Gemeenteblad van Roosendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Roosendaal | Gemeenteblad 2026, 473689 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Roosendaal | Gemeenteblad 2026, 473689 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Roosendaal
gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsplan gemeente Roosendaal - Everlandwegje 2 Roosendaal” d.d. 25‑8‑2026
Overwegende dat:
Besluit;
"Omgevingsplan gemeente Roosendaal - Everlandwegje 2 Roosendaal" opgenomen in Bijlage A wordt ter ontwerp aangeboden.
Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven via officiële bekendmakingen en in het gemeenteblad.
In geval van een definitief besluit vervallen de delen van bestemmingsplannen binnen de pons met identificatie /join/id/regdata/gm1674/2026/c63692bf54d3432882bf09187b589672/nld@2026‑10‑07;13522256.
A
Na afdeling 4.3 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
Deze paragraaf gaat over het aanwijzen van een waarden- en beschermingsgebied en aandachts- en beschermingsgebieden.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het attenderen op mogelijke beperkingen voor activiteiten als gevolg van de waarden- en beschermingsgebieden of aandachts- en beschermingsgebieden.
Er is een 'waarden- en beschermingsgebied Archeologie'.
B
Na artikel 6.6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Het bepaalde in artikel 6.6 geldt uitsluitend als het te bouwen bouwwerk wordt gebruikt, zoals op grond van het omgevingsplan of op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit rechtmatig is toegestaan.
C
Het opschrift van artikel 6.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
D
Het opschrift van artikel 6.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
E
Artikel 6.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De in het omgevingsplan gestelde maten omtrent plaatsing, afstanden, bouwhoogte, bouwgrenzen, bouwvlakken en andere normen mogen worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen, waarbij geldt dat:
de overschrijding van een bouwgrens of bouwvlak niet groter is dan 1,0 meter; en
de overschrijding van de maximale bouwhoogte door ondergeschikte bouwdelen zoals schoorstenen, gasafvoer- en ontluchtingskanalen, luchtbehandelingsinstallaties, antennes, liftopbouwen en dergelijke naar aard en omvang vergelijkbare onderdelen van het gebouw, voldoet aan de volgende voorwaarden:
Voor zover de overschrijding niet voldoet aan het eerste lid onder a gelden in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.116.12 de aanvullende beoordelingsregels:
Het eerste en tweede lid is niet van toepassing op noodtrappen, die zijn zonder omgevingsvergunning -of melding toegestaan.
Indien twijfel bestaat of sprake is van een ondergeschikt bouwdeel, beoordeelt het bevoegd gezag dit aan de hand van de volgende, cumulatief te wegen criteria:
visuele ondergeschiktheid: het onderdeel is ondergeschikt in maat, schaal en hoofdvorm;
functionele ondergeschiktheid: het onderdeel heeft een ondersteunende functie en geen zelfstandige gebruiksruimte;
beperkte ruimtelijke impact: het onderdeel leidt niet tot onevenredige schaduwwerking, hinder of aantasting van het straat‑ en gevelbeeld; en
noodzakelijkheid: het onderdeel is noodzakelijk voor bouwfysische, installatietechnische of ontsluitingsfuncties.
F
Het opschrift van artikel 6.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
G
Het opschrift van artikel 6.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
H
Artikel 6.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op de aanvraagvereisten in artikel 22.35 geldt dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot het bouwen van een bouwwerk, voor de toetsing aan dit omgevingsplan, tevens de volgende gegevens en bescheiden worden verstrekt:
voor het toetsen aan de regels met betrekking tot redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota inclusief beeldkwaliteitsplannen, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: indien dat naar het oordeel van het college en burgemeester en wethouders nodig is: monsters van gevelstenen, dakpannen of andere toe te passen bouwmaterialen.
ten aanzien van parkeer- en stallingsnormen, de aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 6.166.17;
een motivering dat voldaan wordt aan de aanvaardbaarheid zoals genoemd in artikel 6.116.12, vierde lid; en
overige rapporten die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
I
Het opschrift van artikel 6.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
J
Het opschrift van artikel 6.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
K
Artikel 6.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen, wordt aanvullend op de beoordelingsregels in artikel 6.116.12, ook voldaan aan de parkeer- en stallingsnormen voor het beoogde gebruik van het gebouw waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is. De normen zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen of de rechtsopvolger daarvan, zoals deze geldt op het moment dat een ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag wordt ingediend.
L
Artikel 6.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.126.13 worden bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen voor de toetsing aan de parkeer- en stallingsnormen in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een opgave van het aantal (hoofd)gebouwen;
een opgave van het beoogd gebruik van de verschillende ruimtes in het (hoofd)gebouw;
een opgave van het brutovloeroppervlak van de verschillende ruimtes in het (hoofd)gebouw;
een berekening van de parkeerbalans met het benodigd aantal parkeer- en stallingsplaatsen, zoals bepaald in artikel 6.156.16, en het aantal parkeer- en stallingsplaatsen dat gerealiseerd wordt; en
een tekening van de situering van de parkeer- en stallingsplaatsen.
M
Artikel 6.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt als voorschrift opgenomen dat de benodigde parkeer- en stallingsvoorzieningen, als bedoeld in artikel 6.156.16 worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.
N
Artikel 6.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met een maatwerkvoorschrift kan door het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken van de parkeer- en stallingsnormen, zoals deze zijn bepaald in artikel 6.156.16, onder de voorwaarden, zoals deze opgenomen zijn in de geldende Nota parkeernormen of de rechtsopvolger daarvan.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders met een maatwerkvoorschrift, conform de geldende Nota parkeernormen of de rechtsopvolger daarvan, in bepaalde gebieden andere vervoersconcepten toestaan, waardoor minder parkeerruimte nodig is.
Maatwerkvoorschriften worden opgenomen in een maatwerkbesluit of in een omgevingsvergunning.
O
Het opschrift van artikel 6.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
P
Het opschrift van artikel 6.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Q
Artikel 6.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen op de locatie 'minimum waterbergingseis', wordt aanvullend op de beoordelingsregels in artikel 6.116.12 ook voldaan aan de onderstaande leden.
Op de locatie 'minimum waterbergingseis' geldt de daar aangegeven waarde als minimale waterbergingseis.
De waterbergingsvoorziening wordt zodanig ontworpen en aangelegd dat:
R
Artikel 6.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.126.13 worden bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende gegevens en bescheiden verstrekt voor de waterberging:
een situatietekening:
een technische uitwerking waterberging:
lediging en functioneren: een toelichting waaruit blijkt dat:
een beheer- en onderhoudsplan; en
indien infiltratie wordt toegepast:
een korte beschrijving van de bodemopbouw en doorlatendheid (bijv. uit bestaand bodemonderzoek); en
indien wordt afgeweken van de standaardinvulling van waterberging een motivering van gelijkwaardigheid en een onderbouwing dat de voorgestelde maatregel minimaal hetzelfde waterbergend effect heeft als vereist.
S
Het opschrift van artikel 6.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
T
Voor paragraaf 6.3.1 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
U
Het opschrift van paragraaf 6.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
V
Het opschrift van artikel 6.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
W
Het opschrift van paragraaf 6.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
X
Het opschrift van artikel 6.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Y
Het opschrift van artikel 6.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Z
Artikel 6.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor een dakkapel dat niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 6.266.27 gelden, in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.116.12, de onderstaande leden.
De dakkapel voldoet aan de regels van de Welstandsnota, of de rechtsopvolger daarvan, zoals deze geldt op het moment waarop de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend.
De hoogte van de dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, maximaal 1,75 meter.
De afstand van de onderzijde van de dakkapel tot de voet van het dakvlak is minimaal 0,5 meter én maximaal 1 meter.
De afstand van de bovenzijde van de dakkapel tot de daknok is minimaal 0,5 meter.
De afstand van de dakkapel tot de zijkant van het dakvlak is minimaal 0,5 meter.
De dakkapel is voorzien van een plat dak.
AA
Het opschrift van paragraaf 6.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BB
Het opschrift van artikel 6.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CC
Het opschrift van artikel 6.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DD
Het opschrift van paragraaf 6.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EE
Het opschrift van artikel 6.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FF
Het opschrift van artikel 6.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GG
Artikel 6.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HH
Het opschrift van paragraaf 6.3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
II
Artikel 6.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken in het openbaar gebied anders dan geregeld in paragraaf 6.3.36.3.4 en paragraaf 6.3.46.3.5 én die niet voldoen aan de regels in artikel 2.29 Bbl.
JJ
Het opschrift van artikel 6.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KK
Het opschrift van artikel 6.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LL
Het opschrift van artikel 6.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MM
Artikel 6.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.116.12 gelden voor een hoofdgebouw de beoordelingsregels in onderstaande leden.
Een hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnen de locatie 'bouwvlak'.
Per bouwperceel mag maximaal één hoofdgebouw worden gebouwd binnen het bouwvlak.
Ter plaatse van een van onderstaande locaties zijn de daar aangewezen bebouwingstypen uitsluitend toegestaan, hierin worden de volgende bebouwingstypen onderscheiden:
op de locatie 'aaneengebouwd' aaneen gebouwde hoofdgebouwen;
op de locatie 'twee-aaneen' twee-aaneen gebouwde hoofdgebouwen;
op de locatie 'vrijstaand' vrijstaande hoofdgebouwen; en
op de locatie 'gestapeld' hoofdgebouwen met gestapelde woningen.
Op de locatie 'maximum goothoogte' geldt de daar aangegeven waarde als maximale goothoogte.
Op de locatie 'maximum bouwhoogte' geldt de daar aangegeven waarde als maximale bouwhoogte.
Op de locatie 'maximum inhoud' geldt de daar aangegeven waarde als maximale inhoudsmaat.
De afstand van een hoofdgebouw, op de locatie 'twee-aaneen', tot de zijdelingse perceelsgrens is aan één zijde minimaal 3 meter.
De afstand van een hoofdgebouw, op de locatie 'vrijstaand', tot de zijdelingse perceelsgrens is aan beide zijden minimaal 3 meter.
NN
Het opschrift van artikel 6.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OO
Artikel 6.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op het bepaalde in artikelen 22.27 en 22.36 is het bouwen van een bijbehorend bouwwerk zonder vergunning toegestaan indien is voldaan aan de voorwaarden in onderstaande leden.
In afwijking van het eerste lid geldt ter plaatse van de omgevingsnorm 'maximum bouwhoogte' de daar aangegeven waarde als maximum bouwhoogte.
Een bijbehorende bouwwerk is toegestaan op de locatie 'erf'.
Een bijbehorend bouwwerk moet op een afstand van minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd.
PP
Het opschrift van artikel 6.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het opschrift van artikel 6.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RR
Artikel 6.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.116.12, geldt voor een aangebouwd bijbehorend bouwwerk voor de voorgevel van een hoofdgebouw op de locatie 'voor- en/of zijtuin' de onderstaande beoordelingsregels.
De diepte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, gemeten loodrecht vanaf de zijgevel van het hoofdgebouw, is maximaal 3 meter.
De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is maximaal 30 cm boven de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw.
In afwijking van het derde lid geldt op de locatie 'maximum bouwhoogte' de daar aangegeven waarde als maximale bouwhoogte.
De afstand van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot de voorste perceelsgrens is minimaal 3 meter.
In aanvulling op het achtste lid van artikel 6.436.44, mag maximaal 50% van de locatie 'voor- en/of zijtuin' worden bebouwd.
SS
Artikel 6.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.116.12, geldt voor een aangebouwd bijbehorend bouwwerk aan de zijgevel van een hoofdgebouw op de locatie 'voor- en/of zijtuin' de onderstaande beoordelingsregels.
De diepte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, gemeten loodrecht vanaf de zijgevel van het hoofdgebouw, is maximaal 3 meter.
De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is maximaal 30 cm boven de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw.
In afwijking van het derde lid geldt op de locatie 'maximum bouwhoogte' de daar aangegeven waarde als maximale bouwhoogte.
De afstand van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 1 meter.
De afstand van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw is minimaal 3 meter.
In afwijking van het vijfde lid mag het aangebouwd bijbehorend bouwwerk ook in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd.
In aanvulling op zesde lid en artikel 6.426.43, mag maximaal 50% van de locatie 'voor- en/of zijtuin' worden bebouwd.
TT
Het opschrift van artikel 6.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UU
Het opschrift van artikel 6.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VV
Artikel 10.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 6.116.12 gelden voor geluidgevoelige gebouwen de beoordelingsregels in onderstaande leden.
Het toelaten en realiseren van een geluidgevoelig gebouw is toegestaan indien wordt voldaan aan de geluidwaarden die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing zijn.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is een hogere geluidwaarde toegestaan als met een akoestisch onderzoek is aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat.
In aanvulling op het bepaalde in het derde lid wordt voor geluidgevoelige gebouwen een maximum gezamenlijk geluid voor het gezamenlijke geluid op de gevel aanvaardbaar geacht van de op de locatie aangegeven maximum geluidniveau, mits voldaan wordt aan de voorwaarden in artikel 10.4.
WW
Hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze afdeling gaat over activiteiten in een waarden- en/of beschermingsgebied.
De regels in deze afdeling zijn opgesteld met het oog op het beschermen, behouden, beheren en waar nodig herstellen van de aan dit gebied toegekende waarden en voorzieningen, en het voorkomen van onevenredige aantasting daarvan.
Deze afdeling gaat over activiteiten in een waarden- en beschermingsgebied Archeologie.
De regels in deze afdeling zijn opgesteld met het oog op:
de bescherming van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden;
het behoud van de in de grond aanwezig of verwachte archeologische waarden; en
het onderzoeken van in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden.
Op de locatie archeologie 1 zijn bouwwerken toegestaan met een oppervlakte van maximaal 50 m2 en een maximale diepte van 0,5 meter beneden maaiveld.
Op de locatie archeologie 2 zijn bouwwerken toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100 m2 en een maximale diepte van 0,5 meter beneden maaiveld.
Op de locatie archeologie 3 zijn bouwwerken toegestaan met een oppervlakte van maximaal 500 m2 en een maximale diepte van 0,5 meter beneden maaiveld.
Het is verboden om op de locatie archeologische waarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 22.26, bouwwerken te bouwen groter of dieper dan de genoemde oppervlakte of diepte aangegeven in artikel 12.5.
In de omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden opgenomen worden op welke wijze de archeologische waarde moet worden beschermd.
De omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 12.8, eventueel in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 22.29.
Het verbod in artikel 12.6 geldt niet voor:
De bouwwerken mogen alleen worden gebouwd, nadat een, door burgemeester en wethouders aan te wijzen, deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg een positief archeologisch advies heeft gegeven of in kan stemmen met de conclusies in een archeologisch onderzoek.
Voldaan wordt aan één van de onderstaande, door burgemeester en wethouders aangewezen deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, vastgestelde criteria:
op de locatie zijn geen archeologische waarden (meer) aanwezig;
op de locatie worden de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig geschaad;
technische maatregelen kunnen worden getroffen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
archeologisch onderzoek door middel van opgraving wordt uitgevoerd; of
de bouw van het bouwwerk wordt begeleid door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen op de locatie archeologische waarden wordt, eventueel in aanvulling op de aanvraagvereisten in artikel 22.36, in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in artikel 12.8 eerste lid.
In de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden opgenomen ten aanzien van de wijze waarop de archeologische waarde moet worden beschermd als gevolg van het vastgestelde criterium, zoals bedoeld in artikel 12.8, tweede lid door de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Op de locatie archeologie 1 is het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid toegestaan met een maximaal oppervlakte van 50 m2 en een maximale diepte van 0,5 meter beneden maaiveld.
Op de locatie archeologie 2 is het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid toegestaan met een maximaal oppervlakte van 50 m2 en een maximale diepte van 0,5 meter beneden maaiveld.
Op de locatie archeologie 3 is het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid toegestaan met een maximaal oppervlakte van 50 m2 en een maximale diepte van 0,5 meter beneden maaiveld.
In aanvulling op het bepaalde in de voorgaande leden, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheid voor zover die kunnen worden gerekend tot het normale onderhoud of beheer.
Het is verboden om op de locatie archeologische waarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken, niet zijnde bouwwerken of werkzaamheden uit te voeren in strijd met artikel 12.11.
In de omgevingsvergunning, als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden opgenomen worden over de wijze waarop de archeologische waarde moet worden beschermd.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor werken, niet zijnde bouwwerken of werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 12.13.
Het uitvoeren van werken, niet zijnde bouwwerken of werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd, nadat een, door burgemeester en wethouders aan te wijzen, deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg een positief archeologisch advies heeft gegeven of in kan stemmen de conclusies in een archeologisch onderzoek.
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning mits door een, door burgemeester en wethouders aan te wijzen, deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, het volgende in één van de onderstaande leden, is bepaald:
dat op de locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
dat op de locatie de archeologische waarden door de uitvoering van een werk of werkzaamheden, niet zijnde bouwwerken niet onevenredig worden geschaad;
dat technische maatregelen kunnen worden getroffen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
dat archeologisch onderzoek door middel van opgraving wordt uitgevoerd;
dat het uitvoeren van een werk of werkzaamheden, niet zijnde bouwwerken wordt begeleid door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, niet zijnde bouwwerken of werkzaamheden op de locatie archeologische waarden worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in artikel 12.13 eerste lid.
XX
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm1674/2026/ced318e215c840c6bd0fd4dd122f6fa2/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/d88bcaf270094a008d5a885c0de17fbb/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/572e74ac67e74f1cac8aedcb88347745/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/03060c50a922476bb97fbefa8772743e/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/03060c50a922476bb97fbefa8772743e/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/95b997c3a99e4b2690fcac75aeec8668/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/95b997c3a99e4b2690fcac75aeec8668/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/412a91dac625489bab68398d6c94fae4/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/412a91dac625489bab68398d6c94fae4/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/802dba8156b849fca7dd18bca4306ffb/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/802dba8156b849fca7dd18bca4306ffb/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/7d17dc1c84d341a2ae8d0f6e50a190f4/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/7d17dc1c84d341a2ae8d0f6e50a190f4/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/795bf9f1cd234686a5287734824caa1c/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/7dfd0f19d3784980bc0ff0f9b8069ddf/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/7dfd0f19d3784980bc0ff0f9b8069ddf/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/bc488fe4e2224421bf4d58942122d19d/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/2996e8315b3545e79855d37c412d0c12/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/2996e8315b3545e79855d37c412d0c12/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/2c0dbf240b3f41deb16fd0aee7a6cefe/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/6173c36e576b47f58e39591d6f465881/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/6173c36e576b47f58e39591d6f465881/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/4c94e7c7d6bd4b5281e1c59e5fb9923d/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/eba4f1a0106447c2be7fc1b4be835886/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/eba4f1a0106447c2be7fc1b4be835886/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/eb5f83b05b724dc8a2c78ee2953e191b/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/5e049ab97e6a4dd199f6737cd156b187/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/5e049ab97e6a4dd199f6737cd156b187/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/521cad2cc9254aab984e6c7e75054b7d/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/4eff2f60e43f4f8cb5549ab4cf386bb1/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/4eff2f60e43f4f8cb5549ab4cf386bb1/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/6d125f90b3444d798fa6284b528c1d41/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/6d125f90b3444d798fa6284b528c1d41/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/12f5d7a3b817485b887812da8edb020f/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/regdata/gm1674/2026/f18954d7bc0b49a8807fe50a9c414d50/nld@2026‑10‑05;14175412
/join/id/regdata/gm1674/2026/f18954d7bc0b49a8807fe50a9c414d50/nld@2026‑10‑07;13522256
YY
Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de toepassing op alle hoofdstukken met uitzondering van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:
een beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteit die op kleine schaal in een woning en/of daarbij bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend. De activiteiten zijn niet publieksgericht en hebben een ruimtelijke uitstraling die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse;
van de openbare weg af gekeerde zijde van een gebouw;
een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin mantelzorg is ondergebracht;
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie, gas, water en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen en zendmasten;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
het percentage van een bouwperceel of gedeelte daarvan, dat ten hoogste mag worden bebouwd;
een gebouw, geheel of gedeeltelijk gebruikt om daarin voor derden tegen vergoeding elektronische berichtenverkeer, zoals (internationaal) telefoonverkeer, dan wel aanverwante activiteiten te doen plaatsvinden;
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
een activiteit die betrekking heeft op het bouwen van een bouwwerk;
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk;
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige of functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, en dat bestaat uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken, geen gebouwen zijn zen vergunningvrije bouwwerken zijn toegelaten;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak waar (hoofd)gebouwen zijn toegelaten;
een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal, of ander materiaal die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Inclusief de daarvan deel uitmakende bouwwerk gebonden installaties;
een bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel van een gebouw is;
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich tussen de dakvoet en de daknok van een dakvlak bevindt;
de horizontale snijlijn van twee dakvlakken ofwel bovenste rand van een hoogste punt van een schuin dak;
een schuin nagenoeg plat of gebogen onderdeel van een dak;
de afsluiting van het dakvlak aan de onderzijde van het dak: de dakvoet is het laagste punt van het hellend dak (schuin dak);
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- en/of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt mede begrepen: een afhaalservice zonder de mogelijkheid om ter plaatse te consumeren;
alle systemen en constructies die een functie hebben in het proces van transport, transformatie en distributie van elektrische energie van een aansluitpunt van het energiebedrijf naar stroomgebruikende objecten, zoals bedrijven, of woningen;
een gebouw bedoeld voor de stalling van vervoermiddelen en voor de berging van niet voor handel en distributie bestemde goederen. Een berging of garage is geen verblijfsruimte;
een bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
het totale oppervlak van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de dragende wanden, zoals bedoeld in NEN 2580;
de gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid;
een afgebakend geografisch gebied vastgelegd door coördinaten, waarop specifieke regels van toepassing zijn;
een zijde van een gebouw;
een bouwkundige tekening die de buitenzijde van een gebouw weergeeft;
wonen in een kleinschalige huiselijke setting met begeleiding, waarbij de nadruk niet ligt op zorg maar op wonen;
een woonvorm waarbij bewoning verwantschap heeft met bewoning in gezinsverband of een vorm van een vast samenlevingsverband, waarbij de bewoners eventueel begeleid worden;
het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen de uitstalling ter verkoop, ter huur, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen die het maatschappelijk verkeer worden aangeduid als smart- en growproducten aan tussenhandelaren of verwerkende bedrijven die deze goederen kopen respectievelijk huren voor gebruik, verbruik of aanwending in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit met dien verstande dat het niet is toegestaan om in groothandel detailhandel te bedrijven;
een al dan niet zelfstandige ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, en of leveren van kweekbenodigdheden (zoals potgrond, mest meststoffen, bestrijdingsmiddelen, lampen, ventilatiesystemen, waterpompen) voor psychotrope stoffen, aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan een growshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'growshop';
een gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten, die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkste is;
een persoon of groep personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn, waarbij sprake is van de continuïteit in de samenstelling ervan en die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
het in gebruik (laten) hebben van een (gedeelte van een) hoofdgebouw door een persoon die geen deel uitmaakt van het huishouden van de rechthebbende op dat hoofdgebouw en die verblijft in onzelfstandige woonruimten, al dan niet gebruik makend van gemeenschappelijke voorzieningen;
de bovenkant van een terrein dat een bouwwerk omgeeft;
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
ondergeschikt deel aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen en liftopbouwen;
activiteit die feitelijk een andere hoofdactiviteit ondersteunt en hier functioneel aan ondergeschikt is;
een woonruimte zonder eigen toegang en waarbij de bewoners afhankelijk zijn van wezenlijke voorzieningen (zoals sanitaire ruimten of keuken) buiten die woonruimte;
gronden die worden ingericht en beheerd ten behoeve van openbare voorzieningen zoals wegen, groen, speelvoorzieningen en water;
de situatie waarbij het gebruik van een woning of woonruimte door een zodanig aantal bewoners dat dit, gelet op de oppervlakte, indeling of het aantal verblijfsruimten van die woning of woonruimte, leidt tot een onevenredige belasting van het woon- en leefklimaat, de gezondheid of veiligheid van bewoners of de fysieke leefomgeving;
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
voor een bouwwerk in of op het water: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);
een bouwkundige tekening die een bovenaanzicht geeft van een gebouw, verdieping of ruimte, alsof het horizontaal is doorgesneden en het dak is verwijderd;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
een gebied of constructie die tijdelijk water bergt bij hevige regenval of hoge waterstanden om zo overstromingen stroomafwaarts te voorkomen;
de denkbeeldige lijn die, in beginsel, bij het bouwen niet mag worden overschreden. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de voorgevelrooilijn, achtergevelrooilijn en zijgevelrooilijn;
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoning van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
een bouwkundige tekening die op schaal de precieze locatie van een bouwwerk of initiatief op een perceel aangeeft;
een al dan niet zelfstandige ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en/of leveren van psychotrope stoffen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan smartshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'smartshop';
een gebouwde of ongebouwde voorziening ten behoeve van het spelen van kinderen of uitoefenen van sportactiviteiten, zoals: klim- en speelhuisjes, klimrekken, schommels, glijbanen, speelhutten, ballenvangers, doeltjes, basketbalpalen en urban gym;
naar de openbare weg gekeerde zijde van een gebouw;
het tijdelijk vasthouden van hemelwater in de daarvoor bestemde voorziening of gebied, met het doel wateroverlast te voorkomen en het watersysteem te ontlasten, waarbij het opgevangen water na een neerslaggebeurtenis wordt geïnfiltreerd, hergebruikt of vertraagd afgevoerd
een voorziening ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit;
het gehuisvest zijn in een woning;
een complex van ruimten dat naar zijn aard en inrichting bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
een bestaande woning die wordt gewijzigd naar twee of meer afzonderlijke zelfstandige woningen (met eigen keuken, sanitair en toegang);
het totaal van alle gebouwen of delen van gebouwen met een woonfunctie in de gemeente;
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
een woning met een eigen toegang en die de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals sanitair en keuken buiten de woning.
ZZ
Voor sectie 1.1 worden vijf secties ingevoegd, luidende:
Het omgevingsplan is één van de instrumenten van de Omgevingswet. De Omgevingswet is de wet die alles regelt voor de ruimte waarin we wonen en werken: de fysieke leefomgeving. Het doel van de Omgevingswet is het vinden van een goede balans tussen het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en gebruik en ontwikkeling van die fysieke leefomgeving (beschermen en benutten). Op gemeentelijk niveau zijn deze regels opgenomen in het omgevingsplan.
Het omgevingsplan is het juridische instrument dat de gemeente de mogelijkheid biedt om activiteiten in de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving te regelen. Het omgevingsplan is rechtstreeks bindend voor burgers, bedrijven én de overheid. Dit betekent dat het omgevingsplan voor iedereen beschrijft welke activiteiten op welke locatie, en onder welke voorwaarden kunnen plaatsvinden.
Het omgevingsplan heeft het karakter van een verordening, maar verschilt ook van (andere) gemeentelijke verordeningen. Het omgevingsplan bevat namelijk naast algemene, overal geldende regels, ook veel regels die gelden voor een specifieke locatie (locatiegericht). Het ‘Omgevingsplan gemeente Roosendaal’ geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Roosendaal. De Omgevingswet gaat uit van één samenhangend en actueel omgevingsplan per gemeente.
Iedere wijziging van het omgevingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
Het omgevingsplan bevat regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving én activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit zijn bijvoorbeeld regels voor het bouwen van een woning. Maar ook regels voor het kappen van een boom. Of regels voor de maximaal toegestane hoeveelheid geluid op een bepaalde plek. Daarbij worden alleen die activiteiten geregeld die voor de zorg van de fysieke leefomgeving nodig zijn. Niet voor elke activiteit met een (mogelijk) gevolg voor de fysieke leefomgeving zijn regels nodig. Regels worden alleen gesteld als de zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving daarom vraagt.
De regels in het omgevingsplan moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Hierbij wordt de schaarse ruimte op een zo goed mogelijke wijze verdeeld, ingericht en benut. Dit betekent bijvoorbeeld dat er een balans moet bestaan tussen de mogelijkheid om een gebied te gebruiken en tegelijkertijd kwetsbare onderdelen te beschermen.
Het omgevingsplan vervangt o.a. debestemmingsplannen uit de Wet ruimtelijke ordening. Anders dan de voormalige bestemmingsplannen, beperkt het omgevingsplan zich niet tot planologische aspecten (bouwen en gebruiken van bouwwerken). Het omgevingsplan bevat ook regels over andere activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat in het omgevingsplan ook regels over onder andere het milieu worden gesteld of klimaat en duurzaamheid.
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 kregen de gemeenten een omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. Het tijdelijke deel bestaat uit alle ruimtelijke regels (bestemmingsplannen, , wijzigings- en uitwerkingsplannen) en delen van gemeentelijke verordeningen en een groot aantal rijksregels voor bouwen en milieu die gedecentraliseerd zijn (bruidsschat).
De gemeente moet de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan omzetten naar regels in het nieuwe, permanente omgevingsplan. De overgang naar één omgevingsplan voor heel de gemeente Roosendaal is een zeer omvangrijke wijziging van het gemeentelijk omgevingsrecht. Het verhuizen van deze regels zal niet in één keer plaatsvinden, maar in stappen. Het Rijk geeft gemeenten tot 1 januari 2032 de tijd om deze opgave te realiseren. Daarbij moeten de bestaande ruimtelijke regels omgezet worden naar activiteitgerichte regels en nieuwe regels opgesteld voor onderwerpen die zijn toegevoegd aan de scope van het omgevingsplan.
Om het omgevingsplan goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk om inzicht te krijgen in de achterliggende gedachten: welke doelen worden gediend en welke afwegingen zijn gemaakt? Deze toelichting motiveert de gemaakte keuzes en verantwoordt de gemaakte afwegingen. De toelichting van het omgevingsplan bestaat uit een algemeen deel (algemene toelichting) en een artikelsgewijs gedeelte (artikelsgewijze toelichting).
Het algemene deel van de toelichting geeft inzicht in de achtergronden van het omgevingsplan. Daarbij gaat de toelichting in op de plaats van het omgevingsplan binnen het stelsel van de Omgevingswet en de relatie met andere instrumenten die invloed hebben op het omgevingsplan. Verder beschrijft het algemene deel van de toelichting het proces tot wijziging van het omgevingsplan, de transitie naar één omgevingsplan en de regelkwalificaties die binnen het omgevingsplan kunnen worden toegepast.
In het artikelsgewijze deel wordt (voor zover nodig) per artikel uitgelegd wat de concrete strekking ervan is, en welke specifieke doelen bij de regels in het artikel zijn gesteld. In sommige gevallen bevat die artikelsgewijze uitleg ook een juridische of beleidsmatige onderbouwing.
De toelichting bevat niet de volledige bestuurlijke en inhoudelijke onderbouwing van de besluiten waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd. Daarvoor dient de motivering bij het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. In die motivering wordt specifiek verantwoord of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze motiveringen zijn te raadplegen via de wijzigingsbesluiten op officielebekendmakingen.nl.
AAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFF
Voor sectie 2.1 worden vijf secties ingevoegd, luidende:
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet kreeg iedere gemeente automatisch een omgevingsplan van rechtswege. Dit noemen we het tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijke deel moet worden omgezet in een permanent omgevingsplan. Daarnaast moet dit omgevingsplan kunnen worden aangepast aan nieuwe beleidsinzichten voor de fysieke omgeving en nieuwe (gewenste) functies en activiteiten in de fysieke leefomgeving. De gemeenteraad kan het omgevingsplan aanpassen door het nemen van een besluit tot wijziging van het omgevingsplan. De gemeente betrekt de belangen van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden bij de wijziging van het omgevingsplan.
Ontwikkelingen die in strijd zijn met het omgevingsplan maar wel wenselijk geacht, kunnen op twee manieren mogelijk worden gemaakt. Naast het wijzigen van het omgevingsplan, is het mogelijk om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) te verlenen.
Openbare voorbereidingsprocedure
De procedurebepalingen voor het wijzigen van een omgevingsplan staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afgekort de UOV) van afdeling 3.4 van de Awb. De UOV is een uitgebreide besluitprocedure, waar men de kans heeft om een zienswijze in te dienen. De gemeente maakt eerst een ontwerp van het omgevingsplan. Dit ontwerp ligt zes weken ter inzage, zodat iedereen het plan kan bekijken. In deze periode kunnen inwoners en andere belanghebbenden een zienswijze indienen. De gemeente bekijkt alle zienswijzen en weegt deze mee bij het vaststellen van het omgevingsplan. Daarna stelt de gemeente het omgevingsplan definitief vast en maakt zij bekend wat er met de zienswijzen is gedaan. Tegen het vastgestelde omgevingsplan kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank.
Participatie
Bij het maken van een omgevingsplan betrekt de gemeente Roosendaal inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden voordat de formele procedure begint. Dit heet participatie. De gemeente informeert hen op tijd en geeft de mogelijkheid om mee te denken of om te reageren op het plan. Hoe de participatie wordt vormgegeven, hangt af van het plan en wordt bepaald volgens de Participatieverordening van Roosendaal. Bij het vaststellen van het omgevingsplan legt de gemeente uit hoe de participatie is verlopen en wat er met de reacties is gedaan.
Een besluit waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd bestaat uit de volgende onderdelen:
Lichaam: dit is de kern van het wijzigingsbesluit waarin in ieder geval wordt vermeld op welke wijze het omgevingsplan wordt gewijzigd (artikel I) en op welke datum deze wijziging in werking treedt (Artikel II). De feitelijke wijzigingen worden weergegeven in een bijlage bij artikel I. Artikel III wordt vaak gebruikt als pons.
Sluiting: in dit onderdeel van het wijzigingsbesluit wordt vermeld op welke datum de gemeenteraad heeft besloten op de wijziging van het omgevingsplan.
Bijlagen: hierin wordt de bijlage bij artikel I van het wijzigingsbesluit opgenomen, vergelijkbaar met een wetswijziging of de wijziging van een verordening. De bijlage bij artikel I bevat de wijzigingen in de juridische regels, geografische informatieobjecten en artikelsgewijze toelichting.
Hierin wordt aangegeven welke juridische regels er worden toegevoegd, geschrapt, gewijzigd of vervangen door andere regels. We noemen dit de renvooiservice (was-wordt weergave). Ook wordt als onderdeel van de regels vastgelegd voor welke locatie(s) de regels gelden. Dit wordt het werkingsgebied van een regel genoemd. Een werkingsgebied is een zogenaamd geografisch informatieobject (GIO). Dit kan het gehele gemeentelijke grondgebied zijn (het ambtsgebied van de gemeente), maar ook één of meerdere delen van het grondgebied. Regels kunnen zo per locatie (per gebied, per perceel of delen daarvan) verschillen. Als een wijziging van het omgevingsplan nieuwe of gewijzigde geografische informatieobjecten bevat, worden deze bij het besluit meegeleverd. De gewijzigde GIO's worden weergegeven in Bijlage I (Overzicht Informatieobjecten) bij het omgevingsplan. Tot slot wordt aangegeven welke wijzigingen er worden aangebracht in de artikelsgewijze toelichting en de algemene toelichting. De artikelsgewijze toelichting beschrijft op welke wijze het betreffende artikel geïnterpreteerd moet worden. Bij elke aanpassing van regels in het omgevingsplan wordt ook de artikelsgewijze toelichting op die regels geactualiseerd en opgenomen bij de geconsolideerde, digitaal raadpleegbare versie van het omgevingsplan. De algemene toelichting bevat achtergrondinformatie over het omgevingsplan. Daarin wordt onder meer beschreven wat de plaats en rol van het omgevingsplan is binnen de beleidscyclus en hoe dit in de praktijk wordt toegepast.
Motivering: een laatste onderdeel van het wijzigingsbesluit is de motivering, waarin gemotiveerd wordt om welke redenen het omgevingsplan wordt aangepast en hoe de wijziging bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij wordt verwezen naar voor die aanpassingen relevant beleid uit de omgevingsvisie van gemeente, provincie of Rijk. Er wordt toegelicht op welke wijze gevolg is gegeven aan de relevante instructieregels van de provincie en het Rijk. Daarnaast wordt gemotiveerd om welke redenen het besluit voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en er wordt aandacht geschonken aan de wijze waarop met participatie en ingediende zienswijzen is omgegaan. Bij de motivering kunnen ook onderzoeksgegevens en documenten als bijlage zijn gevoegd.
De verplichting tot het motiveren van het besluit staat in artikel 3:46 van de Awb. In dit artikel staat dat het besluit van het bevoegd gezag moet berusten op een deugdelijke motivering. Hoe die motivering eruit moet zien, is niet in de wet vastgelegd.
De bij een besluit tot wijziging van een omgevingsplan opgenomen motivering en de daarbij behorende gegevens en documenten over bijvoorbeeld onderzoeken en zienswijzen, maken geen deel uit van het omgevingsplan zelf. Dat geldt ook voor de algemene toelichting bij het omgevingsplan. Deze algemene toelichting bij het omgevingsplan en de motivering bij een wijzigingsbesluit zijn niet juridisch bindend. Wel kunnen de motivering bij het wijzigingsbesluit en de algemene toelichting bij het omgevingsplan een doorslaggevende rol spelen bij de interpretatie van de regels van het omgevingsplan.
De algemene toelichting op het omgevingsplan gaat over de gehele regeling in het omgevingsplan en de artikelsgewijze toelichting over de individuele regels binnen die regeling. De toelichting onderbouwt de in de regels gemaakte keuzes. Deze toelichting bevat niet de volledige onderbouwing van de rechtsgevolgen van het omgevingsplan. Dat is ook niet mogelijk. Het omgevingsplan bevat namelijk niet alleen algemene, overal geldende regels, maar ook locatiegerichte regels. Vooral regels in het omgevingsplan die gaan over het planologisch gebruik van gronden en bouwwerken zijn locatiegerichte regels. Deze locatiegerichte regels bepalen welke vormen van planologisch gebruik en welke bouwmogelijkheden op een locatie zijn toegestaan.
Het rechtsgevolg van een op een bepaalde locatie geldende (locatiegerichte) regel is niet in zijn algemeenheid te onderbouwen. De rechtsgevolgen van een locatiegerichte regel worden onderbouwd in de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan voor die locatiegerichte regeling. Daarbij kan vaak (voor een deel) worden teruggevallen op de algemene of artikelsgewijze toelichting. De keuze dat op een specifieke locatie een detailhandelsbedrijf mag komen, wordt dus niet onderbouwd in de algemene toelichting. Dit wordt onderbouwd in de motivering van het wijzigingsbesluit waarmee het betreffende gebouw en het gebruik daarvan voor een detailhandelsbedrijf op de betreffende locatie worden toegestaan. In de motivering van het wijzigingsbesluit kan worden volstaan met aan te geven hoe de concrete keuze voor een detailhandelsbedrijf op een specifieke locatie zich verhoudt tot het algemene beleid. De (milieu)onderzoeken en andere bijlagen die het besluit motiveren, worden aan die motivering van het wijzigingsbesluit gekoppeld.
Wanneer sprake is van regels die overal binnen de gemeente gelden, zal de motivering vaak bestaan uit een toelichting die onderdeel van het algemene en artikelsgewijze deel van de toelichting moet worden. Zo zal bij de regels over onderwerpen die overal binnen de gemeente gaan gelden, zoals regels over milieubelastende activiteiten, de algemene of artikelsgewijze toelichting een groot deel van de inhoudelijke motivering bevatten.
Ook de onderbouwing van de algemene planologische gebruiks- en bouwregels vindt plaats in de algemene toelichting.
Vooral bij wijzigingsbesluiten waarin nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of nieuw beleid wordt geïmplementeerd is een uitgebreide aanvullende motivering nodig.
De procedurebepalingen voor het wijzigen van een omgevingsplan staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Omgevingswet biedt de gemeente de mogelijkheid om een voorbereidingsbesluit vast te stellen, waarmee ‘voorbeschermingsregels’ in het omgevingsplan worden opgenomen. Met deze voorbeschermingsregels kan de gemeente een gebied beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen. De voorbeschermingsregels vervallen na anderhalf jaar. Binnen deze periode moet de gemeenteraad een wijziging van het omgevingsplan vaststellen.
De procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan bestaat grofweg uit drie fasen: voorbereiding, ontwerp-omgevingsplan (zienswijzeprocedure) en vaststelling omgevingsplan.
Voorbereidingsfase
De voorbereidingsfase start met de kennisgeving van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen. In deze kennisgeving staat onder andere hoe de gemeenteraad burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen betrekt bij de voorbereiding van het besluit. De participatie zelf vindt ook in de voorbereidingsfase plaats en wordt betrokken bij het afronden van het ontwerp.
Als voor de wijziging een mer-beoordelingsplicht geldt, moet deze beoordeling plaatsvinden in de voorbereidende fase. Als uit de beoordeling volgt dat aanzienlijke milieueffecten niet kunnen worden uitgesloten als gevolg van de wijziging moet een mer of mer-beoordeling worden uitgevoerd. Deze moeten ook in de voorbereidingsfase worden opgesteld.
Ontwerpfase
Op het besluit tot wijziging van het omgevingsplan is de voorbereidingsprocedure volgens Afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Hierbij mag iedereen een zienswijze over het ontwerp-wijzigingsbesluit indienen. Dit kan binnen zes weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-wijzigingsbesluit.
Als een mer-beoordeling of mer is opgesteld wordt deze ook ter visie gelegd en aan de commissie-mer voorgelegd voor advies.
Vaststellingsfase
De gemeenteraad stelt de wijziging van het omgevingsplan vast. Daarbij moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan zijn betrokken en wat de resultaten van de participatie zijn. Daarbij moet de raad aangeven op welke wijze invulling is gegeven aan het participatiebeleid.
Tegen elk besluit tot wijziging van het omgevingsplan staat beroep open. Nadat een besluit tot wijziging van het omgevingsplan is genomen, zal het wijzigingsbesluit inclusief motivering en bijlagen worden gepubliceerd. Normaliter treedt het besluit vier weken later in werking.
Het omgevingsplan kan iedereen in het digitale Omgevingsloket (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/) bekijken. Het omgevingsplan is uitsluitend digitaal raadpleegbaar. Dit is nodig omdat elke regel in het plan een werkingsgebied heeft dat geometrisch begrensd is. Niet alle juridische regels gelden voor het hele grondgebied van de gemeente. Omdat er sprake is van een veelvoud aan geometrieën (geografische informatieobjecten), die elkaar kunnen overlappen, is het maken van een eenduidig (analoog) kaartbeeld niet mogelijk en niet wenselijk.
Een omgevingsplan bestaat uit het (eerste) initiële omgevingsplan en de daaropvolgende wijzigingen. Zowel een afzonderlijk besluit tot wijziging van het omgevingsplan als alle besluiten tot wijziging van het omgevingsplan, die samen de actuele geconsolideerde versie van het omgevingsplan vormen, worden digitaal beschikbaar gesteld. Ook kan de relevante achterliggende informatie worden opgevraagd. Zo kan bij het raadplegen van de geconsolideerde versie van het omgevingsplan per regel (of onderdeel daarvan) worden nagegaan bij welk besluit de betreffende regel (of onderdeel daarvan) in het omgevingsplan terecht is gekomen (tijdreizen).
Omdat het omgevingsplan tot stand komt door veel wijzigingsbesluiten (en ook continu gewijzigd wordt) is van belang dat die wijzigingsbesluiten worden verwerkt in een geconsolideerde regeling. Deze geconsolideerde regeling is raadpleegbaar via het Omgevingsloket (regels op de kaart). Daarin is de regeling zichtbaar zoals die op dat moment geldt. Van ontwerpwijzigingen of genomen besluiten die nog niet in werking zijn getreden is op regels op de kaart een consolidatie beschikbaar waarin ook die toekomstige wijzigingen raadpleegbaar zijn. Dit kan je terugvinden onder de regelversies.
GGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
III
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLL
Voor sectie 3.1 wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Zoals eerder in deze algemene toelichting is aangegeven heeft de gemeente Roosendaal vanaf 1 januari 2024 automatisch een omgevingsplan van rechtswege. Roosendaal staat voor de opgave om alle regels voor de fysieke leefomgeving uit de verschillende onderdelen van het tijdelijk omgevingsplan vóór 1 januari 2032 te verhuizen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het in één keer opstellen van een omgevingsplan dat aan alle inhoudelijke en technische eisen voldoet, lijkt een onmogelijke opgave. Daarom wordt het omgevingsplan stap voor stap opgebouwd. Daarbij is gezocht naar een fasering die recht doet aan het op tijd kunnen vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan en rekening houdt met de omvang van de opgave, de beschikbare c.q. benodigde (ambtelijke) capaciteit en financiële middelen van onze gemeente.
In de periode waarin het omgevingsplan in opbouw is, gaan de ontwikkelingen in de samenleving gewoon door. Dit betekent dat de ontwikkeling van plannen, projecten en gebiedsontwikkelingen doorgaan en nieuw beleid geïmplementeerd moet worden. Om de samenleving te kunnen blijven bedienen, zal naast de ontwikkeling van het omgevingsplan ook aan deze plannen en beleidsontwikkelingen moeten worden meegewerkt met als gevolg wijzigingen van het omgevingsplan.
Dit hoofdstuk beschrijft de aanpak voor de transitie naar één omgevingsplan. De gemeente Roosendaal kiest er voor het omgevingsplan steeds gebiedsgericht uit te breiden, waarbij zowel het grondgebied van de gemeente steeds verder afgedekt wordt, als wel dat de juridische regels steeds verder aangevuld worden met regels voor activiteiten. Het heeft daarbij vooralsnog de voorkeur om eerst de ruimtelijke regels (bestemmingsplannen, , wijzigingsbesluiten en dergelijke) om te zetten en daarna de bruidsschatregels en noodzakelijke aanvullingen ten aanzien van nieuwe thema’s te verwerken. Het kan zijn dat in de tussentijd nieuw beleid of nieuwe ontwikkelingen moeten worden verwerkt. Afhankelijk van de voortgang zullen deze in aparte wijzigingsbesluiten worden toegevoegd aan het omgevingsplan.
MMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNN
Voor sectie 4.1 worden twee secties ingevoegd, luidende:
De hoofdstructuur van het omgevingsplan -ook wel casco- genoemd vormt het fundament voor het omgevingsplan, vergelijkbaar met het casco van een gebouw dat later kan worden ingericht. Het biedt een vaste structuur waarin later inhoudelijk regels kunnen worden geplaatst. Het geeft aan in welke hoofdstukken en paragrafen de regels van een omgevingsplan kunnen worden geplaatst. Deze structuur is essentieel voor een logisch, werkbaar en digitaal goed functionerend omgevingsplan.
De keuze voor de hoofdstructuur is ingegeven door keuzes op hoofdlijnen, vooral het activiteitgericht opbouwen van het omgevingsplan maar ook de techniek het werk laten doen.
Hoewel het casco een structuur biedt, is het niet bedoeld als een rigide document. Het is een groeidocument dat op basis van voortschrijdend inzicht kan worden aangepast en gevuld.
In de hoofdstructuur die in het casco is bepaald is vooral gekeken naar het werkbaar maken voor de praktijk en gekeken naar wat is handig en logisch voor degenen die het omgevingsplan moet raadplegen. In het casco wordt aangegeven in welke hoofdstukken en paragrafen welke onderwerpen worden behandeld. Het is een uitgewerkte versie van een inhoudsopgave. Het is de structuur van de regels nog zonder de inhoud.
De hoofdstructuur is als volgt:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Hierin staan algemene regels die uiteindelijk voor het gehele grondgebied van Roosendaal zullen gelden. In dit hoofdstuk is beschreven waar begrippen kunnen worden gelezen, welke geometrieën zijn gebruikt, wie zich aan de regels uit het omgevingsplan moeten houden en dat het college maatwerkvoorschriften kan stellen over de regels in het omgevingsplan.
Hoofdstuk 2 Doelen voor de fysieke leefomgeving. In dit hoofdstuk zijn de doelen van het omgevingsplan opgenomen. Ook deze regels zullen uiteindelijk voor het gehele grondgebied gaan gelden en uitgebreid worden met specifieke doelen die voortkomen uit de omgevingsvisie of programma’s.
Hoofdstuk 3 Omgevingswaarden en programma’s. Dit is een gereserveerd hoofdstuk voor als omgevingswaarden en programma’s (inclusief monitoringsvereisten) worden opgenomen. Er is gekozen voor te sorteren op de toekomstige invullingen om te voorkomen dat in een later stadium van het opbouwen van het omgevingsplan nog een hoofdstuk moet worden tussengevoegd in de regeling, met verandering van de nummering tot gevolg.
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving. In dit hoofdstuk worden alle functies benoemd die in het omgevingsplan worden gebruikt. De keuze voor het gebruik van functies ligt in de wens om het omgevingsplan herkenbaar en leesbaar te maken. Net als in de bestemmingsplannen worden zo een hoofdindeling weergegeven van toelaatbaar gebruik. Ook de verschillende bouwregelgebieden zijn in dit hoofdstuk opgenomen. In dit hoofdstuk zullen uiteindelijk ook de aandachts- en waardengebieden worden opgenomen zoals archeologie en molenbiotoop, veiligheidsaandachtsgebieden en geluidaandachtsgebieden.
Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten. Aan alle onderscheiden gebruiksactiviteiten in het omgevingsplan worden in dit hoofdstuk regels gesteld. In dit hoofdstuk zijn vooralsnog de volgende afdelingen opgenomen:
Afdeling Inleidende en generieke regels voor gebruiksactiviteiten. Dit zijn regels die voor alle gebruiksactiviteiten gelden, zoals:
Afdeling gebruiksregels voor het openbaar gebied. In deze afdeling is bepaald welke functies en voorzieningen binnen het openbaar gebied zijn toegestaan. Voorzieningen die niet algemeen toelaatbaar zijn kunnen aan een specifieke locatie worden verbonden zoals een standplaats voor ambulante handel.
Afdeling gebruiksregels bij de activiteit wonen. In deze afdeling is bepaald welke vormen van gebruik zijn toegelaten, waarvoor een vergunning is vereist en welke voorwaarden (beoordelingsregels) daaraan verbonden zijn. In deze afdeling zijn ook de regels opgenomen voor aan-huis-gebonden- beroeps-en/of bedrijfsmatige activiteiten, het toevoegen van woningen, gezinsvervangend wonen, kamerverhuur en/of kamerbewoning en mantelzorg.
Hoofdstuk 6 Bouwactiviteiten. In dit hoofdstuk zijn de algemene regels voor bouwen opgenomen en de regels voor bouwen in de onderscheiden bouwregelgebieden. Vooralsnog is dat alleen bouwregelgebied 1. Uiteindelijk worden in dit hoofdstuk meerdere bouwregelgebieden opgenomen. Alle bouwregelgebieden samen bedekken het gehele grondgebied van de gemeente. In dit hoofdstuk zijn vooralsnog de volgende afdelingen opgenomen:
Afdelingen inleidende bepalingen en regels voor alle bouwactiviteiten. Deze regels gaan uiteindelijk gelden voor de gehele gemeente Roosendaal. Deze afdelingen bevatten regels waar altijd aan voldaan moet worden als er wordt gebouwd, zoals:
Verboden bouwactiviteiten
Regels over vergunningvrij bouwen
Meetbepalingen
Ondergeschikte bouwdelen
Afwijkende maten van bestaande bouwwerken
Beoordelingsregels in aanvulling op de regels in de bruidsschat (Hoofdstuk 22)
Aanvraagvereisten in aanvulling op de regels in de bruidsschat (Hoofdstuk 22)
Regels over parkeren
Regels over waterberging
Regels over specifieke bouwactiviteiten die voor de gehele gemeente hetzelfde zijn ongeacht het bouwregelgebied. Hierin staan onder andere regels voor het bouwen van:
Afdeling bouwen in bouwregelgebied 1. In deze afdeling zijn regels opgenomen voor hoofdgebouwen (in dit geval de woningen), bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel (in het erf) en bijbehorende bouwwerken in de voor en/of zijtuin en erf- en perceelsafscheidingen.
Hoofdstuk 7, 8 en 9 zijn gereserveerd voor de verdere opbouw van het omgevingsplan. Deze hoofdstukken kunnen gebruikt worden om regels op te nemen over bijvoorbeeld slopen, kappen /of aanleggen (uitvoeren van werken, geen werkzaamheden en geen bouwwerken zijnde)
Hoofdstuk 10 Milieuregels. Dit hoofdstuk bevat vooralsnog alleen regels ten aanzien van geluid. Bij een verdere opbouw van het omgevingsplan wordt dit hoofdstuk verder ingevuld.
Hoofdstukken 11 tot en met 21 zijn gereserveerde hoofdstukken. Hier zullen onder andere nog regels opgenomen worden over kostenverhaal, handhaving en procedures.
Hoofdstuk 22 Activiteiten. Dit zijn de regels van de bruidsschat. Het betreft rijksregels die met de inwerkingtreding van de omgevingswet zijn gedecentraliseerd naar de gemeenten. Deze regels moeten uiteindelijk verwerkt worden in de overige hoofdstukken van het omgevingsplan.
Hoofdstuk 23 Slotbepalingen. Hier staan de overgangsregels en citeertitel van het omgevingsplan.
OOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De motivering voor Omgevingsplan gemeente Roosendaal - Everlandwegje 2 Roosendaal is bijgevoegd als bijlage Motivering Everlandwegje 2 Roosendaal.
De volgende bijlagen horen bij de motivering voor Omgevingsplan gemeente Roosendaal - Everlandwegje 2 Roosendaal
/join/id/pubdata/gm1674/2026/c23dd66a9d534cf29a354c3b219af090/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/pubdata/gm1674/2026/407d889339e34b8a9e4f8633ba906316/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/pubdata/gm1674/2026/75e4830adb4242438e756e5537a28c78/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/pubdata/gm1674/2026/d2727e87a21f41ccad9dfefecc064cff/nld@2026‑10‑07;13522256
/join/id/pubdata/gm1674/2026/51aa281e823647a788c791b3f69234fb/nld@2026‑10‑07;13522256
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-473689.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.