Gemeenteblad van Epe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Epe | Gemeenteblad 2026, 482996 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Epe | Gemeenteblad 2026, 482996 | beleidsregel |
Beleidsnota invoering en gebruik bodycams gemeente Epe 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe;
Gelezen het voorstel met zaaknummer 1225044
Gelet op artikel 160, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet, de Algemene verordening gegevensbescherming en artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet;
Overwegende dat het, onder andere vanwege het veilig uitoefenen van de publieke taak en in het kader van goed werkgeverschap, noodzakelijk is om de buitengewoon opsporingsambtenaren te voorzien van bodycams;
Besluit de volgende beleidsnota vast te stellen:
In de handhaving van de lokale veiligheid, leefbaarheid en de naleving van regels, is een belangrijke rol weggelegd voor buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s). Bij het team Vergunningen, Toezicht en Handhaving binnen de gemeente Epe zijn alle boa’s (strafrechtelijk) ook toezichthouder (bestuursrechtelijk). Zodoende is dit protocol op beide rollen van toepassing.
De boa opereert in de openbare ruimte en heeft een breed pakket aan bevoegdheden bij het uitvoeren van de publiekrechtelijke taak in de gemeente Epe, onder meer gericht op de aanpak van overlast en andere feiten die de leefbaarheid aantasten binnen de openbare ruimte. De boa’s hebben tijdens de uitvoering van hun werk veel persoonlijk (controlerend en corrigerend) contact met personen en lopen een verhoogd risico om tijdens hun werk te maken te krijgen met incidenten, variërend van verbaal geweld tot fysiek geweld. De werkgever heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat medewerkers die een verhoogd risico lopen om te maken te krijgen met agressie/fysiek geweld, hun werk veilig kunnen uitvoeren (Veilige publieke taak) en daar de maatregelen voor te nemen/middelen voor beschikbaar te stellen die aan deze veiligheid bijdragen.
Hoewel het aantal ernstige incidenten in de gemeente Epe tot op heden gelukkig beperkt is, is er wel sprake van een verharding van de samenleving en een steeds verder toenemende kans op vormen van agressie jegens onze boa’s. Boa’s die juist iedere dag aan het werk zijn om te zorgen voor de veiligheid en leefbaarheid voor de inwoners en bezoekers van de gemeente Epe. De afgelopen jaren is al geïnvesteerd in verdere professionalisering van onze boa’s. Aanvullend is er de nadrukkelijke behoefte om met de inzet van bodycams verder bij te dragen aan de veilige uitoefening van de publieke taken van de boa’s.
Uit pilots, onderzoeken en ervaringen van boa’s elders in Nederland die inmiddels met de bodycam werkzaam zijn, blijkt dat het dragen van een bodycam leidt tot de afname van (verbale) agressie en geweld. Tevens heeft het hun veiligheidsgevoel vergroot.
Een bodycam is een draagbare camera die op of aan het uniform wordt bevestigd. Het filmen met een bodycam is feitelijk een observatie met behulp van een technisch middel: een vorm van versterkte waarneming. De camera registreert datgene waarop hij gericht is; normaliter gebeurtenissen die de boa zelf meemaakt, ziet en/of hoort. Waar gesproken wordt over beelden, worden ook geluidsopnamen en meta data bedoeld. De bodycam registreert namelijk beeld, geluid en meta data.
In dit protocol wordt onder meer omschreven hoe de bodycam wordt gebruikt, onder welke omstandigheden er mag worden gefilmd, hoe (lang) beelden worden opgeslagen, wat er wel en niet gebeurt met de beelden die worden gemaakt en op welke wijze de beelden kunnen worden gebruikt en/of opgevraagd.
Het primaire doel van de inzet van de bodycam is de-escalatie van een bedreigende situatie. Hierdoor vergroot het de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de boa’s.
Een nevendoel is het kunnen voorzien in (meer) bewijsmateriaal in het geval dat een situatie is geëscaleerd en waarbij de veiligheid van de boa in het geding is geweest.
In een opsporingsonderzoek kunnen en mogen dergelijke beelden op vordering door de politie en het Openbaar Ministerie (hierna: OM) gebruikt worden.
Daarnaast kunnen de beelden de boa's helpen om het eigen optreden te evalueren na een incident. De beelden zijn nadrukkelijk niet bedoeld voor het beoordelen van het functioneren van de boa.
De gemeente Epe mag als goed werkgever op grond van een gerechtvaardigd belang persoonsgegevens verwerken om haar werknemers een veilige werkplek te bieden.
Op het gebruik van de bodycam en het verwerken van de gegevens is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) van toepassing. Met name art. 6, lid 1 sub f is relevant:
De verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is.
De bepalingen uit de "beleidsregels cameratoezicht" van de Autoriteit Persoonsgegevens zijn eveneens van toepassing.
Dit protocol met werkinstructie m.b.t. het uitlezen en inzien van beelden, voldoet aan de voorgenoemde wet- en regelgeving. Zodra de beelden gebruikt worden voor de bewijsvoering in een aangifte, vallen de beelden na ontvangst daarvan door de Officier van Justitie (OvJ) onder de Wet politiegegevens (Wpg).
Tot slot zijn, vanuit het perspectief van de boa, artikel 27 lid 1d (inzake arbeidsomstandigheden), 1k (verwerken en beschermen van persoonsgegevens) lid 1l (inzake voorzieningen voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties) van de Wet op de Ondernemingsraden (hierna: WOR) relevant. Door middel van dit protocol zijn maatregelen genomen betreffende voorgenoemde bepalingen.
De gemeente Epe heeft een gerechtvaardigd belang om de veiligheid van de boa’s van de gemeente Epe te waarborgen en te verbeteren. Het dragen van een bodycam kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Na succesvolle pilots zijn inmiddels diverse gemeenten overgestapt op het gebruik van bodycams door boa’s. Ook de buurgemeenten Apeldoorn en Heerde maken hier inmiddels gebruik van. Dit protocol is gebaseerd op voorbeeldprotocollen van andere gemeenten.
Landelijk is inmiddels geconcludeerd dat het dragen van een bodycam een positieve invloed heeft op het veiligheidsgevoel van de boa en dat dit tevens een bijdrage levert aan het voorkomen en eventueel dé-escaleren van ongewenst gedrag jegens de boa.
Een belangrijk vereiste voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens door middel van cameratoezicht betreft de noodzakelijkheid van de verwerking. Hierbij spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een belangrijke rol.
Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de inbreuken op de belangen van de betrokkenen niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel. Aan dit beginsel kan worden voldaan als de bodycam pas wordt geactiveerd op basis van inschatting of verwachting van de boa dat dit voor zijn/haar veiligheid noodzakelijk is (dataminimalisatie). De onderbouwing moet altijd zijn gebaseerd op de eigen veiligheid van de betreffende boa. Voorts is het van belang dat het voor betrokkenen duidelijk moet zijn dat er beelden worden opgenomen. Daartoe zal bij het starten van de opnamen door de boa met luide stem of andere niet mis te verstane wijze kenbaar worden gemaakt dat er opnamen zullen worden gemaakt.
De bodycam wordt pas aangezet wanneer de boa in een situatie terechtkomt die dreigt te escaleren. Het voldoen aan de proportionaliteitseis is een verantwoordelijkheid van de boa en valt daarmee onder zijn of haar discretionaire bevoegdheid. De beelden worden, onder andere op grond van artikel 6 lid 4 AVG, niet gebruikt voor andere doelen dan in dit protocol beschreven.
De beelden worden via een wachtwoord beveiligde verbinding ingelezen in bodycam beheersoftware en kunnen niet zomaar worden uitgelezen. Hiervoor is in dit protocol een instructie opgenomen, waarin onder meer wordt vermeld dat de beelden slechts na toestemming van de teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving gemeente Epe en door een selecte groep, die is benoemd in het uitleesprotocol (de paragrafen 5.2 en 5.3 vormen samen het uitleesprotocol), kunnen worden uitgelezen. De beelden mogen op geen enkele wijze worden verspreid. Door de strikte voorwaarden die gesteld worden aan het gebruik van de bodycams, wordt voldaan aan het vereiste van proportionaliteit.
Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt niet op een andere, voor de betrokkenen minder nadelige, wijze kan worden verwerkelijkt. Concreet betekent dit, dat het gebruik van bodycams ter beveiliging van personen en goederen slechts mag worden ingezet als er ook andere beveiligingsmaatregelen zijn getroffen. Minder vergaande maatregelen moeten onvoldoende effectief zijn en deze maatregelen kunnen redelijkerwijs niet worden uitgebreid.
In dit kader moet worden opgemerkt dat boa’s domein 1 tijdens avond- en weekenddiensten altijd in koppels van twee hun taak uitoefenen. Ook hebben zij de beschikking over een portofoon met een directe verbinding met de meldkamer van de politie. Deze maatregelen en middelen sluiten verdere escalatie niet uit. De boa werkzaam in domein 2 (groene boa) werkt overigens doorgaans alleen.
De veiligheid van de boa heeft voortdurend bijzondere aandacht.
Daartoe worden maatregelen getroffen. Alle boa’s volgen doorlopend RTGB (Regeling Toetsing Geweldbeheersing) training. De huidige uitrusting (kogel-/steekwerende vesten en portofoons) van de boa zijn tot op heden geen vergelijkbare middelen die kunnen worden ingezet in escalerende situaties om de in de inleiding gestelde doelen te bereiken.
Verder is de noodzaak van de gegevensverwerking aanwezig gedurende het gehele verwerkingsproces en dus niet slechts op het moment dat de verwerking aanvangt. Dit betekent dat de boa zich er regelmatig van vergewist of het cameratoezicht nog steeds noodzakelijk is. Wat ‘regelmatig’ is, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat onder deze voorwaarden is voldaan aan het beginsel van subsidiariteit.
3.3 Waarborg privacy van geobserveerde
Ter waarborging van de privacy van de betrokkenen zijn in hoofdstuk 4 werkinstructies met betrekking tot het gebruik van de bodycam opgesteld en worden er in hoofdstuk 5 regels gesteld met betrekking tot het opslaan/bewaren en uitlezen van het beeldmateriaal.
De bodycam wordt duidelijk herkenbaar gedragen. Er moet duidelijk worden vastgelegd hoe lang de gegevens mogen worden verwerkt en bewaard en wanneer ze moeten worden vernietigd. Mocht er naar aanleiding van een incident een uitleesverzoek komen, dan wordt dit gedaan volgens het opgestelde uitleesprotocol. Denk hierbij aan (ernstige) incidenten waarvan de boa aangifte doet bij de politie.
Als er vanuit politie/justitie een uitleesverzoek komt, worden de beelden ter beschikking gesteld. Een burger kan een uitleesverzoek aanvragen via de website. Hierbij gelden de voorwaarden dat de verzoeker een:
Aantoonbaar belang heeft bij inzage van de beelden en dat het niet in strijd is met de bepalingen zoals opgenomen in de AVG.
In het kader van de publieksvoorlichting zal een privacy-statement worden geplaatst op de gemeentelijke website. Op relevante plaatsen of in gesprek met de burger kan de gemeente daarnaar verwijzen om transparant te maken wanneer burgers de inzet van dit middel, de bodycam, kunnen verwachten.
3.4 Bijzondere persoonsgegevens
De AVG noemt in artikel 9 persoonsgegevens die als bijzonder moeten worden aangemerkt. Het betreft onder andere de gegevens over iemand godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid of seksuele leven. Als hoofdregel geldt dat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens niet is toegestaan. Op camerabeelden van personen zijn de fysieke kenmerken van die personen zichtbaar. Zo is bijvoorbeeld zichtbaar of iemand een bril draagt (zegt iets over visuele gezondheid) of een hoofddoek (wat iets kan zeggen over de godsdienstige overtuiging).
De Autoriteit Persoonsgegevens beschouwt de camerabeelden van een persoon, ook om opportuniteitsredenen, niet als bijzonder persoonsgegeven, als:
Als de verwerking van de camerabeelden echter identificatie tot doel heeft, worden deze wel als ras-gegeven aangemerkt.
Omdat deze gegevensverwerking een hoog privacy risico oplevert voor de betrokkenen zijn vooraf de privacy risico’s van de gegevensverwerking in kaart gebracht door middel van het uitvoeren van een Data Protection Impact Assesment (DPIA).
3.5 Verwerking en uitzonderingsgronden
Onder verwerking van persoonsgegevens valt ook het doorzenden, verspreiden, ter beschikking stellen en het in verband brengen van gegevens (artikel 4 AVG).
Uit de AVG vloeit voort dat het niet is toegestaan om persoonsgegevens verder te verwerken op een wijze die onverenigbaar is met de doelen waarvoor de gegevens zijn verkregen. Bij de beoordeling of een verwerking onverenigbaar is als bedoeld, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
De Wet open overheid (Woo) geeft een aantal absolute en relatieve uitzonderingsgronden op de plicht tot informatieverstrekking voor het bestuursorgaan. In het geval van een absolute uitzonderingsgrond (artikel 5, lid 1 Woo) behoeft het belang van de informatieverschaffing niet te worden afgewogen tegen het belang van het niet verschaffen van de informatie. Als de absolute uitzonderingsgrond zich voordoet, moet de informatie worden geweigerd. Denk hierbij aan gevallen die:
In het geval van een relatieve weigeringsgrond (artikel 5.1, lid 2 Woo) moet een afweging worden gemaakt tussen enerzijds het algemene belang van de openbaarheid van gegevens en anderzijds een van de hieronder genoemde bijzondere belangen:
Als de gemeente Epe van mening is dat in het specifieke geval het bijzondere belang zwaarder weegt, dan zal de gevraagde informatie niet verstrekt worden.
4. Werkinstructies gebruik bodycam
De bodycams werken in een specifiek daarvoor ingericht systeem, dat slechts door een beperkt aantal daartoe geautoriseerde personen toegankelijk is. Dit systeem maakt opslag en verwerking van de beelden mogelijk. Iedere handeling die met een bodycam verricht wordt, wordt hierin gelogd.
Inzet en gebruik geschiedt op basis van vrijwilligheid. Niemand kan verplicht worden om een bodycam te dragen.
Het serienummer van de bodycam wordt in de uitleververklaring vermeld en de boa tekent voor ontvangst.
De bodycam wordt in stand-by modus gedragen en staat niet continu aan. De bodycam heeft een pre-recordingfunctie. De bodycam wordt ingeschakeld als de boa dit noodzakelijk acht, er sprake is van een risico op escalatie en dit niet kan worden opgeheven door de inzet van andere middelen die de boa ter beschikking staan. In de praktijk betekent dit dat de boa zelf besluit wanneer de bodycam aan dan wel uitgaat. Dit besluit neemt hij of zij na een inschatting van het effect op het gedrag van de betrokkene of het publiek en dan gelden de volgende uitgangspunten:
Op het moment dat de boa dit nodig acht, wordt de knop ingedrukt die een opname start. De bodycam staat continu stand-by en registreert beeld en geluid. Dit heet pre-recorden. De bodycam maakt constant opnames die telkens worden overschreven. Wanneer de opnameknop wordt ingedrukt, zijn de daar aan voorafgaande 60 seconden ook vastgelegd.
Bij opname van individuen wordt, als het mogelijk is, door de boa vooraf gemeld (met een luide stem) dat er opnamen gemaakt gaan worden. Als een waarschuwing vooraf niet mogelijk is, omdat er door de boa direct gehandeld moet worden, wordt de bodycam direct aangezet. In dat geval wordt, als het mogelijk is, het gebruik van de bodycam achteraf aan de betrokkene(n) medegedeeld. Gebruik van de bodycam wordt door Boa’s geregistreerd bij de waarneming agressie in het BoaRegistratieSysteem (BRS).
De boa rapporteert en registreert bij einde dienst of er opnames gemaakt zijn, zodat dit vastligt. Zowel in BRS als in de dagrapportage. Vanwege de unieke bewijskracht van een proces-verbaal maakt de drager van de bodycam zoveel mogelijk het proces-verbaal op voordat er opnamen bekeken gaan worden. Als de opnamen voorafgaand aan of tijdens het opmaken zijn bekeken, wordt dit in het proces-verbaal vermeld.
Behalve de twee hierop volgende punten, worden opnames alleen in de openbare ruimte, openbare gebouwen en publiek toegankelijke plaatsen gemaakt. Dat zijn plaatsen die feitelijk toegankelijk zijn voor een in beginsel onbeperkt aantal personen, zoals een café of een museum:
Het is in beginsel niet toegestaan om opnamen te maken in woningen en overige privéruimtes (bijvoorbeeld bedrijfspanden), tenzij de gebruiker van de bodycam van tevoren toestemming heeft gekregen van de bewoner c.q. medewerker van het betreffende pand voor het betreden van de woning/privéruimte en het opnemen van beeld. De bodycam wordt ook dan, conform dit protocol, alleen aangezet bij een dreigende escalatie.
Het is in beginsel ook niet toegestaan om opnamen te maken in woningen en overige privéruimtes (bijvoorbeeld bedrijfspanden), die de gebruiker van de bodycam heeft betreden met een machtiging tot binnentreden dan wel waarbij deze is meegenomen met een toezichthouder met een machtiging tot binnentreden. De bodycam wordt ook dan, conform dit protocol, alleen aangezet bij een dreigende escalatie. De machtiging tot binnentreden bevat ook een bepaling waarin het gebruik van de bodycam en de opname van beelden expliciet wordt vermeld.
Als het nodig is worden de beelden van de bodycam uitgelezen. Dit kan alleen in aanwezigheid van specifiek aangewezen en daartoe geautoriseerde functionarissen (teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente Epe of de aangewezen vervanger) en/of wanneer de beelden worden opgevraagd door de politie of door het OM.
Na het maken van opnames met de bodycam, verwijst de betreffende boa de perso(o)n(en) waarvan beelden zijn gemaakt naar de gemeentelijk website waar informatie beschikbaar is over waar zij terecht kunnen voor informatie over de beelden en binnen welke termijn de beelden worden gewist. In hoofdstuk 5 staat beschreven door wie en hoe een uitleesverzoek kan worden ingediend.
Met het beeldmateriaal dat wordt verzameld door de boa’s moet zorgvuldig worden omgegaan. Het beeldmateriaal wordt indien zich geen incident heeft voorgedaan gedurende 5 dagen opgeslagen in de daartoe bestemde en beveiligde omgeving. Indien zich een incident heeft voorgedaan wordt de termijn verlengd naar 28 dagen. Als in deze periode geen inzageverzoek voor de beelden is binnengekomen, worden de beelden definitief en automatisch verwijderd. Is er wel een inzageverzoek ontvangen, dan worden deze specifiek gelabelde beelden bewaard (indien nodig langer dan de eerdergenoemde 28 dagen) totdat een definitief besluit is genomen op het uitleesverzoek. Indien een verzoek tot inzage is ontvangen is in verband met een klachtafhandeling, worden de beelden pas vernietigd nadat de procedure is afgerond. De beelden worden uitgelezen volgens het opgestelde uitleesprotocol. Het vernietigen van de beelden wordt automatisch gedaan, waardoor de zekerheid van vernietiging geborgd is
Het is niet toegestaan om privémiddelen te gebruiken om opnamen te maken of te verwerken, denk hierbij aan bijvoorbeeld eigen gegevensdragers, software of hardware, of opnamen maken met een smartphone. Ook is het niet toegestaan de beelden te verspreiden, ook niet op het internet of op social media.
5.2 Uitlezen/inzage beeldmateriaal
Een verzoek tot uitlezing/inzage van de beelden kan gedaan worden door:
De politie of het OM in geval van opsporing en vervolging van strafbare feiten (dit kan alleen op grond van een vordering als bedoeld in artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering). De beelden worden in dit geval digitaal verstrekt, uiteraard alleen nadat er een officieel verzoek wordt gedaan. De politie of het OM is hierna verantwoordelijk voor het beeldmateriaal. De bewaartermijn van 28 dagen kan worden verlengd zolang nodig is voor de afhandeling van de overdracht aan de politie/het OM.
De betrokken boa die zijn of haar eigen handelen wil evalueren.
Ook een boa die het eigen handelen wil evalueren kan een uitleesverzoek doen.
Als het verzoek wordt goedgekeurd door de teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente Epe of zijn aangewezen vervanger, bekijkt deze samen met de betrokken boa de beelden. Dit gebeurt dan in een aparte ruimte die de teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente Epe ter beschikking stelt. De beelden worden niet gebruikt voor de beoordeling van het functioneren van de boa. Wel kan steekproefsgewijs worden beoordeeld of de bodycam op de juiste wijze wordt ingezet.
De beelden worden opgeslagen via de bodycamsoftware en kunnen niet zomaar worden uitgelezen.
De teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving gemeente Epe in het geval van een officiële klacht tegen de boa. Als het functioneren van de boa onderwerp is van een klacht, zullen de beelden ondersteunend zijn aan de beoordeling hiervan. In dit geval doet teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving gemeente Epe een uitleesverzoek bij haar/zijn direct leidinggevende, de algemeen directeur/gemeentesecretaris gemeente Epe.
De toegang de software en het beheer van het systeem ligt bij de teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving gemeente Epe of zijn aangewezen vervanger. Deze opslagfaciliteit is ingericht conform de daarvoor geldende eisen.
De aangewezen vervanger(s) genoemd in deze beleidsnota van de teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving gemeente Epe kunnen zijn:
5.3 Proces verzoek tot uitlezen/ inzage:
Het proces start met een verzoek tot uitlezen/ inzage van (specifieke) bodycam-beelden. Onderstaande criteria zijn vastgesteld in het uitleesprotocol:
Alle verzoeken om inzage en de afhandeling ervan zullen apart geregistreerd worden. Deze worden opgenomen in het register van bodycam-opnames dat wordt bijgehouden over (het gebruik) van de bodycam. Zo is achteraf te herleiden wanneer de bodycams zijn ingezet, maar ook van welke specifieke bodycam de beelden afkomstig waren, wie de drager was, wie de beelden wanneer heeft ingezien of aan wie ze zijn verstrekt.
In het geval van een klacht over het optreden van een boa met een bodycam, is de reguliere klachtenprocedure van toepassing en kan een klacht worden ingediend via het daarvoor beschikbare klachtenformulier op de gemeentelijke website.
De teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving gemeente Epe, diens vervanger of in geval bij een officiële klacht tegen de boa, zoals genoemd in art. 5.2 lid 5, de gemeentesecretaris van de gemeente Epe beoordeeld in samenspraak met de privacy officer het uitleesverzoek en geeft wel/niet akkoord voor het inzien van de betreffende opname(s). Hierbij opgemerkt dat het niet is toegestaan om persoonsgegevens verder te verwerken op een wijze die onverenigbaar is met de doelen waarvoor ze zijn verkregen.
Inzage wordt verleend door de beelden in een daartoe ingerichte ruimte te bekijken. De teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving gemeente Epe of diens vervanger kijken samen met de verzoeker(s) naar de beelden. Het is tijdens het bekijken van de beelden niet toegestaan om foto’s of video’s te maken van de beelden.
IN 2026 zijn de bodycams toegevoegd aan de uitrusting van boa’s.
Ieder jaar, vanaf het moment van toevoegen van de bodycam aan de uitrusting, wordt dit geëvalueerd met de boa’s door middel van een tussentijdse evaluatie. Ook de cijfers uit het registratiesysteem zullen input vormen voor deze evaluatie. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de frequentie van gebruik, de techniek, de ervaringen van boa’s en het proces van uitlezen en het opvragen van beelden.
De evaluatie wordt gedaan op de volgende onderdelen bevat minimaal een oordeel over:
De inzet van bodycams moet kenbaar zijn voor inwoners. Betrokkenen moeten kunnen weten dat zij gefilmd kunnen worden door boa’s. Daarom moeten bodycams openlijk en zichtbaar worden gedragen. Daarnaast worden de inwoners geïnformeerd over het inzetten van bodycams.
Naast het bekend maken van de invoering van het gebruik van bodycams door middel van een nieuwsbericht op de gemeentelijke website en andere mediakanalen, wordt dit protocol ook officieel gepubliceerd in het gemeenteblad.
Tenslotte wordt het privacy statement op de gemeentelijke website aangevuld met de volgende tekst:
Bij het gebruik van bodycams worden persoonsgegevens verwerkt. Wanneer betrokkenen identificeerbaar in beeld zijn, is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Eveneens gelden de bepalingen uit de Beleidsregels Cameratoezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens. Hieronder geven we aan op welke wijze en met welk doel de gemeente deze persoonsgegevens verwerkt.
Het doel van het verwerken van persoonsgegevens door middel van het gebruik van bodycams is het vergroten van het veiligheidsgevoel van buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) en het beperken en mogelijk voorkomen van aantal en ernst van incidenten. De gegevens worden niet op enigerlei wijze als personeelsvolgsysteem (bijvoorbeeld voor beoordelingsgesprekken) gebruikt.
De gemeente verwerkt deze persoonsgegevens op basis van de behartiging van haar gerechtvaardigde belangen als werkgever van de BOA's. De gemeente heeft als werkgever een bijzondere verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van haar medewerkers bij de uitoefening van de opgedragen taken.
De gemeente gaat zorgvuldig om met het beeldmateriaal van de bodycam. De beelden worden versleuteld opgeslagen. Bij ontvreemding van de bodycam kunnen de beelden niet worden uitgelezen en/of bekeken. De bodycams zijn niet verbonden met het internet en zijn niet gekoppeld aan andere applicaties.
Het is een verplichting om de beelden na 28 dagen te verwijderen en vernietigen op basis van Archiefwet, tenzij sprake is van een incident met betrekking tot de veiligheid van een BOA. In het geval van een incident met betrekking tot de veiligheid van een BOA worden de beelden bewaard zolang dat noodzakelijk is voor de strafrechtelijke en/of civielrechtelijk afhandeling van het incident.
Alleen geautoriseerde functionarissen van de gemeente mogen de opnames bekijken en uitsluitend als het past binnen de doelstelling van het vergroten van de veiligheid van de BOA’s. Daarnaast heeft elke betrokkene (de gefilmde burger of handhaver) recht op inzage in de eigen persoonsgegevens. Alle betrokkenen kunnen een inzageverzoek opsturen volgens de procedure vermeld op deze pagina. Het is niet toegestaan om gegevens van andere personen in te zien.
Een inzageverzoek in camerabeelden kan via de website of per brief ingezonden worden aan:
t.a.v. teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving,
Betreft: inzageverzoek beelden bodycam
Een dergelijk verzoek kan per reguliere post of per mail (gemeente@epe.nl) of per digitaal formulier, via de website(epe.nl), met als onderwerp “inzageverzoek beelden bodycam” worden ingediend.
Het inzageverzoek moet minimaal bevatten:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-482996.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.