Gemeenteblad van Dantumadiel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dantumadiel | Gemeenteblad 2026, 475070 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dantumadiel | Gemeenteblad 2026, 475070 | beleidsregel |
Beliedsregel pré-mantelsoarchwenjen Dantumadiel 2025
Het begrip mantelzorg en de huidige situatie.
Voor- en nadelen van pré-mantelzorg.
Ladder van duurzame verzorging.
De gemeente Dantumadiel wil tijdelijke pré-mantelzorgwoningen toestaan in situaties waar (nog) geen sprake is van een mantelzorgsituatie, maar wel al de behoefte bestaat om voor elkaar te zorgen. Een pré-mantelzorgwoning biedt inwoners de mogelijkheid om (in de nabije toekomst) zorg te bieden aan een familielid of andere sociale relatie en stelt mensen in staat om langer thuis te blijven wonen. Een pré-mantelzorgwoning is tijdelijk en uitdrukkelijk bedoeld om een toekomstige mantelzorgsituatie onder voorwaarden vroegtijdig te faciliteren.
Meerdere signalen uit de samenleving geven aan dat er ook binnen de gemeente Dantumadiel een wens bestaat voor het bouwen van pré-mantelzorgwoningen. Dit blijkt onder meer uit enkele principe-aanvragen voor een omgevingsvergunning. Met deze beleidsregel wordt een toetsingskader geschapen waarbinnen pré-mantelzorgwoningen onder voorwaarden (tijdelijk) kunnen worden toegestaan.
Met deze beleidsregel wordt niet alleen een kader geschapen om in te kunnen spelen op lokale behoeften. Ook is het faciliteren van pré-mantelzorgwoningen in lijn met onder meer het raadsakkoord, de Woonvisie 2020-2025 en de ontwerp-Omgevingsvisie van de gemeente Dantumadiel. In deze documenten wordt ingezet op flexibele en vernieuwende woonvormen. Ook wordt gestimuleerd dat ouderen langer zelfstandig thuis kunnen wonen door zorg, ondersteuning en sterke sociale verbanden.
Daarnaast wordt met deze beleidsregel aangesloten bij Rijksbeleid. Met het programma ‘Langer thuis’ wil het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ouderen zo lang mogelijk op een goede manier zelfstandig laten wonen, met ondersteuning en zorg, in een woning die aansluit bij hun persoonlijke behoeften. De bouw van meer geschikte woningen, zoals pré-mantelzorgwoningen, wordt middels dit programma gestimuleerd.
Het begrip mantelzorg en de huidige situatie
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna Bbl) definieert mantelzorg als: “intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond”.
In de zogenaamde Bruidsschat, onderdeel van het omgevingsplan van gemeente Dantumadiel, is bepaald onder welke voorwaarden een woning ten behoeve van mantelzorg zonder omgevingsvergunning gerealiseerd en/of in gebruik genomen mag worden. Deze bepalingen gelden echter niet voor een pré-mantelzorgwoning aangezien er hierbij nog geen sprake is van een vastgestelde zorgindicatie. Voor bewoning in het kader van pré-mantelzorg zal daarom in de meeste gevallen een omgevingsvergunning nodig zijn voor een zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Voor- en nadelen van pré-mantelzorg
Ten eerste, levert het creëren van pré-mantelzorgwoningen naar verwachting een positieve bijdrage aan de doorstroming op de woningmarkt. Hierdoor komen namelijk meer woningen vrij die in gebruik kunnen worden genomen door bijvoorbeeld starters.
Daarbij biedt het mogelijk maken van pré-mantelzorgwoningen een zekere flexibiliteit in de woningvoorraad. Ze worden namelijk tijdelijk vergund. Hierdoor kunnen woonruimten worden toegevoegd die ook weer kunnen komen te vervallen, wanneer de vraag verdwijnt. Indirect kan het flexibel toevoegen van woonruimten een positief effect hebben op het voorzieningenniveau (bijv. winkels, apotheken en praktijken) en daarmee de leefbaarheid van onze dorpen.
Ten tweede, komen mogelijkheden voor pré-mantelzorgwoningen ten goede aan het sociale leven en aan de leefbaarheid van wijken en dorpen, zoals eerder vermeld. Het biedt mensen namelijk de mogelijkheid om in hun eigen buurtgemeenschap te blijven wonen. Zodoende kunnen sociale structuren behouden blijven wat bijdraagt aan een leefbare omgeving.
Ten derde biedt het wonen op een kavel in een pré-mantelzorgwoning het voordeel dat men sociaal contact heeft en toegang heeft tot voldoende zorg. Dit gaat onder meer het proces van vereenzaming tegen. Tegelijkertijd kan het verlenen van pré-mantelzorg de druk enigszins wegnemen bij zorgaanbieders. Juist in het licht van centralisatie en personeelstekorten in de zorg kan dit een uitkomst zijn voor gemeenten met een plattelandskarakter.
Ten vierde, heeft de mogelijkheid voor pré-mantelzorg nog een indirect voordeel. Door een positief effect op doorstroming vindt er enige verlichting van de woningmarkt plaats. Daarnaast worden bestaande woonpercelen met het toevoegen van woonruimte efficiënter benut. Dit heeft als gevolg dat de behoefte aan nieuwbouwwoningen vermindert. Er hoeft dan ook minder beslag gelegd te worden op het waardevolle buitengebied voor het realiseren van nieuwe (woon)percelen. Het buitengebied en de karakteristieke dorpsrand komen op deze manier minder onder druk te staan. Naast uitbreidingslocaties wordt hiermee ook minder druk gelegd op inbreidingslocaties.
Ten vijfde, bieden pré-mantelzorgwoningen de mogelijkheid om de woningvoorraad (tijdelijk) te vergroten zonder (grote) financiële gevolgen voor de gemeente. De realisatie komen voor rekening van de initiatiefnemer.
Tenslotte dient wel opgemerkt te worden dat het mogelijk maken van pré-mantelzorgwoningen tijdelijke nadelen kunnen hebben. Allereerst kan het woonklimaat onder druk komen te staan doordat meerdere huishoudens op een perceel aanwezig zijn. Dit kan leiden tot meer overlast, zoals geluidsoverlast etc. Ook zou dit een beperking van privacy kunnen opleveren. Tevens kan er sprake zijn van een hogere parkeerdruk en meer verkeersbewegingen. Als laatste zou het toevoegen van pré-mantelzorgwoningen de stedenbouwkundige opzet aan kunnen tasten.
Met de voorwaarden die opgenomen zijn in deze beleidsregel wordt geprobeerd grenzen te stellen aan deze mogelijke nadelen. Zo vormt dit beleid een kader voor een evenredige afweging tussen de belangen van (pré-mantelzorg)bewoners en de omgeving.
Zoals aangegeven draagt het toestaan van een pré-mantelzorgvoorziening bij aan de participatiesamenleving waarbij tegelijkertijd ingespeeld wordt op de uitdagingen van de woningmarkt. De gemeente Dantumadiel streeft naar een samenleving waarin iedere inwoner naar vermogen meedoet (inclusie), waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en zowel zelf- als samenredzaamheid een speerpunt is. De mogelijkheid voor een pré-mantelzorgwoning, waarbij zorgverlener(s) en de zorgontvanger(s) in elkaars nabijheid kunnen wonen, sluit hier goed bij aan.
De gemeente hecht veel waarde aan het behoud van de eigen woonomgeving voor haar inwoners, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en actief kunnen deelnemen aan de samenleving. De Woon(zorg) -welzijnsvisie van de gemeente richt zich op het bevorderen van de zelfredzaamheid van haar inwoners. Het realiseren van passende (zorg)woningen kan hieraan bijdragen.
Als inwoners al vooruit willen lopen op een mogelijke toekomstige mantelzorgsituatie, wil de gemeente waar mogelijk medewerking verlenen. Vanuit deze gedachte wil de gemeente pré-mantelzorgwoningen onder bepaalde voorwaarden mogelijk maken.
Voor het tijdelijke toestaan van pré-mantelzorgwoning (maximaal 10 jaar) kan op grond van artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet juncto artikel 5.36 lid 1 van de Omgevingswet worden afgeweken van de geldende regels van het omgevingsplan en worden toegestaan dat een tijdelijke pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd. Op basis van artikel 5.8 van de Omgevingswet (Ow) zijn burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd gezag. Zij beslissen daarom op de aanvraag voor omgevingsvergunning.
Op basis van artikel 4:81 van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Het opstellen van beleidsregels maakt het mogelijk om met een vastgesteld toetsingskader sneller op aanvragen te kunnen reageren en om inwoners rechtszekerheid te kunnen bieden. In deze beleidsregels zijn bepalingen opgenomen onder welke voorwaarden medewerking kan worden verleend aan aanvragen voor pré-mantelzorgwoningen.
De gemeente vindt het belangrijk dat de burgers zo lang mogelijk in de eigen woonomgeving kunnen blijven wonen en naar vermogen meedoen in de samenleving.
Het sociaal maatschappelijke beleid van de gemeente steekt in op de zelfredzaamheid van de burgers. Een passende (zorg)woning draagt hieraan bij. Als mensen in de woonsituatie vooruit willen lopen op een toekomstige mantelzorgrelatie, dan vindt de gemeente dat een goede ontwikkeling. Vanuit deze gedachten willen we pré-mantelzorgwoningen onder voorwaarden mogelijk maken.
Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. De overheid maakt het mogelijk dat mantelzorgers en verzorgden in elkaars nabijheid kunnen wonen. In de Omgevingswet is geregeld dat mantelzorgwoningen onder bepaalde voorwaarden vergunningsvrij geplaatst mogen worden in de tuin van de mantelzorgers of verzorgden. Zo’n mantelzorgwoning mag bijvoorbeeld in een woning of een bestaand of nieuw te plaatsen bijgebouw worden gerealiseerd. Dat er geen vergunning nodig is, wil niet zeggen dat er geen regels gelden bij de bouw van zo’n woning.
De mantelzorgwoning moet voldoen aan het Bbl. Mantelzorgwoningen zijn tijdelijke woningen. Houdt de mantelzorg op, dan mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden voor zelfstandige bewoning en dient deze teruggebracht te worden in de staat voorafgaand aan de (pré-) mantelzorgsituatie. Een mantelzorgwoning is alleen vergunningsvrij toegestaan als de mantelzorgrelatie kan worden aangetoond met een door een huisarts, wijkverpleegkundige of andere (sociaal-) medische deskundige afgegeven zorgindicatie.
Permanente woningsplitsing valt niet onder de reikwijdte van deze beleidsregel. Het Omgevingsplan van de gemeente voorziet niet in de mogelijkheid om een tweede woning in de achtertuin te bouwen.
Ladder van duurzame verzorging
Zoals vermeld bestaat er een zekere vraag naar en behoefte aan mogelijkheden om als naasten voor elkaar te gaan zorgen en invulling geven aan de zorgbehoefte. In sommige gevallen betekent dit dat er een wens ontstaat om bij elkaar op hetzelfde perceel te gaan wonen. Mogelijkheden hiertoe zijn onder meer het geschikt maken van een bestaande woning, bijvoorbeeld wanneer het gaat om een grote boerderij door een inpandige aanpassing van de leefruimten. Dit kan betekenen dat de inwoners functioneren als een gezamenlijk huishouden. Ook een (losstaand) bijgebouw kan geschikt gemaakt worden voor bewoning. Er kan door middel van een tijdelijke omgevingsvergunning planologische medewerking worden verleend aan de realisatie van een zelfstandige pré-mantelzorgwoning of unit in gevallen waarbij er sprake is van een zorgrelatie waarbij het begrijpelijk en wenselijk c.q. noodzakelijk is dat bij elkaar op hetzelfde perceel wordt gewoond.
Om de ruimtelijke impact van de beoogde pré-mantelzorgwoning zo beperkt mogelijk te houden wordt de invulling bepaald aan de hand van drie niveaus. Wanneer het niet wenselijk en/of mogelijk blijkt om op niveau 1 invulling te geven aan de pré-mantelzorgvraag, dan wordt gekeken naar niveau 2 en tenslotte niveau 3:
Hierbij moet worden opgemerkt dat wanneer er afgeweken wordt van de vergunningsvrije bouwmogelijkheden, deze vergunning verleend wordt van een duur van maximaal 10 jaar. Op grond van het bepaalde in het (tijdelijke) omgevingsplan zal opnieuw een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden.
Een besluit van het college van burgemeester en wethouders om wel of niet mee te werken aan een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), om bestaande bebouwing of bestaande bebouwingsmogelijkheden op grond van het omgevingsplan/ omgevingswet als pré-mantelzorgwoning in gebruik te nemen;
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de geldende omgevingsplan regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
Een afwijking van de regels in het omgevingsplan waarvoor binnen het omgevingsplan geen afwijkingsbevoegdheden zijn opgenomen;
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadiel;
Een voortschrijdende aandoening ofwel progressieve ziekte is een chronische ziekte die steeds ernstiger wordt. Dit proces kan langzaam of snel gaan. Afhankelijk van de ziekte en haar kenmerken kan de lichamelijke, verstandelijke of psychische toestand van een persoon slechter worden. In sommige gevallen zijn er periodes waarbij de toestand stabiliseert, of zelfs wat verbetert, maar altijd zal de 'neerwaartse spiraal' vroeg of laat weer voortgezet worden. Voor sommige progressieve ziekten is een goede behandeling mogelijk waardoor dit proces kan worden afgeremd of zelfs gestopt. Voor andere van dit soort ziekten geldt dit echter niet;
en of meer personen die in vast verband samenleven (eventueel met hun kinderen) waarbij het samenleven wordt gekenmerkt door continuïteit en verbondenheid;
Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
Een voorstadium van mantelzorg waarbij de aanname is dat de zorgbehoevende binnen een periode van 10 jaar een indicatie van mantelzorgbehoevendheid zal krijgen;
Een persoon, al dan niet met een lichte zorgvraag, die naar verwachting binnen 10 jaar een zorgvraag met indicatie zal hebben waarin middels mantelzorg kan worden voorzien;
Een (zelfstandige) woonruimte van maximaal 100 m² en maximaal één bouwlaag, bewoond door één persoon of één huishouden, in het kader van pré-mantelzorg, welke voldoet aan de geldende wet- en regelgeving;
De leeftijd die door de Rijksoverheid wordt aangehouden als pensioengerechtigde leeftijd op het moment van aanvraag van een pré-mantelzorgwoning;
Er dient sprake te zijn van een (duurzame) sociale relatie (bijvoorbeeld familieband) tussen zorgverlener en zorgontvanger, die maakt dat voor elkaar gezorgd wordt.
Een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door één persoon of één huishouden kan worden bewoond zonder dat deze daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals sanitaire voorzieningen, kookgelegenheid en wasgelegenheid.
Onder de Omgevingswet is de bevoegdheid om medewerking te verlenen aan een tijdelijke pré-mantelzorgwoning opgenomen. Deze basis is geformuleerd in:
- artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
- artikel 4.4 lid 2, 5.1 lid 1 onder a, 5.18 en 5.21 van de Omgevingswet juncto afdeling 8.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en overige artikelen uit de Omgevingswet en bijbehorende regelgeving waarbij een afwijking van het Omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt;
- artikel 5.21, lid 2, sub a en sub b, Omgevingswet;
De aanvrager dient aan de volgende voorwaarden te voldoen om een pré-mantelzorg woning te kunnen realiseren:
Er moet een redelijke verwachting zijn dat binnen 10 jaar na het verkrijgen van de omgevingsvergunning een mantelzorgsituatie ontstaat die een vergunningsvrije mantelzorgwoning mogelijk maakt, zoals bedoeld in het omgevingsplan van gemeente Dantumadiel, met uitzondering van artikel 22.37 lid 2 sub c van de Bruidsschat bij het omgevingsplan;
Een redelijke verwachting als bedoeld in artikel 3.8, wordt onderbouwd met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere sociaal-medische adviseur. In deze medische verklaring wordt aannemelijk gemaakt dat er binnen 10 jaar sprake zal zijn van behoefte aan reguliere mantelzorg. Hiervan kan sprake zijn in het geval van een degeneratieve c.q. voortschrijdende aandoening. De beoordeling van deze zorgindicatie vindt op gelijksoortige wijze plaats als bij de aanvraag van een reguliere mantelzorgwoning. Daarnaast wordt het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd beschouwd als een moment waarop er sprake is van een redelijke verwachting als bedoeld in artikel 3.8;
Indien de partner als bedoeld in artikel 3.10 geen verklaring heeft als bedoeld in artikel 3.9 en deze partner ook nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft, dan mag deze partner ten hoogste 5 jaar jonger zijn dan deze pensioengerechtigde leeftijd om gebruik te kunnen maken van de pré-mantelzorgwoning;
Na beëindiging van de pré-mantelzorgsituatie mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden als woning en moeten, in het geval het bouwwerk niet wordt verwijderd, voorzieningen als een badkamer, een keuken, een slaapkamer e.d. binnen 26 weken verwijderd worden. Uitzondering hierop is het ontstaan van een mantelzorgsituatie als bedoeld in artikel 3.13 lid d;
Met inachtneming van de bouwregels in het omgevingsplan dan wel met een toegepaste afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3.16, mag de maximum oppervlakte van aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen die worden gebruikt als pré-mantelzorgwoning inclusief bijgebouwen ten behoeve van de pré-mantelzorgwoning per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m²;
Er wordt geen medewerking verleend aan de realisatie van een pré-mantelzorgwoning op locaties die op grond van het omgevingsplan van de gemeente Dantumadiel zijn aangeduid met een functie anders dan “Wonen”, “Woongebied” of “Centrum” (indien de centrumfunctie uitsluitend ter uitoefening van de woonfunctie wordt gebruikt);
Naast de onderbouwing, waarin wordt aangegeven dat is voldaan aan de voorwaarden, moet de indiener de volgende informatie/stukken in dienen:
In het besluit tot verlenen van de buitenplanse afwijking (BOPA) van het omgevingsplan voor een pré-mantelzorgwoning vermeldt het college in ieder geval de volgende informatie:
Het college weigert een aanvraag om buitenplanse afwijking van het omgevingsplan voor een pré-mantelzorgwoning indien:
Vast staat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de buitenplanse afwijking zou leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefklimaat in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;
Het college gaat niet eerder tot intrekking van het besluit over, dan dat degene voor wie het besluit tot intrekking wordt genomen bij aangetekende brief is gewaarschuwd dat hij het besluit zal intrekken. Indien voor een door hem te bepalen datum niet zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat alsnog aan de desbetreffende bepalingen van deze beleidsregel wordt voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens het college te doen horen.
Het college kan het besluit intrekken indien:
De vergunning voor de pré-mantelzorgwoning komt te vervallen indien:
9. Meldplicht beëindiging of verandering
In de volgende gevallen wordt de eigenaar van het perceel geacht het gemeentebestuur binnen 4 weken op de hoogte te stellen van het vervallen of stopzetten van de pré-mantelzorgsituatie:
Na het vervallen of intrekken van vergunning voor een pré-mantelzorgwoning, zoals bedoeld in artikel 7 en 8, moet het (vergunde) (bestaande) (tijdelijke) bouwwerk dat dienst deed als pré-mantelzorgwoning binnen 26 weken conform de bepalingen van het (tijdelijk) omgevingsplan weer in gebruik worden genomen of zijn verwijderd. Specifieke voorzieningen welke met het oog op het tijdelijke gebruik als pré-mantelzorgwoning zijn aangebracht (zoals keuken, badkamer en toilet) moeten binnen 26 weken nadat de pré-mantelzorgrelatie is beëindigd, zijn verwijderd;
In afwijking van het bepaalde in artikel 10.4 kan het college in het geval dat de pré- mantelzorgbehoefte door overlijden is komen te vervallen, besluiten dat de bewoning van de pré- mantelzorgwoning door de achterblijvende partner zonder pré-mantelzorgbehoefte voor de duur van maximaal één jaar kan worden voortgezet.
De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning zijn terug te vinden in de op het moment van de aanvraag geldende legesverordening van de gemeente Dantumadiel. Na verlening of weigering van de omgevingsvergunning worden de leges bij de aanvrager om omgevingsvergunning in rekening gebracht;
Een getekend overeenkomst met betrekking tot nadeelcompensatie is een vereiste voor het nemen van een besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een pré-mantelzorgwoning. Zonder een getekende nadeelcompensatieovereenkomst is de economische uitvoerbaarheid van het plan niet gegeven en werkt de gemeente om die reden niet mee. Omdat huisvesting ten behoeve van pré-mantelzorg met name een particulier belang betreft zal in de overeenkomst geregeld worden dat de nadeelcompensatie die zijn oorzaak vindt in het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen geheel voor rekening komt van de verzoeker (aanvrager van de vergunning). Eventuele kosten voor het uitvoeren van een risicoanalyse nadeelcompensatie komen voor rekening van de aanvrager;
Voor pré-mantelzorgwoningen gelden de gewone afbakeningsregels voor verblijfsobjecten zoals beschreven in de Catalogus BAG 2018. Voldoet een pré-mantelzorgwoning aan de criteria van de BAG, dan wordt aan de pré-mantelzorgwoning een adres toegekend. Een officieel huisnummerbesluit wordt gelijktijdig genomen met de afgifte van de tijdelijke omgevingsvergunning. Hierbij krijgt de woning ten behoeve van pré-mantelzorg het huisnummer van de woning waar de pré-mantelzorgunit aan wordt toegevoegd met daarnaast de toevoeging ‘M’. Aan een huisnummerbesluit zijn geen andere rechten te ontlenen dan het voeren van de conform de uitvoeringsvoorschriften aan te brengen nummeraanduiding.
Na het vervallen van de tijdelijke omgevingsvergunning, zonder voortzetting van pre-mantelzorg of bij het verhuizen van de toekomstige mantelzorgverlener of de mantelzorgontvanger wordt het toegekende huisnummer ingetrokken.
Het college kan op basis van artikel 4:84 van de Awb afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels als het volgen van de beleidsregels zou leiden tot gevolgen voor belanghebbenden die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Deze beleidsregel treedt in werking 1 dag na de bekendmaking van het vaststellingsbesluit.
Dit beleidsdocument wordt aangehaald als:
“Beliedsregel pré-mantelsoarchwenjen Dantumadiel 2025”.
BIJLAGE als bedoeld in artikel 4.6 van de beleidsregel
Behorende bij het verzoek om medewerking van het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel bij het realiseren van een pré-mantelzorgwoning als bedoeld in de beleidsregel “Beliedsregel pré-mantelsoarchwenjen Dantumadiel 2025”.
Ondergetekenden verklaren kennis te dragen van de onderstaande gevolgen verbonden aan hun verzoek:
Dat sub d niet van toepassing is indien na het verstrijken van de instandhoudingstermijn voldaan wordt aan de geldende voorschriften voor vergunningsvrije mantelzorgwoningen van het omgevingsplan van gemeente Dantumadiel en er sprake is van mantelzorg, met dien verstande dat na de beëindiging van de vergunningsvrije mantelzorgsituatie de situatie binnen 26 weken weer in overeenstemming moet zijn gebracht met de gebruiksregels van het omgevingsplan;
Zich ervan bewust te zijn dat bij overlijden of verhuizing of anderszins, de achterblijvende partner van de pré-mantelzorgbehoevende de pré-mantelzorgwoning binnen 26 weken moet verlaten, tenzij deze persoon op eigen titel een beroep kan doen op deze beleidsregel, of een geslaagd beroep doet op artikel 10.5 van deze beleidsregel;
_________________________________ [ Plaats ] _________ --_________-- ___________ [ Datum ]
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-475070.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.