Gemeenteblad van Oirschot
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oirschot | Gemeenteblad 2026, 518843 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oirschot | Gemeenteblad 2026, 518843 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening participatie en uitdaagrecht Oirschot 2027
In deze verordening wordt verstaan onder:
uitdaagrecht: recht van ingezetenen en maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter en goedkoper uit te kunnen voeren, als bedoeld in artikel 150, derde lid van de Gemeentewet.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 september 2026.
De voorzitter,
De griffier,
Bijlage I – Notitie Inwonerparticipatie
Binnen de gemeente Oirschot hechten we veel waarde aan het betrekken van inwoners. Onze inwoners weten immers het beste wat er speelt. Maar hoe realiseren we dit? Op welke manier kunnen inwoners deelnemen aan het maken van plannen, beleid of projecten? En welke verwachtingen hebben we van inwoners wanneer zij een eigen initiatief starten?
Deze notitie biedt handvatten voor medewerkers van de gemeente, maar ook voor onze inwoners en organisaties. De notitie is opgesteld met inbreng van het inwonerpanel, individuele inwoners (door middel van interviews) en medewerkers van de gemeente. Deze notitie richt zich op drie onderwerpen.
Bij een overheidsinitiatief is het de overheid – in dit geval de gemeente Oirschot – die een plan, project of beleid wil realiseren en daarbij inwoners en andere belanghebbenden vraagt om te participeren. Bijvoorbeeld bij het herinrichten van een straat of het maken van een gebiedsvisie.
Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Zo moet een initiatiefnemer kunnen aangeven of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Dit geldt bijvoorbeeld bij het indienen van een vergunningsaanvraag. De wet stimuleert dus initiatiefnemers om participatie toe te passen, maar zegt niet hoe dat moet. Dit geeft gemeenten ruimte om eigen werkwijzen te ontwikkelen. Deze notitie biedt daarvoor de handvatten.
Tot slot zijn er ook initiatieven van inwoners, organisaties of bedrijven die niet binnen de Omgevingswet vallen, maar wel van invloed zijn op de leefomgeving van inwoners. Denk aan bewoners die samen een speeltuin opknappen of buurtbewoners die een ontmoetingsplek willen realiseren. Een initiatief heeft pas kans van slagen als er medestanders zijn. Daarom wordt van de initiatiefnemer verwacht om in een vroeg stadium participatie te organiseren. We willen hen graag goede kaders meegeven.
Om het initiatiefnemers zo makkelijk mogelijk te maken, worden de kaders in deze notitie vertaald naar praktische informatie voor initiatiefnemers. Denk daarbij aan een stappenplan in begrijpelijke taal op de website van de gemeente Oirschot.
2 Inwonerparticipatie op Oirschotse wijze
Het is inmiddels een begrip dat overal opduikt: inwonerparticipatie. Maar waar hebben we het dan over? In de gemeente Oirschot hanteren we voor inwonerparticipatie de volgende definitie:
“Het betrekken van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, andere overheden en betrokkenen (hierna: belanghebbenden) bij plannen, beleid en projecten (hierna: initiatieven). Het gaat hier om initiatieven van de gemeente Oirschot, inwonersinitiatieven die vallen binnen de Omgevingswet en andere inwonersinitiatieven.”
Deze notitie is dus een leidraad voor initiatiefnemers. Een term die regelmatig voorkomt in dit document. Maar wie bedoelen we daarmee?
Voor inwonerparticipatie, of het nu gaat om een overheidsinitiatief of inwonersinitiatief, hanteren we drie kernwaarden.
We zijn benieuwd naar elkaars mening en ideeën en verkennen met elkaar wat we voor elkaar kunnen betekenen. We hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn, maar luisteren met oprechte interesse en zonder te veroordelen. We staan open voor nieuwe inzichten.
We willen dat voor iedereen duidelijk is wat er verwacht kan worden, nog voor een participatietraject van start gaat. We zijn daarom duidelijk over de stappen die we wel en niet zetten en communiceren dat actief. We houden elkaar op de hoogte gedurende het proces, niet alleen over de successen maar ook over knelpunten en vertragingen. Duidelijkheid betekent ook dat elke partij helder is over wat zij wel en niet kan doen en waarom dat zo is.
We vinden het belangrijk dat alle belanghebbenden mee kunnen doen. De drempel om mee te doen moet daarom zo laag mogelijk zijn. Dat betekent dat er rekening gehouden moet worden moet de mogelijkheden van de doelgroep. Is de doelgroep digitaal minder vaardig? Dan zal er gekozen worden fysieke mogelijkheden om te participeren. Daarnaast willen we ook dat iedereen met een eigen initiatief de gemeente weet te vinden. Dat betekent dat we kenbaarheid geven aan de mogelijkheden om inwonerinitiatieven aan te dragen.
In de gemeente Oirschot onderscheiden we vier niveaus van participatie. Het niveau geeft aan welke intentie de initiatiefnemer heeft met de participatie. Ook geven de niveaus aan in welke mate belanghebbenden betrokken worden.
Voor welk niveau gekozen wordt, hangt af van het doel van de participatie. Is het doel het informeren van belanghebbenden? Dan is het niveau meeweten passend. Is het doel om de mening van belanghebbenden op te halen over een bepaald plan? Dan is het niveau meedenken geschikt. Is er nog geen plan of ontwerp en is de participatie bedoeld om die samen met belanghebbenden te ontwikkelen? Dan wordt het al snel een coproductie en gaat het om het niveau van meewerken. Tot slot kan de participatie ook bedoeld zijn om belanghebbenden een keuze te laten maken. Op dat moment is er sprake van meebeslissen.
Naast het doel, hangt het niveau ook af van de randvoorwaarden. Is er ruimte voor participatie, of zijn er zoveel juridische randvoorwaarden dat een wijziging van het plan nauwelijks mogelijk is? In dat geval is het minder zinvol om belanghebbenden actief mee te laten denken en is het niveau meeweten het meest geschikt.
4 Hoe we participatie vormgeven
Voordat een initiatiefnemer aan de slag gaat met participatie, doorloopt zij een aantal stappen.
Figuur 1 – Processtappen participatie
De initiatiefnemer plant een vooroverleg met een contactpersoon van de gemeente. Tijdens dit vooroverleg worden de bovenstaande stappen besproken. Wie contactpersoon is, hangt af van het soort initiatief.
Voor inwonersinitiatieven wordt naar aanleiding van het vooroverleg bepaald hoe kansrijk een initiatief is. Dit gebeurt aan de hand van het afwegingskader in bijlage 1. Het resultaat wordt gedeeld met de initiatiefnemer.
Als het idee kansrijk is, wordt bepaald in welke categorie het initiatief valt. Dit wordt bepaald tussen initiatiefnemer en contactpersoon. In de categorieën maken we onderscheid tussen een initiatief en een project. Een initiatief is meestal kleinschaliger en wordt vaak direct, zonder uitgebreide planning uitgevoerd. Een project daarentegen is grootschaliger en wordt gefaseerd en planmatig aangepakt.
Figuur 2 – De drie verschillende categorieën
Stap 3: voorbereiding participatie
Initiatiefnemer bereidt de participatie voor. Het is per categorie afhankelijk wat daarvoor nodig is.
Initiatiefnemer betrekt waar nodig de contactpersoon uit stap 1 bij de voorbereiding. Als er een participatieplan nodig is, wordt deze in samenspraak met de contactpersoon voorbereid.
Stap 4: uitvoering participatie
De initiatiefnemer voert de participatie uit. Het is belangrijk om als initiatiefnemer duidelijk te zijn waarover belanghebbenden mee mogen praten en binnen welke randvoorwaarden (denk aan juridische randvoorwaarden, geldende beleidsregels, grootte en budget). Ook is het van belang om hen na afloop te informeren over wat met de inbreng is gedaan en welke vervolgstappen worden genomen.
Stap 5: besluitvorming door bevoegd gezag
Na het participatietraject verwerkt de initiatiefnemer de resultaten. Het bevoegd gezag neemt het besluit of een plan goedgekeurd wordt en of een vergunning verleend kan worden. Bij het indienen van het plan of de vergunning, voegt de initiatiefnemer ook het verslag of verslagen van het participatieproces toe. Dit geldt alleen voor grote initiatieven en projecten.
Processtappen initiatieven Omgevingswet
De processtappen in dit hoofdstuk gelden voor alle initiatieven. Voor initiatieven die vallen binnen de Omgevingswet, gelden een aantal aanvullende voorwaarden. Voor deze initiatieven volgt een aparte leidraad die aansluit op de richtlijnen in deze notitie.
5 Handreiking omgevingsdialoog
Bij grote initiatieven wordt een omgevingsdialoog gehouden. Een omgevingsdialoog is een overleg tussen de initiatiefnemer en belanghebbenden. Het doel van een omgevingsdialoog is om plannen vroegtijdig te bespreken. Met de reacties uit het omgevingsdialoog kan een initiatiefnemer een plan mogelijk verbeteren en keuzes beter motiveren. Van de dialoog wordt een verslag gemaakt dat aan de vergunningsaanvraag of het plan wordt toegevoegd.
Het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog omvat de volgende stappen:
Stap 1: bepaal het participatieniveau
Bepaal allereerst het participatieniveau. We hanteren hier vier participatieniveaus: meeweten, meedenken, meewerken en meebeslissen. Meer informatie over de participatieniveaus is te vinden in hoofdstuk 3.
Initiatiefnemer brengt vooraf in beeld wie impact ondervindt van het initiatief. Degenen die impact ondervinden, ook wel belanghebbenden, worden uitgenodigd voor de omgevingsdialoog. Een initiatief heeft impact als het bijvoorbeeld gevolgen heeft voor het uitzicht van bewoners, geur of geluid veroorzaakt of als het gevolgen heeft voor het gebruik van de omgeving.
Belanghebbenden zijn vaak omwonenden van het initiatief, maar ook organisaties die een belang vertegenwoordigen dat door het initiatief wordt geraakt. Denk hierbij aan bewonersverenigingen, ondernemers, een milieugroep of een maatschappelijke organisatie.
Breng ook in beeld welk gemeentelijk beleid betrekking heeft op het initiatief en hoe daar rekening mee is mee gehouden. De contactpersoon van de gemeente kan hierbij helpen.
Stap 3: bereid de omgevingsdialoog voor
De initiatiefnemer organiseert en begeleidt één of meerdere momenten, afhankelijk van de omvang en mogelijke impact van het plan. Denk daarbij na over:
De contactpersoon van de gemeente kan adviseren over bovenstaande punten.
Een dialoog is een open gesprek tussen meerdere partijen. In ieder geval bestaat de dialoog uit:
Initiatiefnemer maakt een verslag van de omgevingsdialoog. Belangrijk is dat hierin staat:
Als het plan naar aanleiding van de participatie is aangepast, moeten de wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke plan worden toegelicht. Als de initiatiefnemer ervoor kiest het plan niet aan te passen, dient hij zijn keuze te motiveren.
Namen en adressen van deelnemers worden niet opgenomen in het verslag, maar in een aparte, vertrouwelijke bijlage. Deze bijlage wordt niet openbaar gemaakt.
Stap 6: verstuur het verslag naar deelnemers
Initiatiefnemer stuurt alle deelnemers van het dialoog een verslag. Dit kan bijvoorbeeld via e-mail, een nieuwsbrief of een website.
Initiatiefnemer verwerkt de inbreng van de participatie in het plan. Het verslag wordt toegevoegd bij het indienen van een plan of vergunningsaanvraag.
Stap 8: besluit en terugkoppeling besluit
Wanneer de gemeente een besluit heeft genomen is het netjes om de omgeving op de hoogte te brengen van het besluit.
6.1 Participatieplan in één oogopslag
Met een participatieplan maken we concreet hoe participatie voor en door inwoners georganiseerd kan worden. In het participatieplan in één oogopslag staan de verschillende onderdelen die in participatieplan staan.
6.2 Uitwerking onderdelen participatieplan
Om te komen tot de verschillende onderdelen, belichten we hieronder wat deze inhouden en welke vragen hierin belangrijk zijn.
1.1. Wat is je beleidsdoel/projectdoel?
Een plan, project of beleid moet een duidelijk doel hebben. Het is dus belangrijk om bij aanvang vast te stellen wat de doelstelling is. Vragen die beantwoord worden zijn:
1.2. Wat is de impact op de omgeving of belanghebbenden?
De impact heeft invloed op de mate waarin belanghebbenden betrokken willen worden. Heeft een initiatief veel impact op de samenleving of een omgeving? Dan is het verstandig om de belanghebbenden in een vroeg stadium te betrekken. Is er nauwelijks impact? Dan is dat in mindere mate nodig.
1.3. Over welke ( beleids)fase hebben we het?
Bij de meeste projecten zijn meerdere fases aan te wijzen. Een fase is afgerond als er een mijlpaal is bereikt, een besluit is genomen of een tussentijds resultaat of product wordt opgeleverd. Door de verschillende fases in kaart te brengen, kun je bepalen in welke fase participatie én communicatie het meest logisch en passend is. Vragen die beantwoord worden zijn:
2.1. Is participatie mogelijk?
Niet elke opgave leent zich voor participatie. Daarom moet het een weloverwogen en bewuste keuze zijn om bepaalde initiatieven interactief op te pakken. In alle gevallen is het belangrijk om van te voren stil te staan bij een aantal vragen.
Kom je tot de conclusie dat de opgave zich niet leent voor participatie? Zorg voor een goede onderbouwing.
2.2. Wat wil je bereiken (doel)?
Het doel geeft richting in de manier waarop doelgroepen betrokken worden en geeft handvatten voor het managen van verwachtingen. Een aantal voorbeelden van participatiedoelen:
Participatie geeft inzichten in knel- en pijnpunten. De inbreng van belanghebbenden laat zien waar volgens hen verbeteringen mogelijk zijn. Helaas kan niet altijd alle input worden overgenomen, omdat er vaak verschillende partijen met uiteenlopende belangen zijn. Volledig draagvlak is daarom niet altijd haalbaar en ook niet het uiteindelijke doel.
2.3. Wat zijn de randvoorwaarden?
Zijn er bepaalde randvoorwaarden waar het initiatief aan moet voldoen? Denk bijvoorbeeld aan juridische randvoorwaarden, regels binnen bestaand beleid, budget of oppervlakte. Het is belangrijk om zoveel mogelijk openheid te bieden over de randvoorwaarden, zodat betrokkenen weten wat de speelruimte is.
2.4. Wat is het participatieniveau?
Welke invloed hebben belanghebbenden? We hanteren hier de vier participatieniveaus: meeweten, meedenken, meewerken en meedoen. Het participatieniveau kan per fase verschillen.
3.1. Wie zijn de belanghebbenden?
Breng de belanghebbenden in beeld. Wat is ieders rol, invloed, houding en betrokkenheid?
3.2. Welke belanghebbenden gaan we betrekken?
Welke belanghebbenden worden actiever betrokken? Waarom?
3.3. Wat gaan we vertellen (verhaal)?
Voor elke belangrijke belanghebbende wordt een boodschap geschreven, afgestemd op de leefwereld van de ontvanger(s). Dit wordt ook wel de kernboodschap genoemd.
Als er meerdere partijen betrokken zijn, is het belangrijk om afspraken te maken over de afzender. Wie nodigt de verschillende doelgroepen uit? Wie is de afzender?
4.1. Hoe nodigen we deze belanghebbenden uit?
Als het doel, de vraag en de belanghebbenden geformuleerd zijn, kijkt de initiatiefnemer naar een gepaste manier om de participatie praktisch vorm te geven. Dat begint bij de uitnodiging. Belangrijk daarin is om te kiezen tussen:
4.2. Welke participatiemiddelen of gespreksvorm(en) zetten we in?
Bij de inzet van participatie wordt al snel de vraag gesteld: met welke middelen gaan we dit doen? De keuze is per initiatief afhankelijk. Er zijn verschillende middelen waar je aan kunt denken (in willekeurige volgorde). Bijvoorbeeld:
Belangrijk is om na te denken welk middel bij de participatievraag past. Deze wordt afgestemd op:
Tot slot wordt er nagedacht over:
4.3. Hoe koppelen we terug en ronden we af?
Belangrijk is dat participanten weten dat de uitkomsten worden teruggekoppeld en wanneer. Daarom wordt bij ieder traject inzichtelijk gemaakt wat er met de uitkomsten wordt gedaan en waarom. Leg dit goed vast in verslagen. In hoofdstuk 5 (stap 5) staat uitgelegd waar een verslag aan moet voldoen. Bij overheidsinitiatieven wordt voor het terugkoppelen van de resultaten zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het online participatieplat-form.
7 Tips voor een succesvol participatietraject
Bij het opstellen van de Notitie inwonerparticipatie hebben inwoners mee kunnen denken. Uit de gesprekken en reacties van inwoners, zijn diverse inzichten gekomen die bij kunnen dragen aan een succesvol participatietraject. De belangrijkste tips en inzichten zijn in dit hoofdstuk samengevat.
Betrek waar mogelijk een breed publiek, maar weeg de belangen zorgvuldig af. Mensen die dichterbij wonen ondervinden vaak meer impact. Daarom is het verstandig om hen intensiever te betrekken dan degenen die verder weg wonen. Houd ook rekening met de haalbaarheid van brede betrokkenheid. Bij initiatieven met een lage impact kan de tijdsinvestering voor brede participatie niet in verhouding staan tot het resultaat.
Uit het onderzoek onder het inwonerpanel blijkt dat er veelal behoefte is aan het participatieniveau meewerken. Houd daar rekening mee bij het bepalen van het participatieniveau. Factoren als tijd en haalbaarheid spelen hierin ook een rol. De tijdsinvestering om belanghebbenden op een hoog niveau te betrekken, moet in verhouding staan tot het beoogde resultaat.
8 Handvatten voor de ambtelijke organisatie
Om inwoners op een actieve manier te betrekken bij initiatieven, werkt de ambtelijke organisatie van de gemeente Oirschot met de tools en onderdelen van Factor C. Factor C is oorspronkelijk bedoeld om strategisch aan de slag te gaan met communicatie. De ‘C’ staat immers voor communicatie. Maar het is veel breder dan dat. Communicatie en participatie hangen namelijk sterk met elkaar samen. Daarom is binnen de gemeente Oirschot Factor C uitgebreid naar een methodiek waarin deze twee elementen met elkaar verweven zijn. We spreken dan ook niet meer over Factor C, maar over de methode Omgevingsbewust Werken. Omgevingsbewust werken is dan ook de term die we binnen de gemeentelijk organisatie hanteren.
Maar hoe vertaalt zich dat in de praktijk? Op het moment dat er een participatieplan nodig is, start het projectteam een sessie ‘Omgevingsbewust werken’. Bijvoorbeeld bij een herinrichting van een gebied, het opstellen van een beleidsplan binnen het sociaal domein of de ontwikkeling van een nieuw afvalbeleid. De sessie is dus onderdeel van stap 3 uit hoofdstuk 4. ‘Voorbereiding participatie’. De communicatieadviseur begeleidt deze sessie. Het maken van de omgevingsanalyse en het verhaal/de kernboodschap staan hierin centraal. Daarnaast wordt ook een aantal andere stappen van het participatieplan doorlopen. Mogelijk zijn hier meerdere sessies voor nodig. De resultaten vormen de basis voor het maken van het participatieplan zoals die is uitgelegd in hoofdstuk 6. De communicatieadviseur werkt dit plan samen met de projectleider uit.
Beleidsmedewerkers/-adviseurs, projectleiders en team Communicatie van de gemeente Oirschot gaan de Basistraining Omgevingsbewust Werken volgen. Tijdens deze training krijgen zij de tools om in hun dagelijks werk goed met communicatie en inwonerparticipatie aan de slag te gaan. Daarnaast volgt team Communicatie de Facilitatortraining. Deze training is een vervolg op de Basistraining. Tijdens de Facilitatortraining leren de deelnemers om zelf goede sessies te ontwerpen en begeleiden binnen de gemeente Oirschot.
Bijlage 1 – Afwegingskader meewerken inwonersinitiatieven
Of er medewerking verleend kan worden aan inwonerinitiatieven, hangt af van verschillende factoren. Het bevoegd gezag kan pas medewerking verlenen als een initiatief voldoet aan de volgende voorwaarden:
Naast de bovenstaande voorwaarden, is het belangrijk dat alle processtappen doorlopen zijn. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het participatieverslag. De uitkomsten van het participatietraject worden meegenomen bij de beoordeling van het initiatief:
Het bevoegd gezag weegt het draagvlak af tegen het maatschappelijk belang van een initiatief. Zo kan een specifieke doelgroep bezwaar hebben tegen het initiatief, maar kan het maatschappelijk belang toch dermate groot zijn, dat dit zwaarder weegt. Omgekeerd kan ook: veel draagvlak, maar strijdig met maatschappelijke belangen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-518843.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.