Verkeersmaatregel Stadionweg

Ruimte / Mobiliteit / 2026-2046312

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het verplaatsen van de parkeerplaats voor auto met aanhanger specifiek voor het CBR.

 

Overwegingen

De Stadionweg is een erftoegangsweg binnen de gemeente Maastricht, en is bij de gemeente in beheer en onderhoud.

 

Nabij de Stadionweg is een hotel gelegen aan de Pierre de Coubertinweg. Het CBR neemt rijexamens af vanuit haar locatie in het hotel voor onder andere het BE-rijbewijs (auto met aanhanger).

 

Voor het afnemen van deze examens is het van belang dat deze voertuigen voorafgaand aan het examen en na het examen in de nabijheid geparkeerd kunnen worden. Op het Stadionplein is een specifieke parkeergelegenheid aangewezen voor de voertuigen met aanhanger van het CBR.

 

Op het Stadionplein is de parkeerdruk hoog en is het vaak lastig manoeuvreren met auto en aanhanger. Andere locaties zijn verkend. De Stadionweg is een weg met weinig verkeer en het meest geschikt om een parkeergelegenheid aan te wijzen voor de voertuigen met aanhanger van het CBR.

 

De specifieke parkeergelegenheid op het Stadionplein wordt daarom verplaatst naar de Stadionweg. Deze parkeergelegenheid wordt alleen op werkdagen (maandag tot en met vrijdag) gebruikt door het CBR.

 

Deze maatregelen worden genomen om de veiligheid op de weg te verzekeren en het beschermen van weggebruikers en passagiers. Ook worden deze maatregelen genomen om de weg in stand te houden en de bruikbaarheid daarvan te waarborgen.

 

Belangenafweging

Bij het nemen van dit verkeersbesluit zijn de belangen van het CBR, overige weggebruikers en de verkeersveiligheid tegen elkaar afgewogen. Het CBR heeft belang bij een veilige en goed bereikbare parkeergelegenheid voor voertuigen met aanhanger ten behoeve van het afnemen van BE-rijexamens.

 

De Stadionweg is een erftoegangsweg met een lage verkeersintensiteit en is geschikt voor het aanwijzen van een dergelijke parkeergelegenheid. Het gebruik is beperkt tot werkdagen en uitsluitend ten behoeve van het CBR, waardoor de gevolgen voor overige weggebruikers beperkt blijven.

 

Door de verplaatsing van de parkeergelegenheid van het drukke Stadionplein naar de Stadionweg wordt de verkeersveiligheid en de bruikbaarheid van de openbare ruimte verbeterd. Het college acht de nadelige gevolgen voor andere belangen niet onevenredig.

 

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Stadionweg in hun besluit van 20 november 2024, Ruimte / Mobiliteit / 2024-1046748;

  • 2.

    een specifieke parkeergelegenheid aan te wijzen voor voertuigen met een aanhanger van het CBR aan de Stadionweg door het (ver)plaatsen van de borden E8 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden met de tekst “Ma-vr CBR” en de OB504;

 

Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden

  • 3.

    de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 en de onderborden OB07 om eenrichtingsverkeer in te stellen voor de Stadionweg, voor het deel gelegen tussen de in/uitrit van DHL en de Severenstraat, gesloten voor gemotoriseerd verkeer in de richting van de Severenstraat;

  • 4.

    de borden D5 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden OB07 en onderborden met de tekst “uitgezonderd P. de Coubertinweg 5 en 7” om, ter hoogte van de kruising van de Stadionweg met de P.de Coubertinweg, het verkeer te gebieden de rijrichting te volgen die op het bord is aangegeven met uitzondering van verkeer bestemd voor P. de Coubertinweg 5 en 7;

  • 5.

    de borden E1 van Bijlage I van het RVV 1990 om een parkeerverbod in te stellen aan beide zijden van de Stadionweg voor het deel gelegen tussen de Olympiaweg en de Groene Loper/P. de Coubertinweg;

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps.

 

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 5 februari 2026

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

Naar boven