Gemeenteblad van Tubbergen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tubbergen | Gemeenteblad 2026, 469942 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tubbergen | Gemeenteblad 2026, 469942 | overige overheidsinformatie |
Ambitiedocument basisvaardigheden (taal-, reken- en digitale vaardigheden) 2026-2030
Voor u ligt het ‘ambitiedocument basisvaardigheden 2026-2030’. Dit ambitiedocument is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Welzijn Tubbergen Dinkelland (SWTD), ROC van Twente, de bibliotheek Tubbergen en de gemeente Tubbergen waarin de gemeente Tubbergen de regierol had.
Dit ambitiedocument legt de uitgangspunten van het beleid vast en geeft inzicht in de huidige situatie rondom basisvaardigheden. Er is sprake van lage basisvaardigheden wanneer men moeite heeft met taal, rekenen en digitale vaardigheden.
De overkoepelende doelstelling is om de komende jaren te komen tot een samenhangende en effectieve aanpak van basisvaardigheden binnen het Taalhuis Tubbergen. Het Taalhuis Tubbergen is een samenwerking van organisaties uit Tubbergen met het doel om mensen te ondersteunen bij het leren spreken, lezen en begrijpen van de Nederlandse taal.
In het eerste hoofdstuk wordt een korte inleiding gegeven op het onderwerp basisvaardigheden en de gevolgen van het hebben van onvoldoende basisvaardigheden. Daarbij wordt ook inzicht gegeven over basisvaardigheden in de gemeente Tubbergen. In het tweede hoofdstuk wordt aangegeven waar we op dit moment staan rondom basisvaardigheden binnen de gemeente Tubbergen.
Vervolgens worden in het derde hoofdstuk de ambities geformuleerd. In het vierde hoofdstuk worden de samenwerkingspartners, met bijbehorende rollen/taken benoemd. In het vijfde hoofdstuk wordt in de monitoring benoemd. Tot slot wordt in het laatste hoofdstuk de meerjarenbegroting uiteengezet.
1.1 Wat zijn basisvaardigheden?
Vanaf niveau 2F spreekt het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) van voldoende basisvaardigheden. Dit niveau komt overeen met het eindniveau van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO) of niveau MBO-2/3. Dit niveau wordt door OCW gezien als minimumvaardigheid om goed te kunnen functioneren in werk en maatschappij. Volwassenen met een taal- en/of rekenniveau onder 2F hebben onvoldoende basisvaardigheden.
Het hebben van onvoldoende basisvaardigheden houdt in dat mensen moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. In Nederland hebben ongeveer 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder onvoldoende basisvaardigheden. Dit komt neer op ongeveer 1 op de 6 Nederlanders. Vaak hebben mensen met onvoldoende basisvaardigheden ook moeite met digitale vaardigheden. Meer dan de helft is autochtoon en heeft Nederlands als moedertaal. Iets meer dan de helft (57%) heeft een betaalde baan.
Het hebben van onvoldoende basisvaardigheden gaat vaak samen met schaamte of kan als een ondergeschikt probleem worden ervaren wanneer er sprake is van meervoudige problematiek. Problemen met de gezondheid, rondkomen met het inkomen, de (vaste) partner of met kinderen kunnen zoveel zorgen geven, dat de eerste prioriteit bij overleven ligt en niet bij nieuwe vaardigheden leren. Veel mensen met onvoldoende basisvaardigheden hebben dan ook een manier gevonden om zich met hun lage taalniveau toch te redden in de samenleving. Ze werken bijvoorbeeld in beroepen waar een minder groot beroep op taalvaardigheden wordt gedaan, of gebruiken collega’s om hen met de taal, veranderingen of instructies te helpen. Een laag niveau van taalvaardigheid kan gecompenseerd worden met andere vaardigheden, zoals mondelinge taalvaardigheden1, sociale vaardigheden, creativiteit, relativeringsvermogen of een goed geheugen.
Om deze reden komt het hebben van lage basisvaardigheden vaak onvoldoende aan het licht.
Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) heeft gekeken naar bij welke doelgroepen lage basisvaardigheden gemiddeld vaker voorkomt en hebben dit als volgt samengevat:
Leeftijd: het hebben van onvoldoende basisvaardigheden komt vaker voor in hogere leeftijdsgroepen. Dit komt enerzijds door verlies van vaardigheden met het ouder worden en anderzijds door beperktere scholing op jonge leeftijd. Dat het aantal personen met lage basisvaardigheden in Nederland stijgt, komt onder meer doordat Nederland vergrijst: we worden steeds ouder en er komen ook steeds meer ouderen bij.
1.2 De gevolgen van het hebben van onvoldoende basisvaardigheden.
Uit landelijk onderzoek is gebleken dat er een sterkte relatie is tussen het hebben van onvoldoende basisvaardigheden en werk, schulden en armoede, gezondheidsproblematiek, onderwijs en ouderbetrokkenheid.2 In deze paragraaf worden landelijke cijfers genoemd.
Meer dan de helft (57%) van de mensen met lage basisvaardigheden werkt. 58.000 mensen in Nederland hebben geen betaalde baan omdat zij moeite hebben met taal en/of rekenen.
Vergeleken met mensen met voldoende basisvaardigheden, geldt dat mensen met onvoldoende basisvaardigheden:
Mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen zijn vaker langdurig arm. Armoede en het hebben van onvoldoende basisvaardigheden gaan hand in hand: het hebben van onvoldoende basisvaardigheden is vaak een belemmering om zelfredzaam te zijn en armoede vergroot de kans op het hebben van onvoldoende basisvaardigheden. Uit onderzoek is gebleken dat:
Bijna 100.000 mensen leven in armoede door het hebben van onvoldoende basisvaardigheden.
Het hebben van onvoldoende basisvaardigheden gaat vaak gepaard met het hebben van gezondheidsproblemen. Uit onderzoek is gebleken dat:
Ook jongeren lopen het risico op het hebben van onvoldoende basisvaardigheden. Te veel jongeren:
Deze achterstanden komen door persoonlijke kenmerken, door de situatie thuis en het onderwijs, de school en de docent. Deze oorzaken beïnvloeden elkaar.
Vergeleken met kinderen van ouders met voldoende basisvaardigheden geldt dat kinderen van ouders met onvoldoende basisvaardigheden:
1.3 Basisvaardigheden in de gemeente Tubbergen.
Grafiek 1: Basisvaardigheden in Tubbergen t.o.v. Nederland.
Uit grafiek 1 blijkt dat in de gemeente Tubbergen ongeveer 9% van de bevolking onvoldoende basisvaardigheden heeft. Het gaat hier om inwoners tussen 16 en 75 jaar. Hierbij is rekening gehouden met taal- en rekenvaardigheid. Dit percentage is lager dan het landelijk gemiddelde dat op 12% ligt.
Grafiek 2: percentage laaggeletterden naar doelgroep.
In Tubbergen valt ongeveer 28% van de mensen met onvoldoende basisvaardigheden in de groep ‘Nederlandse werkenden (50+) met een gezin. Daarnaast valt 17% van de mensen met onvoldoende basisvaardigheden in de groep ‘jongeren onder 30 zonder partner of kinderen’ en 17% van de mensen met onvoldoende basisvaardigheden valt in de groep ‘Nederlandse niet actieven (50+) met gezin’. Dit zijn de drie grootste doelgroepen in de gemeente Tubbergen. Bij deze percentages is alleen rekening gehouden met taalvaardigheden.
Opvallend is dat in de gemeente Tubbergen er relatief een hoog percentage NT1’ers is. Dit zijn inwoners met onvoldoende basisvaardigheden, die Nederlands als eerste taal hebben.
In het ambitiedocument maken we onderscheid tussen NT1’ers en NT2’ers.
NT1 staat voor Nederlands als eerste taal. Dit zijn mensen die in Nederland zijn geboren en opgegroeid en voor wie Nederlands de moedertaal is. Zij hebben vaak een goede mondelinge taalvaardigheid, maar ervaren problemen met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden. Juist binnen deze groep komt veel schaamte voor, waardoor het lastig kan zijn hen te bereiken.
Zoals in hoofdstuk 1 genoemd is, belemmert het hebben van onvoldoende basisvaardigheden mensen om mee te doen in de maatschappij. Zo kan het bijvoorbeeld moeilijk zijn om zelfstandig formulieren in te vullen, belastingzaken te regelen of om te reizen met het openbaar vervoer. Kortom, het hebben van onvoldoende basisvaardigheden kan een aanleiding zijn voor het ontstaan van problemen op het gebied van werk en participatie, financiën, gezondheid en gezin.
Deze problemen kunnen de maatschappij veel geld kosten.
In het coalitieakkoord van de gemeente Tubbergen staat dat het belangrijk is dat iedereen kan en mag meedoen. Een toegankelijke en inclusieve samenleving betekent dat iedereen zo zelfstandig en gelijkwaardig mogelijk mee kan doen aan de samenleving. Elke inwoner moet de mogelijkheid hebben mee te kunnen en mogen doen en zich naar eigen vermogen te ontwikkelen. Belangrijk hierbij is om inzicht te krijgen in de doelgroep, passende ondersteuning te bieden en in te zetten op een goede samenwerking in het netwerk.
De gemeente Tubbergen vindt het belangrijk om extra aandacht te hebben voor mensen met onvoldoende basisvaardigheden. Het verbeteren van de basisvaardigheden loont voor de mensen zelf, maar is ook een investering die zich terug betaalt. De gemeente Tubbergen wil dat alle inwoners in ieder geval de kans krijgen om hun basisvaardigheden te ontwikkelen gericht op participatie, weerbaarheid en zelfredzaamheid.
In de vorige twee hoofdstukken is uitgelegd wat basisvaardigheden zijn en wat de gevolgen van het hebben van lage basisvaardigheden zijn. Daarnaast is omschreven wat de stand van zaken rondom basisvaardigheden op dit moment is. In hoofdstuk 3 worden de ambities geformuleerd. Hierbij wordt eerst ingezoomd op het Taalhuis Tubbergen. Vervolgens wordt er stilgestaan bij de ambities rondom twee specifieke doelgroepen: NT1’ers (Nederlands als eerste taal) en werkenden. Tot slot wordt er stilgestaan bij het belang van een integrale aanpak.
Het Taalhuis (als fysieke plek) is gevestigd in de bibliotheek in Tubbergen. Het Taalhuis is dé plek waar inwoners van 18 jaar en ouder uit de gemeente Tubbergen terecht kunnen die hulp nodig hebben bij het aanleren of verbeteren van de Nederlandse taal en/of de digitale basisvaardigheden.
Het Taalhuis is een laagdrempelige voorziening gericht op taal- en digitale basisvaardigheden. Het is een netwerkvoorziening en loket waar mensen terechtkunnen voor advies, hulp en begeleiding naar passend aanbod.
Er lopen al een aantal jaren een aantal initiatieven zoals het inzetten van een taalcoach of taalmaatje. Een taalcoach heeft wekelijks taalontmoetingen met anderstaligen, één-op-één of in groepen. Deelnemers ontmoeten elkaar om in een informele setting de Nederlandse taal te oefenen, bij voorkeur bij een anderstalige thuis, in de bibliotheek of op een andere geschikte locatie. Daarnaast draagt het Taalhuis zorg voor een intakegesprek en biedt vervolgens een geschikt aanbod van de deelnemer.
Naast fysieke plek in de bibliotheek, is het Taalhuis ook een samenwerking tussen de kernpartners gemeente Tubbergen, bibliotheek Tubbergen, ROC van Twente, SWTD, Stichting Lezen & Schrijven. Deze kernpartners vormen samen ook de stuurgroep.
Voor een schematische weergave van de klantreis zie bijlage 1.
Zoals hierboven genoemd, worden er al een aantal goede initiatieven, zoals de taalcoach, uitgevoerd binnen het Taalhuis. Het Taalhuis Tubbergen heeft als overkoepelende doelstelling om de zelfredzaamheid van de inwoner te vergroten. De zelfredzaamheid wordt vergroot door middel van verbetering in de taal-, reken- en digitale vaardigheden. Deze vaardigheden zijn immers essentieel om in het dagelijkse leven goed te kunnen functioneren. Daarnaast beoogt het Taalhuis een stijging op de Participatieladder van inwoners. De Participatieladder is een instrument dat gebruikt wordt om te meten in welke mate iemand meedoet aan de samenleving. Het gaat hierbij niet alleen om betaald werk, maar ook om andere vormen van deelname, zoals vrijwilligerswerk, mantelzorg of deelname aan activiteiten in de buurt.
De ladder bestaat uit zes treden, waarbij elke trede een hoger niveau van participatie weergeeft:
Door inwoners op de ladder te plaatsen, kan de gemeente of het Taalhuis inzicht krijgen in het huidige participatieniveau en stappen formuleren om verder te groeien. Het helpt om ontwikkeling meetbaar te maken, ook wanneer betaald werk (nog) niet haalbaar is.
De komende jaren wil het Taalhuis zich, naast ondersteuning op gebied van taal, ook meer gaan richten op de basisvaardigheden rekenen, digitale vaardigheden, omgaan met geld en mogelijkerwijs ook gezondheidsvaardigheden. Door het aanbod te verruimen, hopen we meer inwoners aan te spreken om met basisvaardigheden aan de slag te gaan.
Voor een gedegen aanpak van basisvaardigheden moet de kwaliteit van het Taalhuis Tubbergen worden versterkt. Taalhuis Tubbergen gebruikt het certificeringstraject voor taalhuizen/punten door het Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur en Taal (CBCT) om binnen de netwerksamenwerking een kwaliteitsslag te maken en door te ontwikkelen. Het CBCT is een onafhankelijke organisatie die taalhuizen toetst en certificeert op kwaliteit en professionaliteit.
Om met basisvaardigheden aan de slag te gaan, is het belangrijk dat de werkwijze aansluit op de wensen en behoeften van de inwoner. Steeds vaker staat dan ook de werkwijze ‘ik wil leren’ centraal. Dit is een nieuwe werkwijze waarbij tijdens een intake wordt ingegaan op de leefwereld van de deelnemer. Hierop moet aanbod zo goed mogelijk aansluiting vinden. Zo kan een deelnemer bijvoorbeeld aangeven om hulp te willen bij het internetbankieren, oproepen van het ziekenhuis willen lezen of om een sollicitatiebrief te schrijven. Het is belangrijk dat hier dan in eerste instantie op ingestoken wordt. Vervolgens kan er gekeken worden of er volgende stappen gezet kunnen worden. Deze werkwijze helpt om NT1 cursisten te bereiken.
Rondom het hebben van onvoldoende basisvaardigheden heerst veel schaamte. Het is dan ook erg belangrijk om dit onderwerp uit de taboesfeer te halen. Hierdoor wordt de drempel om het ten eerste bespreekbaar te maken en er vervolgens iets aan te doen lager. Hierbij is het van belang om niet het begrip basisvaardigheden centraal te stellen, maar wat er te winnen valt bij het zetten van (kleine) stappen die de basisvaardigheden, weerbaarheid en participatie vergroten. Wat belangrijk is, is dat de gemeentelijke en andere professionals die een rol spelen in het herkennen, motiveren en doorverwijzen van basisvaardigheden hierop alert zijn. Hiervoor is het belangrijk om gemeentelijke en andere professionals die met mensen met onvoldoende basisvaardigheden in contact komen, de juiste training en ondersteuning te bieden.
3.1 Focus op specifieke doelgroepen: NT1-groep & werkenden
Uit de doelgroepenanalyse in hoofdstuk 1.3 is gebleken dat er in de gemeente Tubbergen relatief veel NT1’ers zijn (in vergelijking met Twente) met onvoldoende basisvaardigheden. Daarnaast is gebleken dat er relatief veel werkenden zijn met onvoldoende basisvaardigheden. Aangezien deze twee doelgroepen het grootst zijn in de gemeente Tubbergen, wordt er specifiek gekeken naar deze twee doelgroepen. Naast dat ieder persoon een andere aanpak behoeft, behoeft ook iedere doelgroep een andere aanpak.
Meer dan de helft van de mensen met onvoldoende basisvaardigheden is autochtoon, de zogenaamde NT1-groep. Zij hebben in Nederland op school gezeten en bezitten over het algemeen een goede spreekvaardigheid, maar hebben moeite met lezen, schrijven, rekenen en/of missen digitale vaardigheden. Veruit de meeste NT1’ers hebben een VMBO of MBO-opleiding gedaan, maar beschikken nog niet over het taalniveau MBO 2/3 of het startkwalificatieniveau dat voor de arbeidsmarkt gewenst is. Uit landelijk onderzoek is gebleken dat het huidige educatieaanbod momenteel nog nauwelijks gebruikt wordt door de NT1-groep.
Naast dat het aanbod voor de NT1’er op orde moet zijn en moet aansluiten bij de persoonlijke leerwensen en –behoeften, is een ander belangrijk aandachtspunt het vinden van de NT1’er. Juist bij deze doelgroep speelt ‘schaamte’ een grote rol. Als Nederlands niet de moedertaal is, is het vanzelfsprekend om ondersteuning te zoeken. Daarnaast is het voor hulpverleners logisch om bij anderstaligen met taal aan de slag te gaan. Bij de doelgroep NT1’ers is dit anders. Belangrijk is dat er meer aandacht komt voor het herkennen, motiveren en doorverwijzen specifiek voor de doelgroep NT1 bij gemeenten, als welzijnsorganisaties, bibliotheken etc.
Overigens zijn er naast NT1’ers ook NT2’ers. Dit zijn mensen met onvoldoende basisvaardigheden die Nederlands als tweede taal hebben (NT2). NT2’er zijn, in vergelijking met de NT1’er, beter vindbaar en vaak al wel bekend bij hulpverleners.
Samengevat is de ambitie rondom de NT1’er dat er een hoger bereik is binnen deze doelgroep. De actie die hierbij hoort is dat er actiever gezocht wordt naar de NT1-doelgroep en vervolgens te zorgen voor een passend aanbod voor deze doelgroep. Vanuit de Stichting Lezen & schrijven zijn diverse screeningsinstrumenten ontworpen die ingezet kunnen worden om een verbeteringsslag te kunnen maken bij het herkennen van de doelgroep. Daarnaast wordt geprobeerd om het huidige educatieaanbod van het ROC (zie bijlage 2) meer toe te spitsen op de leefwereld van de NT1-groep.
Daarnaast is uit hoofdstuk 1.3 gebleken dat het grootste deel van de mensen met onvoldoende basisvaardigheden in de gemeente Tubbergen betaald werk heeft. Deze groep werkenden participeren weliswaar, maar zijn kwetsbaar voor toekomstige reorganisaties en hebben een grotere kans om werkloos te worden. Om dit te voorkomen is het van belang dat werkgevers lage basisvaardigheden herkennen in hun bedrijf en dat werknemers stappen (durven) zetten om hun vaardigheden te verbeteren. Het is belangrijk dat werkgevers goed op de hoogte zijn van alle regelingen en hun werknemers waar mogelijk te scholen naar een startkwalificatie op de arbeidsmarkt. Werkgevers hebben hier een belangrijk rol in. Om de doelgroep ‘werkenden’ te ondersteunen is een goede verbinding tussen werkgevers en het Taalhuis cruciaal. De ambitie rondom de doelgroep ‘werkenden’ is om hen via werkgevers beter te ondersteunen.
Daarnaast zijn ROC van Twente, de 14 Twentse gemeenten en het UWV sinds 1 maart 2023 in samenwerking met het bedrijfsleven en sociale partners. De partners geven vorm aan een Twents LLO-Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden. Het initiatief, genaamd ikletterop.nl, richt zich op het verbeteren van basis- en vakvaardigheden onder inwoners, met speciale aandacht voor laaggeletterdheid op de werkvloer. In nagenoeg alle sectoren in Twente heerst krapte op de arbeidsmarkt en de voorspelling is dat de behoefte aan personeel alleen maar groter wordt. Daarom is het belangrijk dat alle (potentiële) werknemers niet alleen arbeidsfit zijn, maar ook duurzaam inzetbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Onlangs is besloten dat deze pilot in 2026 fase 2 ingaat. Dit betekent dat t/m 31 december 2027 opnieuw inwoners aangemeld kunnen worden om met basisvaardigheden aan de slag te gaan.
Samengevat is de ambitie rondom de groep ‘werkenden’ dat er een hoger bereik is binnen deze doelgroep en dat zij beter ondersteunt worden. Hiervoor is een goede verbinding tussen werkgevers en het Taalhuis belangrijk. Hiervoor maken we gebruik van de bestaande netwerken/infrastructuur uit de regio zoals de aansluiting bij het Werkcentrum Twente3 en Ikletterop.nl4.
Uit hoofdstuk 1.2 is gebleken dat de gevolgen van het hebben van onvoldoende basisvaardigheden op allerlei leefdomeinen merkbaar is. Hierdoor is het belangrijk dat het ambitiedocument basisvaardigheden een integrale benadering heeft. Dit betekent dat het thema ‘basisvaardigheden’ op verschillende afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie moet leven. Het is belangrijk dat basisvaardigheden in verschillende beleidsvelden een plek krijgt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gezondheidsbeleid, armoede- en schuldenbeleid en het beleid rondom werk & inkomen. Naast dat het onderwerp ‘basisvaardigheden’ verankerd moet zijn in diverse beleidsplannen, moet het ook in de uitvoering een prominente rol gaan spelen. Het is belangrijk om bijvoorbeeld Wmo consulenten, de armoede coördinatoren, consulenten schulddienstverlening en werkconsulenten te trainen in het herkennen, motiveren en doorverwijzen naar het formele of informele taalaanbod. Daarnaast denken consulenten ook mee over wat de doelgroep nodig heeft en hoe het zo laagdrempelig mogelijk georganiseerd kan worden. Deze trainingen kunnen ook aangeboden worden aan gemeentelijke baliemedewerkers.
Naast de interne verwevenheid van basisvaardigheden, is ook de externe verwevenheid belangrijk. Denk hierbij aan de verbinding tussen het Taalhuis en de ‘Thuisadministratie en Formulierenservice Tubbergen’ (TAFT). Dit is een lokale voorziening die inwoners helpt met administratie en formulieren, en daardoor een belangrijke vindplaats is voor mensen met lage basisvaardigheden. Deze verbinding is belangrijk zodat het TAFT, indien nodig, actief kan doorverwijzen naar het Taalhuis.
Zoals eerder genoemd vormen de kernpartners samen de stuurgroep. De kernpartners zijn: Gemeente Tubbergen, bibliotheek Tubbergen, ROC van Twente, SWTD, Stichting Lezen & Schrijven. In dit hoofdstuk worden de rollen en taken van alle kernpartners uiteengezet.
Gezamenlijke taken en verantwoordelijkheid
Taak en verantwoordelijkheid van gemeente Tubbergen
Is naast de rol van regisseur van de aanpak basisvaardigheden ook kernpartner in de stuurgroep en in de uitvoering binnen het regionale samenwerkingsverband5;
Voert de Wet Taaleis6 uit waardoor mensen met een taalniveau onder 1F worden doorverwezen naar een taalcursus of andere taalinspanning;
Taak en verantwoordelijkheid van de Taalhuiscoördinator
Verzorgt de intake en monitoring van vrijwilligers via de Bibliotheekmonitor en de Impactmeting van Maurice de Greef7;
Taak en verantwoordelijkheid van de Bibliotheek
Taak en verantwoordelijkheid van ROC van Twente
Taak en verantwoordelijkheid van Welzijnsorganisatie (SWTD)
Stichting Lezen en Schrijven adviseert en ondersteunt de gemeente en het Taalhuis op de terreinen beleidsontwikkeling, beleidsuitvoering en kennis en innovatie. Dit betekent dat de Stichting Lezen en Schrijven een ondersteunende rol heeft d.m.v. advisering.
De stuurgroep is gezamenlijk verantwoordelijk voor de monitoring rondom de genoemde ambities.
De bedoeling is om één maal per jaar de benoemde doelen/acties/financiën te evalueren. In bijlage 3 is een overzicht gemaakt waarin te zien is welke organisatie verantwoordelijk is voor welke monitoring.
Er is sprake van een verbetering als de doelgroep beter bereikt en geholpen wordt. Dit kunnen we meten met behulp van diverse meetinstrumenten. Het eerste meetinstrument is de ‘impactmeting’ van professor Maurice de Greef. In 2025 doen we mee met deze impactmeting. Met behulp van deze impactmeting weten we wat de outcome is van de taaltrajecten binnen het Taalhuis. Kortom, er wordt gekeken of mensen een betere plek in de samenleving hebben gekregen door ze te laten leren.
In 2025 neemt Tubbergen voor het eerst deel aan de impactmeting De Greef.
Daarnaast wordt er nu nog niet gekeken naar het aantal doorverwijzingen vanuit de gemeente, SWTD of andere organisaties naar het Taalhuis of het ROC. Binnen de gemeentelijke uitkeringsaanvraagprocedure wordt in het systeem ingebouwd dat er bijgehouden kan worden 1) of het gesprek rondom basisvaardigheden is aangegaan en 2) of er is doorverwezen naar het Taalhuis of ROC. Tot slot wordt er binnen het Taalhuis in 2025 overgegaan op het registratiesysteem ‘Hello’s’. Met dit registratiesysteem zijn de oefendoelen van de deelnemers beter bij te houden en kan er beter gemonitord worden. Dit is een registratiesysteem speciaal ontwikkeld voor taalhuizen, waarin leerdoelen en doorverwijzingen systematisch worden vastgelegd. Daarnaast is het binnen dit systeem mogelijk om het aantal doorverwijzingen naar het Taalhuis bij te houden.
Naast bovengenoemde zaken, moeten rapportages over de aanmeldingen van deelnemers binnen het Taalhuis en het ROC van Twente inzicht gaan bieden in de vraag of de eerder genoemde acties bijgedragen hebben aan de gestelde doelen. Het aantal deelnemers vanuit de gemeente Tubbergen aan het aanbod van het ROC van Twente is momenteel laag (circa 5). De doelstelling is, zoals eerder genoemd, om het aantal deelnemers te verhogen.
Op basis van de monitoring kunnen ambities aangepast worden (wat werkt wel/wat werkt niet). Bovendien kan het ambitiedocument basisvaardigheden gezien worden als een dynamisch plan. Dit betekent dat doelen/ambities bijgesteld kunnen worden in aansluiting op de praktijk.
In de voorgaande hoofdstukken is beschreven wat de ambities zijn voor de komende jaren. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de verwachte kosten zijn. Het uitgangspunt is dat bestaande budgetten worden gehandhaafd en ingezet blijven worden. Op basis van jaarlijkse evaluatie, en mogelijk bijkomende ambities, zal gekeken of dit voldoende is.
Wet Educatie Beroepsonderwijs aan het ROC Twente (WEB)8 budget € 56.000,-
NB: Niet alle genoemde interventies vallen (volledig) onder de financiering vanuit basisvaardigheden maar worden vergoed vanuit andere budgette. Tevens zijn in dit overzicht niet de personele kosten voor van de gemeente Tubbergen voor basisvaardigheden meegenomen. Voor een uitgebreide uiteenzetting van de begroting verwijzen we naar Bijlage 4.
Bijlage 3. Overzicht verantwoordelijkheden monitoring basisvaardigheden
Deze bijlage geeft inzicht in de verantwoordelijkheidsverdeling bij de monitoring van de ambities binnen het ambitiedocument basisvaardigheden 2026–2030. Het overzicht helpt om helder te krijgen welke organisatie verantwoordelijk is voor welke onderdelen van de monitoring, om overlap te voorkomen en de samenwerking te versterken.
Lokale non-formele aanbieders van trajecten basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) kunnen deelnemen aan de impactmeting (sociale inclusiemeting) van Maurice de Greef. Hierin wordt gemeten wat de impact is op de deelnemers van het non-formele aanbod. Dit is een wetenschappelijk onderbouwd instrument om de maatschappelijke effecten van educatie (taal, participatie, zelfredzaamheid) zichtbaar te maken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-469942.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.