Gemeenteblad van Noardeast-Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noardeast-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 57165 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noardeast-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 57165 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening Noardeast-Fryslân 2025
De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, in vergadering bijeen op 20 november 2025, gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. 28 oktober 2025; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, gelet op het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en gelet op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
vast te stellen: de financiële verordening Noardeast-Fryslân 2025, inclusief bijlage 1 met daarin de afschrijvingstermijnen.
Hoofdstuk 2: Begroting en verantwoording
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
Uitvoering van na het boekjaar doorlopende onderhoudswerkzaamheden ten behoeve van het kapitaalgoederenbeheer met behulp van eerder door de raad geautoriseerde budgetten worden verrekend door middel van een bestemmingsreserve of een daartoe opgenomen voorziening. Het college mag ook na de jaarovergang door gaan met de uitvoering
Het college is bevoegd tot het zo spoedig mogelijk na de jaarovergang, uitsluitend al door de raad geautoriseerde, budgetten over te hevelen. Dit is inclusief de daarbij behorende toevoegingen en onttrekkingen aan reserves en voorzieningen uit lid vier, vijf en zes. Het college is bevoegd hiertoe een begrotingswijziging vast te stellen.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen
Bij de begrotingsbehandeling kan de raad aangeven van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
Indien het college belangrijke afwijkingen voorziet in relatie tot de realisatie van de geplande doelstellingen, bestuurlijke- en andere activiteiten en indien het saldo van een programma of investeringskrediet met meer dan € 250.000 dreigt af te wijken, wordt dit door het college in de eerstvolgende raadsvergadering aan de raad gemeld. Het college neemt deze afwijking op in de eerstvolgende tussentijdse rapportage en voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid.
Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Ten aanzien van investeringen die betreffen strategische aankopen van gronden ten behoeve van woningbouw en bedrijventerreinen en welke passend zijn in het grondbeleid van de gemeente (artikel 26) en waarbij de lasten voor een periode van 10 jaren kunnen worden gedekt uit de Reserve Woningbouwontwikkelingen en uit de Reserve Bedrijventerreinen, is het College bevoegd om aankopen te effectueren en investeringskredieten te verstrekken tot € 2.500.000. Het college informeert in dit kader de raad bij elke verrichte aankoop en elk verstrekt investeringskrediet binnen een periode van 3 maanden na het collegebesluit. Het college informeert de raad over de exacte bedragen, de impact op de balans van de gemeente, de impact op de reserves van de gemeente, en de impact op meerjarenbegroting. Het college is bevoegd om de begroting ten aanzien van bovengenoemde strategische aankopen te wijzigen.
Indien niet begrote subsidies kunnen worden gerealiseerd waartegenover niet begrote uitgaven komen te staan:
kunnen door het college deze uitgaven worden gedaan en worden de niet begrote inkomsten en uitgaven vervolgens bij de eerstvolgende tussentijdse rapportage aan de raad voorgelegd, mits de subsidie en bijbehorende uitgaven passen binnen de programmadoelstellingen en de uitgaven worden gedekt door de inkomsten;
Het college heeft de bevoegdheid om bij bedrijfsvoeringskosten een begrotingswijziging vast te stellen om programma overstijgende budgetneutrale wijzigingen door te voeren welke de door de raad vastgestelde doelen niet raken. Het college beoogd hiermee een betere toerekening aan de programma’s van overhead- en bedrijfsvoeringskosten.
In de tussentijdse rapportages en in de jaarrekening worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van de saldo’s van de programma’s en op investeringskredieten in de begroting groter dan € 100.000 toegelicht, met handhaving van de doelstellingen zoals die bij de begroting zijn gesteld.
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Hoofdstuk 3 : Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 10. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Artikel 11. Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
Hoofdstuk 4: Financieel beleid
Artikel 15. Reserves en voorzieningen
Instellen, wijzigen en opheffen van bestemmingsreserve of voorzieningen:
Wijzigen doel of bestemming voorziening
Het doel van een voorziening kan niet wijzigen vanwege het verplichtende karakter en de harde kaders. Indien het doel niet meer bestaat of is veranderd, wordt de voorziening opgeheven. Indien het doel van een voorziening verandert, gelden zo nodig de criteria voor het instellen van een nieuwe voorziening. Die criteria staan beschreven in artikel 44 van het BBV.
Een voorziening wordt opgeheven als een verplichting of een risico waarvoor een voorziening is ingesteld, is weggevallen. En een voorziening wordt opgeheven als een voorziening ophoudt te bestaan door bijvoorbeeld veranderingen in wet- of regelgeving. Aangezien opheffing van de voorziening in deze situatie verplicht is conform BBV, is voor het opheffen van de voorziening geen raadsbesluit nodig. Voor voorzieningen ter egalisatie van kosten geldt dat deze na besluitvorming door de gemeenteraad worden opgeheven. Het saldo van een voorziening, die wordt opgeheven, komt door een vrijval ten gunste van de exploitatie.
Minimale omvang algemene reserve
De algemene reserve heeft een bufferfunctie en maakt als zodanig onderdeel uit van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico's financieel op te kunnen vangen. Het belangrijkste ijkpunt is de omvang van de risico’s die in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting en jaarrekening worden opgesomd en gekwantificeerd. Het bedrag aan risico’s is de ondergrens van de algemene reserve (de weerstandscapaciteit).
De algemene reserve bestaat uit:
De gelden benodigd om de geïnventariseerde- en gekwantificeerde risico’s mee af te dekken worden apart gezet in de Algemene reserve ter dekking van risico’s. De gemeente kan hier niet uit putten; de gelden worden apart gehouden voor het afdekken van de risico’s.
Reserve woningbouwontwikkelingen en reserve bedrijventerreinen
Zoals hierboven al genoemd komen de winsten van grondexploitaties ten gunste van de reserve woningbouwontwikkelingen respectievelijk reserve bedrijventerreinen. Het gaat hier dan om de winst bij verkoop. Daarnaast komen de opbrengsten van huur en pacht van de (op termijn) nog in exploitatie te nemen gronden ook ten gunste van beide reserves. Met deze opbrengsten worden de reserves aangevuld.
Artikel 16. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken, perceptiekosten en kosten voor straatreiniging meegenomen.
Bij het bepalen van de kosten voor leges, rechten, heffingen en geleverde diensten aan overheidsbedrijven en derden, worden de overheadkosten verwerkt in de uurtarieven. Deze uurtarieven (inclusief overhead) worden op basis van het aantal begrote uren toegerekend aan de kostprijs van de betreffende leges, rechten en heffingen.
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten.
In afwijking van het vierde lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt eventueel verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.
Artikel 17. Prijzen economische activiteiten
Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.
Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd.
Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Artikel 22. Weerstandsvermogen & risicobeheersing
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in ieder geval de verplichte onderdelen op, op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in ieder geval de verplichte onderdelen op, op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, alsmede de voortgang van het geplande onderhoud en de omvang van het achterstallig onderhoud.
Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan wegen aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de kosten van het onderhoud voor de wegen en de dekking van het onderhoud. De raad stelt het meerjarenonderhoudsplan vast en de benodigde dekking wordt opgenomen in de begroting.
Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de kosten van het onderhoud voor de gemeentelijke gebouwen en de dekking van het onderhoud. De raad stelt het meerjarenonderhoudsplan vast en de benodigde dekking wordt opgenomen in de begroting.
Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering, de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen en de dekking van het onderhoud. De raad stelt het meerjarenonderhoudsplan vast en de benodigde dekking wordt opgenomen in de begroting.
Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan kunstwerken aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de kosten van het onderhoud en de dekking van het onderhoud. De raad stelt het meerjarenonderhoudsplan vast en de benodigde dekking wordt opgenomen in de begroting.
Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan openbare verlichting aan.
Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de kosten van het onderhoud en de dekking van het onderhoud. De raad stelt het meerjarenonderhoudsplan vast en de benodigde dekking wordt opgenomen in de begroting.
In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Artikel 25. Verbonden partijen
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen in ieder geval de verplichte onderdelen op, op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een programma grondbeleid ter informatie aan. Het grondbeleid is een programma onder de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de raad. Vaststelling van programma’s zijn een collegebevoegdheid op grond van artikel 3.4 van de Omgevingswet. In het programma grondbeleid wordt aandacht besteed aan:
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 24 onder f. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de vier jaar.
Artikel 30. Intrekking oude regeling
De Financiële verordening van 4 december 2024 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân van 20 november 2025.
De raad voornoemd,
de griffier,
mr. S.K. Dijkstra
de voorzitter,
mr. J.G. Kramer
Bijlage 1: Afschrijvingstermijnen (artikel 13)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-57165.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.