Verkeersmaatregel Boschstraat

Ruimte / Mobiliteit / 2025-1928719

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het aanpassen van de taxistandplaats aan de Boschstraat.

 

Overwegingen

De Boschstraat is een erftoegangsweg gelegen in het centrum van de gemeente Maastricht, en is bij de gemeente in beheer en onderhoud.

Aan de Boschstraat is aan de oostzijde van de rijbaan, ter hoogte van het wegvak tussen de Markt en Boschstraat nummer 103, een taxistandplaats aangewezen. Deze standplaats wordt met name intensief gebruikt tijdens evenementen en uitgaansmomenten in de binnenstad.

In de praktijk blijkt dat zich op en rondom deze taxistandplaats regelmatig ongeregeldheden voordoen, voornamelijk als gevolg van een te grote toestroom van taxi’s. Dit leidt tot opstoppingen, onoverzichtelijke situaties en conflicten tussen taxichauffeurs onderling en met andere weggebruikers. Hierdoor komt de verkeersveiligheid in het geding en wordt de doorstroming op de Boschstraat negatief beïnvloed.

Om het taxiverkeer op en rondom de taxistandplaats beter te reguleren en de verkeersveiligheid te verbeteren, is het noodzakelijk om het gebruik van de taxistandplaats te beperken. Daarom wordt besloten dat uitsluitend taxi’s die beschikken over een geldige lokale taxiontheffing gebruik mogen maken van de taxistandplaats aan de Boschstraat.

Door deze maatregel kan de uitzondering van taxi’s op de geslotenverklaring voor motorvoertuigen en de verplichte rijrichting die gelden voor de Boschstraat komen te vervallen.

Deze maatregel wordt genomen om de verkeersveiligheid te verzekeren, het beschermen van weggebruikers en passagier en de het in stand houden van de weg en waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.

 

Belangenafweging

Het belang van het waarborgen van de verkeersveiligheid en het voorkomen van incidenten op en rondom de taxistandplaatsen weegt zwaarder dan het belang van onbeperkte tot deze standplaats voor alle taxi’s.

Taxi’s zonder lokale taxiontheffing kunnen gebruik blijven maken van andere taxistandplaatsen binnen de gemeente.

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Boschstraat in hun besluit van 7 januari 2026, Ruimte / Mobiliteit / 2025-1855512;

  • 2.

    de taxistandplaatsen aan de Boschstraat alleen toegankelijk te maken voor taxi’s met een lokale taxiontheffing door het plaatsen van de onderborden met de tekst “alleen taxi’s met ontheffing” onder de borden E5 van bijlage I van het RVV 1990;

  • 3.

    de geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen die geldt voor de Boschstraat aan te passen met de onderborden met de tekst “Uitgezonderd lijnbussen Inrijden t.b.v. laden en lossen toegestaan Ma t/m za van 07.00 tot 11.00 uur” bij het bord C12 van bijlage I van het RVV 1990;

  • 4.

    de verplichte rijrichting die geldt op de aansluiting van de Boschstraat op Achter de Barakken aan te passen met de onderborden met de tekst “Uitgezonderd lijnbussen Inrijden t.b.v. laden en lossen toegestaan Ma t/m za van 07.00 tot 11.00 uur” bij de borden D5 van bijlage I van het RVV 1990;

 

Bestaande regelingen die in stand worden gehouden

 

  • 5.

    de borden B1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden om aan te wijzen als voorrangsweg het gedeelte van de Boschstraat, voor zover gelegen tussen de Maasboulevard en de afrit van de Statensingel (aansluitend op de Bosscherweg) met dien verstande dat deze voorrangsweg zich voortzet op de Maasboulevard;

  • 6.

    het selectief toegangssyteem type D1 (inzinkbare palen) om de geslotenverklaring voor aal motorvoertuigen fysiek te ondersteunen;

  • 7.

    de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleiders van de Boschstraat om te verbieden voor alle verkeer, behalve voetgangers, deze middengeleider voorbij te rijden of te gaan aan de andere zijde dan de pijl aangeeft;

  • 8.

    de borden E2 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden om een verbod stil te staan in te stellen voor de oostzijde van de Boschstraat tussen de Lakenweversstraat en de afsluiting;

  • 9.

    de borden E3(zone) van Bijlage I van het RVV 1990 om een verbod in te stellen voor het plaatsen van fietsen en bromfietsen op de trottoirs aan de Boschstraat, voor het gedeelte tussen pand 75 en de Markt;

  • 10.

    het bord E4 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord OB504 en tekstbord ‘opladen elektrische auto’s’, als bedoeld in artikel 8 van het BABW om aan te wijzen twee parkeerplaatsen ter hoogte van de Boschstraat 80 voor het opladen van elektrische voertuigen, als bedoeld in artikel 24 van het RVV 1990;

  • 11.

    het bord E7 van Bijlage I van het RVV 1990 om aan te wijzen als gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen de strook aan de oostzijde van de Boschstraat ter hoogte van pand 27;

  • 12.

    het bord E8 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “valet parking” en de borden OB504 om twee parkeervakken aan te wijzen specifiek voor “valet parking” ter hoogte van de Boschstraat 76/78

  • 13.

    de borden G7 van het RVV 1990 om aan te wijzen als voetpad het trottoir aan de oostzijde van de Boschstraat ter hoogte van pand 97D;

  • 14.

    de borden G11 van Bijlage I van het RVV 1990 om aan te wijzen als verplicht fietspad:

    • a.

      het vrijliggende pad aan de westzijde van de Boschstraat, vanaf een punt op 600 meter ten zuiden van de Fransensingel tot de aansluiting met de Maasboulevard en verder tot 600 meter in zuidelijke richting;

    • b.

      het vrijliggende pad aan de oostzijde van de Boschstraat, voor zover gelegen tussen een punt op 95 meter ten zuiden van de aansluiting met de Fransensingel tot aan de Maasboulevard;

  • 15.

    de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 om aan te wijzen als verplicht brom- en fietspad:

    • a.

      het vrijliggende pad aan de westzijde van de Boschstraat, vanaf de Fransensingel tot 600 meter in zuidelijke richting;

    • b.

      het vrijliggende pad aan de oostzijde van de Boschstraat, voor zover gelegen tussen een punt op 95 meter ten zuiden van de aansluiting met de Fransensingel tot aan de Fransensingel;

    • c.

      het vrijliggende pad aan de oostzijde van de Boschstraat tussen de Fransensingel en de Noorderbrug;

  • 16.

    de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990 om aan te wijzen als voetgangersoversteekplaatsen de oversteekplaats ten zuiden van de aansluiting met de Fransensingel;

  • 17.

    de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 om aan te wijzen als bushalte:

    • a.

      de haltes aan beide zijden van de Boschstraat ter hoogte van de Noorderbrug;

    • b.

      de haltes aan de westzijde van de Boschstraat ten noorden van de aansluiting met Achter de Barakken;

    • c.

      de haltes aan de westzijde van de Boschstraat ter hoogte van pand 90.

  • 18.

    de doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 76 van het RVV 1990 op de as van de Boschstraat, voor het gedeelte tussen de Fransensingel en de Maasboulevard, om het overschrijden van deze streep te verbieden;

  • 19.

    de haaientanden als bedoeld van artikel 80 van het RVV 1990 om op het fietspad langs de Boschstraat ter hoogte van de Pathé bioscoop aan te geven dat de fietsers op het fietspad voorrang moeten verlenen aan het verkeer op de Boschstraat.

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps.

 

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 8 januari 2026

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

 

Naar boven