Gemeenteblad van Urk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Urk | Gemeenteblad 2026, 477987 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Urk | Gemeenteblad 2026, 477987 | beleidsregel |
Beleidsregels Ruimtelijke kwaliteit 2025
op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Urk d.d. 5 november 2024
gezien het advies van Commissie I d.d. 20 november 2024
De Beleidsregels Ruimtelijke kwaliteit 2025 vast te stellen, en De Welstandsnota 2004 in te trekken per 1 januari 2025.
Prettig wonen in een omgeving met karakter
De gemeente Urk heeft een uniek en eigen karakter. Het Oude Dorp is natuurlijk een blikvanger, maar daarnaast is het ook prettig wonen en werken in de diverse gebieden die de gemeente rijk is. Een goed begrip van de stedenbouwkundige kenmerken en bijbehorende bebouwing helpt bij het maken van goede plannen.
Ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan belangrijke waarden zoals cultuur, welzijn en economie. Kortom; het draagt bij aan een prettige leefomgeving. Deze beleidsregels voor ruimtelijke kwaliteit vormen een actualisatie van het huidige welstandbeleid (2004), maar kijkt daarnaast breder en speelt beter in op de wensen van deze tijd.
De afgelopen periode zijn grote delen van de gemeente welstandsvrij geweest. Op sommige plekken heeft dit weinig effect gehad, maar op andere plekken zijn er ontwikkelingen die minder bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit op Urk. De gemeente heeft daarom besloten dat er nieuw beleid moet komen dat meer sturing geeft aan de kwaliteit van de omgeving en inspeelt op de diversiteit van de gemeente. Daarom zijn er verschillende ambitie niveaus toegepast op basis van de kenmerken van de verschillende gebieden.
Kennis van het gebied voor betere plannen
Elk gebied is kort geschetst in de vorm van gebiedskenmerken, gevolgd door de relevante criteria. Boven elke set criteria staat een ambitieniveau. Hiermee geeft de gemeente aan in welke mate de ruimtelijke kwaliteit per gebied een rol speelt. In de gebieden met een hogere ambitie zullen ontwerpen van situering tot detail kritisch beoordeeld worden. In basisgebieden zijn details minder belangrijk.
Tips voor ruimtelijke kwaliteit
Een bouwproject kan complexer zijn dan vooraf gedacht. Het is raadzaam om dit goed voor te bereiden. Kijk voor tips over ruimtelijke kwaliteit naar het stappenplan ruimtelijke kwaliteit in Bijlage III.
De beleidsregels ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Urk. Sinds 1 januari 2024 heeft de gemeente Urk een tijdelijk omgevingsplan. Onderdeel hiervan is de bruidsschat. Dit zijn rijksregels die over zijn gegaan naar de gemeente. De regels voor de welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. Artikel 4.19 Omgevingswet schrijft voor dat de gemeenteraad beleidsregels vaststelt wanneer regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven. Deze beleidsregels vervangen de Welstandsnota Urk 2004.
Gebieden waar de beleidsregels niet gelden
In principe zijn de beleidsregels in de hele gemeente Urk van toepassing, met een aantal uitzonderingen. Dit zijn vaak nieuwe ontwikkelgebieden waar in de ontwikkelfase een beeldkwaliteitsplan van toepassing is. Dit betreft de volgende gebieden en beeldkwaliteitsplannen:
In enkele gevallen voorzien deze beeldkwaliteitsplannen niet op alle aspecten van de toetsing. Op pagina 11 worden deze situaties beschreven.
Dit beleid speelt in op verschillende situaties op diverse plekken. Er is daarom gekozen om met verschillende type criteria te werken. Soms zijn criteria voor een specifiek gebied handig en soms is het beter om criteria voor de hele gemeente toe te passen. Het beleid gaat op hoofdlijnen uit van een aantal type criteria: gebiedsgericht, themagericht, sneltoets, algemeen en excessen (bij bijzondere situaties). Hier volgt een uitleg per type criteria.
Bouwplannen hebben impact op hun omgeving en de aansluiting op de omgeving is voor deze plannen van groot belang. Per gebiedstype gelden daarom gebiedsgerichte criteria die uitgaan van de bestaande kenmerken en kwaliteiten van het betreffende (deel) gebied.
Deze criteria gaan over een specifiek thema die voor het hele grondgebied van de gemeente gelden. Dit zijn criteria voor energiebesparende maatregelen zoals zonnepanelen in veldopstelling. Daarnaast zijn er themagerichte criteria die in de hele gemeente gelden voor specifieke onderwerpen. Een aantal daarvan worden nader toegelicht.
Een groot deel van de bouwaanvragen in de gemeente Urk betreft veel voorkomende kleine bouwwerken, zoals dakkapellen, erfafscheidingen en aanbouwen. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken er uit dienen te zien.
De algemene criteria worden toegepast als de overige criteria niet volstaan of als een bouwplan daar niet aan voldoet, maar wel ruimtelijke kwaliteit heeft. Daarnaast is er een aantal situaties waarvan is bepaald dat de algemene criteria van toepassing zijn om hogere eisen aan de ruimtelijke kwaliteit te kunnen stellen.
In de nota zijn criteria voor excessen opgenomen, bedoeld voor situaties waarbij sprake is van ernstige strijd met de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan voorkomen bij vergunningsvrije bouwwerken waar geen toetsing vooraf plaats vindt.
Gebiedsgerichte criteria: vijf niveaus
Alhoewel de gemeente waarde hecht aan alle bebouwing is het niet nodig overal de hoogste eisen te stellen. De kwaliteit van een plan moet op zijn minst aansluiten op de gemiddelde beeldkwaliteit van een gebied en daar geen afbreuk aan doen, maar niet overal ligt de lat even hoog. In de nota is daarom gewerkt met verschillende niveaus. Afhankelijk van de ruimtelijke kwaliteit en/of de ambitie van een gebied zijn de criteria meer of minder streng of is de toetsing meer of minder zwaar. Toetsing vindt plaats op aspecten zoals situering, context, vormgeving, schaal- en maatverhoudingen, materiaal, textuur, kleur en detaillering. In de hoge niveaus zijn er op al deze aspecten strenge criteria. Voor de lagere niveaus zullen er niet voor alle aspecten criteria zijn en is het toetsingsniveau globaler. Hier volgt een beknopte toelichting per niveau. Een uitgebreidere toelichting op de keuze voor de verschillende ambities staan op pagina 8 t/m 10.
Ambitie: In het Oude Dorp en bij monumenten (en karakteristieke panden) dienen de monumentale en cultuurhistorische waarden gerespecteerd en versterkt te worden.
Ambitie: aanwezige kwaliteit behouden en waar mogelijk de kwaliteit versterken.
Ambitie: bestaande kwaliteit behouden.
Ambitie: bestaande kwaliteit respecteren.
Ambitie: ruimte geven door een criteria (regels) voor ruimtelijke kwaliteit op te stellen (welstandsvrij).
Hoe werkt het beleid: geen criteria in het achtererfgebied
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Geen criteria: achtererfgebied
Dit beleid regelt dat wat er toe doet en laat los waar het kan. Ruimtelijke kwaliteit beleef je met name vanuit de openbare ruimte. Achterkanten van woningen of bedrijven zijn vaak niet zichtbaar voor anderen, alleen voor de eigenaren zelf. Daarom zijn in principe alle activiteiten vrij van regels over ruimtelijke kwaliteit, voor het gebied dat niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, dit noemen we het achtererfgebied. Dit geldt in de gehele gemeente met uitzondering van hoofdstuk 1. Namelijk het beschermde dorpsgezicht (h1) waar er vaker sprake is van een vergunningplicht.
De grond gelegen achter de woning is het achtererfgebied. Voor twee onder één kap woningen, vrijstaande woningen en woningen in een hoeksituaties moet voor het aan de zijkant van een woning gelegen erf, goed de ligging van het achter erfgebied worden bepaald. Bij twijfel neem contact op met de gemeente om te bepalen wat het achtererfgebied is.
Hoe zijn de ambities tot stand gekomen?
De gemeente werkt op diverse aspecten aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Dit komt tot uiting in bestaande beleidsdocumenten zoals o.a. de omgevingsvisie en de structuurvisie.
Belangrijke elementen voor de gemeente zijn de beleefbaarheid van Urk vanaf zowel het water, als het land. In de structuurvisie van de gemeente zijn deze belangrijke structuurelementen en zichtlijnen weergegeven zichtbaar op de afbeelding hiernaast. Deze lijnen en invalswegen vormen belangrijke elementen voor het verschil in ambitieniveaus voor ruimtelijke kwaliteit. Op de volgende pagina is de kaart te zien waarop deze verschillende ambitieniveaus zijn waar te nemen. Deze ambities zijn tevens bepaald in overleg met diverse partijen in het participatietraject en bedoeld om niet overal even zwaar te sturen op ruimtelijke kwaliteit maar alleen op de plekken die belangrijk zijn voor de gemeente.
Beeld uit structuurvisie ‘Geactualiseerde Structuurvisie Urk 2035+ ‘met daarop aangegeven belangrijke dorpsentrees en gezichten.
De opbouw van ambitieniveaus is bepaald op basis van de mate waarin gebieden een publieke impact hebben, of dat er meer sprake is van een individueel belang. Bijzonder hoge ambities zijn er voor het ‘oude dorp’ inclusief het palenscherm en hoge ambities voor de haven en de kustlijn. Dit bouwt voort op de structuurvisie, waarin de belevenis van Urk vanaf het water en het zicht op het water een zeer belangrijk element vormt vanuit cultuurhistorisch en toeristisch perspectief en ook voor de inwoners van Urk van blijvend belang is.
Om dit bijzondere gebied te bereiken zijn er diverse belangrijke invalswegen en randen van gebieden die bezoeker en inwoners ervaren als zij door de gemeente rijden. Daarom is er voor enkele invalswegen, belangrijke randen en dorspentree ’s gekozen voor het ambitieniveau midden. Naast deze belangrijke structuren in de gemeente zijn er plekken in de gemeente met publieke voorzieningen (clusters) zoals winkelcentra of grotere publieke gebouwen zoals een school, waar het openbaar belang en gebruik groter is dan bij een individuele woning. Daarom is hier ook gekozen voor het ambitieniveau midden.
Tot slot is er ook voor het buitengebied gekozen voor het ambitieniveau midden. Enerzijds omdat dit gebied van landschappelijke en cultuurhistorische waarde is, anderzijds omdat ingrepen op een erf, vaak een grotere impact hebben op de omgeving.
Naast deze specifiekere gebieden kent de gemeente veel woongebieden. Hier is soms alleen sprake van een individueel belang, zoals bij vrijstaande woningen en soms een collectief belang zoals bij rijwoningen. Omdat deze woongebieden vaak in een periode tegelijk zijn gebouwd is er vanaf de start van de woonwijk al de nodige samenhang in stijl en vorm te zien. Alleen als er veel individuele uitbreidingen komen, kan deze samenhang onder druk komen te staan. Voor deze gebieden is er een basis ambitie gekozen. Voor veel voorkomende bouwaanvragen voor kleine uitbreidingen zoals dakkapellen en aanbouwen zijn er sneltoetscriteria ontwikkeld. Hier kan via een eenvoudige check een aanvraag worden bekeken.
Omdat de gemeente bij de ontwikkeling van de meer recente uitbreidingen gewerkt heeft met beeldkwaliteitsplannen hebben enkele woonwijken het ambitieniveau midden gekregen. In deze gebieden zijn er nog weinig toevoegingen waar te nemen en is de samenhang nog groot van zowel de bebouwing als de openbare ruimte.
Voor de bedrijventerreinen zijn met name de randen van belang. De binnengebieden van het bedrijventerrein zijn vrij van criteria omdat deze een geringe impact op de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente hebben.
Hoe werkt het beleid: beeldkwaliteitsplannen en monumentenbeleid
Voor nieuwe projectlocaties, waar een bepaalde specifieke sfeer, uitstraling en ruimtelijke kwaliteit gewenst is, is het beleid (voornamelijk gericht op beheer van de bestaande situatie) niet altijd toereikend. Een aantal projectlocaties zijn nog niet volledig afgerond. Dit betreft de Zeeheldenwijk, Port of Urk en groene clusters. Daar waar deze specifieke beeldkwaliteitsplannen, gekoppeld aan geldende omgevingsplannen van kracht zijn, zijn de (gebiedsgerichte) criteria uit de beeldkwaliteitsplannen leidend en fungeert dit betreffende beeldkwaliteitsplan als toetsingskader voor de beoordeling. Slechts in die gevallen waarin het betreffende beeldkwaliteitsplan niet in alles voorziet voor een goede toetsing, (zoals de thematische criteria voor o.a. duurzame ontwikkelingen, reclamecriteria, algemene criteria en de excessenregeling) dan geldt deze nota als aanvullend toetsingskader.
De cultuurhistorische waardering van een gebied en het monumentenbeleid van de gemeente zijn belangrijke bronnen voor het opstellen van de gebiedsgerichte criteria in dit document. Voor beschermde gebouwen zijn de te beschermen waarden veelal in de zogeheten redengevende beschrijving vastgelegd. Voor gebieden zullen ze o.a. vastliggen in het omgevingsplan voor het beschermde dorpsgezicht. Daarnaast is een uitgebreide beschrijving van het beschermde gezicht te vinden in bijlage 1. De criteria voor plannen in het beschermd gezicht maken onderdeel uit van de beleidsregels en zijn te vinden op pagina 19.
Overigens blijft voor wijzigingen aan beschermde gebouwen en voor bouwen in beschermde gebieden een advies van de gemeentelijke adviescommissie verplicht.
DEEL I GEBIEDSGERICHTE CRITERIA
Gebiedsgerichte criteria (leeswijzer)
In deel I van de nota staan per gebied de belangrijkste kenmerken van de diverse gebieden beschreven in de gebiedskenmerken. Deze gebiedskenmerken zijn bedoeld om de verschillen in structuur en bebouwing per gebied te laten zien. Zij vormen het uitgangspunt waarop de criteria gebaseerd zijn. De criteria zijn bewust ruimer geformuleerd, zodat zij in meerdere situaties toegepast kunnen worden, mits de plannen rekening houden met de gebiedskenmerken. De criteria moeten dan ook in samenhang met de gebiedskenmerken toegepast worden.
Na de gebiedskenmerken volgen de criteria die het juridische toetsingskader vormen voor de beoordeling van een aanvraag. Boven elke set criteria staat het ambitieniveau, variërend van bijzonder, hoog, regulier tot basis. Hiermee geeft de gemeente aan in welke mate de ruimtelijke kwaliteit per gebied een rol speelt. In de bijzondere gebieden zullen ontwerpen van situering tot detail kritisch beoordeeld worden. In basisgebieden zijn details minder belangrijk.
1. Niveau bijzonder: Beschermd dorpsgezicht
1. Het Beschermd dorpsgezicht: Niveau bijzonder
De ambitie is om de kwaliteiten van dit gebied te behouden en waar mogelijk te versterken en te herstellen, zeker in geval van monumentale en cultuurhistorische waarden. Dit betreft de waarden van het oude dorp, inclusief de contour van het eiland. In dit gebied gaat behoud vóór vernieuwing. Bij vernieuwing is het van belang om goed aan te sluiten bij de karakteristiek (kenmerken) van de bestaande, historische bebouwing.
Kenmerken: Beschermd dorpsgezicht Urk (Oude Dorp): Niveau bijzonder
De gemeenteraad van de gemeente Urk heeft op 20 februari 2003 het aanwijzingsvoorstel voor bescherming van Urk als beschermd dorpsgezicht vastgesteld. Hiermee is de procedure tot vaststelling van een beschermd dorpsgezicht gestart. De minister van VROM heeft d.d. 30 juni 2007 het aanwijzingsbesluit vastgesteld.
De karakteristieken van de gebieden en van de overige beschreven elementen in het Beeldkwaliteitsplan Urk 2004 zijn uitgangspunt voor beoordeling. Zie bijlage 1.
Tevens is de TOELICHTING bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Urk gemeente Urk (Flevoland) ex artikel 35 Monumentenwet 1988 een belangrijke informatiebron bij de beoordeling van plannen in dit gebied.
Criteria: Beschermd dorpsgezicht Urk (Oude Dorp): Niveau bijzonder
Dakkapellen dienen duidelijk ondergeschikt ten opzichte van het dakvlak over te komen (voor wat betreft positie en maatvoering) en dienen afgestemd te zijn op de architectuur-/bouwstijl, het materiaal, de kleur en de detaillering van het betreffende pand. Dit betekent: bij voorkeur plat afgedekt en bij zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte een maximale breedte van een derde van de gevel, waarbij een afstand tot de einde van het dakvlak c.q. kopgevel minimaal een halve meter dient te zijn, en de maximale breedte van 2,5 meter en een maximale hoogte van 1,5 m. per dakkapel is toegestaan.
Materiaal, kleur en detaillering
Binnen de historische omgeving is het uitgangs- punt dat natuurlijke en traditionele materialen worden toegepast. Andere materialen zoals metaal, zijn toegestaan mits dit vanuit historisch perspectief goed is gemotiveerd en wanneer deze qua verschijningsvorm (duidelijk) vergelijkbaar zijn met de gebruikelijke traditionele materialen en fraai verouderen. Dit ter beoordeling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Ingrepen ten behoeven van energiebesparing zoals muur- en raamisolatie, plaatsing van airco’s en warmtepompen, etc. zijn mogelijk mits deze geen grove inbreuk hebben op de kenmerken van het beschermd dorpsgezicht. Het advies is om deze elementen ondergeschikt te positioneren en geen sterk contrasterende materialen en kleuren toe te passen.
Aanvullende criteria winkelgebied
Criteria voor zonnepanelen in het beschermd dorpsgezicht en bij monumenten: Niveau bijzonder
Zonnepanelen in het beschermd dorpsgezicht en bij monumenten
De gemeente wil het opwekken van duurzame energie stimuleren. In veel situaties zijn zonnepanelen vergunningsvrij, maar niet in alle gevallen, zoals in het beschermde dorpsgezicht en op monumenten. Het uitgangspunt is daar om de panelen zo onopvallend mogelijk te plaatsen zodat deze het kenmerkende beeld van het beschermd dorpsgezicht of monumenten niet onnodig aantasten.
Uitgangspunt is dat de dakstructuur intact blijft en helder afleesbaar moet blijven. Zonnepanelen op hellende daken zijn vanaf de achtergevel naar voren geordend en beperkt zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Als richtlijn wordt aangehouden een afstand van min. 1 meter vanaf de gevel, aan zowel de voor- als achterzijde van de woning, bij tussenwoningen minimaal 0,5 meter uit de grens.
2. Haven, dijk en water: Niveau hoog
Kenmerken haven, dijk en water: Niveau hoog
De ambitie is om de cultuurhistorische waarden van het havengebied, de kustlijn en de historische relatie tot het oude dorp te versterken en verder te ontwikkelen waarbij er een verbetering van de beeldkwaliteit ontstaat.
Bebouwing en omgeving (kustlijn)
Kwaliteiten haven, dijk en water: Niveau hoog
Onderscheid wordt aangebracht in een recreatief havengebied (inclusief wonen) en een gebied waar industrie gevestigd is (omgeving Werkhaven). Hierdoor wordt ook ruimtelijk goed zichtbaar dat de Werkhaven met bijbehorende kades en bebouwing anders is dan bijvoorbeeld de Handels- en Burgemeester Schipperkade.
Criteria haven, dijk en water: Niveau hoog
Gevel (compositie) en detaillering
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit.
Uitgangspunt is zorgvuldige toepassing van erfscheidingen. Dit komt tot uiting in situering, vormgeving, materiaalgebruik en detaillering in aansluiting op de gebiedskenmerken. Bij erfscheidingen zichtbaar vanuit de openbare ruimte, wordt de eenheid in bestaande zorgvuldige oplossingen gerespecteerd, zoals bescheiden hekwerken en hagen.
3. Voorzieningenclusters: Niveau midden
Kenmerken voorzieningen (clusters): Niveau midden
De ambitie is om de kwaliteit van de bebouwing op zichzelf in combinatie met de openbare ruimte te behouden en waar mogelijk te versterken.
Er is een grote variatie in architectonische vormgeving te zien. Kleur-, materiaalgebruik en detaillering benadrukken het individuele ontwerp van de gebouwen en is afhankelijk van de periode waarin ze zijn gebouwd. De individuele bebouwing speelt voor de herkenbaarheid en identiteit van het gebied een belangrijke rol.
Criteria voorzieningen(clusters): Niveau midden
Architectuurstijl en gevel (compositie)
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit.
Openbare ruimte en erfafscheidingen
De openbare ruimte is in dit gebied van groot belang. Het uitgangspunt is een zo natuurlijk mogelijk ingerichte openbare ruimte met ruimte voor wateropvang. Elementen gerelateerd aan bedrijven zoals reclamevoering, vlaggenmasten, winkelkarretjes, fietsparkeren, afvalcontainers etc., dienen zorgvuldig en ondergeschikt te worden gesitueerd en vormgegeven.
Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningsplichtige erfafscheiding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing of moeten voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open en gesloten delen. De open delen kunnen gecombineerd worden met begroeiing.
4. Agrarisch gebied: Niveau midden
Kenmerken agrarisch gebied: Niveau midden
De ambitie is om de kwaliteit van het landschap en bebouwing te behouden en waar mogelijk te versterken.
Criteria agrarisch gebied: Niveau midden
Architectuurstijl en gevel(compositie)
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit.
5. Invalswegen, randen en herstructureringsgebieden: Niveau midden
Kenmerken invalswegen, randen en herstructureringsgebieden: Niveau midden
De ligging op Urk is uniek. Het ligt dicht tegen de haven en in het verlengde daarvan het oude dorp en sluit ook aan bij de woongebieden van Urk. Daarmee vormt het een schanierfunctie tussen de (kleinschalige) centrumfuncties in het oude dorp, de woongebieden en het grootschalige bedrijventerrein Zwolsehoek ten zuiden van de Urkervaart.
Invalswegen en randen (algemeen)
Domineesweg en Urkervaart/Urkerweg
Ambitie(s) herstructureringsgebieden
Ambitie(s) invalswegen en randen
Criteria invalswegen, randen en herstructureringsgebieden: Niveau midden
Architectuurstijl en gevel (compositie)
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit.
Openbare ruimte en erfafscheidingen
6. Nieuwbouwwijken (De Brug, Natuurwijk, Zeewijk, Polderwijk, Oranjewijk): Niveau midden
Kenmerken nieuwbouwwijken: Niveau midden
De ambitie is om de samenhang in bebouwing en de openbare ruimte voldoende te behouden en waar mogelijk te versterken met ruimte voor duurzame aanpassingen.
Kenmerken nieuwbouwwijken (De Brug, Natuurwijk, Zeewijk, Polderwijk, Oranjewijk): Niveau midden
6. Woonwijk Hooiland: Niveau midden
Kenmerken Hooiland: Niveau midden
De ambitie is om de samenhang in bebouwing en de openbare ruimte te behouden en te versterken met ruimte voor duurzame aanpassingen.
Criteria nieuwbouwwijken en Hooiland: Niveau midden
Architectuurstijl en gevel(compositie)
Materialisatie, kleur en detaillering
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Openbare ruimte en erfafscheidingen
Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningsplichtige erfafscheiding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing en moeten voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open, begroeide delen en gesloten delen.
7. Woonwijken ( na-oorlogs): Niveau basis
Kenmerken woonwijken (na-oorlogs) Niveau basis
De ambitie is om de samenhang in bebouwing en de openbare ruimte te respecteren met ruimte voor uitbreidingen en duurzame aanpassingen.
Bij verbouwplannen van woningen die deel uitmaken van een bouwblok, cluster of ensemble is aansluiting bij de bestaande vormgeving, materiaal, kleur en detaillering het uitgangspunt.
Bij verbouwplannen van vrijstaande woningen is aansluiting op de bestaande vormgeving van de betreffende woning en de belendingen minder relevant en is het vooral van belang dat sprake is van samenhangend en evenwichtig beeld van de woning op zichzelf.
Grootschalige nieuwe ontwikkelingen in dit gebied worden beoordeeld op basis van de algemene criteria op blz. 63.
Wederopbouwwijken (Urk Noord, Flatten):
Groene jaren ’70 wijken (Schelpenhoek, Waaiershoek, Hooiland):
Kenmerken Urkerbos en omgeving: Niveau basis
De ambitie is dat de bebouwing de natuurwaarden respecteert met ruimte voor uitbreidingen en duurzame aanpassingen.
Grootschalige nieuwe ontwikkelingen in dit gebied worden beoordeeld op basis van de algemene criteria op blz. 63.
Criteria Woonwijken (na-oorlogs) en Urkerbos Niveau basis
Materiaal, kleur en detaillering
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Openbare ruimte erfafscheiding
DEEL II THEMATISCHE CRITERIA (in de gehele gemeente toepasbaar)
Thematische Criteria (leeswijzer)
In deel II zijn er aanvullend op de gebiedscriteria, thematische criteria opgenomen, die voor het hele grondgebied van de gemeente gelden. Dit zijn ten eerste sneltoetscriteria voor veel voorkomende aanvragen zoals dakkapellen en uitbouwen. Daarnaast zijn dit criteria voor energiebesparende maatregelen zoals zonnepanelen in veldopstelling en kleine windmolens. Deze criteria zijn toegevoegd om beter in te spelen op actuele ontwikkelingen. Daarnaast zijn er algemene criteria. Deze zijn toepasbaar in uitzonderlijke situaties en de excessenregeling voor buitensporige situaties. Deze staan op pagina 64 en 65.
Criteria sneltoets - Uitbouwen (bijbehorende bouwwerken)
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
De criteria voor dit gebied zijn voorschriften voor (veel voorkomende) kleine en/of eenvoudige bouwplannen die omgevingsvergunningplichtig zijn. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken er uit dienen te zien om niet strijdig te zijn met de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. Het omgevingsplan is maatgevend voor wat betreft afmetingen, voorgevelrooilijnen, et cetera.
Criteria voor bijbehorende bouwwerken aan het hoofdgebouw
Materiaal, kleur en detaillering
Criteria sneltoets - Dakkapellen
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn, als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, voor het straatbeeld bepalend. Dakkapellen zijn een ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak.
Materiaal, kleur en detaillering
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Als een erker zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld bepalend.
Criteria sneltoets – Gevelwijzigingen
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Criteria voor kozijn- of gevelwijziging
In principe mag de samenhang en de ritmiek in straatwanden niet worden verstoord door incidentele kozijn- of gevelwijzigingen. Met name een kozijn- of gevelwijziging in de voor- of zijgevel, als deze gekeerd is naar de weg of het openbaar gebied, vraagt om een zorgvuldige vormgeving. Een kozijn- of gevelwijziging moet passen bij het karakter van het hoofdgebouw.
Criteria sneltoets – Erfafscheidingen
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Een erfafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare weg zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk, door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen, te voorkomen.
Deze criteria gelden voor de hele gemeente inclusief het beschermd gezicht. Daar zijn nog enkele aanvullende richtlijnen opgenomen. Reclame is iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten met een commercieel belang. Reclames op borden, lichtreclames en spandoeken of vlaggen vormen een belangrijk en beeldbepalend element van de openbare ruimte. In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en verhogen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving, weliswaar verbonden aan een kritische grens.
Reclame criteria bedrijventerreinen (niveau Midden)
Criteria zonnepanelen in veldopstelling
Uit het zonnebeleid van de gemeente Urk blijkt dat de prioriteit ligt bij zon op dak. Deze beleidsregels ruimtelijke kwaliteit borduren voort op de situering en inpassing hiervan. Indien realisatie van zonnepalen in veldopstelling mogelijk is op basis van het zonnebeleid, dan zijn de volgende criteria van toepassing uit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit.
Landschappelijke inpassing en schaal
Indien de panelen zichtbaar zijn vanaf de openbare weg of aansluiten bij het open landschap dan de panelen landschappelijk inpassen door middel van een groen (blijvende) inheemse beplanting die minimaal dezelfde hoogte heeft; tenzij dit ten opzichte van de cultuurhistorische waarden niet wenselijk is.
Type constructie en zonnepaneel/-collector/richting
Utilitaire ondersteunende bouwwerken
Algemene criteria Excessenregeling
Algemene Criteria: Wanneer pas je die toe?
De algemene criteria zijn bedoeld voor aanvragen in afwijkende situaties. De gemeentelijke adviescommissie kan op basis van deze criteria het College van B&W bij uitzondering adviseren om aan een plan medewerking te verlenen op basis van de algemene criteria. Hier onder staan enkele situaties vermeld waarin de algemene criteria toegepast kunnen worden, gevolgd door de criteria.
In de eerste plaats zijn ze een vangnet voor gevallen die niet in de overige categorieën van criteria passen, of in hun interpretatie van de criteria onder de maat blijven.
In de tweede plaats kunnen ze van toepassing zijn op ‘scharnierpunten’: locaties op het raakvlak van verschillende gebiedstypen met betekenis op een hoger schaalniveau, bijvoorbeeld een entree naar het centrum. Hier kan het voorkomen dat de gebiedscriteria slechts ten dele van toepassing zijn, of er tegelijkertijd overwegingen vanuit de aangrenzende gebieden nodig zijn. Bij een beoordeling zijn de algemene criteria hier vanwege hun abstractere toon geschikter dan de meer specifieke gebiedscriteria.
3. Openbare ruimte, wegen en kunst
In de derde plaats worden de algemene criteria gebruikt bij de beoordeling van elementen in de openbare ruimte waarvoor een omgevingsvergunning activiteit bouwen nodig is, zoals (civiele) kunstwerken.
Ten vierde dienen de algemene criteria als onderbouwing bij een onverwachte interpretatie van de bestaande stedenbouwkundige structuur of het architectonische karakter van de omgeving waarin de overige criteria niet in voorzien.
En tot slot kunnen ze fungeren als motivering waarom een bouwplan dat de karakteristieken van de omliggende bebouwing niet volgt, bijvoorbeeld door zijn bijzondere schoonheid toch aan redelijke eisen voldoet.
Deze algemene criteria zijn overigens niet minder strikt dan de overige, meer in detail tredende criteria; naarmate een bouwwerk zich sterker van de omgeving onderscheidt, wordt er juist met een scherper oog naar gekeken
1. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie
Van een bouwwerk wordt verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft.
2. Relatie tussen bouwwerk en omgeving
Van een bouwwerk wordt verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is.
3. Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context
Van een bouwwerk wordt verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.
4. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit
Van een bouwwerk wordt verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.
Van een bouwwerk wordt verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen.
6. Materiaal, textuur, kleur en licht
Van een bouwwerk wordt verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.
Voor een uitgebreidere toelichting zie bijlage II
Er is sprake van een exces, indien een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het basiscriterium dat:
Er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet deskundigen duidelijk is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Het gaat hierbij om zaken waarvan de uitvoering aantoonbaar ondeugdelijk is, die verloedering van de omgeving van het bouwwerk in de hand werken, of aanstootgevend zijn.
Bijlage I Beeldkwaliteitplan Urk 2003
[Deze bijlage kunt u via de wetstechnische informatie als pdf document downloaden.]
1. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigensamenhang en logica heeft.
Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het beleid slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm meer is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie.
2. Relatie tussen bouwwerk en omgeving
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is.
Bij het oprichten van een bouwwerk is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de bouwwerken als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het bouwwerk is een particulier object in een openbare context. Het bestaansrecht van het bouwwerk ligt niet in het eigen functioneren alleen, maar ook in de betekenis die het heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een bouwwerk dat contrasteert met zijn omgeving, mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het bouwwerk een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren, kunnen de gebiedsgerichte criteria duidelijkheid verschaffen.
3. Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.
Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels. Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen, krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang. In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders al aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is ten opzichte van zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd wordt geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd.
4. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een bouwwerk mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving heeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie.
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn, maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar waarom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast, kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben. De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen samen de compositie van het gevelvlak.
Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld, niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.
6. Materiaal, textuur, kleur en licht
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren te veel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.
Stappenplan ruimtelijke kwaliteit
Natuurinclusieve aanbevelingen
Aanbevelingen voor zonnepanelen op het dak
Aanbevelingen Natuurinclusief bouwen
Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen, is het mogelijk een gezonde en aantrekkelijke buurt te creëren. En groen in de buurt levert veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Groen zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals de huismus, de gierzwaluw, de merel of gewone dwergvleermuizen. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komt de leefomgeving pas écht tot leven. Veel plekken in de gemeente bieden kansen om natuurinclusief te bouwen. Nieuwe woningen, de omliggende tuinen en het openbaar groen kunnen vele mogelijkheden bieden om vogels, insecten en vleermuizen nestgelegenheden en voedsel te bieden, en zo zorgen voor een grotere soortenrijkdom in de buurt. Door kleine openingen te maken in gevels en onder dakoverstekken of met behulp van nestkasten kunnen nestgelegenheden worden gemaakt voor vogels en vleermuizen.
Ook hagen, struiken, klimplanten en andere beplantingen kunnen een prima verblijfplaats bieden aan vele soorten. En alles wat bloeit of vruchten draagt biedt voedsel aan deze soorten rijkdom. Ook de waterloop aan de noordzijde en de oevers langs het water kunnen bijdragen aan de biodiversiteit.
De toolbox www.bouwnatuurinclusief.nl is een website voor architecten, gemeenten, projectontwikkelaars en-woningbouwcorporaties, maar ook voor particulieren. U kunt er informatie en inspiratie vinden over heel verschillende aspecten van natuurinclusief bouwen. Iedereen die betrokken is bij het initiatief, het ontwerp en de bouw van woningen in de gemeente wordt uitgedaagd om bij te dragen tot meer biodiversiteit in de buurt.
Aanbevelingen Natuurinclusieve Erfafscheidingen
Natuurinclusieve erfafscheidingen
Hooggroeiende soorten (een mix van) de (haag) beuk, meidoorn, sleedoorn of veldesdoorn. De kornoelje is inheems, bloeit en geeft bessen. Van de hazelaar eten grotere vogels en muizen. De hondsroos, egelantier, aalbes, Gelderse roos of braam zijn laagblijvende hagen. Afhankelijk van de soort bloeien de hagen en krijgen ze bottels of bessen. Niet-inheemse alternatieven die bloeien en veel insecten aantrekken zijn onder meer de liguster, vuurdoorn of heesterganzerik.
Is er ruimte naast je erfafscheiding om een takkenril te maken? Leg snoeigoed en bladafval langs de rand en laat dat uiteindelijk vergaan. Of maak een takkenril tussen twee rijen paaltjes als erfafscheiding. In een takkenril is volop leven; schimmels en mossen breken het snoeiafval af, het vormt zo weer nieuwe voeding voor de bodem.
Aanbevelingen voor zonnepanelen op het dak
De gemeente wil het opwekken van duurzame energie stimuleren. Uit het zonnebeleid van de gemeente Urk blijkt dat de prioriteit ligt bij zon op dak. Deze beleidsregels Omgevingskwaliteit borduren voort op de situering en inpassing hiervan. In veel situaties zijn zonnepanelen vergunningsvrij m.u.v. het beschermde dorpsgezicht of bij monumenten waar er vaker sprake is van een vergunningplicht. Zie daarvoor de criteria op pagina 20. Het verdient aanbeveling om in het geval van vergunningsvrije panelen de volgende uitgangspunten in acht te nemen. Zorgvuldige geplaatste panelen dragen bij aan de totale ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Urk.
In deze nota worden onderstaande begrippen in deze nota als volgt toegepast.
De gevels van een alzijdig gebouw zijn evenwaardig ontworpen en in het aanzien even relevant.
Een als architectonische eenheid ontworpen aaneengesloten rij gebouwen of ensemble van gebouwen.
De vormgeving van een gebouw of een onderdeel daarvan.
De kenmerken van een groep gebouwen of onderdelen van gebouwen met een gelijke of vergelijkbare vormgeving, waardoor de groep zich onderscheidt van andere groepen.
Een document waarin voor een bepaald gebied de gewenste ruimtelijke kwaliteit in de vorm van een eindbeeld is vastgelegd.
Iets dat gebouwd wordt of gebouwd is, bijvoorbeeld een gebouw, een onderdeel van een gebouw of een toevoeging aan of bij een gebouw.
De zichtbare bekleding van een schuin of een plat dak.
Het voor-, zij- of achterdakschild van een individueel gebouw en van de architectonische eenheid waar het gebouw deel van uitmaakt.
Een begrensd deel van de gemeente.
De gevel van een individueel gebouw en de architectonische eenheid waar het gebouw deel van uitmaakt.
Het geheel van dakvlakken dat het dak vormt.
Een door het rijk beschermd monument.
Een geheel nieuw te bouwen gebouw of een transformatie van een gebouw, d.w.z. het zodanig wijzigen van een bestaand gebouw dat sprake is van een geheel nieuw uiterlijk.
Een te bouwen bouwwerk in, aan op bij een bestaand gebouw.
De context van een bouwwerk, d.w.z. wat zich om het bouwwerk heen bevindt, van (een fragment van) de gevel tot het naastliggende bouwwerk, de straat of de wijk waarin het bouwwerk zich bevindt.
De positie van een bouwwerk ten opzichte van een ander bouwwerk of ten opzichte van de omgeving.
Een door het rijk beschermd dorpsgezicht. Een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden, door het rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht.
Elke vóór ten minste vijftig jaar vervaardigde zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, of een terrein waarop een dergelijke zaak aanwezig is; door het rijk aangewezen als beschermd monument.
De afstemming tussen verschillende onderdelen van een bouwwerk, tussen verschillende bouwwerken en tussen een bouwwerk en zijn omgeving.
De vormgeving, materialen, detaillering en kleurstelling van een bouwwerk.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-477987.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.