Gemeenteblad van Best
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Best | Gemeenteblad 2026, 49758 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Best | Gemeenteblad 2026, 49758 | beleidsregel |
De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie gemeente Best 2025-2029 (U&HS) legt samen met de verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Best 2022 de basis voor de programmatische en integrale uitvoering van de wettelijke taken en het bereiken van de doelstellingen zoals in deze strategie is verwoord. Het voorliggende Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026 (U&HP) is gebaseerd op deze strategie en omschrijft welke capaciteit en instrumenten worden ingezet.
Met de U&HP willen wij een goede programmatische en integrale invulling geven aan de uitvoering- en handhavingstaken waarbij mensen en middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Hiertoe worden de doelen uit het beleidsplan uitgewerkt in concrete acties per taakveld en gekoppeld aan de benodigde en beschikbare capaciteit. Om de uitvoering van de doelstellingen en het ambitieniveau van dit programma achteraf te kunnen toetsen, is een goede informatievoorziening van groot belang. Door te registreren (van o.a. indicatoren) en te rapporteren over de voortgang is het mogelijk om tussentijds bij te sturen en gesignaleerde knelpunten op te lossen. Het U&HP dient ook als basis voor de evaluatierapportage (ER) en wordt jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en ter kennisname naar de gemeenteraad gestuurd.
Niet alle VTH-taken worden uitgevoerd door de gemeente zelf. De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) voert voor de gemeenten en voor de provincie Noord-Brabant diverse taken uit op het gebied van de fysieke leefomgeving. Voor gemeente Best zijn dit vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken (VTH) op het gebied van milieu.
In hoofdstuk 2 worden het kader en het doel van het programma nader toegelicht. In hoofdstuk 3 staat de wijze van programmeren centraal en een uitwerking van de VTH-taken per taakblad. Hoofdstuk 4 beschrijft de werkzaamheden binnen de taakvelden vergunningverlening en toezicht en handhaving. In hoofdstuk 5 worden de beschikbare en benodigde personele en financiële middelen beschreven.
Het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving is aan wettelijke regels gebonden. In hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit zijn onderwerpen benoemd die betrekking hebben op de invulling van de U&HS. Centraal staat de cyclische benadering van de VTH-activiteiten. Deze beleidscyclus geeft inzicht in het cyclische gedachtegoed van de wettelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor VTH.
Het opstellen van een U&HP is een wettelijke verplichting. Het interbestuurlijk toezicht (IBT) van de provincie Noord-Brabant ziet erop toe of het uitvoeringsprogramma daadwerkelijk wordt opgesteld.
Een uitvoeringsprogramma moet op basis van de wetgeving en de kwaliteitscriteria onder meer de volgende onderdelen bevatten:
Deze U&HP gaat over alle activiteiten die in 2026 worden uitgevoerd op het gebied van VTH. Het betreft VTH-taken die volgens de Omgevingswet aan de gemeente zijn opgedragen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (waaronder bouwen, slopen, strijdig gebruik, uitvoeren van een werk, milieu, monumenten, brandveilig gebruik). VTH-taken die voortkomen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en een aantal bijzondere wetten, zoals de Alcoholwet, vallen er ook onder. De handhaving van regels binnen het sociaal domein (uitkeringsfraude), handhavingstaken op het gebied van kinderopvang, leerplicht en belastingen en de aanpak van adreskwaliteit vallen buiten de reikwijdte van de U&HS en de daaruit voortvloeiende U&HP.
Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de manier waarop de uitvoeringstaken in gemeente Best zijn geprogrammeerd. De werkzaamheden komen voort uit wettelijke ontwikkelingen en bestuurlijke thema’s (prioriteiten). Deze zijn onder te verdelen in (reguliere) taken op gebied van uitvoering en handhaving en keuzetaken.
In deze paragraaf geeft een toelichting op belangrijke landelijke en lokale ontwikkelingen en zaken die doorlopen vanuit voorgaande jaren. Deze ontwikkelingen spelen een rol in het VTH-vakgebied en zijn van invloed op de uitvoering van de VTH-taken.
Na een lang voorbereidingstraject en veel uitstel, is de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. Hoewel het doel is om hiermee de dienstverlening op ruimtelijk gebied voor iedereen duidelijker en simpeler te maken is er nog een grote slag nodig om dit uiteindelijk te bereiken. De uitdaging blijft om de dienstverlening op hetzelfde niveau te houden. De extra benodigde formatie zetten we in waar deze het hardst nodig is. Ons doel in 2026 is om de basis op orde te houden zodat we onze inwoners zo goed mogelijk van dienst kunnen blijven zijn.
3.1.2 De wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Tegelijkertijd met de Omgevingswet is de Wkb in werking getreden. Kortweg houdt dit in dat voor een groot aantal gebouwen en verbouwingen, zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen, door ons als gemeente geen technische bouwvergunningen meer verleend hoeven/kunnen worden.
Om te voorkomen dat er ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden moeten we ons ruimtelijk deel (Omgevingsplan) heel goed op orde hebben en hierin indien nodig extra zaken regelen (zoals bouw- en sloopveiligheid). Hoewel de technische vergunningplicht vervalt, moeten wij in verreweg het merendeel van de gevallen wel een Omgevingsplanvergunning verlenen.
We hebben in bijlage 4 van het uitvoeringsprogramma 2024 ons Wkb beleid beschreven.
3.1.3 Nieuwe set kwaliteitscriteria 3.0
De gemeente Best heeft zich laten toetsen aan de landelijke kwaliteitscriteria 3.0 (KC 3.0), die vanaf 1 januari 2025 van kracht zijn voor de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering binnen het omgevingsrecht. Deze toetsing is uitgevoerd door MasterMeester en richtte zich op drie hoofdonderdelen: de aanwezigheid van voldoende deskundige medewerkers (kritieke massa), de kwaliteit van de interne processen (procescriteria), en de competenties van medewerkers.
Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente op het merendeel van de deskundigheidsgebieden voldoet aan de gestelde eisen. Toch zijn er twee taakgebieden waar de opleidingseisen nog niet volledig worden gehaald. Dit betreft de vergunningverlening en het toezicht op bouwen en ruimtelijke ordening. Hier is aanvullende scholing nodig om te voldoen aan de landelijke norm. Daarnaast is het van belang dat de gemeente jaarlijks bevestiging vraagt aan externe partners zoals de omgevingsdienst en de veiligheidsregio dat zij ook aan de kwaliteitscriteria voldoen.
Wat betreft de procesinrichting blijkt dat de gemeente op meerdere onderdelen nog niet voldoet aan de gestelde eisen. Vooral op het gebied van beleid, strategie, evaluatie en monitoring zijn verbeteringen nodig. Er ontbreekt een duidelijke systematiek voor het evalueren van de uitvoering en het bijstellen van beleid op basis van resultaten. Ook is de afstemming met externe handhavingspartners nog onvoldoende geborgd. De gemeente is voornemens hier stappen in te zetten, onder andere door het opzetten van een benchmark en het verbeteren van de monitoring via het VTH-systeem.
Op het gebied van competenties is vastgesteld dat de gemeente gemiddeld scoort, maar dat er op enkele onderdelen zoals integraal samenwerken en het nemen van verantwoordelijkheid nog ruimte is voor ontwikkeling. De competentieprofielen zijn wel bekend binnen de organisatie, maar worden nog niet structureel toegepast in de HR-cyclus.
Het rapport concludeert dat de gemeente Best op weg is om aan de KC 3.0 te voldoen, maar dat er op alle drie de onderdelen gerichte verbeteracties nodig zijn. Door te investeren in opleiding, procesoptimalisatie en competentieontwikkeling kan de gemeente haar VTH-taken verder professionaliseren en voldoen aan de landelijke kwaliteitsnormen. Deze inspanningen zijn essentieel om de kwaliteit van de leefomgeving en de veiligheid van inwoners te waarborgen.
3.1.4 Geactualiseerde risicoanalyse
In de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025-2029 bevat de (strategische) doelen die de gemeente nastreeft en de prioriteiten die daarbij worden gesteld voor de komende vier jaar. Als onderdeel van de VTH-beleidscyclus wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld. Hierin staan per jaar de concrete acties in het kader van de uitvoering van de VTH-taken. De programma’s worden met een evaluatieverslag elk jaar geëvalueerd. Eind 2025 hebben we de risicoanalyse geactualiseerd en bestuurlijk afgestemd. Dit heeft geleid tot een bestuurlijke her-prioritering. De methodiek en uitkomsten zijn terug te vinden in de bijlage. De prioriteiten zijn uitgewerkt in de taakbladen.
3.1.5 Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur
Vanaf 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap (Wgv) van kracht. Deze wet geeft duidelijkheid aan verhuurders en verhuurbemiddelaars en biedt huurders bescherming: wat mag en wat mag niet? Sinds de invoering van de wet heeft de gemeente bevoegdheden gekregen om verhuurders aan te spreken als zij zich niet houden aan de algemene regels zoals gesteld in deze wet. Ongewenst verhuurgedrag is bijvoorbeeld te hoge servicekosten vragen, intimidatie en discriminatie en een huurovereenkomst niet schriftelijk vastleggen. De gemeente heeft daarom een meldpunt waar belanghebbenden zich kunnen melden voor klachten over ongewenst verhuurgedrag. Daarbij heeft de gemeente de taak gekregen om te handhaven bij verhuurders die zich niet houden aan de normen voor goed verhuurderschap.
De Wbh is op 1 juli 2024 ingegaan. Het doel van deze wet is dat huurwoningen beter betaalbaar blijven. De verhoging van de liberalisatiegrens geeft huurders in het middensegment meer zekerheid en voorkomt dat woningen die qua kwaliteit thuishoren in het middensegment toch duur worden verhuurd. De Wet betaalbare huur vergroot de reikwijdte van de Wgv. Er zijn algemene regels opgesteld die toezien op de huurprijsbescherming. Het woningwaarderingsstelsel wordt daarmee dwingend. De Wbh regelt dat de gemeente vanaf 1 januari 2025 kunnen handhaven als verhuurders zich niet houden aan deze regels. Een huurder heeft vanaf die datum de mogelijkheid om een handhavingsverzoek in te dienen bij zijn gemeente. Bijvoorbeeld wanneer de huurder er met de verhuurder niet uitkomt of er redenen zijn om de Huurcommissie niet in te schakelen. Ook kan de gemeente zelf proactief optreden. Situaties waar het dan om gaat, zijn gericht toezicht in kwetsbare wijken of het ondersteunen van kwetsbare huurders die zich niet snel melden, zoals arbeidsmigranten. De gemeente kan handhavend optreden in samenloop met andere overtredingen van de Wgv.
3.1.6 Integraal Veiligheidsplan De Kempen 2023-2026 (IVP)
De rol van VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) binnen het Integraal Veiligheidsplan (IVP) de Kempen 2023–2026 is verweven in meerdere onderdelen van het beleid.
Binnen het Integraal Veiligheidsplan (IVP) de Kempen 2023–2026 vervult de VTH-functie een essentiële rol in het realiseren van de strategische doelstellingen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. VTH is niet alleen uitvoerend van aard, maar vormt tevens een verbindende schakel tussen beleid, toezicht en handhaving. De inzet van VTH is verweven met meerdere prioriteiten binnen het IVP en draagt bij aan een integrale, informatiegestuurde en gebiedsgerichte aanpak.
VTH levert een belangrijke bijdrage aan het vroegtijdig signaleren van problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid, zoals woonoverlast en overlast door personen met onbegrepen gedrag. Door meldingen en observaties vanuit toezicht te koppelen aan zorgstructuren, wordt een sluitende aanpak bevorderd. In de context van het IVP en de rol van VTH verwijst dit naar de manier waarop gemeenten samen met partners zoals GGZ, Veilig Thuis, het Zorg- en Veiligheidshuis, wijkteams en andere zorgaanbieders samenwerken om problematiek vroegtijdig te signaleren en aan te pakken.
De inzet van VTH is van belang bij het signaleren en tegengaan van jeugdoverlast en crimineel gedrag onder jongeren. Handhavers fungeren als zichtbare en aanspreekbare functionarissen in de wijk en werken nauw samen met jongerenwerk, onderwijs en politie. VTH ondersteunt hiermee de preventieve en repressieve aanpak van jeugdproblematiek en draagt bij aan het vergroten van het veiligheidsgevoel in de leefomgeving.
Gedigitaliseerde Criminaliteit
Hoewel de primaire verantwoordelijkheid voor digitale veiligheid binnen de gemeentelijke organisatie elders is belegd, speelt VTH een rol in het vergroten van de digitale weerbaarheid van inwoners en ondernemers. Via toezicht en publiekscontacten kan VTH bijdragen aan bewustwording, signalering en doorgeleiding van meldingen met een digitaal karakter.
VTH is een belangrijke actor in het signaleren van spanningen, polarisatie en radicalisering in de wijk. Door hun aanwezigheid in de openbare ruimte kunnen handhavers vroegtijdig signalen opvangen en deze delen met relevante partners. VTH ondersteunt hiermee de gemeentelijke rol in het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting en draagt bij aan een weerbare samenleving.
De aanpak van ondermijning vraagt om een stevige inzet van VTH. Handhavers en toezichthouders zijn vaak de eerste die signalen van ondermijnende activiteiten opmerken, zoals misbruik van panden, vergunningen of openbare ruimte. VTH werkt nauw samen met het Kempen Interventie Team (KIT) en de programmaleider ondermijning en levert een bijdrage aan de versterking van de bestuurlijke en maatschappelijke weerbaarheid. KIT is het samenwerkingsverband tussen de acht Kempengemeenten, politie, ODZOB en VRBZO. Het team controleert locaties waarvan sterk het vermoeden bestaat dat er sprake is van misstanden of niet voldoen aan wet- en regelgeving. Het team kijkt onder andere naar brandveiligheid, illegale bewoning, vergunningen, inschrijving Basisregistratie Personen (BRP), mensenhandel, arbeidsuitbuiting, drugs, sociale zekerheidsfraude en andere overtredingen
Op het gebied van fysieke veiligheid is VTH betrokken bij toezicht op brandveiligheid, crisisbeheersing en rampenbestrijding. In samenwerking met de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost draagt VTH bij aan risicogericht toezicht, voorlichting en het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners en ondernemers.
De Brainportregio, waar we met onze gemeente ook in zitten, groeit harder dan verwacht. De groeiende industrie en het feit dat het in de regio fijn wonen, werken en leven is, zorgen voor een forse ruimtelijke schaalsprong van de Brainportregio. Brainport ontwikkelt zich sneller dan verwacht tot de krachtigste motor van de Nederlandse economie. Keerzijde is dat dit ook in Best leidt tot verstedelijking, toename van mobiliteit, extra druk op de woningmarkt, meer belasting van het volle energiesysteem en de uitdaging van een goede leefkwaliteit. Tegelijkertijd is het belangrijk om een nieuwe balans in het buitengebied te vinden en de kwaliteit daarvan te verbeteren. Beide ontwikkelingen moeten in samenhang bijdragen aan brede welvaart van de regio en haar inwoners. Het faciliteren en lokaal inbedden van de regionale schaalsprong en de transitie van het landelijk gebied vereisen investeringen, zowel in uitvoeringsprojecten als in ambtelijke capaciteit.
3.1.8 Fusie gemeente Best en gemeente Oirschot
De mogelijke fusie tussen de gemeenten Best en Oirschot is een belangrijk traject dat momenteel wordt onderzocht. Van de hele organisatie gaat dit capaciteit vergen. Van VTH wordt verwacht dat zij actief bijdragen aan het harmoniseren van beleid, processen en werkwijzen tussen Best en Oirschot in aanloop naar de fusie.
Om inzichtelijk te maken welke werkzaamheden wij het komende jaren gaan uitvoeren maken we gebruik van een format (taakblad). In elk taakblad wordt een vast aantal aspecten uitgewerkt die gebaseerd zijn op de (proces)eisen gesteld in de kwaliteitscriteria VTH, zoals de probleemanalyse waarin ook de hoogste risico’s vanuit de risicoanalyse staan opgenomen, zie bijlage 1 voor de uitkomsten van de risicomatrix gemeente Best 2025. In de taakbladen wordt beschreven welke concrete activiteiten we gaan uitvoeren, hoe we dit gaan doen en welke capaciteit hiervoor benodigd is. Ook geven we aan welke bijdrage we leveren aan de strategische doelstellingen uit de U&HS. In bijlage 2 staan de doelstellingen van de U&HS opgenomen.
|
|
De juristen dragen bij aan het behouden en beschermen van de fysieke leefomgeving en zorgen ervoor dat individuen, bedrijven en organisaties zich houden aan de geldende wet- en regelgeving om de veiligheid en duurzaamheid van de samenleving te waarborgen.
We handelen conform de nalevingsstrategie van de U&HS. De hierin genoemde LHSO en de strategie voor handhavingsverzoeken en meldingen is relevant voor dit taakblad. De toezichthouders en juristen bepalen het in te zetten sanctiemiddel met behulp van de interventiematrix. |
|
|
We huren op dit moment 1 handhavingsjurist in op de vacante positie. De verwachting is dat we dit gaan continueren om de werkvoorraad aan te kunnen. Rx.Mission is voor de handhavingsprocessen goed ingericht maar voor het generen van data en het maken van analyses dient nog slag geslagen te worden. In 2026 gaat hier gevolg aan gegeven worden. We zijn daarvan afhankelijk van de systeemontwikkelaar. Voor de juridische capaciteit van handhaving geldt een grote afhankelijkheid van de in de praktijk geconstateerde zaken. Dus zijn de probleemanalyses van eerdere taakbladen als Toezicht Omgevingswet en Toezicht APV en bijzondere wetten van invloed op de juridische procedures, handhaving is altijd een sluitstuk van deze werkprocessen. |
|
|
Deze taken dragen bij aan meerdere strategische doelen uit de U&HS. Doel 1 – Het UHS vormt de basis voor toezicht en handhaving Juridische acties worden onderbouwd met actuele wet- en regelgeving. Doel 6 – Zorgvuldige en kenbare belangenafweging Juristen toetsen besluiten juridisch en voeren bezwaarprocedures zorgvuldig uit. Doel 7 – Voorkomen van herhaling Door het consequent toepassen van sancties en het monitoren van naleving wordt herhaling van overtredingen tegengegaan. Juridische casussen en interventies worden geregistreerd en geanalyseerd voor rapportage en kwaliteitsverbetering (het streven is om in 2026 hier verder invulling aan te geven).
|
|
|
Voor dit taakblad is 3.724 uren en 2,66 fte benodigd in 2026. |
|
|
|
|
Naast de reguliere taken zijn ook andere taken relevant voor een goede uitvoering van de VTH-taken:
De actualisatie van beleid en omvatten in dit kader:
Ook vindt in 2026 de actualisatie beleidsregels APV en standplaatsen en winkeltijdenverordening plaats. De beleidsregels voor evenementen, horeca en standplaatsen en winkeltijdenverordening worden periodiek herzien. Het volgende staat gepland:
Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door de VTH beleidsmedewerker, vergunningverlener APV en bijzondere wetten, toezichthouders en administratief medewerkers. |
|
|
Het heeft de voorkeur om de beleidscyclus van de VTH documenten onder te brengen bij een VTH beleidsmedewerker. Zodat deze werkzaamheden voor de toekomst routine zijn. Rx.Mission is verder ontwikkeld en steeds beter ingericht om gegevens te registeren voor VTH-taken, maar voor het generen van data en het maken van analyses dient nog slag te worden gemaakt. De regionale samenwerking blijft een strategisch onderdeel van VTH en een voortdurend aandachtspunt. Daarvoor is het nodig om te schakelen met de verantwoordelijke ketenpartner. In 2026 ligt de nadruk op:
|
|
|
|
|
Voor dit taakblad is 1.850 uren en 1,32 fte benodigd in 2026. |
|
|
|
|
De projecten in 2026 bouwen voort op eerdere trajecten en sluiten aan bij de prioritering uit het Integraal Veiligheidsplan. De focus ligt op integrale samenwerking, versterking van leefbaarheid en het terugdringen van ondermijning en onveiligheid. De volgende projecten staan centraal: Project Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerreinen (KVO-B) Versterken van de samenwerking tussen overheid en ondernemers, vergroten van het veiligheidsgevoel en terugdringen van criminaliteit op bedrijventerreinen.
Project Arbeidsmigranten – Woonbeleid, Toezicht en Handhaving Verbeteren van de woonsituatie van arbeidsmigranten en terugdringen van uitbuiting en onveilige huisvesting.
Project Wijkversterking Wilhelminadorp/Kantonnier Herstel van veiligheid, leefbaarheid en vertrouwen in de overheid in wijken met verhoogde problematiek.
De Omgevingswet blijft in 2026 een structurele ontwikkellijn. De primaire implementatie is afgerond, maar de doorwerking in processen, uitvoeringsafspraken en het dagelijks werk vraagt blijvende aandacht. In 2026 richten wij ons op:
Wet kwaliteitsborging (Wkb): borging en doorontwikkeling Na de inwerkingtreding van de Wkb is 2026 een jaar van stabilisatie. De focus ligt op:
Milieuprojecten en beleidsspeerpunten Milieutaken zijn structureel onderdeel van de VTH-cyclus. In 2026 wordt ingezet op:
Integrale handhaving en prioritering buitengebied De prioriteiten uit de U&HS blijven leidend. In 2026 is aandacht voor:
Project Wet goed verhuurderschap/Wet betaalbare huur In aanvulling op de landelijke regels kan de gemeente lokaal een verhuurvergunning voor reguliere woonruimte of voor huisvesting van arbeidsmigranten invoeren. We willen vanuit Wonen in 2026 (ver)huurders actief gaan informeren over Wgv en Wet betaalbare huur (Wbh) en samen met de adviseur Nieuwkomers actiever bezig met het arbeidsmigrantenbeleid. We dienen rekening te houden met meerdere meldingen en als gevolg daarvan meer (handhavings)capaciteit nodig is om over deze meldingen te informeren, door te verwijzen en indien nodig te handhaven. Voor 2026 is een regelanalist aangesteld om uniformiteit te brengen in de regelgeving en omzetten van regels in het omgevingsplan. Daarnaast zorgen de Bouw- en RO ontwikkeling voor integraal (voor)overleg betreffende de caseload en BOPA’s. In 2026 ligt de focus op:
Voorbereiding op harmonisatie VTH in aanloop naar gemeentelijke fusietraject Best & Oirschot In 2026 richten we ons op het harmoniseren van beleid, processen en werkwijzen tussen beide gemeenten. Dit betekent:
Van de VTH medewerkers wordt verwacht een:
|
|
|
De probleemanalyse maken onderdeel uit van de hierboven beschreven projecten onder het kopje ‘toelichting taak, werkwijze en kader’. |
|
|
|
|
De opgaven binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving nemen in 2026 zowel in complexiteit als in omvang toe. Dit is het gevolg van de structurele doorwerking van de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging (Wkb), de intensivering van toezicht in het sociaal-maatschappelijke domein, de gebiedsgerichte aanpak in wijken en het buitengebied. De benodigde inzet is als volgt te specificeren:
Voor de overige projecten is voor 2026 naar inschatting de volgende inzet benodigd Voor dit taakblad is 3.220 uren en 2,30 fte benodigd in 2026. |
|
|
4 Personele capaciteit en financiële middelen
Het hebben van een professionele organisatie is een voorwaarde om de U&HS en het Programma adequaat te kunnen opstellen en uitvoeren. Zoals beschreven in de U&HS is de gemeente de aankomende jaren in staat om een gedetailleerd overzicht te creëren van benodigde en beschikbare financiële en personele middelen per doelstelling omdat er SMART doelstellingen zijn opgenomen en er is gekozen voor risicogestuurd toezicht dat de schaarse middelen inzet op de grootste risico’s.
4.1 Beschikbare en benodigde personele capaciteit
In de overzichten wordt gebruik gemaakt van ‘full-time equivalenten’. 1 Fte = 1400 effectieve uren per jaar.
4.1.1 Beschikbare capaciteit VTH
De werkzaamheden worden uitgevoerd door het team RO/ Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). In 2025 is hiervoor de volgende formatie (incluis inhuur) beschikbaar:
Voor de uitvoering van alle werkzaamheden binnen VTH zijn 28.070 effectieve uren beschikbaar. Dit staat gelijk aan 20,05 Fte.
4.1.2 Benodigde personele capaciteit
Voor de uitvoering van voorgenomen VTH-taken zijn de volgende benodigde uren in kaart gebracht.
Voor de uitvoering van alle werkzaamheden binnen VTH zijn effectieve 27.456 uur benodigd. Dit staat gelijk aan 19,61 fte.
4.1.3 Conclusie beschikbaar en benodigde capaciteit
Voor de uitvoering van alle werkzaamheden binnen VHT is er in principe voldoende capaciteit beschikbaar. De invulling hiervan is met tijdelijke inzet van inhuur deels vervuld en deels vacant. Het streven is om in 2026 de functies met vaste medewerkers in te vullen. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt blijft dit ook in 2026 een uitdaging. De formatie voor de uitvoering van de VTH-taken is op orde op papier, in de werkelijkheid is dat 4,58 fte openstaande vacatures zijn.
4.2 Financiële middelen voor verbonden partijen
Veel gemeentelijke taken worden uitgevoerd door het team VTH. Echter, specifieke uitvoeringstaken worden door de zogenaamde verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen) uitgevoerd. Die taken worden dus ‘uitbesteed’. De reden hiervan kan zijn dat dat verplicht gebeurt, maar het kan ook een eigen keuze betreffen. De hieraan verbonden uitgaven zijn opgenomen in de begroting.
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Veel VTH-taken op het gebied van milieu zijn als verplichte basistaken overgedragen aan de ODZOB. De ODZOB heeft een mandaat om deze taken uit te voeren. Naast de basistaken voert de ODZOB ook verzoektaken uit namens de gemeente. Tot slot zijn er de collectieve taken.
Het uitvoeringsprogramma van de ODZOB 2026 is als bijlage 4 toegevoegd.
Voor de taken die wij door de ODZOB laten uitvoeren is een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting opgenomen; het gaat hier om een bijdrage van:
Via de MilieuKlachtenCentrale (MKC) melden burgers milieuklachten over bedrijven. De centrale is ook buiten kantoortijden bereikbaar voor acute klachten en het behandelen van incidenten. Klachten die betrekking hebben op de naleving van de Omgevingswet en betrokken wetten worden door de ODZOB behandeld. Het vooronderzoek wordt door gemeentelijke toezichthouder gedaan. Deze meldingen gaan over waarnemingen binnen de grenzen van de gemeente Waalre, maar kunnen ook betrekking hebben of veroorzaakt worden door bedrijven buiten de gemeentegrenzen. Deze bedrijven kunnen onder gemeentelijk of provinciaal bevoegd gezag vallen.
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO)
Nederland telt 25 veiligheidsregio’s. Veiligheidsregio’s moeten de inwoners van Nederland beter beschermen tegen rampen en crises. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is de veiligheidsregio voor Zuidoost Brabant. In de VRBZO werken brandweer en GHOR samen om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Dit doet de VRBZO voor en samen met de 21 gemeenten in het werkgebied en de mensen die daarin wonen of verblijven. De VRBZO voert wettelijk verplichte taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze houden onder andere in:
In bijlage IV bij dit uitvoeringsprogramma is de Werkwijzer van de VRBZO opgenomen. In dit document zijn de werkzaamheden beschreven. In bijlage II is benoemd welke bouwwerken met hun gebruiksfuncties worden bezocht. Hierbij moet worden opgemerkt dat de controles door beperkte capaciteit in het kader van bestuurlijke interventies en evenementen een effect hebben op het aantal uit te voeren controles. De afgelopen jaren wordt de VRBZO vaker ingezet op zwaardere dossiers, wat een effect heeft op de getalsmatige controles. De VRBZO heeft geen actueel overzicht van gebouwen die binnen de gemeente Best in aanmerking komen voor een controle. Er wordt gebruik gemaakt van een vaste werklijst.
Voor de taken die wij door de VRBZO laten uitvoeren is een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting opgenomen; het gaat hier om een vaste bijdrage:
Het uitvoeringsprogramma van de VRBZO 2026 is als bijlage 5 toegevoegd.
5 Kwaliteitsborging, afstemming en monitoring
De gemeente Best hecht grote waarde aan een zorgvuldige uitvoering van de VTH-taken. Het borgen van kwaliteit, het tijdig signaleren van risico’s en het benutten van verbeterkansen zijn hiervoor rand voorwaardelijk. In 2026 versterken wij onze kwaliteitsaanpak door systematischer te vergelijken, structureler samen te werken met ketenpartners en beter inzicht te creëren in naleving, prestaties en ontwikkelpunten.
Om de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving te verbeteren, ontwikkelt de gemeente Best in 2026 een werkwijze voor het periodiek vergelijken van onze VTH-activiteiten met andere organisaties. Dit gebeurt onder meer door middel van benchmarking, collegiale toetsing en – waar mogelijk – deelname aan regionale visitaties. Deze vergelijking helpt om inzicht te krijgen in de inzet, organisatie en resultaten van onze uitvoering en biedt concrete handvatten voor verbeteringen. De uitkomsten worden gebruikt voor doorontwikkeling van processen, professionalisering en het jaarlijks actualiseren van de U&HS.
Een goede uitvoering van de VTH-taken vraagt om nauwe samenwerking met andere bestuursorganen en ketenpartners. De gemeente Best stemt daarom structureel af met:
Deze afstemming vindt plaats in zowel reguliere overleggen als projectmatig, afhankelijk van het type vergunning, het risico en de aard van de handhavingscasus. Het doel is een eenduidige, voorspelbare en uitvoerbare aanpak in de hele keten.
De gemeente Best werkt volgens een interne systematiek van kwaliteitszorg, gericht op het borgen van een professionele uitvoering en het continu verbeteren van processen. Deze systematiek bestaat uit de volgende onderdelen:
De gemeente Best werkt op basis van structurele monitoring van de uitvoering. De monitoring omvat onder andere:
Deze monitoring wordt gebruikt voor interne aansturing, verantwoording aan het bestuur en het actualiseren van de U&HS. Hiermee zorgen wij ervoor dat de uitvoering voorspelbaar, transparant en rechtmatig blijft.
Protocollen en werkinstructies
Volgens de kwaliteitscriteria dient de gemeente te handelen op grond van protocollen en werkinstructies (VTH-software) voor de voorbereiding en uitvoering van alle Omgevingswet-taken. De procedurebeschrijvingen en werkinstructies zijn in lijn met de strategie voor vergunningverlening. We hebben protocollen en werkinstructies voor reguliere werkzaamheden op gebied van VTH.
Communicatie is een belangrijk hulpmiddel om naleving van wet- en regelgeving te bevorderen. Van goede voorlichting aan burgers en bedrijven gaat een preventieve werking uit. Door de bekendheid met de wet- en regelgeving te vergroten, vermindert het aantal onbewuste overtredingen. Door duidelijk te communiceren over de beleidskaders en de consequenties van strijdig handelen met de wet- en regelgeving wordt meer duidelijk dat de gemeente haar taken serieus neemt. Het spontane naleefgedrag kan hiermee worden vergroot.
Bijlage 1 Uitkomsten risicoanalyse 2025
HANDLEIDING INVULLEN RISICOMATRIX Gemeente Best
Deze kwalitatieve risicomethode (deels gebaseerd op het DBC-risicomodel1) wordt gebruikt om voor de gemeente Best een integrale probleemgestuurde risicoanalyse uit te voeren, die uiteindelijk leidt tot een prioriteitstelling ten behoeve van het integraal programma uitvoering en handhaving.
Strategie opstellen betekent keuzes maken: nooit zal er voldoende capaciteit zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. Het stellen van prioriteiten heeft dus als doel het bepalen van die problemen/overtredingssoorten die in potentie risicovol zijn en waar derhalve het meeste toezicht op moet worden gehouden vanuit de overheid. Een (door het bestuur vastgestelde) risicoanalyse levert inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. Doel is via één uniforme werkwijze de uitvoering en handhaving (onder uitvoering valt ook ‘vergunningverlening’) te benaderen. Ook de wetgeving streeft naar meer uniformering. Zo wordt steeds meer lokale wetgeving landelijk geüniformeerd. De Omgevingswet voorziet op één aanpak voor uitvoering en handhaving.
Deze handleiding geeft uitleg over de werking en de resultaten van het gehanteerde probleemgestuurde, kwalitatieve risicomodel. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan de orde:
Uitgangspunten van het risicomodel
Bij gebruik van het risicomodel moeten soms keuzes worden gemaakt over hoe om te gaan met een aantal zaken. Deze keuzes worden in onderstaande tabel vastgelegd.
|
De risicomatrixen hebben betrekking op overtredingssoorten/problemen in de gemeente Best. |
De risicomatrix heeft uitsluitend betrekking op de risicovolle overtredingen/problemen binnen het VTH werkveld die de gemeente Best uitvoert. |
|
Er wordt gewerkt met overtredingssoorten per domein, deze staan opgesomd in de eerste kolom. |
Deze probleemonderwerpen hebben zowel betrekking op Vergunningverleningstaken als Toezicht- en Handhavingstaken. |
|
Er wordt op een beperkt aantal problemen/overtredingssoorten gescoord. |
De lijst van problemen is niet limitatief en in samenspraak met de vakinhoudelijke experts van de gemeente Best opgesteld. |
|
Er wordt gescoord op een zestal beoordelingsaspecten, deze staan opgesomd in de eerste rij. |
Alle zes beoordelingsaspecten zijn gelijkwaardig, er wordt geen weging aangebracht in de verschillende beoordelingsaspecten. |
|
De overtredingssoorten zijn gescoord op alle beoordelingsaspecten. |
Indien een overtreding zich voordoet en de gezondheid of veiligheid is in het geding, wordt door gemeente Best hier direct op geacteerd. |
|
Bij naleefgedrag wordt gescoord in hoeverre de regel (of regels) worden nageleefd. |
De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van….”. |
|
Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet. |
Het naleefgedrag is terughoudend ingevuld aangezien niet altijd (objectieve) informatie aanwezig is. |
Vastleggen van definities risicoafweging
Voor uitvoering van de juiste risicoafweging moet een aantal variabelen worden gedefinieerd. Het gaat daarbij met name om de beoordelingscriteria, de scores 1 tot en met 5 die het risico per criterium aangeven en de risicoscore die de ranking van een probleem/overtredingssoort weergeeft. De definities hiervan zijn hieronder gegeven, waarbij deels is aangesloten bij de algemene definities zoals deze ten behoeve van de gebruikelijke risicomodellen zijn ontwikkeld.
De risicoafweging vindt plaats op basis van een zestal beoordelingsaspecten:
In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot letsel. De te verwachten schade in de vorm van lichamelijk letsel als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Het gaat hier om direct lichamelijk letsel. Voorbeelden zijn: lichamelijk letsel (gewond raken), ademhalingsmoeilijkheden, vergiftiging, asbestbeschadiging, straling, rug/wervel beschadigingen ed.
De score ziet er als volgt uit:
In hoeverre tast het probleem het milieu/de natuur aan, welk effect heeft dit op de verstoring, verspilling van grondstoffen en energie alsmede de aantasting van de Groene Wetgeving.
De score ziet er als volgt uit:
In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot een afname van de gezondheid van de mens. De te verwachten schade aan de gezondheid als gevolg van bijvoorbeeld een afname van de luchtkwaliteit, waterkwaliteit, etc. Voorbeelden zijn toename fijnstof of andere luchtvervuiling, afname waterkwaliteit, etc. die de gezondheid van mensen nadelig beïnvloedt.
De score ziet er als volgt uit:
In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot afbreuk van het omgevingsmilieu. De te verwachten afbreuk en schade aan de leefomgeving als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak door de overheid.
De score ziet er als volgt uit:
De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zullen zijn. Hierbij valt te denken aan een geringe afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast of een permanente overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven beïnvloeden .
De te verwachten afbreuk is evident en heeft permanente grote gevolgen. Hierbij valt te denken aan een sterke afname van (het gevoel van) veiligheid in de directe omgeving en/of ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden, blijvende gezondheidsklachten veroorzaken, etc.
Wat is de financieel-economische schade voor de gemeente/provincie als gevolg van de calamiteit. Het gaat hier om schade die door de gemeente/provincie moet worden vergoed dan wel die ten laste komt van de gemeentelijke/provinciale economie. Voorbeelden zijn: Eventuele niet verzekerde kosten die door de gemeente/provincie worden gedragen (tijdelijke opvang, vergoedingen), verlies aan werkgelegenheid, economische achteruitgang, etc.
De score ziet er als volgt uit:
Wat is de imagoschade van een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie. De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van de burger in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Voorbeelden: (al dan niet georganiseerde) protesten, mediacampagnes, open brieven e.d., met als gevolg gezichtsverlies, gevoel van zaakjes niet op orde, etc.
De score ziet er als volgt uit:
De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zijn. Denk hierbij aan een tijdelijke stroom klachten, georganiseerde buurtprotesten, enkele juridische procedures en een brede negatieve aandacht in de media. Algemeen ontstaat het beeld dat het bestuur niet alles op orde heeft.
De te verwachten afbreuk is evident en heeft grote permanente gevolgen. Denk hierbij aan voortdurende klachten over het onderwerp, brede maatschappelijke protesten en onrust, georganiseerde mediacampagnes, zware juridische procedures (nalatigheid, etc) en algeheel gezichtsverlies van het bestuur. De positie van bestuurders is in het geding (moties van wantrouwen) en het bestuur wordt door de burgers als incompetent beschouwd.
Toepassen en invullen van de risicomatrix
Voor de toekenning van de scores van 1 tot 5 is het volgende risicoscore overzicht uitgewerkt:
De risico’s van de problemen/overtredingssoorten worden beoordeeld op een zestal beoordelingsaspecten. Per aspect wordt het eventuele negatieve effect uitgedrukt op een schaal van 1 (geen negatief effect) tot 5 (zeer sterk negatief effect). De eerder genoemde zes beoordelingsaspecten worden gebruikt:
Daarnaast dient in eenzelfde riscomatrix de score ingevuld te worden voor het naleefgedrag. In het afwegingsmodel worden de risicoscores gecorrigeerd voor naleefgedrag. Dit risico model hanteert ook voor het naleefgedrag een 5-punts schaalverdeling:
De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van….”. Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet. Dit is conform één van de uitgangspunten opgenomen in het eerder vermelde uitgangspuntentabel van deze handleiding.
Voorbeeld ingevulde risicomatrix
Hieronder staat een voorbeeld risicoanalyse met betrekking op het domein APV en Fysieke Leefomgeving. Het is een fictief voorbeeld, deze problemen en de toegekende scores zijn niet direct van toepassing op de situatie bij de gemeente Nuenen.
Toelichting op ingevulde tabel
Bovenstaande tabel is een gedeeltelijke uitwerking van de risicomatrix met betrekking tot domein APV en Fysieke leefomgeving. In de eerste kolom staat de uitgebreide omschrijving van de overtreding. In de tweede kolom volgt een beoordeling van het Naleefniveau (een goed naleefniveau kleurt groen met een onderliggende score van ‘1’, een zeer laag naleefniveau kleurt rood met een onderliggende score van ‘5’, zie voorbeeld het roodgekleurde vak). Vanaf kolom 3 (Veiligheid) tot en met 8 (Bestuurlijk imago) wordt het Negatief effect op de zes beoordelingscriteria toegekend. Als voorbeeld de middelste rij “hondenpoep” heeft 3 keer gescoord op 1. Dat wil zeggen dat er ‘een( zeer) klein/geen negatief effect’ is op de drie beoordelingsaspecten en het naleefgedrag is hoog.
Indien alle risicomatrix voor de betreffende taken zijn ingevuld volgt hieronder een voorbeeld hoe de totale risicoscore tot stand komt:
De resultaten van de risicoscores zijn gebaseerd op onderstaande schaalverdeling met betrekking tot de (minimale en maximale) totaaluitkomsten (is RISICO = Kans x Negatief Effect):
Bijlage 2 Doelen U&HS gemeente Best 2025-2029
|
Het geldende wettelijke kader en de UHS vormen de basis voor besluitvorming |
Beschikkingen voldoen aan de wettelijke eisen en de diepgang van toetsing van aanvragen sluit aan bij de prioriteit |
|
|
Initiatieven en aanvragen worden beoordeeld vanuit mogelijkheden en oplossingen, ‘ja, mits (…)’ in plaats van ‘nee, tenzij (…)’, naar de gedachte van de Omgevingswet |
||
|
We verbeteren de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid |
||
|
Inhoudelijk wordt tussen/binnen domeinen én met externe partners afgestemd om integraliteit te waarborgen |
||
|
Vragen van inwoners en bedrijven worden inhoudelijk adequaat beantwoord |
||
|
We voldoen aan de wettelijke minimumeisen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur |
||
|
We toetsen aanvragen aan het tijdelijk Omgevingsplan, de bruidsschat en de andere wettelijke en beleidsmatige kaders |
||
|
Bij evenementenvergunningen worden risico’s goed in kaart gebracht |
Bij de aanvraag worden o.a. een beveiligings-, calamiteiten en veiligheidsplan vereist |
|
|
We behandelen ingekomen aanvragen en meldingen tijdig en tegen zo laag mogelijke kosten |
||
|
Monitoring van doelstellingen gebeurt middels rapportages uit Rx.Mission |
||
Prestatie-indicatoren Vergunningverlening
|
Minimaal aantal omgevingsvergunningen verleend binnen de wettelijke termijn (omgevingsrecht) |
|
|
Minimaal aantal omgevingsvergunningen verleend binnen de wettelijke termijn (APV en Alcoholwet) |
|
|
Er wordt nagegaan of een aanvraag voor een OPA3 betrekking heeft op een monument |
|
|
Een aanvrager wordt binnen drie werkdagen op de hoogte gesteld van de ontvangst van de aanvraag |
|
|
Bij de aanvragen voor een BOPA4 wordt vooroverleg gevoerd en/of eerst een conceptaanvraag ingediend |
|
|
Bij een ingediende bouwmelding wordt direct geconstateerd of ook een (B)OPA nodig is |
|
|
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (omgevingsrecht) |
|
|
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (APV en Alcoholwet) |
|
|
Maximaal percentage dossiers waarin een dwangsom is betaald wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving |
|
Toezicht en handhaving wordt uitgevoerd naar gelang de gestelde prioriteiten |
||
|
Toezicht en handhaving is geen doel op zich, maar een middel |
Handhaven aan de hand van prioriteiten en effect op de maatschappij |
|
|
Op basis van inspraak, publicatie en vermelding van rechtsmiddelen |
||
|
Toezicht en handhaving wordt op professionele wijze uitgeoefend |
We voldoen aan de wettelijke minimumeisen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur |
|
|
Beschikbare capaciteit inzetten waar het risico op niet-naleving het hoogst is |
||
|
Inhoudelijk wordt tussen/binnen domeinen én met externe partners afgestemd om integraliteit te waarborgen |
||
|
Met gepaste (mix van) interventie(s) een blijvende gedragsverandering realiseren |
||
|
Monitoring van doelstellingen gebeurt middels rapportages uit Rx.Mission |
||
Prestatie-indicatoren Toezicht en Handhaving
Om te monitoren of de doelstellingen behaald worden, zijn de volgende prestatie-indicatoren opgesteld:
|
Bij ontvangst van een klacht, melding of informatieverzoek wordt uiterlijk binnen één werkweek contact opgenomen met de melder/verzoeker; |
|
|
Organiseren en bijwonen van integraal handhavingsoverleg waar toezichthouders, juridisch en BOA’s bij aanwezig zijn, minimaal vier keer per jaar |
|
|
Na constatering van een onveilige situatie (hoog risico bouw/brandveiligheid/ondermijning/Damocles) wordt deze binnen één week opgepakt |
|
|
Brandonveilige woonsituaties worden binnen drie maanden na constatering opgelost |
|
|
Na ontvangst van een klacht/ melding/ verzoek om handhaving wordt uiterlijk binnen één werkweek contact opgenomen met melder/verzoeker5 |
|
|
In het buitengebied vinden minimaal zes controles per maand plaats op de regels uit het tijdelijke omgevingsplan en bestaande bouw |
|
|
Geconstateerde bouwovertredingen n.a.v. een verleende vergunningen worden tijdens de bouw opgelost |
|
|
De overige geconstateerde bouwovertredingen zijn opgelost binnen twee maanden na constatering |
|
|
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (omgevingsrecht) |
|
|
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (APV en Alcoholwet) |
|
|
Maximaal percentage dossiers waarin een ingebrekestelling is gestuurd wegens niet-tijdig beslissen op een verzoek om handhaving |
|
|
Maximaal percentage dossiers waarin een dwangsom is betaald wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving; |
Bijlage 4 Uitvoeringsprogramma 2026 ODZOB
Voor u ligt het document “ODZOB werkprogramma gemeenten 2026” (hierna: werkprogramma). Dit werkprogramma heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die door de gemeente voor 2026 aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) worden opgedragen.
Het werkprogramma geldt voor geheel 2026 en betreft de basis- en verzoektaken voor vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) en de overige verzoektaken. De ODZOB is verantwoordelijk voor het operationele deel, terwijl de gemeenten verantwoordelijk blijven voor het strategische deel in de beleidscyclus. De ODZOB en de gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verbinden van de twee delen.
Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het onderbrengen van het basistakenpakket bij de ODZOB. Bij het uitvoeren van dit werkprogramma houdt de ODZOB zich aan de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), regionaal uitvoeringsbeleid en de financiële kaders van dit werkprogramma.
Het werkprogramma bestaat uit taken die onderdeel uitmaken van het primaire proces (productief en declarabel) en daaraan gerelateerde werkzaamheden (indirect productief en declarabel).
Het GPO-lid van de gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de ODZOB. Omgekeerd vormen de accountmanagers van de ODZOB het eerste aanspreekpunt voor de gemeente.
In bijlage 3 is een tabel toegevoegd waarin alle basis- en verzoektaken zijn opgenomen. Per deelnemer is aangegeven of wij de taak uitvoeren en of wij daarvoor mandaat (m) hebben om besluiten te nemen, of wij machtiging (mch) hebben om handelingen te verrichten niet zijnde het nemen van een besluit of dat wij enkel advies (a) verstrekken.
Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring
Onderdeel van de voorbereiding van het werkprogramma is de GPO-special van 15 mei 2025. Tijdens deze special is een doorkijkje gegeven naar het werkprogramma voor 2026 en nieuwe ontwikkelingen binnen de thema’s van de ODZOB.
De in bijlage 4 opgenomen definitieve budgetten zijn in samenwerking met de betreffende gemeente bepaald. Het werkprogramma wordt door alle gemeenten individueel vastgesteld. De ODZOB coördineert de uitvoering van het werkprogramma. Periodiek rapporteert ODZOB over de (financiële) uitvoering van het werkprogramma en stemt dit af met de deelnemer.
Dit werkprogramma is opgesplitst in de volgende hoofdstukken:
Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) speelt een belangrijke rol in het beschermen van de leefomgeving. Om dit effectief te doen, is het belangrijk dat de kwaliteit van uitvoering en handhaving goed geborgd is. Met de komst van de Kwaliteitscriteria 3.0 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, die sinds 1 januari 2025 van kracht is, wordt verdere uniformiteit en kwaliteit in de uitvoering van de Omgevingswet nagestreefd.
Om uitvoering te geven aan het werkprogramma zijn of worden werkafspraken opgesteld voor een aantal processen, thema’s en onderwerpen. De ODZOB houdt bij de uitvoering van dit werkprogramma rekening met deze afspraken. Deze werkafspraken zijn dynamisch van aard. Dat betekent dat het werkafspraken document gaandeweg het uitvoeringsjaar kan worden uitgebreid en bijgesteld. De ODZOB werkt op deze manier continu aan verbetering van haar processen en de kwaliteit van de producten.
De ODZOB draagt op verschillende manieren bij aan een gezondere en veiligere leefomgeving in de regio. Via vergunningverlening beoordeelt en verleent de ODZOB vergunningen en meldingen voor milieubelastende activiteiten, waarbij ze toetst of bedrijven en projecten voldoen aan de wetgeving en milieunormen. Daarnaast is de ODZOB verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van milieuwetgeving, wat helpt om de milieukwaliteit te waarborgen. Ook biedt de ODZOB specialistisch advies op onder meer het gebied van geur, licht, lucht, geluid, veiligheid, klimaat en bodemkwaliteit. Dit draagt bij aan een weloverwogen beleidsvorming en projectontwikkeling. Het voorgaande is uitgewerkt in de onderstaande uitvoeringskaders.
Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH)
Op 3 juli 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODZOB ingestemd met het Regionaal Operationeel Kader 2025-2028 voor de milieutaken vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH). Het ROK-VTH stelt de ODZOB beter in staat op een effectieve, efficiënte en innovatieve manier uitvoering te geven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving met als resultaat een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.
Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit (Ob) stelt dat bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen voor de werkzaamheden die ingevolge artikel 13.12 door de omgevingsdienst worden verricht. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden daartoe worden uitgevoerd. Met het ROK-VTH wordt invulling gegeven aan dit artikel.
In het ROK-VTH zijn doelstellingen opgenomen voor onderstaande thema’s met een aanpak op vergunningverlening en toezicht & handhaving inclusief indicatoren ten behoeve van de monitoring.
Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest
Het beoordelen van sloopmeldingen (met asbestinventarisatierapport) en asbesttoezicht wordt vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd.
Beleid Uitvoering Bodemtaken onder de Omgevingswet
De bodemtaken worden vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd volgens het Regionaal Beleid Uitvoering bodemtaken welke is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. Het uitvoeringskader richt zich op vergunningverlening en het toezicht op de milieubelastende activiteiten graven en saneren en op het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Deze werkzaamheden dragen bij aan de bescherming van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem.
Hoe gaan we dat doen bij vergunningverlening?
Het behandelen van vergunningaanvragen en afhandelen van meldingen is een wettelijke taak met beperkte vrijheden. Alle relevante inhoudelijke milieuaspecten van de activiteiten worden bij de behandeling van een aanvraag betrokken om zo de leefomgeving te beschermen. Ook de behandeltermijn, resultaat en wijze van communiceren met de initiatiefnemer en omwonenden zijn aan regels gebonden.
We bevinden ons in een periode van omvangrijke ontwikkelingen en politieke keuzes met invloed op vergunningverlening. De ODZOB werkt intensief samen met zijn deelnemers aan deze ontwikkelingen, zoals de transitie van de veehouderij en de doorontwikkeling van de VTH-taken van de ODZOB.
In 2025 is gestart met het intrekkingsbeleid voor gemeenten. In 2026 gaan we hier verder mee en vindt verdere uitwerking plaats in concrete werkafspraken. Dit doen we in samenspraak met de gemeenten.
In het kader van vergunningverlening is de problematiek die speelt rondom stikstof in relatie tot de agrarische vergunningverlening een factor die van belang is. Door fungerende wet- en regelgeving liggen veel aanvragen stil. Het blijft momenteel “koffiedik kijken” wat de ontwikkelingen in deze gaan worden. Om in control te blijven hebben we een taskforce georganiseerd die alle knelpunten gestructureerd en integraal in beeld brengen en oppakken. We stemmen hierbij periodiek af met de deelnemers.
De problematiek rondom stikstof en verduurzaming van de landbouw speelt in deze regio een grote rol en heeft direct invloed op de behandeling van vergunningaanvragen. Daarnaast speelt de Omgevingswet een rol bij de invulling van het onderwerp gezondheid bij vergunningverlening. De beleidsonderwerpen ZZS, Schone Lucht Akkoord, circulaire economie en energie werken de komende jaren door in de vergunningverlening en afhandeling van meldingen.
De komende vier jaar hanteren we de volgende uitgangspunten met betrekking tot milieu:
Omdat we te maken hebben met een uitdagende arbeidsmarkt binnen vergunningverlening, wordt onderzocht of, en zo ja onder welke voorwaarden, meldingen meer administratief kunnen worden uitgevoerd waarbij we vergunningverleners de spaarzame capaciteit effectiever kunnen inzetten.
De werkzaamheden voor vergunningverlening voor milieubelastende activiteiten, onder het regime van de Omgevingswet, omvatten:
Op basis van het uitvoeringsprogramma behandelen van aanvragen, ambtshalve wijzigingen en ambtshalve revisie omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten, bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten. Hierbij is inbegrepen het voeren van vooroverleg (afstemming met gemeente, verstrekking informatie over overige vergunningplichten, participatie), advisering, en de behandeling van zienswijzen, bezwaar en beroep;
Het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie wordt als een milieubelastende activiteit gezien onder de Omgevingswet. Deze basistaak, het beoordelen van meldingen en het toezicht erop, worden al jarenlang uitgevoerd door de ODZOB (voormalig besluit Bodemkwaliteit).
Met de verschuiving van de bodemtaken van de provincie naar de gemeente is sinds 1 januari 2024 de taak voor gemeenten uitgebreid met de vergunningverlening (en toezicht) op milieubelastende activiteiten graven en saneren van de bodem. De werkzaamheden bestaan met name uit het beoordelen van meldingen. Het beoordelen van de meldingen valt onder de basistaak. Indien maatwerkvoorschriften opgesteld dienen te worden (op verzoek van de initiatiefnemer of beargumenteerd door een gemeente) zal overgestapt worden naar het vergunningentraject. Bij de invoering van de Omgevingswet zijn er nog verontreinigingen die vallen onder het overgangsrecht. Deze zullen conform de oude procedure worden behandeld.
Bij de ingang van de Omgevingswet zijn ook (ondiepe) onttrekkingen voor wat betreft grondwaterkwaliteit als bodemtaak toegevoegd. Waterschappen krijgen de meldingen binnen en beoordelen op kwantiteit. Gemeenten zijn bevoegd op de waterkwaliteit van het onttrokken water. De onttrokken hoeveelheid water wordt veelal op het gemeentelijk riool geloosd waardoor de gemeentelijke rioolbeheerder ook betrokken wordt in het beoordelingsproces. Het beoordelingsproces verloopt nog niet naar wens van alle bevoegde partners en zal gedurende 2026 worden bijgesteld. De kwaliteitsbeoordelingen worden door team bodem namens de gemeenten uitgevoerd.
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Deze activiteit is geregeld in afdeling 7.2 van het Bbl en wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd, zoals opgenomen in het evaluatierapport mobiele puinbrekers van april 2022.
Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
We voeren werkzaamheden uit met betrekking tot het beoordelen van meldingen van lozingen die vielen onder het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen (thans Omgevingswet) en meldingen gesloten bodemenergiesystemen.
Gesloten bodemenergiesystemen (GBES-en) zijn sinds de komst van de Omgevingswet een milieubelastende activiteit onder de bevoegdheid van de gemeenten. Dit betreft een basistaak voor de ODZOB.
Er komen steeds meer GBES-en bij en dat vraagt om een zorgvuldige afweging. Reden hiervoor is dat systemen steeds dichter bij elkaar komen te liggen en elkaar, open bodemenergiesystemen of andere belangen kunnen beïnvloeden (interferentie en/of minder koude of warmte opbrengst kan dan optreden); Doordat er nog steeds meer systemen bijkomen is het van belang om de meldingen goed te beoordelen. Dit vraagt meer zorgvuldigheid van de melders, maar ook alertheid bij de beoordeling en bij de toezichthouders.
Het beoordelen van sloopmeldingen met asbestinventarisatierapport en asbesttoezicht wordt uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB d.d. 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd. Om invulling aan dit beleid te geven is een generiek werkproces ontwikkeld dat we hanteren en dat met alle deelnemers gedeeld is. Dit werkproces stelt ons in staat de doelstellingen van risicogericht en informatie gestuurd werken te realiseren en levert ons allen een efficiencyvoordeel op. Dit betekent wel dat individueel maatwerk voor een gemeente ten aanzien van het proces asbest niet tot de mogelijkheden behoort. Eind 2025 is gestart met de evaluatie van de uitvoering asbest toezicht. In februari 2026 wordt de evaluatie aan het AB voorgelegd
Juridische ondersteuning vergunningverlening
Onder juridische ondersteuning worden onderstaande taken verstaan:
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen.
Hoe gaan we dat doen bij toezicht en handhaving?
Voor de uitvoering van toezicht en handhaving bij industriële en agrarische bedrijven werken we volgens de ROK-systematiek. Het ROK-VTH vormt voor de ODZOB het kader waarbinnen we onze werkzaamheden de komende 4 jaar gaan uitvoeren. In het ROK-VTH zijn zowel inhoudelijke doelstellingen als ambities en randvoorwaarden voor continue kwaliteitsontwikkeling (ontwikkelopgaven) opgenomen. In lijn daarmee is, in de vorm van een doelenboom, met onze deelnemende gemeenten de Leidraad ROK VTH 2025-2028 opgesteld. In deze leidraad is meer duiding gegeven aan de bestuurlijke ambities en doelstellingen binnen het VTH-domein. De doelenboom is opgenomen in bijlage 1.
Om grip te krijgen en te houden op de uitvoering van alle activiteiten onder het ROK-VTH en zeker ook gezien de omvang van het programma is een implementatieplan gemaakt. Dit gebruiken we om zowel de onderliggende ontwikkelopgaven als ook acties/projecten voor de inhoudelijke doelstellingen te plannen over een periode van 4 jaar (2025-2028). Dit implementatieplan is in het voorjaar 2025 met de deelnemers gedeeld. In bijlage 2 wordt verder ingegaan op dit implementatieplan (A) en het jaarprogramma 2026 (B).
Voor de gehele periode 2025-2028 hanteren we de indeling in vijf blokken. Deze zijn hieronder schematisch weergegeven.
Signalen, klachten en meldingen
Een deel van het toezicht, zowel agrarisch als industrieel, is niet planbaar. Blok 1 bevat toezicht naar aanleiding van klachten, ongewone voorvallen en signalen (intern, van gemeente, waterschap, etc.). Het betreffen o.a. meldingen over inrichtingen, zoals geluids- of geuroverlast, maar ook meldingen over niet inrichtingen (drugsafvaldumpingen, asbestbranden e.d.). Daarnaast doen zich gedurende het jaar omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren bij een inrichting die niet voorzien waren in dit programma. Op basis van signalen kunnen bedrijven worden aangedragen voor een controle. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODZOB zijn.
Voor klachten merken we nog op dat hierop een analyse plaatsvindt om op basis van patronen informatie te krijgen over specifieke bedrijven, activiteiten, bedrijfstypen of gebieden. De resultaten hiervan kunnen aanleiding geven voor signaaltoezicht, programmatisch toezicht of geluidmetingen.
Projectmatige aanpak en programmatisch toezicht
Programmatisch toezicht is het vooraf planbare toezicht in de blokken 2 en 3. In blok 2 is dat thematisch toezicht, gemotiveerd vanuit bestuurlijk benoemde thema’s zoals veiligheid, gezondheid, de energietransitie en emissies. In blok 3 betreft het branchetoezicht, waarvoor in de aanloop van het ROK een prioritering is gemaakt die als basis dient.
Voor industrieel toezicht wordt een deel van de projecten zoals genoemd in bijlage 2 onder de blokken 2 en 3 van het ROK uitgevoerd. Door de deelnemers is aangegeven dat het op orde krijgen en houden van het bedrijvenbestand en in beeld brengen van de risico’s van ZZS (zeer zorgwekkende stoffen) prioriteit moet krijgen.
Sinds 2022 wordt middels risicoprioritering bepaald bij welke veehouderijen toezicht wordt gehouden. De belangrijkste milieurisico’s verbonden aan het houden van vee, de regionale en lokale bestuurlijke prioriteiten en doelen en het naleefgedrag worden bij deze prioritering betrokken en vervolgens vertaald naar risico indicatoren. Bestuurlijke aandacht voor een locatie maakt eveneens onderdeel uit van de risico indicatoren, waardoor inzet bij bestuurlijke dossiers geborgd is.
De ODZOB voert als basistaak de energiecontroles uit bij alle gemeenten in de regio. Deze energiecontroles worden tot en met 2026 gefinancierd vanuit de Speciale Uitkering Toezicht en Handhaving Energie (SPUK-THE). Een voorwaarde van deze SPUK-THE financiering is dat de ODZOB namens de gemeenten ook het al bestaande toezicht gericht op energiebesparing blijft uitvoeren. Dit is het jaarlijkse brancheproject Energiebesparing dat wordt opgepakt van het ROK. Momenteel wordt ongeveer 10% van het energietoezicht bekostigd vanuit het ROK. De overige 90% wordt gefinancierd vanuit de SPUK-THE. Het is nog onzeker of en in welke vorm de speciale uitkering een vervolg krijgt na 2026.
Het toezicht op de Werkgebonden Personen Mobiliteit (WPM) is een basistaak. Dit betreft regelgeving gericht op CO2 reductie van woon-werkverkeer en zakelijk verkeer van werknemers van bedrijven met tenminste 100 werknemers. Er is voor 2026 gekozen om de uitvoering van dit toezicht via de prioritering van het ROK op te pakken.
In 2025 is de conceptregeling voor de implementatie van de Europese Richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) gepubliceerd. Vanuit de collectieve taken wordt nagegaan in hoeverre de richtlijn doorwerking zal krijgen in het milieutoezicht vanaf 2026.
Om het toezicht uit te kunnen voeren worden er door de ODZOB projectplannen opgesteld. Deze projecten worden vervolgens opgenomen in een jaarplanning. We houden vinger aan de pols door de voortgang van de projecten en de budgetten te monitoren. Ook de ontwikkelopdrachten met betrekking tot kwaliteit zijn ondergebracht in blok 4. Zie voor een planning bijlage 2.
Bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving
Blok 5 is erop gericht om, met de ons ter beschikking staande handhavingsinstrumenten, opvolging te geven aan overtredingen die vanuit toezicht zijn gesignaleerd. Hierbij wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toegepast. De werkzaamheden om een overtreding te beëindigen (herstelsanctie) bevatten naast het opstellen van een voornemen en beschikking tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang ook dwangsomcontroles. Ook de behandeling van verzoeken om handhaving vallen onder blok 5.
Als ook nog vermoed wordt dat de regels bewust zijn overtreden, kan daarnaast ook strafrechtelijk onderzoek worden gedaan. Dit wordt afgestemd met het Functioneel Parket (FP) en/of de politie en kan leiden tot de inzet van de milieu-boa’s van de ODZOB. In de meeste gevallen leidt de inzet van onze boa’s tot een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke strafbeschikking milieu. Onder regie van het FP is het ook mogelijk dat onze boa’s een bijdrage leveren aan grotere opsporingsonderzoeken, waarvoor primair de politie, ILT-IOD of NVWA-IOD aan de lat staan.
In 2025 is gestart met een team handhaving. Alle bestuurs- en strafrechtelijke handhavingscontroles worden door dit team gecoördineerd en uitgevoerd. Hierbij wordt optimaal samengewerkt met onze juristen en toezichthouders. Daarmee is de gewenste koppeling gemaakt tussen het bestuurs- en strafrecht, in lijn met de uitgangspunten van de LHSO. De ODZOB voldoet daarmee aan de landelijke kwaliteitscriteria VTH.
We werken naar een meer risicogerichte toezichthouding. Dit gaan we doen op basis van een landelijk risicoprofiel, dat we in 2026 gaan implementeren. We houden op de volgende milieubelastende activiteiten toezicht:
In overleg met betreffende gemeenten worden de grote (infrastructurele) projecten geïnventariseerd. Dit kunnen zowel projecten zijn binnen de eigen gemeentegrenzen als projecten die de gemeentegrenzen overschrijden.
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Dit geldt ook voor het toezicht hierop.
Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
De hoeveelheid meldingen ziet de ODZOB door de grotere focus op de energietransitie en klimaat fors toenemen. Ook heeft de ODZOB geconcludeerd dat de uitvoering van de aanleg van de systemen niet altijd naar wens plaatsvindt. Gebaseerd op het aantal ingediende meldingen en een risicogerichte aanpak, wordt op deze basistaak regiobreed ingezet. Hierbij wordt uitgegaan van fysiek toezicht op 10% van de systemen. Dit toezicht vindt bij de aanleg plaats.
We voeren toezicht op asbest risicogericht en informatiegestuurd uit. Locaties waar lage risico’s aanwezig zijn worden niet of minder diepgaand gecontroleerd. Locaties waar meer risico bestaat worden nauwkeurig geïnspecteerd. Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen.
De uitvoering doen we volgens het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat vanaf 1 januari 2024 geldt.
De uitvoering van ketentoezicht is voor de ODZOB een wettelijke basistaak. Ten aanzien van ketentoezicht zijn in de Kwaliteitscriteria 3.0 eisen aan organisaties gesteld die deze taken (of werkzaamheden) uitvoeren: minimaal 6 medewerkers (die ieder 900 uur aan ketentoezicht spenderen) die voldoen aan bepaalde criteria.
Om hieraan te kunnen voldoen is de samenwerking opgezocht met de drie andere OD’s in Brabant. De insteek is om gezamenlijk te voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0. De drie directeuren van de OD’s in Brabant hebben een ambitiedocument vastgesteld. De ODZOB pakt het inregelen van het integrale ketentoezicht op vanuit de Meerjarenontwikkelaanpak. Het programmatisch ketentoezicht heeft betrekking op meerdere verwerkingsketens, met name bodem, asbest en afval. De uitvoeringsstructuur (inclusief onderbouwing financiën en capaciteit) wordt in 2026 Brabantbreed opgetuigd.
Juridische ondersteuning toezicht en handhaving
Een deel van de juridische inzet op handhaving valt onder het ROK (zie paragraaf 4.1.4.). De inzet op bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijke handhaving zoals in paragraaf 4.1.4 beschreven voeren we onder dit hoofdstuk ook uit voor bodem, GBES en asbest.
Daarnaast bieden we juridische ondersteuning op alle wetsdomeinen als het gaat om onderstaande taken (deze taken maken dus geen onderdeel uit van het ROK-budget voor toezicht en handhaving):
Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. handhavingsprocedures. Hieronder valt het opstellen van een verweerschrift en de vertegenwoordiging van het college in rechte. In principe gaat het altijd om besluiten die door de ODZOB in mandaat zijn genomen. De bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift ligt bij het college, de behandeling van een beroep of hoger beroep tegen een dergelijk besluit valt wel onder deze paragraaf.
Invorderingsprocedures tot en met het nemen van een invorderingsbesluit. Dit houdt het vervolg in bij de vaststelling van een overtreding van een opgelegde last. Hieronder valt de verbeurtebrief (kennisgeving van de verbeurde dwangsom) die gepaard gaat met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen tegen het voorgenomen besluit alsmede het besluit tot invordering van de verbeurde dwangsom. Het traject dat daarna volgt, zoals de aanmaning en de invordering bij dwangbevel blijft een bevoegdheid van de gemeente.
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken.
Onder de adviestaken vallen alle door de ODZOB, op verzoek van de gemeenten, uitgevoerde taken die:
Onder de overige taken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn vergunningverlening bij bouwactiviteiten, advisering technische bouwtoets, advisering bij afwijkingen of opstellen van omgevingsplannen (alle milieuthema’s), advisering erfgoed en welstand. Met de komst van de Omgevingswet dienen de milieuthema’s geïntegreerd te worden in de omgevingsplannen.
Hierbij wordt ondersteuning gevraagd bij het opstellen van regels in het omgevingsplan, met een toenemende vraag om beleidsmatig ondersteuning te bieden. En ook de programma’s Externe Veiligheid worden op verzoek opgesteld.
Ook vallen beoordelingen akoestische- of geurrapporten, ondersteuning bij geluidsaneringsprojecten, zonebeheer of inzet op geluidsmetingen onder de adviestaken. Tevens ondersteunen we deelnemers door uitvoeringsbeleid op het gebied van geluid en geur op te stellen. De gemeenten kunnen deze gebruiken om hun beleid te actualiseren.
Daarnaast ligt er een grote opgave voor het omzetten van gezoneerde industrieterreinen naar de nieuwe methodiek onder de Omgevingswet. De ODZOB is projectmatig deze omzetting voor de belanghebbende gemeenten aan het doorvoeren.
De ODZOB voert in opdracht van de provincie op het thema circulaire economie, een meerjarige opdracht uit tot en met 2027. Deze opdracht richt zich op de volle breedte van VTH-werk waaronder vergunningverlening. De mogelijkheden voor vergunningverlening zitten hem in het bespreken van circulaire economie bij vooroverleg, het opnemen van voorschriften over afvalpreventie en grondstoffengebruik en het bieden van experimenteerruimte voor initiatieven gerichte op circulaire economie. Daarnaast dienen beoordelingen voor einde afvalstof te worden uitgevoerd, zodat een afvalstof gemakkelijker als een grondstof kan worden ingezet. De opdracht van de provincie is in eerste instantie gericht op de bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag, maar waar mogelijk trekken we dit breder naar de bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag, wanneer de ontwikkelingen in de markt daarom vragen. Dan kan bijvoorbeeld gedacht worden aan einde afvalstofbeoordelingen of experimenteerruimte. De mogelijkheid om CE te verweven in het milieutoezicht kan vorm krijgen door aandacht te geven aan en toezien op gescheiden afvalstromen, de wijzen van verwerking (de juiste verwerking, zo hoogwaardig mogelijk) en op bewustwording bij bedrijven. Ook biedt ketentoezicht kansen om bij te dragen aan circulaire economie. In 2025 inventariseren we wat de ODZOB in de uitvoering op het gebied van circulaire economie nog meer kan betekenen voor de deelnemers. In 2026 zal hier verder invulling aan worden gegeven.
Informatieanalyse, -verstrekking en –gegevensbeheer
Vanuit diverse hoeken krijgt de ODZOB vragen om informatie. In de meeste gevallen zijn het vragen die betrekking hebben op een vergunning- of handhavingsprocedure en daarmee onder de basistaken van het werkprogramma vallen. Vaak worden er echter ook raadsvragen of persvragen gesteld, waarbij wij gevraagd worden om het college hierover te adviseren.
Gerelateerd aan de VTH-processen worden op verzoek gegevens bijgehouden in diverse systemen. Het gegevensbeheer valt onder deze categorie. In bijlage 3 is per deelnemer aangegeven welke gegevens er worden bijgehouden.
Wij rapporteren minimaal 1 keer per jaar over de uitvoering van alle VTH-taken met het jaarverslag. Deze rapportage is ondergebracht in deze categorie.
Ook de gerelateerde taken en de werkzaamheden van de accountmanagers vallen hieronder.
A. Implementatieplan jaarschijf 2026
Implementatieplan: jaarschijf 2026
Er is een (interne) opdracht verstrekt om te komen tot een implementatieplan, als concreet en realistisch hulpmiddel om alle gewenste doelstellingen en verbeteracties voor de komende 4 jaar te kunnen realiseren. De beschikbare middelen en capaciteit voor het implementeren van alle noodzakelijke acties zijn beperkt. In 2025 zijn diverse projecten gepland op gebied van toezicht en verbetering van de kwaliteit van vergunningverlening en toezicht.
Voor 2026 is opnieuw een planning in de maak van diverse opgaven. Hierbij worden alle opgaven verdeeld in 3 groepen:
Daarbij de volgende kanttekeningen.
De doelenboom is nu nog dezelfde als bij de vaststelling van het ROK is meegezonden. Er lopen nog twee opgaven om deze doelenboom te verbreden (met asbest en bodem) en te verfijnen. We verwachten in het voorjaar 2026 een aangepaste versie van de doelenboom. Dit heeft geen gevolgen voor de keuze van de opgaven.
De samenhang tussen de drie delen is schematisch weergegeven in de onderstaande afbeelding:
B. Jaarprogramma 2026: Toezichtprojecten en ontwikkelopgaven
Deel 2 Kwaliteitsopgaven ROK-VTH 2026
Deel 3 Ontwikkelopgaven Meerjarenaanpak 2026*
Onder de noemer Kwaliteitsverbetering operationele taken (afkomstig van ROK-VTH-bodem-asbest):
|
Structurele samenwerking en afstemming met andere overheden en partners faciliteren 2026 |
|
|
Landelijk Informatiegestuurd Risicomodel (asbest, bodem, water) ontwerpen/implementeren (periodiciteit controles bewaken) |
|
|
Integraal Ketentoezicht doorontwikkelen (van aspectsgewijs naar integraal) 2026 |
|
|
Aanpak illegaliteit en milieucriminaliteit ontwerpen en implementeren 2026 |
|
|
Monitoringstool ontwerpen en implementeren m.b.t. effectiviteit VTH-inzet 2026 |
|
|
Procesontwerp taken indirecte lozingen ontwerpen en borgen (structurele afstemming rioolbeheerders). |
|
|
Werkprocesinrichting actueel houden van vergunningen (jaarplanning voor toetsen en actualiseren) |
|
*: De ontwikkelopgaven worden afzonderlijk voorgelegd aan het AB in december 2025. Dit kan nog voor wijzigingen zorgen op dit voorgestelde programma voor 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-49758.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.