Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Berkelland 2026

De raad van de gemeente Berkeland;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 januari 2025, zaaknummer 1425385;

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, artikel 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

b e s l u i t:

 

vast te stellen de: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Berkelland 2026

Artikel 1. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

  • 1.

    Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage van € 200,- zolang de commissie actief is. De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van 100 procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.

Artikel 2. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak

  • 1.

    De voorzitter van de commissie bezwaarschriften wordt:

    omdat hij grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en de reguliere vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid een vergoeding toegekend van drie keer de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen voor commissieleden zoals genoemd in artikel 3.4.1. lid 1 van het Rechtspositiebesluit.

  • 2.

    Een lid van de commissie bezwaarschriften wordt:

    omdat hij grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en de reguliere vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid een vergoeding toegekend van 2,25 keer de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen voor commissieleden zoals genoemd in artikel 3.4.1. lid 1 van het Rechtspositiebesluit.

  • 3.

    Aan de voorzitters van commissie bezwaarschriften wordt een vergoeding van € 40,- betaald per bezwaarschrift dat kennelijk ongegrond of kennelijk niet ontvankelijk wordt geacht en dat niet ter zitting wordt behandeld.

Artikel 3. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden

  • 1.

    Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij het presidium via de griffier.

  • 2.

    Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.

Artikel 4. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1.

    Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

  • 2.

    Een raads- of commissielid levert binnen twee weken na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

  • 3.

    Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen zoals een laptop of tablet is niet mogelijk.

Artikel 5. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 6. Betaling vaste vergoedingen

  • 1.

    De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.

  • 2.

    Een commissielid dat deelneemt aan een politieke sessie, zoals vastgelegd in het Reglement van Orde voor de Politieke Avonden van de gemeente Berkelland, ontvangt hiervoor een vergoeding als bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ongeacht de duur van de sessie.

Artikel 7. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1.

    Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur;

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen; of

    • c.

      betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

  • 2.

    Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

  • 3.

    Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen een maand na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier.

  • 4.

    Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen twee maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 8. Titel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Berkelland 2026.

  • 2.

    Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

  • 3.

    De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Berkelland 2024 wordt ingetrokken.

 

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 27 januari 2026

de griffier,

drs. J.A. Satijn

de voorzitter,

drs. J.H.A. van Oostrum

Naar boven