Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen,

 

gelet op de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2026’

 

Gelet op het bepaalde in de Wet op de lijkbezorging;

 

Besluit:

 

vast te stellen het uitvoeringsbesluit voor het beheer en gebruik van grafbedekkingen, graven en asbezorging op de gemeentelijke begraafplaatsen Vlissingen 2026.

 

 

 

 

Artikel 1. Openstelling en begraaftijden

1. De begraafplaatsen zijn dagelijks geopend van zonsopgang tot zonsondergang.

2. De werktijd van het begraven van lijken en het bezorgen van as is op werkdagen van 9.00 uur tot 15.00 uur en op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur.

3. Zowel de begin- als eindtijd van de plechtigheid op de begraafplaatsen dient tussen de in het tweede lid aangegeven tijden te liggen.

4. Per plechtigheid wordt uitgegaan van een tijdreservering van één uur.

5. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken waarbij een extra toeslag in rekening wordt gebracht bij de rechthebbende of belanghebbende van het graf.

 

Artikel 2. Aantal overledenen en asbussen

  • 1.

    Per graf mogen maximaal worden geplaatst:

  • a.

    particulier graf 1 of 2 personen en 2 asbussen

  • b.

    particulier Islamitisch graf 1 persoon

  • c.

    algemeen graf 2 personen

  • d.

    algemeen Islamitisch graf 1 persoon

  • e.

    particulier kindergraf 1 persoon

  • f.

    particulier Islamitisch kindergraf 1 persoon

  • g.

    particuliere urnennis 2 asbussen of urnen

  • h.

    particulier urnengraf 4 asbussen of urnen

  • 2.

    In algemene graven mogen geen asbussen of urnen worden bijgezet.

  • 3.

    De graven bestaan uit maximaal twee lagen. De tweede laag betreft de eerst begravene en de eerste laag de laatst begravene.

  • 4.

    Het is toegestaan een graf samen te voegen waarbij maximaal twee stoffelijke resten worden samengevoegd op de tweede begraaflaag. Het college bepaalt of het samenvoegen technisch mogelijk is door de grondwaterstand. Hierbij wordt artikel 5.4 van het Besluit op de Lijkbezorging in acht genomen. De gemeente compenseert rechthebbenden niet indien er geen mogelijkheid is tot nieuwe begraving.

  • 5.

    Het samenvoegen van een particulier graf kan per graf maximaal één keer plaats vinden.

  • 6.

    As mag verstrooid worden over graven die zijn voorzien van een graftuintje. Nabestaanden dienen een verzoek tot asverstrooiing bij het college in te dienen.

Artikel 3. Graftermijnen

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, de volgende uitsluitende rechten:

  • a.

    het recht op een particulier graf voor een termijn van 20 jaar;

  • b.

    het recht op een particulier kindergraf voor een termijn van 40 jaar;

  • c.

    het recht op een particuliere urnennis of particulier urnengraf voor een termijn van 5, 10, 15 of 20 jaar;

  • d.

    het recht op het plaatsen van een gedenkblaadje aan de gedenkboon voor een termijn van vijf jaar.

  • 2.

    In lid 1a, 1b en 1c van dit artikel bedoelde recht kan op aanvraag van de rechthebbende worden verlengd telkens met een termijn van 5, 10, 15 of 20 jaar.

  • 3.

    In lid 1d van dit artikel bedoelde recht kan op aanvraag van de rechthebbende worden verlengd telkens een termijn van 5 jaar.

  • 4.

    Algemene graven worden ter beschikking gesteld voor een termijn van 15 jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd.

  • 5.

    Het in het eerste en tweede lid bedoelde grafrecht wordt door het college schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte.

 

Artikel 4. Afmetingen graf

  • 1.

    De afmetingen (lxb) van het grafoppervlak bedragen:

  • a.

    particulier graf 200 x 100 cm

  • b.

    algemeen graf 200 x 100 cm

  • c.

    particulier kindergraf 150 x 80 cm

  • d.

    particulier urnengraf 60 x 60 cm

 

Artikel 5. Voorwaarden gedenktekens

  • 1.

    Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde hout soort.

  • 2.

    De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

  • 3.

    Urnen moeten stevig verankerd worden op een bijpassende grondplaat of sokkel, zodanig dat verwijdering door onbevoegden wordt voorkomen.

  • 4.

    Gedenktekens moeten zodanig worden gefundeerd, dat verzakking niet mogelijk is. De constructie moet zodanig zijn, dat zij uit en in elkaar gezet kan worden zonder de cementvoegen te verbreken. Eventuele verbindingen moeten vakkundig worden aangebracht.

 

Artikel 6. Vergunning gedenkteken

  • 1.

    Voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken is een door het college verleende vergunning vereist.

  • 2.

    Een vergunning voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd. Bij de schriftelijke aanvraag behoort een werktekening te worden ingediend. Op deze werktekening dienen tenminste voor te komen:

  • a.

    een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte- , breedte-, dikte- en lengtematen;

  • b.

    de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;

  • c.

    de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;

  • d.

    de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);

  • e.

    het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop;

  • f.

    een foto of afbeelding indien deze uitmaakt van het gedenkteken;

  • 3.

    Op particuliere urnengraven wordt alleen een gedenkteken toegestaan.

  • 4.

    De gemeente voorziet de particuliere urnennissen niet van afsluitplaten.

  • 5.

    Het college kan het ontwerp van een gedenkteken weigeren als dit als kwetsend en/of aanstootgevend wordt aangemerkt.

  • 6.

    De beslissing op de aanvraag wordt door het college schriftelijk medegedeeld.

  • 7.

    De kosten voor het verlenen van een vergunning worden voldaan door of in naam van de rechthebbende of belanghebbende.

  • 8.

    Het plaatsen of vervangen van een gedenkteken wordt altijd in afstemming met de beheerder gepland. Een vergunning wordt niet eerder verstrekt, dan nadat tenminste drie maanden zijn verlopen sinds een begrafenis in het betreffende graf.

  • 9.

    Een vergunning wordt alleen verstrekt voor graven waarvan de graftermijn niet verlopen is.

  • 10.

    Na plaatsing van het gedenkteken controleert de beheerder of dat het voldoet aan de gestelde eisen.

 

 

Artikel 7. Afmetingen gedenktekens

  • 1.

    De afmetingen van een gedenkteken op een particulier graf moet voldoen aan de volgende eisen:

  • a.

    situatie liggend lengte 200 cm x breedte 75 cm

  • b.

    situatie staand hoogte 100 cm x breedte 75 cm

  • c.

    uitzondering hierop zijn:

    1. Het Rooms-Katholieke deel op de Noorderbegraafplaats:

lengte 170 cm x breedte 75 cm x hoogte 100 cm

2. Vak 7 op de begraafplaats Oost-Souburg

lengte 200 cm x breedte 75 cm x hoogte 130 cm

  • 2.

    Op één algemeen graf mag per overledene een gedenkteken geplaatst worden, tot een maximum van twee per graf. Er is enkel een liggend gedenkteken toegestaan. De steen mag pas geplaatst worden na de laatste begraving. De afmetingen van een gedenkteken op een algemeen graf moet voldoen aan de volgende eisen:

  • a.

    situatie liggend lengte 95 cm x breedte 75 cm x 20 cm hoogte

  • 3.

    Het gedenkteken aanwezig op het algemene graf wordt op volgorde van hoofeinde naar voeteneinde geplaatst. De belanghebbende heeft geen vrije keuze hierin.

  • 4.

    De afmetingen van een gedenkteken op een particulier kindergraf moet voldoen aan de volgende eisen:

  • a.

    situatie liggend lengte 90 cm x breedte 60 cm

  • b.

    situatie staand hoogte 70 cm x breedte 60 cm

  • 5.

    De afmetingen van een gedenkteken op een particulier urnengraf moet voldoen aan de volgende eisen:

  • a.

    situatie liggend lengte 40 cm x breedte 40cm

  • b.

    situatie staand hoogte 60 cm x breedte 40 cm

  • 6.

    De particuliere urnennissen zijn voorzien van een afsluitplaat. De rechthebbende kan deze laten voorzien van een inscriptie, gedenkteken en of belettering in of op de plaat aangebracht met een maximale diepte of maximale dikte van 1 cm.

  • 7.

    De afmetingen van een gedenkplaatje zijn 12,5 cm x 7 cm. Voor het gedenkplaatje mag alleen niet-doorzichtig materiaal worden gebruikt. De rechthebbende is verantwoordelijk voor de aanschaf van het gedenkplaatje. De gemeente voorziet niet in deze naamplaatjes.

  • 8.

    De gemeente voorziet in de gedenkblaadjes die aan de gedenkboom komen te hangen.

 

Artikel 8. Plaatsing gedenkteken

  • 1.

    Het tijdstip van plaatsing, herstel of vervanging van het gedenkteken dient ten minste twee werkdagen van tevoren kenbaar gemaakt te worden aan de beheerder. In overleg met de beheerder wordt bepaald wanneer en onder welke voorwaarden de werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.

  • 2.

    Het plaatsen van de gedenktekens dient plaats te vinden op maandag t/m vrijdag onder de in artikel 1, eerste lid gestelde tijden.

  • 3.

    Indien er beschadigingen ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan het gedenkteken, moet de veroorzaker hiervan zich melden bij de beheerder van de begraafplaats. In overleg met de beheerder wordt bepaald of de schade door of op kosten van de veroorzaker worden hersteld.

  • 4.

    Voor het bijzetten van een lijk of een asbus in een particulier graf of het bijzetten van een asbus in een particulier urnennis of urnengraf worden grafbedekkingen of afdekplaten door of namens de rechthebbende verwijderd en/of herplaatst.

 

Artikel 9. Voorwaarden gedenkblaadjes gedenkboom

  • 1.

    Een gedenkblaadje is voor eenieder die een dierbare wil herdenken. Dit kan na het ruimen van een graf zijn, na het verstrooien van de as, of wanneer iemand elders begraven, verstrooid of vermist is.

  • 2.

    De gemeente is verantwoordelijk voor de aanschaf en plaatsing van het gedenkblaadje. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud aan de gedenkboom.

  • 3.

    Rechthebbende is verantwoordelijk voor het onderhoud en schoonhouden van het gedenkblaadje.

  • 4.

    Bij schade of verlies is er geen mogelijkheid tot restitutie.

  • 5.

    Op één gedenkblaadje mogen de namen van meerdere overledenen gegraveerd worden.

  • 6.

    Het is niet toegestaan om losse voorwerpen rondom de gedenkboom aan te brengen.

 

Artikel 10. Grafbeplanting

  • 1.

    Het oppervlak van het particulier graf kan door de rechthebbende van het graf worden beplant met gewassen die de voor het graf beschikbare oppervlakte, in artikel 4, niet overschrijden of die door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. De hoogte van deze gewassen mag de voor het gedenkteken toegestane hoogte op het graf niet overschrijden, zie artikel 7.

  • 2.

    Gewassen die buiten de ruimte van het grafoppervlak worden geplant of overhangen, kunnen van gemeentewege verwijderd worden, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Dit geldt ook voor afgestorven beplanting.

  • 3.

    Op een particulier graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen éénjarige gewassen worden geplant.

  • 4.

    De winterharde gewassen die op de particuliere graven worden geplant mogen bij volle wasdom een maximale hoogte van 100 cm hebben en de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden.

 

Artikel 11. Slotbepalingen

  • 1.

    Dit uitvoeringsbesluit kan worden aangehaald als: ‘Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2026'.

  • 2.

    Het Uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en gedenkplaatsen Vlissingen 2010 en het uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen Vlissingen 2010 worden ingetrokken.

  • 3.

    Dit uitvoeringsbesluit treedt inwerking een dag na publicatie.

Vlissingen, 27 januari 2026,

Burgemeester en wethouders van Vlissingen,

de secretaris,

drs. R.D.A. Wiskerke

de burgemeester,

drs. A.R.B. van den Tillaar

Naar boven