Gemeenteblad van Huizen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Huizen | Gemeenteblad 2026, 517403 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Huizen | Gemeenteblad 2026, 517403 | beleidsregel |
Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027
1 INLEIDING EN TOEPASSINGSGEBIED
HBEL Belastingen voert de belastingtaken, waaronder de invordering, voor de gemeenten Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren uit. De gemeente Huizen is daarbij de centrumgemeente. Dit betekent dat een aantal zaken via de gemeente Huizen zijn geregeld. Voorbeelden daarvan zijn het rekeningnummer, het rentebesluit en het incassoreglement. Daar waar in deze leidraad “de gemeente” staat wordt bedoeld de gemeente Huizen die als centrumgemeente handelt namens Huizen, Blaricum, Eemnes of Laren.
HBEL Belastingen vindt het belangrijk om op een duidelijke en concrete manier om te gaan met het innen van belastingen en heffingen. Een goed geregeld invorderingsproces, met tijdige en aaneengesloten invorderingsacties, draagt in de praktijk enorm bij aan het succesvol innen van belastingschulden.
Er is behoefte aan duidelijk geformuleerde beleidsregels over het invorderingsproces, die aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving, en die op een gestructureerde manier vast te leggen.
Verder maakt een duidelijk invorderingsbeleid het mogelijk om een uniforme gedragslijn te voeren. De beginselen van proportionaliteit, rechtsgelijkheid- en zekerheid spelen in een toenemende mate een rol.
Deze leidraad is bedoeld het invorderingsproces en het bijbehorende invorderings- en kwijtscheldingsbeleid vast te leggen.
Mocht deze leidraad geen beleidsregels bevatten voor een bepaalde situatie, kan – voor zover hierin niet is voorzien – worden teruggevallen op de Leidraad Invordering 2008.
Het college van B&W van de gemeenten Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren hebben de Leidraad Invordering vastgesteld.
De invordering van belastingen is geregeld in verschillende wetten en regels. Hieronder volgen 3 belangrijke wetten:
Invorderingswet 1990 (IW 1990)
HBEL Belastingen is op grond van de Gemeentewet (artikelen 231 en 249) bevoegd om de IW 1990 en de Kostenwet te gebruiken om belastingen te innen.
Kostenwet invordering rijksbelastingen
De Kostenwet bevat tarieven voor invorderingsmaatregelen, zoals aanmaningen, dwangbevel en beslag. Voor de actuele tarieven moet de Kostenwet worden geraadpleegd.
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) regelt de basisregels voor het bestuursrecht in Nederland. Het bestuursrecht gaat over de manier waarop overheidsinstanties besluiten nemen en hoe burgers of bedrijven daartegen bezwaar kunnen maken.
Volgens de Invorderingswet 1990 zijn niet alle regels uit de Awb van toepassing, maar voor de invordering van belastingen proberen wij zoveel mogelijk de werkwijze uit de Awb te volgen als dat mogelijk is.
Dwangsom bij niet-tijdige beslissing
Eén van de regels uit de Awb die niet van toepassing is, is de dwangsom bij niet-tijdige beslissing. Als de gemeente te laat een beslissing neemt op een bezwaarschrift of een administratief beroepschrift, kan de belastingschuldige recht hebben op een dwangsom. Deze dwangsom is een boete (geld) die de gemeente aan de belastingschuldige moet betalen.
Dit passen wij in het invorderingsproces alleen in de volgende situaties toe:
Het proces van belastinginning is eenvoudig: er ontstaat een schuld, een belastingaanslag wordt verstuurd, en er wordt gecontroleerd of de betaling plaatsvindt. Als de betaling uitblijft, wordt er eerst een kosteloze herinnering en daarna als dat nodig is, een aanmaning en een dwangbevel verstuurd. Uiteindelijk kunnen dwangmaatregelen zoals beslag volgen.
Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, dan kiezen wij voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope manier.
2.1 STAP 1: BELASTINGAANSLAG (ART. 8 IW)
Een belastingaanslag wordt vastgesteld door de heffingsambtenaar. Op de belastingaanslag staat op welke datum het geld op de rekening van de gemeente moet staan. De belastingschuldige moet het hele bedrag betalen.
Versturen van het aanslagbiljet
De belastingaanslag wordt naar de belastingschuldige of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger verstuurt.
De belastingaanslag kan aan een burger digitaal via MijnOverheid worden gestuurd. De belastingaanslag komt dan binnen in de Berichtenbox van belastingschuldige. De belastingaanslag wordt dan niet meer per post toegestuurd. Als de belastingschuldige géén berichten meer wil ontvangen in de Berichtenbox, dan dient hij dat zelf aan te passen bij MijnOverheid.
2.3 STAP 3: AANMANING (ART. 11 IW)
Betaalt de belastingschuldige na de betalingsherinnering niet? Dan volgt een aanmaning. Hij moet dan binnen 2 weken het openstaande bedrag betalen, met extra kosten.
Als de invorderingsambtenaar een aanmaning stuurt, dan moet de belastingschuldige daar kosten voor betalen. Dat staat in artikel 2 van de Kostenwet.
2.4 STAP 4: DWANGBEVEL (ART. 12 IW)
Als de belastingschuldige na de aanmaning nog steeds niet betaalt, zal de invorderingsambtenaar dwangmaatregelen moeten nemen om het geld in te vorderen.
Voor het nemen van die maatregelen moet de invorderingsambtenaar een dwangbevel hebben. Dit is een officiële brief waarin de belastingschuldige bevel krijgt om de schuld te betalen.
2.5 STAP 5: BETEKENEN DWANGBEVEL (ART. 13 IW)
De invorderingsambtenaar kan op grond van een dwangbevel (administratief) beslag leggen. Dat kan nadat het dwangbevel bekend is gemaakt aan de belastingschuldige. Het dwangbevel wordt bekend gemaakt door betekening.
Betekenen houdt in dat de belastingschuldige informatie krijgt over:
Er zijn twee manieren om het dwangbevel te betekenen:
Door een deurwaarder volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Naast betekening per post kan betekening van een dwangbevel door de belastingdeurwaarder plaatsvinden. Deze geeft een afschrift van het door de invorderingsambtenaar uitgevaardigde dwangbevel en van de akte van betekening af aan de belastingschuldige of iemand anders aan wie hij rechtsgeldig kan betekenen. Het afschrift bevat een opgaaf van de achterstallige belasting en een bevel om binnen 2 dagen te betalen.
De invorderingsambtenaar maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen.
Het betekenen van een dwangbevel kost de belastingschuldige geld. Hoe hoog de kosten zijn, hangt af van de gevorderde som.
2.6 STAP 6: HERNIEUWD BEVEL TOT BETALING (ART.14 IW)
Als de belastingschuldige na een met de post gestuurd dwangbevel niet op tijd betaalt. Dan gaat de belastingdeurwaarder op bezoek met een hernieuwd bevel tot betaling.
Hij geeft dit aan de belastingschuldige of aan één van zijn huisgenoten. De belastingschuldige moet het verschuldigde bedrag direct aan hem betalen.
Als er niemand thuis is, doet de belastingdeurwaarder het hernieuwd bevel in de brievenbus. In dat geval krijgt de belastingschuldige nog twee dagen om te betalen.
Kosten hernieuwd bevel tot betaling
Voor het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling brengt de deurwaarder extra kosten in rekening.
2.7 STAP 7: VORDERING (ART. 19 IW)
De invorderingsambtenaar kan een derde (= een andere persoon of partij) verplichten om de belastingaanslag van de belastingschuldige te betalen. Dit kan alleen als die derde geld moet betalen aan de belastingschuldige of geld onder zich heeft van die belastingschuldige. De invorderingsambtenaar schrijft een brief aan de derde waarin staat dat de derde moet zorgen voor de betaling. Deze brief noemen we 'vordering'.
2.8 STAP 8: BESLAG (ARTIKEL 14 IW)
Als de belastingschuldige na het hernieuwd bevel niet betaalt dan kan de invorderingsambtenaar de belastingdeurwaarder opdrachtgeven om beslag te leggen.
Beslaglegging is een juridische term. Het verwijst naar de handeling waarbij een deurwaarder eigendommen van een belastingschuldige in beslag kan nemen.
3 WAAROP KAN BESLAG WORDEN GELEGD?
Als de belastingschuldige na het dwangbevel nog niet betaalt, kan er beslag worden gelegd op zijn eigendommen of een vordering worden gedaan op het inkomen. In dit hoofdstuk worden die maatregelen verder toegelicht.
3.1 VORDERING OP LOON OF UITKERING (LOONBESLAG)
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen op loon, uitkering, pensioen of op andere periodieke betalingen die de belastingschuldige of zijn of haar partner ontvangt. Iedere maand eist hij dan een deel van het salaris of uitkering op van de werkgever of instantie die de uitkering betaalt. Het loonbeslag gaat in op het moment dat de vordering aan de werkgever of uitkerende instantie wordt gestuurd. Deze vordering is geldig totdat de totale belastingschuld is afbetaald.
De werkgever of uitkeringsinstantie is verplicht de vordering uit te voeren vanaf de eerstvolgende betaling van het loon, uitkering of pensioen. Voordat het loonbeslag kan worden gestart moet er eerst een vooraankondiging aan de belastingschuldige worden gestuurd.
De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd. De belastingschuldige moet namelijk een minimumbedrag overhouden om van te leven. De beslagvrije voet wordt volgens de wettelijke regels berekend op basis van onder andere het inkomen, de leef- en woonsituatie. Als uit de berekening blijkt dat de beslagvrije voet gelijk of hoger is dan het inkomen van de belastingschuldige, dan wordt de beslagvrije voet aangepast naar 95% van het inkomen.
Vordering (loonbeslag) opheffen
Het loonbeslag stopt als de volledige openstaande schuld en de bijkomende kosten zijn betaald of als de hele belastingschuld is kwijtgescholden. De invorderingsambtenaar kan de vordering ook om andere redenen stopzetten. De werkgever of uitkerende instantie krijgt daarover bericht.
Een betalingsvordering is een manier om beslag te leggen op de betaal- en spaar- en andere rekeningen bij de bank van de belastingschuldige.
Beslagvrij bedrag en betalingsvordering
Voor ondernemingen geldt er geen beslagvrij bedrag. Alleen voor particulieren blijft het zogenoemde beslagvrij bedrag beschikbaar. Met dit bedrag kan de belastingschuldige blijven voorzien in zijn levensonderhoud.
Het bedrag boven dit vrij te laten bedrag wordt gebruikt om de belasting te betalen. Het beslagvrij bedrag is wettelijk vastgesteld en is afhankelijk van de leefsituatie.
De invorderingsambtenaar brengt geen kosten in rekening voor de betalingsvordering. De bank kan wel kosten in rekening brengen.
Wanneer wordt de belastingschuldige geïnformeerd over een betalingsvordering?
De belastingschuldige krijgt binnen 8 dagen een brief nadat er een betalingsvordering is gedaan. In die brief wordt ook het beslagvrij bedrag vermeldt. Ook krijgt de belastingschuldige een brief zodra de bank de belastingschuld heeft betaald.
Bezwaar maken tegen de betalingsvordering is niet mogelijk
Belastingschuldige kan geen bezwaar of beroep indienen tegen de betalingsvordering. Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslaglegging dan kan hij een kort geding starten waarbij de rechter wordt gevraagd om de beslaglegging ongedaan te maken.
3.3 VORDERING ONDER HUURDER, PACHTER, CURATOR OF HOUDER VAN PENNINGEN
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen onder derden die huur of pacht aan belastingschuldige moeten betalen. Ook kan de invorderingsambtenaar een vordering doen onder personen die gelden van de belastingschuldige onder zich hebben, zoals het geval kan zijn bij notarissen en bewindvoerders.
Bij een faillissement maakt de invorderingsambtenaar geen gebruik van de vordering. In plaats daarvan meldt hij de belastingschuld bij de curator aan volgens de regels van de Faillissementswet.
De belastingschuldige wordt vooraf geïnformeerd wanneer er beslag zal worden gelegd.
De belastingdeurwaarder kan vervolgens bij de belastingschuldige thuis of in zijn bedrijf komen om beslag te leggen op de roerende zaken, bijvoorbeeld op een auto of andere spullen. Hij maakt hiervan een verslag; het proces-verbaal van beslag. De belastingschuldige ontvangt een kopie hiervan.
Niet alle roerende zaken mogen in beslag worden genomen. Zo moeten bepaalde meubels blijven staan. Op een later tijdstip kunnen de in beslaggenomen zaken executoriaal (in het openbaar) worden verkocht.
Als er beslag is gelegd, kan de belastingschuldige niet meer vrij over zijn bezittingen beschikken. Hij mag de bezittingen niet beschadigen, verkopen of weggeven. De belastingdeurwaarder kan ze ook weghalen. Als de belastingschuldige na het beslag niet betaalt, verkoopt de belastingdeurwaarder de in beslag genomen bezittingen.
Bij een beslag op roerende zaken houdt de invorderingsambtenaar er rekening mee dat het niet is toegestaan om beslag te leggen als verwacht wordt dat de opbrengst bij verkoop minder oplevert dan de kosten van de beslaglegging en de verkoop.
Hiervan kan worden afgeweken als de invorderingsambtenaar aannemelijk maakt dat de belastingschuldige door het beslag en de verkoop van de roerende zaken niet op een te zware manier wordt benadeeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij beslag ter voorkoming van meer schulden.
De invorderingsambtenaar kan ook beslag laten leggen als de verwachtte opbrengst aanmerkelijk lager is dan de opbrengst als aannemelijk is dat de belastingschuldige zijn schuld wel kan, maar niet wil betalen.
Toestemming bij grote bedrijven
As de invorderingsambtenaar maatregelen wil nemen die het voortbestaan van een bedrijf met meer dan 50 werknemers kunnen bedreigen, moet hij eerst toestemming aan het college van B&W vragen.
De invorderingsambtenaar vraagt ook altijd toestemming aan het college van B&W als:
De belastingdeurwaarder voert bij een beslag meerdere acties uit, zoals het opmaken van een proces-verbaal van beslag en het betekenen van het beslag aan de belastingschuldige. Deze kosten staan in de Kostenwet.
Als de belastingschuldige een schuld heeft én een eigen woning of ander onroerend goed, dan kan de invorderingsambtenaar beslag leggen op die woning of het onroerend goed. Die kan dan verkocht worden en met de opbrengst van die verkoop kan de belastingschuld betaald worden.
Het beslag wordt ingeschreven bij het Kadaster. Wanneer er een hypotheek rust op de woning moet ook de financiële instelling, vaak een bank, van het beslag op de hoogte worden gebracht.
Door beslag te leggen op een woning, heeft de invorderingsambtenaar het recht om de woning via een notaris te verkopen.
De bank waar de hypotheek loopt, heeft echter het recht om de verkoop over te nemen. Een gevolg kan zijn dat de bank de hypotheek opeist. Dat betekent dat de belastingschuldige het hele bedrag van de hypotheek in één keer terug moet betalen of dat de bank het huis verkoopt.
Kosten beslag onroerende zaken
Ook bij deze manier van beslagleggen brengt de belastingdeurwaarder kosten in rekening voor het opmaken van het proces-verbaal van beslag en de diverse betekeningen. Daarnaast zijn er kosten verschuldigd om het beslag in te schrijven en door te halen bij het Kadaster.
4 ACTIES DOOR BELASTINGSCHULDIGE
In de hoofdstukken 4, 5 en 6 worden handelingen en/of acties door belastingschuldige toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces.
4.1 HOE KAN EEN BELASTINGAANSLAG WORDEN BETAALD?
Als de belastingschuldige in termijnen betaalt met een automatische incasso, dan hoeft hij zelf geen geld over te maken. De HBEL Belastingen schrijft in maximaal 9 keer het bedrag van zijn rekening af. Meer informatie staat op de website van de HBEL Belastingen.
Regels die gelden voor de automatische incasso (Incassoreglement)
Om ervoor te zorgen dat de automatische incasso zorgvuldig en overzichtelijk verloopt, heeft de gemeente een incassoreglement vastgesteld. Het incassoreglement is bindend. Met andere woorden: zowel de gemeente als de belastingschuldige moeten zich houden aan de regels die in het reglement staan.
Het incassoreglement is te vinden op www.overheid.nl.
4.4 BETALING BIJ VERGISSING OF MISVERSTAND
Als de belastingschuldige per ongeluk heeft betaald door een duidelijke vergissing of misverstand, zal de invorderingsambtenaar het bedrag niet direct terugbetalen. Het kan namelijk zijn dat de betaling toch terecht was, waardoor de schuld is betaald en invordering niet zomaar opnieuw kan plaatsvinden.
In die gevallen wordt het bedrag niet terugbetaald, tenzij de belastingschuldige schriftelijk aan de invorderingsambtenaar laat weten dat de belastingaanslag nog niet eerder is betaald en dat hij de belastingschuld alsnog zal betalen.
4.5 BETALING AAN BELASTINGSCHULDIGE (ARTIKEL 7A IW)
Soms moet de gemeente een bedrag terugbetalen, bijvoorbeeld als er te veel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(en) vindt plaats op het bankrekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is.
Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het bankrekeningnummer dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of - rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige.
Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet hij dat op tijd aan de invorderingsambtenaar doorgeven zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.
Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige.
Directe uitbetaling gebeurt wél als de belastingschuldige aantoont dat:
Als er aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan, zal de invorderingsambtenaar het eerder betaalde bedrag vervolgens terugvorderen van de derde die het bedrag heeft ontvangen omdat hij daar geen recht op had.
Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling, bijvoorbeeld door een verkeerde aanwijzing van de belastingschuldige, dan is en blijft hij verantwoordelijk voor deze fout.
De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan hij informatie krijgen over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald.
5.1 UITSTEL VAN BETALING ALGEMEEN
Er zijn 3 redenen op grond waarvan een uitstelverzoek kan worden ingediend:
De invorderingsambtenaar kan in een brief (beschikking) en onder zijn voorwaarden een belastingschuldig uitstel van betaling verlenen.
Als uitstel wordt verleend wordt de invordering stopgezet. De invorderingsambtenaar kan hiervan afwijken als hij denkt dat de belangen van de gemeente in gevaar komen of als er misbruik gemaakt wordt van het uitstel van betaling.
Uitstel van betaling kan ook worden verleend aan iemand die aansprakelijk is gesteld. De regels (het beleid) bij uitstel aan een aansprakelijkgestelde komen overeen met de regels voor uitstel aan een belastingschuldige.
5.3 UITSTEL VAN BETALING IN VERBAND MET BEZWAAR OF BEROEP
Het indienen van een bezwaar of beroep geeft niet automatisch uitstel van betaling van de belastingaanslag. De belastingschuldige moet in zijn bezwaar of beroep vragen om uitstel van betaling.
Uitstel van betaling wordt door de ontvanger alleen verleend voor het deel van de aanslag waar het belastingschuldige bezwaar of beroep tegen maakt (het betwiste bedrag). Het niet betwiste bedrag moet gewoon op tijd betaald worden.
Het uitstel van betaling eindigt automatisch bij uitspraak op het bezwaar of het beroep.
5.4 UITSTEL VAN BETALING OMDAT DE BELASTINGSCHULDIGE DE AANSLAG NIET OP TIJD OF IN ÉÉN KEER KAN BETALEN
De invorderingsambtenaar houdt rekening met de persoonlijke- en financiële situatie van de belastingschuldige. Toch is zijn belangrijkste taak om ervoor te zorgen dat de openstaande schuld binnen de gestelde termijnen wordt betaald.
Als de belastingschuldige de belastingaanslag echter niet op tijd of in één keer kan betalen dan kan hij een betalingsregeling aanvragen. Een betalingsregeling is een vorm van uitstel van betaling waarbij de invorderingsambtenaar de voorwaarde stelt dat er iedere maand een deel van de aanslag wordt betaald.
Om het nog duidelijker te maken: onder 'betalingsregeling' valt ook het uitstel van betaling vanwege betalingsproblemen, tot een bepaalde datum.
Een betalingsregeling heeft alleen zin als de betalingsproblemen van belastingschuldige niet structureel zijn. Als de betalingsproblemen structureel zijn wordt er geen betalingsregeling afgesproken. In dergelijke gevallen wordt de belastingschuldige doorverwezen naar schuldhulpverlening.
5.5 BETALINGSREGELING VOOR PARTICULIEREN EN ONDERNEMERS
Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voor het einde van het belastingjaar. Dit doet hij om een opstapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen.
Verder geldt dat een betalingsregeling maximaal 12 maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn geven.
Een betalingsregeling kan maximaal 1 keer worden afgesproken. Uitzondering hierop is als de invordering is overgedragen aan het extern deurwaarderskantoor. Dan kan het extern deurwaarderskantoor eventueel nog akkoord gaan met een nieuw betalingsvoorstel.
Verzoek om enkele maanden uitstel
Als een particulier of een ondernemer een verzoek doet om de betaling een paar maanden uit te stellen, hetzij via het digitale belastingloket, schriftelijk of telefonisch, zal de invorderingsambtenaar meestal zonder verder onderzoek een betalingsregeling toestaan. Deze regeling duurt maximaal 3 maanden.
5.7 UITSTEL IN VERBAND MET FAILLISSEMENT, WSNP EN SURSEANCE VAN BETALING
De invorderingsambtenaar kan tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsaneringsregeling niet geldt. Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsanering geldt, vallen niet onder een betalingsregeling.
5.8 WANNEER WORDT EEN BETALINGSREGELING BEËINDIGD?
De betalingsregeling wordt in ieder geval beëindigd als:
Als de belastingschuldige een betalingstermijn van de betalingsregeling niet heeft betaald voldoet hij niet aan de voorwaarde van de betalingsregeling.
In dat geval zal de invorderingsambtenaar voordat hij de regeling beëindigt, de belastingschuldige in de gelegenheid stellen om alsnog binnen 14 dagen de achterstand te voldoen.
De belastingschuldige kan beroep aantekenen in de volgende gevallen:
Het beroepschrift moet binnen 10 dagen na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar, maar moet worden gericht aan het college van B&W.
Als blijkt dat het beroepschrift onvoldoende gemotiveerd is, wordt de belastingschuldige verzocht om het beroepschrift nader te motiveren.
Als het college van B&W op het beroepschrift heeft beslist, wordt de beslissing bekendgemaakt aan de belastingschuldige en/of zijn gemachtigde. De motivering wordt vermeld in een brief.
Als de belastingschuldige de aanslag niet kan betalen (ook niet in termijnen), dan kan belastingschuldige kwijtschelding aanvragen. De gemeente kan dan besluiten dat de belastingaanslag niet hoeft te worden betaald. Of maar voor een deel.
Of de belastingschuldige kwijtschelding krijgt, hangt af van zijn persoonlijke situatie. Zoals het inkomen, wat hij bezit (zoals een auto) en hoe hij woont. De kwijtscheldingsregeling is een landelijke regeling waar de gemeente niet zomaar van kan afwijken.
Als kwijtschelding wordt verleend, worden de kosten die al zijn gemaakt (zoals aanmaningskosten, kosten voor het betekenen van het dwangbevel en kosten voor een beslagprocedure) ook afgeboekt of aangepast.
Gegevens en normen bij het indienen van een verzoek om kwijtschelding
Bij het beoordelen van het verzoek om kwijtschelding wordt gekeken naar de gegevens en normen die op dat moment gelden.
Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden
De invorderingsambtenaar kan kwijtschelding verlenen onder voorwaarden. Deze voorwaarden zullen worden vermeld in de beslissing op het kwijtscheldingsverzoek.
Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet hij duidelijk uitleggen waarom hij dit besluit heeft genomen en wat de redenen voor de afwijzing zijn.
6.2 BELEIDSKEUZES KWIJTSCHELDING
In artikel 255 van de Gemeentewet staat dat de gemeente bij het verlenen van volledige of gedeeltelijke kwijtschelding moet voldoen aan de regels die de Minister van Financiën heeft vastgesteld op basis van artikel 26 van de Invorderingswet. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW).
De gemeente Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren kunnen binnen de wettelijke grenzen afwijken van de regels die in de UR IW staan. De mogelijkheden hiervoor zijn vastgelegd in de Gemeentewet, de UR IW en de Regeling Kwijtschelding belastingen voor medeoverheden.
Deze afwijkende regels staan in de kwijtscheldingsverordening van de betreffende gemeente. Deze verordening is gepubliceerd op www.overheid.nl.
6.3 AANVRAGEN KWIJTSCHELDING EN AANLEVEREN INFORMATIE
Een aanvraagformulier voor kwijtschelding kan worden aangevraagd via de website met behulp van DigiD, of per e-mail, of telefonisch.
De belastingschuldige die moeite heeft met het invullen van het aanvraagformulier kan voor ondersteuning terecht bij het team Belastingen, WOZ en Verzekeringen van de gemeente Huizen.
Als een formulier niet goed is ingevuld, krijgt de belastingschuldige de kans om de ontbrekende gegevens binnen 10 dagen alsnog aan te leveren.
Als uit de toetsing bij het Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN) blijkt dat er meer informatie nodig is kan de invorderingsambtenaar deze informatie opvragen. Deze informatie moet door de belastingschuldige binnen 10 dagen worden aangeleverd.
De invorderingsambtenaar vraagt de gegevens maximaal 1 keer op. Als de aanvrager niet alle gevraagde informatie levert, wordt het verzoek afgewezen.
6.4 GEAUTOMATISEERDE KWIJTSCHELDING
De gemeente kan voor het beoordelen van het recht op kwijtschelding gebruik maken van het BIDN. Het BIDN helpt de gemeente bij het controleren van aanvragen voor kwijtschelding. Ieder kwijtscheldingsverzoek dat de gemeente ontvangt wordt door het BIDN getoetst.
Voor deze toetsing vergelijkt het BIDN verschillende gegevens van andere overheidsorganisaties (onder andere van de belastingdienst, het RDW en het UWV) met de voor het BIDN vastgestelde normbedragen.
Uit deze toetsing kunnen verschillende bevindingen komen. Deze bevindingen worden doorgestuurd naar de gemeente. Op basis van de bevindingen vraagt de gemeente aanvullende informatie op bij de belastingschuldige. Op basis van deze informatie wordt het kwijtscheldingsverzoek afgehandeld.
Zijn er geen bevindingen dan kan de gemeente het kwijtscheldingsverzoek toekennen zonder verdere beoordeling.
De gemeente kan het BIDN ook vragen om ieder jaar automatisch te controleren of er nieuwe bevindingen zijn bij belastingschuldigen die het afgelopen jaar kwijtschelding hebben gekregen.
Als er geen bevindingen zijn kan de gemeente automatisch, zonder kwijtscheldingsverzoek, kwijtschelding aan deze belastingschuldige verlenen. De belastingschuldige moet toestemming hebben gegeven voor deze automatische kwijtscheldingstoets.
6.8 KWIJTSCHELDING VAN BELASTINGEN VOOR PARTICULIEREN
6.8.1 Ex-ondernemers en kwijtschelding
Op een ex-ondernemer (= een particulier die met zijn onderneming of zelfstandig beroep volledig is gestopt) is het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren van toepassing.
De waarde van een motorvoertuig telt niet mee voor het vermogen als het op het moment van het verzoek minder dan € 3.350,00 waard is. Is het voertuig meer waard, dan wordt de volledige waarde meegenomen als vermogen.
Als er geld is geleend voor het voertuig en er een pandrecht gevestigd is, dan wordt de lening afgetrokken van de waarde van het voertuig. Een pandrecht geeft degene (bijvoorbeeld een bank) die het geld aan de belastingschuldige heeft geleend een extra garantie.
Als de belastingschuldige niet betaalt, heeft de bank het recht om de auto te verkopen, voordat andere schuldeisers dit kunnen doen. Als de belastingschuldige failliet gaat, kan de schuldeiser zijn pandrecht blijven gebruiken en proberen zijn geld te krijgen, alsof er geen faillissement is.
Als het voertuig na de verzending van het aanslagbiljet is gekocht, wordt dit als verwijtbaar gedrag gezien. Dit betekent dat de kosten voor de aanschaf van het voertuig worden opgeteld bij het banksaldo. Tenzij het voertuig noodzakelijk is zoals hieronder staat beschreven.
Als 'waarde' geldt de prijs die de autohandel wil betalen bij inkoop van de auto zonder gelijktijdige verkoop van een andere auto. De waarde van de auto wordt in beginsel bepaald op basis van de bevindingen van het BIDN.
Als er discussie is over de waarde van de auto wordt er gerekend met de veilingwaarde die wordt vastgesteld vanuit de ANWB Koerslijst, waarbij wordt uitgegaan van de daadwerkelijke kilometerstand. Of een taxatie uitgevoerd door een BOVAG erkende garage. De kosten voor deze taxatie zijn voor de belastingschuldige.
De waarde van andere motorvoertuigen wordt vastgesteld op basis van de waarde van de (tweedehands)markt. Bijvoorbeeld door te kijken naar vergelijkbare motorvoertuigen op www.marktplaats.nl of vergelijkbare websites.
Een auto telt niet mee als vermogen als de belastingschuldige aan de invorderingsambtenaar aannemelijk kan maken dat die auto absoluut onmisbaar is voor zijn werk of in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden. Met gezinsleden wordt bedoeld de echtgenoot van belastingschuldige, of zijn kind(eren) tenzij deze eigen inkomen/vermogen heeft (hebben) waarmee de auto kan worden betaald.
Noodzakelijkheid van de auto in verband met de uitoefening van het beroep kan onder andere aannemelijk gemaakt worden met een verklaring van de werkgever of als aannemelijk is dat een ander vervoersmiddel (bijvoorbeeld fiets of openbaar vervoer) niet mogelijk is.
Noodzakelijkheid van de auto in verband met invaliditeit of ziekte kan aannemelijk gemaakt worden door het overleggen van een gehandicaptenparkeerkaart of een verklaring van een arts waaruit blijkt dat de auto noodzakelijk is.
Als er meer dan één motorvoertuig in eigendom is wordt de vrijstelling toegepast op de waarde van het goedkoopste motorvoertuig. Alle andere motorvoertuigen worden volledig als vermogen aangemerkt.
6.8.4 Vermogen en studielening
Het vermogen van studenten kan gedeeltelijk gespaard zijn met het lening deel van de studiefinanciering. Dit spaargeld telt mee als vermogen, maar wordt verminderd met 3 maanden lening deel van de studiefinanciering.
6.8.5 Eigen woning en vermogen
Als een woning meer waard is dan de hypotheek, telt de overwaarde mee als vermogen. Dit kan betekenen dat het verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen. In sommige gevallen kan de invorderingsambtenaar uitstel van betaling geven, met een hypotheek op de woning als zekerheid. Dit gebeurt alleen in uitzonderlijke gevallen.
Voor het bepalen van de waarde van de woning gebruikt de gemeente de meest recente WOZ-waarde.
Het vermogen van kinderen die thuis wonen telt niet mee, tenzij de ouder (een deel van) zijn vermogen aan het kind heeft gegeven om een belastingvoordeel te behalen.
Bij het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding na het overlijden van de belastingschuldige, wordt gekeken of de belastingaanslag uit de erfenis kan worden betaald. De financiële situatie van de erfgenamen is meestal niet van belang, tenzij de langstlevende echtgenoot het verzoek indient. In dat geval worden ook zijn financiële omstandigheden meegenomen.
6.8.8 Schadevergoedingen en vermogen
Ontvangen schadevergoedingen worden gedurende een bepaalde periode niet meegerekend als vermogen. Materiële schadevergoedingen zijn 2 jaar vrijgesteld, immateriële schadevergoedingen voor 4 jaar.
Vakantiegeld telt mee als inkomen. Voor vakantiegeld wordt gerekend met 7% van het inkomen, tenzij het werkelijk ontvangen vakantiegeld meer of minder is dan dit percentage.
Bij het berekenen van het netto besteedbare inkomen wordt gekeken naar de studiefinanciering die de student ontvangt en andere inkomsten die de student heeft.
Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbudget (bepaald bedrag) voor hun levensonderhoud. In het kader van de kwijtscheldingsregeling is dit normbudget de optelsom van basisbeurs, maximale aanvullende beurs en maximale basislening. Daarbij wordt voor zover van toepassing rekening gehouden met het feit of de student thuiswonend, dan wel uitwonend is. In voorkomend geval wordt dit normbudget verhoogd met de één-oudertoeslag.
De inkomsten van een student worden op een standaardbedrag gesteld.
Het standaardbedrag voor boeken en leermiddelen wordt jaarlijks door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bepaald.
Als een student naast studiefinanciering ook eigen inkomen heeft, wordt het inkomen van de student bepaald zoals hierboven bij A en B is beschreven.
Als de studiefinanciering (zonder het collegegeldkrediet voor hoger onderwijs) en de eigen inkomsten samen hoger zijn dan de kosten van levensonderhoud voor het huishouden, wordt de betalingscapaciteit berekend met de volgende formules:
Formule 1: (P + Q) – R – S = X
P is de studiefinanciering die de student heeft gekregen (zonder het collegegeldkrediet)
Q is het totaal van de eigen inkomsten van de student
R is het normbudget voor levensonderhoud dat geldt voor de student
S is de lening die de student bij de DUO heeft ontvangen
De uitkomst (X) kan nooit lager zijn dan nul.
Y is het standaardbedrag voor inkomsten van de student, zoals eerder beschreven.
T is het totaal van de inkomsten van de student. Dit inkomen wordt gebruikt om het netto besteedbaar inkomen te berekenen.
Als de studiefinanciering voor een groot deel uit een lening bestaat, wordt dezelfde berekening gebruikt zoals hierboven beschreven.
Studenten afkomstig uit het buitenland die geen recht hebben op studiefinanciering van het DUO hebben geen recht op kwijtschelding. Van hen wordt verwacht dat ze voldoende geld meenemen om te kunnen voorzien in hun levensonderhoud inclusief het betalen van de lokale belastingen.
6.8.12 Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage
Uitkeringen die de belastingschuldige ontvangt als bijzondere bijstand en die bedoeld zijn om specifieke kosten te dekken, worden niet als inkomen beschouwd. Maar de bijzondere bijstand voor belastingschuldige jonger dan 21 jaar wordt wel als inkomen gezien.
Dit komt omdat deze bijzondere bijstand niet bedoeld is voor specifieke kosten, maar voor het aanvullen van een zeer lage bijstandsuitkering.
Ook ouderlijke bijdragen worden als inkomen aangemerkt, ongeacht de leeftijd van de belastingschuldige.
6.8.13 Betalingen op belastingschulden
Bij het berekenen van het netto besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met belastingaanslagen die binnen twaalf maanden na de aanvraag voor kwijtschelding nog opgelegd zullen worden.
Betalingen voor belastingschulden omvatten niet alleen betalingen aan de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen, maar ook betalingen voor andere belastingen en heffingen van lokale overheden zoals waterschapsbelastingen.
6.8.14 Kwijtschelding tijdens schuldsanering
Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldsaneringsovereenkomst of een wettelijke schuldsanering, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid.
Dit betekent onder andere dat bij het berekenen van het netto-besteedbare inkomen, het inkomen van de belastingschuldige niet wordt verlaagd met het deel van het inkomen dat in de boedel van de schuldsanering valt. Anders gezegd: er wordt gerekend met het volledige inkomen en niet met het afgeroomde inkomen.
Ook wordt opgemerkt dat financiële middelen die onder de financiële boedel vallen, niet worden gezien als vermogen.
6.8.15 Onderhoud gezinsleden in het buitenland
Als de belastingschuldige in Nederland woont, maar zijn gezinsleden in het buitenland onderhoudt, wordt voor zijn betalingscapaciteit het normbedrag voor echtgenoten gehanteerd.
Er wordt rekening gehouden met de huur die in Nederland wordt betaald. De werkelijke bedragen die de belastingschuldige naar het buitenland overmaakt, tellen niet mee.
6.9 KWIJTSCHELDING ONDERNEMERS VOOR PRIVÉ BELASTINGEN
Als het mogelijk is gemaakt voor natuurlijke personen die een bedrijf of een zelfstandig beroep uitoefenen kwijtschelding aan te vragen van belastingen die privé verschuldigd zijn. Dan gelden dezelfde kwijtscheldingsregels als voor andere natuurlijke personen met een inkomen uit loon of uitkering.
Het netto-besteedbare inkomen wordt berekend op basis van de aangifte inkomstenbelasting en de winst- en verliesrekening van het jaar waarin de kwijtschelding wordt aangevraagd.
Bij het beoordelen van het vermogen (aan de hand van de winst- en verliesrekening) wordt het noodzakelijke bedrijfsvermogen, niet meegerekend.
6.10 KWIJTSCHELDING ONDERNEMERS VOOR ZAKELIJKE BELASTINGEN (SANERINGSAKKOORD)
Kwijtschelding voor ondernemers wordt voor zakelijke belastingen alleen gegeven als er een saneringsakkoord is tussen de ondernemer en alle schuldeisers, waarbij een deel van de schuld wordt betaald en de rest wordt kwijtgescholden. Een saneringsakkoord is dus een overeenkomst tussen de belastingschuldige, de gemeente en alle andere schuldeisers.
De kwijtschelding wordt pas verleend nadat alle zekerheden (bijvoorbeeld bezittingen) zijn verkocht om de schuld te betalen. Zelfs als er geen andere schuldeisers zijn, of alleen specifieke schuldeisers, kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen.
Voorwaarde voor deelname aan een saneringsakkoord
De invorderingsambtenaar werkt alleen mee aan een akkoord als er goede kansen zijn dat de onderneming wordt voortgezet na het bereiken van het akkoord.
Op welke aanslagen is het saneringsakkoord van toepassing?
Bij het beoordelen van een saneringsakkoord kijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen hierin meegenomen kunnen worden. De bestaande belastingaanslag(en) op het moment van het verzoek is hierbij het uitgangspunt.
Betaling van het bedrag uit het saneringsverzoek
In principe moet het bedrag van het saneringsakkoord direct worden betaald. De invorderingsambtenaar kan echter toestemming geven om het bedrag in termijnen te betalen.
Dit is alleen mogelijk als de ondernemer of zelfstandige kan laten zien dat hij de termijnen en eventuele nieuwe belastingverplichtingen op tijd kan betalen.
Als de invorderingsambtenaar betaling in termijnen toestaat, gaat hij voorwaardelijk akkoord met het saneringsakkoord. Hierbij gelden de volgende regels:
Het bedrag van het saneringsakkoord kan in meer dan twaalf maandelijkse termijnen worden betaald, als de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hij het bedrag niet binnen twaalf termijnen kan voldoen en dat de nakoming van het akkoord is verzekerd. Daarnaast hoeft de belastingschuldige, met een verklaring van een onafhankelijke deskundige, alleen aannemelijk te maken dat de betalingsproblemen met het saneringsakkoord worden opgelost en dat de onderneming levensvatbaar is.
Kwijtschelding wordt pas verleend als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan.
Wanneer zal de gemeente niet meedoen aan een saneringsakkoord
De gemeente doet niet mee aan een akkoord als:
Bij de beoordeling van een akkoord speelt ook mee, dat sommige schuldeisers niet zijn verplicht om deel te nemen aan het saneringsakkoord.
6.11 GEEN VERDERE INVORDERINGSMAATREGELEN EN AFWIJZING VERZOEK OM KWIJTSCHELDING
Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar de invorderingsambtenaar toch niet wil doorgaan met het innen van de schuld, zal het verzoek om kwijtschelding worden afgewezen. De invorderingsambtenaar zal in de beslissing aangeven dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden genomen. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingediend.
Als de invorderingsambtenaar besluit om geen invorderingsmaatregelen te nemen voor de openstaande schuld zonder daar voorwaarden aan te stellen, heeft dit hetzelfde effect voor de belastingschuldige als het krijgen van kwijtschelding.
De invorderingsambtenaar kan ook besluiten om geen invorderingsmaatregelen te nemen, maar dan kan hij wel een voorwaarde stellen, bijvoorbeeld dat bepaalde bedragen die de belastingschuldige nog ontvangt, verrekend gaan worden met de openstaande schuld. Deze verrekening moet binnen drie jaar plaatsvinden, gerekend vanaf de datum van de beslissing, of eerder als de belastingaanslag al vervalt. De invorderingsambtenaar zal deze voorwaarde duidelijk in de beslissing opnemen.
Als de invorderingsambtenaar besluit om voorlopig geen invorderingsmaatregelen te nemen, kan hij voorwaarden of daarbij een termijn stellen.
Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, kan de invorderingsambtenaar de beslissing intrekken. Dit kan pas gebeuren nadat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige een brief heeft gestuurd waarin hij aangeeft dat hij de beslissing wil intrekken. De belastingschuldige krijgt dan 14 dagen de tijd om alsnog aan de voorwaarden te voldoen.
Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding
Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslissing over het kwijtscheldingsverzoek, kan hij een brief sturen naar het college van B&W waarin hij uitlegt waarom hij het daarmee niet eens is. Deze brief moet naar de invorderingsambtenaar worden gestuurd.
De invorderingsambtenaar kan in sommige gevallen opnieuw een verzoekformulier sturen naar de belastingschuldige voor het advies aan het college van B&W. Als de belastingschuldige het formulier niet terugstuurt, krijgt hij nog een kans om dat alsnog te doen. Als hij dat niet doet, informeert de invorderingsambtenaar het college van B&W en raadt hij aan om het beroep af te wijzen.
Herhaald verzoek om kwijtschelding
Als iemand bezwaar maakt tegen een beslissing over kwijtschelding van een belastingschuld, dan ziet de invorderingsambtenaar dit bezwaar als een administratief beroep dat bedoeld is voor het college. Dit geldt ook als iemand opnieuw kwijtschelding aanvraagt voor dezelfde belastingschuld, terwijl: een eerdere aanvraag al helemaal of deels is afgewezen, en er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden genoemd.
In deze situaties kan de invorderingsambtenaar een nieuwe beslissing nemen waartegen administratief beroep mogelijk is, maar alleen als hij vindt dat een gunstigere beslissing terecht is voor de belastingschuldige.
Als iemand opnieuw kwijtschelding aanvraagt voor dezelfde belastingschuld en daarbij wel nieuwe feiten of veranderde omstandigheden noemt, dan: neemt de ontvanger een nieuwe beslissing, en houdt hij rekening met deze nieuwe informatie. Tegen deze beslissing is administratief beroep mogelijk.
Dit geldt ook als het college eerder al een afwijzende beslissing heeft genomen over deze Vbelastingschuld.
Als iemand opnieuw kwijtschelding aanvraagt voor een belastingschuld waarover het college al eerder een afwijzende beslissing heeft genomen, zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden te noemen, dan: wijst de invorderingsambtenaar dit verzoek af, en verwijst hij naar de eerdere beslissing van het college.
Als niet duidelijk is waarom er een beroepschrift is ingediend, kan de invorderingsambtenaar de belastingschuldige vragen om binnen een redelijke tijd het beroep verder toe te lichten.
Als dat niet gebeurt, kan het beroep niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het beroep wordt afgewezen.
Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding
Bij het behandelen van het beroep of herhaalde verzoek, worden de gegevens gebruikt die ook voor het eerste verzoek van toepassing waren. Als het inkomen van de belastingschuldige sinds het eerste verzoek aanzienlijk is gedaald, kan het opnieuw worden berekend.
Ook veranderingen in huur- of zorgtoeslag kunnen tot een herberekening leiden, maar veranderingen in levensonderhoud leiden niet tot een herberekening.
7 SCHULDSANERING EN INSOLVENTIEPROCEDURES
7.2 DE MINNELIJKE SCHULDSANERINGSREGELING (MSNP) DOOR LEDEN VAN DE NVVK OF GEMEENTEN
In deze fase worden de inkomsten en uitgaven van de belastingschuldige in kaart gebracht en gestabiliseerd. Lopende invorderingsmaatregelen worden opgeschort. Als de invorderingsambtenaar van de schuldhulpverlener een melding over de stabilisatie-overeenkomst ontvangt, wordt de invordering voor maximaal 8 maanden stopgezet.
Onder de volgende voorwaarden wordt ingestemd met een minnelijke schuldsanering:
Bij instemming kan ervoor maximaal 18 maanden uitstel van betaling worden verleend.
Op welke belastingaanslagen is het uitstel van toepassing?
Het uitstel geldt voor belastingaanslagen tot en met de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Ook is de regeling van toepassing op belastingaanslagen die normaal gesproken niet worden kwijtgescholden.
Gevolgen van het MSNP- uitstel
Intrekken uitstel tijdens de MSNP
De invorderingsambtenaar kan het uitstel intrekken als:
Het uitstel zoals aangegeven bij het eerste aandachtsstreepje wordt niet ingetrokken als blijkt dat er bij de rechter een verzoek is ingediend voor een schuldregeling (zoals bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet) of voor toelating tot de WSNP. De invorderingsambtenaar trekt het uitstel in dat geval pas in nadat de rechter een beslissing heeft genomen op het verzoek.
Voor de overige aandachtsstreepjes geldt dat de invorderingsambtenaar het uitstel pas intrekt nadat hij de schuldhulpverlener schriftelijk heeft laten weten dat hij dat van plan is, en de belastingschuldige 14 dagen de tijd heeft om zijn verplichtingen correct na te komen.
Na de toepassing van de MSNP-regeling
De belastingaanslagen die betrekking hebben op de periode waarin MSNP van toepassing was zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt alleen als de belastingschuldige zich tijdens de MSNP-regeling aan de afspraken heeft gehouden.
7.3 MINNELIJKE SCHULDSANERING DOOR ANDEREN DAN NVVK-LEDEN OF GEMEENTEN
Hoe vindt beoordeling van het verzoek plaats?
Verzoeken voor een minnelijke schuldsanering, ingediend door een persoon of organisatie die geen NVVK-lid of gemeente is, worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld op basis van de volgende overwegingen:
Als na beoordeling blijkt dat kan worden ingestemd met het verzoek, dan verleent de invorderingsambtenaar voor 18 maanden uitstel van betaling.
7.4 WET SCHULDSANERING NATUURLIJKE PERSONEN (WSNP)
Als de rechter beslist dat de belastingschuldige een schone lei krijgt omdat hij zich aan alle afspraken heeft gehouden, dan stopt de WSNP. De belastingschulden die onder de WSNP vallen, zullen niet meer worden ingevorderd. Als er geen sprake is van een schone lei kan de invorderingsambtenaar de invordering hervatten.
(Nieuwe) belastingschulden die ontstaan vallen niet onder de werking van de WSNP en moeten volledig worden betaald. Hiervoor kan wel kwijtschelding aangevraagd worden.
7.5 WET HOMOLOGATIE ONDERHANDS AKKOORD (WHOA)
De invorderingsambtenaar stemt in met het akkoord, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De invorderingsambtenaar kan ook akkoord gaan met een voorstel dat niet voor alle schuldeisers geldt, of als er nog een mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen.
De invorderingsambtenaar kan akkoord gaan met een voorstel waarbij schuldeisers een deel van hun vordering omzetten in aandelen, in plaats van het niet-ontvangen bedrag af te boeken.
De invorderingsambtenaar gaat echter niet akkoord als de betaling van het afgesproken bedrag gebeurt door de belastingschuld om te zetten in aandelenkapitaal of een andere soortgelijke betalingswijze.
Deze regels zijn ook van toepassing op belastingaanslagen waarbij normaal gesproken geen kwijtschelding wordt gegeven.
Gevolgen van goedkeuring van het WHOA-akkoord
Als het WHOA-akkoord wordt goedgekeurd en het bedrag door de gemeente is ontvangen, dan wordt het deel van de belastingschuld dat niet wordt betaald, kwijtgescholden.
Als een akkoord echter wordt goedgekeurd door de rechtbank, terwijl de invorderingsambtenaar hier niet mee akkoord ging, krijgt de belastingschuldige voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding. De invorderingsambtenaar zal dan geen verdere stappen ondernemen om het bedrag te innen.
Belastingschulden die ontstaan na de sanering kunnen niet worden meegenomen in het WHOA-akkoord. Deze schulden moeten worden voldaan.
Toestemming voor faillissementsaanvraag
Voor het aanvragen van een faillissement heeft de invorderingsambtenaar is toestemming van het college van B&W nodig.
Toestemming is ook vereist als de invorderingsambtenaar aan een schuldeiser bepaalde inlichtingen over openstaande belastingaanslagen geeft, dat deze gebruikt kunnen worden als steunvordering bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser.
Als een onderneming geen activiteiten meer uitvoert en het duidelijk is dat er geen geld of andere inkomsten zijn of komen, dan wordt er meestal gekozen om de onderneming te laten beëindigen (ontbinden) via de Kamer van Koophandel.
7.7 BUITENGERECHTELIJK AKKOORD
Een belastingschuldige die verwacht dat hij zijn belastingschulden niet volledig kan voldoen en een faillissement wil voorkomen, kan de invorderingsambtenaar vragen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord. De invorderingsambtenaar gaat in principe altijd akkoord met het saneringsvoorstel.
Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
Gevolgen buitengerechtelijk akkoord:
8 WANNEER IS ER SPRAKE VAN VERREKENEN, RENTE EN KOSTEN
Op grond van dit artikel kan de invorderingsambtenaar aan een belastingschuldige uit te betalen bedragen verrekenen met voor deze belastingschuldige te innen bedragen. De verrekening kan al plaats vinden met de te betalen aanslagen waarvan de betalingstermijn nog niet is verstreken (dus voordat de vordering opeisbaar is).
Verrekenen tijdens betalingsregeling
Tijdens de loop van de betalingsregeling worden teruggaven of andere uit te betalen bedragen verrekend. De verrekening kan wel tot gevolg hebben dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het overeengekomen bedrag.
Verrekenen tijdens uitstel in verband met een bezwaarschrift
Als de invorderingsambtenaar uitstel van betaling heeft gegeven, wordt het bedrag waar bezwaar tegen is gemaakt ook verrekend met een belastingteruggave of andere bedragen die nog worden uitbetaald.
De invorderingsambtenaar maakt de verrekening bekend aan de belastingschuldige met een brief.
Met invorderingskosten bedoelen we de kosten die volgens de Kostenwet invordering rijksbelastingen in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten voor het werk dat de belastingdeurwaarder doet.
8.3.1 Wanneer worden er geen invorderingskosten in rekening gebracht
In de volgende gevallen brengt de invorderingsambtenaar voor het uitbrengen van exploten geen kosten in rekening:
8.3.2 Wanneer zijn er geen invorderingskosten verschuldigd
Naast situaties waarin bij het berekenen van de kosten een rekenfout is gemaakt of een verkeerd tarief is gebruikt, hoeven er in de volgende gevallen geen kosten te worden betaald:
Bij een vermindering van de belastingaanslag geldt dat de kosten naar evenredigheid moeten worden verlaagd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-517403.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.