Coffeeshopbeleid gemeente Veendam 2026

1. Doel en reikwijdte

 

In de gemeente Veendam staat de burgemeester onder voorwaarden maximaal twee coffeeshops toe. Met dit beleid worden de vestiging, exploitatie, gedoogvoorwaarden en handhaving van coffeeshops geregeld. Het beleid heeft als doelen het beschermen van de openbare orde en het woon- en leefklimaat, het beperken van overlast en risico’s voor de volksgezondheid en het voorkomen van illegale drugshandel.

Dit beleid is uitsluitend van toepassing op coffeeshops. Voor drugsactiviteiten buiten de gedoogde coffeeshops wordt verwezen naar het geldende Damoclesbeleid en de beleidsregel drugshandel op straat. Deze regels worden hier niet herhaald.

 

2. Juridisch kader

 

De verkoop van cannabis is verboden op grond van de Opiumwet. Onder de voorwaarden van de Aanwijzing Opiumwet kan het Openbaar Ministerie de verkoop in coffeeshops gedogen. De burgemeester bepaalt, binnen zijn of haar bevoegdheden en in afstemming met de lokale driehoek, het gemeentelijke coffeeshopbeleid en de bestuursrechtelijke handhaving.

Voor de exploitatie van een coffeeshop is een exploitatievergunning voor een openbare inrichting nodig op grond van artikel 2:28 van de geldende Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Veendam (hierna: APV). Een exploitatievergunning geeft op zichzelf geen toestemming voor de verkoop van cannabis; daarvoor is daarnaast een geldige gedoogverklaring vereist. Een gedoogverklaring is geen reguliere vergunning, maar een verklaring waarin de burgemeester aangeeft onder welke voorwaarden wordt afgezien van handhavend optreden tegen de verkoop van softdrugs in een coffeeshop. Het omgevingsplan en eventuele benodigde omgevingsvergunningen blijven onverkort gelden.

De gemeente Veendam neemt niet deel aan het experiment gesloten coffeeshopketen. Het reguliere gedoogkader blijft daarom van toepassing.

 

3. Maximum en verdeling

3.1 Maximum van twee coffeeshops

De gemeente Veendam hanteert een maximum van twee exploitatievergunningen voor het exploiteren van een coffeeshop.

Met dit maximum beoogt de gemeente de verkoop van cannabis te concentreren in een beperkt aantal verkooppunten en de gevolgen voor de openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat beheersbaar te houden.

 

 

3.2 Vergunningverlening en verdeling

Een coffeeshop mag uitsluitend worden geëxploiteerd met een door de burgemeester verleende exploitatievergunning én een gedoogverklaring. De exploitatievergunning en gedoogverklaring hebben afzonderlijk een eigen functie en looptijd.

Exploitatievergunning coffeeshop

Bij de beoordeling van aanvragen voor een exploitatievergunning worden de APV, het geldende Bibob-beleid van de gemeente Veendam, het omgevingsplan, het gemeentelijke schaarse vergunningenbeleid en de overige toepasselijke wettelijke voorschriften betrokken. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan overeenkomstig het gemeentelijke Bibob-beleid een Bibob-onderzoek worden uitgevoerd.

De exploitatievergunning coffeeshop wordt verleend volgens het gemeentelijke schaarse vergunningenbeleid en de daarvoor vastgestelde uitvoeringsregels. De vergunningduur, publicatie van beschikbare ruimte, indieningstermijn en selectiemethode worden daarin geregeld en afgestemd op de gedoogverklaring.

Gedoogverklaring coffeeshop

De gedoogverklaring wordt afzonderlijk beoordeeld aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving en het gemeentelijke coffeeshopbeleid en de daarin opgenomen gedoogvoorwaarden. De gedoogverklaring wordt jaarlijks opnieuw beoordeeld of aan de geldende voorwaarden wordt voldaan. De gedoogverklaring wordt na succesvolle beoordeling verleend voor de periode van 1 januari tot en met 31 december. De jaarlijkse beoordeling van de gedoogverklaring is niet hetzelfde als de procedure voor de verdeling van de schaarse exploitatievergunning coffeeshop.

Een jaarlijkse toets geeft een periodiek beoordelingsmoment om te beoordeling of de coffeeshop nog voldoet aan de geldende gedoogvoorwaarden.

 

3.3 Vrijkomen van een coffeeshopplaats

Wanneer een gedoogverklaring en/of exploitatievergunning vervalt (bijvoorbeeld op verzoek, weigering, intrekking e.v.), wordt de daardoor vrijgekomen coffeeshopplaats opnieuw beoordeeld volgens de regels die zijn vastgelegd in de APV, het gemeentelijke schaarse vergunningenbeleid, het geldende Omgevingsplan, Bibob-beleid, overige toepasselijke wettelijke voorschriften en onderliggend Coffeeshopbeleid.

 

4. Gedoogvoorwaarden en lokale eisen

4.1 Landelijke AHOJGI-criteria

Criterium

Voorwaarde

A – affichering

Geen reclame, behalve een summiere aanduiding bij de inrichting.

H – harddrugs

Geen harddrugs aanwezig of in verkoop.

O – overlast

Geen overlast in of vanuit de coffeeshop of door bezoekers in de directe omgeving.

J – jeugdigen

Geen toegang voor of verkoop aan personen jonger dan 18 jaar.

G – grote hoeveelheden

Maximaal 5 gram per klant per dag en maximaal 500 gram handelsvoorraad in de coffeeshop.

I – ingezetenen

Uitsluitend toegang voor en verkoop aan ingezetenen van Nederland.

 

De exploitant controleert de naleving van het ingezetenencriterium op een rechtmatige en uitvoerbare wijze. Waar gegevens over ingezetenschap nodig zijn, wordt aangesloten bij de Basisregistratie Personen (BRP) en geldende privacyregels. Een verplicht specifiek BRP-uittreksel wordt niet zonder nadere toets voorgeschreven.

De exploitant is verantwoordelijk voor een controleerbaar systeem waarmee kan worden vastgesteld dat uitsluitend toegang wordt verleend aan en verkoop plaatsvindt aan ingezetenen van Nederland. De wijze van controle moet voldoen aan de toepasselijke privacywetgeving.

 

4.2 Aanvullende voorwaarden

  • •

    Er wordt geen alcoholhoudende drank verstrekt, verkocht, gebruikt of voor gebruik aanwezig gehouden en er staan geen kansspelautomaten in de coffeeshop.

  • •

    De exploitant zorgt voor goed zichtbaar, actueel en onafhankelijk voorlichtingsmateriaal over werking en risico’s van cannabisgebruik.

  • •

    De exploitant dient een juiste en inzichtelijke boekhouding bij te houden zodat de handelsvoorraad en de maximale transactie per klant per dag kan worden gecontroleerd.

  • •

    Tussen coffeeshops geldt een minimale afstand van 500 meter; tot scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs geldt een minimale afstand van 350 meter.

  • •

    Openingstijden: dagelijks vanaf 13.30 uur tot uiterlijk 23.00 uur, tenzij in de individuele vergunning of gedoogverklaring binnen de wettelijke kaders beperkter bepaald.

  • •

    Vestiging is alleen mogelijk als het gebruik past binnen het omgevingsplan of daarvoor de vereiste omgevingsrechtelijke toestemming is verkregen. De burgemeester hanteert als uitgangspunt dat geen nieuwe coffeeshops worden toegestaan in gebieden met overwegend een woonfunctie. Dit uitgangspunt dient ter bescherming van het woon- en leefklimaat en ter voorkoming van overlast. Bij de beoordeling van aanvragen voor een exploitatievergunning en een gedoogverklaring wordt dit vestigingscriterium toegepast, voor zover de toepasselijke wettelijke bevoegdheden daarvoor een grondslag bieden.

  • •

    Tijdens de openingstijden van de coffeeshop is de exploitant of een op de exploitatievergunning vermelde leidinggevende aanwezig. De exploitant en leidinggevenden moeten voldoen aan de eisen die de APV Veendam aan hen stelt. Bij de beoordeling van hun betrouwbaarheid en integriteit worden de toepasselijke wettelijke bepalingen en het gemeentelijke Bibob-beleid betrokken.

  • •

    Een terras wordt niet geëxploiteerd tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan op grond van de toepasselijke vergunningen en voorschriften.

Voor de beoordeling van de afstand tussen coffeeshops onderling en tussen coffeeshops en scholen wordt uitgegaan van de reëel af te leggen afstand over de openbare weg.

 

5. Toezicht en handhaving

5.1 Uitgangspunten

De burgemeester ziet toe op de naleving van de voorwaarden en stemt inzet en prioriteiten af met politie en Openbaar Ministerie. Bij een overtreding beoordeelt de burgemeester de aard, ernst en gevolgen, eerdere overtredingen, de verwijtbaarheid en de omstandigheden van het geval. De sanctie moet geschikt, noodzakelijk en evenwichtig zijn. Zo nodig wijkt de burgemeester gemotiveerd af van de onderstaande uitgangspunten.

Het ingezetenencriterium wordt niet langer alleen gehandhaafd bij overlast of samenloop met andere overtredingen. Overtreding ervan kan zelfstandig aanleiding zijn voor toezicht en handhaving.

 

 

5.2 Handhavingsmatrix coffeeshops

Onderstaande matrix zet de sanctielijn uiteen. Termijnen zijn maxima en worden nooit automatisch toegepast.

Overtreding

Eerste vaststelling

Herhaling

Affichering

Schriftelijke waarschuwing

Sluiting tot 3 maanden; bij verdere herhaling tot 12 maanden.

Harddrugs aanwezig/verkoop

Sluiting tot 12 maanden; intrekking/beëindiging gedoogstatus beoordelen

Beoordeling van verdere maatregelen.

Overlast

Waarschuwing; bij zeer ernstige overlast direct sluiting tot 12 maanden

Sluiting tot 3 maanden; bij verdere herhaling tot 12 maanden.

Toegang minderjarigen

Sluiting tot 3 maanden

Sluiting tot 12 maanden.

Meer dan 5 gram per transactie

Sluiting tot 3 maanden

Sluiting tot 12 maanden.

Handelsvoorraad >500 tot 3.000 gram

Sluiting tot 3 maanden

Sluiting tot 12 maanden.

Handelsvoorraad vanaf 3.000 gram

Sluiting tot 12 maanden

Beoordeling van verdere maatregelen.

Ingezetenencriterium

Schriftelijke waarschuwing

Last onder dwangsom van maximaal € 25.000,-; bij verdere herhaling sluiting tot 3 maanden.

Alcohol, kansspelautomaten, terras, ontbreken voorlichting

Schriftelijke waarschuwing

Sluiting tot 3 maanden bij herhaling.

Bij herhaling wordt uitgegaan van een terugkijktermijn van maximaal 5 jaar.

 

5.3 Procedure en maatwerk

Voordat een handhavingsbesluit wordt genomen, krijgt de belanghebbende in beginsel de gelegenheid een zienswijze te geven. Bij spoedeisende situaties kan hiervan worden afgeweken wanneer de wet dat toestaat. De burgemeester motiveert de noodzaak van de maatregel, de duur daarvan en de afweging van de betrokken belangen. Artikel 4:84 Awb blijft van toepassing.

 

6. Samenhang met ander beleid

 

Voor drugshandel vanuit woningen of andere lokalen en strafbare voorbereidingshandelingen wordt verwezen naar het geldende Damoclesbeleid. Voor drugshandel op straat wordt verwezen naar de Beleidsregel drugshandel op straat gemeente Veendam. Voor gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden geldt de afzonderlijke beleidsregel uit 2026. Bij wijzigingen van deze afzonderlijke beleidsregels geldt steeds de dan toepasselijke versie.

 

7. Slotbepalingen

 

  • 1.

    Dit beleid wordt aangehaald als: Coffeeshopbeleid gemeente Veendam 2026.

  • 2.

    Dit beleid treedt in werking de dag na bekendmaking.

  • 3.

    Bij inwerkingtreding van dit beleid wordt het Coffeeshop- en cannabisbeleid gemeente Veendam 2016 ingetrokken.

Vastgesteld door de burgemeester van Veendam op 3 november 2026.

Naar boven