we de beleidsregel verwerken in het omgevingsplan bekijken we de komende periode onder andere:
Hierna vertalen we de beleidsregel naar vergunningsvoorwaarden in het omgevingsplan zodat daar OPA's op verleend kunnen worden ((binnenplanse) omgevingsplanactiviteit, minder complexe procedure en lagere legeskosten dan BOPA).
Toetsing van aanvragen is er onder andere op gericht om overlast te voorkomen, maar kan die niet uitsluiten. Intensievere bewoning van percelen zal namelijk in algemene zin meer druk op de omgeving opleveren, met als mogelijk gevolg een toename in de verzoeken om handhaving. Verreweg de meeste inwoners gedragen zich echter als een goede buur. Bovendien willen we dit beleid binnen 2 jaar evalueren, waarna bijstelling mogelijk is. Om die reden zijn er geen onaanvaardbare risico’s te verwachten die op voorhand een intensievere controle en handhaving vragen.
Bijlage 2 illustraties woningsplitsing
Hieronder zijn diverse situaties geschetst van woningsplitsing. Het primaire stedenbouwkundige toetsingskader bij initiatieven is dat woningsplitsing niet mag leiden tot een aantasting van de bestaande stedenbouwkundige structuur. Bestaande rooilijnen en zichtbaarheid vanaf het openbaar toegankelijk gebied zijn belangrijke aspecten van de stedenbouwkundige beoordeling. Wonen in de tweede lijn is stedenbouwkundig gezien niet wenselijk, beide woningen dienen zichtbaar te zijn vanaf het openbaar toegankelijk gebied. Nieuwe ontwikkelingen mogen de privacy van al bestaande percelen en woningen niet onevenredig aantastten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-57555.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.