Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 in verband met wijzigingen die van toepassing zijn vanaf het schooljaar 2026-2027 (Wijzigingsverordening VloA 2019: wijzigingen schooljaar 2026-2027)

De raad van de gemeente Amsterdam,

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 december 2025,

 

gelet op artikel 6 en 128 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 6 en 123 van de Wet op de expertisecentra, artikel 5.1, derde lid en 5.23 van de Wet op het voorgezet onderwijs 2020 en artikel 149 van de Gemeentewet,

 

besluit:

Artikel I Wijziging VloA

De Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 ( VloA 2019) wordt gewijzigd als volgt:

 

A

In artikel 1 worden onder vernummering van de onderdelen e. tot en met m. naar f. tot en met n. een nieuw onderdeel ingevoegd onder d., luidende:

 

  • e.

    Efro-middelen: middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling;

B

Artikel 2 komt te luiden:

 

  • 1.

    Deze verordening bestaat uit een algemeen deel en een aantal bijlagen, waarin wordt geregeld voor welke voorzieningen een schoolbestuur voor een onder zijn gezag vallende school in aanmerking kan komen.

  • 2.

    Het college is bevoegd om op grond van deze verordening aan een schoolbestuur een voorziening te verstrekken in natura of als een subsidie.

  • 3.

    Het college verstrekt slechts voorzieningen in natura of als subsidie op grond van de bijlagen, tenzij het een voorziening betreft die direct voortvloeit uit een beschikking specifieke uitkeringen zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van de Financiële Verhoudingswet of op basis van Efro-middelen.

C

De toelichting bij de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 onder de kop Algemeen wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Bij Bijlage 1 worden twee nieuwe punten toegevoegd die komen te luiden:

    • Jongerenwerk in scholen;

    • High Dosage Tutoring.

  • 2.

    Bijlage 5 komt te luiden:

     

    Bijlage 5 Materiële voorzieningen

    Hieronder valt de Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050.

  • 3.

    In de toelichting bij artikel 2 komt te luiden:

    Dit artikel regelt enerzijds de reikwijdte van de verordening en anderzijds de bevoegdheid van het college. Het artikel bepaalt dat de VloA 2019 bestaat uit een algemeen deel en een aantal bijlagen, waarin de voorzieningen nader worden geregeld en waarin van het algemene deel kan worden afgeweken. Voorts bepaalt het tweede lid dat het college een voorziening kan verstrekken in de vorm van het feitelijk beschikbaar stellen van een voorziening in natura of in de vorm van een subsidie.

    Het college verstrekt in de regel een voorziening op grond van een van de bijlagen behorende bij de VloA 2019. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor voorzieningen die de gemeente verleend op grond van specifieke uitkeringen zoals bedoeld in de Financiële Verhoudingswet, hoofdstuk 3 en Efro-middelen.

    De gemeente ontvangt steeds vaker middelen van het Rijk die worden verleend als SPUK, een specifieke uitkering bestemd voor een specifiek doel of specifieke activiteiten. De SPUK vindt haar wettelijke grondslag in de Financiële Verhoudingswet en is juridisch gezien een wet, ministeriele regeling of AMvB.

    Bij een SPUK moet de gemeente zelf een aanvraag indienen op basis van een activiteitenplan met begroting waarbij de gemeente na beoordeling door het Rijk een beschikking ontvangt.

    Het door het Rijk gevraagde activiteitenplan vraagt meer en meer om met “partners”, bijvoorbeeld schoolbesturen een integrale aanvraag in te dienen. Hoewel dit vanuit integraliteit een begrijpelijke keus is zet dit de gemeente onder druk om de middelen rechtmatig weg te zetten.

    De gemeente dient erop toe te zien dat het aanvraagproces transparant is en dat potentiële aanvragers vooraf in staat gesteld worden te participeren in dit proces.

    Een voorbeeld hiervan zijn de middelen in het kader van kansrijke wijken waarbij de aanvraag namens een alliantie is ingediend en partners, waaronder schoolbesturen kunnen toetreden aan de alliantie. Met het gezamenlijk opstellen van een aanvraag maakt de partner impliciet aanspraak op financiële middelen.

    Deze voorzieningen kunnen bij uitzondering direct op grond van de VloA 2019 worden verleend. Als na ontvangst van de SPUK nog via een verdeelsleutel scholen in aanmerking moeten worden gebracht, dient hiervoor een aparte voorziening in het leven te worden geroepen. Dit kan ook met het instrument van de tijdelijke aanvullende voorziening van artikel 3 van de VloA 2019.

Artikel II Wijziging Bijlage 1 VloA 2019

Bijlage 1 (Voorzieningen in natura) wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 2.6 wordt in onderdeel a. ‘cultuureducatiebeleidsplan’ vervangen door ‘cultuurbeleidsplan’.

 

B

Artikel 2.7 onderdeel a. komt te luiden:

 

  • a.

    een schoolbestuur geen cultuurbeleidsplan heeft verstrekt bij de aanvraag, dan wel een cultuurbeleidsplan met een naar het oordeel van het college onvoldoende inhoudelijke beschrijving van de onderdelen i. tot en met iii als bedoeld in artikel 2.5, onder punt a.;

C

Artikel 9.4, eerste lid komt te luiden:

  • 1.

    De voorziening HDT is beschikbaar in drie afzonderlijke perioden:

    • a.

      1 september 2024 tot 1 januari 2026, voor maximaal 18 HDT-groepen, waarbij de HDT start op 1 september 2024 of op 1 januari 2025;

    • b.

      1 september 2025 tot 1 januari 2027, voor maximaal 23 HDT-groepen HDT beschikbaar is, waarbij HDT start op 1 september 2025 0f 1 januari 2026;

    • c.

      1 september 2026 tot 1 augustus 2027 voor maximaal 23 HDT-groepen, waarbij HDT start op 1 september 2026.

D

De artikelen 9.4 tot en met 9.9 na artikel 9,4 (Beschikbaar aantal groepen, start groepen en verdeelsystematiek) worden vernummerd naar 9.5 tot en met 9.10.

Artikel III Wijziging Bijlage 2 VloA 2019

Bijlage 2 (Voorzieningen aanvullende financiering personeel) wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 2.4 wordt in de onderdelen a. en b. ‘cultuureducatiebeleidsplan’ vervangen door ‘cultuurbeleidsplan’.

Artikel IV Wijziging Bijlage 3 VloA 2019

Bijlage 3 (Voorzieningen Kansengelijkheid)

 

A

In artikel 6.1 worden de onderdelen b. tot en met g. vernummerd tot c. tot en met h. en wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, dat komt te luiden:

  • b.

    CMN: Centraal Meldpunt Nieuwkomers, een initiatief van de gezamenlijke schoolbesturen voor basisonderwijs in Amsterdam verenigd in het Breed Bestuurlijk Overleg voor het registreren en het plaatsen van leerlingen in nieuwkomersgroepen. Het CMN is ondergebracht bij het Advies- en Begeleidings- Centrum voor het onderwijs (ABC);

B

In artikel 6.8, eerste lid, worden de onderdelen c. en d. vernummerd tot d. en e. en wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, dat komt te luiden:

  • c.

    Een nieuwkomersgroep als bedoeld in artikel 6.3 onder b. niet uitsluitend bestaat uit leerlingen die via de CMN zijn geregistreerd en geplaatst;

C

De toelichting op artikel 6.1 komt te luiden:

 

Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen

 

  • b.

    CMN: Centraal Meldpunt Nieuwkomers

    De nieuwkomersgroepen worden in Amsterdam door een paar schoolbesturen georganiseerd in onder hun gezag vallende scholen mede namens de andere schoolbesturen. Hiertoe hebben de gezamenlijke schoolbesturen PO verenigd in het Breed Bestuurlijk Overleg en het Advies- en Begeleidings- Centrum voor het onderwijs (ABC) het Centraal Meldpunt Nieuwkomers (CMN) ingesteld. Alleen de schoolbesturen die leerlingen plaatsen in de nieuwkomersgroepen via het CMN komen in aanmerking voor subsidie. Als dit niet het geval is wordt een subsidie geweigerd. Hiervoor is in artikel 6.8, eerste lid onder c. een weigeringsgrond opgenomen. Door het CMN houden de schoolbesturen overzicht over de in- en uitstroom van nieuwkomers op de Amsterdamse basisscholen en is er sprake van een transparante en eerlijke procedure.

Artikel V Wijziging Bijlage 4 VloA 2019

Bijlage 4 (Voorzieningen behorende bij de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027)

 

A

In de toelichting vervalt ‘Hoofdstuk 3 de Voorziening zij-instromers en ‘statushouders voor de klas’ en de daarbij behorende tekst.

 

B

In de toelichting onder artikel 6.2 Subsidiabele activiteiten vervalt de kop ‘Wereldburgers voor de klas’ en de daarbij behorende tekst.

 

C

In de toelichting onder artikel 6.2 vervalt de laatste alinea.

Artikel VI Wijziging Bijlage 5 VloA 2019

Bijlage 5 (Materiële voorzieningen)

 

A

Artikel 2.3, tweede lid komt te luiden:

De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de hierna opgenomen tabel, waarbij geldt dat:

  • a.

    de subsidie voor een schoolgebouw en/of gymzaal dat volledig eigendom wordt van een schoolbestuur maximaal 10 % bedraagt van de normbekostiging voor nieuwbouw of vernieuwbouw van dat gebouw en/of gymzaal;

  • b.

    voor een gymzaal die na de oplevering van het schoolgebouw in eigendom worden overgedragen aan de gemeente Amsterdam, bedraagt de subsidie maximaal 13% van de normbekostiging voor nieuwbouw of vernieuwbouw van een gymzaal.

 

Verduurzamende activiteiten als bedoeld in het eerste lid

Maximale Meerkosten in euro

(inclusief BTW, prijspeil 2026)

School / Gymzaal

In eigendom schoolbestuur

Gymzaal

Na bouw door schoolbestuur in eigendom overgedragen aan gemeente

1 a

Van BENG naar ENG (bij nieuwbouw)

€ 109 per m² BVO

exclusief PV-panelen

€ 262 per m² BVO (max 608 m²) inclusief PV- panelen

1 b

BENG (bij vernieuwbouw monumentale schoolgebouwen)

€ 109 per m² BVO

exclusief PV-panelen

€ 262 per m² BVO (max 608 m²) inclusief PV- panelen

1 c

Van BENG naar “BENG-Frisse Scholen B” (bij overige vernieuwbouw)

€ 109 per m² BVO

exclusief PV-panelen

€ 262 per m² BVO (max 608 m²) inclusief PV-panelen

1 d

Natuurinclusief met gebouwgerelateerde maatregelen (waaronder extensief groen dak)

€ 114 per m² dakoppervlak

€ 153 per m² dakoppervlak

1 e

Houtbouwconcept

€ 182 per m² BVO

€ 270 per m2 BVO

1 f

Waterretentie van 60 naar 90 liter middels hemelwatersysteem

€ 42 (nieuwbouw) of €90 (vernieuwbouw) per m² dakoppervlak

€ 42 (nieuwbouw) of €90 (vernieuwbouw) per m² dakoppervlak

Maximaal percentage meerkosten ten opzichte van normvergoeding

10%

13%

Artikel VII Wijziging Bijlage 6 VloA 2019

Bijlage 6(Voorzieningen overig)

 

A

In artikel 2.1 vervalt onderdeel b. en worden de onderdelen c. en d. vernummerd tot b. en c.

 

B

Artikel 2.3 komt te luiden:

 

Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

  • 1.

    Het college kan een subsidie verlenen ten behoeve van de uitvoering van activiteiten gericht op:

    • a.

      bevordering van burgerschap;

    • b.

      bevordering van kennis van diversiteit;

    • c.

      bevordering van kennis van gedeelde geschiedenis in de stad.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat deelneemt aan de activiteit en de kostprijs van de activiteit, waarbij geldt dat per deelnemende leerling maximaal € 21 euro beschikbaar is.

  • 3.

    De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten met een Amsterdams karakter in aanvulling op de activiteiten die een school in het kader van artikel 8, derde lid en artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs, of artikel 11, vierde lid en artikel 13 van de Wet op de expertisecentra al in het reguliere onderwijsprogramma voor de leerlingen organiseert.

C

Artikel 2.5 komt te luiden:

 

Artikel 2.5 weigeringsgrond

In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen als de te subsidiëren activiteit:

  • a.

    gericht is op het professionaliseren van het schoolteam, of

  • b.

    de ontwikkeling van het burgerschapsbeleid op een school.

D

De toelichting op de Voorziening Bevorderen burgerschap, diversiteit en gedeelde geschiedenis komt te luiden:

 

Voorziening Bevorderen burgerschap, diversiteit en gedeelde geschiedenis

Deze voorziening draagt bij aan het samen (leren) leven in een diverse stad. De voorziening ondersteunt activiteiten op scholen met een Amsterdams karakter die gericht zijn op het ontwikkelen en bevorderen van (kennis van) diversiteit, burgerschap, en gedeelde geschiedenis van leerlingen. De voorziening stimuleert een samenleving, waar iedereen zichzelf kan zijn en vergroot op deze manier de ontwikkelkansen van kinderen.

De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten die aanvullend zijn op de activiteiten die een school al in het reguliere onderwijsprogramma met betrekking tot burgerschap voor de leerlingen organiseert. Hierbij gaat het om concrete activiteiten met leerlingen uitgaande van de specifieke Amsterdamse populatie en context . Verder is de subsidie niet bedoeld voor de professionalisering van het schoolteam en de ontwikkeling van het burgerschapsbeleid. Hiervoor zijn weigeringsgronden opgenomen.

 

Per deelnemende leerling is een maximum bedrag van € 21 beschikbaar. De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van het aantal deelnemende leerlingen en kan nooit meer bedragen dan de kostprijs van de activiteit.

Artikel VI. Inwerkingtreding en terugwerkende kracht

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad en werkt ten aanzien van Artikel V: Wijziging Bijlage 5 VloA 2019 Bijlage 5 (Materiële voorzieningen) terug tot en met 8 december 2025.

 

[Artikel VI. bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad en werkt ten aanzien van Artikel VI: Wijziging Bijlage 5 VloA 2019 Bijlage 5 (Materiële voorzieningen) terug tot en met 8 december 2025.]

Artikel VII. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening wijziging VloA 2019: wijzigingen schooljaar 2026-2027.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 21 januari 2026

De voorzitter

Femke Halsema

De raadsgriffier

Jolien Houtman

Toelichting  

Algemeen

 

In januari 2019 heeft de gemeenteraad de ‘Verordening op het Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam 2019’ (VloA 2019) vastgesteld. De VloA 2019 is het instrument waarmee de gemeente op basis van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op de expertisecentra uitgaven kan doen voor het onderwijs om in aanvulling op de Rijksbekostiging haar eigen beleid uit te voeren. Voor het schooljaar 2026-2027 worden er een aantal wijzingen voorgesteld. De voorzieningen die niet genoemd worden hebben geen wijzigingen ondergaan.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel I Wijziging Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 (VloA 2019)

In artikel 2 is de bevoegdheid opgenomen voor het college om in geval van een gezamenlijke aanvraag met een of meerdere schoolbesturen voor SPUK of Efro-middelen bij het Rijk een voorziening uitsluitend op het algemene deel van VloA2019 te verlenen. Hoofdregel is dat uitsluitend op basis van de bijlagen behorende bij de VloA2019 een voorziening mag worden verstrekt.

 

Artikel II Wijziging Bijlage 1 (Voorzieningen in natura) VloA 2019 en Artikel III Wijziging (Voorzieningen aanvullende financiering personeel) Bijlage 2 VloA 2019

In de Voorziening cultuureducatie (Bijlage 1) en de Voorziening vakdocent cultuur (Bijlage 2) wordt de term cultuureducatiebeleidsplan gewijzigd in cultuurbeleidsplan. Cultuurbeleidsplan is de term die gangbaar is in het onderwijs en ook wordt gebruikt door Mocca bij de ondersteuning van scholen.

 

De voorziening HDT voor de basisscholen in Amsterdam Zuidoost wordt in afwachting van het nog vast te stellen onderwijsbeleid van de nieuwe coalitie met het schooljaar 2026-2027 verlengd.

 

Artikel IV Wijziging Bijlage 3 (Voorzieningen kansengelijkheid) VloA 2019

Bij de voorziening nieuwkomersgroepen komt voortaan een schoolbestuur alleen voor subsidie in aanmerking als hij is aangesloten bij het Centraal Meldpunt Nieuwkomers (CMN). Dit meldpunt is ingesteld door de gezamenlijke schoolbesturen verenigd in het BBO en het ABC om de plaatsing van de aangemelde leerlingen over de nieuwkomersgroepen transparant te laten verlopen. Zonder deelname aan het CMN ontbreekt het overzicht van de in- en uitstroom van nieuwkomers op de Amsterdamse basisscholen.

 

Artikel V Bijlage 4 VloA 2019 (Voorzieningen behorende bij de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027)

In de toelichting op deze bijlage was nog steeds naast de nieuwe toelichting ook de oude toelichting opgenomen. Die tekst wordt nu geschrapt. Ook de toelichting die ziet op statushouders is in de nieuwe tekst vervallen, omdat het Rijk voor de inzet van deze doelgroep een subsidie verleent.

 

Artikel VI Wijziging Bijlage 5 VloA 2019 Bijlage 5 (Materiële voorzieningen)

In de recent door de raad vastgestelde ‘Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050’ bleek achteraf de berekeningswijze van de subsidie niet correct te zijn opgenomen als de gemeente na het (ver)nieuwbouwen van een gymzaal door een schoolbestuur, eigenaar van de gymzaal wordt. In het geval dat het schoolbestuur bouwt voor de gemeente, krijgt het schoolbestuur eveneens de zonnepanelen die hierop worden geplaatst gesubsidieerd. De gemeente als eigenaar die de gymzaal exploiteert ontvangt namelijk ook de voordelen van de lagere energiekosten en verdient op termijn daarmee de aanschafprijs terug. Indien het schoolbestuur zelf eigenaar wordt van een gebouw, dient het bestuur zelf de zonnepanelen te bekostigen, omdat ook hierbij geldt dat zij na een aantal jaren de kostprijs hiervan hebben terugverdiend.

 

Artikel VII Wijziging Bijlage 6 VloA 2019 (Voorzieningen overig)

De voorziening burgerschap, diversiteit, en gedeelde geschiedenis is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten die aanvullend zijn op de activiteiten die een school al in het reguliere onderwijsprogramma met betrekking tot burgerschap voor de leerlingen organiseert. De sinds 1 augustus 2021 door de wetgever aangescherpte burgerschapsopdracht onderstreept dat bevordering van burgerschap en sociale cohesie op de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de school. Het invullen van het burgerschapsbeleid en -onderwijs behoort tot de taak van de school, waarvoor een school eveneens Rijksmiddelen ontvangt

 

Dit vormt dan ook de reden dat de gemeente anders dan in de voorafgaande jaren uitsluitend activiteiten gaat subsidiëren die passen binnen het beleid Amsterdammerschap in het onderwijs. De burgerschapsactiviteiten dienen aantoonbaar aan te sluiten bij de Amsterdamse populatie en de context waarin de leerlingen opgroeien. De subsidie is daarmee niet bedoeld voor de ontwikkeling van generiek burgerschapsbeleid of professionalisering van het schoolteam. Deze twee elementen zijn dan ook als weigeringsgrond toegevoegd. Ook is het criterium ‘brede talentontwikkeling’ geschrapt vanwege de algemene formulering die geen houvast biedt om te sturen. Dit is zowel in de voorziening als in de toelichting op de voorziening verwerkt.

 

In de voorjaarsnota 2025 heeft het college besloten te bezuinigen op Burgerschap. Ook dit was aanleiding om scherper te sturen op de inzet van de VloA-voorziening. De wijziging die hieruit voortvloeit houdt in dat de gemeente alleen nog maar per leerling die deelneemt aan een burgerschapsactiviteit een subsidie verleent. Vóór deze wijziging van de VloA-voorziening kwam een school in aanmerking voor een subsidie die werd berekend op het maximaal aantal leerlingen voorafgaand aan het subsidietijdvak was ingeschreven op die school, ongeacht het aantal leerlingen dat deelnam aan de activiteiten. Dit betekende dat een school met veel leerlingen in principe over een veel hoger budget kon beschikken dan kleine scholen en dus veel duurdere activiteiten kon organiseren voor een beperkt aantal deelnemende leerlingen. Deze insteek schiep onduidelijkheid, liet ruimte voor interpretatie en creëerde een ongelijke uitgangspositie voor scholen. Met de voorgestelde wijziging wordt meer duidelijkheid gecreëerd en deze in de basis ongelijke behandeling rechtgetrokken. Alle scholen komen voortaan op basis van een gelijke maatstaf in aanmerking.

 

Artikel VI. Inwerkingtreding en terugwerkende kracht

In afwijking van de andere artikelen werkt Artikel V: Wijziging Bijlage 5 VloA 2019 Bijlage 5 (Materiële voorzieningen) van de Wijzigingsverordening VloA 2019: wijzigingen schooljaar 2026-2027 terug tot en met 8 december 2025.

De reden hiervoor vormt dat het college op 2 december 2025 heeft besloten tot een tijdelijke aanpassing van de VloA 2029 op dit onderdeel. Op grond van artikel 3 van de VloA 2019 is het college hiertoe bevoegd. De schoolbesturen hebben in overeenstemming met de voorschriften hierover in de onderwijswetgeving, het besluit binnen een week na de besluitvorming in het college digitaal toegestuurd gekregen. In dit geval betreft het een wijziging die voorafgaand aan de openstelling van de aanvraagtermijn voor deze voorziening in werking moest zijn getreden. De gemeenteraad heeft de tijdelijke wijziging bekrachtigd tegelijkertijd met de vaststelling van de wijzigingen van de VloA 2019 voor het schooljaar 2026-2027, waarna de tijdelijke wijziging is opgenomen in de Wijzigingsverordening.

Naar boven