Gemeenteblad van Middelburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 504372 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 504372 | overige overheidsinformatie |
Afval- & grondstoffenbeleidsplan 2026-2030 Gemeente Middelburg
De gemeente Middelburg streeft naar een duurzame samenleving waarbij in de toekomst geen plek meer is voor afval. Op het beleidsveld afval, of liever gezegd grondstoffen, zijn zowel Europees, Nationaal als binnen de gemeente hoge ambities uitgesproken waardoor er de komende jaren een grote opgave ligt voor de gemeente Middelburg.
Een juiste balans tussen de afname van de hoeveelheid restafval enerzijds en het scheiden van schone, hoogwaardig te recyclen grondstoffen uit huishoudelijk afval anderzijds.
Commitment is er op alle niveaus om de hoeveelheid huishoudelijk restafval te verminderen en het afvalscheidingspercentage te verbeteren met het gezamenlijk doel dat in 2050 geen verspilling van grondstoffen meer plaatsvindt. Sturing is (voor nu vooral) op kwaliteit van grondstoffen én kilo’s huishoudelijk restafval. Als (tussen)doelen worden gesteld, naast kwalitatief voldoende schone grondstoffenstromen, dat elke Zeeuw/ bewoner van Middelburg
Op dit moment staat Middelburg op 145 kilogram brandbaar afval per inwoner (2025: 119 kilo fijn restafval en 26 kilo grof vuil en verbouwingsrestafval milieustraat). Met (verdere) bewustwording door middel van communicatie, participatie, vergroten van de financiële prikkel (Diftar) en door omgekeerd inzamelen in te voeren worden de hierboven genoemde doelstellingen gerealiseerd.
Diftar als financiële prikkel onmisbaar om doelstellingen te halen
In 2021 heeft de gemeente Middelburg een keuze gemaakt voor de uitvoering van de toekomstige afvalinzameling met Diftar; apart betalen voor restafval. Hiermee is een flinke stap gezet die op dit moment alleen met een financiële prikkel bereikbaar lijkt.
De financiële prikkel wordt vergroot door vanaf 2027 de eerste aanbieding restafval te verrekenen als variabel tarief. Dit is een logische stap voor Diftar die past in het beeld bij veel andere gemeenten. Veel inwoners denken dat deze aanbiedingen nu gratis zijn. Wel zullen er meer nulaanbieders komen; woonhuisaansluitingen die helemaal geen restafval aanbieden.
Eén vast (basis)tarief voor éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens vanaf 2027
Restafval is vaak huishoudelijk afval dat niet per se afhankelijk is van hoeveel mensen er in huis wonen. Een meerpersoonshuishouden heeft dus (bij goed scheiden) niet vanzelfsprekend meer kilo’s restafval dan een eenpersoonshuishouden. Een apart vastrechtbedrag voor zowel een- als meerpersoonshuishoudens sluit niet aan bij het principe van Diftar, namelijk dat een huishouden betaalt naar rato van het aanbod restafval. Een vastrecht dat voor iedereen gelijk is, is wel het meest eerlijk.
PMD: Omgekeerd inzamelen voor grondgebonden woningen in 2028 bovenop Diftar
De huidige manier om PMD (Plastic- en Metalenverpakkingen en Drinkpakken) in Middelburg in te zamelen is volledig met verzamelcontainers die voor iedereen te gebruiken zijn (brengsysteem). Hier moet op basis van landelijke afspraken mee gestopt worden om de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te verbeteren. Vanwege het feit dat dit systeem volgens de samenwerkingsovereenkomst verpakkingen niet dominant mag blijven, wordt in 2028 voor de grondgebonden woningen het zogenaamde omgekeerd inzamelen ingevoerd. De rolcontainer voor restafval wordt dan voortaan voor PMD.
Het inzamelsysteem met verzamelcontainers voor PMD bij de hoogbouw, in de binnenstad en de Edelstenenbuurt wordt nu niet aangepast als de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen volgens de aangegeven maatstaven voldoende blijft. Toewijzing aan uitsluitend gebruikers moet hier zorgen verbetering van de kwaliteit van de grondstoffen stromen en meer controlemogelijkheden.
De extra serviceprikkel met het wegbrengen van restafval voor iedereen, zorgt tevens voor betere afvalscheiding en minder restafval. Het verwacht effect hiervan is met de huidige hoogte van de financiële prikkel (Diftar) de hoeveelheid fijn restafval zakt met circa 20 procent richting 100 kilo per inwoner per jaar (exclusief grofvuil en verbouwingsrestafval).
Vergroten financiële prikkel vanaf 2028
In 2028 wordt de financiële prikkel verhoogd naar € 2,00 per aanbieding op de ondergrondse verzamelcontainer restafval. Het verwacht effect van omgekeerd inzamelen in combinatie met het vergroten van de financiële prikkel is dat de hoeveelheid fijn restafval kan zakken naar 75 kilo per inwoner per jaar. Samen met grofvuil en verbouwingsrestafval, dat ingeleverd wordt bij de milieustraten, verwachten we dan onder de 100 kilo per inwoner per jaar uit te kunnen komen en de afgesproken doelstellingen te kunnen behalen.
Om bewoners aan te zetten tot afval scheiden, moet er aan drie factoren gewerkt worden: bewoners moeten weten, willen en kunnen. Ze moeten weten hoe ze afval moeten scheiden (capaciteit), ze moeten afval willen scheiden (motivatie) en afval kunnen scheiden (gelegenheid).
Het is van groot belang dat we inwoners goed blijven informeren en ondersteunen bij de veranderingen. De inwoner moet het doen. Duidelijke communicatie en aandacht voor knelpunten zijn essentieel om draagvlak te behouden. Hierbij blijven we luisteren naar signalen vanuit de samenleving en sturen we waar nodig bij.
Alleen zo maken we de aanpak tot een succes.
Een gezamenlijke opgave is er voor de regionalisering Zeeuwse milieustraten. In 2026 start vanuit OLAZ het haalbaarheidsonderzoek naar een Circulair Ambachtscentrum Middelburg-Vlissingen/ Walcheren.
OLAZ heeft de ambitie de hoeveelheid grofvuil en verbouwingsrestafval van de milieustraten, welke meetellen in de doelstelling, te verminderen en het percentage recycling van deze afvalstromen te vergroten.
Het schrijven van dit beleidsplan is een momentopname, de diverse ontwikkelingen op afvalgebied met werkzame interventies blijven zich ontwikkelen. De effecten van wijzigingen van het inzamelsysteem voor afval worden snel zichtbaar waarbij na enkele jaren een goed beeld ontstaat.
Afvalbeleid is een praktisch en tegelijkertijd echt politiek onderwerp. Met een eigen afvalbeleid geven gemeenten richting aan doelen en beleidskeuzes over huishoudelijk afval. Beschikbare budgetten vragen om prioriteiten te stellen over de keuze voor een inzamelsysteem, het serviceniveau en circulaire ambities rondom hergebruik van ingezameld materiaal en de bijpassende infrastructuur.
Afvalinzameling is één van de primaire processen, gaat altijd door en draagt direct bij aan een schone en gezonde leefomgeving voor bewoners, bezoekers en bedrijven.
“Van afval naar grondstoffen” is een ambitieuze opgave. De ambitie en de uitwerking van het plan raakt aan verschillende gemeentelijke programma’s en taakvelden.
In 2021 maakte de gemeente Middelburg een keuze voor de uitvoering van de toekomstige afvalinzameling met Diftar; apart betalen voor restafval. Op 29 september 2022 heeft de gemeenteraad besloten de rapportage evaluatie anderhalf jaar Diftar Middelburg vast te stellen en kennis te nemen van de blijvende inzet op kwaliteit van de grondstoffen en begin 2023 aan de hand van een voorstel te overwegen aanvullende stappen bovenop Diftar te zetten om de milieudoelstellingen voor afvalinzameling te kunnen behalen.
In 2023 en 2024 is ingezet op verbetermaatregelen om afkeur van PMD (Plastic- en Metalenverpakkingen en Drinkpakken) te voorkomen.
In het Beleid Circulaire Economie 2025-2028 (1 maart 2025) is besloten gemeentelijk beleid op te stellen met betrekking tot de VANG-huishoudelijke doelstellingen (Van Afval Naar Grondstof)).
Er zijn nieuwe ketenafspraken voor verpakkingen. Deze zijn van grote invloed op keuzes hoe we afval/grondstoffen inzamelen in de gemeente. Het is noodzakelijk om hier nieuw beleid voor vast te leggen en te implementeren.
1.2 Van Afval Naar Grondstof (VANG)
Tot en met 2020 was het streefdoel: de gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner terugbrengen tot onder de 100 kilo. Daar zijn gemeenten goed mee aan de slag gegaan en dat leidde al tot veel minder restafval. Helaas blijkt niet al het gescheiden afval geschikt voor recycling en wordt een deel alsnog verbrand.
Het uitgangspunt is dat schone deelstromen verderop in de keten zorgen voor meer recyclen. Daar ligt een gedeelde verantwoordelijkheid. Gemeenten en inzamelaars proberen hun inwoners zo goed mogelijk te informeren, faciliteren en motiveren om hun afval juist te scheiden. Producenten werken aan verpakkingen die steeds beter te recyclen zijn. Daarnaast worden voor recyclen de mogelijkheden bij verwerkers ook steeds beter. Zo wordt ervoor gezorgd dat er meer gerecycled wordt.
Er ligt vanuit Europa een nieuwe norm: in 2030 moet 60 procent en in 2035 65 procent van al ons afval gerecycled worden. We gaan dus van kilo’s restafval naar een percentage te recyclen materiaal in het totale huishoudelijke afval.
Uitgangspunt blijft nog steeds zoveel mogelijk waardevolle materialen uit het restafval houden om te voorkomen dat ze worden verbrand. Wordt de 100 kilo daarmee losgelaten? Nee, maar het accent ligt vanaf nu op het percentage te recyclen materiaal. Het aantal kilo’s restafval wordt daarmee een resultaat van de recycledoelstelling.
Het voor u liggende beleidsplan schetst de strategische koers van Middelburg voor de periode 2026-2030. Middelburg stelt in dit beleidsplan de kaders vast waaraan het toekomstige beleid moet voldoen, welke financiële ruimte daarvoor beschikbaar dient te zijn en legt de doelstellingen vast. Bij het stellen van de kaders moet de gemeente rekening houden met verschillende factoren, zoals de Gemeenschappelijke Regeling OLAZ waar onder andere voor de verwerking van afvalstromen afspraken worden gemaakt.
Voor het bereiken van de doelstellingen moet de gemeente maatregelen nemen en antwoord geven op de vraag wat de best passende inzamelstructuur is om binnen de gestelde kaders de ambitie waar te maken.
Dit plan gaat over afval dat ontstaat bij particuliere huishoudens. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inzameling en de duurzame verwerking van dit huishoudelijke afval.
Afval dat ontstaat bij bedrijven, scholen, verenigingen en van de eigen organisatie (niet inwoners) wordt slechts zijdelings in dit plan behandeld. In basis zijn zij zelf verplicht om hiervoor een contract met een commerciële inzamelaar naar keuze af te sluiten.
Met het in 2023 gepubliceerde Nationaal Programma Circulaire Economie neemt de rijksoverheid een aanvang om met de benodigde stappen (uiteindelijk) in 2050 een duurzaam gedreven, volledig circulaire economie te realiseren. Voor zo’n circulaire economie is het noodzakelijk (naast duurzaam circulair materiaalontwerp, een verantwoordelijkheid van producenten) afval in steeds meer fracties te scheiden. Gemeenten delen met hun inwoners daarvoor de verantwoordelijkheid. Daarbij dragen gemeenten zorg voor de juiste infrastructuur en contractering.
Voorkomen moet worden dat de lineaire economie, met een systeem van produceren, consumeren en weggooien met te lage prijzen, de boventoon blijft voeren en dat de circulaire economie te langzaam van de grond komt. Op termijn is zo’n lineaire economie niet houdbaar. Vooral niet vanwege toenemend gebrek aan grondstoffen. De landen van de Europese Unie willen onafhankelijker zijn van goedkope grondstoffen zoals minerale olie en willen investeren in een circulaire economie met duurzaam gebruik van grondstoffen. Een opgave die gemeentebesturen van harte ondersteunen.
De rijksoverheid zorgt voor een systeem van normeren (denk aan een verplicht percentage recyclaat) en beprijzen van de CO2 die gepaard gaat met productie. Daarnaast kunnen gemeenten bijdragen onder andere via hun aanbestedingsbeleid en inkoop. Door de circulaire economie faciliteren gemeenten een systeem waarbij grondstof zo lang mogelijk in de economie blijft en geen afval wordt. Goede voorbeelden daarvan zijn circulaire ambachtscentra verder ontwikkelen, repaircafé’s faciliteren en mede ondersteunen, en bufferlocaties voor recycling van grondstoffen helpen creëren.
Vanuit de lokaal aanwezige behoefte vult de gemeente zelf de ontwikkeling van de circulaire economie in. Daarbij ligt enerzijds het accent op het type bedrijvigheid in de gemeente of regio. Maar dat niet alleen. Gemeenten hebben anderzijds wettelijke taken rondom afval. Hoe ziet die taak er globaal uit en welke middelen heeft de gemeente beschikbaar om goed te kunnen sturen en controleren?
Hoofdpunten Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2025
Vervanging van het generieke halveringsdoel (grondstoffengebruik) door drie concrete doelen voor 2035:
Doel 1: Behouden van grondstoffen
Afval is de meest zichtbare uitdaging. Door verspilling te beperken en waardevolle materialen beter te benutten, worden de efficiëntie en de maatschappelijke kosten verlaagd. Momenteel is de inzet van beleidsmaatregelen in het NPCE vooral gericht op het behouden van grondstoffen in de economie. Aan de achterkant van de keten is het eenvoudigst in te grijpen. Het succes van Nederland als één van de koplopers op het gebied van recycling laat dat zien.
Doel 2: Vervangen van grondstoffen
Door afvalstromen beter te benutten en duurzame biogrondstoffen en secundaire grondstoffen in te zetten, versterkt dit onze onafhankelijkheid van primaire (abiotische) grondstoffen en maakt dat de economie veerkrachtiger. Daarbij draagt dit bij aan de verlaging van de milieudruk.
Doel 3: Besparen van grondstoffen
Het uiteindelijke doel is structureel grondstoffen besparen en deze efficiënt inzetten. Dit vraagt om innovaties in ontwerp, productie en consumptie, en levert op termijn de grootste winst op voor economie én milieu.
De afval- of grondstoffenketen kent een aantal onderdelen die samen de keten vormen, met verschillende onderlinge afhankelijkheden.
In dit beleidsplan beperken we ons vooral tot waar onze invloed strekt.
De wettelijke taken zijn neergelegd in de Wet Milieubeheer en in het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP3) dat in 2025 is opgevolgd door het Circulair Materialen Plan. Kort samengevat zijn de belangrijkste verplichtingen:
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Minder restafval en meer gescheiden materiaalstromen vergroten de kansen voor hergebruik. Steeds meer wordt van belang of en hoe producenten bijdragen aan de inzameling van (gedeelten van) het huishoudelijk afval. Voor het restafval blijft de gemeente verantwoordelijk. Belangrijk wettelijk kader is de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waarbij producenten financieel en organisatorisch verantwoordelijk worden gesteld voor de volledige levenscyclus van hun producten, inclusief het afvalbeheer na gebruik. Doel is afvalstromen verminderen, recycling en hergebruik stimuleren en producenten motiveren om producten te ontwerpen die eenvoudiger te recyclen zijn (ecodesign).
Inmiddels zijn er naast verpakkingen meerdere Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheden (UPV’s) zoals elektrische apparaten (WEEE), batterijen en accu’s, autobanden, autowrakken, landbouwfolies, medicijnafval, matrassen, zwerfafval en textiel. In de nabije toekomst wordt een UPV incontinentiematerialen, bouwwerkstromen, meubels, zonnepanelen en een uitbreiding van medicijnafval gerealiseerd.
Deelnemersovereenkomst Verpakkingen 2025-2030
De nieuwe landelijke samenwerkingsovereenkomst verpakkingen en de Deelnemersovereenkomst Verpakkingen 2025-2030 met Verpact dienen het systeem voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk verpakkingsafval te vereenvoudigen, te verduidelijken én bovenal meer circulair te maken.
Hergebruik en circulariteit als gezamenlijk doel. In het overleg tussen de partijen is uitgebreid gesproken over de gezamenlijke ambitie om bij te dragen aan een circulaire economie. Naast afspraken over het verbeteren van de inzameling en hergebruik van verpakkingsafval, worden producenten richting 2030 via de nieuwe Europese verordening gedwongen om actie te ondernemen rondom de productie van verpakkingen. Zo worden lidstaten verplicht om in 2030 de hoeveelheid verpakkingsafval te hebben gereduceerd, komen er nieuwe regels om volume en gewicht te beperken, dienen verpakkingen in 2030 voor minimaal 70% herbruikbaar te zijn en wordt het gebruik van hergebruikt materiaal in de productie van nieuwe verpakkingen verplicht gesteld.
De vergoeding voor ingezameld Plastic- en Metalenverpakkingen en Drinkpakken (PMD) wordt bepaald op basis van objectieve metingen, zonder visuele inspectie en afkeur van materiaal. Dat komt tegemoet aan het grote bezwaar van gemeenten in de vorige afspraken, waarin er veel te doen was rondom de visuele inspecties.
2.2 Regionaal op weg naar een circulair Zeeuws afvalsysteem
De Zeeuwse gemeenten hebben in Zeeland Circulair - Beleid Circulaire Economie 2025-2028 (1 maart 2025) besloten de VANG-huishoudelijke doelstellingen van het ministerie van I&M te omarmen en zich in te spannen om deze te behalen via gemeentelijk beleid en (toegangs)beleid op de milieustraten. Er wordt steeds geconformeerd aan de jaartallen en gerichte doelen zoals opgenomen in (herijkingen) van het VANG-programma.
Op basis van CBS peiljaar 2023 variëren de recyclepercentages voor de Zeeuwse gemeenten tussen 49,9 en 68 procent. Hieronder de gegevens van Middelburg. De percentages zijn lastig te doorgronden mede omdat duidelijk moet zijn welk recyclepercentage de verwerker bewerkstelligt. Bovendien zijn percentages niet erg tastbaar.
OLAZ rapporteert al jaren de hoeveelheden restafval per inwoner dat bestaat uit drie delen:
Besloten is gezamenlijk te committeren aan de inzet die binnen de eigen gemeente noodzakelijk is om de hoeveelheid huishoudelijk restafval te verminderen en het afvalscheidingspercentage te verbeteren. Met het gezamenlijk doel dat in 2050 geen verspilling van grondstoffen meer plaatsvindt. De hoeveelheid restafval blijft hiervoor een gemakkelijke te meten maatstaaf is. Sturing vindt (voor nu vooral) plaats in hoofdzaak op de kilo’s restafval én kwaliteit van grondstoffen. Aanvullend is het fijn dat de recycletool er is, om inzicht en overzicht te houden.
De tussendoelen, naast kwalitatief voldoende schone grondstoffenstromen, zijn dat elke Zeeuw
Deze tussendoelen worden via dit beleidsplan ook voor Middelburg verankerd.
De afvaldriehoek toont in een oogopslag de beïnvloedbare aspecten van het afvalbeleid: dienstverlening, milieu en kosten. De gemeente voert op al die aspecten regie. Hoe, dat is de uitkomst van de politieke keuzes die de gemeenteraad maakt in het afvalbeleidsplan. Zo ontstaat een evenwicht tussen wensen van inwoners, financiële middelen en milieurendement. De landelijke ontwikkeling in het streven naar een circulaire economie zet vooral in op laatstgenoemde aspect.
De gemeenteraad moet ook kiezen of de gemeente het gemeentelijk afvalbeheer zelf uitvoert, de uitvoering samen met andere gemeenten regelt, of de uitvoering uitbesteedt.
Per inwoner wordt er per jaar gemiddeld 289 kilo afval ingezameld waarvan: restafval en grofvuil (119 kilo), groente-, fruit-, tuinafval en etensresten (97 kilo), oud papier (30 kilo), glas (19 kilo), Plastic- en Metalenverpakkingen en Drinkpakken (24 kilo) en textiel (3 kilo). Alle afvalstromen met verschillende inzamel- verwerkingsmethoden en eigen vraagstukken. Daarnaast wordt er per inwoner per jaar zo’n 250 kilo (van ruim 18 afvalstromen) afval/grondstoffen ingeleverd op de milieustraten.
De hoeveelheid restafval bedroeg in 2025 in Middelburg 119 kilo per inwoner.
Deze hoeveelheden zijn exclusief grofvuil en verbouwingsrestafval van de milieustraten die meetellen in de ambitie. In 2025 was dit voor Middelburg nog eens 26 kilogram per inwoner.
Er is nog genoeg te winnen. Het restafval dat wordt opgehaald bestaat vooral uit grondstoffen.
Sorteeranalyse samenstelling restafval 2024 (124 kilo per persoon)
Voor 2026 is een bedrag van circa € 8.815.557 begroot voor de inzameling van huishoudelijk afval. Dit is 3,7% van de totale gemeentelijke begroting (225 miljoen).
De kosten voor de afvalinzameling en -verwerking stijgen. Dit komt door:
Restafval is en blijft de duurste afvalstroom mede door de verbrandingsbelasting. Gescheiden grondstoffen zijn (bijna) altijd goedkoper of leveren zelfs iets op.
Er zijn enkele relevante ontwikkelingen die veel invloed uitoefenen op de hoogte van de afvalstoffenheffing. De gehele afvalbeheerskosten omvatten veel onderdelen, die allemaal inwerken op het totaal, maar een van de grootste invloeden wordt uitgeoefend op het verwerken van restafval. De stijging is bedoeld om afvalverbranding minder aantrekkelijk te maken en hergebruik te bevorderen, in lijn met de klimaatdoelen en grondstoffenbeleidsplannen voor 2030.
Tussen 2018 en 2025 is de verbrandingsbelasting al flink gestegen en die zal de komende jaren alsmaar verder oplopen. In 2026 bedraagt het tarief van de afvalstoffenbelasting € 40,85 per ton brandbaar afval.
Voor 2027 wordt uitgegaan van een tarief van € 42,50 afvalstoffenbelasting per ton.
In 2026 is voor het eerst een CO2-heffing van toepassing op het verbranden van brandbaar afval.
Er wordt door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA) onderscheid gemaakt per EURAL-kode.
Dit houdt in dat er verschillende tarieven zijn voor brandbaar afval en grof brandbaar afval.
De tarieven voor 2026 zijn € 5,96 per ton voor brandbaar afval respectievelijk € 6,69 per ton voor grof brandbaar afval.
Rekening houdend met inflatie van de CO2-heffing industrie per uitgestoten ton CO2 en de afbouw van de AVI-reductiefactor in de opbouw van het tarief, is het tarief voor brandbaar afval (incl. grof brandbaar afval) ingeschat op gemiddeld € 12,50 per ton.
Alles bij elkaar genomen resulteert dat in 2030 in een belasting van naar verwachting € 100 per ton voor restafval bovenop de verwerkingskosten.
Los van de belasting en hogere verwerkingskosten worden bij die verbranding ook nog eens grondstoffen verbrand die anders geld opbrengen, zoals papier en glas bijvoorbeeld. Hierdoor is er op twee manieren sprake van hogere kosten. Deels direct en deels indirect in misgelopen inkomsten. Om deze redenen wordt het voor gemeenten in toenemende mate een noodzaak om het restafval sterk te verminderen en daarmee ook meer regie te kunnen houden op de totale kosten van het afvalbeheer.
De kosten worden gedekt door de heffingen op afvalstoffen en reinigingsrechten.
De gemeenteraad moet besluiten hoe de kosten over de huishoudens worden verdeeld. Aspecten als milieueffecten, sociale rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid zijn daarbij overwegingen.
Jaarlijks wordt bezien of de heffing toereikend is.
In het verleden is gekozen voor een tarief voor een éénpersoonshuishouden en een tarief voor meerpersoonshuishouden. Het verschil tussen een éénpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden is lang geleden tot stand gekomen en gebaseerd op de kosten voor het gebruik van de milieustraten door één persoon. Een éénpersoonshuishouden heeft gemiddeld minder afval en hiermee ook minder variabele kosten.
De afvalstoffenheffing bedraagt voor een meerpersoonshuishouden gemiddeld € 369,05 op jaarbasis (23,3% van de totale lokale lasten), waarvan gemiddeld 17% (€ 61,78) wordt beïnvloed door variabele kosten voor het aanbieden van restafval.
Naast een vast en variabel deel van de heffing zijn er verschillende regelingen met vrijstellingen.
Keuzes voor een inzamelsysteem
Gemeenten mogen zelf een systeem kiezen dat past bij de lokale situatie, wetgeving en milieudoelstellingen. Hierbij spelen verschillende factoren een rol:
De inzamelstructuur: Hanteert de gemeente bronscheiding (huishoudens scheiden afval zelf in verschillende bakken (bijvoorbeeld aparte bakken voor GFT, PMD en restafval) of nascheiding (huishoudens scheiden weinig of niet, en de afvalverwerker scheidt de verschillende fracties achteraf, bijvoorbeeld met technologie zoals optische scheiders).
Factoren die de keuze beïnvloeden
Huidig inzamelsysteem in Middelburg
Huidig inzamelsysteem in Middelburg
Keuze voor Diftar in Middelburg
Sinds 2021 heeft Middelburg een financiële prikkel die geleid heeft tot minder fijn restafval aangeboden in de rolcontainer en de ondergrondse container. Uit een enquête in het kader evaluatie Diftar (2022) bleek dat een groot deel van de respondenten beter afval is gaan scheiden. De cijfers bevestigen dit; circa 30 procent minder fijn restafval. Het resultaat lijkt gestabiliseerd in hoeveelheid ondanks dat het aantal aanbiedingen nog wel ligt daalt.
Diftar kent ook nadelen. Zo vindt er ontduiking plaats door restafval in een andere container of prullenbak weg te gooien of te dumpen. Ook is er een sluitende registratie en administratie noodzakelijk voor verrekening van de werkelijke aanbiedingen restafval.
Nascheiding is een (service)instrument om tot afvalscheiding te komen. Nascheiding is op dit moment alleen een optie voor machinale uitsortering van PMD (veel volume en in verhouding weinig gewicht). Alleen met nascheiding wordt de doelstelling nu niet bereikt.
Naast de inzameling van huishoudelijk afval zamelt de gemeente op kleine schaal al vele jaren bedrijfsafval in. Dit betreft het bedrijfsafval van Kantoren, Winkels en Dienstverleners (KWD afval) dat qua omvang en samenstelling gelijk is aan huishoudelijk afval. Het inzamelen van bedrijfsafval wordt afgerekend door reinigingsrecht te heffen.
De inzameling van dit afval dient gescheiden van de inzameling van huishoudelijk afval plaats te vinden in verband met administratie, registratie, verantwoording, verrekening en dergelijke. Dit stuit op praktische bezwaren. De laatste jaren is dit afgeschaald waarbij op dit moment nog de volgende onderdelen zijn te onderscheiden:
Bedrijfsafval inzameling met ondergrondse verzamelcontainers uitsluitend restafval bij circa 140 ondernemers in de binnenstad die geen rolcontainer voor afval op eigen terrein kunnen stallen. Hierbij worden containers benut die voor huishoudelijk afval zijn. De hoeveelheid wordt ingeschat op basis van het aantal aanbiedingen. Ondanks dat deze wijze niet zuiver is blijft de gemeente ondernemers faciliteren bij gebrek aan een eigen oplossing. Verrekening reinigingsrecht vast tarief en variabele kosten (aantal aanbiedingen x variabel tarief per aanbieding).
Voor instellingen die zich volgens hun statuten de uitoefening ten doel stellen van liefdadige of ideële activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard waarbij deze activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers zijn en betalen uitsluitend variabele kosten voor het aanbieden van restafval (aantal aanbiedingen x variabel tarief per aanbieding).
Contractbeheer verwerking afvalstromen, milieustraten, regie en samenwerken
Verreweg de meeste gemeenten hebben de inzameling van huishoudelijk afval publiek georganiseerd. Via publieke afvalbedrijven dan wel via een eigen gemeentelijke inzameling of gemeenschappelijke regeling. Ook wanneer de inzameling niet zelf wordt uitgevoerd, blijft de gemeente primair verantwoordelijk voor het afvalbeleid en heeft ze de wettelijk taak het huishoudelijk afval in te zamelen en te verwerken.
OLAZ staat voor Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland. In OLAZ werken alle 13 Zeeuwse gemeenten samen op het gebied van de verwerking van huishoudelijk afval. Het doel van OLAZ is de gezamenlijke belangen van de deelnemers te behartigen op dit gebied.
OLAZ maakt over de volgende onderwerpen gezamenlijke afspraken:
Voor de verwerking van ingezamelde afvalstoffen van de deelnemers sluit OLAZ contracten af met verwerkers.
De op- en overslag vindt plaats op AOS Koegorspolder en in Goes. De locatie in Goes komt te vervallen zodra de op- en overslag in Middelburg gereed is. De verwachting is dat dit half 2027 zal zijn.
De gemeente Middelburg heeft zelf overeenkomsten met ReShare voor de inzameling van textiel via ondergrondse containers en met verenigingen en kerken voor de huis-aan-huis inzameling van oud papier.
Zeeuwse milieustraten en Circulair Ambachtscentrum
OLAZ maakt over het aanbieden huishoudelijke afvalstoffen op de milieustraten gezamenlijke afspraken (acceptatiebeleid). Per 1 november 2025 is er een toegangs- en registratiesysteem voor de Zeeuwse milieustraten. De Zeeuwse ReinigingsDienst b.v. (ZRD) beheert de 13 Zeeuwse milieustraten. De ZRD is volledig eigendom van OLAZ.
Regionalisering Zeeuwse milieustraten
Een gezamenlijke opgave is er voor de regionalisering Zeeuwse milieustraten. Ingevolge het principeakkoord betreft het een gezamenlijk circulair ambachtscentrum voor de gemeenten Vlissingen en Middelburg. Gelet op de regionale functie van een circulair ambachtscentrum wordt ook gemeente Veere betrokken bij dit proces.
Middelburg streeft naar een duurzame samenleving waarbij in de toekomst geen plek meer is voor afval.
In de omgevingsvisie Middelburg is opgenomen dat de afvalinzameling in Middelburg gescheiden is en uit gaat uit van ‘afval is grondstof’. In 2030 zijn stappen gezet om de kringlopen te sluiten. In 2050 is de kringloop volledig gesloten. Er zijn alleen nog grondstoffen, afval bestaat niet meer.
Een ‘afvalvrij’ Middelburg is er niet van vandaag op morgen. De gemeente blijft zich daarom nadrukkelijk richten op haar kerntaken ten aanzien van huishoudelijk afval, namelijk stimuleren van de gescheiden inzameling van herbruikbaar afval (grondstoffen) en het voorkomen en verminderen van restafval. Dit alles tegen acceptabele kosten, waarbij het uitgangspunt is ‘de vervuiler betaalt’.
4.2 Juiste balans tussen afname restafval en scheiden schone grondstoffen
‘Afvalvrij’ als zodanig bestaat nog niet. Een juiste balans moet gevonden worden tussen de afname van de hoeveelheid restafval enerzijds en het scheiden van schone, hoogwaardig te recyclen grondstoffen uit huishoudelijk afval anderzijds.
Op dit moment staat Middelburg op 145 kilogram brandbaar afval per inwoner (2025: 119 kilo fijn restafval en 26 kilo grof vuil en verbouwingsrestafval). 100 kilogram restafval per inwoner is een realistische doelstelling. Binnen de planperiode 2026-2030 koerst Middelburg op het behalen van maximaal 100 kilogram per inwoner. Bovenstaande doelstelling biedt de gemeente houvast voor de toekomstige invulling van het afvalbeleid. Met ongewijzigd beleid gaat Middelburg deze doelstelling niet halen.
4.3 Strategieën om de doelstelling te halen
Er zijn verschillende inzamelstrategieën waarmee de doelstellingen kunnen worden gehaald. Zo’n 50 gemeenten, voornamelijk in het oosten en zuiden van Nederland, hebben de eerdere doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner per jaar al gehaald. Dit betreft vooral gemeenten in landelijk gebied. Het zijn, op een enkele uitzondering na, gemeenten die het aanbieden van restafval financieel belasten. Dit doen zij wel in combinatie met een verlaging van het serviceniveau voor restafval (denk aan kleinere containers, een zak als inzamelmiddel, verlagen van de inzamelfrequentie of het wegbrengen van restafval). De service voor het herbruikbare afval is dan wel geoptimaliseerd. Bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van inzamelmiddelen en/ of het verhogen van de inzamelfrequentie.
Elke gemeente bepaalt zelf hoe het afval wordt opgehaald. Zij kunnen in hoofdzaak kiezen uit de volgende 4 manieren:
Communicatie heeft een belangrijke waarde als ondersteunend instrument bij het introduceren van veranderingen in de gemeenten. Dit geldt ook voor de afvalinzameling. Denk aan het aanpassen van het serviceniveau en het introduceren of aanscherpen van een financiële prikkel.
De vraag is hoe nu verder? Het huidige effect is gestabiliseerd. De ambitie bepaalt de strategie maar is erg groot!. Zonder wijzigingen wordt doelstelling niet gehaald.
De inwoner moet het doen. Er zijn behoorlijk wat uitdagingen en beginnen niet blanco. Er is geïnvesteerd in inzamelmiddelen, er is materieel in bedrijf en personeel in dienst.
Wat is voor de gemiddelde inwoner acceptabel aan inspanning op het gebied van afvalverwijdering? Welke service wordt geboden? Wat is de mate van solidariteit en collectiviteit?
De opgave is het samenstellen van een samenhangend pakket aan maatregelen, waar geen spijt van wordt verkregen (no-regret maatregelen).
Met de invoering van Diftar en bronscheiding ontstond in 2021 voor de inwoners een nieuwe situatie. Inwoners gingen immers betalen voor elke keer dat ze restafval aanbieden. Diftar maakt gebruik van een financiële prikkel om de hoeveelheid restafval te verminderen. Van belang is daarbij dat inwoners een handelingsperspectief hebben om hun restafval te verminderen, daarmee kunnen ze de afvalkosten verlagen.
Stoppen met gescheiden inzameling PMD bij hoogbouw, in de binnenstad en de Edelstenenbuurt
Indien het PMD niet gescheiden hoeft te worden is dat handelingsperspectief minder aanwezig. In de beeldvorming kan het gevoel ontstaan dat er wel voor PMD betaald moet worden terwijl dat niet gescheiden kan worden.
Er zijn een aantal mogelijkheden om dit dilemma (wel betalen voor afval, maar gevoelsmatig niet alles kunnen scheiden) aan te pakken. Voor al deze methoden geldt dat communicatie van groot belang is. Niet alleen bij invoering van het systeem, maar voortdurend en over meerdere jaren.
Dit wil wel zeggen dat er een ‘dubbele boodschap’ gecommuniceerd zou moeten worden, zowel de boodschap over nascheiding bij hoogbouw, in de binnenstad en de Edelstenenbuurt en de boodschap om toch PMD apart in te zamelen voor grondgebonden woningen.
Geheel stoppen met gescheiden inzameling PMD
Een laatste optie is helemaal stoppen met gescheiden PMD inzameling (bijvoorbeeld door de huidige ondergrondse PMD-containers om te bouwen voor restafval). In dat geval zal duidelijk gemaakt moeten worden dat de opbrengst voor het PMD in het tarief voor Diftar verdisconteerd is. Daarmee moet wel een zekere transparantie gegeven worden bij het vaststellen van het tarief. Communicatie is hierbij van groot belang. Het gevaar blijft dat inwoners het gevoel hebben gedwongen worden te betalen voor afval dat ze niet kunnen scheiden.
Deelnemersovereenkomst verpakkingen 2025-2030
Tijdens de ALV van de VNG van 18 juni 2025 hebben de leden met 94,6% ingestemd met de nieuwe afspraken over de inzameling van verpakkingsafval tussen de VNG/NVRD en Verpact. Ook de Zeeuwse gemeenten hebben deze nieuwe afspraken onderschreven, zodat
Partijen hebben afgesproken de gezamenlijke inzet op kwaliteit (zoveel mogelijk gescheiden inzamelen van uitsluitend verpakkingsafval) drastisch te versterken. Ook is de afspraak gemaakt in te zetten op het uit moeten faseren van slecht functionerende ondergrondse containers (brengsystemen), te beginnen met de gemeenten (gebieden) waar de vermenging met andere afvalstromen het grootst is.
Uiteindelijk ontvingen gemeenten op 12 januari 2026 de Beslisboom Deelsysteem, waarin toegelicht wordt wat wel en niet onder een deelsysteem valt. Deze uitwerking is, door de Zeeuwse gemeenten, langs de uitgangspunten van de samenwerkingsovereenkomst verpakkingen gehouden namelijk dat de beslisboom (i) voor gemeenten uitvoerbaar zijn, (ii) aansluiten bij de praktijk van gemeentelijk afvalbeheer in de openbare ruimte, mede in het licht van het geheel aan afvalstromen dat vrijkomt bij huishoudens en (iii) uitlegbaar zijn aan inwoners. De huidige beslisboom past niet past binnen deze uitgangspunten. Hieronder wordt dit verder toegelicht.
Het begrip pand en de limitatie van circa 75 woningen per deelvoorzieningen in de Beslisboom Deelsysteem vraagt van iedere gemeente een veelvoud van extra ondergrondse inzamelvoorzieningen te plaatsen, omdat een pand in de praktijk ook regelmatig uit één, drie of tien huishoudens bestaat. Dit is onuitvoerbaar omdat dit
Niet ruimtelijk haalbaar is - het begrip pand en limitatie van ca 75 woningen leidt bij middelgrote stedelijke gemeenten al tot minimaal 100 extra ondergrondse containers voor PMD. Deze locaties bevinden zich vooral in (binnenstedelijke) buurten/ wijken waar, mede door verschillende ruimtelijke opgaves-vergroening, mobiliteit, klimaat, energie- reeds zeer beperkte openbare ruimte beschikbaar is.
Effect op de kwaliteit van verpakkingsmateriaal onbekend- in een bestaande situatie met 8 panden (complexen) op 1 goed functionerende ondergrondse container zouden er, volgens de Beslisboom 7 containers voor PMD extra geplaatst moeten worden. Het is onbekend of deze extra containers leiden tot betere kwaliteit. Wel leidt het tot minder beschikbare ruimte voor parkeren, groen et cetera, hogere kosten en minder efficiënte inzameling.
Volgens de beslisboom zouden bepaalde wijken vragen om een aanpassing van het inzamelsysteem, omdat een deelsysteem volgens de samenwerkingsovereenkomst niet dominant mag zijn in een buurt of wijk. Dit is onuitvoerbaar omdat
Andere bronsystemen niet mogelijk zijn voor dit type bouw
Zakinzameling- Een mogelijk alternatief is het inzamelen via zakken. Gelet op de wind en meeuwenoverlast waar kustgemeenten mee te maken hebben is dit geen geschikte mogelijkheid omdat het leidt tot verwaaien, zwerfvuil en dus extra overlast. Ook vervuiling van het aanzien van het stadsbeeld bijvoorbeeld in een historische, beperkt toegankelijke binnenstad kan erg ongewenst zijn.
Nascheiding geen mogelijkheid is omdat
Het gedeeltelijk invoeren van nascheiding is niet uitlegbaar aan de inwoners die het afval aan de bron scheiden. In theorie is het mogelijk een bepaald gebied of bepaald type bouw (hoogbouw) specifiek aan te wijzen voor nascheiding. In de praktijk staat hoogbouw (kleine en middelgrote appartementencomplexen) ook in wijken waar inwoners aan de bron het PMD scheiden. Het kan zo zijn dat in een straat.
Nascheiding sluit ander inzamelsystemen, zoals omgekeerd inzamelen, uit. In gemeenten waar deze systemen reeds zijn implementeert leidt het tot een verlies van geld, inzet en communicatie op ingezet, in gemeenten waar het nog niet is ingevoerd beperkt nascheiding deze stappen naar een circulaire economie
Leidt tot minder circulariteit op andere afvalstromen- uit recent onderzoek dat Rijkswaterstaat (Haskoning, 2025, Feitenonderzoek bron- en nascheiding PMD) heeft laten uitvoeren blijkt dat gemeenten die PMD-afval laten nascheiden minder andere recyclebare afvalstoffen aan de bron scheiden. Hiermee sluit het niet aan bij het uitgangspunt van de samenwerkingsovereenkomst verpakkingen dat het passend is bij de inzameling van het geheel aan afvalstromen dat vrijkomt bij huishoudens
Sturing op kwaliteit van verpakkingsmateriaal en niet zozeer op een zeer beperkte invulling van het systeem moet het uitgangspunt zijn. Er bestaat namelijk geen onderbouwing dat deze invulling leidt tot verbeteringen van de kwaliteit. Wel leidt deze beperkte invulling tot extra kosten, extra ruimtebeslag waar deze als schaars is, onduidelijkheid richting inwoners, minder efficiënte inzameling, beperkte mogelijkheden op vervolgstappen om meer en beter afval te scheiden.
Het standpunt van onze branchevereniging is: bronscheiding waar het kan, nascheiding waar het moet. De afgelopen jaren is veelvuldig de kwaliteit van ons ingezamelde PMD gemeten. Gemiddeld genomen is deze gemeten tussen de 65 en 70 gewichtsprocent . Hiermee wordt voldaan aan de gestelde maatstaven
Om ons te houden aan de beslisboom blijkt uit een analyse dat het aantal containers voor PMD verdubbeld zou moeten worden. Deze extra 130 containers brengen een investering van 1.300.000 euro en aanvullende beheerkosten met zich mee. Ter illustratie; in een bestaande situatie met 8 panden (complexen) op 1 goed functionerende ondergrondse container zouden er 7 ondergrondse containers voor PMD extra geplaatst moeten worden. In een andere situatie met een flat met 364 woonhuisaansluitingen op 1 goed functionerende ondergrondse container zouden er 4 containers voor PMD extra geplaatst moeten worden.
De landelijke Werkgroep Kwaliteit zal periodiek, en voor het eerst na 3 maanden, de werking en toepassing van de beslisboom, het gehanteerde aantal huishoudens en de kwaliteit van het PMD evalueren en indien nodig een aanpaste beslisboom met onderbouwd advies ter goedkeuring voorleggen aan het Uitvoerend Overleg.
Verzocht is om de beperking van pand, limitatie van 75 woningen en dominant systeem uit de beslisboom te verwijderen. Juist in te zetten op het verbreden van het deelsystemen en daarover ook de kennisdeling te vergroten, zodat er
Het is van belang om gescheiden afvalstromen (grondstoffen) niet te veel te vervuilen met stoorstoffen.
De belangrijkste strategie om in Middelburg te komen tot nog minder fijn restafval en meer gescheiden inzameling is het (nog verder) verlagen van het serviceniveau voor restafval in combinatie met het verhogen van het serviceniveau voor gescheiden te houden afvalstromen.
Diftar blijkt een (zeer) effectief inzamelsysteem om milieudoelstellingen te verwezenlijken. Hoe hoger het ledigingstarief, hoe minder fijn restafval huishoudens aanbieden. Bovendien kan Diftar worden aangevuld met een serviceprikkel (veel service op grondstoffen en restafval verder ontmoedigen). Op dit moment is een financiële prikkel onmisbaar in het behalen van milieudoelstellingen (50 procent van de gemeenten in Nederland heeft een vorm van Diftar).
Bronscheiding waar het kan, nascheiding waar het moet
Bronscheiding levert aantoonbaar zuiverdere afvalstomen op ten opzichte van nascheiding, waardoor materialen niet in aanraking komen met ander afval, behouden ze hun oorspronkelijke kwaliteit en zijn ze direct inzetbaar voor hoogwaardige recycling. In het verleden heeft Middelburg de keuze gemaakt voor bronscheiding. Alleen met nascheiding wordt de doelstelling nu niet bereikt. Toch zijn er situaties waar grondstoffenstromen te veel vervuilt zijn ondanks inzet op communicatief en participatief vlak.
Nascheiding zou hier een oplossing kunnen bieden maar past niet bij Diftar.
Bij de nieuwe aanbesteding door OLAZ voor de verwerking van restafval vanaf 2028 willen we dat nascheiding op elk gewenste schaalgrootte mogelijk is en tijdens de contractperiode op elk gewenst moment in kunnen stappen.
Omgekeerd inzamelen als serviceprikkel bovenop Diftar
Het huidige inzamelsysteem voor PMD in Middelburg is volledig met verzamelcontainers (brengsysteem). Vanwege het feit dat dit systeem volgens de samenwerkingsovereenkomst verpakkingen niet dominant mag blijven wordt voor de grondgebonden woningen (met tuin met uitgang) in 2028 het zogenaamde omgekeerd inzamelen invoeren. PMD wordt dan met rolcontainers ingezameld.
Het inzamelsysteem voor PMD bij de hoogbouw, in de binnenstad en de Edelstenenbuurt wordt nu niet aangepast als de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen volgens de aangegeven maatstaven voldoende blijft. Toewijzing aan uitsluitend gebruikers moet hier zorgen verbetering van de kwaliteit van de grondstoffen stromen en meer controlemogelijkheden.
Restafval is het échte afval dat je overhoudt nadat je alles goed hebt gescheiden. Restafval is vaak huishoudelijk afval dat niet per se afhankelijk is van hoeveel mensen er in huis wonen. Een meerpersoonshuishouden heeft dus (bij goed scheiden) niet vanzelfsprekend meer kilo’s restafval dan een eenpersoonshuishouden*. Toch hanteren veel gemeenten, als het gaat om de afvalstoffenheffing, verschillende tarieven voor een- en meerpersoonshuishoudens.
Een apart vastrechtbedrag voor zowel een- als meerpersoonshuishoudens sluit niet aan bij het principe van Diftar, namelijk dat een huishouden betaalt naar rato van het aanbod restafval. Bij de keuze voor één gelijk bedrag voor de vaste kosten vastrechtbedrag voor alle huishoudens zullen eenpersoonshuishoudens, zelfs wanneer ze het afval goed scheiden, mogelijk duurder uit zijn dan in de oude situatie. Blijft het verschil in vastrechtbedrag gelijk aan de huidige situatie, dan betalen meerpersoonshuishoudens die hun afval goed scheiden en weinig restafval aanbieden naar verhouding teveel. Een vastrecht dat voor iedereen gelijk is, is het meest eerlijk.
Bij aanvang Diftar is het uitgangspunt gehanteerd dat meerpersoonshuishoudens gemiddeld tien maal per een 240 liter rolcontainer aanbieden en éénpersoonshuishoudens gemiddeld 8 maal per jaar. Daarnaast is het vastrecht voor een éénpersoonshuishouden lager. Beide maakt een verschil dat in het verleden al zo was en gebaseerd op de kosten voor het gebruik van de milieustraat (begroting OLAZ € 29,25 voor 2026).
Effect omgekeerd inzamelen bovenop Diftar als financiële prikkel
Uit een selectie van verschillende typen gemeenten blijkt dat bij omgekeerd inzamelen bovenop Diftar de hoeveelheid fijn restafval per jaar gaat verminderen. In deze voorbeeld gemeenten geldt dat inwoners moeten betalen vanaf de eerste aanbieding restafval. Hoe hoger het ledigingstarief is, hoe minder restafval huishoudens aanbieden. Het is echter geen lineair verband.
Cijfers 2024 aanbiedtarief versus resultaat restafval gemeenten met Diftar
Hierbij dient opgemerkt te worden dat bij de hogere aanbiedtarieven de hoeveelheid nulaanbieders (inwoners die geen restafval aanbieden) gaat oplopen tot wel 15-30 procent.
Eerder zijn al proeven gedaan met omgekeerd inzamelen. Omgekeerd inzamelen is in Stromenwijk/ ’t Zand/ Ritten burg van 1 november 2016 beproefd en is stilzwijgend doorgelopen tot 31 december 2019. Een derde rolcontainer aan huis voor PMD is in Arnemuiden Noord van 1 oktober 2016 t/m 31 augustus 2017 beproefd. De proeven waren succesvol maar uiteindelijk is gekozen voor één nieuw inzamelsysteem voor heet Middelburg met een groot effect via financiële prikkel en mogelijkheden om bij te kunnen stellen.
Communicatie; hoe stimuleer je bewoners afval te voorkomen en te scheiden?
Het op de juiste manier bereiken, informeren, faciliteren en motiveren van de bewoner is cruciaal en gedragsinzichten kunnen de gekozen aanpak vele malen effectiever maken.
Om bewoners aan te zetten tot afval scheiden, moet er aan drie factoren gewerkt worden: bewoners moeten weten, willen en kunnen. Ze moeten weten hoe ze afval moeten scheiden (capaciteit), ze moeten afval willen scheiden (motivatie) en afval kunnen scheiden (gelegenheid).
Om te beginnen, moet je in ieder geval zorgen voor gelegenheid: bewoners moeten hun afval überhaupt gescheiden aan kunnen bieden ter inzameling. Dat doe je door het inrichten van een goed werkend inzamelsysteem. Van belang is uiteraard ook dat bewoners weten hoe dat systeem eruit ziet. Er geldt namelijk: ‘als ik het niet weet, is het er voor mij niet’. En dan is de score op gelegenheid nul en zal er niets worden aangeboden. Daarnaast moeten bewoners weten wat er van hen verwacht wordt, hoe ze welk afval moeten scheiden (capaciteit). Voorlichting hoort dus bij de basis. Bijvoorbeeld in de vorm van een wel/niet lijst. Tot slot moeten bewoners basismotivatie hebben en in beginsel hun afval dus willen scheiden. Bijvoorbeeld door het nut en het waarom van afval scheiden te begrijpen.
Een checklist om de basis op orde te hebben ziet er als volgt uit:
Het gewenste gedrag bestaat uit het herkennen van afval, op het moment dat het ontstaat, het apart houden, tijdelijk opslaan en het aanbieden ter inzameling. Capaciteit gaat dan over iemands kennis (weten hoe en weten waar), competenties (de vaardigheden en eigenschappen) en persoonlijke hulpmiddelen die het gedrag mogelijk maken. Manieren om informatie, kennis en hulpmiddelen aan te bieden zijn onder andere brieven, deur-tot-deur acties, campagnes, afvalwijzer, sites, apps en items op social media.
Tot slot is het van belang dat bewoners motivatie hebben om hun afval te scheiden. We brengen inwoners op de hoogte, bijvoorbeeld via de digitale afvalkalender, website, voorlichting over wat er gebeurt met het gescheiden afval, wat er van gemaakt wordt.
Bij motivatie gaat het om afval ook willen scheiden. Hier kunnen bewoners verschillende redenen voor hebben. De financiële prikkel is voor vrijwel alle doelgroepen een werkzame maatregel.
Reactance, skepticisme en inertia
Reactance is de weerstand die ontstaat wanneer bewoners het gevoel hebben dat hun vrijheid of autonomie wordt bedreigd. Zodra mensen het idee krijgen dat hen iets wordt opgelegd (“je moet”, “dit mag niet meer”), ontstaat vaak een automatische tegenreactie: men gaat juist het tegenovergestelde doen of haakt af.
Bij afvalscheiding uit reactance zich bijvoorbeeld in:
Reactance komt vooral voor bij maatregelen die als dwingend, controlerend of moraliserend worden ervaren, zoals verplichtingen, controles of boetes zonder voldoende uitleg of keuzevrijheid. De kern bij reactance is: verminder het gevoel van opgelegd krijgen en vergroot het gevoel van autonomie en gelijkwaardigheid.
Skepticisme ontstaat wanneer bewoners twijfelen aan het nut of de oprechtheid van afvalscheiding. Men gelooft niet dat de inspanning iets oplevert, of vermoedt dat het systeem niet deugt.
Deze weerstand is vooral cognitief: mensen haken af omdat het verhaal voor hen niet klopt of niet geloofwaardig voelt. De kern bij scepticisme is: vertrouwen opbouwen door transparantie, herkenning en bewijs.
Inertia is weerstand door gewoonte, gemak en uitstelgedrag. Mensen zijn niet tegen afvalscheiding, maar komen simpelweg niet in actie. Het oude gedrag blijft bestaan omdat het minder moeite kost.
Inertia is vaak onbewust en ontstaat doordat afvalscheiding geen prioriteit heeft in het dagelijks leven. De kern bij inertia is: maak het gewenste gedrag makkelijker, vanzelfsprekender en automatisch.
Communicatie over (invoering) omgekeerd inzamelen
Veranderingen zorgen voor weerstand en nieuwe vragen. Doel is inwoners duidelijk te informeren over veranderingen, voordelen en praktische uitvoering van omgekeerd inzamelen. De communicatie richt zich op alle inwoners en specifieke doelgroepen zoals hoogbouwbewoners. Diverse kanalen worden ingezet, waaronder de afvalcoach, digitale media, geprinte media, lokale media, informatieavonden en de digitale inzamelwijzer. De boodschap benadrukt het belang van afvalscheiding voor milieu, kostenbeheersing en gemak.
Communicatie over tarieven Diftar
De tarieven voor het aanbieden van restafval zijn terug te vinden op de website van de gemeente en de digitale inzamelwijzer. Aan het begin van het jaar wordt een paginagrootte advertentie geplaatst in het huis-aan-huis blad.
Bewoners kunnen achter DigiD het aantal aanbiedingen restafval raadplegen.
Sinds 2020 wordt gebruik gemaakt van een parttime afvalcoach. In 2025 is er in verband met de vervuiling en afkeur PMD ruimte gekomen voor een fulltime afvalcoach. De focus ligt op communicatie, coaching en het aanpakken van foutief aanbieden, dumpingen en zwerfafval.
De invoering van nieuw beleid roept bij inwoners ook vragen op. Voor een groot deel zal dit worden opgevangen via een uitgebreide communicatiecampagne.
De ervaring leert dat een afvalcoach enorm kan bijdragen aan het snel en goed voorlichten van de inwoners die met vragen zitten over de afvalscheiding. Zeker in de eerste maanden na invoering van het nieuwe beleid is zo’n afvalcoach onmisbaar.
Handhaving wordt gezien als laatste stap in de aanpak voor gedragsverandering. Echter leert ervaring, ongeacht welk inzamelsysteem een gemeente hanteert, dat zichtbare aanwezigheid van handhavend personeel de prikkel tot het goed scheiden van afval vergroot. Het behalen van de milieudoelstellingen en de beoogde opbrengst zijn hier van afhankelijk.
Het is gewenst dat een combinatie van repressief en preventief handhaven wordt toegepast. Preventief handhaven door de inzet van afvalcoach of afval boa, repressief door het geven van waarschuwingen of (in het uiterste geval) een boete. Hierbij is ook de zichtbaarheid van handhaving van belang. Dit vergroot de subjectieve pakkans. Voor sommige inwoners werkt het als ze het gevoel hebben dat er ook op ze gelet wordt, vooral de mensen die om verschillende redenen niet intrinsiek te motiveren zijn voor betere afvalscheiding.
Er zijn verschillende handhavingsopties:
Er wordt gekeken naar mogelijkheden voor bestuursrechtelijke dan wel strafrechtelijke handhaving.
Op grond van artikel 10.23 van de Wet Milieubeheer zijn gemeenten verplicht een afvalstoffenverordening vast te stellen in het belang van de bescherming van het milieu. De afvalstoffenverordening is gebaseerd op de Model-Afvalstoffenverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Nadere regels zijn vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit behorende bij de Afvalstoffenverordening.
De tariefstructuur en tarieven zijn opgenomen in de jaarlijks vast te stellen Verordening afvalstoffen/ reinigingsrechten Middelburg.
De volgende maatregelen moeten zorgen dat de hoeveelheid fijn restafval zakt naar 75 kilo per inwoner per jaar
Samen met grof vuil en verbouwingsrestafval, dat ingeleverd wordt bij de milieustraten, verwachten we dan onder de 100 kilo per inwoner per jaar uit te kunnen komen en de afgesproken doelstellingen te kunnen behalen.
Restafval en grofvuil (brandbaar afval)
Dilemma: welke maatregelen voor het terugdringen van bijplaatsing, dumping en oneigenlijk gebruik van prullenbakken.
Dilemma: zorgen verkleiners vaak voor verklemming en voor meer bijplaatsing?
In alle inwerptrommels van de ondergrondse containers voor restafval zit een ‘verkleiner’. Hierdoor is de inhoud van de trommel 40 liter, waar het tarief op is gebaseerd. Uit analyses blijkt dat het restafval voor het grootste deel bestaat uit herbruikbare grondstoffen. De doelstelling is om te komen tot nog minder restafval. Met zo weinig restafval zijn grote huisvuilzakken iets uit het verleden geworden. Containers met een kleinere inwerptrommel vullen beter en zitten daardoor minder snel vol. Ook wordt in deze containers minder vervuiling met grofvuil gezien, zoals klein meubilair en verbouwingsafval. Grof afval kan naar de milieustraat.
De verkleiner in een ondergrondse container kan zorgen voor verklemming. Dit is echter ook het geval bij grotere inwerptrommels als de gebruiker zich wil ontdoen van een te grote zak met restafval.
De ondergrondse restafvalcontainers zijn standaard uitgerust met een 80 liter trommel waarin een verkleiner zit die zorgt voor vermindering naar 40 liter. Er zijn andere gemeenten met varianten met bijvoorbeeld een 30 liter – 60 liter trommel. Daarbij heeft men zelf de keuze welke trommel wordt gebruikt en dus ook welk tarief in rekening zou moeten worden gebracht. Aanpassing van de bestaande voorzieningen en extra inspanningen voor het op juiste wijze verrekenen van de aanbiedingen zorgen ervoor dat een dergelijk systeem voor Middelburg niet wordt overwogen. Ook kan het zorgen voor onduidelijkheid in de verschillende tarieven.
Dilemma grofvuil ophalen tegen betaling (geen onderscheid in afvalstroom), ophalen is 50 procent kostendekkend.
Bij het verhogen van het serviceniveau voor gescheiden te houden afvalstromen horen ook onderdelen van grofvuil. Matrassen, oud ijzer en bruin- en witgoed bevatten grondstoffen en leveren vaak ook nog een vergoeding op. Vanaf 1 januari 2027 worden deze stromen op afspraak op aparte routes opgehaald zonder dat hiervoor apart betaald moet worden. Het overige grofvuil blijven op afspraak tegen betaling (50 procent kostendekkend).
Dilemma: is de milieustraat voldoende bereikbaar voor inwoners die geen beschikking hebben over een auto of zonder sociaal netwerk?
Het is niet voor iedere inwoner haalbaar om een bezoek te brengen aan de Milieustraat of grofvuil tegen betaling op te kunnen laten halen. Denk dan aan:
In 2025 en in 2026 zijn. worden bij wijze van pilot rijdende milieustraten georganiseerd. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden aan inwoners die niet in staat zijn om het grof huishoudelijk afval naar de milieustraat te brengen en/of inwoners die het ophalen aan huis niet kunnen betalen, om dit afval gratis aan te bieden op een locatie in de wijk. Het inzetten van een ‘rijdende milieustraat’ is een goed voorbeeld van een inwonergerichte aanpak.
Het verstrekt het buurtgevoel, geeft de mogelijkheid informatie te delen, verbind samenwerkingspartners, geeft een positief gevoel over de gemeente, inwoners worden geholpen en zijn dankbaar.
Alhoewel er geen sprake lijkt van het verminderen van bijplaatsingen en afvaldumpingen krijgt de rijdende milieustraat een structurele status. Per jaar wordt dit zes maal georganiseerd op plekken waar de behoefte het grootst is en zo mogelijk op verzoek.
Groente-, fruit-, tuinafval en etensresten
Het restafval bestaat voor het grootste deel uit groente-, fruit-, tuinafval en etensresten.
Dilemma: hoe de grote hoeveelheid groente-, fruit-, tuinafval en etensresten uit het restafval te krijgen? Hoe voedselverspilling tegen te gaan?
Voorkomen van voedselverspilling en gescheiden inzameling van groente-, fruit-, tuinafval en etensresten zijn de belangrijkste thema’s in de communicatie. Voorbeelden van campagnes zijn; de jaarlijkse compost dag in maart op de milieustraten en ‘het is groen niet grijs.
Dilemma: nog veel GFT in restafval bij niet grondgebonden woningen.
Bij minimaal 10 aaneengesloten woningen hoogbouwwoningen of woningen met een tuin zonder uitgang (en zonder GFT rolcontainer) een GF zuil voor groente-, fruitafval en etensresten te plaatsen op maximaal 200 meter. Een communicatie campagne te organiseren rondom het gebruik van verzamelcontainers voor groente- en fruitafval (GF-zuilen). (collegebesluit augustus 2023)
Dilemma: hoe deze doelgroep te motiveren om groente-, fruitafval en etensresten toch gescheiden in te zamelen ondanks soms weinig ruimte in de woning en onhygiënische afvalstroom.
In 2028 wordt een communicatie campagne georganiseerd voor bewoners hoogbouw, de binnenstad en de Edelstenenbuurt rondom het gebruik van verzamelcontainers voor groente- en fruitafval (GF-zuilen). De uitwerking is terug te vinden in de bijlage.
Dilemma: kerken en verenigingen krijgen steeds lastiger de inzameling georganiseerd. Hierdoor is het de vraag of dit systeem wel toekomstbestending is.
Met huis-aan-huis inzameling gemiddeld drie keer zoveel oud papier opgehaald in vergelijking met verzamelcontainers. Welk systeem is toekomstbestendig en efficiënt?
De huidige inzamelaars (kerken en verenigingen) die oud papier inzamelen zijn aangewezen voor de periode 2024-2027. Er zijn nu geen redenen om de werkwijze aan te passen. Er is tevredenheid over de inzamelprestaties en hebben een goede verstandshouding met onze inzamelaars en beogen de huis-aan-huis inzameling van oud papier te kunnen continueren met enthousiaste vrijwilligers van de inzamelaars. Zelf organiseren betekent onder andere beleid formuleren over de wijze van inzameling, investeren in het uitzetten van extra rolcontainers of plaatsing van veel extra ondergrondse containers en extra inzet van Stadsbeheer.
Kerken en verenigingen krijgen het steeds lastiger de inzameling te organiseren. Inmiddels zijn er nog slechts 5 inzamelaars. Met het teruglopende aantal vrijwilligers is het de vraag of dit systeem toekomstbestending is. Wijken waar geen inzamelaar voor oud papier gevonden kan worden of waar een huis-aan-huis inzamelaar stopt worden ondergrondse verzamelcontainers geplaatst.
Bij minder dan 30 procent huis-aan-huis inzameling oud papier door kerken en verenigingen wordt het beleid voor de inzameling van deze fractie te heroverwogen (nu 50%/50%).
Vanaf 2027 stopt de huis-aan-huis inzameling in Mortiere door de kerk. Omdat realisatie van ondergrondse containers de nodige tijd aan procedures vergt, wordt in 2027 huis-aan-huis inzameling uitgevoerd door de eigen dienst. In 2028 is de wijk dan aangesloten voor oud papier en karton op ondergrondse verzamelcontainers.
Met huis-aan-huis inzameling wordt in vergelijking met de inzameling met ondergrondse verzamelcontainers veel ingezameld. Dit is onder andere te verklaren doordat bewoners die aangewezen zijn op de ondergrondse verzamelcontainers in de nabij gelegen wijk oud papier en karton kunnen aanbieden voor huis-aan-huis inzameling. Andersom gaat dit niet; de druppel (sleutelhanger) van bewoners die zijn aangewezen op huis-aan-huis inzameling van oud papier en karton geeft nu geen toegang tot de ondergrondse verzamelcontainer in de nabij gelegen wijk.
Om de service te vergroten krijgt iedereen vanaf 2028 met de druppel (sleutelhanger) toegang op alle aanwezige verzamelcontainers voor oud papier en karton in de gemeente.
Al geruime tijd bestaat de mogelijkheid voor inwoners van een gemeente om de bezorgorganisatie van reclamepakketten te informeren dat ze geen ongeadresseerde reclame meer willen ontvangen. Middelburg is op initiatief van de gemeenteraad verder gegaan door het bezorgen van ongeadresseerde reclamefolders te verbieden tenzij inwoners uitdrukkelijk aangeven prijs te stellen op het ontvangen van reclamefolders. Zo’n verbod dat is opgenomen in de Afvalstoffenverordening is dan gericht op de organisatie(s) die folders (laten) bezorgen. De wens om wél folders te ontvangen, wordt dan kenbaar gemaakt door het aanbrengen van een sticker op de voordeur.
Spotta, een bedrijf die reclamepakketten vervaardigt en bezorgt, heeft de sticker op de voordeur vervangen door een digitaal systeem www.Inmijnbus.nl. De oplage van de folderpakketten van Spotta is door hun campagne InMijnBus en de gemeentelijke invoering van de Ja/Ja sticker verminderd. Begin 2023 ontving nog 65% van de huishoudens reclamefolders, aan de start van 2026 is dat afgenomen naar 48%. Het aantal huishoudens dat kiest voor een persoonlijk folderpakket is in deze tijd van 116 gestegen naar 1.155.
Regelmatig komen er klachten binnen over het niet opvolgen van de brievenbussticker. Spotta lost deze klachten direct op door (alsnog) een juiste registratie in het digitale systeem te bewerkstelligen. Hierdoor is er twijfel over de grondslag van een vervolg op onze ingezette handhaving. Omdat dit issue speelt in alle gemeenten waar de Ja/Ja sticker is ingevoerd na uitrol van de campagne InMijnBus worden de landelijke ontwikkelingen afgewacht.
De hoeveelheid ingezameld oud papier en karton neemt nog steeds af. In 2022 was dit gemiddeld 40 kilo per inwoner, in 2023 32 kilo, in 2024 31 kilo en in 2025 was dit 30 kilo.
Voor de grondgebonden woningen (met tuin met uitgang) wordt in 2028 het zogenaamde omgekeerd inzamelen ingevoerd. PMD wordt dan met rolcontainers ingezameld, terwijl de ondergrondse verzamelcontainers gebruikt worden voor restafval. Ook Veere en Vlissingen werken toe naar dit inzamelsysteem.
Voor deze transitie wordt een beroep gedaan op ondersteunende middelen. PMD containers zijn vanaf 2028 via de druppel (sleutelhanger) uitsluitend te gebruiken voor inwoners hoogbouw, Edelstenenbuurt en binnenstad die nabij de container(s) wonen.
In een doorzichtige zak kan het afval eenvoudig en goed gecontroleerd worden op materiaal dat er niet in thuis hoort. Doorzichtige zakken blijven via dispensers op circa 20 afhaalpunten beschikbaar.
Bij wijze van proef zijn er in 2025 op initiatief van Statiegeld Nederland (als onderdeel van Verpact) acht statiegeld automaten kosteloos geplaatst bij de treinstations en in het kernwinkelgebied in de binnenstad. Statiegeld Nederland heeft op een paar momenten gerapporteerd over de resultaten en had goede hoop op productverbeteringen en een goed beheer. Het geleverde product bleek uiteindelijk onvoldoende intuïtief te werken en snelle benodigde productverbeteringen bleven uit. Ook was de kwaliteit van service bij storingen ondermaats. Schoonmaken en ledigen van de automaten was in Middelburg tijdelijk door een andere partij opgepakt. Helaas konden zij de storingen niet geheel verhelpen. Net voor de jaarwisseling 2025–2026 zijn de automaten verwijderd.
Statiegeld Nederland heeft aangeven dat er meer beproefde statiegeld machines van een andere leverancier bestaan. Deze hebben echter een vaste stroomaansluiting nodig. De éénmalige kosten voor het aansluiten op het stroomnet bedragen ruim € 20.000. Statiegeld Nederland is niet bereid deze aansluitingskosten te willen dekken maar uitsluitend de kosten voor het leveren en beheren van nieuwe statiegeld automaten. Statiegeld Nederland werkt aan de komst van een bulkmachine in Middelburg.
Tevens zijn in 2025 er 15 statiegeldbeugels aan bestaande prullenbakken gemonteerd. Deze vergen verder geen beheer en onderhoud.
De inzameling van textiel verloopt via ondergrondse verzamelcontainers. Op kleine schaal vindt uitbreiding van het aantal containers plaats vooral bij grootschalige nieuwbouw. Andere initiatieven met bovengrondse verzamelcontainers voor textiel worden niet toegestaan. Indien lokale initiatieven bij kerken, scholen, sportverenigingen en dergelijke worden toegestaan neemt het aanbod in de openbare voorzieningen af en zal er geen animo meer zijn dit voor de gemeente Middelburg in te zamelen en te verwerken.
De huidige inzamelaar ReShare is bereid te participeren indien een kerk, school of sportvereniging of andere partij in Middelburg textiel wil inzamelen. Ze kunnen dan afspraken maken over de vergoeding die uitgekeerd gaat worden.
Met de huidige marktprijs is er geen vraag van (landelijke) charitatieve instellingen om huis-aan-huis inzameling elk kwartaal nog te organiseren. Het huidige systeem met ondergrondse containers werkt goed.
Kledingbank Zeeland (KBZ) helpt mensen die niet in staat zijn om eigen kleding te kopen of te maken hebben met een smalle beurs. Daarnaast ook voor klanten die goede maar gebruikte kleding uit duurzaamheidsoverwegingen willen dragen. Bij Kledingbank Zeeland is iedereen welkom. Inwoners die moeilijk rond te komen, kunnen terecht voor goedkope en zelfs gratis kleding en schoenen. Via een verwijsbrief komen inwoners in aanmerking voor gratis kleding twee keer per jaar.
Dilemma: doorat we wegwerpluiers en incontinentiemateriaal niet apart inzamelen komen deze hoeveelheden bij het fijn restafval en tellen dus mee voor de doelstellingen.
Een kind verbruikt op dit moment gemiddeld 5400 luiers tot het zindelijk is, dat is gemiddeld 300 kilo aan luiers per kind per jaar. Het huishoudelijk restafval bestaat voor gemiddeld 8 procent uit luiers en incontinentiemateriaal. Ongeveer negen kilo van het restafval per Middelburgse inwoner per jaar bestaat uit wegwerpluiers. Dit is afval dat verbrand wordt en hier is dus veel te winnen.
Op dit moment is er te weinig capaciteit voor de verwerking van wegwerpluiers en is het rendement van materiaalhergebruik nog beperkt. Gezinnen met kinderen tot en met drie jaar (peildatum 1 januari) worden sinds 2023 gecompenseerd door hun luierafval in mindering te brengen op de aanslag van het betreffende belastingjaar: 2 maal een lediging bij gebruik van een grote restafval rolcontainer (240 liter), 3 maal een lediging bij gebruik van een kleine restafval rolcontainer (140 liter) of 12 maal een aanbieding bij gebruik van de ondergrondse container.
Vanaf het moment dat de Zeeuwse gemeenten gezamenlijk een verwerker hebben gevonden wordt er centraal in de wijk, buurt of kern een luiercontainer geplaatst. Het gaat dan om circa 14 locaties.
In het eerstvolgende belastingjaar na ingebruikname van luiercontainers vervalt de compensatieregeling.
Alternatief is het gebruik van uitwasbare luiers. Inwoners kunnen hier zelf een afweging in maken.
In 2026 wordt een pilot georganiseerd van twee rondes, met maximaal dertig huishoudens per ronde ter promotie van wasbare luiers. Op deze manier wordt een bijdrage aan preventie van afval geleverd en hiermee stimulatie van de transitie naar een Circulaire Economie te gestimuleerd. Na afloop van de pilot vindt een evaluatie plaats.
Elektrische apparaten, lampen, batterijen en (fiets)accu’s kunnen ingeleverd worden bij de milieustraat en in een winkel bij aankoop van een soortgelijk product. Alle informatie nis terug te vinden op de websites www.wecycle.nl en www.legebatterijen.nl. Echter zitten er nog steeds veel (kleine) elektrische apparaten in het restafval. De dienstverlening wordt verbeterd door op centrale plekken in een wijk, buurt of kern een inzamelcontainer te realiseren. Het gaat dan om 14 locaties verspreid over de gemeente.
Stichting Repair Café Middelburg is een burgerinitiatief dat draait om repareren. Bij het Repair Café is gereedschap en materiaal voor alle mogelijke reparaties. Van kleding, elektrische apparaten, smartphone, tablet, computer, serviesgoed, gebruiksvoorwerpen, speelgoed et cetera. Ook zijn er deskundige vrijwilligers, zoals een elektricien, een naaister, ICT-er en allround monteurs. Bezoekers nemen van thuis kapotte spullen mee. De spullen worden tegen materiaalkosten gerepareerd, samen met de bezoeker.
Gebruikt frituurvet en bakolie kan worden ingeleverd inleveren op de milieustraten.
Bij supermarkten, sportclubs en dergelijke kan ook gebruikt frituurvet of olie ingeleverd worden. Hier staan gele container of een speciaal inzamelmeubel. Aanmelding kan plaats vinden en ontvangen hier inkomsten voor. www.frituurvetrecyclehet.nl Het is nu niet nodig de regie hierop te nemen en het beheer zelf te gaan voeren.
Uitgangspunt is zorgplicht voor huishoudelijk afval (op basis van afvalstoffenheffing). Geen inzameling bedrijfsafval met uitzondering daar waar wettelijke plicht is (scheepvaart) en/ of geen andere oplossing is. Zo zamelt de gemeente uitsluitend Kantoren, Winkel- en Dienstenafval (KWD) in via de ondergrondse verzamelcontainers bij ondernemers in de Binnenstad die geen rolcontainer voor afval op eigen terrein kunnen stallen.
Dilemma: blijvende discussie over welke service te verlenen aan ‘niet-inwoners’.
De dienstverlening op het gebied van inzameling bedrijfsafval, buiten de bestaande, beschreven doelgroepen, wordt niet verder uitgebreid en wordt afgeschaald.
Bedrijven zijn verplicht om afval gescheiden aan te bieden, tot zover dit mogelijk is.
Dilemma: de gemeente biedt deze service niet en aanwezige voorzieningen voor grondstoffen zijn voor huishoudelijk afval.
Afval Goed Geregeld zorgt voor kosteloze inzameling van gescheiden PMD en glas bij bedrijven en scholen. Alle organisaties in Nederland met verpakkingsafval dat lijkt op huishoudelijk verpakkingsafval, kunnen zich op aanmelden voor het kosteloos inzamelen van dat afval. Afval Goed Geregeld is een initiatief van Verpact.
Afvalscheiding bij evenementen. (evenementenbeleid januari 2025)
Dilemma: Nog geen voorwaarden gesteld worden over afvalzorg bij het verlenen van een vergunning. Nog geen afvalscheiding maar evenementencontainer via de gemeente.
Afvalinzameling bij evenementen
De gemeente voorziet nu per jaar circa 62 evenementen van 1 tot 50 rolcontainers 240 liter. Het afval wordt niet gescheiden ingezameld en er vindt geen aparte inzameling, registratie, transport en verwerking plaats. Dit zou inefficiënt zijn maar zorgt er nu wel voor dat het restafval met het huishoudelijk restafval wordt afgevoerd (en de kilo’s dus meetellen in de ambitie voor huishoudelijk afval).
De verantwoordelijkheid voor het afval bij evenementen ligt bij de organisator. In het evenementenbeleid 2002 en van 2025 is vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor het beperken en opruimen van afval bij de organisator ligt.
Het (kosteloos) beschikbaar stellen en inzamelen van afvalcontainers door de gemeente voor evenementen stopt per 1 januari 2028. Deze dienstverlening kan tegen betaling uitgevoerd worden door een commerciële inzamelaar. De kosten die deze evenementen dan gaan maken bedragen tussen de € 50 en € 1.500 euro en raakt aan uitvoering, subsidies, communicatie en vergunningverlening.
Afvalscheiding bij evenementen
De organisator dient bij de aanvraag van een vergunning aan te geven op welke wijze er met afval omgesprongen wordt. Hierin moet terugkomen hoe er zorg gedragen wordt voor het verwijderen van in de openbare ruimte en op welke wijze de organisator de verschillende soorten afval gaat scheiden. Vervolgens zullen bij het verlenen van een vergunning voorwaarden gesteld worden over afvalzorg.
Herbruikbare statiegeldbekers bij evenement
Evenementen zijn een belangrijke aanvulling, maar gaan gepaard met veel (rest)afval. Een groot deel hiervan bestaat uit plastic wegwerpbekers en belandt in de openbare ruimte. Dit draagt niet bij aan het verduurzamen van evenementen. De invoering van statiegeldbekers heeft als doel het terugdringen van de enorme berg afval tijdens evenementen. Een herbruikbaar bekersysteem gaat verspilling tegen en staat voor een duurzaam evenement.
Al jaren werkt Europese wetgeving toe naar het terugdringen van het gebruik van wegwerpplastic. Het doel van de nieuwe regelgeving is een reductie van 40% aan plastic bakjes en bekers voor eenmalig gebruik in 2026, in lijn met de Europese afspraken (Single-use plastic Richtlijn).
Vanaf 1 januari 2024 is er landelijke wetgeving van kracht, die voorschrijft dat er bij alle evenementen een herbruikbaar alternatief moet zijn voor wegwerpbekers. Een circulair systeem is verplicht, waarbij bekers retour komen voor hergebruik óf hoogwaardige recycling. Uit onderzoek en ervaringen met andere is gebleken dat de invoering van herbruikbare bekers een geschikt middel is om deze doelen te bereiken.
Ook is gebleken dat het gebruik van herbruikbare bekers alleen effectief is als daarvoor statiegeld moet worden betaald. Andere maatregelen, zoals het plaatsen van prullenbakken, het opleggen van een opruimplicht en het opvissen van het drijvend plastic met een schepboot en het spannen van netten, zijn niet voldoende gebleken om genoemde doelen te bereiken.
Om te voldoen aan de landelijke wetgeving en daarvoor eenduidige kaders te scheppen die van toepassing zijn op evenementen, dienen beleidsregels opgesteld te worden.
Er is gekozen voor Diftar; apart betalen voor restafval
Dilemma’s: is Diftar het systeem waar de komende jaren verder op ingezet wordt? Is de financiële prikkel groot genoeg (in relatie tot de doelstellingen)? Door minder aanbiedingen restafval daling variabele inkomsten. Eerste aanbiedingen restafval in vast tarief handhaven of juist financiële prikkel vergroten en alle aanbiedingen restafval variabel?
Op dit moment is een financiële prikkel onmisbaar in het behalen van milieudoelstellingen.
De vraag is wat een voldoende financiële prikkel is, ook in relatie tot de te realiseren hoeveelheid restafval
Hiervoor is een vergelijk met andere gemeenten gemaakt. Dit laat zien dat hoe hoger het ledigingstarief is, hoe minder restafval huishoudens aanbieden. Het is echter geen lineair verband. De inwoner moet het doen.
In 2027 worden de eerste aanbiedingen restafval niet meer verrekend in het vast tarief is de financiële prikkel direct aanwezig. Dit zorgt voor minder restafval en meer afvalscheiding.
In 2028 wordt de financiële prikkel vergroot. Het verwacht effect in combinatie met omgekeerd inzamelen is hier onder weergegeven.
Het apart laten betalen vanaf de eerste aanbieding restafval en het verhogen van het variabel tarief voor het aanbieden van restafval kunnen zorgen voor meer ontwijken van het systeem waardoor meer vervuiling van grondstofstromen zoals dumping, toename van zwerfafval, oneigenlijk gebruik van containers voor grondstoffen en prullenbakken. Wel zullen er meer nulaanbieders komen; woonhuisaansluitingen die helemaal geen restafval aanbieden.
Er worden jaarlijks keuzes gemaakt in tariefopbouw en tariefstructuur.
Dilemma’s: verschil tarief tussen eenpersoonshuishouden en meerpersoonshuishouden?
Het huidige vastrecht afvalstoffenheffing voor éénpersoonshuishoudens bedraagt € 291,47 en voor meerpersoonshuishoudens € 308,01. Een apart vastrechtbedrag voor zowel een- als meerpersoonshuishoudens sluit niet aan bij het principe van Diftar, namelijk dat een huishouden betaalt naar rato van het aanbod restafval. Vanaf 2027 wordt het vast tarief voor éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens gelijk getrokken. Het verschil wordt dan gemaakt in de variabel kosten.
Veel grofvuil en verbouwingsrestafval van de milieustraten die meetellen in de ambitie.
Per 1 november 2025 is er een toegangs- en registratiesysteem voor de Zeeuwse milieustraten ingevoerd. Uitgangspunt is zorgplicht voor huishoudelijk afval (op basis van afvalstoffenheffing).
Dilemma: blijvende discussie over welke service te verlenen aan ‘niet-inwoners’.
In 2026 wordt er door OLAZ acceptatiebeleid voor de Zeeuwse milieustraten opgesteld.
Dilemma: Circulair Ambachtscentrum Middelburg-Vlissingen/ Walcheren. Komen tot passende, bereikbare locatie.
Met een haalbaarheidsstudie wordt het proces gestart om uiteindelijk toekomstbestendige milieustraten op Walcheren te realiseren die aansluiten op de doelstellingen. Deze bevat
Het betreft een project vanuit de Gemeenschappelijke regeling OLAZ. De uitkomsten van de haalbaarheidsstudie Circulair ambachtscentrum en milieustraten gemeenten Vlissingen, Veere en Middelburg worden aan de gemeenteraden Veere, Middelburg en Vlissingen en Algemeen Bestuur OLAZ vastgesteld.
Vooruitlopend op de ontwikkelingen Circulair Ambachtscentrum Middelburg-Vlissingen/ Walcheren wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor voorscheiding van grofvuil. Hierbij wordt gedacht aan voorscheiding van grofvuil om producthergebruik en materiaalhergebruik (via demontage bijvoorbeeld met inzet Orionis) te bewerkstelligen.
Er zijn diverse kringloopwinkels in Middelburg. Hier kunnen overbodige spullen, zoals meubels, huisraad en kleding ingeleverd worden. Kringloopwinkels zijn populair omdat ze bijdragen aan een beter milieu door hergebruik, unieke en betaalbare spullen bieden, en vaak sociale werkgelegenheid creëren. Ze verminderen de afvalberg en stimuleren een circulaire economie, wat zorgt voor duurzamer consumptiegedrag. Aankopen steunen vaak lokale doelen of projecten.
De drie Walcherse gemeenten hebben hun eigen beleid en uitvoering. Er vindt regelmatig overleg plaats tussen de gemeenten op ambtelijk en bestuurlijk niveau.
Bijlage 1 - Uitwerking uitvoering omgekeerd inzamelen 2028
Per 1 januari 2028 wordt de rolcontainer aan huis voor restafval bij grondgebonden woningen, met tuin met uitgang, bestemt voor PMD (Plastic- en Metalenverpakkingen en Drankkartons) en alle bewoners bieden vanaf dat moment restafval aan op verzamelcontainers. In deze bijlage de praktische uitwerking
Omgekeerd inzamelen en loopafstand voor restafval
De locaties van de inzamelvoorzieningen voor restafval (boven- en ondergrondse containers) zijn gerelateerd aan het aantal gebruikers. Voor de maximale afstand tussen de inzamelvoorziening en de gebruikers geldt als richtlijn:
Er is uitgegaan van de huidige aanwezige containers voor restafval. Omdat gebruikers van bijvoorbeeld hoogbouw gewend zijn aan deze locaties en vanuit kostenoverweging is verplaatsing hiervan niet meegenomen. 40 ondergrondse containers voor PMD krijgen een herbestemming voor restafval.
Er worden op 16 nieuwe locaties aanvullend verzamelcontainers geplaatst en circa 34 containers voor PMD worden herstemd voor restafval. Hierdoor wordt (ruim) voldaan aan de gestelde normen voor de loopafstand tot de inzamelvoorziening voor restafval.
Omgekeerd inzamelen en capaciteit/ aantal aanbiedingen
Circa 246 verzamelcontainers voor restafval voor circa 24.550 woonhuisaansluitingen.
Gemiddeld 100 woonhuisaansluitingen per container met maximaal 150 woonhuisaansluitingen per container en afhankelijk van hoeveelheid bestaande containers in een bepaalde wijk, kern of buurt.
De komende jaren wordt reductie verwacht van het aantal aanbiedingen huishoudelijk restafval als gevolg van
Legen op basis vulgraad waarbij we streven naar 70% gemiddelde vulgraad bij legen. Ledigingsfrequentie 1 tot 3 keer per week met een gemiddelde van 2 keer per week. Er moet voldoende capaciteit zijn om (over)volle containers onder andere in het weekend te voorkomen. Er worden 6 ondergrondse containers extra geplaatst op diverse locaties om voldoende capaciteit te kunnen bieden.
Daarnaast wordt met 10 (tijdelijke) bovengrondse containers een flexibele mogelijkheid gecreëerd om in te spelen op het capaciteitsvraagstuk. Per slot van rekening kunnen inwoners alle containers restafval gebruiken en zal de ene container meer gebruikt gaan worden dan de andere.
Er is een medische regeling voor huishoudens die niet in staat zijn afval aan te bieden op de voorgeschreven wijze en dit niet kunnen regelen met (mantel)zorg. Of als er een medische noodzaak is, bijvoorbeeld als gevolg van incontinentie of door het gebruik van stoma’s of thuisdialyse. De meeste huishoudens in de medische regeling maken nu overigens alleen gebruik van de ondergrondse containers voor restafval. Huishoudens in deze regeling kunnen vanaf het moment van invoering van omgekeerd inzamelen hun medisch afval bij het restafval deponeren in uitsluitend de ondergrondse containers die beschikbaar zijn. Ook voor huishoudens in de medische regeling worden dan geen rolcontainers meer ingezet. De meeste huishoudens in de medische regeling maken nu overigens alleen gebruik van de ondergrondse containers voor restafval.
125 Woonhuisaansluitingen in het buitengebied worden voorzien van een extra rolcontainer.
De rolcontainers voor restafval en PMD worden alternerend eens in de vier weken geleegd., In de andere weer wordt dan de rolcontainer voor GFT geleegd.
Circa 500 woonhuisaansluitingen in smalle straatjes hebben in het verleden de grijze rolcontainer voor restafval ingeleverd. Deze adressen hebben wel een groene rolcontainer voor groente-, fruit-, tuinafval en etensresten. Deze worden aangeboden op een voor de vuilniswagen bereikbare plek. Met de nieuwe regels krijgen deze woonhuisaansluitingen de grijze rolcontainer weer in gebruik maar nu voor PMD.
Het is van groot belang dat we inwoners goed blijven informeren en ondersteunen bij de veranderingen. De inwoner moet het doen. Duidelijke communicatie en aandacht voor knelpunten zijn essentieel om draagvlak te behouden. Hierbij blijven we luisteren naar signalen vanuit de samenleving en sturen we waar nodig bij.
Alleen zo maken we de aanpak tot een succes.
De algemene communicatie over invoering van omgekeerd inzamelen in 2028 start net voor de plaatsing van de verzamelcontainers voor restafval. Naarmate het moment van wijziging van inzamelsysteem op 1 januari 2028 zal de communicatie toenemen. Veranderingen zorgen voor weerstand en nieuwe vragen. Doel is inwoners duidelijk te informeren over veranderingen, voordelen en praktische uitvoering van omgekeerd inzamelen. De communicatie richt zich op alle inwoners en specifieke doelgroepen zoals hoogbouwbewoners. Diverse kanalen worden ingezet, waaronder de afvalcoach, digitale media, geprinte media, lokale media, informatieavonden en de digitale inzamelwijzer. De boodschap benadrukt het belang van afvalscheiding voor milieu, kostenbeheersing en gemak.
Circa 500 woonhuisaansluitingen in smalle straten (opnieuw) worden voorzien van één rolcontainer voor PMD. Het gaat om circa 10 verschillende locaties. In de communicatie wordt duidelijk aangeven waar deze moet worden aangeboden voor het legen. De communicatie zal per brief verlopen.
Eind 2027/begin 2028 worden bewoners hoogbouw, binnenstad en Edelstenenbuurt geïnformeerd over het toewijzen van de PMD container waardoor deze nog uitsluitend te gebruiken is door inwoners woonachting nabij deze container en zonder ander inzamelmiddel/inzamelvoorziening voor PMD. Hierbij gaat het om circa 100 verschillende containers die worden toegewezen. Op dit moment wordt gedacht aan een brief en aanwezigheid van de afvalcoach op locatie voor uitleg.
Deelnemers aan de medische regeling met een rolcontainer worden geïnformeerd dat ze voortaan alleen nog van de ondergrondse containers voor restafval gebruik kunnen maken.
De invoering van nieuw beleid roept bij inwoners ook vragen op. Voor een groot deel zal dit worden opgevangen via een uitgebreide communicatiecampagne. De ervaring leert dat een afvalcoach enorm kan bijdragen aan het snel en goed voorlichten van de inwoners die met vragen zitten over de afvalscheiding.
Bijlage 2 - Plaatsingscriteria containers voor afvalinzameling
Bij de keuze voor een locatie voor een containers voor afval wordt rekening gehouden met de plaatsingscriteria:
Er moet in de omgeving voldoende ruimte aanwezig zijn voor plaatsing van de containers. Rekening dient gehouden te worden met de volgende afmetingen.
De plaatsing van containers moet geen aanleiding geven tot vermindering / aantasting van de verkeersveiligheid. Op grond hiervan is het niet wenselijk dat containers worden gesitueerd:
Ter voorkoming van oneigenlijk gebruik en vandalisme rekening houden met de volgende aspecten:
Rekening dient gehouden te worden met maximaal 40 huishoudens per container bij een wekelijkse lediging.
VERKLARING BIJ BEOORDELINGSFORMULIER LOCATIES
Hieronder wordt een korte beschrijving gegeven van de meest relevante kenmerken van de woningen en de directe woonomgeving.
De locatie wordt beoordeeld aan de hand van de beschreven criteria. De beoordeling is kwalitatief en wel als volgt:
+/- = mogelijk probleem, kan wellicht worden opgelost (zie onder noodzakelijke aanpassingen)
- = locatie voldoet niet aan betreffende criterium
De eerste drie criteria (loopafstand bewoners, beschikbare ruimte en logistiek) zijn bepalend. Bij elk van deze criteria moet een + zijn ingevuld om de locatie uiteindelijk geschikt te verklaren.
beschrijving van noodzakelijke aanpassingen om een locatie voor ondergrondse container(s) te realiseren, zoals bijvoorbeeld verwijderen stuk plantsoen en / of opofferen parkeerplaats.
aanduiding van de meest geschikte locatie voor de ondergrondse verzamelcontainer(s). In de situatieschets en het foto-overzicht is de locatie aangegeven en uitgewerkt.
BEOORDELINGSFORMULIER LOCATIE(S)
De aanwijzingbesluiten worden gepubliceerd in het Gemeenteblad (Overheid.nl) met een vermelding op de gemeentepagina in De Bode. Belanghebbenden hebben vanaf de dag na bekendmaking zes weken de tijd om bezwaar te maken. Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter (artikel 8:1 Awb). Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, moet bezwaar maken voordat beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 Awb).
De financiering verloopt via de afvalstoffenheffing.
Voor de aanschaf van een nieuwe inzamelvoertuig, voor de uitvoering van het omgekeerd inzamelen, een nader onderzoek uit te voeren naar de aanschaf van een elektrisch inzamelvoertuig en de gemeenteraad hierover op een later moment een afzonderlijk voorstel voor te leggen, waarin in ieder geval wordt ingegaan op de technische mogelijkheden, benodigde laadinfrastructuur, investeringskosten, exploitatiekosten, verwachte levensduur, onderhoudskosten en planning, inclusief de financiële gevolgen voor de gemeente.
Het nieuwe beleid betreft vanaf 2027 een afval BOA (1 fte). De toenemende kosten, een volledige kostendekkende en het vastgestelde indexatie percentage zorgen voor een verhoging afvalstoffenheffing in 2027 en verder van circa € 42,50 per woonhuisaansluiting.
De kapitaallasten voor aanschaf van een extra huisvuilwagen inclusief bezetting (1 fte), om omgekeerd inzamelen mogelijk te maken, komen terug in een kostenstijging van circa € 4,00 in 2028. In 2028 stijgen de kosten dan in ieder geval € 7,50 per woonhuisaansluiting bovenop de stijging van 2027.
Vanaf invoering Diftar zijn de eerste aanbiedingen restafval verrekend in het vast tarief. Hier is een keuze in te maken. Variabele kosten laten betalen vanaf de eerste aanbieding restafval betekent dat de afvalstoffenheffing gemiddeld circa € 21,50 per woonhuisaansluiting stijgt in 2027 (in plaats van circa € 42,50 per woonhuisaansluiting). De heffing van de vatiabele kosten 2027 vindt pas plaats in 2028. De gemiddelde variabele kosten (afhankelijk van het aanbieden restafval) nemen dan in 2028 toe. Echter hebben inwoners hier dan zelf meer invloed op. De opbrengsten van de variabele kosten 2027 te innen in 2028 worden al wel meegenomen in 2027.
In 2028 met omgekeerd inzamelen maak ieder huishouden voor restafval gebruik van de verzamelcontainers. Naast betalen vanaf de eerste aanbieding restafval kan de financiële prikkel dan vergroot worden door het variabel taruef te verhogen per aanbieding. De tarieven en tariefstructuur worden vastgelegd in de verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Middelburg die jaar;lijks in de gemeenteraad van novembver aan de orde komt.
De maatregelen de komende jaren zijn erop gericht minder restafval in te zamelen. Dit betekent ook minder inkomsten van variabele kosten terwijl de kosten voor de afvalinzameling en afvalverwerking juist volledig dienen te dekken. De balans tussen het vast tarief en het variabel tarief om met de inkomsten de kosten te kunnen dekken dient goed gevolgd en bijgesteld te worden.
Bijlage 5 - Communicatiecampagne Groente-, Fruitafval en etensresten hoogbouw, binnenstad en Edelstenenbuurt
Vrijwel alle woningen met tuin met uitgang beschikken over een rolcontainer voor groente-, fruit- en tuinafval. Voor bewoners hoogbouw, Binnenstad en Edelstenenbuurt en enkele woningen zonder een tuin met uitgang zijn GFT-rolcontainers niet bruikbaar en/of wenselijk. Toch moeten ook deze woningen het groente-, fruitafval en etensresten gescheiden kunnen aanbieden. Bij minimaal 10 aaneengesloten woningen hoogbouwwoningen of woningen met een tuin zonder uitgang (en zonder GFT rolcontainer) een GF zuil voor groente-, fruitafval en etensresten te plaatsen op maximaal 200 meter. Inmiddels staan er op circa 85 locaties zogenaamde containers voor groente-, fruitafval en etensresten zogenaamde GF zuilen.
Het wegbrengen van groente-, fruitafval en etensresten naar de GF zuil vormt een probleem. Alleen speciale zakken met het Kiemplantlogo of OK compostlogo zijn toegestaan.
Ondanks communicatie dat los (bijvoorbeeld met een emmertje) of met gebruik van een te composteren bio zakje met compost of kiemplantlogo noodzakelijk is, worden er heel vaak plastic zakken gebruikt. Dit maakt de visuele kwaliteitscontrole onmogelijk. De voorziene uitbreiding met circa 45 GF zuilen heeft hierdoor eind 2023 (nog) op de toen aangewezen locaties niet plaatsgevonden.
Om de kwaliteit van het via de zuilen ingezamelde groente-, fruitafval en etensresten te verbeteren wordt begin 2028 een communicatie campagne georganiseerd over het gebruik hiervan.
Stap 1 - Informatievoorziening en plaatsing extra GF zuilen begin 2028
Stap 2 - Informatievoorziening op locatie en keukenemmertjes
Bewoners worden eveneens op locatie geïnformeerd. Zij krijgen de éénmalig de mogelijkheid een keukenemmertje voor groente-, fruitafval en etensresten (opslag voor in huis) en rollen composteerbare zakjes gratis te ontvangen. Daarbij worden zij geïnformeerd over hoe en waarom het groente-, fruitafval en etensresten dient te worden gescheiden.
Breed wordt geïnformeerd via de gebruikelijke communicatiekanalen. Er volgt een persbericht over de campagne en de toewijzing van containers voor uitsluitend voor toegewezen gebruikers wonende nabij de containers.
Er wordt een reminder met een brief verstuurd met de boodschap scheidt jij al groente-, fruitafval en etensresten. In deze brief wordt wederom de nut en noodzaak van het afval scheiden aangegeven. Ook worden inwoners geïnformeerd als er sprake is van vervuiling.
Afhankelijk van de voortgang (eventuele problemen, kwaliteit, kilo’s, reacties inwoners) wordt er vervolgens alleen gecommuniceerd over de brede voortgang. Lokale problemen worden getackeld door de afvalcoach.
Bijlage 6 - Zwerfafval, prullenbakken, no (plastic) filter en containertuintjes
Uit de beeldkwaliteitsmetingen op zwerfafval blijkt dat deze de laatste jaren niet noemenswaardig slechter is geworden. Op basis van de resultaten is gemiddeld gezien geen grote toe- of afname van het zwerfafval in de openbare ruimte geconstateerd. Ook niet na de invoering van Diftar.
Bijplaatsing is er veelal op hotspot locaties. Vaak is er geen veroorzaker te achterhalen en wordt dit opgeruimd.
ZwerfafvalPakkers (ZAPpers) - wel of niet verenigd in troepgroepen, scholen en andere organisaties zetten zich in om zwerfafval op te ruimen.
Opgemerkt dient te worden dat zwerfafval landelijk maar ook lokaal veel aandacht krijgt. Vooral afval van een fast foodketen, zwerfafval in de bermen en grachten wordt vaak genoemd. Ondanks dat de beeldkwaliteitsmetingen uitwijzen dat er niet heel veel meer zwerfafval aanwezig is de laatste jaren blijkt het toch een grote ergernis voor veel bewoners.
Dagelijks wordt de openbare ruimte schoon gehouden om een verzorgd en net beeld te behouden. Een onderdeel van het dagelijkse beheer en onderhoud van de openbare ruimte is preventie; het voorkomen van zwerfafval. Preventie is vanuit meerdere invalshoeken te organiseren zoals, communicatie en zichtbaar reinigen en handhaving. Een ander herkenbaar onderdeel voor afvalpreventie in de openbare ruimte zijn prullenbakken. Voor het plaatsen hiervan is deze richtlijn opgesteld. Onder prullenbak in deze richtlijn wordt een voorziening voor het deponeren van klein afval door de passerende gebruiker van de openbare ruimte verstaan. Voorbeelden zijn kauwgom, verpakkingen en peuken. Een hondeneigenaar heeft de verplichting er zorg voor te dragen dat hondenpoep op openbaar terrein zich niet voordoet en dient dit dus op te ruimen. Ook hiervoor zijn de prullenbakken bedoelt.
Aan de hand van de vulgraad en randvoorwaarden zal een effectieve beheersing van het aantal- en de kosten van prullenbakken mogelijk zijn. De richtlijn geeft aan op welke plaats een prullenbak zinvol is en waar niet. Verzoeken van inwoners kunnen eenduidig worden beoordeeld en er is helderheid in de keuzes (transparantie). Dit voorkomt wildgroei en bevordert het efficiënt inzetten van middelen.
Voor het herplaatsen of plaatsing van nieuwe prullenbakken worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Prullenbakken bij bushaltes wordt structureel teruggedrongen aan de hand van de vulgraad. Prullenbakken blijven uitsluitend staan indien de hoeveelheid (en soort) afval bij de bushalte dit behoeft. Bij toetsing van het huidige bestand prullenbakken aan de kaders dient hier als specifiek aspect naar gekeken te worden.
De ‘No (Plastic) Filter’ campagne streeft naar een verbod op sigarettenfilters (peuken), vastgelegd in wetgeving. Sigarettenfilters vormen een serieus milieuprobleem vanwege de vele schadelijke stoffen. Jaarlijks worden in Nederland circa 1 miljard sigarettenfilters in het milieu weggegooid. Deze filters vervuilen op grote schaal de openbare ruimte en breken nauwelijks in het milieu af. Bovendien blijken sigarettenfilters geen enkel positief gezondheidseffect te hebben voor rokers.
Doel is een (Europees) verbod op sigarettenfilters. De ‘No (Plastic) Filter’ campagne heeft de gemeente Middelburg gevraagd de campagne te ondersteunen en supporter te worden. Hier geven we gehoor aan.
In de raadsvergadering van 8 januari 2026 is Motie 25-178 aangenomen. In de motie wordt verzocht
Er is inmiddels een onderzoek opgestart naar de mogelijkheden voor het plaatsen van containertuintjes.
Het vergroten van eigenaarschap bij afval scheiden kan op verschillende manieren worden bereikt. Het gaat erom dat bewoners voelen dat een afvalpunt of container ‘van hun’ is, omdat dit motiverend werkt om juist te handelen op het gebied van afval scheiden.
Containertuintjes zorgen bij goed beheer voor vergroening en minder bijplaatsing.
Geconstateerd in andere gemeenten met containertuintjes is dat het beheer van de containertuintjes soms na verloop van tijd te wensen over laat. Dit is te zien aan weelderige (on)kruidgroei en/of ontbrekende planten. Dit doet afbreuk aan het straatbeeld terwijl het doel juist is om het straatbeeld te vergroenen en te verfraaien.
Er wordt in 2027 een pilot uitgevoerd om ervaring op te doen met containertuintjes.
De locaties die in beeld zijn: Driewegenhof, Westerscheldestraat en mogelijkheden in de binnenstad worden nog onderzocht. Er wordt participatie met inwoners opgestart met betrekking tot het adopteren en het gezamenlijk onderhouden van deze containertuintjes. De realisatie van in eerste instantie 6 containertuintjes is begroot éénmalig € 15.000,00.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-504372.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.