Gemeenteblad van Apeldoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Apeldoorn | Gemeenteblad 2026, 52015 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Apeldoorn | Gemeenteblad 2026, 52015 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd
Kadernota Maatschappelijke ontwikkelingen
Beleidsuitgangspunten Basisontmoetingsplekken
Deel I – Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd
Deel II – Artikelsgewijze en beleidsmatige toelichting
Deel III – Subsidieplafonds 2027 – 2031 en planning aanvraagproces 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen
Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling
Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager
Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering
Artikel 1.6 Bevoorschotting en betaling
Hoofdstuk 2 Subsidiabeleactiviteiten, vereisten en wijze van verdeling
Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten per stadsdeel
Artikel 2.1.1 Subsidievereisten
Artikel 2.1.2 Subsidievereisten dorpen
Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen
Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening
Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten
Artikel 4.1 Subsidiabele kosten
Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden
Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden
Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling
Artikel 7.1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie
Artikel 7.2 De vaststelling van de subsidie
Hoofdstuk 8 Afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen
Artikel 8.1 Afwijkingsbevoegdheid
Artikel 8.2 Inwerktreding en citeertitel
Deel II Artikelsgewijze en beleidsmatige toelichting
Algemeen beleidsmatig toetsingskader
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen
Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling
Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager
Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering
Artikel 1.6 Bevoorschotting en betaling
Hoofdstuk 2 Subsidiabele functies, vereisten en wijze van verdeling
Algemene toelichting hoofdstuk 2
Artikel 2.1 Subsidiabele functies per stadsdeel
Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten
Artikel 2.1.2 Subsidiabele activiteiten dorpen
Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen
Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening
Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten
Artikel 4.1 Subsidiabele kosten
Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden
Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden
Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling
Artikel 7.1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie
Artikel 7.2 De vaststelling van de subsidie
Hoofdstuk 8 Afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen
Artikel 8.1 Afwijkingsbevoegdheid
Artikel 8.2 Inwerktreding en citeertitel
Subsidieplafonds 2027 – 2031 en planning aanvraagproces 2026
Deel I – Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en jeugd
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;
Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;
Vast te stellen de volgende regeling:
Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd Apeldoorn
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen
Voor subsidieverstrekking geldt naast het bepaalde in deze subsidieregeling onverkort het bepaalde in de artikelsgewijze- en beleidsmatige toelichting op de subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd alsmede het bepaalde in de aanvraag en verantwoordingsformulieren.
Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Algemene voorzieningen: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Onder de begripsomschrijving ‘Algemene voorzieningen’ wordt tevens verstaan de ‘Overige voorzieningen’ zoals bedoeld in de Jeugdwet;
Basisontmoetingsplek Wmo: een laagdrempelige locatie in de wijk waar volwassen inwoners (18+) terecht kunnen voor sociale contacten, ondersteuning en deelname aan collectieve activiteiten. De plek is vrij toegankelijk, zonder indicatie, en draagt bij aan het versterken van zelfredzaamheid, samenredzaamheid en sociale participatie. Activiteiten richten zich op ontmoeting, voorlichting, gezondheid, recreatieve dagbesteding en informele ondersteuning;
Basisontmoetingsplek Wmo en Jeugd: een multifunctionele laagdrempelige locatie in de wijk die zowel gericht is op volwassenen (Wmo-doelgroep) als op jeugdigen (tot 18 jaar). De plek biedt een gevarieerd activiteitenpakket dat aansluit bij de behoeften van beide doelgroepen. Voor jeugdigen kunnen dit bijvoorbeeld activiteiten zijn gericht op sociale ontwikkeling, talentontplooiing, preventie en lichte ondersteuning. Voor volwassenen geldt hetzelfde als bij de Wmo-variant;
Onderaannemer: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die op grond van een bindende overeenkomst met de hoofdaannemer gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van de subsidieontvanger op grond van deze regeling subsidiabele activiteiten in een stadsdeel te verrichten;
Samen055: Samen055 is de toegang tot het sociaal domein (uitvoering Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De diensten Inwonersondersteuning (collectief en individueel), Wmo begeleiding, Jeugdhulp, Activering en Schuldhulpverlening worden in vijfSamen055 locaties in de vijf stadsdelen georganiseerd. Het doel van de netwerkorganisatie Samen055 is om ondersteuning op maat, in onderlinge samenhang en dichtbij de inwoners van Apeldoorn aan te bieden;
Satellietlocatie: een aanvullende, kleinschalige locatie die in directe verbinding staat met een Basisontmoetingsplek en wordt ingezet om (delen van) het activiteitenpakket uit te voeren. Het doel van een satellietlocatie is het vergroten van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van activiteiten voor doelgroepen in gebieden waar afstand, mobiliteit of spreiding een belemmering kan vormen. Een satellietlocatie is geen zelfstandige Basisontmoetingsplek, maar ondersteunt deze functioneel.
Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling
De primaire doelgroep voor de algemene voorzieningen in het kader van deze subsidieregeling zijn inwoners van de gemeente Apeldoorn met een beperking en/of chronische en/of psychosociale problemen en die (potentieel) ondersteuning nodig hebben bij het participeren in de samenleving en/of bij het zelf en/of samenredzaam blijven of worden en voor wie een algemene voorziening (voldoende) passend is.
Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager
Zowel de hoofdaannemers als de door de hoofdaannemer gecontracteerde onderaannemers dienen bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten te voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:
medewerkers en vrijwilligers inzetten die in het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens. Voor vrijwilligers en ervaringsdeskundigen kan hier door de aanbieder, in overleg met de gemeente, een uitzondering op worden gemaakt;
Hoofdstuk 2 Subsidiabeleactiviteiten, vereisten en wijze van verdeling
Artikel 2.1.1 Subsidievereisten
Artikel 2.1.2 Subsidievereisten Dorpen
Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen
Als meer dan één volledige aanvraag die voldoet aan de eisen van deze regeling, per aangewezen basisontmoetingsplek genoemd onder sub c en d eerste lid van artikel 2.1 wordt ingediend, rangschikt het college de aanvragen voor de Basisontmoetingsplek aan de hand van criteria, wegingsfactoren en verdelingsregels die opgenomen zijn in dit artikel;
Als toewijzing van alle volledige aanvragen die voldoen aan de eisen van deze regeling leidt tot een overschrijding van een deelplafond of het maximaal aantal basisontmoetingsplekken genoemd onder a en b eerste lid van artikel 2.1, rangschikt het college de aanvragen voor dit deelplafond of voor dit stadsdeel of de dorpen aan de hand van criteria, wegingsfactoren en verdelingsregels die opgenomen zijn in dit artikel;
Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen dekkende en evenwichtige spreiding van de basis-ontmoetingsplekken per stadsdeel gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de betreffende functie.
Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening
De aanvraag kan uitsluitend digitaal via het daarvoor ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier worden ingediend voor de uiteindelijke sluitingsdatum (zie lid 1). Dit aanvraagformulier gaat vergezeld van een begroting met een overzicht van de geraamde kosten per activiteit voor het kalenderjaar 2027 en de overige vereiste bijlagen zoals vermeld op het aanvraagformulier.
Aanvragen dienen voor de uiterlijke sluitingsdatum, compleet en zonder voorbehoud te zijn ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de organisatie bevoegde persoon. De subsidieaanvragen mogen na de uiterste indieningsdatum niet worden veranderd of inhoudelijk worden gewijzigd c.q. aangevuld.
Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden
Hoofdstuk 8 Afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen
Artikel 8.1 Afwijkingsbevoegdheid
Het college kan in bijzondere gevallen, gelet op het belang van een toereikend aanbod voor de betrokken doelgroep, bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan gemotiveerd afwijken, voor zover toepassing naar het oordeel van het college, leidt tot onbillijke of onevenredige gevolgen.
Deel II – Artikelsgewijze en beleidsmatige toelichting
Algemeen beleidsmatig toetsingskader Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken
Deze Subsidieregeling gaat over; de Basisontmoetingsplekken. De beleidsmatige kaders voor de Basisontmoetingsplekken, zijn:
Voor de nieuwe subsidieregeling is vastgesteld dat we doorbouwen op wat we hebben. Ook hebben we aandacht voor nieuwe ontwikkelingen, onderstaand een samenvatting van enkele van de belangrijke uitganspunten voor de nieuwe subsidieregeling.
Evenwichtig aanbod: - Per stadsdeel zijn er beperkte middelen beschikbaar per stadsdeel. Daar waar aanbieders samenwerken in het opstellen van hun aanvraag, en zo komen tot een evenwichtig aanbod wat binnen het stadsdeelbudget blijft; zal dit leiden tot een hogere score in de beoordeling. Sterke mate van overlap in aanvragen, of hoge overvraging van het stadsdeelplafond, gaat ten koste van de evenwichtige spreiding.
Aangewezen locaties - We blijven inzetten op aangewezen locaties en proberen zo veel mogelijk onze voorliggende voorzieningen met de toegang (Samen055) te verbinden. Deze beweging is al ingezet bij Zilverschoon, en Orca en zetten we ook uit bij De Stolp. Daarnaast wordt op deze wijze efficiënt omgegaan met gemeentelijk vastgoed. Subsidieaanvragen voor Basisontmoetingsplekken aangewezen locatie, die aan de kwaliteitseisen voldoen, hebben voorrang bij subsidieverlening. Deze aanvragen worden het eerst toegekend, vervolgens komen de overige aanvragen aan de beurt, tot het subsidieplafond is bereikt.
Satelliet-locaties - Om geografische spreiding te garanderen zal er in stadsdeel zuidoost en de dorpen met satelliet-locaties gewerkt worden. In zuidoost is dit nieuw. Deze beweging komt voort uit de ontwikkelingen binnen dit stadsdeel, met de verhuizing naar De Stolp, en mogelijke planologische aanpassingen in de wijk voor de komende jaren. Binnen de Dorpen was deze opzet al bekend. Door de inherente spreiding van dorpen blijven we hiermee werken.
Huisvestingskosten - Gaan van een vast bedrag naar aanvraag op basis van werkelijke kosten. Hiermee creëren we ruimte voor de verschillen die afgelopen jaren zijn ontstaan in kosten tussen locaties. Wel wordt er gewerkt met een maximum om overhead te minimaliseren. De middelen uit de regeling moeten zo veel mogelijk bij de inwoner terecht komen. Huisvestingskosten worden meegenomen in de tender waarbij lagere huisvestingskosten/overheadkosten leiden tot een betere score in de beoordeling.
Toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen
De hoofdaannemer dient een deel van de subsidiabele activiteiten door één of meerdere onderaannemers te laten uitvoeren. Dit deel is bepaald op minimaal 15% van de begrote loonkosten. De reden dat deze minimumeis gesteld wordt is om, naast de kwaliteitseisen uit artikel 1.3 van de regeling, te waarborgen dat er voldoende verschillende vormen van expertise zijn, zodat er een aanbod beschikbaar is dat past bij de vraag van de inwoners. Verschillende inwoners hebben verschillende manieren waarop ze geholpen willen worden. Het ‘DNA’ van en organisatie kan een rol spelen in de mate waarin het aansluit op de behoefte van de inwoner. Het hebben van een groepering van organisaties per locatie helpt daarom de diversiteit van de Basisontmoetingsplek te verbeteren. Ook wil de gemeente monopolie, situaties waar mogelijk voorkomen en streeft een balans aan hulpverlening na.
De afspraken tussen hoofdaannemer en onderaannemer worden juridisch vastgelegd, bijvoorbeeld een overeenkomst van onderaanneming. In deze overeenkomst dienen in ieder geval afspraken vastgelegd te worden over (tijdige) doorbetaling van subsidie van de hoofdaannemer aan de onderaannemer en de hoogte van het subsidiebedrag. De hoogte van het ontvangen uurloon door de hoofdaannemer dient volledig doorbetaald te worden aan de onderaannemer.
Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling
De Basisontmoetingsplekken vallen onder de algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen zijn bedoeld om laagdrempelig en vaak collectieve ondersteuning te bieden die voorliggend is aan zwaardere ondersteuning die op indicatie beschikbaar is. De Basisontmoetingsplekken zijn bedoeld om de zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen en de samenredzaamheid van de wijk te versterken. Inwoners helpen elkaar, versterken hun netwerk en doen mee aan de samenleving zonder hierbij gebruik te maken van individuele ondersteuning.
Anders dan de Welzijnswet richten de Wmo en de Jeugdwet zich op de eigen kracht van de burger. Dit betekent dat voor preventief beleid dit als uitgangspunt geldt. Van de subsidieaanvragers wordt verwacht dat zij hier bij de uitvoering van de activiteiten en dienstverlening invulling aan geven. Het activiteitenaanbod op locatie moet aantoonbaar bijdragen aan het voorkomen, vertragen of afbouwen van individuele maatwerkondersteuning. Het uitgangspunt is collectieve ondersteuning, of ondersteuning met behulp van vrijwilligers. Met deze subsidieregeling realiseren wij een aantal locaties waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Mocht er een burgerinitiatief zijn in een buurt waar een locatie voor nodig is, dan staat een ontmoetingsplek ook hiervoor open. Op deze manier geven wij invulling aan de inclusieve samenleving.
De Basisontmoetingsplekken zijn primair bedoeld voor inwoners van de gemeente Apeldoorn met een lichte ondersteuningsvraag.
Te denken valt bijvoorbeeld aan:
Er is in Apeldoorn een groot scala aan voorzieningen waar inwoners gebruik van kunnen maken. Een deel van deze voorzieningen wordt gesubsidieerd door de gemeente. Deze algemene voorzieningen richten zich deels op alle inwoners, zoals bijvoorbeeld de publieke gezondheidszorg of sportvoorzieningen, en deels op inwoners die het (tijdelijk) niet redden op eigen kracht of die een hulpvraag hebben.
Deze subsidieregeling richt zich op deze laatste groep inwoners.
De activiteiten die op grond van de subsidieregeling worden gesubsidieerd zijn daarom primair gericht op de kwetsbare inwoners binnen de gemeente. Het doel van de regeling is dan ook om te voorkomen dat er problemen voor inwoners ontstaan dan wel verergeren. In de subsidieregeling is nadrukkelijk bepaald dat het preventief beleid, gericht op het voorkomen en vroegtijdig signaleren van (beginnende) problematiek bij kwetsbare inwoners, essentieel is. Primair voor mensen in kwetsbare positie, maar alle inwoners zijn welkom.
Indien een ondersteuningsvraag van een inwoner de capaciteit/professionaliteit van een Basisontmoetingsplek overstijgt kan dit reden zijn om een te zoeken naar een passend alternatief voor de Basisontmoetingsplek.
Voor het bezoeken van de ontmoetingsplek wordt er verwacht dat iemand volledig zelfstandig kan functioneren. De ontmoetingsplek is geen plek waar zorg verleend wordt. Belangrijk is dat een Basisontmoetingsplek een passende oplossing voor de inwoner moet zijn die niet leid tot onveilige situaties, of leid tot minder tijd/aandacht voor andere deelnemers.
Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager
a. Beschikken over aantoonbare kennis en ervaring in het betreffende vakgebied/ de betreffende werksoort
Minimaal twee jaar professionele kennis en ervaring in het betreffende vakgebied/de betreffende werksoort is vereist. Het college kan de aanvrager tijdens de procedure verzoeken deze kennis en ervaring aan te tonen en/of referenties te overleggen waaruit deze kennis en ervaring blijkt. De aanvrager dient deze gegevens binnen 5 werkdagen te overleggen.
Onder ervaring en kennis wordt in ieder geval verstaan dat de aanvrager er zorg voor draagt dat medewerkers specifieke kennis en ervaring hebben over:
Voor medewerkers van Basisontmoetingsplekken in de dorpen is deze eis niet van toepassing. Wel is het van belang dat alle doelgroepen welkom zijn en dat een goede doorverwijzing naar specialistische kennis geborgd is.
b. Zijn ingebed in de lokale en sociale infrastructuur
Met ingebed in de lokale en sociale infrastructuur wordt bedoeld dat aanvragers aannemelijk maken dat zij weten wat er aan hulpvragen onder inwoners in het betreffende stadsdeel en/ of de dorpen leeft. Het aanbod dient aan te sluiten en afgestemd te zijn met andere voorzieningen in de wijk (geen overlap of lacunes). Onder ander voorzieningen in de wijk vallen ook de andere Basisontmoetingsplekken in het betreffende stadsdeel. Ook moeten aanbieders bekend zijn met andere relevante sociale voorzieningen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: Samen055, De Kap, Apeldoorn Pakt Aan en het CJG.
c. Waarborgen dat zorg- en ondersteuning wordt uitgevoerd door deskundige medewerkers die continu bijgeschoold worden op basis van relevante ontwikkelingen met betrekking tot de dienstverlening
Professionele ondersteuning dient in ieder geval geboden te worden door minimaal mbo geschoolde medewerkers.
g. Geen eigen bijdrage heffen, met uitzondering van een (toegankelijke) bijdrage voor consumptieve en recreatieve goederen en de inzet van vakdocenten bij recreatieve activiteiten op ontmoetingsplekken
Een aanbieder van de algemene voorzieningen kan kosten in rekening brengen voor het nuttigen van koffie/thee, andersoortige consumpties en het gebruik van materiaal.
Deze kosten mogen niet hoger zijn dan de redelijkerwijs vastgestelde kostprijs van het desbetreffende product. Daarnaast mag afname van deze producten niet verplicht worden gesteld aan de inwoner die van een desbetreffende algemene voorziening gebruik maakt. Indien vakdocenten worden ingezet dient dit kostendekkend te zijn middels een bijdrage van de deelnemers.
h. In het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens van medewerkers en vrijwilligers Voor vrijwilligers en ervaringsdeskundigen kan hierop een uitzondering worden gemaakt
Aan vrijwilligers en ervaringsdeskundigen voor wie geen verklaring omtrent gedrag wordt afgegeven en die onder directe supervisie van een (pedagogisch) professional werken, vraagt de organisatie (aanbieder) inzage in de brief waarin de verklaring omtrent gedrag wordt geweigerd.
De aanbieder maakt dan, in overleg met de gemeente, een afweging of betrokkene al dan niet op verantwoorde wijze als vrijwilliger aan de slag kan. Indien betrokkene de brief niet wenst te overhandigen aan de aanbieder kan een zorgvuldige afweging niet worden gemaakt met als consequentie dat betrokkene geen vrijwilligerswerk mag doen.
j. Bestuurders zijn in het bezit van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens;
Bestuurders zijn in het bezig van een verklaring omtrent goed gedrag, of zorgen dat ze binnen 6 maanden na aantreden in het bezit zijn van een dergelijke verklaring.
Het college kan daarna op grond van deze regeling totdat deze regeling vervalt telkens een subsidie verlenen voor een tijdvak van één tot maximaal vier kalenderjaren.
De subsidieverlening op basis van deze regeling loopt tot uiterlijk 2031, tenzij anders door het college wordt besloten. Het college kan beslissen om eerder te stoppen met subsidieverlening op basis van deze regeling dan 2031.
Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering
Als onderdeel van de uitvoering van de regeling kunnen overschotten binnen stadsdeelplafonds herverdeeld worden. Wanneer er binnen één of meerder stadsdeelplafonds een overschot ontstaat kan dit overschot toegewezen worden aan één of meerdere andere stadsdeelplafonds. Een overschot kan ontstaan door het vervallen van Basisontmoetingsplekken of activiteiten, of door ondervraging van een stadsdeelplafond in de aanvraagperiode. Dit valt binnen het mandaat van de uitvoering van de regeling.
Onder lid 4 wordt niet verstaan de herverdeling die plaats kan vinden op grond van lid 2.
Naast het herverdelen van overschot is het college bevoegd om de stadsdeelplafonds te verhogen of verlagen.
Toelichting Hoofdstuk 2 Subsidiabeleactiviteiten, vereisten en wijze van verdeling
In Apeldoorn kennen we een diversiteit aan verschillende Basisontmoetingsplekken. Deze diversiteit is een kracht en een uitdaging. De diversiteit zorgt voor een gespreid en variabel aanbod voor de Apeldoornse inwoner. Basisontmoetingsplekken moeten kunnen inspelen op de behoefte van de wijk. Veel Basisontmoetingsplekken kennen een eigen karakter, waarbij de geschiedenis, wijk en achtergrond van de aannemers een grote rol spelen. Toch moeten al deze Basisontmoetingsplekken binnen één regeling blijven vallen. Een aantal centrale afwegingskaders zijn belangrijk voor de gemeente in het komen tot een goede spreiding van locaties en aanbod.
Apeldoorn blijft werken met aangewezen locaties. Locaties die geheel of deels in bezit van de gemeente zijn, zijn van strategisch belang van de gemeente. Net als de vorige subsidieregeling wijst de regeling aangewezen locaties aan (zie art 2.1). Om te voorkomen dat aangewezen locaties financieel een te groot aandeel van het stadsdeelplafond in beslag nemen wordt er een maximum per aangewezen locatie gehanteerd. Zie Deel III van de toelichting onderaan de regeling.
Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten per stadsdeel
De aanvragen worden per stadsdeel en voor de dorpen gerangschikt. Onder de stadsdelen wordt hier verstaan:
De regeling maakt onderscheid in 4 typen Basisontmoetingsplek. Deze zijn onderverdeeld in 4 functies.
Per type Basisontmoetingsplek is een maximum aantal locaties bepaald. Zie hiervoor onderstaand.
Onderstaande tabel geeft weer hoe veel van elk type Basisontmoetingsplek aangevraagd kan worden per stadsdeel. Let op: aangewezen locaties kennen een specifiek budget maximum. Dit valt echter binnen het stadsdeel plafond en is dus geen los budgetplafond.
In stadsdeel Zuidoost, en in de Dorpen is het mogelijk om bij de aanvraag gebruik te maken van een satellietlocatie. Dit is een externe locatie waarbij onder regie van de hoofdlocatie activiteiten worden aangeboden.
Ook voor satellietlocaties geld dat een dekkende spreiding van belang is. De satellietlocatie mag niet te dicht bij een andere Basisontmoetingsplek liggen of buiten het stadsdeel van de hoofdlocatie geplaatst worden. M.a.w. een satellietlocatie van een Bop van Zuidoost kan nooit in Noordoost geplaatst worden.
Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten
Op basis van de aantoonbare behoefte die er in het stadsdeel aan ontmoetingsactiviteiten is, is er een maximum gesteld aan de personele inzet per Basisontmoetingsplek van maximaal 140 uur per week.
In de nieuwe subsidieregeling wordt gewerkt met productgroepen. Dit bied meer flexibiliteit op de langere termijn. De behoefte van de inwoner kan veranderen over tijd. Ditzelfde geld voor de beschikbaarheid van vrijwilligers. Door niet langer te beschikken op activiteiten niveau maar per productgroep kan hier soepeler mee omgegaan worden.
Voorbeeld: Een leraar die het ‘Samen Bewegen’ uurtje verzorgde stapt op. Echter er is wel een vrijwilliger die bereid is gezamenlijk buiten actief te zijn met een groep. In dit geval kan het wegvallen van een activiteit gemakkelijk binnen eigen productgroep opgevangen worden zonder dat hier beschikkingen of toestemming vanuit de gemeente voor noodzakelijk is. Dit geeft Basisontmoetingsplekken meer vrijheid en initiatief gedurende de subsidieregeling.
Ook geven productgroepen de mogelijkheid om aan te sluiten op het karakter en de behoefte van de wijk, terwijl één herkenbaar karakter geborgd blijft. Zo kan de ene Basisontmoetingsplek een groot aanbod uit productgroep 1 kennen, en slechts weinig uit 4, terwijl dit bij een ander, andersom is.
Belangrijk is dat het aanbod van de Basisontmoetingsplek aan de financiële kaders, en minimumvereisten blijft voldoen. Zolang dit het geval is kan het aanbod over tijd mee bewegen met de behoeften uit de wijk. Zo kan er binnen, maar ook tussen productgroepen geschoven worden, zolang men daarmee binnen de financiële en inhoudelijke kaders blijft.
Let op: Sommige activiteiten kunnen onder meerdere productgroepen passend zijn. Bij twijfelgevallen maakt de aanbieder zelf een inschatting in de aanvraag. Belangrijk is dat de doelstelling doorslaggevend is.
Voorbeeld: Samen bewegen past binnen productgroep 1 en 3. Wanneer het primaire doel is om mensen te laten ontmoeten middels bewegen, dan is het productgroep 1. Wanneer het de bedoeling is om men te laten bewegen, en ontmoeting een mooie bijvangst is, dan is het productgroep 3.
Minimumvereisten (Sub a, b & d t/m h)
Ook met productgroepen blijven er minimumvereisten bestaan, waar alle Basisontmoetingsplekken aan moeten voldoen. Deze minimumvereisten zorgen dat Basisontmoetingsplekken een stabiele en herkenbare basis hebben, waar een flexibele schil van activiteiten omheen bestaat. Het concept Basisontmoetingsplek moet een bepaald herkenbaar en stabiel karakter hebben voor de inwoner, de minimumvereisten helpen hierbij.
Voorbeeld: In gesprek met een inwoner kan een consulent de inwoner aangeven dat hij op ‘alle’ Basisontmoetingsplekken terecht kan om eenmaal per week warm te eten. Dit is simpel, en makkelijk te begrijpen en onthouden voor inwoners. Als een consulent moet uitleggen hoe dit in stadsdeel A kan maar in B niet, wordt het lastiger voor de inwoner en daarmee minder laagdrempelig.
We gaan daarmee uit van een harde kern, met een meer flexibele schil.
Let op: de minimumvereisten voor de dorpen of Wmo & Jeugd locaties kunnen afwijken
sub c onder 1 – Collectieve activiteiten & Ontmoeting
Ontmoetingsactiviteiten zijn gericht op samenzijn en vinden plaats in een open structuur. Dit betekent dat inwoners kunnen deelnemen aan de activiteiten wanneer zij willen en dat activiteiten, in tegenstelling tot de recreatieve dagbesteding, geen dagstructuur bieden. Collectieve activiteiten hebben tot doel de zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen, deze activiteiten zijn gericht op de ontwikkeling van vaardigheden. Bijvoorbeeld het vergroten van de gezondheid, weerbaarheid en het ontwikkelen van vaardigheden. Ook kunnen er op de ontmoetingsplekken cursussen worden gegeven door docenten, zoals bloemschikken en schilderen. Deze cursussen worden kostendekkend aangeboden (met de bijdragen van de deelnemers).
Doorgaans worden deze activiteiten begeleid door vrijwilligers. Hierbij wordt in principe de norm gehanteerd dat 1 uur professionele inzet leidt tot 4 uur aan activiteiten.
sub c onder 2 – Voorlichting & Ondersteuning
Basisontmoetingsplekken zijn verplicht om Sociaal Juridische Dienstverlening aan te bieden. Naast een juridisch spreekuur vallen ook activiteiten zoals ‘hulp met formulieren’, taal of praatgroepjes gericht op het leren van taalvaardigheden onder deze productgroep.
Ook lichte schuldhulpverlening, centenkwesties en dergelijke vallen onder deze productcategorie. Dit zijn specifieke activiteiten gericht op het ondersteunen van inwoners op juridisch, taalkundig, digitaal of administratief vlak. Deze ondersteuning mag instrumenteel zijn bij een specifieke vraag, maar kan ook educatief ingezet worden ter bevordering van vaardigheden of preventie van problemen.
Naast de specifieke activiteiten wordt van iedere medewerker op een Basisontmoetingsplek verwacht dat zij relatief eenvoudige informatie- en (juridische) adviesvragen kunnen beantwoorden, een luisterend oor bieden en hulp bieden bij het invullen van een formulier. Deze ondersteuning wordt waar mogelijk in collectieve vorm geboden.
sub c onder 3 – Gezondheid & Bewegen
Activiteiten gericht op gezondheid en bewegen zijn primair gericht op het bevorderen van de gezondheid van de deelnemers. Natuurlijk kunnen deze activiteiten ook in groepsverband gehouden worden, en daarbij bijdragen aan ontmoeting. Echter daar waar deze ontmoeting zich specifiek richt op de fysieke gezondheid, door beweging, sport, of activiteiten rond gezonder eten/koken.
sub c onder 4 – Recreatieve dagbesteding of Buurtcirkel
De recreatieve dagbesteding biedt een deelnemer een structurele, activerende daginvulling, door deel te nemen aan recreatieve of maatschappelijke activiteiten. Het programma als geheel biedt de deelnemer structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden aan een groep van gemiddeld 10 deelnemers, waarbij specialistische kennis is vereist. Er wordt methodisch gewerkt aan ontwikkeldoelen van de deelnemer. Vrijwilligers en mantelzorgers kunnen een deel van de zorg en begeleiding ondersteunen, evenals de deelnemer zelf als hij/zij in staat is om het programma mede vorm te geven. Er is een intensieve samenwerking met andere algemene voorzieningen en bewonersactiviteiten in de buurt. De organisatie stelt zich ontvankelijk op voor een breder publiek.
Een inwoner komt in aanmerking wanneer hij/zij niet (geheel) in staat is om zelfstandig of met behulp van de eigen leefomgeving vorm te geven aan de daginvulling, hij/zij niet (meer) kan werken of gebruik kan maken van regulier onderwijs vanwege beperkingen.
De activiteiten moeten leiden tot een aantoonbare reductie in behoefte/noodzaak aan maatwerkondersteuning.
Productgroep 5 (art 2.1.1, lid 1 sub c5) kan uitsluitend worden aangevraagd door Basisontmoetingsplekken die in art 2.1 aangemerkt worden als locatie waar jeugd onderdeel uitmaakt van het functieprofiel van de Basisontmoetingsplek. Concreet betekent dit dat op basis van deze regeling jeugd als productgroep alleen van toepassing is op stadsdeel
Op basis van de aantoonbare behoefte is er een maximum gesteld aan de personele inzet per basisontmoetingsplekken Jeugd. Deze verschilt per basisontmoetingsplek Jeugd.
Collectieve ondersteuning aan Jeugdigen
Jongerenwerkers leggen en onderhouden contact met jeugdigen door collectieve activiteiten te organiseren met en voor jeugdigen. De jongerenwerker richt zich op het ondersteunen van een gezonde ontwikkeling in een veilige omgeving, die jeugdigen in staat stelt om volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Daarnaast draagt de ondersteuning bij aan de sociale- en talentontwikkeling van jeugdigen. Op deze wijze worden risico’s gesignaleerd, wordt leefbaarheid bevorderd en overlast door jongeren voorkomen.
Ontmoetingsactiviteiten gericht op samenzijn van Jeugdigen
De inzet van jongerenwerkers voor ontmoetingsactiviteiten gericht op samenzijn bestaat uit het ondersteunen en faciliteren van vrijwilligers en buurtactiviteiten. Hierbij wordt de norm gehanteerd dat 1 uur jongerenwerk leidt tot 4 uur aan activiteiten.
Artikel 2.1.2 Vereisten Basisontmoetingsplek in een dorp
Net als in de vorige regeling gelden voor de dorpen lichtere eïssen aan een Basisontmoetingsplek. Dit om rekening te kunnen houden met schaalniveau en verdeling tussen de dorpen. Deze lichtere eïssen betreffen hoeveelheid aan uren en inzet op specifieke activiteiten zoals openstelling of dagbesteding.
Voor de inhoudelijke toelichting, zie de toelichting art 2.1.1 bovenstaand.
De aanvrager dient te onderbouwen wat de aantoonbare behoefte van de inwoners aan activiteiten op een Basisontmoetingsplek is. Voor deze onderbouwing van de (gewijzigde) aantoonbare behoefte wordt ieder geval gebruik gemaakt van apeldoorn.incijfers.nl, indien van toepassing de bezettingsgraad van de afgelopen drie jaar.
Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen
Er hoeft niet altijd gebruik gemaakt te worden van een tender. Wanneer de aanvragen van een stadsdeel binnen het stadsteelplafond blijven kan gekozen worden geen tender uit te voeren.
Een tender wordt doorlopen als: zie lid 1 en 2 onderstaand.
Er meer dan één aanvraag voor een (aangewezen) locatie wordt ingediend.
(mits beide aanvragen aan alle subsidievereisten voldoen)
Het totaal aantal aanvragen dat aan de subsidievereisten voldoet, de hoogte van het stadsdeelplafond overstijgen.
De rangschikking vindt plaats aan de hand van de volgende criteria en wegingsfactoren:
a. De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het gevarieerd activiteitenpakket aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen, en leidt tot een afname, uitstel of afbouw van maatwerkondersteuning. (wegingsfactor 3)
De subsidieaanvrager beschrijft hoe het aanbod aansluit op de behoeften van de inwoners in het stadsdeel of in de dorpen. Duidelijk naar voren moet komen dat op een gedegen wijze een onderzoek naar de behoeften heeft plaatsgevonden en dat de onderzoeksresultaten zijn vertaald in een passend aanbod voor de doelgroep(en).
Onder passend aanbod voor diverse doelgroepen wordt in ieder geval verstaan aanbod voor:
Een van doelstellingen van de Basisontmoetingsplekken is het bieden van preventief aanbod waarmee de behoefte aan maatwerkvoorzieningen word afgebouwd. Dit kan door:
Afname: Door gebruik van Basisontmoetingsplek wordt de ondersteuningsvraag licht opgevangen, waardoor maatwerkondersteuning niet nodig is
Uitstel: Bewegen, en ontmoeting kunnen inwoners langer fit, gezond en zelfredzaam houden. Gebruik van een Basisontmoetingsplek kan zo de noodzaak van maatwerkondersteunig uitstellen.
Afbouw: Sommige inwoners kunnen na een periode van intensieve ondersteuning weer re-integreren en hun zelfredzaamheid weer opbouwen. Denk aan inwoners met Niet aangeboren hersenletsel, afnemende schuldenproblematiek of een verslavingsverleden. Gebruik van een Basisontmoetingsplek kan helpen bij het afbouwen van de maatwerkondersteuning door een deel van de ondersteuning in een lichtere vorm over te laten gaan.
b. De mate waarin sprake is van een aanbod dat aantoonbaar bijdraagt aan het ontwikkelen en vergroten van vaardigheden gericht op zelfredzaamheid en samenredzaamheid. (wegingsfactor 3)
De subsidieaanvrager beschrijft hoe ondersteuning op de Basisontmoetingsplekken bijdraagt aan een verbetering van de zelfredzaamheid en samenredzaamheid en participatie. Om eenzaamheid onder inwoners tegen te gaan en te bevorderen dat mensen elkaar helpen is het belangrijk dat ingezet wordt op het verbinden van inwoners binnen het stadsdeel. De subsidieaanvrager beschrijft hoe hier invulling aan gegeven wordt.
Voor jeugdigen geldt dat de activiteiten die op de Basisontmoetingsplekken worden aangeboden een educatief karakter (bijvoorbeeld omgaan met groepsdruk) hebben of een hoger doel dienen, zoals het betrekken van jongeren en buurtbewoners in de organisatie van activiteiten om de binding met de wijk te vergroten. Er worden collectieve activiteiten geboden die jongeren stimuleren en uitdagen om grenzen te verleggen en vaardigheden te ontwikkelen, die nodig zijn om actief te kunnen participeren in de samenleving.
c. De mate waarin er sprake is van een herkenbare, laagdrempelige en toegankelijke Basisontmoetingsplek. (wegingsfactor 2)
Activiteiten moeten voor een brede groep inwoners toegankelijk en aantrekkelijk zijn. Toegankelijkheid gaat verder dan alleen fysieke bereikbaarheid — het gaat ook om duidelijke vindbaarheid, herkenbaarheid, betaalbaarheid en een passende omgeving.
Bij complexere ondersteuningsvragen is het belangrijk dat dagbestedings- en ontmoetingsactiviteiten kleinschalig worden aangeboden, bijvoorbeeld in een prikkelarme setting. De subsidieaanvrager beschrijft hoe hieraan invulling wordt gegeven.
Hoe goed het aanbod inwoners bereikt en activeert, blijkt onder andere uit de bezettingsgraad. Daarom worden, indien beschikbaar, ook deelnamecijfers uit eerdere jaren meegenomen in de beoordeling.
Het gaat niet om het voldoen aan objectieve criteria, maar aan het beschrijven hoe de Basisontmoetingsplek invulling geeft aan het bieden van een Herkenbare, Toegankelijke en Laagdrempelige ontmoetingsplek. Hoe dit ingevuld wordt kan verschillen per wijk/dorp.
d. De mate waarin de aanvraag is afgestemd met andere sociale voorzieningen in het stadsdeel/dorp met als doel overlap te voorkomen en een gespreid, evenwichtig aanbod te realiseren. (wegingsfactor 2)
De gemeente streeft naar een evenwichtig aanbod van sociale voorzieningen per stadsdeel of dorp, zonder grote hiaten of overlappingen. Dit is belangrijk voor een efficiënte inzet van middelen en optimale ondersteuning van inwoners. Omdat de beschikbare middelen beperkt zijn, is het van belang dat aanbieders zich bewust zijn van deze verdelingsvraag en hier zorgvuldig mee omgaan.
Wat wordt verwacht van aanvragers?
Uitzondering voor stadsdeel Zuidoost
Voor stadsdeel Zuidoost geldt dat gezamenlijke afstemming van de aanvraag met andere basisontmoetingsplekken niet verplicht is om maximale punten voor dit criterium te kunnen krijgen. Wel moet ook hier duidelijk worden beschreven hoe het aanbod samenhangt met andere sociale voorzieningen in het gebied.
e. De mate waarin er sprake is van een kosten efficiënte aanvraag waarin aangegeven wordt hoe de omvang, aard en het bereik van de Basisontmoetingsplek zich verhouden tot de opgevoerde kosten. (wegingsfactor 2)
De regeling kent een vast subsidieplafond en vaste deelplafonds per stadsdeel. Dit betekent dat toekenning aan de ene organisatie kan leiden tot afwijzing bij een andere. Daarom is de verhouding tussen kosten en opbrengsten (prijs/rendement) een belangrijk beoordelingsaspect.
Verschillen in aanpak zijn toegestaan
De primaire doelgroep per Basisontmoetingsplek kan verschillen. Sommige doelgroepen kunnen goed ondersteund worden met vrijwillige inzet, terwijl andere meer professionele begeleiding vragen. Verschillen in kostenstructuur zijn acceptabel, mits goed onderbouwd en passend bij het type activiteiten en de behoefte van de doelgroep.
Voorbeelden van valide benaderingen:
Beide benaderingen zijn valide, zolang uit de aanvraag blijkt dat er bewust is gekozen voor een aanpak die aansluit bij de lokale behoeften én rekening houdt met het beschikbare budget.
Voorbeelden van wijzen waarop de aanvrager kan aantonen de overheadskosten laag te houden:
Onder dekkende en evenwichtige spreiding per stadsdeel en in de dorpen wordt onder de functie Ontmoeting in ieder geval verstaan dat er diversiteit in aanbod is voor verschillende (groepen) inwoners. De aard van de ontmoetingsplekken is vaak zeer divers, waardoor verschillende (groepen) inwoners zich er prettig voelen, denk aan buurthuizen en woonzorgcentra. Gestreefd wordt naar een zo evenwichtig mogelijk aanbod.
Bij het bereiken van een dekkende spreiding wordt een minimale afstand van 500 meter tussen de Basisontmoetingsplekken aangehouden op basis van Google Maps. Indien locaties zich op minder dan 500 meter van elkaar bevinden kan een aanvraag afgewezen worden. Bij het bepalen welke aanvraag subsidie krijgt in deze situatie, zal een voorkeurslocatie en/of de locatie met de hoogste puntentelling in de tender voorrang krijgen.
Toelichting Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening
Aanvragen dienen voor de uiterlijke sluitingsdatum, compleet en zonder voorbehoud te zijn ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de organisatie bevoegde persoon.
Een aanvraag is pas volledig wanneer alle door de gemeente beschikbaar gestelde formulieren in het aanvraagportaal / op de aanvraag webpagina volledig zijn ingevuld.
Zie ook de planning in deel III van de regeling.
Toelichting Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten
Artikel 4.1 Subsidiabele kosten
Voor de Basisontmoetingsplekken gelden twee maximum tarieven; een Mbo en een Hbo-tarief. Er wordt een onderscheid in tarief gemaakt naar de verschillende CAO’s die van toepassing kunnen zijn op de subsidieaanvragers.
In onderstaande tabellen staan de maximum tarieven per functie:
Tabel 1 maximum tarieven Basisontmoetingsplekken
De tarieven die in bovenstaande tabellen staan zijn maximum tarieven. Het is aanvragers toegestaan om in de aanvraag lagere tarieven te hanteren mits zij daarmee aan hun CAO verplichtingen kunnen voldoen.
Activiteiten op Basisontmoetingsplekken kunnen worden verzorgd door vakdocenten. Deze activiteiten moeten volledig kostendekkend georganiseerd worden en vallen niet onder de bedoelde loonkosten.
Werkzaamheden die voortkomen uit de coördinatietaken van het hoofdaannemerschap en het coördineren van vrijwilligers worden niet opgenomen bij de activiteitenkosten, maar geboekt op de Coördinatiekosten. Dit zijn activiteiten die voortkomen uit het uitvoeren van het hoofdaannemerschap.
Subsidie hiervoor kan verstrekt worden voor een maximaal aantal uren tegen een maximaal tarief. In de tabellen hieronder staan het aantal uren opgenomen. Om te komen tot een kostenindicatie dienen de uren te worden verrekend met het geldende CAO van de Basisontmoetingsplek in kwestie. Let op de coördinatie uren in de tabel betreft het Maximum aantal uren. Minder mag, en kan leiden tot een hogere score in de tender (art 2.1.3, lid 3, sub e).
Meer uren dan onderstaand kan alleen bij uitzondering, en dient altijd beargumenteerd te worden.
Tabel 2 Basisontmoetingsplekken Wmo coördinatieuren per locatie:
Tabel 3 Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd aanvullende bekostiging per locatie:
In voorgaande jaren was er voor huisvestingskosten een specifiek maximum bepaald (€ 24.000).
Dit concept wordt losgelaten in deze subsidieregeling. Het bepalen van één minimum, toepasbaar op alle locaties en stadsdelen is niet langer realistisch. De prijsontwikkeling in de afgelopen jaren is hiervoor te divers geweest.
Vanaf 2027 worden de huisvestingskosten berekend op basis van ‘werkelijke kosten’. Dit kan betekenen dat sommige aanbieders hoger uitvallen dan voorheen, terwijl sommigen juist lager uitvallen. Door te werken met de werkelijke kosten is er ruimte voor inherente verschillen in schaal en kosten per stadsdeel/dorp. Wel wordt er met een maximum gewerkt om te voorkomen dat de huisvestingskosten te sterk stijgen.
Let op: Lagere huisvestingskosten leiden in de beoordeling tot een hogere waardering, aangezien hiermee meer middelen overblijven voor het ondersteunen van de inwoner. Aanbieders dienen in hun aanvraag aan te tonen hoe ze zich komende jaren zullen inzetten om de huisvestingskosten beperkt te houden.
Huisvestingskosten zijn: eigenaarskosten of huur én gebruikerskosten inclusief schoonmaak en klein onderhoud.
Eigenaarskosten of huur: Dit zijn de kosten voor het huren of het eigenaarschap van de BOP. Denk hierbij aan rente, afschrijving (bij eigenaarschap), eigenarenonderhoud, beheerkosten, eigenaars-gebonden heffingen en verzekeringen. Hiervoor mogen alleen de kosten opgevoerd worden voor dat deel waar de BOP in zit.
Gebruikerskosten: Dit zijn kosten voor klein onderhoud, schoonmaken, (afschrijving) inventaris, energie en water, beveiliging/alarmopvolging, ICT/telecom, afvalkosten, gebruikers-gebonden heffingen en verzekeringen. Ook hier gaat het alleen om de kosten voor dat deel waar de Basisontmoetingsplek in zit.
Naast de objectieve normering kan het college, bij uitzondering, rekening houden met bestaande situaties en lopende afspraken. In de subsidieaanvraag verschaft de organisatie inzicht in de kenmerken van de specifieke situatie en de inhoud/duur van de lopende afspraken en doet een voorstel op welke wijze naar normering wordt toegegroeid.
Naast de bekostiging voor loonkosten en huisvestingskosten is het mogelijk een maximaal bedrag voor materiaal- en activiteitenkosten aan te vragen voor zover deze een directe relatie hebben met de gesubsidieerde activiteit en de (primaire) doelstelling van de functie. Hierbij kan gedacht worden aan printkosten, kookgerei, PR materiaal, materiaal voor activiteiten etc. Dit is inclusief de waardering voor en onkostenvergoeding voor vrijwilligers.
Het bedrag aan subsidie dat hiervoor kan worden aangevraagd is opgenomen in de tabellen van sub a van dit artikel.
Max materiaalkosten Wmo locaties: € 3.000
Max materiaalkosten Wmo/Jeugd locaties: € 5.000
Wmo/Jeugd locaties is allen van toepassing in Zuidwest & Noordwest/Centrum bij locaties die zowel Wmo als Jeugd toegekend krijgen.
Toelichting Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden
Als de beroepscode wordt gewijzigd, dan hanteert de subsidieontvanger de gewijzigde beroepscode vanaf het moment van de wijziging. Als onmiddellijke overgang redelijkerwijs niet mogelijk is, dan maakt de subsidieontvanger binnen een maand na inwerkingtreding van de gewijzigde beroepscode een plan van aanpak over de overgang naar de nieuwe beroepscode.
De subsidieontvanger van een Basisontmoetingsplek streeft een efficiënt en multifunctioneel gebruik van de ruimte na. Wanneer de locatie en de agenda dit toe laat mogen ook niet-gesubsidieerde activiteiten plaats vinden op de Basisontmoetingsplek.
Daarbij geldt de volgende prioritering:
Wijkactiviteiten. Hierbij gaat het om activiteiten voor en/door wijkbewoners. Het gaat om activiteiten die worden georganiseerd door wijkbewoners zelf of kleinschalige, niet-professionele organisaties zonder winst oogmerk en met een klein budget. Ook door de gemeente zelf georganiseerde bijeenkomsten, waarvoor (wijk) bewoners uitgenodigd worden, vallen onder deze wijkactiviteiten.
Voor (commerciële) activiteiten die door grootschalige organisaties met winstoogmerk worden uitgevoerd of particulieren die geen buurt of wijk gebonden activiteit organiseren geldt bepaalt de subsidieontvanger zelf het tarief.
Minimaal 95% van de verhuur van het aantal beschikbare dagdelen moet worden ingevuld door eigen (gesubsidieerde) activiteiten, wijkactiviteiten of maatschappelijke activiteiten (activiteiten 1 en 2 zie bovenstaand), tenzij er sprake is van leegstand.
Als de handleiding basisontmoetingsplekken wordt gewijzigd, dan hanteert de subsidieontvanger de gewijzigde handleiding vanaf het moment van de wijziging. Als onmiddellijke overgang redelijkerwijs niet mogelijk is, dan maakt de subsidieontvanger binnen een maand na datum wijziging een plan van aanpak over de overgang naar het werken conform de gewijzigde handleiding.
Toelichting Hoofdstuk6 Weigeringsgronden
Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden
De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25, 4:35 Awb en artikel 9 van de Asv genoemde gevallen, geweigerd worden indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
g. het aanbod aan activiteiten niet bijdraagt aan het collectieve aanbod per stadsdeel.
Naast het integrale aanbod van de gemeente (zie sub c) kent ook elk stadsdeel een eigen karakter en eigen sociale voorzieningen. Denk hierbij aan buurthuizen, voedselbanken, vrijwilligersorganisaties etc. Een Basisontmoetingsplek moet inspelen op de reeds aanwezige voorzieningen. Overlap, concurrentie en het dubbel aanbieden van voorzieningen moeten waar mogelijk worden voorkomen.
Voorbeeld: indien een vereniging elke vrijdagmiddag een open tafel kent voor eten met buurtbewoners is het niet wenselijk dat de Basisontmoetingsplek ook op de vrijdagmiddag de eet-activiteiten organiseert.
Deel III – Subsidieplafonds & aanvraagproces
De subsidieregeling kent een onderverdeling in deelplafonds per stadsdeel: Stadsdeelplafonds. Indien het totaal aantal aanvragen per stadsdeel wordt overschreden dan wordt er op basis van een tender (zie artikel 2) toegekend. Wanneer aanvragen onder het stadsdeelplafond blijven kan afgezien worden van een tender.
De financiële verhouding tussen de stadsdelen in 2027 is voor een klein deel anders dan in de voorgaande regeling. Dit komt deels door de ontwikkeling rond De Stolp in Stadsdeel Zuidoost. En door de transitie van Don Bosco Zevenhuizen naar een begrotingssubsidie als Jongerenhonk.
Let op: De Stadsdeelplafonds zijn inclusief de budgetten voor voorkeurslocaties.
Voorkeurslocaties zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub C en D kennen een maximumbudget.
Let op! De maximumbudgetten voor de voorkeurslocaties vallen binnen het stadsdeelplafond. Dit zijn dus geen losse budgetten Het betreft een maximum aanvraagbaar bedrag binnen een specifiek Stadsdeelplafond.
Voorkeurslocaties worden alleen via de tender beoordeeld indien er meer dan één aanvraag per locatie is ingediend. Om te voorkomen dat voorkeurslocaties een te groot aandeel van het totaalbudget in beslag nemen, is er gekozen om per voorkeurslocatie een maximumpositie te hanteren.
Er wordt nooit meer dan één aanvraag per locatie goedgekeurd.
|
De regeling wordt officieel gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl |
||
|
Voorafgaand aan de aanvraagperiode van de subsidieregeling zullen informatiebijeenkomsten georganiseerd worden zodat potentiële aanvragers de gelegenheid hebben om vragen te stellen. Exacte datum/tijd worden later bekend gemaakt. Tot publicatie van de regeling bestaat er de mogelijkheid om tussentijds vragen te stellen. Na publicatie zal er geen communicatie meer plaatsvinden totdat de gunning compleet is. |
||
|
De aanvragen worden digitaal ingediend via www.apeldoorn.nl De aanvraag is compleet wanneer alle verplichte gegevens op het aanvraagformulier zijn ingevuld, ondertekend door de daartoe bevoegde persoon en de gevraagde bijlagen ingevuld zijn bijgevoegd. |
||
|
Tijdens de beoordelingsperiode vindt er geen communicatie over de subsidieregeling of subsidieverlening plaats. Zware overvraging van de regeling kan leiden tot uitstel van de beoordeling. |
||
|
Bekendmaking per brief per mail en in uw digitale postmap van de toekenning/afwijzing van de subsidieaanvraag |
||
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-52015.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.