Gemeenteblad van Gouda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2026, 56518 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2026, 56518 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening participatie gemeente Gouda 2026
De raad van de gemeente Gouda;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2025;
Gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit en de;
de Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’ 2026;
overwegende dat het van belang is lokale besluitvorming en uitvoering door participatie van inwoners en andere betrokkenen te verrijken, de samenwerking te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Hoofdstuk 2 Inwonerparticipatie
Artikel 5. Plan voor inwonerparticipatie
Het bestuursorgaan stelt, voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, vast op welke wijze inwonerparticipatie wordt vormgegeven. Dit gebeurt door het opstellen van een participatieplan, conform de uitgangspunten en werkwijze zoals vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’.
Hoofdstuk 3 Overheidsparticipatie: initiatieven en uitdaagrecht
Artikel 12. Nadere regels college
Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van participatie, zoals aanvullende regels bij complexe ruimtelijke projecten, waarbij veel verschillende belangen spelen en duidelijke kaders nodig zijn voor een goed participatieproces of bij processen waarbij specifieke doelgroepen zoals jongeren, ondernemers of mensen met een beperking betrokken zijn.
Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen deze verordening buiten toepassing laten of afwijken van de bepalingen in deze verordening voor zover toepassing van deze verordening naar het oordeel van het bestuursorgaan onredelijke gevolgen heeft of leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt of de verordening buiten toepassing laat. De clausule biedt derhalve ruimte voor maatwerk bij onvoorziene en/of uitzonderlijke omstandigheden.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 november 2025.
De raad van de gemeente voornoemd,
griffier
mr drs E.J. Karman-Moerman
voorzitter
mr drs P. Verhoeve
Aanleiding en wettelijke basis
Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden (Stb. 2024, 203). Deze wet wijzigt artikel 150 van de Gemeentewet en verplicht gemeenten om inwoners en maatschappelijke partijen niet alleen bij de voorbereiding, maar ook bij de uitvoering en evaluatie van beleid te betrekken. Daarnaast introduceert de wet het uitdaagrecht, waarmee inwoners en maatschappelijke partijen het initiatief kunnen nemen om gemeentelijke taken over te nemen.
De wet beoogt het draagvlak voor gemeentelijk beleid te vergroten en de lokale democratie te versterken. Gemeenten staan voor complexe maatschappelijke opgaven, zoals duurzaamheid, leefbaarheid en inclusie. Vroegtijdige en betekenisvolle participatie draagt bij betere plannen en besluitvorming, het versterken van gemeenschappen en sociale samenhang en betere relaties en samenwerking.
Van inspraak naar participatie
De wet markeert een overgang van een klassieke inspraakverordening naar een bredere participatieverordening. Waar inspraak vooral gericht was op het geven van zienswijzen bij beleidsvoornemens, richt participatie zich op samenwerking in alle fasen van beleid: voorbereiding, uitvoering én evaluatie. Deze sluit aan bij deze verbreding en biedt ruimte voor diverse vormen van participatie, zoals samen denken, samen doen en samen beslissen.
Lokale invulling en keuzeruimte
De wet laat gemeenten vrij in de wijze waarop zij participatie vormgeven. Er is gekozen om bepalingen op te nemen over:
Deze keuze sluit aan bij de Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’ 2026, waarin participatie wordt gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid en als een kans om samen te werken aan een betere stad.
Verhouding tot andere wetgeving
De verordening houdt rekening met andere wettelijke kaders waarin participatie een rol speelt, zoals de Omgevingswet. Hoewel participatie bij omgevingsvergunningen vormvrij is zal deze verordening zoveel mogelijk moeten worden toegepast bij instrumenten zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en programma’s. Dit bevordert consistentie en transparantie.
Rol van gemeenteraad en ambtelijke organisatie
De gemeenteraad heeft een leidende rol in het stellen van kaders voor participatie. Via deze verordening, het participatiebeleid en de begrotingscyclus kan de raad sturen op inhoud, proces en middelen. De ambtelijke organisatie is verantwoordelijk voor de uitvoering en ondersteuning van participatieprocessen. De verordening biedt ruimte voor maatwerk, maar stelt ook duidelijke eisen aan zorgvuldigheid, transparantie en terugkoppeling.
Doel en werking van de verordening
De Verordening participatie Gouda 2026 is bedoeld om:
Verdere uitwerking is mogelijk omdat het college de bevoegdheid krijgt om nadere regels te stellen. Tevens is er via de hardheidsclausule een mogelijkheid tot maatwerk bij initiatieven en uitdaagverzoeken.
Dit artikel bevat de kernbegrippen die in de verordening worden gebruikt. De definities zijn afgestemd op de VNG-modelverordening en verduidelijken het onderscheid tussen inwonerparticipatie (initiatief bij de gemeente) en overheidsparticipatie (initiatief bij inwoners of maatschappelijke partijen).
Bij de definitie natuurvertegenwoordiger wordt met ‘onafhankelijk’ bedoeld dat de betreffende persoon of organisatie zonder aansturing van het gemeentebestuur handelt en geen direct belang heeft bij de uitkomst van het proces waarin de belangen van natuurbelanghebbenden worden behartigd. Met ‘bevoegd’ wordt bedoeld dat de betreffende persoon of organisatie beschikt over relevante deskundigheid met betrekking tot de betrokken natuurbelanghebbende en ervaring heeft met de behartiging daarvan.
De doelstelling van de verordening is het versterken van de lokale democratie door participatie. De formulering sluit aan bij de VNG-toelichting en de Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’ 2026.
Dit artikel beschrijft op welke processen de participatieverordening van toepassing is. Elk bestuursorgaan binnen de gemeente bepaalt zelf of en hoe participatie wordt ingezet binnen zijn eigen taken en bevoegdheden. Hoewel de Omgevingswet veel ruimte biedt voor een vormvrije aanpak, is er bewust gekozen om in dit artikel een bepaling op te nemen die de toepassing van de participatieverordening bij omgevingsinstrumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan, zoveel mogelijk stimuleert.
Tegelijkertijd zijn er ook enkele uitzonderingen opgenomen. Het uitgangspunt blijft dat elk bestuursorgaan zelf beslist of inwoners kunnen meedenken of meedoen, en of het uitdaagrecht in een specifieke situatie kan worden toegepast.
De participatieverordening geldt niet als er al een project loopt of als er alleen een kleine aanpassing wordt gedaan aan bestaand beleid. In zulke gevallen is het niet nodig om opnieuw inwoners te betrekken, omdat het niet gaat om iets nieuws of ingrijpends.
Artikel 4 – Zorgplicht bestuursorgaan
Dit artikel maakt duidelijk dat het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor een open, begrijpelijk en zorgvuldig participatieproces. Dat betekent onder andere dat inwoners en natuurvertegenwoordigers op tijd worden betrokken, dat het proces helder is, dat informatie goed beschikbaar is en dat er een duidelijke terugkoppeling komt van wat er met de inbreng is gedaan. Dit helpt om het vertrouwen in participatie te versterken en de kwaliteit ervan te verbeteren. Het is belangrijk om terughoudend om te gaan met uitzonderingen op deze verplichtingen, en om te beseffen dat participatie niet alleen gaat over de voorbereiding van beleid of besluiten, maar ook over de uitvoering en de evaluatie ervan.
Artikel 5 – Plan voor inwonerparticipatie
In de wet wordt inwonerparticipatie aangeduid als burgerparticipatie. Daarbij neemt de gemeente het initiatief en nodigt belanghebbenden uit om mee te denken en mee te doen bij het maken, uitvoeren en evalueren van beleid en plannen. De gemeente organiseert dit proces en betrekt de uitkomsten van de participatie bij het nemen van besluiten. Als er inwonerparticipatie wordt toegepast, stelt het bestuursorgaan een participatieplan op. In dat plan staat onder andere wat:
De opzet van het plan voor inwonerparticipatie is gebaseerd op de VNG-modelverordening en sluit aan bij de Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’ 2026. Het opstellen van zo’n plan helpt om belangrijke spelregels uit de Denkwijzer in de praktijk te brengen, zoals het verbeteren van samenwerking, het vroeg betrekken van belanghebbenden, werken met een duidelijke en transparante aanpak en zorgen dat iedereen makkelijk kan meedoen.
Indien het college besluit om het participatieplan aan de raad voor te leggen, wordt de raad hierover geïnformeerd.
Artikel 6 – Participatieverslag
Na afloop van het participatieproces maakt het bestuursorgaan een openbaar verslag. In dat verslag staat:
Het verslag zorgt voor openheid en biedt leerpunten voor de toekomst. Het verslag wordt ter informatie aangeboden bij besluitvorming. Zo is het bestuursorgaan goed geïnformeerd en kan het de uitkomsten van participatie meewegen in het besluit.
Bij inspraak is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Er wordt niet afgeweken van deze uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Dit betekent dat het participatietraject, zoals hier omschreven, kan samengaan met de zienswijzeprocedure. Inspraak na participatie heeft meerwaarde: het biedt inwoners een formeel moment om hun mening te geven, ook als ze eerder al betrokken waren. Dit versterkt de rechtszekerheid en zorgt voor een consistente aanpak. Het helpt bovendien om belangen zorgvuldig af te wegen en besluiten goed te onderbouwen.
Artikel 8 – Verzoek tot initiatieven
Deze vorm van overheidsparticipatie is bedoeld als laagdrempelige route voor maatschappelijke initiatieven die zich richten op een beperkte invloedsfeer, zoals een buurt, wijk of specifieke doelgroep. Het gaat hierbij om initiatieven die bijdragen aan de leefbaarheid, sociale cohesie of duurzaamheid in de gemeente, zonder dat zij direct raken aan grootschalige beleidswijzigingen of gemeentelijke kerntaken.
Voorbeelden van dergelijke initiatieven zijn:
Deze initiatieven kenmerken zich door:
Het college fungeert als loket en begeleidt indieners bij het concretiseren van hun initiatief. Door deze vorm van participatie te faciliteren, stimuleert de gemeente Gouda actieve betrokkenheid van inwoners bij hun leefomgeving en biedt zij ruimte voor co-creatie op lokaal niveau.
Artikel 9 – Verzoek toepassing uitdaagrecht
Dit artikel regelt de procedure voor het indienen van een verzoek tot toepassing van het uitdaagrecht. Deze vorm van overheidsparticipatie is bedoeld voor initiatieven waarbij inwoners, ondernemers of maatschappelijke partijen een gemeentelijke taak willen overnemen. In tegenstelling tot de laagdrempelige initiatieven zoals bedoeld in artikel 8, gaat het hierom taken die normaal door de gemeente worden uitgevoerd en waarvoor een duidelijke overdracht van verantwoordelijkheid plaatsvindt.
Het uitdaagrecht is verankerd in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet en biedt inwoners en maatschappelijke partijen de mogelijkheid om taken van de gemeente over te nemen, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De gemeente beoordeelt het verzoek op inhoud, uitvoerbaarheid, maatschappelijke meerwaarde en juridische en financiële haalbaarheid.
Voorbeelden van toepassing van het uitdaagrecht in Gouda zijn:
Schoonmaken van de grachten op contractbasis: Een initiatiefnemer diende eind 2017 een verzoek in bij de gemeente Gouda om het afvalbeheer in de grachten over te nemen. Geïrriteerd door de hoeveelheid vuil in het water, besloot zij met haar SUP-school leerlingen actief bij te dragen aan schonere grachten. De gemeente ging akkoord en verstrekt sindsdien een vergoeding voor deze taakuitvoering. Dit is een concreet voorbeeld van het uitdaagrecht waarbij een gemeentelijke taak (reiniging van de openbare ruimte) is overgedragen aan een maatschappelijke partij.
De GoudApot: De Stichting GoudApot ontvangt subsidie van de gemeente Gouda om budget beschikbaar te stellen aan inwoners en maatschappelijke initiatieven. Inwoners kunnen via GoudApot zelf beslissen over de besteding van geld voor projecten die de stad, wijk of straat leuker of beter maken. Dit is een voorbeeld van overheidsparticipatie waarbij de gemeente de taak van budgettoewijzing voor lokale initiatieven deels overdraagt aan een maatschappelijke organisatie.
Deze voorbeelden illustreren hoe het uitdaagrecht in de praktijk kan bijdragen aan een meer betrokken en actieve samenleving, waarbij inwoners niet alleen meedenken, maar ook daadwerkelijk meedoen en medeverantwoordelijkheid dragen voor hun leefomgeving.
Artikel 10 – Beoordeling verzoek overheidsparticipatie
Het college stuurt het verzoek door naar het bevoegde bestuursorgaan. De beoordeling vindt plaats op basis van inhoudelijke en juridische criteria, zoals:
Het bestuursorgaan moet de beoordeling motiveren en openbaar maken. Dit bevordert transparantie en rechtsgelijkheid.
Artikel 11 – Uitvoering overheidsparticipatie
Bij toewijzing van een verzoek worden afspraken gemaakt over:
Deze afspraken zorgen voor duidelijke verwachtingen en verantwoording.
Artikel 12 – Nadere regels college
Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van participatie. Deze bevoegdheid biedt flexibiliteit en ruimte om het beleid aan te passen aan verschillende situaties. Het kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om aanvullende regels op te stellen bij complexe ruimtelijke projecten, waarbij veel verschillende belangen spelen en duidelijke kaders nodig zijn voor een goed participatieproces. Ook bij onderwerpen met een grote impact op de leefomgeving, zoals verkeersmaatregelen of herinrichting van openbare ruimte, kunnen extra regels helpen om participatie zorgvuldig te organiseren. Verder kunnen nadere regels nuttig zijn bij digitale participatie, om te zorgen voor toegankelijkheid en transparantie, of bij het betrekken van specifieke doelgroepen zoals jongeren, ondernemers of mensen met een beperking. Zo kan het college inspelen op de diversiteit van participatievormen en zorgen voor een aanpak die past bij de aard van het onderwerp en de betrokkenheid van inwoners.
Artikel 13 – Hardheidsclausule
In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan afwijken van de verordening. Dit moet gemotiveerd worden. De clausule biedt ruimte voor maatwerk bij onvoorziene omstandigheden. Het is belangrijk om terughoudend om te gaan met uitzonderingen op deze verplichtingen, en om te beseffen dat participatie niet alleen gaat over de voorbereiding van beleid of besluiten, maar ook over de uitvoering en de evaluatie ervan.
Artikel 14 – Intrekking en overgangsrecht
De bestaande inspraak- en participatieverordening wordt ingetrokken. Voor lopende inspraakprocedures blijft de oude verordening van toepassing. Dit voorkomt juridische onzekerheid.
Artikel 15 – Inwerkingtreding en citeertitel
De verordening treedt in werking op 1 juli 2026 en wordt aangehaald als “Verordening participatie Gouda 2026”.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-56518.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.