Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 483028 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 483028 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam met nadere regels over subsidie ter stimulering van de sociale veiligheid in de kunst- en cultuursector in Amsterdam 2026-2028 (Subsidieregeling sociale veiligheid kunst- en cultuursector Amsterdam 2026–2028)
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;
gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023;
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Subsidieregeling sociale veiligheid kunst- en cultuursector Amsterdam 2026-2028
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
sociale veiligheid: zorg vanuit de werkgever voor een omgeving waar mensen zich vrij voelen om zichzelf te zijn zonder angst voor intimidatie, geweld of discriminatie. Het gaat daarbij niet alleen om hoe iemand zich voelt, maar ook om wat er sociaal gebeurt wanneer iemand zich uitspreekt, afwijkt van de norm of een grens aangeeft;
vertrouwenspersoon: deskundige die niet werkzaam is bij de instelling die fungeert als onpartijdig en neutraal aanspreekpunt voor medewerkers met meldingen, vragen, signalen of ervaringen over ongewenst gedrag of sociale veiligheid. Hierbij voorziet de vertrouwenspersoon van ondersteuning, voorlichting en advies.
Artikel 2 Toepasselijkheid ASA 2023
De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 is van toepassing op deze regeling
Artikel 3 Doel subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is het bevorderen van een veilige, eerlijke en inclusieve werk- en maakcultuur door instellingen te ondersteunen bij cultuurverandering en het treffen van maatregelen voor sociale veiligheid, door middel van de inzet van een externe arbodeskundige en een externe vertrouwenspersoon voor kleinere instellingen die deze kennis en expertise niet of onvoldoende in huis hebben.
In aanvulling op artikel 5 van de ASA 2023 kan subsidie alleen worden aangevraagd door instellingen met een maximale omvang van 10 fte.
Artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 1 november 2026 [KV1.1]tot en met 31 december 2028 of totdat het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 11 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
Aldus vastgesteld in de vergadering van dinsdag 8 september 2026.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris
Catrien Lenstra
Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van het Actieplan Sociale Veiligheid 2026–2028 en is een nadere regeling op grond van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA 2023). De regeling heeft als doel het bevorderen van sociale veiligheid binnen de Amsterdamse kunst- en cultuursector.
Bij de instellingen in deze sector is nog niet altijd voldoende kennis, expertise of financiële ruimte aanwezig om maatregelen te treffen tegen grensoverschrijdend gedrag en om een veilige werk- en maakcultuur te realiseren.
De gemeente Amsterdam stelt daarom subsidie beschikbaar, voor kleinere instellingen van maximaal 10 fte, om hen in staat te stellen externe expertise in te schakelen. Deze subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van een risicoanalyse en het opstellen van een plan van aanpak voor risicobeperking en voor een onafhankelijke professional die meldingen behandelt en medewerkers begeleidt bij incidenten op het gebied van sociale veiligheid.
Bevat definities ter verduidelijking van kernbegrippen.
Kunst- en cultuurinstelling: in Amsterdam gevestigde instellingen met alle culturele disciplines en crossovers. Hieronder vallen de disciplines woordkunst, film, muziek en muziektheater, theater, dans, erfgoed (musea en immaterieel), beeldende kunst en creatieve industrie, cultuureducatie en podia (podiumkunsten en debat).
Risico's: het procesmatig in kaart brengen van risico’s binnen de werk- en maakomgeving op het gebied van sociale veiligheid van medewerkers. Voor het in kaart brengen van de risico's vallen onder het begrip medewerkers, naast werknemers ook makers, vrijwilligers, stagiairs, opdrachtnemers en andere betrokkenen.
Vertrouwenspersoon: een onafhankelijke externe vertrouwenspersoon zoals uitgewerkt in het Actieplan Sociale Veiligheid 2026–2028, fungeert als eerste opvang voor diegene die ongewenst gedrag of sociale onveiligheid ervaart. Een vertrouwenspersoon biedt een luisterend oor en geeft advies, maar behandelt en/of begeleidt geen incidenten en meldingen. De regie voor een eventueel vervolgtraject, zoals een klacht of indiening van een melding, ligt bij de werknemer. Een vertrouwenspersoon adviseert leidinggevenden bij signalen van grensoverschrijdend gedrag. Een vertrouwenspersoon heeft een rol in het voorlichten en informeren van leidinggevenden en medewerkers.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
De subsidiabele activiteiten zijn beperkt tot concrete en uitvoergerichte interventies.
Artikel 6 Verdeelsleutel subsidieplafond
Dit artikel bepaalt hoe de beschikbare middelen worden verdeeld wanneer er meer aanvragen zijn dan het subsidieplafond toelaat.
De subsidie heeft twee vastgestelde maximumbedragen. Deze bedragen zijn bedoeld als tegemoetkoming in de kosten voor de inzet van een externe arbodeskundige (€ 1.500, -) of een externe vertrouwenspersoon (€ 750, -). Het staat instellingen vrij om een deskundige in te huren wiens tarieven of totale projectkosten boven dit bedrag uitkomen. Echter, alle kosten die de genoemde grens overschrijden, komen volledig voor rekening van de aanvragende instelling. Het college verstrekt per activiteit nooit meer dan de in de beschikking genoemde maximumbedragen.
Hiermee wordt voorkomen dat een klein aantal organisaties een onevenredig groot deel van het beschikbare budget consumeert, en wordt de spreiding over de sector gewaarborgd. Indien een instelling beide activiteiten wil uitvoeren, dienen deze duidelijk als afzonderlijke onderdelen in de aanvraag (of als twee aparte aanvragen) te worden onderbouwd.
Deze regeling is specifiek opengesteld voor kunst- en cultuurinstellingen die gevestigd zijn in de gemeente Amsterdam en daar hun hoofdactiviteiten ontplooien. In lijn met artikel 5 van de ASA 2023 wordt onder een 'instelling' een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid verstaan (zoals een stichting, vereniging of besloten vennootschap). Dit gaat over kunst- en of cultuurinstellingen met alle culturele disciplines en crossovers. Hieronder vallen de disciplines woordkunst, film, muziek & muziektheater, theater, dans, erfgoed (musea en immaterieel), beeldende kunst en creatieve industrie, cultuureducatie en podia (podiumkunsten en debat).
Natuurlijke personen (zoals ZZP’ers of eenmanszaken) zijn van aanvraag uitgesloten, aangezien de beoogde activiteiten (zoals een risicoanalyse en het borgen van sociale veiligheid) betrekking hebben op de organisatievoering en het werkklimaat binnen een collectief.
De regeling is bedoeld voor instellingen met een personeelsbestand van maximaal 10 fte aan werknemers. Het is geen probleem als er ook medewerkers zoals ZZP’ers, stagiairs of vrijwilligers aan de instelling verbonden zijn. Zij tellen niet mee voor het maximaal aantal fte en vormen geen drempel voor de aanvraag.
De weigeringsgronden in dit artikel dienen om de doelmatigheid van de regeling te bewaken en te zorgen dat de beperkte middelen terechtkomen bij de instellingen die de ondersteuning het hardst nodig hebben.
De regeling is geen algemene exploitatiebijdrage, maar een gericht instrument voor sociale veiligheid. Daarom kan worden geweigerd als een plan onvoldoende concreet is. Het doel is een structurele cultuurverandering, geen eenmalige formaliteit. De aanvraag moet passen binnen de kaders van het stedelijke Actieplan. Er kan worden geweigerd als het plan van aanpak slechts een papieren exercitie lijkt zonder dat er interne opvolging en borging wordt toegezegd.
Artikel 11 Aanvullende verplichtingen
De aanvullende verplichtingen zijn opgenomen om de impact van de gesubsidieerde activiteiten te vergroten.
Sociale veiligheid is een sector brede uitdaging. Door mee te werken aan evaluaties en het (geanonimiseerd) delen van ervaringen, dragen subsidieontvangers bij aan de kennisontwikkeling van de gehele Amsterdamse kunstsector. Het college kan deze informatie gebruiken om het beleid in de toekomst verder aan te scherpen.
Om een snelle verbetering van de werksituatie te stimuleren, geldt een starttermijn van drie maanden. De belangrijkste verplichting is echter de interne borging: de resultaten van de risicoanalyse of de inzet van de vertrouwenspersoon mogen niet in een lade verdwijnen. De instelling moet aantonen dat de adviezen daadwerkelijk worden toegepast in de dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld door aanpassing van het interne reglement of dsub
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-483028.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.