Gemeenteblad van Almere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2026, 477182 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2026, 477182 | beleidsregel |
Beleidsregel Wet Bibob gemeente Almere 2026
De burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Almere, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, en ook de relevante bepalingen in o.a. de Alcoholwet, de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Almere (m.b.t. gemeentelijke vergunningen), de Wet op de Kansspelen, de Speelautomatenhallenverordening Almere 2020, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Huisvestingsverordening, de Leegstandwet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de gemeentelijke Subsidieverordening(en), de Aanbestedingswet 2012, het Inkoopbeleid gemeente Almere, en het Burgerlijk Wetboek.
de Wet Bibob per 1 augustus 2020 (eerste tranche) en 1 oktober 2022 (tweede tranche) op belangrijke onderdelen gewijzigd is, deze wijzigingen o.a. een uitbreiding betreffen van de reikwijdte van de Wet Bibob, maar ook een verruiming geven van bevoegdheden in informatiedeling en in onderhavige beleidsregel verwerkt zijn;
vast te stellen de “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Almere 2026”.
Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente binnen haar bevoegdheden criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en of diegene niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente onderzoekt daarbij ook iemands zakelijke omgeving. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kunnen bijvoorbeeld vergunningen of subsidies worden geweigerd, ingetrokken of kunnen voorschriften aan een beschikking worden opgelegd. Daarnaast kan de gemeente besluiten geen opdracht te verlenen aan een partij, geen vastgoedtransactie aan te gaan of een overeenkomst te beëindigen.
De Wet Bibob geeft de gemeente Almere hierbij eigen beleidsruimte bij de besluitvorming over het toepassen van de uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden. Deze beleidsregel heeft het doel duidelijkheid te geven over de wijze waarop de gemeente Almere de Wet Bibob toepast.
In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. In artikel 1.1 van de Wet Bibob leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen. Daarnaast staan in deze beleidsregel nog enkele andere begrippen. Hieronder leest u wat die begrippen in deze beleidsregel betekenen.
Bestuursorgaan: in deze beleidsregel verwijst “gemeente” naar een bestuursorgaan van de gemeente (de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Almere of naar de rechtspersoon met een overheidstaak). Het hangt van de situatie af wie volgens de wet het recht heeft om te beslissen.
Betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger, de vergunninghouder, de begunstigde van een andere beschikking, de gegadigde, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie wordt onderhandeld over een dergelijke transactie, de beoogd verkrijger van de erfpacht of de opstal waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling in artikel 1 van de Wet Bibob, en de beoogd verkrijger van een recht op eigendom of een zakelijk recht waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling in artikel 1 van de Wet Bibob.
Bibob-relaties: huidige of voormalige zakelijke relaties van betrokkene die mogen worden betrokken in het Bibob-onderzoek zoals bepaald in de Wet Bibob. Dit kunnen bijvoorbeeld bestuurders, aandeelhouders, of vermogensverschaffers zijn. Zakelijke relaties kunnen ook verhulde relaties zijn, zoals de achterman bij een stromanconstructie.
Artikel 1.2 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel
In deze beleidsregel heeft de gemeente Almere omschreven in welke gevallen zij een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang zij zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.
Artikel 1.3 Risicogebieden, -indicatoren en -activiteiten
Het bevoegd bestuursorgaan kan risicogebieden, -indicatoren en/of -activiteiten in de gemeente aanwijzen waarbinnen de Wet Bibob integraal, dus op alle wettelijk toegestane sectoren, kan worden toegepast. Het gaat hierbij om gebieden of activiteiten die extra aandacht nodig hebben voor wat betreft de leefbaarheid en veiligheid. Daarnaast gaat het zowel om aanvragers van nieuwe beschikkingen en overheidsopdrachten, als houders van bestaande beschikkingen. De risico-indicatoren en -activiteiten zijn terug te vinden in bijlagen 1 en 2 van deze beleidsregel. De risicogebieden wijst het bestuursorgaan aan middels een aanwijzingsbesluit.
Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob toepast bij nieuwe aanvragen voor publiekrechtelijke beschikkingen, zoals vergunningen en subsidies.
Artikel 2.1 Alcoholwet, Speelautomatenhallenverordening en Apv-vergunningen1
De gemeente voert altijd een eigen Bibob-onderzoek uit bij de volgende nieuwe aanvragen om een beschikking2:
Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor een paracommerciële rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 1 juncto artikel 4 van de Alcoholwet waarbij het gaat om voetbalclubs, en waar de exploitatie van de horeca-activiteiten niet direct in eigen beheer van de gemeente Almere plaatsvindt;
Vergunning alcoholvrij bedrijf zoals bedoeld in artikel 2:22e van de Apv3;
Evenementenvergunning zoals bedoeld in artikel 2:10, lid 1 van de Apv wanneer het gaat om vechtsportwedstrijden of – gala’s en sprake is van één of meer van de volgende risico-indicatoren: (verkoop van) vip-tafels, verkoop en nuttigen van sterke drank, sponsoren (financiers), contante betalingen van vip-tafels, contante betalingen door sponsoren, contante betalingen van prijzengeld, activiteit die plaatsvindt in of op accommodaties waarover de organisator normaliter niet de beschikking heeft/de hoofdbedrijvigheid uitvoert, activiteit die plaatsvindt met/door een partij die geen convenant heeft gesloten met de Nederlandse Vechtsportautoriteit. De volgende activiteiten zijn in ieder geval aan te merken als vechtsportwedstrijd of -gala:
De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren indien:
er sprake is van een illegaal gestarte bouwactiviteit waarbij al is gestart met de realisatie van een vergunningplichtig bouwwerk, zonder dat de daarvoor benodigde vergunning is verleend en de bouwkosten € 100.000,- of meer bedragen. De bouwkosten worden door de gemeente berekend op basis van de geldende legesverordening.
Artikel 2.3 (Overige) vergunningen als bedoeld in artikel 7 van de Wet Bibob
In geval van een aanvraag voor een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 7 van de Wet (een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf) anders dan de situaties genoemd in deze beleidsregel, voert de gemeente in beginsel een eigen Bibob-onderzoek uit
Het bepaalde onder lid 1 geldt in ieder geval, maar niet uitsluitend, voor aanvragen om een:
Overige aanvragen om beschikkingen die niet zijn benoemd in deze beleidsregel, of die niet vallen onder de in bijlage 1 van deze beleidsregel genoemde risicoactiviteiten, de in bijlage 2 genoemde risico-indicatoren, of in een door het bestuursorgaan aangewezen risicogebied waarbij de gemeente bevoegd is tot het toepassen van de Wet Bibob.
Artikel 2.4 Toepassingsbereik bij subsidies
Artikel 2.5 Toepassingsbereik bij verleende beschikkingen
De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek starten bij een verleende vergunning indien de gemeente de activiteit of het gebied waarvoor de vergunning geldt na het verlenen van de vergunning heeft toegevoegd aan de risicoactiviteiten (bijlage 1) of een door het bestuursorgaan aangewezen risicogebied. Bij omgevingsvergunningen kan dit alleen als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 5.40 van de Omgevingswet (bevoegdheid tot wijziging voorschriften omgevingsvergunning en intrekking omgevingsvergunning).
Artikel 2.6: Weigering volledig invullen Bibob-vragenformulieren bij publiekrechtelijke beschikkingen
Bij een weigering om het Bibob-vragenformulier volledig ingevuld en met bijlagen te retourneren, zullen bij aanvragen om een beschikking de daartoe gestelde regels van de Awb toegepast worden. Bij volharding zal de gevraagde beschikking buiten behandeling worden gesteld ingevolge artikel 4:5 van de Awb.
Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan toepassen bij privaatrechtelijke transacties, zoals het kopen of verkopen van gebouwen of grond, of bij overheidsopdrachten.
Artikel 3.1 Vastgoedtransacties
De gemeente kan een Bibob-onderzoek starten wanneer de gemeente zelf partij is bij een vastgoedtransactie. Onder een vastgoedtransactie valt bijvoorbeeld het kopen of verkopen van een gebouw of een stuk grond maar ook de (ver)huur van vastgoed of het verlenen van een gebruikrecht. In deze beleidsregel wordt onder “vastgoedtransactie” hetzelfde verstaan als in de definitie van een vastgoedtransactie zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob.
Bij de start van de onderhandelingen van een vastgoedtransactie zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. De gemeente kan deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad zetten en/of dit aangeven bij de start van de onderhandelingen. De gemeente informeert betrokkene vervolgens wanneer zij een eigen Bibob-onderzoek start en/of het LBB om advies vraagt op grond van artikel 9, lid 3 van de Wet Bibob.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in de overeenkomst voor de vastgoedtransactie. Op basis daarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst wanneer blijkt dat de wederpartij niet integer is. De gemeente kan een Bibob-onderzoek starten voorafgaand aan het aangaan van een vastgoedtransactie, gedurende de onderhandelingen of nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen (mits de genoemde integriteitclausule is opgenomen in de overeenkomst).
Artikel 3.3 Overheidsopdrachten
De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Vanaf 1 oktober 2022 is het mogelijk om de Wet Bibob ook toe te passen op overeenkomsten die worden gesloten op basis van een (semi) open house constructie of toelatingsprocedure, alleen voor zover het de inkoop van jeugdzorg of maatschappelijke ondersteuning betreft.
De gemeente zet in haar (aanbestedings)documenten dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat de gemeente, voordat tot definitieve gunning wordt overgegaan, een eigen Bibob-onderzoek kan starten, dan wel advies kan inwinnen van het LBB als bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract en/of de stukken die daar onderdeel van uitmaken. Daarin zet de gemeente dat zij ook tijdens de contractfase een Bibob-onderzoek kan starten en onder de overeenkomst uit kan of deze kan beëindigen als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is.
Artikel 3.5 Weigering volledig invullen Bibob-vragenformulier bij privaatrechtelijke transacties
Als iemand weigert om de Bibob-vragenformulieren (helemaal) in te vullen, dan kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten of voort te zetten met die partij. Hetzelfde geldt als iemand weigert om informatie te geven aan het LBB. De gemeente moet bepalingen hierover opnemen in de documenten voor de vastgoedtransactie of overheidsopdracht, bijvoorbeeld in de verkoopleidraad of aanbestedingsdocumenten.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotbepalingen
Op een aanvraag die is ontvangen voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel, blijven de Beleidsregel Wet BIBOB gemeente Almere 2017 en het Aanwijzingsbesluit ex artikel 1.3 Beleidsregel Wet Bibob gemeente Almere 2021 inzake vechtsportwedstrijden of -gala’s van toepassing.
Aldus vastgesteld op 23 juni 2026
Burgemeester voornoemd,
W.H.J.M. van der Loo
Burgemeester en wethouders voornoemd,
de secretaris
A. van Mazijk
de burgemeester
W.H.J.M. van der Loo
Aldus vastgesteld op 27 augustus 2026
De raad van de gemeente Almere voornoemd,
De griffier,
G.J. Broer
De voorzitter,
W.H.J.M. van der Loo
Toelichting op eigen Bibob-onderzoek gemeente
1. Hoe past de gemeente Almere de Wet Bibob toe?
Deze toelichting legt de stappen uit die de gemeente zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de Wet Bibob houdt.
De gemeente begint altijd met een eigen Bibob-onderzoek. Als dit onderzoek niet genoeg informatie oplevert om een beslissing te nemen, kan de gemeente ook het Landelijk Bureau Bibob (het LBB) om advies vragen. Het LBB heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente.
Ook kan de gemeente tijdens het onderzoek hulp vragen aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC).
In de beleidsregel Wet Bibob staat wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek kan starten. Soms gebruikt de gemeente eigen ambtelijke informatie bij dit onderzoek. Het kan zijn dat de gemeente deze informatie heeft gekregen uit één of meerdere (gesloten) bronnen, zoals gegevens van de politie. De gemeente houdt zich hierbij altijd aan de Wet Bibob.
Gaat het om een privaatrechtelijke overeenkomst? Dan gelden de afspraken in het (algemene) inkoopbeleid van de gemeente, de (algemene) verkoopvoorwaarden van de gemeente en overeenkomsten. Deze beleidsregel is een aanvulling op die afspraken.
2. Start eigen Bibob-onderzoek door de gemeente
Wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek start, vraagt het de betrokkene in beginsel om het Bibob-vragenformulier in te vullen en aan te leveren bij de gemeente. Naast het ingevulde en ondertekende formulier moet de betrokkene ook alle documenten (bijlagen) aanleveren waar in het vragenformulier om wordt gevraagd. Deze documenten gelden als onderbouwing voor de antwoorden. De gemeente mag haar Bibob-onderzoek echter ook al starten vóórdat zij een Bibob-vragenformulier heeft uitgereikt. Het uitreiken van het Bibob-formulier vormt hierin geen verplicht startpunt4.
Als de betrokkene de aanvraag doet voor een nieuwe beschikking, zoals een vergunning of subsidie, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de vergunning of subsidie.
Op het moment dat er sprake is van een situatie waarin de gemeente de Wet Bibob toepast en een (rechts)persoon op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager van een Omgevingswetvergunning (betrokkene) gelijk kan worden gesteld, zoals bedoeld in artikel 5.31, lid 2 van de Omgevingswet, wordt deze (rechts)persoon tevens als betrokkene aangemerkt. De gemeente reikt dan aan beide betrokkenen een Bibob-formulier uit en verricht naar beide betrokkenen een Bibob-onderzoek.
3. De gemeente voert daarna de volgende acties uit:
4. De gemeente mag de volgende extra gegevens opvragen:
Naast bovengenoemde acties, vraagt de gemeente onderstaande gegevens op bij de desbetreffende instanties, waarbij ze zich houdt aan de bevoegdheden zoals die volgen uit de Wet Bibob:
De gemeente mag deze extra informatie opvragen over de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet Bibob, maar ook over Bibob-relaties van de betrokkene. Daaronder vallen de volgende personen:
5. De betrokkene moet de volgende informatie geven over hoe hij of zij het project of de activiteit financiert:
De financiering van het project of de activiteit moet aannemelijk en inzichtelijk zijn. Dit betekent dat geloofwaardig moet zijn dat de betrokkene het geld heeft en dat duidelijk moet zijn waar het geld vandaan komt. Daarom gelden de volgende regels:
Optie 1: De betrokkene gebruikt eigen vermogen
De betrokkene moet kunnen bewijzen dat hij of zij het geld heeft en waar het vandaan komt. Ook als de betrokkene met contant geld betaalt.
Optie 2: De betrokkene gebruikt vreemd vermogen
In dit geval moet de betrokkene de volgende documenten inleveren:
De gemeente is bevoegd zelf een Bibob-onderzoek te verrichten en kan, in voorkomende gevallen, het LBB om een advies vragen. Om de gang naar het LBB in te kunnen zetten moet een gemeente eerst haar eigen onderzoek hebben verricht binnen de daarvoor beschikbare bevoegdheden. De gevallen waarin de gemeente daarna het LBB om advies kan vragen staan hieronder beschreven. Het LBB heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente, zoals internationale informatie en informatie van inlichtingendiensten. Een onderzoek door het LBB heeft daarom meer invloed op een betrokkene en de privacy van een betrokkene dan een onderzoek door de gemeente. De gemeente laat het LBB daarom alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt.
De gemeente kan het LBB onderzoek laten doen in de volgende gevallen:
Een betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesvraag bij het LBB. De betrokkene kan de aanvraag wel altijd intrekken. Daarmee stopt het Bibob-onderzoek en wordt er geen beschikking afgegeven of overeenkomst aangegaan. Dit kan leiden tot een aantekening in het landelijke Bibob-register (zie punt 15 van deze toelichting).
7. Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie af te geven, of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten?
De gemeente beoordeelt zelf, of met een advies van het LBB, of het een positief of negatief besluit neemt. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele activiteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is, heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’. De gemeente kan ook concluderen dat er ‘geen gevaar’ bestaat. In het laatste geval volgt altijd een positief besluit (mits uiteraard wordt voldaan aan de overige beoordelingsregels die volgen uit andere geldende wet- en regelgeving en van toepassing zijn op de betreffende beschikking).
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een aanvraag voor een vergunning of subsidie niet te behandelen of verlenen. Of een al verleende vergunning of subsidie in te trekken. Dit kan de gemeente doen volgens artikel 4:5 van de Awb en op grond van artikel 3 en artikel 4 van de Wet Bibob.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene de gelegenheid heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
Is er geen ernstige mate van gevaar, maar een mindere mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob? Dan kan de gemeente extra voorschriften (regels) verbinden aan de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze voorschriften houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
Is er wel een ernstige mate van gevaar, maar vindt de gemeente het weigeren of intrekken van de vergunning of subsidie niet proportioneel? Ook dan kan de gemeente extra voorschriften opleggen. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze voorschriften houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie te sluiten (of aan te gaan), dan wel de reeds gesloten overeenkomst onmiddellijk en naar eigen keuze op te schorten, (buitengerechtelijk) te ontbinden of anderszins te beëindigen. De gemeente moet die optie wel in de overeenkomst hebben opgenomen.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene de gelegenheid heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen overheidsopdracht te gunnen, of het contract voor de overheidsopdracht te beëindigen. De gemeente moet die optie wel in het contract hebben opgenomen.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene de gelegenheid heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
8. Hoe snel krijgt de betrokkene de uitslag van het onderzoek?
De gemeente moet binnen een wettelijk bepaalde termijn reageren op de aanvraag van een betrokkene voor een beschikking. Indien de gemeente aanvullende informatie die nodig is voor het uitvoeren van het Bibob-onderzoek opvraagt bij betrokkene, wordt de beslistermijn opgeschort met de periode die betrokkene gebruikt voor het aanleveren van de stukken. Ook het LBB moet binnen een wettelijk bepaalde periode reageren op een verzoek van de gemeente voor een extra Bibob-onderzoek. In sommige gevallen krijgen de gemeente en het LBB meer tijd.
Als de gemeente een advies aanvraagt bij het LBB dan krijgt de gemeente meer tijd om op de aanvraag te beslissen. De periode wordt verlengd met het aantal dagen dat het LBB nodig heeft om dit advies te geven. De dag dat het LBB de aanvraag in behandeling neemt telt als dag 1, en de dag dat de gemeente het advies heeft ontvangen telt als de laatste dag. De periode hiertussen mag niet meer dan 8 weken zijn (zie artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob).
Lukt het het LBB niet binnen 8 weken een advies te geven aan de gemeente? Dan kan het de periode verlengen met maximaal 4 weken (zie artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob). De termijn waarbinnen de gemeente moet beslissen wordt dan met dezelfde periode opgeschort. De gemeente laat het de betrokkene direct weten als dit gebeurt. In het uiterste geval waarin het LBB ook deze termijn van in totaal 12 weken niet haalt, begint de beslistermijn van de gemeente weer te lopen en wordt per situatie bekeken wat de meest passende oplossing is.
Mist het LBB nog informatie tijdens de uitvoering van het onderzoek? Dan vraagt het dit op bij de betrokkene, de gemeente of een andere organisatie. De adviestermijn van 8 tot maximaal 12 weken wordt daarmee opgeschort tot de dag waarop de gevraagde partij de informatie aanlevert. De beslistermijn van de gemeente wordt met dezelfde periode opgeschort.
9. Informatieplicht van de gemeente
Als de gemeente het LBB een onderzoek laat doen, moet de gemeente dit in een brief laten weten aan de betrokkene. De gemeente laat de betrokkene ook weten dat dit betekent dat de gemeente meer tijd krijgt om op de aanvraag van de betrokkene te beslissen (zie artikel 31 Wet Bibob). Een kopie van die brief voegt de gemeente toe aan de vraag om een advies bij het LBB.
De gemeente moet de betrokkene een kopie van het advies van het LBB geven als dit advies reden was voor de gemeente om:
De gemeente moet die kopie ook aan andere personen geven als die zijn onderzocht (derden, zoals bedoeld in artikel 28 en 33 van de Wet Bibob) en de informatie over deze personen onderdeel heeft uitgemaakt van de beslissing van de gemeente. De gemeente mag alleen de onderdelen die over hen gaan met hen delen (zie ook punt 10 van deze toelichting) en voor zover het leidt tot een weigering of intrekking van de beschikking, dan wel het verbinden van Bibob-voorschriften aan de beschikking. Dit betekent dat wanneer er een positieve beschikking volgt, de gemeente de inhoud van het eigen onderzoek en het LBB-advies niet met betrokkene en betrokken derden mag delen vanwege de geheimhoudingsplicht die op deze informatie rust (op grond van artikel 28 Wet Bibob).
10. Geheimhoudings plicht Bibob-informatie
Op grond van de Wet Bibob geldt er een strenge geheimhoudingsplicht op Bibob-informatie. Dit betekent dat iedereen die volgens de Wet Bibob informatie ontvangt, verplicht is tot het geheim houden van deze informatie zoals bedoeld in artikel 28 Wet Bibob. De betrokkene en anderen die een kopie zoals beschreven onder punt 9 hebben ontvangen, moeten de informatie hieruit geheim houden (geheimhoudingsplicht). De gemeente laat dit schriftelijk aan hen weten (zie artikel 28 Wet Bibob).
De geheimhoudingsplicht die volgt uit artikel 28 van Wet Bibob leidt tot een bijzondere openbaarmakingsregeling. Deze bijzondere bepaling heeft voorrang boven de Woo, zoals beschreven in artikel 8.8 van de Woo. Dit betekent dat de Woo daarmee opzij wordt gezet en Bibob-informatie niet openbaar wordt gemaakt.
12. Reageren op een negatief besluit naar aanleiding van een Bibob-onderzoek
Op het moment dat de gemeente op basis van het Bibob-onderzoek één van de hieronder genoemde negatieve besluiten neemt:
mogen de betrokkene en andere personen die zijn onderzocht hierop reageren door middel van een zienswijze, zoals bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.
13. Gebruiken van Bibob-advies (en informatie uit eigen Bibob-onderzoek)
De gemeente mag een advies van het LBB en informatie uit het eigen Bibob-onderzoek vijf jaar lang gebruiken voor een andere beslissing, zoals bedoeld in artikel 29 van de Wet Bibob. De gemeente maakt bij hergebruik van een advies dan wel informatie uit het eigen Bibob-onderzoek altijd een nieuwe belangenafweging.
14. Meerdere vergunningen of sectoren die onder de Wet Bibob vallen
In het geval er sprake is van meerdere gemeentelijke beschikkingen, vindt deugdelijke afstemming en regie plaats. Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid. De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo beperkt mogelijk te houden. Toch kan de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek uitvoeren bij eenzelfde betrokkene. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat betrokkene hetzelfde is maar er sprake is van andere Bibob-relaties, zoals vermogensverschaffers.
Daarnaast kan het in de praktijk voorkomen dat een vergunning van een aanvrager is c.q. wordt ingetrokken of geweigerd op grond van de Wet Bibob, terwijl deze persoon, dan wel zijn zakelijke relaties ook betrokken is (dan wel zijn) bij bijvoorbeeld een andere vergunningsaanvraag of verleende beschikking. Op dat moment kan het zijn dat de gemeente in het kader van die aanvraag dan wel reeds verleende beschikking een nieuw Bibob-onderzoek start. Als er al een advies van het LBB voorhanden is met betrekking tot deze perso(o)n(en) hoeft de gemeente niet opnieuw een advies aan te vragen. Zoals gesteld kan op grond van artikel 29 Wet Bibob het advies worden gebruikt voor een andere beslissing. Dit advies mag maximaal 5 jaar oud zijn.
15. Aantekening maken in het landelijke Bibob-register
Het landelijke Bibob-register zorgt ervoor dat verschillende overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen. De gemeente maakt een aantekening in het Bibob-register, zoals bedoeld in artikel 7a, lid 7 en 8 van de Wet Bibob, als:
16. Tippen andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak
De gemeente kan een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag toepassen, wijzen op de mogelijkheid om een eigen Bibob-onderzoek te starten zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
17. Delen van gegevens met andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak
De gemeente kan Bibob-informatie delen met andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak die de Wet Bibob mogen toepassen als zij daarom vragen, zoals bedoeld en onder de voorwaarden in artikel 28, lid 2 onder m van de Wet Bibob.
De gemeente voert in beginsel geen Bibob-onderzoek uit bij aanvragen vanuit semi-overheidsinstanties, tenzij daar aanleiding toe is. Semi-overheid is een term die wordt gebruikt voor verschillende soorten organisaties die niet officieel deel uitmaken van de overheid, maar er wel veel mee te maken hebben. Deze organisaties komen voor in veel verschillende sectoren en hebben vaak twee belangrijke kenmerken: 1) ze hebben wettelijke taken en/of dienen een duidelijk publiek belang, en 2) ze worden gefinancierd door de overheid.
Het feit dat semi-overheidsinstanties geld van de overheid ontvangen leidt ertoe dat de overheid directe invloed heeft op deze instanties. Er worden strenge voorwaarden gesteld aan de verstrekking van dit geld. Als een instantie niet aan deze voorwaarden voldoet, kan de overheid de financiering stop zetten. Dit is vaak niet wenselijk omdat veel van deze organisaties afhankelijk zijn van overheidsfinanciering om te kunnen blijven bestaan. Daarnaast heeft de overheid indirecte invloed, doordat ze toezichthouders in verschillende sectoren heeft aangesteld. De toezichthouders controleren of de semi-overheidsinstellingen hun maatschappelijke doelen behalen. Als dat niet het geval is, kan dit ook problemen opleveren voor de betreffende instelling.
Voorbeelden van semi-overheidsinstellingen zijn woningcorporaties, ziekenhuizen en bijzondere onderwijsinstellingen (waarbij het openbaar onderwijs onder de overheid valt). Daarnaast worden zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) van de overheid zoals het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Kadaster, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) als semi-overheid beschouwd. Het zijn private organisaties die tussen de overheid en de samenleving in staan.
De gemeente kan alleen een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties) die genoemd staan in de Wet Bibob.
Voor onderstaande activiteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning of beschikking nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moet nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals het verlenen van een omgevingsvergunning of het sluiten van een vastgoedtransactie. Als dat zo is, kan de gemeente in dat kader de Wet Bibob toch nog uitvoeren.
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Almere. Ze zijn verdeeld over categorieën. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld. De lijst is niet limitatief en kan aan de hand van ontwikkelingen worden aangepast. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat kwaadwillenden overstappen naar andere activiteiten of branches.
De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven5 geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob6.
De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven7 geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob8.
Detailhandel en dienstverlening
Waaronder in ieder geval maar niet uitsluitend:
In onderstaande lijst staan risico-indicatoren die gelden in de gemeente Almere. Deze indicatoren duiden op een mogelijk verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld. De lijst is niet limitatief en kan aan de hand van ontwikkelingen worden aangepast.
Coffeeshops vallen onder deze vergunningplicht. Op grond van artikel 5.1 van het Coffeeshopbeleid gemeente Almere 2024 moet een potentiële coffeeshophouder naast een expliciete verklaring een vergunning voor het uitoefenen van een alcoholvrij bedrijf aanvragen om een coffeeshop te mogen exploiteren. De gemeente voert een eigen Bibob-onderzoek uit in het kader van deze aanvraag.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-477182.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.