Besluit van de directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie van de gemeente Amsterdam houdende regels over mandaten aan ambtenaren van de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie 2026 (Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie 2026)

De directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie,

 

gelet op artikel 5 en artikel 6, eerste lid, en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam,

 

besluit de volgende regeling vast te stellen:

 

Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie 2026

Artikel 1 Definitiebepaling

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Afdelingsmanager / Afdelingshoofd: afdelingsmanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    burgemeester: de burgemeester van de gemeente;

  • d.

    cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur;

  • e.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • f.

    directeur: de directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie;

  • g.

    directie: de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie;

  • h.

    gemeente: de gemeente Amsterdam;

  • i.

    machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • j.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Awb;

  • k.

    stedelijk directeur: de directeur van een cluster;

  • l.

    teammanager: teammanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;

  • m.

    volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • n.

    Woo: Wet open overheid.

Artikel 2 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

  • 1.

    Ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging worden verleend tot het uitoefenen van de bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in de bijlage bij dit besluit.

  • 2.

    Gemandateerden, gevolmachtigden en gemachtigden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in de bijlage genoemde bepalingen en beperkingen.

Artikel 3 Vervangingsregeling

  • 1.

    Het Afdelingshoofd Financiën en Projectcontrol en het Afdelingshoofd Organisatie, Kwaliteit en Facilitering worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan 2 werkdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed.

  • 2.

    Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, wordt deze vervangen door het Afdelingshoofd Financiën en Projectcontrol.

  • 3.

    Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, en bij afwezigheid van het Afdelingshoofd Financiën en Projectcontrol, wordt de directeur vervangen door het Afdelingshoofd Organisatie, Kwaliteit en Facilitering.

Artikel 4 Wijze van ondertekening

  • 1.

    Ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging op grond van dit besluit, behelst ook de ondertekening van stukken.

  • 2.

    In geval van het uitoefenen van een gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde bevoegdheid worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:

    Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

     

    [handtekening]

    [voor- en achternaam gemandateerde], [functieaanduiding]

  • 3.

    Een besluit dat niet in mandaat, volmacht of machtiging wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, volmacht of machtiging wordt als volgt ondertekend:

    De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

     

    ondertekend namens deze / dezen,

     

    [handtekening]

     

    [voor- en achternaam gemandateerde]

    [functieaanduiding]

  • 4.

    In het geval er wordt ondertekend door een vervanger als bedoeld in artikel 3 dan wordt bij de ondertekeningsinstructie in het tweede en derde lid de voor- en achternaam van de gemandateerde en de functieaanduiding vervangen door:

    [functieaanduiding gemandateerde (lid 2) / tekenbevoegde (lid 3)]

     

    bij afwezigheid,

     

    [handtekening]

     

    [voor- en achternaam plaatsvervanger]

    [functieaanduiding]

Artikel 5 Intrekken eerder mandaatbesluit

Het Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam –Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie wordt ingetrokken

Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking.

Artikel 7 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam –Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie 2026.

Aldus vastgesteld op 16 oktober 2026

De directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie.

Mr. M.E.H.G. (Maxine) Tillij

Bijlage: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

 

Algemene bepalingen en beperkingen

Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen: Ondermandatenregister

 

Nr.

Betreffend onderdeel van het Algemeen mandaatbesluitAmsterdam

Omschrijving bevoegdheid

Grondslag genoemd in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Bevoegd bestuurs-orgaan

Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Ondermandaat/ ondervolmacht/ ondermachtiging verleend aan

1.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 1

Het verwerven en vervreemden van onroerende zaken in verband met de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie

Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 1

College

Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is

Neen

2.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2

Het uitoefenen van alle overige taken en bevoegdheden in het kader van de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie

Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2

College

Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is

Neen

3.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 3

Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris in de zin van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet

Artikel 171, eerste lid, Gemeentewet

Burgemeester

Neen

Neen

4.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 4

Het wijzigen van grenzen van een interferentiegebied en/of de aanwijzing van nieuwe

artikel 2 Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014

College

Neen

Neen

5.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 5

Het vaststellen van beleidsregels voor de vergunning verlening van bodemenergie-systemen binnen een interferentiegebied

artikel 9.220 van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam, juncto artikel 5:8 Omgevingswet

College

Mandaat geldt niet wanneer een of meerdere zienswijzen zijn ingediend mbt vaststelling van definitieve beleidsregels of er een negatief advies vanuit het betrokken stadsdeel wordt gegeven op grond van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022

Neen

6.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 6

Het instemmen met de ontwerpbesluiten van de besluiten bedoeld onder nummer 4 en nummer 5

Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

7.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 7

Het aanwijzen van gebieden als bedoeld in artikel 3.42 eerste lid van de Energiewet waar de taak voor een distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.40 van de Energiewet niet geldt voor kleine aansluitingen voor het onttrekken van gas indien zich in dat gebied een andere energie-infrastructuur bevindt die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.

artikel 3.42 eerste lid Energiewet

College

Neen

Neen

8.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 8

Het melden van een besluit als bedoeld in artikel 3.42 eerste lid van de Energiewet aan de Autoriteit Consument en Markt.

artikel 3.42 tweede lid Energiewet

College

Neen

Neen

9.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 9

Het melden van een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, van de Energiewet aan de Autoriteit Consument en Markt.

artikel 3.42, derde lid, Energiewet

College

Neen

Neen

10.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 10

Het aanwijzen van een gebied als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, tweede volzin van de Energiewet.

artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, tweede volzin Energiewet

College

Neen

Neen

11.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 11

Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling voor zover het onderwerpen betreft die de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie aangaan.

Artikel 160 lid 1 onder a Gemeentewet

College

Neen

Neen

12.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder a

Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen

Artikel 160, eerste lid 1, onder d van de Gemeentewet

College

Met uitzondering van

a. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die:

 

- lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor;

 

- geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor;

 

- korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of

 

- aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd,

 

waarbij toestemming van het college niet vereist is:

 

i. als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven;

 

ii. als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of

 

iii. als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven.

 

b. het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto;

 

c. rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is;

 

d. in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto.

Neen

13.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10, in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 3

Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet

Artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet en in samenhang met de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023

College

Budgethoudersregeling 2023

 

Op voorwaarde dat:

 

a.

zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;

 

b.

zij geen betrekking hebben op:

 

i.

de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;

 

ii.

het lenen of uitlenen van geld;

 

iii.

borg-stelling of garantstelling voor schulden van derden; of

 

iv.

andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in randnummer 2 hoofdstuk 1, bijlage 1 ; en

 

c.

de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie 10 Wegen naar een innovatiever aanbestedingsbeleid en een professioneler opdrachtgeverschap’, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid

Afdelingshoofden Teamleiders

 

voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.

14.

Art. 5, tweede lid , in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 4

Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat

Art. 171 Gemeentewet

Burgemeester

Neen

Afdelingshoofd Teamleider

 

voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht

15.

Art. 5, tweede lid , in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 5

De ondertekening van stukken die van het college uitgaan

Art. 59a Gemeentewet

Burgemeester en Gemeentesecretaris

Neen

Afdelingshoofd Teamleider

 

voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht

16.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 2

De bevoegdheden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming:

 

a.

die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, artikelen 12 tot en met 23;

 

b.

die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;

 

c.

die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens in de zin van artikel 36 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming

Algemene Verordening Gegevensbescherming

College

Neen

Neen

17.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 3

Het beslissen op een aanvraag om nadeel-compensatie

Algemene wet bestuursrecht artikel 4:126,

College

De beslissing is in overeenstemming met het uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 4 van de Verordening Nadeelcompensatie 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld

Neen

18.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 4

Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kosten

Algemene wet bestuursrecht artikel 4:129 aanhef en onder a.

College

Neen

Neen

19.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 5

Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen

Verordening Nadeel-compensatie Amsterdam 2022 artikel 7 lid 1 .

College

Neen

Neen

20.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 6

De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010

 

a.

het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen in de zin van artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6 van het Archiefbesluit 1995;

 

b.

het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;

 

c.

het vervreemden van archiefbescheiden in de zin van artikel 8, eerste en tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 van het Archiefbesluit 1995;

 

d.

het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;

 

e.

het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995);

 

f.

het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995;

 

g.

het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, derde en vierde lid, van de Archiefwet 1995;

 

h.

het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;

 

i.

het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;

 

j.

het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden in de zin van artikel 15, eerste en tweede lid, en artikel 16, tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995;

 

k.

het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatieonderdeel aan een ander organisatieonderdeel in de zin van artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010;

 

l.

het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken in de zin van artikel 2 Databankenverordening

Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010

 

a.

Artikel 7 Archiefwet 1995 en artikel 6 Archiefbesluit 1995

 

b.

artikel 8 Archiefbesluit 1995

 

c.

artikel 8, eerste en tweede lid, Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 Archiefbesluit 1995

 

d.

artikel 8 Archiefbesluit 1995

 

e.

artikel 12, eerste lid, Archiefwet 1995 en artikel 9 Archiefbesluit 1995

 

f.

artikel 13, eerste lid Archiefwet 1995

 

g.

artikel 13, derde en vierde lid Archiefwet 1995;

 

h.

artikel 8 Archiefbesluit 1995

 

i.

artikel 8 Archiefbesluit 1995

 

j.

artikel 15, eerste en tweede lid, artikel 16, tweede lid, Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995

 

k.

artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010

 

l.

artikel 2 Databankenverordening Amsterdam 1

College

Na overleg met en instemming van de conform artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeente-archivaris)

Afdelingshoofd Staf Organisatie, Kwaliteit en Facilitering

21.

Art. 5, lid 2, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en in samenhang met Bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 8

Het aanmelden van wijzigingen van de gemeentelijke gegevens in het Handelsregister aan de Kamer van Koophandel

Artikel 18 en 19 Handelsregisterwet 2007

College

Neen

Afdelingshoofd Organisatie, Kwaliteit en Facilitering

22.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder a

Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit, behalve beslaglegging, als bedoeld in artikel 160, derde lid, van de Gemeentewet

artikel 160, derde lid Gemeentewet

College

Neen

Neen

23.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder b, artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder b

Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld

Art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Afdelingshoofd

Teamleider

 

voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht

24.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder c

Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen

Art. 4:11 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Afdelingshoofd Teamleider

 

voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht

25.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 42, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder d

Het kennis geven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag

Artikel 4:14 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

26.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder e

In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen

Artikel 4:18 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

27.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder f

Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld)

Artikel 4:86 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

28.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder g

Het nemen van beslissingen inzake verrekening

Artikel 4:93 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

29.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder h

Het verlenen van uitstel

van betaling verrekening, als bedoeld in artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht

Artikel. 4:94 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

30.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder i

Het verlenen van voorschotten

Artikel. 4:95 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

31.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder j

Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot

Artikel. 4:96 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

32.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder k

Het bij beschikking vaststellen van de wettelijke rente

Artikel 4:99 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

33.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder l

Het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding

Artikel 4:94a Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

34.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef onderdeel 10, en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder m

Het aanmanen van de schuldenaar die in verzuim is

Artikel 4:112 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

35.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder n

Het uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingen

Artikel 4:114, artikel 4:115 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

36.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder o

Het beslissen tot het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van dwangbevelen

Artikel 4:116; Artikel 5:10, tweede lid Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

37.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder q

Het behandelen en afdoen van klachten

Titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht

College

Neen

Neen

38.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder r

Het beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot publieke informatie, als bedoeld in hoofdstuk 4 Wet open overheid

Hoofdstuk 4 Wet open overheid

College

Neen

Neen

39.

Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder s

Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie

Artikel 3.3 Wet open overheid

College

Neen

Neen

40.

Artikel 5 tweede lid in samenhang met Bijlage 2 Hoofdstuk 0, Paragraaf 3 onder 1, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10

Het verstrekken van subsidie aan een instelling die, en voor ten hoogste het bedrag dat, op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023

Bijlage 2, Paragraaf 3 onder 1

 

Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023

College

Budgethoudersregeling 2023

 

En/of begrotingspost inzake de subsidie die het betreft in de algemene begroting gemeente Amsterdam

Afdelingshoofd, Teamleider

 

voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.

41.

Artikel 5 tweede lid in samenhang met Bijlage 2, Hoofdstuk 0, Paragraaf 3 onder 2, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10

Het verstrekken van subsidie op grond van subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteld en die behoren tot het werkterrein van de directie, overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023

Bijlage 2, Paragraaf 3 onder 2 Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 Specifieke subsidieregeling

College

Budgethoudersregeling 2023

 

En/of begrotingspost inzake de subsidie die het betreft in de algemene begroting ge333meente Amsterdam

Afdelingshoofd Teamleider

 

voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.

42.

Artikel 5 tweede lid in samenhang met Bijlage 2, Hoofdstuk 0, Paragraaf 3 onder 3, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10

Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie opgedragen werkterrein

Bijlage 2, Paragraaf 3 onder 3,

College

Budgethoudersregeling 2023

Afdelingshoofd Teamleider

 

voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.

 

Toelichting

Algemeen deel

Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.

 

Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken.

 

In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Het verlenen van verder ondermandaat door gemandateerden is dus niet toegestaan. Enkel de directeur kan ondermandaat verlenen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.

 

Met dit ondermandaatbesluit verleent directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie naast ondermandaat ook privaatrechtelijke volmacht tot het verrichten van handelingen die geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en machtigingen tot het verrichten van feitelijke handelingen, die ook geen privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn. Voor de uitoefening van een feitelijke handeling geldt ook dat deze wordt uitgeoefend namens het college of de burgemeester. De bestuursorganen blijven tegelijkertijd bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen (artikel 10:7 Algemene wet bestuursrecht).

 

In de tabel horende bij dit ondermandaatbesluit kunnen aanvullende voorwaarden dan wel beperkingen worden gesteld bij het uitoefen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Hetgeen in de tabel is opgenomen is leidend.

 

Intrekken ondermandaatbesluit 2025

Door organisatorische veranderingen in het kader van de energietransitie zijn extra taken en daarmee samenhangende bevoegdheden toegekend aan de directeur directie Energie, die een nieuwe ondermandaatregeling rechtvaardigen. Het ondermandaatbesluit, Gemeenteblad 2025 nr. 269725 d.d. 24 juni 2025, wordt daarom ingetrokken.

 

Artikelsgewijs deel

Artikel 1 Definitiebepaling

De voor dit besluit relevante begrippen zijn gedefinieerd.

 

Artikel 2 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Regelt aan welke functionarissen (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging wordt verleend en welke bevoegdheden het betreft.

In de ”Bijlage: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam” is de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ overgenomen uit het Algemeen Mandaatbesluit Amsterdam. Deze kolom bevat dus geen nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud al in het Algemeen Mandaatbesluit Amsterdam bepaald is. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is.

 

Als in de bijlage in de laatste kolom het woord “Neen” is opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren van de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie (niet) bevoegd zijn. Als in de laatste kolom een specifieke afdeling wordt genoemd, wordt alleen aan het afdelingshoofd en teamleiders van die specifieke afdeling ondermandaat verleend. Als gesproken wordt van afdelingshoofd en teamleider dan worden alle afdelingshoofden en teamleiders binnen de directie bedoeld, met de beperking dat het ondermandaat uitsluitend betrekking heeft op het eigen werkterrein of de opdracht die is toevertrouwd aan het afdelingshoofd of de teamleider die het betreft.

 

Artikel 3 Vervangingsregeling

De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede lid weer aanwezig is.

 

Zoals bepaald in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingshoofden en teammanagers in het geval van afwezigheid een ander afdelingshoofd respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als plaatsvervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis.

 

Artikel 4 Wijze van ondertekening

Schrijft voor hoe stukken moeten worden ondertekend.

 

Artikel 5 Intrekken eerder mandaatbesluit

Regelt de intrekking van Het Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam –Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie.

 

Artikel 6 Inwerkingtreding

Bepaalt wanneer deze regeling in werking treedt.

 

Artikel 7 Citeertitel

Schrijft voor hoe deze regeling moet worden aangehaald.

Naar boven