Eerste wijzigingsbesluit van het Besluit inzake het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van raad van de gemeente Rotterdam

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van de concerndirecteur van het cluster Dienstverlening van 27 januari 2026 met kenmerk M2601-532;

 

gelet op artikel E 19, tweede lid, van de Kieswet;

 

overwegende,

 

  • -

    dat de heer Lammering is toegetreden als raadslid van de gemeente Rotterdam en dit op grond van artikel E 20, eerste lid, juncto E 4, tweede lid, aanhef en onderdeel e, van de Kieswet onverenigbaar is;

besluit:

Artikel I  

Artikel 1 van het Besluit inzake het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van raad van de gemeente Rotterdam wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

In het tweede lid komt onderdeel b te luiden:

 

  • b.

    de heer B. van Noppen;

B

 

In het derde lid komt onderdeel a te luiden:

 

  • a.

    mevrouw E.W.M. Jonas;

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 27 januari 2026.

De secretaris,

G.J.D. Wigmans

De burgemeester,

C.J. Schouten

Toelichting

Op 13 november 2025 is de heer Lammering Varela toegetreden als raadslid van de gemeente Rotterdam. Op grond van artikel E 20, eerste lid, juncto E 4, tweede lid, aanhef en onderdeel e, van de Kieswet is het lidmaatschap van de raad onverenigbaar met het lidmaatschap van het centraal stembureau.

 

Om deze reden heeft het college gekozen om het plaatsvervangende lid, de heer B. van Noppen te benoemen als lid van het centraal stembureau. De opengevallen plaats van de heer Van Noppen als plaatsvervangend lid wordt gevuld door mevrouw E.W.M. Jonas.

 

Artikel E 20, tweede lid, van de Kieswet is onverkort van toepassing.

 

 

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Naar boven