Gemeenteblad van Hardenberg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hardenberg | Gemeenteblad 2026, 52762 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hardenberg | Gemeenteblad 2026, 52762 | beleidsregel |
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Hardenberg 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg;
overwegende dat voor de uitvoering van de bekostiging van het leerlingenvervoer beleidsregels zijn vastgesteld;
gelet op de Verordening leerlingenvervoer gemeente Hardenberg 2026;
vast te stellen “beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Hardenberg 2026”
DIT IS ONZE VISIE VOOR HET LEERLINGENVERVOER
Wanneer ouders het mobiliteitsvraagstuk tussen thuis en school niet zelf kunnen oplossen, neemt de gemeente haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en vervult haar wettelijke verplichtingen volgens diverse onderwijswetgevingen. In samenwerking met de ouders en de leerling wordt gezocht naar een passende oplossing. Indien nodig wordt advies ingewonnen bij de school van de leerling.
Leerlingenvervoer is maatwerk. De leerling staat centraal. We kijken naar de fysieke, mentale en emotionele mogelijkheden van de leerling binnen zijn omgeving. De leerling moet zo zelfstandig mogelijk naar school gaan. Dit stimuleert vertrouwen, verantwoordelijkheidsgevoel en onafhankelijkheid. Daarmee is leerlingenvervoer niet alleen een oplossing voor een mobiliteitsvraagstuk, maar ook een kans voor de leerling om te groeien in zijn ontwikkeling.
We zetten de beschikbare voorzieningen in volgens een oplopende schaal: van zo licht als mogelijk tot zo zwaar als nodig. Daarbij zorgen we voor passende voorwaarden voor leerlingen die afhankelijk zijn van groepstaxivervoer. Door tijdig te signaleren wanneer ondersteuning nodig is, kunnen we snel ingrijpen en voorkomen dat de vraag naar hulp toeneemt. Een sterke samenwerking tussen leerlingenvervoer en andere ondersteuningsmogelijkheden is hierin cruciaal. Daarnaast benutten we beschikbare data om de kwaliteit van de dienstverlening te toetsen.
We werken volgens het STOMPT-principe
Het STOMPT-principe houdt in dat onze voorkeursvolgorde van personenverplaatsingen is: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobiliteitsdiensten (niet zijnde de taxi), Privéauto en tot slot het Taxivervoer. Om dit ook de voorkeursvolgorde van individuele reizigers te laten zijn, moeten Stappen, Trappen en Collectief vervoer (OV en mobiliteitsdiensten) aantrekkelijker worden. Het STOMPTprincipe is naast deze voorkeursvolgorde ook een ruimtelijk inrichtingsprincipe. Hoe dit inrichtingsprincipe uitpakt, is afhankelijk van het type locatie en ambitie. Denk hierbij aan investeren in veilige fietsverbindingen en een goede dekking van openbaar vervoer in onze gemeente. De integrale samenwerking met publiek vervoer is hierin erg waardevol.
Hoofdstuk 2: EXTRA TOELICHTING OP AANVRAAGPROCEDURE VAN DE VERVOERSVOORZIENING, ARTIKEL 2-7 VAN DE VERORDENING
Artikel 2. Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
Artikel 4. Meerjarige beschikking
Op grond van de verordening artikel 7, lid 1 is het mogelijk om meerjarige beschikkingen af te geven. In het kader van vermindering van de regeldruk en vanuit het oogpunt van lastenverlichting voor de inwoner is het wenselijk om, indien mogelijk, voor een langere periode dan 1 schooljaar de vervoersvoorziening toe te kennen.
In ieder geval kan in de volgende gevallen een meerjarenbeschikking worden afgegeven:
Voor leerlingen die aangepast vervoer beschikt hebben gekregen op basis van het criterium dat de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug, meer dan een anderhalf uur onderweg is of de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar kan worden teruggebracht, en waarvan de verwachting is dat dit niet zal wijzigen door aanpassingen van het openbaar vervoer.
In de beschikking wordt de verplichting opgenomen, dat de ouders gehouden zijn wijzigingen die van invloed zijn op de toegekende vervoersvoorziening onverwijld schriftelijk bij de gemeente te melden. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
Hoofdstuk 3: TOELICHTING OP BEOORDELINGSCRITERIA, ARTIKEL 8-23 VAN DE VERORDENING
Artikel 5 Begeleiding van de leerling
Het college ziet ernstige benadeling van het gezin als de ouder of het netwerkt niet in staat is om de leerling naar de specifieke schoollocatie te begeleiden als:
in het gezin meerdere kinderen naar verschillende schoollocaties gaan die niet in staat zijn zelfstandig naar school te reizen en géén beroep kan worden gedaan op een ander om de begeleiding van de verschillende kinderen op zich te nemen. Van kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen is in ieder geval sprake als:
de ouder een arbeidsovereenkomst heeft welke in redelijkheid geen mogelijkheid biedt om in de werktijden rekening te houden met de schooltijden van de leerling. Het college kan hiervoor een werkverklaring opvragen. Waar nodig kan het college hierin ondersteunen door het aanleveren van een in te vullen formulier.
Artikel 8 Vervoer naar een stageplek
Naar analogie van de ‘dichtstbijzijnde toegankelijke school’ hanteert het college het begrip ‘dichtstbijzijnde toegankelijke stage’. Het college gaat ervan uit dat scholen dit aspect mee laten wegen in de plaatsing van leerlingen en dat zij stageplekken zoveel mogelijk zoeken in de buurt van het woonadres van de leerling. Als dit niet lukt of mogelijk is, dan vindt er vooraf overleg plaats tussen de school en de gemeente.
Het gehanteerde uitgangspunt houdt in dat het college alleen vervoer naar een stageplek buiten de gemeente bekostigt, als de school toereikend motiveert waarom in het betreffende geval een stage binnen de gemeente niet voldoet en een stage buiten de gemeente een duidelijke meerwaarde heeft voor de leerling. De motivering is specifiek op de betreffende leerling geschreven.
Om het plannen van stageritten beter mogelijk te maken, vindt aangepast vervoer naar en van een stageadres op schooldagen plaats op vaste uren in de ochtend (tussen 07:00 uur en 09:00 uur) en de middag (tussen 15:00 uur en 18:00 uur) of aansluitend aan de schooltijden zoals die in de schoolgids zijn opgenomen, met een marge van plus of min 30 minuten. Als deze tijdsblokken niet van toepassing zijn, omdat er sprake is van afwijkende begin- en eindtijden, dan wordt uitgegaan van het eerste en laatste lesuur.
Artikel 11 Eigen vervoer per fiets
Artikel 13 Reizen met het openbaar vervoer
De duur van een enkele reis met het openbaar vervoer, zoals beschreven in artikel 21 onder sub a en b van de verordening en onder artikel 5, lid 1 sub a van de beleidsregels, wordt als volgt berekend:
De reis stopt bij aankomst van school. In de berekening van de tijd wordt de maximale wachttijd van 15 minuten op school niet meegerekend. Dit is ook de tijd die een leerling maximaal eerder aan kan komen op school met het aangepast vervoer. Als bijvoorbeeld de school om 8.30 uur begint, dan is de maximale wachttijd vanaf 8.15 uur. Deze wachttijd wordt niet meegerekend in de berekening van de reistijd.
Artikel 14 Vergoeding reizen met het openbaar vervoer
Als toevoeging op de reiskosten kunnen de kosten van een vervoerstraining als beschreven in artikel 18 van de verordening worden aangeboden door het college. Een veelvoorkomende vervoerstraining die ingezet kan worden is de Go-OV app. Deze app begeleidt de leerling in het openbaar vervoer en heeft altijd de mogelijkheid om hulp in te schakelen. Leerlingen kunnen, als dit wordt ingezet als vervoerstraining, kosteloos gebruik maken van de app. De app werkt alleen op een smartphone met een Android besturingssysteem. Ouders/verzorgers zijn zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van een telefoon.
Artikel 18 Begeleiding leerling in het aangepast vervoer
Voor de begeleiding in het aangepast vervoer geldt dat het ophaal/brengadres gelijk is aan het adres van de te begeleiden leerling. Voor de ritten van de begeleider terug naar de woning of naar school zonder de leerling ontvangt de begeleider een vergoeding voor de reiskosten op basis van het openbaar vervoer.
Artikel 21 Onaanvaardbaar gedrag: Categorieën
Artikel 22 Onaanvaardbaar gedrag: maatregelen
Het college hanteert per categorie onaanvaardbaar gedrag zoals beschreven in artikel 21 derde lid van deze beleidsregels, een stappenplan met maatregelen passend bij de ernst van de misdraging. Bij het nemen van maatregelen wordt altijd rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de leerling. Ouders kunnen een overleg aanvragen en bezwaar maken tegen besluiten.
Stappenplan bij ernstige misdragingen:
het aangepast vervoer wordt tijdelijk opgeschort. De ouder(s) ontvangen hierover een brief. De duur van de opschorting is afhankelijk van de ernst van de gedraging. De opschorting kan niet langer duren dan acht (8) weken. Gedurende de opschorting is de leerling wel verplicht naar school te gaan. Tijdens de opschorting overleggen ouder(s) en gemeente om te komen tot een structurele oplossing na de opschorting;
Hoofdstuk 4 TOELICHTING OP BIJDRAGE IN DE KOSTEN, ARTIKEL 24 EN 25 VAN DE VERORDENING
Hoofdstuk 5 TOELICHTING OP RECHTMATIGHEID, ARTIKEL 26 EN 31 VAN DE VERORDENING
Artikel 26 Doorgeven van wijzigingen
Wanneer een ouder vaststelt dat een leerling als gevolg van ziekte of vanwege andere oorzaken niet vervoerd hoeft te worden, moet de ouder dat melden bij de vervoerder. Betermelding (na ziekte) moet op dezelfde manier worden doorgegeven. Zonder tijdige betermelding is er geen vervoer beschikbaar. Een afmelding geldt tot tegenbericht van de ouder.
Hoofdstuk 6 TOELICHTING OP SLOTBEPALINGEN, ARTIKEL 26 EN 31 VAN DE VERORDENING
Artikel 28 Afwijken van bepalingen en gevallen waarin de regeling niet voorziet
In artikel 28 van de verordening staat informatie over beslissingen waarin deze verordening niet voorziet. In het leerlingenvervoer zal zich vast aantal concrete gevallen voordoen, waarin de verordening niet voorziet. Te denken valt onder andere aan:
In de hardheidsclausule, artikel 28 van de verordening, is bepaald dat het college in bijzondere gevallen voor het vervoer naar het onderwijs ten gunste van de ouders kan afwijken van de bepalingen in de verordening. Een voorbeeld hiervan is:
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg in haar vergadering van 2 februari 2026.
Het college voornoemd,
secretaris, burgemeester,
B.M. de Vries M.W. Offinga
Bijlage: Overzicht richtlijnen passend vervoer (artikel 2.7)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-52762.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.