Gemeenteblad van Amstelveen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amstelveen | Gemeenteblad 2026, 50208 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amstelveen | Gemeenteblad 2026, 50208 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot wijziging van het Treasurystatuut Amstelveen 2026
Het treasurystatuut kan beschouwd worden als een nadere uitwerking van de geldende wetgeving. Bij het opstellen van dit statuut is rekening gehouden met het relevante wettelijke kader in:
Onderliggende regelingen zijn:
De financiële verordening Amstelveen 2025 ex. artikel 212 van de Gemeentewet regelt het raamwerk van het bestuursinstrumentarium en de inrichtingseisen van de financiële functie. Artikel 19 “financieringsfunctie” stelt de kaders voor de uitoefening van de financieringsfunctie:
Dit document bevat de nadere uitwerking van artikel 19: financieringsfunctie.
Het bestaande treasurystatuut dateert uit 2016.
Na invoering van het schatkistbankieren eind 2013 zijn de mogelijkheden voor de gemeente beperkt om een goed rendement te halen op tijdelijke geldoverschotten. Daarentegen is het risico nihil dat de uitgezette gelden niet worden terugbetaald. Het uitzetten van gelden is hierdoor sterk vereenvoudigd waardoor actualisatie van het treasurystatuut minder frequent nodig is Met de aanpassingen in dit document is het treasurystatuut weer up-to-date.
Ten opzichte van de mogelijkheden die de wet biedt maakt dit treasurystatuut op twee punten stringentere keuzes:
Treasuryfunctie: De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren– en crediteurenbeheer;
Vlottende schuld: Het gezamenlijke bedrag van de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar, de schuld in rekening-courant, de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden en overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld.
Het verstrekken van een geldlening of een garantie aan derden is slechts toegestaan vanuit de publieke taak. Per geval is een expliciet besluit hiertoe nodig door de gemeenteraad, waarbij door het college van B&W gemotiveerd wordt welk publiek belang wordt gediend en welke zekerheden de gemeente verwerft ter afdekking van de risico’s;
Hoofdstuk 6 Administratieve organisatie en interne controle
Artikel 8 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Artikel 9 Verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.
Artikel 10 Intrekken oude verordening en overgangsrecht
Het treasurystatuut Amstelveen vastgesteld op 16 december 2015 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 januari 2026
Een rentevisie is een verwachting over de rente-ontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne- of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar rentevisie actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële ondernemingen.
Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd indien men een rentestijging verwacht.
Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de periode dat de rente van een uitzetting vast is) van uitzettingen, wordt de invloed van een rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk indien uit de investerings– en financieringsstaat in de gemeentebegroting blijkt dat middelen gedurende een langere periode beschikbaar zijn.
De gemeente is zich bewust van haar publieke taakuitoefening en wenst de bancaire intermediatie van bijvoorbeeld de Bank Nederlandse Gemeenten niet over te nemen. Verzoeken vanuit andere gemeenten om geld aan hen uit te lenen worden daarom niet in overweging genomen
Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente worden in dit treasurystatuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Van belang is dat de Gemeenteraad heeft bepaald dat de betreffende uitzetting tot de “publieke taak” van de gemeente behoort. Aspecten die worden meegewogen zijn: a) is er sprake van maatschappelijk belang, b) in welke mate wenst de gemeente zeggenschap en c) welke risico’s zijn aan de garantstelling/lening verbonden en is het mogelijk deze te verkleinen.
Bij verstrekte leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak moet rekening worden gehouden met juridische aspecten zoals staatsteun. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als geen marktconform rentetarief wordt gehanteerd.
Vanuit maatschappelijk oogpunt kan het verlenen van financiële steun aan instellingen gewenst zijn, maar hier tegenover staan financiële risico’s die met het verstrekken van geldleningen en garanties gemoeid zijn. Van geval tot geval moet bepaald worden of de verstrekking in verhouding staat tot de risico’s. Verlenen van financiële steun is namelijk geen kerntaak van de gemeente. Op basis hiervan pleit vorenstaande om te kiezen voor het beleidsuitgangspunt “nee, tenzij”. Dit betekent dat bij het verlenen van een garantie of het verstrekken van een geldlening door de gemeente eerst een oplossing in de markt gezocht moet worden en de gemeentegarantie slechts in laatste instantie, onder voorwaarden, kan worden verstrekt. Met een gemeentegarantie kan een instelling lenen tegen een lager rentetarief; de bank verschuift namelijk risico’s naar de gemeente. Van het verstrekken van gemeentegarantie kan geen sprake zijn als alleen dit argument van toepassing is.
De vakafdeling beoordeelt deze garantiestelling (eventueel samen met de financieel adviseur) en adviseert aan het college van B&W of een achtervangovereenkomst gesloten kan worden met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).
De meerwaarde van een waarborgfonds ten opzichte van gemeentegarantie verstrekken betreft de volgende aspecten:
De in artikel 4 lid 2 en 3 genoemde waarborgfondsen zijn voorbeelden van landelijke fondsen. Voor sociaal-culturele instellingen (jongerenwerk, musea, dorpshuizen, bibliotheken enz.) bestaan geen landelijke waarborgfondsen.
Artikel 5 Aantrekken financieringsmiddelen
Voor het aantrekken van geldleningen wordt de keuze beperkt tot (onderhandse) geldleningen. Gerealiseerd wordt dat het gebruik van derivaten een middel kan zijn ter afdekking van financiële risico’s, maar de keuze wordt beperkt tot aan derden eenvoudig uit te leggen (onderhandse) geldleningen.
Middels het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld heeft van de actuele gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt.
Afstemming op de investerings– en financieringsstaat beoogt middelen slechts te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar zijn.
Interne liquiditeitsrisico’s doen zich voor wanneer de gemeente middelen voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt dat de middelen (onverwacht) nodig zijn.
Door geldstromen op elkaar af te stemmen wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken –of middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken– teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.
In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitspositie niet eenvoudig. Het is daarom van groot belang dat –de afdeling die de treasuryfunctie uitvoert juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de overige afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten (denk aan grondaankoop of –verkoop) zodat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.
Artikel 8 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Met het oog op de omvang en de aard van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen. Hiermee wordt in ieder geval beoogd dat het uitzetten van gelden niet beperkt wordt tot een beslissing van één persoon.
Ter waarborging van de juistheid van betalingen gelden enkele specifieke maatregelen binnen de eigen organisatie, benoemd onder a. t/m c. Onderdeel d. verwijst naar technische mogelijkheden binnen de bancaire sector om onjuiste betalingen te voorkomen.
Artikel 9 Verantwoordelijkheden
Dit artikel weerspiegelt op hoofdlijnen de verantwoordelijkheden van partijen die betrokken zijn bij de treasuryfunctie.
De wijze waarop bijvoorbeeld het betalingsverkeer wordt afgehandeld of hoe het proces verloopt na het ontvangen van een offerte voor het uitzetten/aantrekken van gelden is hier voor de overzichtelijkheid buiten beschouwing gelaten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-50208.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.