|
Nr.
|
Betreffend onderdeel van het Algemeen mandaatbesluitAmsterdam
|
Omschrijving bevoegdheid
|
Grondslag genoemd in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
|
Bevoegd bestuurs-orgaan
|
Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
|
Ondermandaat/
ondervolmacht/ ondermachtiging
verleend aan
|
|
1.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 1
|
Het verwerven en vervreemden van onroerende zaken in verband met de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie
|
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 1
|
College
|
Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is
|
Neen
|
|
2.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2
|
Het uitoefenen van alle overige taken en bevoegdheden in het kader van de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie
|
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2
|
College
|
Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is
|
Neen
|
|
3.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 3
|
Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris in de zin van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet
|
Artikel 171, eerste lid, Gemeentewet
|
Burgemeester
|
Neen
|
Neen
|
|
4.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 4
|
Het wijzigen van grenzen van een interferentiegebied en/of de aanwijzing van nieuwe
|
artikel 2 Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
5.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 5
|
Het vaststellen van beleidsregels voor de vergunning verlening van bodemenergie-systemen binnen een interferentiegebied
|
artikel 9.220 van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam, juncto artikel 5:8 Omgevingswet
|
College
|
Mandaat geldt niet wanneer een of meerdere zienswijzen zijn ingediend mbt vaststelling van definitieve beleidsregels of er een negatief advies vanuit het betrokken stadsdeel wordt gegeven op grond van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022
|
Neen
|
|
6.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 6
|
Het instemmen met de ontwerpbesluiten van de besluiten bedoeld onder nummer 4 en nummer 5
|
Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
7.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 7
|
Het aanwijzen van gebieden als bedoeld in artikel 3.42 eerste lid van de Energiewet waar de taak voor een distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.40 van de Energiewet niet geldt voor kleine aansluitingen voor het onttrekken van gas indien zich in dat gebied een andere energie-infrastructuur bevindt die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.
|
artikel 3.42 eerste lid Energiewet
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
8.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 8
|
Het melden van een besluit als bedoeld in artikel 3.42 eerste lid van de Energiewet aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
artikel 3.42 tweede lid Energiewet
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
9.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 9
|
Het melden van een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, van de Energiewet aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
artikel 3.42, derde lid, Energiewet
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
10.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 10
|
Het aanwijzen van een gebied als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, tweede volzin van de Energiewet.
|
artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, tweede volzin Energiewet
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
11.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 11
|
Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling voor zover het onderwerpen betreft die de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie aangaan.
|
Artikel 160 lid 1 onder a Gemeentewet
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
12.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder a
|
Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen
|
Artikel 160, eerste lid 1, onder d van de Gemeentewet
|
College
|
Met uitzondering van
a. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die:
- lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor;
- geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor;
- korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of
- aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd,
waarbij toestemming van het college niet vereist is:
i. als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven;
ii. als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of
iii. als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven.
b. het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto;
c. rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is;
d. in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto.
|
Neen
|
|
13.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10, in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 3
|
Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet
|
Artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet en in samenhang met de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
|
College
|
Budgethoudersregeling 2023
Op voorwaarde dat:
a.
zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;
b.
zij geen betrekking hebben op:
i.
de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;
ii.
het lenen of uitlenen van geld;
iii.
borg-stelling of garantstelling voor schulden van derden; of
iv.
andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in randnummer 2 hoofdstuk 1, bijlage 1 ; en
c.
de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie 10 Wegen naar een innovatiever aanbestedingsbeleid en een professioneler opdrachtgeverschap’, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid
|
Afdelingshoofden Teamleiders
voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.
|
|
14.
|
Art. 5, tweede lid , in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 4
|
Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat
|
Art. 171 Gemeentewet
|
Burgemeester
|
Neen
|
Afdelingshoofd Teamleider
voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht
|
|
15.
|
Art. 5, tweede lid , in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 5
|
De ondertekening van stukken die van het college uitgaan
|
Art. 59a Gemeentewet
|
Burgemeester en Gemeentesecretaris
|
Neen
|
Afdelingshoofd Teamleider
voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht
|
|
16.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 2
|
De bevoegdheden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming:
a.
die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, artikelen 12 tot en met 23;
b.
die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
c.
die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens in de zin van artikel 36 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming
|
Algemene Verordening Gegevensbescherming
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
17.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 3
|
Het beslissen op een aanvraag om nadeel-compensatie
|
Algemene wet bestuursrecht artikel 4:126,
|
College
|
De beslissing is in overeenstemming met het uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 4 van de Verordening Nadeelcompensatie 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld
|
Neen
|
|
18.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 4
|
Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kosten
|
Algemene wet bestuursrecht artikel 4:129 aanhef en onder a.
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
19.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 5
|
Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen
|
Verordening Nadeel-compensatie Amsterdam 2022 artikel 7 lid 1 .
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
20.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 6
|
De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010
a.
het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen in de zin van artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6 van het Archiefbesluit 1995;
b.
het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
c.
het vervreemden van archiefbescheiden in de zin van artikel 8, eerste en tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 van het Archiefbesluit 1995;
d.
het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
e.
het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995);
f.
het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995;
g.
het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, derde en vierde lid, van de Archiefwet 1995;
h.
het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
i.
het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
j.
het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden in de zin van artikel 15, eerste en tweede lid, en artikel 16, tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995;
k.
het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatieonderdeel aan een ander organisatieonderdeel in de zin van artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010;
l.
het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken in de zin van artikel 2 Databankenverordening
|
Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010
a.
Artikel 7 Archiefwet 1995 en artikel 6 Archiefbesluit 1995
b.
artikel 8 Archiefbesluit 1995
c.
artikel 8, eerste en tweede lid, Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 Archiefbesluit 1995
d.
artikel 8 Archiefbesluit 1995
e.
artikel 12, eerste lid, Archiefwet 1995 en artikel 9 Archiefbesluit 1995
f.
artikel 13, eerste lid Archiefwet 1995
g.
artikel 13, derde en vierde lid Archiefwet 1995;
h.
artikel 8 Archiefbesluit 1995
i.
artikel 8 Archiefbesluit 1995
j.
artikel 15, eerste en tweede lid, artikel 16, tweede lid, Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995
k.
artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010
l.
artikel 2 Databankenverordening Amsterdam 1
|
College
|
Na overleg met en instemming van de conform artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeente-archivaris)
|
Afdelingshoofd Staf Organisatie, Kwaliteit en Facilitering
|
|
21.
|
Art. 5, lid 2, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en in samenhang met Bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 8
|
Het aanmelden van wijzigingen van de gemeentelijke gegevens in het Handelsregister aan de Kamer van Koophandel
|
Artikel 18 en 19 Handelsregisterwet 2007
|
College
|
Neen
|
Afdelingshoofd Organisatie, Kwaliteit en Facilitering
|
|
22.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder a
|
Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit, behalve beslaglegging, als bedoeld in artikel 160, derde lid, van de Gemeentewet
|
artikel 160, derde lid Gemeentewet
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
23.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder b, artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder b
|
Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld
|
Art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Afdelingshoofd
Teamleider
voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht
|
|
24.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder c
|
Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen
|
Art. 4:11 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Afdelingshoofd Teamleider
voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht
|
|
25.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 42, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder d
|
Het kennis geven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag
|
Artikel 4:14 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
26.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder e
|
In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen
|
Artikel 4:18 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
27.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder f
|
Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld)
|
Artikel 4:86 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
28.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder g
|
Het nemen van beslissingen inzake verrekening
|
Artikel 4:93 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
29.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder h
|
Het verlenen van uitstel
van betaling verrekening, als bedoeld in artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht
|
Artikel. 4:94 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
30.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder i
|
Het verlenen van voorschotten
|
Artikel. 4:95 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
31.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder j
|
Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot
|
Artikel. 4:96 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
32.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder k
|
Het bij beschikking vaststellen van de wettelijke rente
|
Artikel 4:99 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
33.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder l
|
Het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding
|
Artikel 4:94a Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
34.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef onderdeel 10, en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder m
|
Het aanmanen van de schuldenaar die in verzuim is
|
Artikel 4:112 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
35.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder n
|
Het uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingen
|
Artikel 4:114, artikel 4:115 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
36.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder o
|
Het beslissen tot het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van dwangbevelen
|
Artikel 4:116; Artikel 5:10, tweede lid Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
37.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder q
|
Het behandelen en afdoen van klachten
|
Titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
38.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder r
|
Het beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot publieke informatie, als bedoeld in hoofdstuk 4 Wet open overheid
|
Hoofdstuk 4 Wet open overheid
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
39.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder s
|
Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie
|
Artikel 3.3 Wet open overheid
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
40.
|
Artikel 5 tweede lid in samenhang met Bijlage 2 Hoofdstuk 0, Paragraaf 3 onder 1, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10
|
Het verstrekken van subsidie aan een instelling die, en voor ten hoogste het bedrag dat, op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
|
Bijlage 2, Paragraaf 3 onder 1
Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023
|
College
|
Budgethoudersregeling 2023
En/of begrotingspost inzake de subsidie die het betreft in de algemene begroting gemeente Amsterdam
|
Afdelingshoofd, Teamleider
voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.
|
|
41.
|
Artikel 5 tweede lid in samenhang met Bijlage 2, Hoofdstuk 0, Paragraaf 3 onder 2, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10
|
Het verstrekken van subsidie op grond van subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteld en die behoren tot het werkterrein van de directie, overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
|
Bijlage 2, Paragraaf 3 onder 2 Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 Specifieke subsidieregeling
|
College
|
Budgethoudersregeling 2023
En/of begrotingspost inzake de subsidie die het betreft in de algemene begroting ge333meente Amsterdam
|
Afdelingshoofd Teamleider
voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.
|
|
42.
|
Artikel 5 tweede lid in samenhang met Bijlage 2, Hoofdstuk 0, Paragraaf 3 onder 3, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10
|
Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie opgedragen werkterrein
|
Bijlage 2, Paragraaf 3 onder 3,
|
College
|
Budgethoudersregeling 2023
|
Afdelingshoofd Teamleider
voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.
|