Participatieverordening gemeente Doetinchem 2026

De gemeenteraad van de gemeente Doetinchem,

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

 

gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de volgende verordening: Participatieverordening gemeente Doetinchem 2026.

Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • beleid: project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;

  • bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;

  • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem;

  • inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;

  • maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties die een collectief vormen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;

  • uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

 

Artikel 2. Reikwijdte

  • 1.

    Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht.

  • 2.

    Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.

  • 3.

    Er vindt geen inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als:

  • a.

    het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;

  • b.

    inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;

  • c.

    de uitkomst van de inwonersparticipatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;

  • d.

    d. de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;

  • e.

    sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

  • f.

    het om interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente gaat; of

  • g.

    het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.

 

Hoofdstuk 2 – Inwonersparticipatie

Artikel 3. Plan voor inwonersparticipatie

  • 1.

    Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid ‘Participatiebeleid Samen maken wij Doetinchem, Gaanderen en (Nieuw) Wehl’, een plan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit zo spoedig mogelijk openbaar.

  • 2.

    Het plan bevat in elk geval:

  • a.

    een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;

  • b.

    informatie over het doel, het proces en de planning van de inwonersparticipatie;

  • c.

    de gekozen vorm van participatie, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:

1˚ informeren: inwoners en maatschappelijke partijen krijgen informatie;

2˚ inspraak: inwoners en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven;

3˚ adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit;

4˚ coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover;

5˚ meebeslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en zij besluiten daar samen over;

6˚ beslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en de inwoners en maatschappelijke partijen besluiten daarover;

7˚ een combinatie van deze vormen; en;

  • d.

    informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid.

  • 3.

    Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

 

Artikel 4. Inspraak

Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.

 

Artikel 5. Eindverslag inwonersparticipatie

  • 1.

    Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de inwonersparticipatie op en maakt dit zo spoedig mogelijk openbaar.

  • 2.

    Het eindverslag bevat in elk geval:

  • a.

    een beschrijving van het proces dat is gevolgd;

  • b.

    de uitkomsten van het proces op hoofdlijnen en de argumenten die naar voren zijn gebracht;

  • c.

    een onderbouwde reactie op die uitkomsten op hoofdlijnen en argumenten waarbij is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en

  • d.

    een evaluatie van het proces dat is gevolgd. De deelnemers aan het participatieproces wordt hierbij om inbreng gevraagd.

 

 

Hoofdstuk 3 - Uitdaagrecht

Artikel 6. Verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.

  • 2.

    Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.

  • 3.

    De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:

  • a.

    wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is;

  • b.

    welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;

  • c.

    hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen; en

  • d.

    een indicatie van het draagvlak onder belanghebbende bewoners.

  • 4.

    De indiener kan gebruikmaken van het formulier dat hiervoor beschikbaar gesteld wordt door de gemeente Doetinchem.

  • 5.

    Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

 

Artikel 7. Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht

Het college zorgt ervoor dat op een laagdrempelige manier om ondersteuning kan worden gevraagd bij het indienen van een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht. Indieners kunnen via de wijkregisseur om deze ondersteuning vragen.

 

Artikel 8. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2.

    Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.

  • 3.

    Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:

  • a.

    het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet;

  • b.

    het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid of andere wet- en regelgeving;

  • c.

    het verzoek niet voldoet aan de in artikel 6, derde lid gestelde eisen.

  • 4.

    Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als:

  • a.

    het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;

  • b.

    als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.

  • 5.

    Het bestuursorgaan reageert binnen 6 weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met 6 weken verdagen.

  • 6.

    Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing zo spoedig mogelijk en gemotiveerd openbaar.

 

Artikel 9. Uitvoering taak

Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:

  • a.

    het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak;

  • b.

    het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak;

  • c.

    het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;

  • d.

    de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en

  • e.

    de evaluatie van de uitvoering van de taak.

 

 

Hoofdstuk 4 - Slotbepalingen

Artikel 10. Participatieparagraaf

  • 1.

    Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden.

  • 2.

    Het college neemt elk jaar een paragraaf in de jaarrekening op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening.

 

Artikel 11. Nadere regels college

Het college kan voor de uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

 

Artikel 12. Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.

 

Artikel 13. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Inspraakverordening gemeente Doetinchem 2005 wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Inspraakverordening gemeente Doetinchem 2005 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.

 

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Doetinchem 2026.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026,

voorzitter griffier

Toelichting  

Met deze verordening combineren we verschillende manieren om inwoners bij besluitvorming te betrekken. In deze verordening is de inspraak op basis van de Gemeentewet, die vaak wordt aangegeven als formele inspraak (verplicht op basis van artikel 150) opgenomen en worden de regels rondom een participatieproces en het toepassen van het Uitdaagrecht beschreven.

Beleidsplan participatie ‘Samen maken we Doetinchem, Gaanderen en (Nieuw) Wehl’

In februari 2024 heeft de gemeente Doetinchem het beleidsplan ‘Samen maken we Doetinchem, Gaanderen en (Nieuw) Wehl vastgesteld. Het beleidsplan biedt richtlijnen voor inwoners, bestuurders en ambtenaren. Het doel van het beleidsplan is om bewust keuzes te maken in de mate, het niveau en de vorm van participatie en om duidelijkheid te geven over de verwachtingen van alle betrokken.

Het beleidsplan is niet als geheel opgenomen in deze verordening, omdat dat tot te veel tekst zou leiden, wat onwenselijk is. Het beleidsplan is te lezen op www.doetinchem.nl/participatie 

Verschillende vormen van inwoners betrekken

De gemeente Doetinchem heeft ook nog andere vormen om inwoners te betrekken. Denk hierbij aan het inspreekrecht bij de gemeenteraad, burgerinitiatief, het referendum en de kinderraad (meer informatie: doetinchem | Hoe kan ik invloed uitoefenen op de raad).

Beeldvormende raad: Inwoners en andere belanghebbenden kunnen hun mening geven over onderwerpen die op de agenda staan. Wie hiervan gebruik wil maken, kan zich voor de vergadering bij de griffier melden (meer informatie Verordening op de raadscommissie beeldvormende raad 2013 | Lokale wet- en regelgeving).

Burgerinitiatief: Met het recht tot burgerinitiatief kunt u een onderwerp op de agenda van de gemeenteraad plaatsen (meer informatie www.doetinchem.nl/burgerinitiatief).

Referendum: Kiesgerechtigden in de gemeente Doetinchem kunnen de gemeenteraad verzoeken om een referendum te houden over een ontwerp-raadsbesluit (meer informatie referendumverordening (doetinchem.nl).

Kinderraad: Ieder jaar wordt er een nieuwe kinderraad geïnstalleerd. De kinderraadsleden bespreken onderwerpen die zij van belang vinden voor kinderen. Zij maken van hun idee een motie en presenteren deze aan de gemeenteraad (meer informatie doetinchem | Nieuwe kinderraad Doetinchem).

Sociale raad: De Sociale Raad heeft als doel de mening van de cliënten te verwoorden door middel van het uitbrengen van gevraagde en ongevraagde adviezen aan het college van burgemeester en wethouders over beleid en onderwerpen behorende tot het sociaal domein (meer informatie Regeling Sociale Raad gemeente Doetinchem 2022 | Lokale wet- en regelgeving).

Omgevingswet

In de Omgevingswet zijn wettelijke verplichtingen opgenomen rondom participatie voor diverse wettelijke instrumenten (zoals het wijzigen van de omgevingsvisie, het -programma of het -plan). Deze verplichtingen gelden uiteraard ook voor de gemeente Doetinchem en zijn daarom in deze verordeningen niet nogmaals opgenomen. Meer informatie hierover is te lezen op: Participatie in de instrumenten van de Omgevingswet | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl)

Verantwoordelijkheid bij een participatieproces

Volgens de Omgevingswet is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het participatieproces. Initiatiefnemers kunnen dus ook derden zijn zoals projectontwikkelaars, aannemers, woningcorporaties. Gemeente Doetinchem spant zich in om derden daarbij zo goed mogelijk te ondersteunen.

Het participatieproces staat los van het formele inspraakproces. Deelnemers aan het participatieproces behouden de mogelijkheid om gebruik te maken van de inspraakmogelijkheden, zoals bijvoorbeeld het indienen van een zienswijze. Het doorlopen van een participatieproces wil ook niet zeggen dat iedereen daarna tevreden is met de uitkomst.

Bij een aantal onderwerpen heeft de gemeente in het beleid opgenomen dat initiatiefnemers verplicht zijn om een participatieproces te doorlopen. Als dat het geval is, wijst de gemeente de initiatiefnemer daarop.

Als de initiatiefnemer (gemeente of derde) een participatieproces heeft doorlopen, levert initiatiefnemer bij het aanvragen van een omgevingsvergunning of een omgevingsplanwijziging een verslag aan met daarin in ieder geval:

 

  • 1.

    een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen;

  • 2.

    een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces;

  • 3.

    de reactie van de initiatiefnemer op deze uitkomsten en de wijze waarop de initiatiefnemer de inbreng heeft benut bij de uitwerking van het beleidsvoorstel of uitvoeringsplan.

De uitkomst van een participatieproces is vanuit de Omgevingswet onvoldoende reden om een vergunning af te wijzen. Dit kan alleen als er sprake is van ruimtelijke argumenten. Als de gemeenteraad vindt dat de mening van belanghebbenden onvoldoende is ingebracht, kan de gemeenteraad aanvullend inwoners uitnodigen om alsnog hun mening te geven.

 

Naar boven