Gemeenteblad van Veere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2026, 508417 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2026, 508417 | delegatie- of mandaatbesluit |
Algemeen mandaatbesluit gemeente Veere 2026
Het college van burgmeester en wethouders van de gemeente Veere en de burgemeester van de gemeente Veere, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
gelet op het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 160, lid 1, onder d, en artikel 171 van de Gemeentewet;
overwegende dat het vanuit het oogpunt van doelmatig en doeltreffend bestuur gewenst is om de uitoefening van bevoegdheden binnen de organisatie te spreiden;
overwegende dat zij ieder voor de uitoefening van hun bevoegdheden verantwoordelijk willen blijven en bij een aantal bevoegdheden directe zeggenschap willen behouden;
Artikel 2 Mandaat gemeentesecretaris
Aan de gemeentesecretaris wordt mandaat verleend voor de bevoegdheden van het college en de burgemeester, met uitzondering van de aangelegenheden die worden vermeld in bijlage 1.
Artikel 3 Mandaat afdelingshoofd
De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden ook gemandateerd aan de afdelingshoofden, met uitzondering van de bevoegdheden die worden genoemd in bijlage 2.
Artikel 4 Rechtstreekse mandaten
Het college en de burgemeester kunnen rechtstreeks mandaat verlenen aan een teamleider of medewerker. Deze rechtstreekse mandaten worden bijgehouden in bijlage 3.
Aan de in bijlage 4 genoemde externe organisaties wordt mandaat verleend voor de in die bijlage omschreven aangelegenheden, onder de daarbij vermelde voorwaarden en beperkingen.
Het college en de burgemeester staan ondermandaat door de gemeentesecretaris en afdelingshoofden toe. Deze ondermandaten worden opgenomen in een Algemeen ondermandaatbesluit gemeente Veere.
1. De bevoegdheid om in mandaat besluiten te nemen omvat ook de bevoegdheid om de benodigde handelingen te verrichten ter voorbereiding en ter uitvoering van het besluit.
2. Degene aan wie het mandaat om besluiten te nemen is verleend, mag ook het besluit ondertekenen.
3. Mandaat omvat ook de wijziging, verdaging en intrekking van een besluit, tenzij anders aangegeven.
De gemandateerde kan zijn bevoegdheid alleen toepassen, wanneer het mandaat overeenstemt met de taken en verantwoordelijkheden die passen binnen het taakveld van zijn werkzaamheden.
Artikel 9 Financiële voorwaarden
1. Alleen een gemandateerde die ook budgethouder of budgetbeheerder is, kan financiële verplichtingen aangaan namens de gemeente.
2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden in mandaat moeten de regels van de Financiële verordening, de Budgethoudersregeling, het gemeentelijk inkoopbeleid, het Treasurystatuut en eventueel daarop volgende en gebaseerde regelingen in acht worden genomen.
Met vriendelijke groet,/Hoogachtend,
namens het college van burgemeester en wethouders/namens de burgemeester,
(*) Voor zover een handtekening wettelijk verplicht is.
Artikel 13 Volmacht en machtiging
Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van:
Toelichting bij het Algemeen mandaatbesluit gemeente Veere 2026
Sinds de invoer van het Algemeen mandaatbesluit gemeente Veere 2021 is de organisatiestructuur van de ambtelijk organisatie van de gemeente Veere op diverse punten aangepast. Zo is er een afdeling toegevoegd en zijn er teamleiders opgenomen in de organisatiestructuur. Hierdoor ontstond de behoefte aan een nieuw mandaatbesluit, dat aansluit bij de actuele organisatiestructuur. Daarbij is gekozen voor een gelaagd mandaatbesluit, waarbij de gemeentesecretaris en de afdelingshoofden worden gemandateerd door het college en de burgemeester door middel van een systeem van ‘omgekeerd mandaat’. De afdelingshoofden kunnen vervolgens bevoegdheden ondermanadateren aan teamleiders en (senior) medewerkers. Deze ondermandaten zijn opgenomen in het Algemeen ondermandaatbesluit gemeente Veere.
De wettelijke regels over mandateren zijn te vinden in hoofdstuk 10 van de Awb. In artikel 10:1 van de Awb wordt mandaat omschreven als de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Die bevoegdheid wordt uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan, de mandaatgever. De gemandateerde kan namens de mandaatgever besluiten nemen die worden toegerekend aan het bestuursorgaan zelf. De verantwoordelijkheid voor het besluit blijft dus bij de mandaatgever, niet bij de gemandateerde die het besluit heeft genomen. Het bestuursorgaan verliest de bevoegdheid om zelf een besluit te nemen niet en kan derhalve ook te allen tijde alsnog zelf besluiten.
Binnen de organisatiestructuur van de gemeente Veere worden verschillende niveaus van medewerkers onderscheiden: de gemeentesecretaris, afdelingshoofden, teamleiders, senior medewerkers en medewerkers.
In het systeem dat wordt toegepast voor de gemeentesecretaris en de afdelingshoofden, mandateren de bestuursorganen in beginsel alle bevoegdheden, tenzij juist wordt vermeld dat een bevoegdheid niet is gemandateerd. Dus: bevoegdheden die niet zijn vermeld, zijn juist wel gemandateerd. Het Algemeen mandaatbesluit Veere mandateert in principe alle bevoegdheden van het college en de burgemeester aan de afdelingshoofden. Dit met uitzondering van de bevoegdheden:
a. waarbij mandaat wettelijk uitgesloten is;
b. waarvan de aard van de bevoegdheid zich verzet tegen mandaatverlening;
c. die zijn voorbehouden aan het college of de burgemeester (bijlage 1 bij het mandaatbesluit) of de gemeentesecretaris (bijlage 2).
De samenstelling van de uitzonderingslijsten is gebaseerd op de praktijk van de afgelopen jaren en de onderwerpen die in de ambtelijke organisatie en door het college en de burgemeester aan de orde zijn gesteld.
Uit het Algemeen mandaatbesluit blijkt dat het mogelijk is om ondermandaat te verlenen. De ondermandaten die door de afdelingshoofden worden verleend zijn voor iedere afdeling van de gemeente terug te zien in het Algemeen ondermandaatbesluit gemeente Veere. Voor deze ondermandaten geldt dat expliciet en limitatief is vastgelegd welke bevoegdheden worden gemandateerd. Bevoegdheden die niet zijn vermeld, zijn ook niet gemandateerd. Dit is het klassieke systeem van mandatering, en dus het omgekeerde systeem van wat geldt voor de bevoegdheden van het college die aan de gemeentesecretaris en de afdelingshoofden worden gemandateerd.
Het voordeel van deze methode is dat er door medewerkers vrij nauwkeurig kan worden nagegaan aan welke behandelend medewerker welke bevoegdheid wordt gemandateerd. Is een bepaalde bevoegdheid niet opgenomen in de bijlagen x tot en met x, dan is een teamleider of (senior) medewerker niet bevoegd om een besluit te nemen.
Een ander, praktisch voordeel van dit systeem van gelaagd mandateren, is dat afdelingshoofden eenvoudig nieuwe ondermandaten kunnen verlenen, passend bij de actuele werkzaamheden van medewerkers.
Alleen die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Artikel 2 Mandaat gemeentesecretaris
Het college en de burgemeester mandateren alle bevoegdheden aan de gemeentesecretaris, op enkele uitzonderingen na. Deze uitzonderingen staat opgenomen in bijlage 1 van het Algemeen mandaatbesluit. Alles wat niet is beschreven in bijlage 1, is dus gemandateerd aan de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris is als algemeen directeur eindverantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie.
Artikel 3 Mandaat afdelingshoofd
Het college mandateert alle bevoegdheden van de gemeentesecretaris ook aan de afdelingshoofden van de gemeente Veere, op enkele uitzonderingen na. Deze uitzonderingen blijven uitsluitend voorbehouden aan de gemeentesecretaris en staan opgenomen in bijlage 2. Alle bevoegdheden die niet staan opgenomen in de bijlagen 1 en 2, zijn daarmee gemandateerd aan de afdelingshoofden van de gemeente.
Artikel 4 Rechtstreekse mandaten
Het college en de burgemeester kunnen bevoegdheden rechtstreeks aan een teamleider of medewerker met een specifieke taak mandateren. In die gevallen zijn de gemeentesecretaris en afdelingshoofden niet ook bevoegd.
Bijlage 4 betreft een informatieve bijlage die een overzicht geeft van de mandaten die zijn verleend aan externe personen of partijen. Het verlenen van mandaat aan externen als bedoeld in artikel 10:4 van de Awb blijft conform bijlage 1 van dit mandaatbesluit voorbehouden aan het bevoegde bestuursorgaan. Dit is het college of de burgemeester. Externen hebben niet de bevoegdheid tot het verlenen van een ondermandaat. Dit blijkt ook uit artikel 4 van het Algemeen mandaatbesluit.
Afdelingshoofden kunnen de aan hen gemandateerde bevoegdheden ondermandateren aan teamleiders en (senior) medewerkers binnen hun afdeling. Daartoe behoren ook ingehuurde medewerkers. De ondermandaten die worden verleend door de afdelingshoofden staan opgenomen in het Algemeen ondermandaatbesluit gemeente Veere. De in het Algemeen mandaat opgenomen voorwaarden zijn onverkort van toepassing op besluiten die via ondermandaat (kunnen) worden genomen.
Het ligt voor de hand dat bij mandatering van een bevoegdheid ook de daarbij behorende handelingen door de mandaathouder worden verricht. In plaats van per gemandateerde bevoegdheid de medewerker ook te machtigen voor de bijbehorende uitvoeringshandelingen en feitelijke handelingen, is één algemene bepaling in het Algemeen mandaatbesluit opgenomen.
Uitgangspunt van het mandaatbesluit is dat alle bevoegdheden beslissingsmandaten zijn. Op grond van deze bepaling is degene die beslissingsbevoegd is ook ondertekeningsbevoegd.
Het mandaat strekt zich, tenzij anders aangegeven, uit tot het wijzigen, verdagen en intrekken van een besluit. Dit voorkomt dat voor deze handelingen steeds het oorspronkelijk bevoegde orgaan in actie moet komen. Hiermee wordt de uitvoering efficiënter ingericht.
Mandaten die worden verleend zijn altijd verbonden aan het specifieke werkveld van de medewerker en een eventueel aan hem verleend budget. Het werkveld van een medewerker blijkt uit zijn functieomschrijving, takenpakket en hetgeen het afdelingshoofd met de betreffende medewerker heeft afgesproken over zijn werkzaamheden.
Artikel 9 Financiële voorwaarden
Mandaat moet altijd passen binnen het budget dat beschikbaar is en dat de gemandateerde zelf als budgethouder/budgetbeheerder beschikbaar heeft.
Bij het aangaan van financiële verplichtingen moet de gemandateerde de relevante regelingen en beleidskaders in acht nemen, zoals genoemd in deze bepaling. De hoogte van de bedragen die in mandaat kunnen worden uitgegeven worden bepaald door wat daarover staat opgenomen in de Budgethoudersregeling.
De mandaatgever kan in alle gevallen voorwaarden stellen aan het mandaat en instructies geven. De mandaatgever kan in voorkomende gevallen ook zelf besluiten.
In de in dit artikel opgenomen gevallen, waarin het veelal gaat om situaties die politiek of bestuurlijk gevoelig liggen, is afstemming met de verantwoordelijke portefeuillehouder vereist. Indien van toepassing stemt de gemandateerde ook af met zijn leidinggevende. Dat geldt in elk geval voor de in dit artikel opgesomde belangen, maar deze zijn niet limitatief. De gemandateerde moet dus steeds zijn ‘antenne’ aan hebben en in de gaten houden of hij met een besluit te maken heeft waarvoor het nodig is dat de mandaatgever vooraf wordt geïnformeerd. De gemandateerde maakt, in samenspraak met de portefeuillehouder, in een concreet geval de afweging of in mandaat kan worden besloten, of dat het bestuursorgaan zelf een besluit moet nemen.
Besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie die in mandaat mogen worden genomen, moeten altijd vooraf worden afgestemd met de verantwoordelijk portefeuillehouder.
Afdelingshoofden kunnen elkaar onderling vervangen bij afwezigheid.
De gemeentesecretaris wordt bij afwezigheid vervangen door de loco-gemeentesecretaris. Dit is een afdelingshoofd. De afdelingshoofden hebben om beurten de rol van loco-secretaris. Hiervoor wordt een intern schema gehanteerd.
Voor de ontvanger van een besluit moet duidelijk zijn wie het besluit heeft ondertekend en ook, mocht daarvan sprake zijn, dat het besluit in mandaat is genomen. Met de in het Algemeen mandaatbesluit opgenomen ondertekening worden zowel de mandaatgever als de gemandateerde duidelijk benoemd en van elkaar onderscheiden.
Artikel 13 Volmacht en machtiging
Dit artikel is een schakelbepaling en maakt duidelijk dat het Algemeen mandaatbesluit niet alleen betrekking heeft op het publiekrechtelijk handelen van de gemeenten, maar ook op privaatrechtelijk en feitelijk handelen.
De privaatrechtelijke tegenhanger van mandaat is volmacht. Een volmacht wordt uitgeoefend wanneer namens de gemeente privaatrechtelijke rechtshandelingen worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld het aangaan van een koop- of huurovereenkomst, het sluiten van contracten of de aanschaf van een product. De burgmeester kan zijn bevoegdheid om een overeenkomst te tekenen ook opdragen aan een medewerker of een notaris. Ook hier geldt dat de volmachtgever verantwoordelijk blijft voor de gevolmachtigde.
Naast bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandelingen verrichten bestuursorganen ook feitelijke handelingen, die geen rechtsgevolgen hebben. Bijvoorbeeld het planten van een boom of het verstrekken van informatie. Hierbij is geen sprake van rechtsgevolgen: er worden geen rechten of plichten in het leven geroepen of gewijzigd. Om dergelijke feitelijke handelingen namens een bestuursorgaan te kunnen uitvoeren is een machtiging nodig. De gemachtigde voert feitelijke handelingen uit namens de machtiginggever.
Bijlage 1 Bevoegdheden college en burgemeester
Aangelegenheden die op grond van artikel 2 van het Algemeen mandaatbesluit Veere niet worden gemandateerd door het college respectievelijk de burgemeester en dus aan hen blijven voorbehouden.
A. Bestuurlijk-juridische aangelegenheden
1. Het doen van voorstellen aan de gemeenteraad.
2. Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels.
3. Het besluiten op bezwaarschriften, als het primaire besluit is genomen door een afdelingshoofd of de gemeentesecretaris.
4. Het besluiten op bezwaarschriften, als wordt afgeweken van het advies van de bezwarencommissie.
5. Het besluiten om rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.
6. Het beslissen op een klacht, als de klacht betrekking heeft op de burgemeester, een wethouder of de gemeentesecretaris
7. Het nemen van besluiten over straatnamen.
8. Het besluiten tot het kwijtschelden, buiten invordering stellen of oninbaar verklaren van publiekrechtelijke vorderingen hoger dan € 5.000.
9. Het besluiten om af te wijken van beleid of om toepassing te geven aan de hardheidsclausule in een verordening.
10. Het afgeven van een gedoogbeschikking.
11. Het verlenen van mandaat aan externen als bedoeld in artikel 10:4 van de Awb.
12. Het verlenen, vaststellen en afwijzen van eenmalige en jaarlijkse subsidies vanaf € 5.000,- op grond van de Algemene subsidieverordening of bijzondere subsidieverordeningen en -regelingen.
13. Het vaststellen van (voor-)ontwerp omgevingsplannen, en programma’s als bedoeld in afdeling 3.2 van de Omgevingswet.
14. Het besluiten op aanvragen voor omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zoals bedoeld in artikel 5.18 lid 1, artikel 5.21 lid 2 onder B van de Ow en artikel 8.0a lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
15. Het geven van advies en het verlenen van instemming voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de artikelen 16.15 en 16.16 van de Omgevingswet.
16. Het nemen van besluiten op verzoeken om planschade en nadeelcompensatie;
17. Het nemen van besluiten, indien ter voorbereiding van deze besluiten een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3:4 van de Awb) is gevoerd en zienswijzen, bedenkingen of inspraakreacties zijn ingebracht;
18. Het weigeren of intrekken van vergunningen of subsidies op grond van de Wet Bibob
19. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten in het kader van de openbare orde en veiligheid, daaronder begrepen de in Hoofdstuk XI van de Gemeentewet opgenomen bevoegdheden en de bevoegdheden ten aanzien van het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden en voor publiek toegankelijke gebouwen, alsmede op grond van de artikelen 151b, 151c en 151d, 154a en 154b van de Gemeentewet;
20. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten op grond van de Opiumwet;
21. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, met uitzondering van het ondertekeningsmandaat aan de Hulpofficier van justitie voor huisverboden;
22. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
23. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten en het doen van handelingen op grond van de Wet veiligheidsregio’s .
24. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten op grond van de Wet publieke gezondheid (burgemeester).
25. Aan de burgemeester blijft voorbehouden Het sluiten van een horeca-inrichting of de intrekking van een alcoholvergunning .
26. Het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 160, eerste lid, sub d., van de Gemeentewet waarvan de financiële waarde de toekende budgetten en/of vastgestelde kaders overstijgt, zoals opgenomen in de budgethoudersregeling.
27. Het beslissen tot het afwijken van het inkoop- en aanbestedingsbeleid.
28. Het besluit tot het aangaan van publiekrechtelijke convenanten, intentieverklaringen en bestuursovereenkomsten.
29. Het besluiten tot het aangaan van financiële verplichtingen en overeenkomsten buiten de kaders van de gemeentelijke regelgeving en de in de begroting vastgestelde budgetten.
30. Het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarin afspraken worden gemaakt over grondexploitatie en grondgebonden ontwikkelingen, waaronder anterieure overeenkomsten, posterieure overeenkomsten, realisatieovereenkomsten en intentieovereenkomsten.
31. Het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten als:
a. het college de raad vooraf over de overeenkomst moet informeren op grond van de Gemeentewet of omdat de raad daarom heeft gevraagd;
b. de raad in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het college te brengen op grond van de Gemeentewet, omdat die ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben;
32. Het achteraf bekrachtigen van een aangetrokken financiering bij een looptijd langer dan een jaar in het kader van treasury.
33. Het nemen van besluiten tot het afgeven van garanties, borgstelling en dergelijke, hoe ook genaamd;
34. Het nemen van besluiten betreffende ontbinding van een overeenkomst;
35. Het besluit tot het aangaan van en het voeren van verweer in civiele procedures.
36. Het besluit tot instellen van hoger beroep of cassatie namens de gemeente in civiele procedures.
37. Het besluiten over alternatieve geschillenbeslechting.
Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen
38. Het besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen.
39. Het besluit tot het kwijtschelden, buiten invordering stellen of oninbaar verklaren van privaatrechtelijke vorderingen vanaf een bedrag van € 25.000,-.
40. Het besluit tot de aanvaarding of afwijzing van erfstellingen, legaten en schenkingen.
41. Het besluit tot het aanvragen van surseance van betaling en faillissement.
42. Het besluiten tot het aangaan van verzekeringsovereenkomsten voor de gemeente, met uitzondering van mutaties op al bestaande verzekeringsovereenkomsten.
43. Het besluiten op verzoeken om schadevergoeding vanaf een bedrag van € 25.000,-, voor zover deze verzoeken op grond van de verzekeringspolis niet overdraagbaar zijn aan de verzekeraar.
44. Het bepalen om overheidsopdrachten niet te gunnen op grond van de Wet Bibob.
1. Het aanwijzen van de gemeentesecretaris als bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet;
2. Alle rechtshandelingen ten aanzien van de gemeentesecretaris (zoals het aangaan, wijzigen en beëindigen/opzeggen van een arbeidsovereenkomst, schorsing, het overeenkomen van salaris bij aanvang van de arbeidsovereenkomst, het geven van extra salarisverhoging, het geven van persoonlijke toelage(n) en andere, uit regelingen voortkomende, rechtshandelingen);
3. Het nemen van besluiten tot privatisering of tot publiekrechtelijke taakoverheveling.
4. Het vaststellen van de gedragscode als bedoeld in artikel 4, derde lid van de Ambtenarenwet 2017;
5. Het vaststellen van het integriteitsbeleid en verantwoording als bedoeld in respectievelijk artikel 4, eerste en vierde lid van de Ambtenarenwet 2017;
6. Het aanwijzen van ambtenaren en/of financiële belangen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en sub d van de Ambtenarenwet 2017;
7. Het vaststellen van een regeling melden vermoeden misstanden als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en sub e van de Ambtenarenwet 2017;
8. Uitvoering geven aan artikel 8 van de Ambtenarenwet 2017 waar het nevenfuncties van de gemeentesecretaris betreft;
1. Het besluit tot het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Veere in bestuurlijke en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.
2. Het besluit tot het benoemen van personen in adviesorganen van het college en de burgemeester.
3. Het besluit tot het benoemen van personen in bestuurscommissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.
4. Het besluit tot het benoemen van personen in commissies als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.
Bijlage 2 Bevoegdheden gemeentesecretaris
Aangelegenheden die wegens artikel 3 van het Algemeen mandaatbesluit Veere zijn gemandateerd aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur en dus aan hem blijven voorbehouden.
A. Bestuurlijk-juridische aangelegenheden
1. Het besluiten tot het aanwijzen van toezichthouders op grond van artikel 5:11 van de Awb en specifieke wetten en regelingen.
2. Het besluit tot het in rechte aansprakelijk stellen, vorderen van nakoming of in gebreke stellen van een partij.
3. Het verlenen en wijzigen van de doorlopende machtigingen voor de vertegenwoordiging van het college bij de behandeling van bezwaren, beroepen en hoger beroepen.
4. Het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 160, eerste lid, sub d., van de Gemw. tot het in de Budgethoudersregeling opgenomen bedrag voor de gemeentesecretaris.
1. Het beslissen over de uitvoering van de cao-gemeenten, cao-Rijk en vigerende arbeidsregelgeving.
2. Het beslissen over het Personeelshandboek en eigen personeelsregelingen van de gemeente.
3. Het besluiten over het inlenen van personeel van derden.
4. Het aanbieden, ondertekenen en wijzigen van arbeidsovereenkomsten.
5. Het verlenen van ontslag en ontslag op staande voet.
6. Het beslissen over het uitvoeren van regelingen van uitkeringsinstanties en de Belastingdienst.
7. Het sluiten van een vaststellingsovereenkomst.
Bijlage 3 – Rechtstreekse mandaten
In deze bijlage zijn de aangelegenheden opgenomen waarvoor het college of de burgemeester rechtstreeks mandaat of volmacht verleent aan een specifieke persoon of functie. Deze bevoegdheden zijn dus uitsluitend voorbehouden aan personen met deze functie.
De griffier is gemandateerd voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen betreffende:
- Specifieke zaken van de gemeenteraad en de griffie
Teamleider informatiehuishouding en ICT
De teamleider is bevoegd om ieder half jaar de Technology Refresh Option met Econocom Nederland B.V. te ondertekenen namens en voor de gemeente Veere.
De volgende aangelegenheden worden door het college en de burgemeester, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, gemandateerd aan externe partijen.
De mandaten in deze bijlage vervangen de mandaten die eerder zijn verleend ten aanzien van dezelfde aangelegenheid.
Commandant van de regionale brandweer
Het verlenen van ontheffingen voor het vervoeren van gevaarlijke stoffen, op grond van artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.
Commandant van de Brandweer Veiligheidsregio Zeeland
De ondertekening van eerste waarschuwingsbrieven die geen besluit zijn in het kader van het doorlopen van toezichtsprocedures voor brandveiligheid.
De bevoegdheid op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, slechts na overleg met de burgemeester, tot het doen van een mondelinge aanzegging en het ondertekenen van een schriftelijke aanzegging in geval van spoedeisend belang bij het opleggen van een huisverbod.
Politiechef van de Regio Zeeland-West-Brabant
1. De bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang door middel van het overbrengen en in bewaring stellen van een op de weg geplaatst voertuig, zoals bedoeld in artikel 170 van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede het op schrift stellen van het bestuursdwangbesluit.
2. De bevoegdheid om een bewaringsregister van de weggesleepte voertuigen bij te houden zoals bedoeld in artikel 170, lid 4, van de Wegenverkeerswet 1994.
3. De bevoegdheid om de kosten, verbonden aan de bestuursdwang terug te betalen zoals bedoeld in artikel 172, lid 3, van de Wegenverkeerswet 1994.
4. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 11 van het Besluit wegslepen van voertuigen, om aan belanghebbende op verzoek gegevens uit het bewaringsregister te verstrekken.
5. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5:29 van de Algemene wet bestuursrecht, tot het opmaken van een proces-verbaal, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van het Besluit wegslepen van voertuigen.
6. De bevoegdheid ondermandaat te verlenen aan de bij zijn dienst werkzame en door hem schriftelijk aan te wijzen opsporingsfunctionarissen, met inachtneming van de op basis van artikel 10.6 van de Algemene wet bestuursrecht vastgesteld (werk)instructie.
Het verlenen van ontheffingen op grond van de Leerplicht weg tot maximaal 10 dagen. Aanvragen voor ontheffingen voor langere perioden worden beoordeeld door de Leerplichtambtenaar.
Team Spoedeisende zorg van een gecertificeerde instelling
Het indienen van een verzoek bij de kinderrechter, gericht op het verkrijgen van een spoedmachtiging tot vrijwillig gesloten plaatsing, in het geval van een crisis buiten kantoortijden.
Invorderingsambtenaar – het afdelingshoofd Belastingen van de gemeente Middelburg
1. Het privaatrechtelijk invorderen van geldschulden, inclusief de (voorbereidende) beslissing zoals onder meer de verrekening, uitstel van betaling, vaststelling wettelijke rente, aanmaning en (gedeeltelijke) kwijtschelding, op grond van de Leidraad Invordering 2008, titel 4.4 van de Awb en het BW.
2. Het nemen van beslissingen tot het invorderen van overige bestuursrechtelijke geldschulden bij dwangbevel als bedoeld in artikel 3 van de Leidraad Invordering 2008, inclusief de (voorbereidende) beslissingen, zoals onder meer de verrekening, uitstel van betaling, betalingsregelingen, vaststelling wettelijke rente, aanmaning en (gedeeltelijke) kwijtschelding.
3. Het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke vorderingen tot een bedrag van €5.000,-
4. Het aanwijzen van belastingdeurwaarders op grond van artikel 231 lid 2 sub e van de Gemeentewet.
Aan de medewerkers van de volgende notariskantoren worden volmachten verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen:
1. Medewerkers van het notariskantoor Sauer & Oonk, te dezer zake woonplaats kiezende aan de Zeemanweg 2a, 4382 PP Vlissingen.
2. Medewerkers van het notariskantoor Herwig, te dezer zake woonplaats kiezende aan de Coosje Buskenstraat 202, 4381 LW Vlissingen.
3. Medewerkers van Notarispraktijk Van Dongen, te dezer zake woonplaats kiezende aan de Dam 37, 4331 GG Middelburg.
4. Medewerkers van het notariskantoor De Zeeuwse Alliantie, te dezer zake woonplaats kiezende aan Park Veldzigt 1, 4336 DR Middelburg.
5. Medewerkers van Notaris Bouwman, te dezer zake woonplaats kiezende aan de Walstraat 44, 4381 EG Vlissingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-508417.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.