Participatieverordening Gemeente Nuenen 2025

De raad van de gemeente Nuenen c.a.;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11-11-2025;

 

gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet, de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit, het artikel 2.1.3 lid 3 van de Wet Maatschappelijke ondersteuning en het artikel 2.10 van de Jeugdwet

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Participatieverordening Gemeente Nuenen 2025

 

Inwonersparticipatie, overheidsparticipatie en uitdaagrecht

 

Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • -

    beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;

  • -

    bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen;

  • -

    inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • -

    inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • -

    inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners (ondernemers en maatschappelijke partijen) bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;

  • -

    overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen;

  • -

    uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

  • -

    maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, dorpsraden, wijkraden, sociale ondernemingen OF ondernemingen zonder winstoogmerk OF ondernemingen die geen winst uitkeren en andere organisaties die een collectief vormen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;

  • -

    ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;

Artikel 2. Reikwijdte

  • 1.

    Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht.

  • 3

    Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.

  • 3.

    Het bestuursorgaan past bij participatie bij het wijzigen of vaststellen van beleid vallend onder de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Jeugdwet respectievelijk het artikel 2.1.3 lid 3 van de Wet Maatschappelijke ondersteuning en het artikel 2.10 van de Jeugdwet toe.

  • 4.

    Er vindt geen inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als:

    • a.

      het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;

    • b.

      inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;

    • c.

      de uitkomst van de inwonersparticipatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;

    • d.

      de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;

    • e.

      sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • f.

      het om interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente gaat;

    • g.

      het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat;

Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten

Artikel 2. Doelstelling

Het doel van deze verordening is:

  • a.

    duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is;

  • b.

    de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken;

  • c.

    de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten;

  • d.

    de samenleving binnen de gemeente te versterken.

Artikel 4. Zorgplicht bestuursorgaan

Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat:

 

  • a.

    het doel en de beïnvloedingsruimte van participatie duidelijk is;

  • c.

    inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;

  • d.

    de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn;

  • e.

    tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;

  • f.

    het proces van participatie zorgvuldig verloopt;

  • g.

    duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie;

  • h.

    na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming;

Hoofdstuk 3 - Inwonersparticipatie

Artikel 5. Plan voor inwonersparticipatie

  • 1.

    Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid (Via beginspraak naar inspraak),een plan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit binnen (bijvoorbeeld twee weken) openbaar.

  • 2.

    Het plan bevat in elk geval:

    • a.

      een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;

    • b.

      de vorm van participatie, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:

      • -

        informeren: inwoners en maatschappelijke partijen krijgen informatie;

      • -

        meedenken: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners en maatschappelijke partijen en betrekt hun mening en adviezen bij het nemen van het besluit;

      • -

        meekiezen: het bestuursorgaan legt keuzes voor;

      • -

        meedoen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover;

    • d.

      informatie over de procedure en de planning van het proces waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden, de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces en de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid.

  • 3.

    Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad hierover.

Artikel 6 Inspraak

Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.

Artikel 7 Ondersteuning participatie

  • 1.

    Het college zorgt voor ondersteuning van degene die aan participatie wil deelnemen of een verzoek om participatie wil indienen of heeft ingediend. Dit doet zij door het beleid uit te voeren dat de gemeenteraad heeft opgesteld, waarbij inwoners worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid. Het college faciliteert dit door een duidelijke structuur te bieden voor participatie, zoals het communiceren van de kaders en de rol van inwoners, het organiseren van participatiemomenten en het stimuleren van eigen initiatieven.

Artikel 8 Eindverslag inwonersparticipatie

  • 1.

    Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag op en maakt dit binnen twee weken openbaar.

  • 2.

    Het eindverslag bevat in elk geval:

    • a.

      een beschrijving van het proces dat is gevolgd;

    • b.

      de uitkomsten van het proces;

    • c.

      een reactie op die uitkomsten waarbij beargumenteerd is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en

    • d.

      een evaluatie van het proces dat is gevolgd.

  • 3.

    Als het college op grond van artikel 5, derde lid het plan heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

Hoofdstuk 4 Overheidsparticipatie

Artikel 9 Overheidsparticipatie

  • 1.

    Inwoners, ontwikkelaars en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie indienen.

  • 2.

    Het verzoek bevat:

    • a.

      een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft;

    • b.

      de reden dat de indiener het verzoek indient; en

    • c.

      het resultaat dat de indiener beoogt.

  • 3.

    De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:

    • a.

      wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is;

    • b.

      welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn;

    • c.

      bij een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen

  • 4.

    De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.

  • 5.

    Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 10 Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie

  • 1.

    Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend.

  • 2.

    Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.

Artikel 11 Beoordeling verzoek overheidsparticipatie

  • 1.

    Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2.

    Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.

  • 3.

    Het bestuursorgaan wijst een verzoek af als:

    • a.

      het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet;

    • b.

      het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;

    • c.

      het verzoek niet voldoet aan de in artikel 12, derde lid gestelde eisen;

  • 4.

    Het bestuursorgaan kan een verzoek om overheidsparticipatie afwijzen als:

    • a.

      het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de overheidsparticipatie niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;

    • b.

      de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;

  • 5.

    Het bestuursorgaan reageert binnen vier weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.

  • 6.

    Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar.

Artikel 12. Uitvoering overheidsparticipatie

Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:

  • a.

    het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie;

  • b.

    het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie;

  • c.

    het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces van de overheidsparticipatie;

  • d.

    de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie; en

  • e.

    de evaluatie van de overheidsparticipatie.

Hoofdstuk 5 - Uitdaagrecht

Artikel 12. Verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.

  • 2.

    Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.

  • 3.

    De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:

    • a.

      wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is;

    • b.

      welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;

    • c.

      hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen;

  • 4.

    De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.

  • 5.

    Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 13. Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht heeft ingediend.

  • 2.

    Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.

Artikel 14. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2.

    Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.

  • 3.

    Het bestuursorgaan wijst een verzoek af als:

    • a.

      het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet;

    • b.

      het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;

    • c.

      het verzoek niet voldoet aan de in artikel 12, derde lid gestelde eisen;

  • 4.

    Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als:

    • a.

      het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;

    • b.

      als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;

  • 5.

    Het bestuursorgaan reageert binnen vier weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.

  • 6.

    Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar.

Artikel 15. Uitvoering taak

Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:

  • a.

    het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak;

  • b.

    het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak;

  • c.

    het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;

  • d.

    de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en

  • e.

    de evaluatie van de uitvoering van de taak.

Hoofdstuk 6 - Slotbepalingen

Artikel 16 Nadere regels college

Het college kan over inwonersparticipatie of overheidsparticipatie nadere regels vaststellen.

Artikel 17. Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.

Artikel 18. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Inspraakverordening Nuenen wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Inspraakverordening blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een [participatieprocedure OF inspraakprocedure] op grond van die verordening was gestart.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel en intrekking oude verordening

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Nuenen 2025

  • 3.

    De Inspraakverordening (22 september 2005) wordt ingetrokken

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 18 december 2025.

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier,

J. Oostdijk

de voorzitter,

F.G.F van Genugten

Naar boven