Wijziging Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, met betrekking tot de passantenhaven

De raad van de gemeente Leiden:

 

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel RV 25.0107 van 9 december 2025), mede gezien het advies van de commissie Werk en Middelen,

 

BESLUIT

 

vast te stellen de verordening tot wijziging van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, met betrekking tot de passantenhaven, luidende aldus:

Artikel I Wijziging van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, met betrekking tot de passantenhaven

De Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A

    In artikel 2.2.1.2 wordt in de titel ’Ligplaatsplannen’ vervangen door ’Ligplaatsplan’.

  • B

    Artikel 2.2.1.2, leden 3 en 4 komen te luiden:

     

    • 3.

      In het ligplaatsenplan kunnen afvaartplaatsen, opstapplaatsen, passantenligplaatsen en passantenhavens worden vastgelegd.

    • 4.

      Het college kan aan afvaartplaatsen, opstapplaatsen, passantenligplaatsen en passantenhavens nadere eisen stellen.

  • C

    Artikel 2.2.1.2, vijfde lid komt te vervallen.

  • D

    Artikel 2.2.1.2, zesde lid wordt vernummerd naar lid 5.

  • E

    Artikel 3.4.1.1 komt te luiden:

     

    Artikel 3.4.1.1 Verbodsbepalingen (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening)

    • 1.

      Het is, behoudens varend of kortstondig afmeren, niet toegestaan een ligplaats in het openbaar water in te nemen met een vaartuig of ander drijvend voorwerp zonder of in afwijking van een vergunning van het college.

    • 2.

      Het is niet toegestaan een vaartuig te gebruiken om te overnachten, buiten de daarvoor in het ligplaatsenplan aangewezen passantenhavens.

    • 3.

      Het is niet toegestaan stoffen in het water te brengen of te lozen. Dit geldt onder andere voorbrandstoffen, olie, vet, bilgewater, huishoudelijk afval, de inhoud van chemische toiletten en andere stoffen die het oppervlaktewater kunnen verontreinigen.

    • 4.

      Het is niet toegestaan gevaar, schade of hinder in, op of in de omgeving van een ligplaats ,passantenligplaats of passantenhaven te veroorzaken of de veiligheid van eenieder in gevaar te brengen. Onder hinder wordt mede verstaan ontsiering van het aanzien van een ligplaats, passantenligplaats of passantenhaven door de verwaarloosde staat van het vaartuig.

  • F

    Artikel 3.4.1.2 komt te luiden:

     

    Artikel 3.4.1.2 Tijdelijke ligplaatsen (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening)

    • 1.

      Op een passantenligplaats is het, in afwijking van artikel 3.4.1.1, eerste lid, zonder vergunning toegestaan om met een pleziervaartuig een plek in te nemen voor maximaal 12 uur.

    • 2.

      In een passantenhaven is het, in afwijking van artikel 3.4.1.1, eerste lid, zonder vergunning toegestaan om een ligplaats in te nemen, voor de duur van:

      • a.

        maximaal dertien nachten in de periode van 1 april tot en met 31 oktober. Bij meerdere verblijven binnen de periode van 1 april tot en met 31 oktober, moet tenminste vijf dagen tussen de verschillende verblijven zitten;

      • b.

        maximaal dertien nachten in de periode van 1 november tot en met 31 maart, tenzij sprake is van een winterligplaats. Van een winterligplaats is sprake als een boot gedurende minimaal 120 aaneengesloten dagen in de periode van 1 november tot en met 31 maart ligt afgemeerd.

    • 3.

      Het college stelt een Havenreglement voor de passantenhaven van Leiden vast. Het is verboden om inde passantenhaven in strijd met het Havenreglement te handelen.

    • 4.

      Het is verboden in de passantenhaven een ligplaats in te nemen als het binnenhavengeld conform de Verordening binnenhavengeld Leiden niet is voldaan.

  • G

    Aan artikel 3.4.1.4 wordt een derde lid toegevoegd, dat komt te luiden:

     

    • 3.

      Een vergunning voor een ligplaats of een omgevingsvergunning binnen de passantenhaven wordt geweigerd.

  • H

    Aan artikel 3.4.1.9 wordt een tweede lid toegevoegd, dat komt te luiden:

     

    • 2.

      De gebruiker van een vaartuig in een passantenhaven is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, en beschadigingen die betrekking hebben op zijn ligplaats direct te melden aan de havenmeester.

  • I

    Artikel 3.4.3.1 komt te luiden:

     

    Artikel 3.4.3.1 Nadere regels omtrent vergunningverlening (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening)

    Het college stelt nadere regels op met betrekking tot het proces van vergunningverlening, waaronder begrepen – maar niet beperkt tot – de vorm en de inhoud van de aanvraag, de verdelings- en verleningssystematiek, en daarmee samenhangende eisen en voorschriften.

  • J

    Artikel 7.1.1.2 komt te luiden:

     

    Artikel 7.1.1.2 Havenmeester

    Het college stelt één of meerdere havenmeesters aan, en bepaalt zijn of hun taken en bevoegdheden.

  • K

    In bijlage 1 komt het begrip ’ligplaats’ te vervallen

  • L

    In bijlage 1 komt het begrip ’passantenhaven’ te luiden:

     

    Passantenhaven: Een gebied als weergegeven in bijlage 4 met ligplaatsen die zijn bedoeld voor:

    • a.

      Pleziervaartuigen, uitgezonderd woonboten die recreatief gebruikt worden, die op doorreis zijn en waarvoor niet al voor een andere ligplaats binnen de gemeente Leiden binnenhavengeld wordt betaald en/of een ligplaatsvergunning is verleend;

    • b.

      chartervaartuigen, alleen op de daarvoor in bijlage 4 aangegeven ligplaatsen. Onder chartervaartuig wordt bedoeld een boot die gehuurd wordt voor een bepaalde periode om te worden gebruikt voor personen- of goederenvervoer, met bemanning;

    • c.

      bedrijfsvaartuigen die op 1 januari 2026 een onherroepelijke ligplaatsvergunning of omgevingsvergunning hadden voor een in bijlage 4 hiertoe aangegeven ligplaats;

  • M

    In bijlage 1 wordt het begrip ’Passantenplaats’ inclusief omschrijving vervangen door:

     

    Passantenligplaats: Een ligplaats die is bedoeld voor pleziervaartuigen die op doorreis zijn;

  • N

    In bijlage 1, komt het begrip ’Vaartuig’ te luiden:

     

    Vaartuig: Elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoeren van personen of goederen te water. Onder vaartuig wordt niet verstaan: een woonschip, te weten een vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, een als hoofdverblijf geldend dag- of nachtverblijf van een of meer personen;

  • O

    Na bijlage 3 wordt een bijlage 4 toegevoegd, zijnde het kaartje dat als bijlage aan dit voorstel gevoegd is, waarop de passantenhaven staat weergegeven, waarbij als titel wordt opgenomen: ’Bijlage 4. De passantenhaven

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026,

de griffier,

dhr. G.F.C. van Leiden

de voorzitter,

dhr. P.J. Heijkoop

Bijlage 4. De passantenhaven

 

Naar boven